Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Godfried de Ridder

Kunstenaar

Godfried de Ridder, ergens in de vijftig, een kunstenaar die al dertig jaar met grote moeite het hoofd boven water houdt. Zijn atelier bevindt zich in een oude garage in het Westelijk havengebied. Kort voor de aankomst van de Elefteria en de ophef over de Victory Boogie Woogie van Chen heeft zijn vriendin hun relatie beëindigd en hem het huis uitgegooid. Nu woont hij in zijn atelier en zijn mentale evenwicht wankelt. Hij voelt zich geroepen op te komen voor de ware kunst. Hij schakelt een bevriende fotograaf in om zijn acties vast te leggen.

Godfried de Ridder

Bijdragen over Godfried de Ridder

Ontmaskering

8,5

Haarscherpe ontmaskering van volwassen kwajongens

Hollow Soul
Lucia Labruyère, Nederland, 2015
★★★★★

Godfried de Ridder kreeg enige bekendheid met de rauwe schilderijen die hij maakte in de jaren tachtig, in Berlijn. In de jaren negentig vertrok hij naar Shanghai, om gedesillusioneerd terug te komen. Er verschenen wat artikelen over de rampspoed die hem ten deel viel in China, maar toen werd het stil rond de Amsterdamse kunstenaar. Tot nu, in een documentaire die met recht de grote verrassing van het IDFA wordt genoemd.

We zien hoe De Ridder zichzelf uit de goot trekt middels het idee voor een omvangrijk laatste werk, dat knettert van de ambitie. Het moet alles in zich hebben: het universum, de mensheid, de geschiedenis, de filosofie, de wetenschap. De benodigde materialen worden vanuit de hele stad samengebracht, bovendien is het de bedoeling dat iedereen die dat wil eraan meewerkt. Waaronder ook jonge kinderen, vanwege hun onbezoedelde benadering van het creatieve proces.

De kunstenaar wordt ondervraagd door vriend en fotograaf Stefan Kosakowski, die Dutch Soul met zijn onorthodoxe aanpak mede vormgeeft. Hij zet zelfs een onrechtmatige kunstoverdracht in scène om De Ridder in beweging te krijgen. Het werkt: bij aanvang is hij uitgeblust en grauw, maar spoedig keren zijn scheppende kracht en bijbehorende geestdrift terug.

Ook de ophef rond nieuwe versies van Mondriaans Victory Boogie Woogie twee jaar geleden, speelt mee in in De Ridders wederopstanding. In een overweldigende monoloog halverwege de film, waarbij Mondriaans beeltenis tegen een aanzwellende minimalistische soundtrack over De Ridder heen wordt gelegd, formuleert hij wat hij zelf het 'Mondriaan-motief' noemt.

De theorie behandelt onder andere de potentiële perfectie van een schilderij: de foutloze representatie van de werkelijkheid die enkel door abstractie mogelijk wordt. Dan weer maakt De Ridder een boeiende neurocentrische zijsprong: “Een kunstwerk is tegelijk te veel en te weinig om in extase te raken,” zegt hij. “Te weinig omdat een object nooit genoeg kan zijn. Te veel omdat je er niets voor nodig hebt. Want alles wat je activeert, is al aanwezig in je hoofd.”

In dezelfde adem praat hij over de energie die is samengebald in de vlakverdeling, het lijnenspel, de kleurencombinaties. De goddelijke kracht die daaruit geput kan worden, om als het ware een hemel op aarde te creëren, misschien zelfs een doorgang naar een volgende wereld. Daartoe ziet hij een mogelijkheid in de twee nieuwe Victory Boogie Woogies, die hij wil opnemen in zijn installatie. Met de juiste positionering zouden ze samen een stereoscopisch beeld vormen, waarin je “als in een hyperruimte” kunt verdwijnen.

Terwijl je naar het betoog luistert, begin je te vermoeden dat onder De Ridders overtuigingskracht de simultane opkomst en aftakeling van de kunstenaar schuilgaat. Precies op dat moment ontzenuwt hij de veronderstelling dat je zijn ideeën serieus moet nemen. “Ik pas mijn theorie aan bij mijn werk,” zegt hij met een grijns. Je hoort Kosakowski grinniken achter de camera.

Verrassend zijn de momenten waarop de camera zich op Kosakowski richt, en zijn intentie duidelijk wordt. “Een documentaire is veel beter dan een schilderij,” zegt hij. “Hij legt zichzelf tenminste uit.”

Maar de opwinding rond deze film richt zich uiteraard op de derde laag. Het ruwe materiaal is samengebracht, geselecteerd, gemonteerd en voorzien van commentaar in videoblogs en voice-overs door de nu 17-jarige Lucia Labruyère. Op YouTube vergaarde zij al bekendheid met videocollages waarin ze archiefmateriaal voorzag van een vileine maar filosofische toelichting. Dit is de eerste keer dat ze een film van twee uur heeft gemaakt, en het format zit haar als gegoten.

Zij maakt van De Ridders opkomst en ondergang, en Kosakowski's botte opportunisme, een schrijnend portret van volwassen mannen en hun luchtkastelen, grote kinderen die zich wentelen in grote woorden, maar niets waarachtigs te zeggen hebben. Het is holle bewijsdrift, zo wordt overduidelijk tijdens deze documentaire.

Al snel komt de beklemmende finale in zicht: met grote vaardigheid bouwt Labruyère de spanning op. De suggestie dat De Ridder zichzelf zal offeren als finishing touch van zijn kunstwerk, “de kers op de taart” volgens Kosakowski, hangt al een tijdje in de lucht. “De kunst is niet meer nodig, dus ook de kunstenaar niet,” zo verwoordt De Ridder het zelf in de pompende, koortsdroom-achtige opening.

Op de dag dat Dutch Soul wordt onthuld, schittert De Ridder door afwezigheid. Labruyère kadert het als een laffe grap. Maar dan is er het indringende laatste shot, waarin ze langzaam inzoomt op de twee nieuwe Victory Boogie Woogies. Toch opgegaan in de hyperruimte? De aftiteling meldt dat er van De Ridder niets meer is vernomen. Over Labruyère bestaat daarentegen geen twijfel: van haar gaan we de komende jaren nog veel horen.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 5 maanden geleden

De geest van Piet

2,4

Naar het kinderdagverblijf met Godfried de Ridder, Deel 3

Stefan Kosakowski is al een week niet meer bij Godfried de Ridder geweest. Het is opmerkelijk, zoveel weet Godfried zeker. Toch zal hij geen moeite doen om te achterhalen waar Stefan is gebleven. Op dit moment staat er iets groots te gebeuren, iets waar Godfried zich volledig aan moet toewijden. Hij moet nu de kunstenaar zijn waar hij altijd tegen opgekeken heeft. De kunstenaar die niet stopt met werken, de kunstenaar die niet slaapt, de kunstenaar die niet eet, de kunstenaar die continue opofferingen maakt voor het grotere goed: het kunstwerk. Voor het eerst in zijn leven glijdt het werk door zijn handen, zonder dat zijn brein hem in de weg zit. Tijdens zijn studie op de academie las hij een ontelbaar aantal boeken over de kunst van het maken. Overal stond dat de kunstenaar de regels van het kunstwerk moest volgen en niet andersom. Uiteindelijk zou een gedicht, schilderij, installatie, wat dan ook, op zichzelf moeten staan, de maker is secundair. Dat was Godfried nooit eerder gelukt. Nu wel. Aan de ene kant verrukt het hem, aan de andere kant stelt het hem licht teleur. Al wil hij dat zeker niet toegeven. Als alleen het kunstwerk er toe doet, zal de aandacht daarmee ook naar het kunstwerk gaan en niet naar de kunstenaar. Net zo als bij de VBW. Niemand heeft het nog over Piet. Piet is secundair. Wie is Piet?
Met een bijtel in zijn hand gaat Godfried voor het eerst sinds 13 uur zitten. Hij kijkt naar de installatie die bijna zijn hele studio heeft overgenomen. Vliegensvlug springt hij op, hij mag nu niet gaan nadenken. Dit moet af. Dit moet af. Nu reflecteren zou alles kapot kunnen maken. Hij pakt een fiets van de vloer, tilt hem boven zijn schouders, dan gaat de bel. Met het voertuig boven zijn kop twijfelt hij of hij open zal doen. Nee. Nu is niet het moment. De bel gaat weer. Godfried pakt zijn lasapparaat, hij speurt naar een gezichtskap. Dan maar zonder, ik knijp mijn ogen wel dicht, denkt Godfried.
“Godfried!” klinkt van achter de deur.
Weer de bel, die nu onafgebroken door de studio heen ratelt. Godfried zet het lasapparaat aan, hij zal het sterkste ijzer ombuigen, zolang het maar veel kabaal maakt. De stem en de bel blijven in zijn hoofd naklinken. Zijn goede opvoeding zit hem wederom in de weg. Met een diepe zucht smijt hij zijn gereedschap op de grond.
“Goed, wat willen de mensen nu van Godfried? Wat willen ze?”
Met een ferme handruk trekt hij de deur open. Daar staat het meisje dat vorige week nog met Stefan mee liep, haar naam is Godfried al lang weer vergeten. Haar gezicht niet, zulke gezichten vergeet niemand. Bovendien had ze op haar knieën gezeten voor Stefan, iets wat Godfried niet goedkeurde. Al geloofde hij dat ze het liever wilde dan Stefan zelf. Haar gezicht is ditmaal vuurrood en betraand.
“Godfried.”
Het doet hem goed zijn eigen naam te horen.
“Je moet helpen. Mijn school… mijn school… ze hebben…”
Godfried kijkt naar het jonge meisje, haar neus is zo scherp, alsof die met potlood getekend is.
“Stefan is opgepakt. Hij zit vast. Het is allemaal mijn schuld. Ik…”
Waarom is het altijd het leven dat zijn hoofd om de hoek steekt wanneer Godfried iets maakt van belang? Stefan heeft Godfried uit de brand geholpen toen hij onder tientallen mislukte kunstwerken zwoor dat het nooit meer goed zou komen. En nu heeft Godfried de kans hetzelfde te doen voor Stefan. Godfried kijkt naar zijn werk, als hij het nu in de steek laat, weet hij niet wat er zal gebeuren. Het is als een huilend kind, dat zonder moeder stikt in zijn eigen spuug. Een goed kunstwerk hangt af van zoveel factoren.
“Godfried, jij moet helpen. Ze gebruiken mijn stageverslag als bewijs. Je bent de enige getuige.”
Godfried schraapt zijn keel.

