Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Roderik van Zwaaij

Ex-medewerker van Christie's, thuis in de wereld van verzamelaars, curatoren en vervalsers

Roderik van Zwaaij, midden veertig, kunsthandelaar, ex-medewerker van Christie’s, die thuis is in de wereld van verzamelaars, restaurateurs, vervalsers en curatoren. Hij is er als de kippen bij deze buitenkans voor zich op te eisen en de sleutelfiguur te worden die Chen nodig. Zal hem dat lukken?

Roderik van Zwaaij

Bijdragen over Roderik van Zwaaij

Lijnen

3,8

Roderik lijnt

Roderik werd wakker tussen bezwete lakens, met een hamerende hoofdpijn. Hij kreunde, stond op en liep naar de badkamer. Eerst een koude douche. Hij gilde het uit, maar na een minuut begon het te wennen. Daarna twee ibuprofennetjes, zo uit het vuistje. Hij liet een groot bierglas vol water lopen en goot het achterover. En nog een. Ontbijten? Niet ontbijten. Werken.
Hij zette zijn laptop op de salontafel, en met alleen een handdoek om zijn middel ging hij op de bank zitten. Hij klapte de laptop open, startte op en opende een nieuw document. ‘Elke lijn zijn eigen eindpunt; Mondriaans studie voor de Victory Boogie Woogie’ typte hij. Hij wachtte even aan het begin van de volgende regel. Toen typte hij verder. Hij typte geconcentreerd en vasthoudend, met korte pauzes. Hij vorderde langzaam omdat hij alles wat hij eenmaal geschreven had herschreef naarmate hij beter begreep wat hij aan het doen was. Hij zweette vreselijk en snoof af en toe met wellust zijn eigen stank op. Hij zweette pure alcohol, dacht hij. De gedachte gaf hem kracht.
Na een uur of twee trok hij wat kleren aan en ging hij naar de supermarkt. Hij kocht drie kilo bananen, drie kilo mandarijnen en een flinke zak druiven. Op de terugweg at hij twee bananen. Thuis douchte hij, knoopte weer een handdoek om zijn middel, legde het fruit op schalen en borden om zich heen, en typte verder.
De ideeën hadden zich gevormd tijdens de nachtelijke verzopen uren dat hij naar het schilderij had zitten staren, zonder dat hij het wist. Pas gisteravond, toen hij jankend besloot om te stoppen met drinken, had hij er voor het eerst aan gedacht iets te schrijven. Hij moest terug, dat wist hij. Hij moest terug naar de reden dat hij ooit kunstgeschiedenis was gaan studeren, voordat hij in de stroom van het grote geld en de grote bekken was geraakt. Ooit had hij alles willen weten over kunst, had hij kunst willen begrijpen. Hij had zelfs een blauwe maandag kunst willen maken, maar dat was niets voor hem geweest. Hij was bij Christie’s aangenomen vanwege een briljante scriptie over Miro. En gisteravond had hij ineens weer geweten hoe geweldig het was geweest om daaraan te werken. Waarover hij nu moest schrijven was meteen duidelijk geweest.
’s Middags ging hij naar de copyshop en liet een paar van de foto’s die hij van het schilderij had gemaakt uitprinten op groot formaat. Thuisgekomen hing hij ze met punaises aan de wand tegenover de bank. Nu stond hij regelmatig op en liep naar de foto’s, bestudeerde details, vergeleek de foto’s, at nog een mandarijn en een paar ibuprofen, en typte verder.
Aan het eind van de middag kwamen de trillingen. Hij at nog een banaan, beet op zijn tanden en typte verder. Hij was weer vooraan in de tekst begonnen en schrapte grote delen, die hij nu kon samenvatten in een enkele zin. Langzamerhand groeide het gevoel dat het hem ging lukken, dat hij de tekst kon vormen tot iets zelfstandigs.
Hij ging al vroeg naar bed. Hij droomde dat Fei Fei bij hem in bed lag. Hij was de hele nacht naar haar onderweg maar raakte telkens weer tussen de lakens verstrikt. ’s Ochtends waren de lakens weer doorweekt. Roderik stond op, douchte uitgebreid en ontbijtte met druiven. Ibuprofen had hij niet meer nodig. Hij herschreef het grootste deel van zijn tekst.