Alma Mathijsen

4 jaren, 5 maanden geleden

Robots

2,4

Een ruit die wijst naar de hemel

EXTHAVENGEBIED

Twee jonge vrouwen bewegen aarzelend rond een loods. Het zijn EVA en PUCK. Eva heeft steil blond haar tot de schouders en een BABY in een draagdoek, Puck een PEUTER aan haar hand, beide met lichtrode krullen. Ze inspecteren de HYDRAULISCHE CONSTRUCTIE aan weerszijden van het gebouw.

         PUCK
      (onzeker)
   Moeten we echt hier zijn? Het lijken wel robotpoten.

         EVA
   Het adres klopt.

         PEUTER
      (jengelend)
   Opa nou?

         PUCK
   Ik denk dat opa binnen is.

Eva stapt naar de SCHUIFDEUR, zoekt tevergeefs naar een bel en bonst drie keer. Het lijkt alsof de baby gaat huilen, maar er gebeurt niets. Eva bonst nogmaals. Nu begint de baby te krijsen.

         EVA
   Stil maar, kindje.

De deur schuift twintig centimeter open. Binnen is het donker. Het hoofd van GODFRIED komt tevoorschijn, aan alle kanten ongeschoren. Hij ziet er slaperig uit, zijn oogleden zijn opgezwollen. Het duurt even voor hij aan het licht is gewend, maar als hij Eva, Puck en de kinderen herkent, is hij op slag scherp.

         GODFRIED
   Puck, wat doe jij hier? En Eva…

         PUCK
      (dramatisch)
   Papa.

         GODFRIED
      (wijst naar peuter)
   Is dit…

         PUCK
   Dit is je kleinzoon.

         GODFRIED
      (brok in keel)
   Hoe oud is hij? Hij kan al lopen!

         PUCK
   Net twee geworden, papa.

         PUCK
      (tegen peuter)
   Zeg eens hallo tegen opa?

De peuter heeft zich vastgeklampt aan Pucks been en zegt niets.

         GODFRIED
   Hebben we elkaar zó lang niet gesproken?

         PUCK
      (verbolgen)
   Papa, we hebben al vijf jaar geen contact meer. Hoe kan het toch dat wij zo uit elkaar zijn gegroeid?

         GODFRIED
      (fronst)
   Misschien kwam de kunst tussen ons in te staan.

Eva schraapt haar keel en doet een stap naar voren.

         EVA
   Zal ik wat context geven? Het begon toen je een paar weken geleden ’s ochtends vroeg bij ons voor de deur stond. Mijn man was furieus, maar het wordt hem al rood voor de ogen als we over mijn oude baas práten… Christiaan kan me uiteraard gestolen worden, maar jouw idee is blijven hangen. De puurheid van kinderen… hun potentie om de essentie van de wereld bloot te leggen. Nu is Tobias nog wat klein, maar Pietje…

Godfrieds blik gaat eerst naar de peuter en dan naar Puck. Hij kijkt haar met grote ogen aan.

         GODFRIED
   Je hebt je zoon Pietje genoemd? Als in Pietje Mondriaan?

         PUCK
      (verbouwereerd)
   We vonden het gewoon hip…

         PUCK
      (tegen Eva)
   Mondriaan, is dat de maker van het schilderij waarover Arie Boomsma maar niet ophoudt?

Eva knikt naar Puck.

         EVA
   Om kort te gaan… toen Puck op kraamvisite was, heb ik het er met haar over gehad. Eerlijk gezegd had ze eerst totaal geen zin om bij je langs te gaan. Maar toen kwam die Boomsma op tv, en werd jouw idee ineens tastbaar.

         GODFRIED
   Goed… kom maar binnen.

INT. ATELIEROCHTEND

De ogen van Eva en Puck moeten wennen aan de duisternis. Is dat eenmaal gebeurd, dan zien ze… niets. De vloer lijkt leeg te zijn. Godfried loopt naar zijn bureau, naast de schuifdeur, en trekt anderhalve meter papier van een brede rol, die hij vervolgens met een handige beweging afscheurt en op de grond legt.

         GODFRIED
      (tegen Puck)
   Laat… Pietje… hier maar op zitten. Ik pak zo wat verf voor hem, blauwe verf. Instrueer hem niet, hij moet doen wat hij wil. Maar eerst geef ik een sneak preview van mijn magnum opus.

Godfried zet een schakelaar om. Er klinkt kabaal. De baby gaat weer krijsen.

EXTHAVENGEBIED

De constructie aan weerszijden van de loods komt in beweging. Het monotone geluid van de hydrauliek schalt over de kade en het water.

INTATELIER

Er ontstaat een kier boven het plafond, die licht over het interieur werpt. Een schaars geklede STEFAN ligt in een hoek op een matras, samen met TWEE BLOTE AZIATISCHE VROUWEN.

         GODFRIED
      (stem verheffend)
   Wat is er puurder, essentiëler dan een vrouwenlichaam?

         STEFAN
      (verward)
   Het is niet Fei Fei!

         EVA
      (lethargisch)
   Stil maar, kindje.

EXTHAVENGEBIED

Eén hoek van het dak rijst sneller dan de rest. De loods opent zich als een pedaalemmer.

INTATELIER

In het daglicht is te zien dat HET KUNSTWERK zich op het plafond bevindt. Er zijn diverse materialen op bevestigd, in diverse kleuren. In het midden hangt een mal in de vorm van een mens, armen en benen gespreid, als Da Vinci's Vitruviusman.

         GODFRIED
      (stem verheffend)
   De kroon op het werk is de kunstenaar zelf, of iemand met zijn postuur.

         PUCK
      (bleek weggetrokken)
   Zoals Arie Boomsma?

EXTHAVENGEBIED

Het dak is tot stilstand gekomen boven de loods, een ruit die wijst naar de hemel. Er komt een meeuw op zitten.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 5 maanden geleden

Striptease

2,6

Snuffelstage

1. Samenvatting
Voor u ligt het stageverslag van Lucia Labruyère, klas havo 3C. Tijdens mijn snuffelstage bij Kosakowski Snaps bv, die plaatsvond van 15 tot en met 21 april 2013, heb ik me vooral gericht op mijn eigen werk. Als ik terugkijk op deze week, kan ik zeggen dat ik veel heb geleerd over fotografie, video, kunst en het leven in het algemeen. Mijn missie is geslaagd, al denkt u daar vast anders over.

2. Stagebedrijf
Kosakowski Snaps bv is het bedrijf van de fotograaf Stefan Kosakowski, die ook mijn stagebegeleider was. De oude kunstenaar Godfried de Ridder, die ik tijdens deze week heb ontmoet, spreekt 'Snaps' graag op z'n Duits uit, zodat het klinkt als 'borreltjes' in plaats van 'kiekjes'. Het bedrijf is opgericht in 2005 te Amsterdam, met de bedoeling om mensen in dienst te nemen, maar zo ver is het nooit gekomen. Al met al is mijn stagebegeleider nog steeds alleen, op af en toe stagiairs na, hij wisselt commerciële klussen af met subsidietrajecten, eigen werk, etc. Kosakowski Snaps bv is gevestigd op de eerste verdieping van het woonhuis van mijn stagebegeleider en zijn vrouw, maar meestal waren we in het atelier van de oude kunstenaar in de haven.