Jochem Broe...

4 jaren, 5 maanden geleden

Striptease

3,1

Bezoek voor meneer Pijbes

Het was 20 mei, tegen half vijf, toen Roderik van Zwaaij de lobby van het Rijksmuseum kwam binnenstommelen. Onder zijn arm hield hij een donkerhouten kist. Bovenaan de trappen van de hal onderdrukte hij een ferme boer en wankelde even van de lucht die uit zijn ingewanden omhoog kwam. Toen daalde hij de trappen af en liep naar de informatiebalie.
Een vriendelijke jongeman vroeg hem waarmee hij hem kon helpen.
‘Kan ik Wim even spreken?’
De jongeman week achteruit van de alcoholwalm.
‘Wim? Het spijt me, meneer, er werkt geen Wim aan de balie.’
‘Jongen! Jij werkt bij het Rijksmuseum maar je weet niet hoe de directeur heet? Jezus! Wim moet ik hebben. Wim Pijbes. Bel hem even joh, ik heb iets voor hem.’ Roderik legde zijn kist nu op de balie, bovenop de merchandise, om de reden van zijn komst te onderstrepen.
‘Wim Pijbes?’ zei de jongeman. ‘Ik weet niet… Hebt u een afspraak?’
‘Nee jongen! Nee! Ik heb geen afspraak. Ik wil Wim spreken. Zeg maar dat het Roderik is, Roderik van Zwaaij. Dat ik hem de Victory Boogie Woogie kom brengen.’
‘Het spijt me, meneer, als u geen afspraak hebt…’
Roderik werd kwaad. ‘Goddomme, kijk dan zelf, joch!’ Hij wrikte de kist open en zwaaide het schilderij eruit. ‘Kijk dan!’
Het werd stil in de hal. Het baliepersoneel keek naar het schilderij. Verschillende medewerkers liepen naar de jongeman op wie Roderik het gemunt had toe. Er werd gefluisterd. Iemand greep de telefoon.
‘Blijft u rustig staan, meneer,’ zei de jongeman tegen Roderik. ‘We kijken of meneer Pijbes nog in het gebouw is. O, ik hoor dat hij eraan komt. Hij is zo bij u.’
Roderik leek iets tot rust te komen. Hij legde het schilderij op de kist. Op dat moment viel het hem op dat hij zijn overhemd scheef had geknoopt. Hij begon gewetensvol knoopje voor knoopje het overhemd open te knopen, waarbij een witte, pluizig behaarde buikpartij zijn weg naar buiten zocht. Voordat hij kon beginnen aan het dichtknopen kwam Wim Pijbes met een beminnelijke glimlach de trap af. De baliemedewerkers wezen op Roderik en maakten verontschuldigende gebaren.
‘Meneer,’ begon Pijbes, ‘u had naar mij gevraagd?’
Roderik probeerde met zijn linkerhand zijn overhemd bijeen te houden terwijl hij zijn linkerhand naar Pijbes uitstak. ‘Ja, ja. Roderik van Zwaaij. We hebben elkaar vorig jaar nog gesproken.’
Wim Pijbes weifelde even. ‘Help me even, bij welke gelegenheid?’
‘De Somaskanda-groep! Ik heb je de Somaskanda-groep verkocht! Roderik van Zwaaij, van Christie’s. Eh, voorheen van Christies.’
‘Ah, ja,’ zei Pijbes, nog niet geheel overtuigd. ‘Er staat me zoiets bij. Mooi. En waarover wilde je me spreken?’
‘Ik kom je de Victory Boogie Woogie aanbieden.’ Roderik pakte het schilderij en hield het Pijbes voor, waarbij hij gelijk zijn buik kon bedekken.
‘Aanbieden? Maar voordat we zo’n aankoop doen…’
Roderik schudde driftig zijn hoofd. ‘Geen aankoop. Ik geef het je! Ze zeggen dat Roderik het allemaal alleen doet voor het geld, nou, hierbij doneer ik dit schilderij aan het Rijks. Omdat ik zo van het Rijks houd!’
‘Dat is… Geweldig. We moeten natuurlijk het schilderij eerst goed bestuderen, maar dan lijkt dit me een prachtige aanwinst. Hier kunnen we… Laat je gegevens achter bij de balie, dan nemen we contact met je op als we het aan de collectie toevoegen.’
Wim Pijbes schudde Roderik nogmaals hartelijk de hand en liep toen met het schilderij in de kist de trappen weer op.
Roderik knoopte zijn overhemd dicht. Hij dicteerde zijn naam, adres en telefoonnummer aan de baliemedewerker.
Met een ratelende boer van opluchting zwierde hij even later de draaideur door.