3. Opdracht
Vooraf was het idee dat ik me 50% van de tijd zou bezighouden met foto's uitzoeken voor de stagebegeleider, 25% van de tijd met foto's retoucheren, en 25% met videodingen, waarbij we zouden kijken of die nuttig waren voor Kosakowski Snaps bv. Ik had gehoord over andere snuffelstages die meer buffelstages waren, maar dit leek mij een heel relaxte indeling.

4. Uitwerking
In de praktijk heb ik gedaan wat ik zelf wilde, namelijk video's maken. Want mijn hobby is: YouTube. Ik heb vooral de oude kunstenaar opgenomen, terwijl die over zichzelf praatte. Eerst vond ik hem nogal vol van zichzelf, later zag ik in dat hij sommige dingen echt goed doorheeft. En ik vond het een bende in zijn atelier, maar uiteindelijk kreeg ik er enorm veel zin om zelf ook dingen te maken. O ja, er gebeurde iets spannends toen ik buiten aan het filmen was, bij dat schip van het journaal. Daar kwam toevallig die Chinees van De wereld draait door uit de kajuit. Een minuutje later kwam er een jongen aan op een pizzabrommer, groene helm, supergrote bak achterop. Toen werd er een pizza uitgewisseld. Pas bij het terugkijken van de opname zagen we wat er niet klopte: de Chinees gaf de pizza aan de bezorger, en niet andersom, zoals je zou verwachten. Het was ook een joekel van een pizzadoos. Toen de snuffelstage was afgelopen, begon de oude kunstenaar aan een nieuw project, en hij wilde dat ik meedeed. Ik kon mooie dingen maken en iemand was blij met me, wat wilde ik nog meer? Dus ben ik niet echt meer naar school geweest. Mijn stagebegeleider raakte trouwens steeds meer van de wereld. Hij stond continu foto's te maken, zonder plan, hij klikte maar en klikte maar.

5. Resultaat
Er zijn video's gemaakt, zeker, maar het meeste resultaat zit in mijn hoofd. Ik heb gemerkt dat het prima is om niet zo spraakzaam te zijn. Er gebeurt juist iets grappigs. Mensen gaan de stilte invullen, ze zeggen meer dan normaal. Je leert ze veel beter kennen. Tegelijk gaan ze denken dat jij niet nadenkt, alsof je een gebruiksvoorwerp bent, een stofzuiger, of zo, dat je geen gedachtenwereld hebt, etc. Maar je zou toch iets moeten zien in mijn ogen? Ik weet trouwens niet of het echt zo is dat een stofzuiger geen gedachtenwereld heeft. Je kan het niet weten, en het helpt hem niet dat hij geen ogen heeft waarin je kan verdrinken.

6. Aandachtsgebieden
Is het wel de bedoeling dat je stagebegeleider zijn apparaat uit zijn broek ritst en hem in je keel steekt? Sorry, dat naïeve begint een maniertje te worden. Flauw. Ik weet best dat het niet normaal is als je stagebegeleider geile muziek aanzet, vraagt of je je hemdje uitdoet en daarna of je hem wilt afzuigen. Ik schrijf het hier op om u te choqueren en mijn stagebegeleider te schaden. Ik hoop dat zijn vrouw dit leest. En mijn ouders, al zullen die er geen tijd voor hebben. Stefan Kosakowski heeft mij de ruimte gegeven om video's te maken, maar een goede stagebegeleider was hij niet. Plus: het lot van de kunstenaar is om vroeg of laat ten onder te gaan, zegt Godfried de Ridder. Zelf ben ik ook ooit aan de beurt. Althans, het lijkt me onvermijdelijk dat ik een kunstenaar word. Misschien ben ik het al. Wat denkt u?

7. Conclusie
Ik lever dit stageverslag in omdat ik van school af moet als ik het niet doe, dit is mijn laatste kans om goede wil te tonen, etc. Maar ik vermoed dat u dit verslag niet zal waarderen. Het is wel eerlijk opgeschreven hoor. Dus waarschijnlijk is het de waarheid die tegenvalt.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 6 maanden geleden

De kleurenpalet van Nederland

1,8

Kosakowski's ommezwaai

Stefan Kosakowski stond in zijn eentje in het atelier van Godfried de Ridder, of Ottie, zoals hij hem noemde, zijn Canon EOS 5D Mark III om zijn nek en in zijn handen. Dit project was nochtans begonnen uit liefdadigheid: het had hem doen denken aan de manier waarop hij zijn vader soms met lichte tegenzin hielp met zijn smartphone, al was er altijd ook de zweem van good karma. Maar moest je hem nu eens zien: op het manische af fotografeerde hij de laatste veranderingen in de ruimte, overtuigd dat hij getuige was van iets miraculeus. Terwijl hij niet eens echt wist waar hij naar keek.

Hij kende Ottie nog uit zijn tijd aan de Academie, waar hij in het eerste jaar les van hem had gehad. Op de een of andere manier was die ongelijke verhouding uitgegroeid tot een warme vriendschap, en kwam hij regelmatig bij de De Ridders over de vloer. Hij had zelfs nog een dingetje met Otties dochter gehad, een paar jaar jonger dan hij, maar dat was lang geleden. Vervolgens had Stefan van dichtbij meegemaakt hoe Otties huwelijk to hell was gegaan en hoe hij langzaam alle contact met de buitenwereld was verloren.

Het optreden bij Pauw & Witteman een jaar geleden, waarin hij zou vertellen over een nieuw boek over de stroming waartoe hij in de eighties had behoord, was een kantelpunt geweest. Ottie was zo zenuwachtig dat hij zich vooraf had volgegoten, en in het item zelf kwam er geen zinnig woord meer uit. Het was geëindigd met de suggestie, of het dreigement, om eens even flink op de tafel te poepen. Het was enerverende televisie geweest, dat dan weer wel. Dus toen Ottie hem vroeg om zijn leven terug op de rails te helpen met een gezamenlijk mediaproject, kon Stefan dat als welopgevoed wereldburger eigenlijk niet weigeren.

Inmiddels had Ottie de touwtjes weer stevig in handen. Van onhandig groot was hij imponerend groots geworden. Dat had ongetwijfeld te maken met alle nieuwe Victory Boogie Woogies, een geschiedenis waarin hij met hulp van Stefan, via een omweg, diep verwikkeld was geraakt. Het betekende dat er hier in het atelier down- en uptime was. Downtime als Ottie in den lande de regelneef uithing, of veldwerk verrichtte, of wat hij ook deed. Uptime als Ottie aan zijn meesterwerk sleutelde, wat Stefan dan vastlegde. Hij haalde veel energie uit zijn uitstapjes, dat was duidelijk: als een wervelwind kwam hij binnen, in no-time haalde hij de boel overhoop. Het ging zo snel en radicaal, en zo vaak opnieuw, dat Stefan de draad al lang kwijt was. Hij kon het alleen maar vastleggen en hopen dat hij na afloop kon reconstrueren wat er hier precies was gebeurd.

Het was helder genoeg begonnen: een week of drie geleden had Ottie zijn moment van inzicht gehad, en was alles in het atelier naar buiten gegaan. Stapels onaffe doeken, materialen, zijn meubilair, inclusief twee versleten bankstellen, zijn boekenkast, inclusief alle boeken: alles. Hij had de boel op het plaatsje in de fik gestoken. Blauwe walmen waren eraf gekomen, maar niemand uit de buurt had er melding van gemaakt. De zwartgeblakerde puinhoop lag nog steeds voor de deur.

En binnen? Stefan vond het moeilijk om er concrete gedachten over te formuleren. Misschien zat er ook wel geen idee achter, en was het een over uren, dagen, weken uitgesmeerde bevlieging. Toch vond hij het te krachtig, te omvangrijk, om het af te doen als the busiwork of a madman. Het hele atelier was erdoor opgeslokt. Een ruimte die, als je de uitstulping met het keukentje en wc-hokje wegdacht, ook daadwerkelijk vierkant was, of liever, ruitvormig. Onuitputtelijk schiep Ottie er, vernietigde hij, herschiep hij. Rangschikte hij de materialen die hij in alle hoeken van de stad had gevonden, die soms per vrachtwagen werden afgeleverd. En zette hij zijn hulpkrachten in: de kinderen, de dieren. Ja, het was hier af en toe een dolle boel. Eigenlijk moest het dak eraf, had Ottie gezegd. Eigenlijk moesten ze de vloer eruitzagen en, hup, in het Stedelijk schuiven.

Dit moest de kunstenaar zijn zoals hij in Berlijn ooit zo'n indruk had gemaakt. Een natuurkracht zowat. Zodanig dat het de critici had laten jubelen, de handelaren had doen kwijlen, de kunstgeschiedenisstudentes bij de dozijnen tot een bedevaart had verleid… waar Stefan het moest doen met één minderjarige scholiere die geen woord sprak en al niet veel beter pijpte. Hij hoopte dat ze ook tegen zijn vrouw stil zou zijn.