Jochem Broe...

4 jaren, 5 maanden geleden

Vriendschap

2,1

Roderik op drift

‘Roderik, kerel, kom binnen!’
Roderik van Zwaaij wilde overeind komen uit de diepe wachtkamerfauteuil maar zakte weer terug. Met zijn handen op de leuningen zorgde hij dat zijn tweede poging succesvol was. Hij boog zich om de donkerhouten kist op te pakken. Toen pas stak hij Herman een hand toe.
Zag hij een aarzeling? Herman Brink keek hem onderzoekend aan. Een hartelijke handdruk, dat wel. Had hij zich toch moeten scheren? Jezus, niet twijfelen! Als hij iets niet kon gebruiken op dit moment was het twijfel.
Ze liepen Hermans kantoor binnen. Roderik ging zitten in de stoel die Herman hem aanwees, voor grote, donkere bureau. Hij nam de kist op schoot.
Herman, in zijn zuchtende zwarte bureaustoel, zette de vingertoppen van zijn gespreide handen tegen elkaar. ‘Wat kan ik voor je doen?’
‘Het lijkt me tijd om de koop van de Victory Boogie Woogie af te ronden. Jullie hebben natuurlijk de optie, maar er zijn meerdere partijen geïnteresseerd. Het wordt steeds moeilijker ze van de deur te houden.’
‘Daar ben ik heel blij om, dat er meerdere partijen geïnteresseerd zijn. Want ik zou je niet graag met het schilderij laten zitten. Nee, wij willen het toch niet doen, kerel. Onze collectie is meer gericht op figuratief werk. En er is te veel gedoe om dit schilderij…’
‘Natuurlijk is er gedoe!’ Roderik kwam in zijn stoel naar voren. ‘Het gaat om Mondriaan! Het gaat om een topwerk! Hoe vaak komt zo’n kans voorbij, Herman? Eens in de twintig jaar, hoogstens. Als je dat gedoe wilt noemen…’
‘Dat bedoel ik niet. Kom, kerel, je weet wat ik bedoel. Er zijn geruchten. De gemeente bemoeit zich ermee. Die willen we liever niet in de weg lopen. En hoe zit dat met dat verhaal van die Chinezen die nu het andere doek willen kopen? Waarom? Jij zegt dat dit de beste investering is… En ik geloof je hoor, ik ken je. Maar hoe moet ik mijn collega’s overtuigen?’
Roderik begon de kist open te maken. ‘Maar, Herman, heb jou de optie gegeven terwijl er allerlei gegadigden aan de lijn hingen. Kunnen ze niet… Kun je ze niet even hier roepen, je collega’s. Als ze het zien, ik weet zeker…’
‘Zien?’ Herman hief zijn handen op. ‘Roderik! We zien de schilderijen bij de jaarlijkse borrel, met een drankje en een hapje erbij. Verder hangen ze daar om internationale gasten de ogen uit te steken. Kom op zeg! Het gaat om prestige, het gaat om status, het gaat om een solide investering. We doen zaken met jou omdat jij dat begrijpt. Als jij ook al begint over wat kunst aan je leven toe kan voegen, dan hebben we zo een ander!’
Roderik stond op. Hij klemde de kist tegen zijn borst. ‘Oké. Even goede vrienden. Ik zoek iets anders voor jullie, goed? Iets wat beter aansluit bij jullie collectie.’
‘Prima.’ Herman was ook gaan staan. ‘Zo ken ik je weer.’ Hij strekte zijn hand uit op het moment dat Roderik al bij de deur stond, zodat die weer terug moest lopen.
Herman keek nog eens goed naar hem. ‘Enne… Roderik.’ Herman beet op zijn tanden. ‘Trek een schoon pak aan, man. Wat is er met je aan de hand?’