Er werd een sleutel in het slot gestoken en omgedraaid. De schuifdeur gleed open. In het felle ochtendlicht zag hij Otties silhouet. Aan zijn zijde een rank schepsel in een lange jurk, Stefan kon niet goed zien wie het was. 'Vers vlees,' riep Ottie, en hij bulderde van het lachen.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 6 maanden geleden

Striptease

1,7

Naar het kinderdagverblijf met Godfried de Ridder II

De portier is scheel. Godfried de Ridder omklemt het handje van de driejarige stevig. Zonder het kind van de man die elke stap die hij zet volgt, is hij niets op deze basisschool. Hij heeft hem, Stefan Kosakowski, geïnstrueerd om buiten op hem te wachten, hij zal zijn kind terug brengen wanneer hij ware kunst zonder bevlekking heeft zien ontstaan. Dat is waarom hij hier is. Een kind heeft niet de geschiedenis die hij met zich mee hoeft te dragen, ideeën roetsjen als van een glijbaan van de kop naar het papier. Ook nu wordt Godfried getormenteerd door gedachtes waar hij geen ruimte voor wil maken. Hij denkt aan Magda, ze lag zo zoet onder ziekenhuislakens. Ze zei niets, helemaal niets, en eigenlijk was dat zo prettig. Voor heel even kon hij geloven dat alleen zijn waarheid echt was, ze zal vast iets gevonden hebben, dat deed er niet toe. De spiertjes rond haar mond die af en toe aantrokken, interpreteerde Godfried als toekenning. Het waren mooie uren die hij aan de rand van haar bed had doorgebracht. Hij wachtte niet totdat ze wakker zou worden, dat zou alles verpesten. Op haar voorhoofd had hij een kus gezet, al voelde hij zich daar een beetje idioot over. Alsof hij dat gebaar direct uit een soap had gekopieerd, hij wist niets beters. Eenmaal uit het ziekenhuis besloot hij af te maken waar hij aan begonnen was, juist omdat hij dat normaal niet doet.
Godfried knikt iets te intens naar de portier, dan trekt hij het armpje van de driejarige hardhandig de lucht in om te laten zien dat hij niet alleen is. Haast wil hij ook nog zeggen: ik heb een kind mee. Gelukkig weet hij die woorden nog weg te moffelen.
“Ik hey hallo,” wordt het.
De portier staart nog steeds even scheel voor zich uit. Godfried versnelt zijn pas, de driejarige trekt zich los en stormt een trap op. Kinderen van drie kunnen erg snel rennen, moet Godfried concluderen. Dan bedenkt hij zich dat hij de naam van de driejarige is vergeten, of heeft hij die überhaupt ooit wel eens gehoord? ‘Zonder kind op een basisschool ben ik niks,’ galmt door zijn hoofd.
De driejarige verdwijnt bovenaan de trap.
“Zeg, ho, …, kind,” probeert Godfried, “kom eens terug nou.”
Zo snel als zijn voeten kunnen snelt hij de driejarige achterna, hij laat de leuning door zijn handen glijden. Boven scant hij de gang, vier deuren, alle voorzien van glas, alle dicht, en nergens een kind. Wat nu? Wat nu? Hij dwingt zichzelf te denken als een kind, dat is immers ook het uiteindelijke doel. Met een slag draait hij de eerste deur open. Een lerares kijkt verbaast zijn kant op, een twintigtal kindergezichtjes doet hetzelfde. Zijn deze kinderen drie, vier of vijf? Godfried weet het niet meer, misschien zouden ze wel zes kunnen zijn. Hij probeert zich in te denken hoe lang de driejarige was. Vergeten, hij is het allemaal vergeten, of heeft hij daar wel naar gekeken. Zijn gezichtje kan hij zich ook niet meer voor de geest halen.
“Wat kunnen we voor je doen?” vraagt de juffrouw met een stem in honing gedoopt, Godfried smelt.
“Ik kom mijn zoon halen,” zegt hij zonder na te denken, zijn ogen zakken in de boezem van de juffrouw.
“We moeten eerst altijd groeten. Is het niet zo klas? Stelt u zichzelf even voor.”
“Ja,” Godfried krijgt het warm, “mijn naam is Godfried, ik kom iemand ophalen.”
Hij wil zichzelf schoppen, waarom zegt hij iemand?
“Goedemorgen meneer Godfried,” klinkt uit twintig kinderkeeltjes.
“Wie is uw zoon?”
Godfried stamelt, hij wil heel erg veel te gelijk. De driejarige moet terug naar zijn vader, dit was een slecht idee. De juffrouw moet met hem mee, zodat hij onder de lakens iets kan bekijken. Het schilderij zal vandaag uit zijn vingers ontstaan, een echt meesterwerk. Zonder veel te zeggen schuifelt Godfried het lokaal uit en snelt, eenmaal op de gang, het schoolgebouw uit. De wind blaast zijn haar de andere kant op.
“Ik ben hem kwijt,” Godfried schreeuwt naar Stefan, die hem nog niet hoort, alleen verbaast opkijkt, “ja, ik ben je zoon kwijt.”

Alma Mathijsen

4 jaren, 6 maanden geleden

Kunst in China

2,0

Monologue intérieur du chevalier

—Dat was dat… telefoongesprekken duren meestal te lang… ’t liefst zou ik alleen een afspraak maken en de rest live doen… er gaat altijd informatie verloren maar live is het minder rampzalig. Binnenkort dus met Lianne Verstraaten op ’t stadhuis… Verstraaten… Lianne… die naam doet een belletje rinkelen… ze klonk jong… heeft ze bij Puck op school gezeten? Ik moet haar weer eens bellen… of misschien moet ik wachten tot ik goed nieuws heb… of tot zij goed nieuws heeft. Wanneer is ze jarig? Puck… Puck… Puck. Ergens eind september, maar was het de 24ste of de 25ste? 26 september misschien? Lianne Verstraaten… met haar om de tafel, maar ook met Van Zwaaij, met Chen, en zijn vrouw… of ik de Chinezen wil bijstaan. Wat een ellende, dat tolkenverhaal, hoe dat in vredesnaam op mijn pad is gekomen… het is mooi dat ik erbij kan zitten… daar niet van… het geeft me een goede uitgangspositie om het project te pluggen… met een beetje geluk hoef ik niet teveel te vertalen… mijn Mandarijn is roestig… beurs. De Chinese jaren liggen ver achter me… eigenlijk wil ik er zo min mogelijk aan denken. De periode die de Berlijn-periode had moeten overtreffen, maar die me vervreemdde van mijn gezin, die me een paar jaar totaal buiten de kunstkritiek hield, die me enkele keren op een haar na mijn leven kostte… en waarin ik eigenlijk niets van betekenis maakte. Zou Verstraaten echt iets kunnen doen voor het project? Laat ik niet meteen denken dat het waarschijnlijk toch niet kan… dan weet ik bij voorbaat al dat het mislukt. Ze zei inderdaad meteen dat er geen budget is… het onmiskenbare no go signal voor iedere zichzelf respecterende ZZP'er… wie denkt ze dat ik ben… een goedkope hoer… al past het natuurlijk in de zeitgeist… zoals Toyota auto's ging maken volgens het just in time-principe, met precies genoeg onderdelen, precies op het juiste moment in de fabriek… als het misging lag meteen de productielijn stil… en dat was zo erg, zo'n ramp, en dat boezemde iedereen zoveel angst in, dat het nooit fout ging… het dwong af dat die wagens extreem efficient gemaakt konden worden… op vergelijkbare wijze stevenen wij af op een barely on budget-economie. Waarin iedereen net genoeg geld heeft om niet dood te gaan, en net genoeg aandacht krijgt om zichzelf belangrijk te kunnen blijven vinden… altijd maar op zoek naar de volgende schnabbel. Waarom gaat Van Zwaai, de geldwolf, überhaupt in op zo'n uitnodiging? Is het vanwege de link met de musea? Tja, dat is natuurlijk ook voor mij wat dit verhaal toch nog interessant maakt… moet ik Stefan meevragen naar dat gesprek? Nee… die is nodig in ’t atelier… nodig bij ’t project… dat is momenteel het allerbelangrijkste. Wat zal ik Verstraaten precies voorstellen? Iets absurds, iets geniaals… als ze die Victory Boogie Woogies nou eens ophangen in, weet ik veel, een zaaltje in ’t Stedelijk? En dan de burgers oproepen om hun eigen versies te maken… en die er naast hangen… er moet ruimte zijn voor tientallen bijdrages. Tot niemand meer weet wat de echte is… dan een wedstrijd uitschrijven… John Ewbank een swingende overwinningsboogiewoogie laten componeren… hopen dat de winnaar Piet zelf is… smullen als het niet zo blijkt te zijn… controverse natuurlijk… maar ik denk dat we dit soort verzetjes nodig hebben om boven water te blijven in deze anti-intellectuele eeuw. Die user generated bijdrages worden allemaal klote natuurlijk… zoals ’t gaat bij zulke projecten… als je dit werk niet net zo serieus neemt als een professional, kun je nooit visie hebben, nooit de vaardigheid. Op het laatst knallen we dan mijn project erin, terwijl de hele wereld toekijkt. Volgens mij is er dan flink stront aan de knikker. Wat natuurlijk de bedoeling is. Nou goed… we gaan het zien… wij gaan zien. Toch.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 6 maanden geleden

Plastic meisjesringen

1,0

Zin om naast je te komen liggen

—Zal ik heel eerlijk zijn?
—…
—Ik denk nog wel eens aan je, Magda.
—…
—Niet te vaak hoor. Maar soms, als ik meisjes over straat zie gaan… van die studentenmeisjes in kliekjes. Houtjetouwtjetypetjes. Dan denk ik aan jouw zwerm, en hoe die neerstreek bij mij in het atelier…
—…
—Het was een hele andere tijd… begin van de jaren tachtig… eenentachtig? Tweeëntachtig? De avond was al aan het vallen toen jullie arriveerden… stinkend kwamen jullie uit dat grauwe blauwe Simcaatje rollen… nu ik erbij stilsta komt het vrij scherp terug. Geen rooie cent natuurlijk. Ik ook niet, al kon ik dat moeilijk laten blijken. Het was niet alsof ik jullie naar een hotel kon doorverwijzen… maar door jullie te laten blijven, gaf ik waarschijnlijk het verkeerde signaal af.
—…
—Ik kan je zo nog voor de geest halen… in je nepbontjas… broekpak in roze latex… met je plastic ringen… enorme dingen om al je vingers, in primaire kleuren… zat daar toen al wat Mondriaan in? Wat verkitsching van de grote priegelaar uit Amersfoort? Voor mij was je een van de meisjes… en dan bedoel ik, nog buiten het groepje waarmee je langskwam. Terwijl ik wist dat ik voor jou meer was dan dat… anders had je niet die hele rit gemaakt… als een soort kunstenaarsgroupie…
—…
—Als ik jou toen anders had behandeld… na gebruik terzijde had gelegd… was mijn carrière heel anders verlopen. Dat weet ik zeker. Dan was ik nu een stroming op zich geweest. De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars, maar vooral ook door de geschiedkundigen… de wetenschappers… de valse ex-liefjes… had ik toen kunnen weten dat jij zo invloedrijk zou zijn? Dat kon toch niet? Ik had toch niet iedereen met respect kunnen behandelen in die tijd? Dat was toch onmogelijk geweest? Dan zou het heelal zijn geïmplodeerd…
—…
—Hoe dieper ik graaf, hoe troebeler het wordt… ik weet nog precies hoe je haar zat, maar waar het nou precies op stuk liep? Je maakte het jezelf ook niet makkelijk, geloof ik. Je studeerde… ja, kunstgeschiedenis natuurlijk… dat kan niet anders… hoorde daar een bitse houding bij? Het was zo moeilijk om te begrijpen wat er omging in jouw hoofd… je kwam uit bewondering, maar ging niet weg zonder vinnige kritiek op ieder element van mijn nietige leven. Alleen mijn doeken spaarde je niet… maar het smerige hok daar… mijn persoonlijke hygiëne… mijn omgang met je vriendinnen en jou… mijn voorstel om het een keer met z'n allen te doen, alsof dat niet geweldig goed in de geest van die tijd had gepast. Het leek wel alsof je walgde van het banale bestaan dat schuilgaat achter ieder kunstwerk… maar het een kan niet zonder het ander, Magda, begrijp je dat inmiddels? Dat is hoe kunst wordt gemáákt!
—…
—Vind je niet dat er geweldig veel kan veranderen in dertig jaar? Kijk mij nou eens… ik ben getrouwd geweest… heb een dochter… misschien word ik binnenkort opa, misschien ook wel niet, maar biologisch zou het kunnen en bij de wet zou het mogen. Ben jij eigenlijk ooit getrouwd geweest? Heb je lange relaties gehad? Heb je kinderen gebaard? Denk je soms nog aan ons in Berlijn? Denk jij er nog wel eens aan?
—…
—In de eerste plaats is het verschil tussen ons natuurlijk dat jij lelijker bent geworden en ik met de jaren knapper… zoals dat gaat met mannen… als we al knap en wijs worden, dan is het op den duur. Jullie, daarentegen, beginnen mooi… jullie hebben het voor het zeggen als jullie jong zijn… eeuwig zonde om je dan al voor de leeuw te werpen… wat moest je in godsnaam met zo'n in zichzelf gekeerde, bokkige viespeuk als de wereld aan je voeten lag? Je was de mooiste van het stel, dat wist je toch wel? Ik denk dat je dat heel goed wist… maar moet je nu eens zien hoe je erbij ligt… in een ziekenhuisbed verdomme… een verschrompelde hoopje ellende… een symbool van vergankelijkheid, en nog ongelukkig ook… zo ongelukkig dat je er onverstandige dingen van bent gaan doen…
—…
—Ik zou er bijna van terug naar Berlijn willen gaan… terug in de tijd… om alles anders te doen… je met open armen te ontvangen… je te verzorgen, te knuffelen, te koesteren… maar goed… wat zou daar de uitkomst van zijn geweest? Dan waren we misschien getrouwd… dat zou nooit lang goed zijn gegaan… twee betweters… twee vakidioten… misschien nog wel meer, als we kinderen hadden gekregen. Daar zou weinig goeds van zijn gekomen.
—…
—…
—…
—Zal ik nog eens wat zeggen?
—…
—Ik heb zin om naast je te komen liggen.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 6 maanden geleden

Averij

1,3

Ik denk het telwoord

—Hallo?
—Hallo, met Joy Puik, freelance journalist, spreek ik met Godfried de Ridder?
—Daar spreek je mee.
—Ha, fijn. Ik houd me momenteel voor AS3 bezig met de Chinese Victory Boogie Woogie, en als ik het goed begrijp weet u daar meer van.
AS3, is dat nog steeds op de televisie tegenwoordig, of alleen nog maar op internet?
—Internet, radio, tv, alles… ik bel u omdat ik u enkele vragen zou willen stellen over het schilderij en uw relatie ermee…
—Brand los…
—Eigenlijk zou ik u later vandaag willen interviewen, met een camera erbij, op een gepaste locatie. Wellicht uw atelier?
—Mijn atelier? Dat wordt… lastig. Het ligt er momenteel wat ontoegankelijk bij… er is daar net een groot project aangevangen. Het is nog wat… breekbaar… het nu blootstellen aan vreemden is het in de kiem smoren. Sowieso komt het vrij beroerd uit nu, qua timing. Ik ben momenteel in het VU, begrijp je?
—Er is toch niets ernstigs met u?
—Het is maar hoe je het bekijkt. Maar ik ben hier niet voor mijzelf, als je dat bedoelt. Ik bezoek een oude vriendin.
—Kan ik het dan telefonisch doen? Ik zal het kort houden.
—Wat dat betreft kan ik niets beloven.
—Wat wat betreft?
—Wat betreft het kort houden.
—…
—Maar stel vooral je vragen. De tijd loopt.
—De prangendste vraag dan maar als eerste… hoe bent u persoonlijk nu eigenlijk betrokken geraakt bij de hele Mondriaan-kwestie?
—Dat schip ligt vlakbij mijn atelier in de haven, hè? Ik kan er zo naartoe lopen. Op een gegeven moment hebben we daar iets gefilmd…
—We?
—Een vriend en ik. Hij filmt mij. De hele tijd, althans, als het hem uitkomt.
—Hoe heet die vriend?
—Stefan Kosakowski… het is ook een goede fotograaf… zullen we ter zake blijven?
—Sorry, zijstraatje… u filmde bij de Elefteria.
—Stefan heeft mij de opname pas veel later getoond. Laten we zeggen dat de significantie van wat er achter mij in beeld te zien was, pas helder werd toen ik het schilderij bij Matthijs van Nieuwkerk in de uitzending zag. Als ik bami eet, doe ik dat altijd met Matthijs op de achtergrond… er zijn tal van dingen die mij dan duidelijk worden, vooral over de teloorgang van onze samenleving… maar zelden heb ik daaraan zo'n concrete actie gekoppeld als toen…
—En welke actie was dat?
—Ik ben naar het schip gewandeld. Daar trof ik de Chinees aan. En van het een kwam het ander. Laten we zeggen dat ik de averij ten dele heb kunnen herstellen… in volle vaart…
—Je treedt nu op als woordvoerder van Chen, en van zijn neef Li… de bezitters van de vierde Victory Boogie Woogie. Chen was enkele weken eerder al met een derde versie gekomen… de versie die Fei Fei, zijn vrouw, nu in het bezit heeft. Dát schilderij had Chen na vele omwegen, en met grote moeite, per schip de Amsterdamse haven in gekregen. Als dat zo moeilijk was, waarom kon hij de vierde versie dan zo eenvoudig door Li laten invliegen?
—…
—Heeft u daar een idee over?
—Ten eerste, de frase 'woordvoerder' laat het zwaarder klinken dan het in werkelijkheid is. Het Nederlands van Chen is simpelweg wat roestig… het zou bot zijn om zo'n jongen niet even te helpen met zijn taalkloof. Ten tweede, de hele logistiek van de operatie… eens even kijken… ach, gadverdamme… pardon, ik moet geloof ik gaan ophangen…
—Snel nog een laatste vraag? Echt de allerlaatste…
—Nou…
—Kunt u kort beschrijven wat het verschil is tussen de derde en de vierde versie?
—Het telwoord? Ik denk het telwoord.
—Meneer De Ridder… iedereen wacht natuurlijk op het oordeel van Magda Vlekveld over dit schilderij. Heeft zij zich er al over uitgelaten?
—Uitgelaten… dat is zo'n heftig woord. Magda heeft net over mijn broek gekotst… als dat een indicatie is, moet het een flink beroerde versie zijn. Maar je bent journalist hè? Laat ik me dan vooral niet te negatief uitlaten… laten we het erop houden dat Magda vooralsnog laaiend enthousiast is, dat het volk staat te juichen, dat zelfs God een beetje jaloers is… heb je dat opgeschreven?

Niels ’t Hooft

4 jaren, 6 maanden geleden

Kinderdagverblijf

1,4

Naar het kinderdagverblijf met Godfried de Ridder

“Ik heb nu geen zin in jou,” Godfried de Ridder houdt de deur in zijn hand, “ga maar foto’s van eenden maken, weet ik veel, is het geen broedseizoen?”
Het is 9 uur in de morgen, de zon schijnt fel naar binnen, de fotograaf staart Godfried even aan en stapt dan langs hem heen naar binnen. Op de grond liggen tientallen doeken, die schilderijen noemt Godfried ‘zorgenkindjes’. Hij weet niet hoe hij ze af moet maken, de uiteindelijke versie is nog lang niet daar. Op een bijzettafeltje liggen tubes verf klaar, zelfs de dopjes zijn eraf gedraaid. Godfried had gehoopt dat hij onder de verf zou zitten wanneer de fotograaf zou aanbellen, maar hij durfde de hele nacht geen veeg op het doek te zetten. Hij dacht aan een nieuws-item dat hij als kind had gezien. Een meisje, niet ouder dan zes, had tijdens het tekenuurtje een meesterwerk gemaakt. Met ecoline had ze een abstract werk geschilderd. dat iets in mensen ontdooide. Ze werd geïnterviewd, ze zei dat ze niet wist wat ze had gedaan, dat ze gewoon aan het kleuren was. Het stuk werd opgenomen in de collectie van het Guggenheim. Het meisje had niet door dat ze een meesterwerk maakte, ze had het niet door. Die woorden spookten door het hoofd van Godfried. Hij had altijd door waar hij mee bezig was, over elke verfstreek die hij zette dacht hij eerst na, hij verloor zichzelf nooit.
“Van dat werk hoef je geen foto’s te maken.”
De fotograaf draait zich om.
“Ik maak foto’s van je leven, dit is je leven.”
“Weet jij wat Piet Mondriaan deed met een schilderij dat niet lukte?”
“Moet ik raden?”
“Ja, doe maar,” zegt Godfried ongeduldig.
“Strikvraag. Het lukte altijd, want hij ging door tot het goed was?”
“Nee, fout! Ha, hartstikke fout.”
“Wat dan?”
“Hij nam het doek mee naar zijn tuin, zette het neer en schoot het neer met een 9 millimeter pistool. Dat was Piet.”
“Wil je schilderijen gaan afschieten?”
Godfried raakt geïrriteerd: “Een doek is pas een painting als het af is. Nu is het een doek. Je begrijpt het niet. En schieten, ja, dat kan ik helemaal niet. Ik kan dat toch niet? Ik kan niet eens een doek verwoesten, laat staan een goed werk maken.”
Hij gaat zitten op zijn bank, hij weet zichzelf geen houding te geven. De fotograaf knielt voor hem neer en klikt.
“Flikker nou een eind op, zeg.”
Ware kunst komt tot je, die kun je niet verzinnen. Godfried wil zien hoe die ontstaat. De vraag is of zoiets valt af te kijken. Hij wrijft zijn rimpels samen, en snuift een aantal keer hard.
“We gaan op stap,” zegt hij dan.
“Als het buiten is, moet ik een andere lens pakken.”
“Pak die dan.”
“Die ligt thuis.”
“Op een dag is onze samenwerking voorbij, ik hoop dat je dat begrijpt.”
“Ik woon niet ver.”
Een lange stilte.
“Heb jij eigenlijk kinderen?”
“Ja, hoezo?”
“Hoe oud?”
“Drie en vijf, hoezo?”
‘Waar is die driejarige?”
“Bij mijn ex, hoezo?”
De ogen van Godfried beginnen te twinkelen, hij slaat zijn handen in elkaar.
“Eerst halen we je lens, dan halen we de driejarige, en dan gaan we naar een kinderdagverblijf. Ik neem je mee op zoektocht naar ware kunst.”
Een tevreden glimlach straalt op het gezicht van Godfried. Dit is hoe het zal gaan. Hij zal zien hoe kunst in zijn puurste vorm gemaakt wordt, zonder belemmering van enige kennis van zaken. Kunst glijdt zo zonder oordeel van het brein uit de vingers van de kinderen.
“Waarom heb je daar mijn zoon voor nodig?”
“Zeg, zeg, jij bent hier omdat ik je een plezier doe. Nu mag jij mij een plezier doen. Als wij, twee mannen van middelbare leeftijd…”
“Ik ben 28.”
“Als wij, twee mannen van gemiddelde leeftijd een kinderdagverblijf binnen lopen zonder kind, dan is dat is raar. Dat vinden de mensen raar. Daar moet een kind bij.”
“Ik ben niet op zo’n goede voet met mijn ex. Ik weet het niet.”
“Nog beter.”
Een half uur later staan ze voor de deur van de ex. De bel zoemt lang door. De fotograaf draait zich om, haalt zijn handen door zijn haar en vloekt zachtjes. Godfried doet moeite om zijn gezicht strak te houden. De deur gaat open, een vrouw in velours joggingpak doet open.
“Mijn naam is Godfried de Ridder en ik kom uw zoon ophalen.”

Alma Mathijsen

4 jaren, 7 maanden geleden

New York in de jaren 40

1,0

Gevangen tussen de wind en de wal

—Oké Ottie, camera loopt… note to self, ik moet je straks nog onze opnames van de Eleftria laten zien… beroerde beelden en het moment was zo voorbij, maar wát je ziet, fascineert. Hoe dan ook, vertel… waarom ben je zo opgewonden?
—Het begon toen ik gisteravond met een oud-klasgenoot in de kroeg zat. Zonderlinge kerel… ooit een hoge pief met een belangrijke baan, maar inmiddels aan lager wal geraakt. Mooie uitdrukking is dat, aan lager wal… zeilterminologie voor als je met je schip gevangen raakt tussen de wind en de wal. Betekent niet alleen dat je in de penarie zit, maar juist ook dat je er niet zomaar uit komt.
—On topic…
—We hadden een uitstekend gesprek, Christiaan en ik… over het leven, de kunst, hoe die twee vervlechten en elkaar betekenis verlenen. Waarom is het toch zoveel aangenamer om te converseren met mensen met wie het slecht gaat?
—Misschien omdat ze tijd voor je hebben?
—Toen kreeg ik een berichtje van mijn nichtje op mijn telefoon. De oudste van mijn zusje Hanneke, Eva heet ze… heb je haar wel eens ontmoet?
—Volgens mij niet.
—Ik zou ook eigenlijk niet weten waar je haar had moeten tegenkomen.
—In ieder geval kreeg je een bericht van haar…
—Ja, ze meldde dat ze net moeder was geworden. Foto erbij van de pasgeborene. Mooi hè? Het wonder van nieuw leven.
—En dat is relevant want…
—Kom ik straks op terug!
—…
—Eerst nog even het gesprek met Christiaan. Naarmate de avond vorderde, werd dat alleen maar beter…
—Rode wijn?
—Vanzelfsprekend. Maar dat kan niet de enige verklaring zijn voor ons euforische gevoel. Steeds meer kregen we het idee dat alles waarover we spraken in grote mate samenhing… en dat het zo bedoeld was. Dat we niet voor niets in de put zaten, dat we dit moesten ondergaan, als het ware, en dat dit alles zou culmineren in een groots creatief hoogtepunt.
—Waar hadden jullie het dan over?
—Ten eerste Mondriaan. De primaire kleuren waarop hij uit was gekomen… de manier waarop hij de complexiteit van de wereld had teruggebracht tot de absolute essentie…
—Dus je bent nu weer pro-Piet?
—Ten tweede het kindje van Eva, dat óók de absolute essentie vertegenwoordigt, maar met een andere aanvliegroute… een pasgeborene is puur, niet door de reductie van complexiteit, maar doordat de complexiteit nog maar minimaal is toegenomen.
—En toen, wat gebeurde er toen?
—Om kort te gaan, Stefan, zijn we mijn nichtje gaan opzoeken.
—What the fuck… midden in de nacht?
—Het was inmiddels ochtend. En we waren eerst nog naar mijn atelier gegaan om wat blikken verf te halen als kraamcadeau. De eenvoud van het kind in combinatie met de eenvoud van die kleuren, dát leek ons de volgende stap.
—…
—Blauw, geel, rood, zwart. Prima kleuren.
—Wat zei Eva dan? Die was toch nog maar net bevallen?
—Ik moet toegeven dat ons bezoek geen succes was. Tegen die tijd waren we ook al aardig ver heen…
—Want je nichtje zat niet te wachten op een product van de chemische industrie als cadeau voor haar kwetsbare baby. Quelle surprise!
—Ze heeft ons niet gezien. De kraamhulp deed open en liet ons niet binnen, maar haalde Eva's vriend… en die herkende Christiaan als Eva's oude baas…
—O?
—Ja, ingewikkeld verhaal… ik vertelde toch dat Christiaan gevangen zat tussen de wind en de wal? De neergang begon toen hij aan zijn assistente had gezeten… aan haar kont. Misschien moet je hem eens interviewen, hij kan er goed over vertellen. Het is een hele geschiedenis.
—Dit verhaal is niet ingewikkeld Ottie, maar onsamenhangend… en als je het mij vraagt verzonnen…
—Nee… het is waar… en alles heeft met elkaar te maken. Kijk, die assistente is mijn nichtje. Chris dacht dat Eva avances maakte, terwijl ze moed stond te verzamelen om haar zwangerschap te onthullen. Achteraf heeft Chris mij via Facebook opgezocht vanwege dat voorval… een wanhopige poging om de angel uit zijn ongeluk te trekken. Zelf ontkent hij dat, maar anders zou het toch té toevallig zijn?
—Nogal ja… desalniettemin klinkt dit als een soap, als drama, niet als de artistieke doorbraak waarnaar je steeds hint…
—Dat komt nu.
—…
—Het volgende wat ik me herinner is dat ik met Christiaan op het balkon van zijn nieuwbouwflat sta… met die blikken verf in mijn rugtas. Die flat is voor Chris het symbool van zijn nederlaag… maar toen ik daar op de zeventiende verdieping de buitenlucht instapte, ontvouwde zich voor mijn ogen iets waanzinnigs. Rechts van ons het IJ, maar belangrijker, links van ons de stad, een blokkenpatroon, zoals Mondriaan dat moet hebben gezien in het New York van de jaren veertig… en ik werd getroffen door een diep gevoel van compleetheid… mogelijkheid… het ware leven…
—En wat heb je toen bedacht?
—Het eerste idee was om de verf van het balkon te smijten. Maar de blikken zaten dichtgekoekt… we kregen de deksels er niet af… en het leek ons gevaarlijk om ze ongeopend naar beneden te keilen…
—En het tweede idee?
—Het tweede idee was dat er helemaal geen kunst meer nodig is, omdat alles al bestaat, daar beneden. Snap je?
—…

Niels ’t Hooft

4 jaren, 7 maanden geleden

Geldnood

1,8

Oppervlak

Christiaan Pitka had nooit gedacht dat hij ooit nog eens in geldnood zou komen. Een jaar geleden toerde hij met zijn Maserati nog door het Europese laagland, op zoek naar dat ene sterrenrestaurant, dat hij uiteindelijk in een verbouwde hoeve in de oostelijke Ardennen vond. Hoe anders was zijn leven nu. Zeven maanden geleden was hij ontslagen als directeur van de Rijksgebouwendienst nadat hij zijn hand op de billen van zijn secretaresse had gelegd, juist op de dag dat ze aan iedereen wilde vertellen dat ze in verwachting was. Rusteloos en verlegen had ze aan het raam van haar kantoortje gestaan en in een vlaag van wellust had Christiaan haar gedrentel opgevat als een tersluikse uitnodiging tot toenadering. Vier dagen later stond hij de spreekwoordelijke kartonnen doos te vullen met de inhoud van zijn bureaulades en stonden de ingelijste posters die zijn kamer opfleurden in een rijtje op de grond. Nog één laatste keer keek hij naar het uitzicht, en bedacht hij dat hij zijn vrouw nog niets had verteld, hiervan, nee, nergens van. Misschien omdat hij een beetje bang voor haar was, maar veel meer omdat hij niet wist hoe er over te beginnen. Geen wonder, dus, dat die middag zijn leven glorieus en definitief in elkaar donderde, niet in het minst omdat zijn vrouw meer van de luxe hield dan van hem. Nu, ettelijke maanden en rechtszaken later, kon hij rustig en spijtig concluderen dat zijn scheiding hem had geruïneerd, emotioneel en financiëel. Avonden lang zat hij op een nieuwbouwflat aan het IJ achter zijn computer te dwalen op het internet. Niks denkend, niets voelend, nurks, en met een te vol glas wijn ernaast. Via Facebook was hij weer in contact gekomen met zijn schoolvriend Godfried, die, zo bleek na een aantal chats, ook niet de levenswandel had gehad die hij had gehoopt. Dus ze hadden weer afgesproken, om hun gedeelde verleden en hun beider geleden verliezen te drenken in alcohol. Ze klonken op het leven en klokten de rode wijn in hoog tempo weg in de nacht. 'Wat ga je nu doen?' zei Godfried met oprecht sentiment in zijn ogen. 'Ik weet het werkelijk niet,' zei Christiaan. 'Ik kan het nog een jaar uitzingen op deze manier en dan moet ik ergens anders wat hebben. En jij?' 'Ik ben bezig mijn wederopstanding te organiseren met gemanipuleerde beelden waar ik de media mee ga bespelen.' 'Echt?' zei Christiaan. 'Echt', zei Godfried. 'Echt, echt. Echt. Het spannendste thema wat er nu speelt, is het verschil tussen echt en onecht. Wat is er virtueel, wat is echt. Wat is er namaak, imitatie, kopie, serieproductie, gemediëerd en wat is er echt.' 'Je bedoelt zoals dat gedoe over die Mondriaan?' 'Precies. Ligt bij mij om de hoek, dat schip.' zei Godfried met een houterig soort van trots. Christiaan negeerde het. 'Ik had een reproductie op mijn werkkamer hangen, bij de Dienst. Het was mijn favoriete ding om naar te kijken. Gewoon omdat het een oppervlak is, en meer niet.' Een knotsgek orgelriedeltje klonk uit de broekzak van Godfried. Hij pakte zijn telefoon en keek op het scherm. 'Ach, wat leuk. Wat leuk. Een jongetje.' Christiaan keek hem vragend aan. 'Mijn nichtje. Is net bevallen.'

Mitch

4 jaren, 7 maanden geleden

Meesterwerk

1,2

Een mooi shot van jou met het schip achter je

—Dag Stefan, goed dat je eindelijk… wie is dit?
—Weet je nog dat ik je vertelde over die scholiere, Godfried? Kom, trek je jas aan, we gaan de haven in.
—Het regent.
—Je opmerkingsvermogen is onverminderd scherp, hoor ik al. Maar ga mee, we willen op locatie filmen.
—Ik dacht dat je alleen foto's ging maken.
—De plannen zijn gewijzigd. Lucia is van de YouTube-generatie, voor haar is dit vanzelfsprekend. Het liefst wil ze zo'n brilletje met een camera erin. Dan maak je nooit meer géén video.
—Hallo Lucia, aangenaam kennis te maken.
—Ze is niet zo spraakzaam. Ligt niet aan jou. Haar projectweek bij mij op de studio is al bijna achter de rug, maar ze heeft nog geen drie zinnen gezegd.
—Dit herinner ik me nog van mijn eigen dochter, toen ze ongeveer jouw leeftijd had. Razende hormonen, gevoelens waar je niks mee kan… de ooit zo vanzelfsprekende superioriteit van je ouders brokkelt af als een zandkasteel…
—Lucia's vader en moeder zijn aan het scheiden, dat maakt de puberteit niet makkelijker voor haar.
—Misschien moeten we niet in de derde persoon over je praten?
—Strakke ouwemannenregenjas heb je trouwens. Doet het goed op video… roept vertedering op. Verregende schilder in donkergroen jarentachtigrainwear, persoonlijk zou ik het meteen liken! Ben je er klaar voor?

—Als ik het goed heb begrepen, ligt het schip vlakbij Van Pettens fietsenhandel aangemeerd… oftewel, hier ergens.
—Dáár is het.
—Ben je hier al eens geweest?
—Zo voelt het wel, maar ik heb het echt alleen bij het journaal gezien. Kan je er een beetje voor gaan staan? Dat we een mooi shot hebben van jou met het schip achter je?
—Zo?
—Ja, precies zo.
—Hé, maakt Van Petten nou een foto van me met zijn telefoon?
—Zodra de camera's op je gericht zijn, ben je een beroemdheid hè? Dan wil iedereen een plakje van de taart.
—Stil even, ik hoor niet… volgens mij roept Van Petten iets… ah, hij loopt alweer naar binnen. En geef hem eens ongelijk, met dit hondenweer…
—Ken je hem?
—Die jongen zit hier al zo lang als ik mijn atelier heb…
—Jongen? Hij is bijna even oud als jij.
—Hij heeft jarenlang met zijn vriendjes op gitaren staan raggen in die loods van hem. Herrie joh… water draagt hè… als het windstil is. Volgens mij had Van Petten wat geld uit een erfenis… daardoor heeft hij een paar decennia lang letterlijk niets nuttigs hoeven doen. Pas een paar jaar geleden is hij zijn handel in fietswrakken begonnen. De een zijn schroot is de ander zijn brood, dat idee. Kennelijk was het geld op aan het gaan.
—Kan je iets zeggen over Mondriaan? Iets onzinnigs, zoals toen ik je laatst aan de lijn had? Dat soort uitspraken roepen reacties op. Hoe onbesuisder, hoe beter. Dat is wat de mensen willen horen. De maatschappij van nu is een bullshitocratie. Trouwens, Lucia, zet dat maar niet in je projectweekverslag.

—Wat je vorige week zei, heeft me aan het denken gezet, Stefan.
—Niet refereren aan mij… mij kent de kijker niet…
—Iemand zei vorige week iets, en dat is blijven hangen in mijn hoofd… dat het weer tijd werd voor vernieuwend werk… werk dat me weer in de aandacht van de kunstkritiek kan plaatsen… en van de media in het algemeen…
—Kun je iets over Mondriaan zeggen?
—Ik was op weg…
—To the point komen. De mensen hebben geen geduld voor anekdotische omwegen.
—Ik wil een nieuwe serie doeken gaan maken… installaties… geïnspireerd op Mondriaan. Geïnspireerd op de Victory Boogie Woogie. Bewerkingen ervan. Geen cynisch maatschappijkritisch commentaar of zo… dit wordt volledig postironisch. Mijn nieuwe werk gaat Mondriaan plaatsen in onze media…
—Dit is waardeloos, Ottie. Dit is niet wat ik je heb gevraagd.
—Klinkt het je niet revolutionair in de oren dan? Ik zit te denken aan de Yakitori Tinky Winky, een versie met gespieste Teletubbies. Daar heb ik al wat schetsjes van. Of de Kikvors Wooly Wooly… ik weet nog niet wat het wordt, maar het bekt alvast heel lekker.
—Hé, volgens mij zie ik iets bewegen op het schip…
—Stefan, ik begin het idee te krijgen dat het je helemaal niet om mij te doen is…
—Is het die Chinees? Kom mee Lucia, we moeten dichterbij zien te komen!

Niels ’t Hooft

4 jaren, 7 maanden geleden

Improvisatie

1,7

Ik vond dat altijd iets romantisch hebben

—Godfried, gozer, kan ik je straks terugbellen? I'm in the middle of something.
—Stefan… ik ben alleen benieuwd… heb je de foto's al ontwikkeld?
—Ontwikkeld? Really?
—Dat zeg ik ook maar om te benadrukken dat ik de tijd heb meegemaakt waarin de dingen nog fysiek waren… werkelijke waarde hadden. Maar heb je er al naar gekeken?
—Nou ja, ik heb ze van mijn camera gehaald. Alle 233. 234? De ellende van digitaal is dat je er, als je even niet oplet, meteen honderden maakt. Volgende week zit hier een meisje van vijftien… projectweek van school… zij mag de selectie maken.
—Maar is het wat? Hoe sta ik erop? Maakt het iets bij je los?
—Godfried, ik heb gefotografeerd hoe je een fles rode wijn opdrinkt. Old man empties bottle. Als dat überhaupt iets heeft losgemaakt, was het in jouw hoofd.
—…
—Ik bedoel, het idee is dat er op termijn iets zichtbaar gaat zijn. De opkomst van een kunstenaar. Zijn wederopstanding. Zijn ondergang. In het beste geval, hè… het kan natuurlijk ook dat het nergens toe leidt. Laten we vooral rekening houden met de slechtst mogelijke uitkomst.
—Wat mij mooi lijkt is als er onverwachte details opduiken in je foto's. Ik denk aan Antonioni… Blow-up… een mysterieuze schittering in een bosje blijkt een vuurwapen…
—Jouw buurt leent zich daar goed voor, er gebeurt altijd wel iets in de haven. Al vrees ik dat geweldsdelicten niet meer zo tot de verbeelding spreken als in de sixties. Marokkanen die iemand een mes tussen de ribben steken voor een iPhone… daar kun je moeilijk nog een bedachtzame arthousefilm van maken…
—Zou het toch niet beter zijn om te filmen?
—…
—Zo'n… hoe noem je dat… docusoap… over mij. Dat is toch wat de mensen tegenwoordig willen?
—Ottie, hier hebben we het eerder over gehad. Alle respect voor jou en je werk, maar ik heb geen tijd om je zeven dagen per week te filmen. Om nog maar te zwijgen over de montage… wat een tijdrovende kutklus is dát. Meer dan een fotoreeks zit er echt niet in. Desnoods maken we er een fotostrip van… tekstballonnetjes erbij. Maar ik sta te koken hier… te bakken… het is altijd een godsgenoegen om met je te babbelen… maar ik moet nu echt verder…
—Denk je dat foto's dezelfde impact kunnen hebben als een tv-programma? Vorige keer zei je dat je snel naar de foto's zou kijken om daar een uitspraak over te doen.
—Weet je wat impact kan hebben? Als je weer eens vernieuwend werk ging maken… zoiets als wat je in de eighties in Berlijn deed. Toen zagen de critici een belofte in je, toch?
—Dat is een ontologie of vijf geleden… Nu gaat het er alleen nog om wat de mensen van je vinden. Als je erin slaagt ze te laten geloven dat je een kunstenaar bent, dan ben je het. Een meeslepende visie, charme… daar begint het mee. Talent bestaat niet meer. Vakmanschap, idem dito. Voordat ze wegging zei Nicole steeds dat ik aan mijn imago moest werken… dat ik anders hier in de garage zou verpieteren… en ze had een punt. Ik heb nog een paar decennia voor de boeg. In die tijd kan er nog van alles gebeuren, dus het is hoog tijd dat ik van mezelf laat horen.
—Geloof je dat echt?
—Dat is hoe het nu werkt. Voor mijzelf is er niets dan het werkproces om genoegen uit te putten… maar dat moet ik faciliteren door mezelf op gunstige wijze te presenteren in de media. Anders kon ik net zo goed al dood zijn.
—…
—Trouwens, wat het proces betreft… mis jij je doka niet? Ik vond dat altijd iets romantisch hebben… het rode licht… het fotopapier… de chemicaliën…
—Ik heb nooit een doka gehad, Godfried…
—Je kan toch valse nostalgie koesteren?
—Nu ik je toch aan de lijn heb… ik wilde nog aan je vragen of je die Chinees hebt gezien… met zijn Mondriaan. Is dat niet bij jou in de buurt?
—Een Chinees met een Mondriaan?
—Iemand die zegt dat hij een versie van de Victory Boogie Woogie bezit… hij ligt aangemeerd in de haven. Als een soort sinterklaas komt hij per schip een cadeautje overhandigen… aan de hoogste bieder. It's all over the news.
—Mondriaan… ouwe boef… dat is nou precies wat ik bedoel. Hij zéi dat het ging om waarheidsvinding… de verinnerlijking van de wereld om hem heen. Maar eigenlijk overtuigde hij diezelfde wereld er met zijn gewauwel van dat hij ertoe deed. Dat gepruts met plakbandjes… interessantdoenerij…
—Serieus… ga je nu Mondriaan lopen dissen? O!
—…
—Tering… mijn ei is zwart… de keuken staat blauw… Godfried, ik hang nu op…
—Stefan, over die foto's…
—Spreek je later!

Niels ’t Hooft

4 jaren, 7 maanden geleden