‘Godverdomme.’ Op straat vloekte hij hardop. Wat was er met hem aan de hand? Dat kutschilderij ook! Wat deed het met hem? Hij moest er vanaf zien te komen, hoe sneller hoe beter. Gisteravond had hij alweer zitten zuipen. Hij had porno willen kijken, maar na een kwartier kon het hem al niet meer boeien. Hij had het schilderij weer uit de kist gehaald en uren zitten kijken met zijn dronken kop. Hij zou niet eens kunnen zeggen wat hij erin zag. Hij had het zitten aaien, godbetert! Er zaten wijnvlekken op.
Het was hem de eerste keer overkomen op de avond dat Fei Fei ervandoor was gegaan. Sindsdien…
Vanochtend was hij in zijn kleren wakker geworden op de bank. Het schilderij had licht verwijtend tegenover hem gestaan. Hij had geen tijd gehad om te douchen, hij had moeten rennen om zijn afspraak met Herman te halen.
Roderik kwam langs een kledingwinkel. Hij schoot naar binnen, wimpelde een verkoopster af en ging voor een spiegel staan. Jezus! Zijn haar stond alle kanten op en zijn drie-dagenbaard zag vaal. Er zaten wijnvlekken op zijn revers en zijn kraag. Geen wonder dat Herman zo had gekeken. Als Fei Fei hem zo zou zien. Ach, Goddomme, Fei Fei!
Voor hij vanmiddag bij Bastiaan langs moest, zou hij naar de kapper gaan en zich eens goed opknappen. Hij moest en hij zou van dat schilderij af.

Jochem Broe...

4 jaren, 6 maanden geleden

De kapitein

1,9

Het oordeel van een expert

‘Laat me ten minste even binnen,’ zei hij door de deurspleet. ‘Als u het schilderij hebt bekeken dan mag u mij er zo weer uitgooien.’
Van achter de deur klonk een diepe zucht. ‘Meneer van der Zwaag, u staat hier al een kwartier met uw voet tussen de deur! Ik ben niet geïnteresseerd in uw schilderij.’
‘Van Zwaaij. Roderik van Zwaaij heet ik. Ik zweer u op het graf van mijn moeder, als het schilderij u niet bevalt, dan ben ik zo weg.’
Weer een zucht. ‘Ik hoop dat uw moeder het u vergeeft,’ zei de man en haalde de ketting van de deur. ‘Vijf minuten.’
Met flinke stappen beende Roderik de hal in. Voordat professor Botering hem tegen kon houden stond hij al in de woonkamer. Met vlotte vertegenwoordigersgebaren haalde hij het schilderij uit zijn donkerhouten kist.
‘Is dit het?’ vroeg Botering. ‘Dit prutsdingetje? Pff, het lijkt in niets op het schilderij dat Magda Vlekveld heeft beschreven.’
‘Precies!’ Roderik prikte triomfantelijk met zijn vinger in de lucht. ‘Ik wist dat u het meteen zou zien. In niets.’
Botering was even van zijn apropos. Hij liep op het schilderij af. Hij pakte het op. Hield het tegen het licht. Legde het met iets meer eerbied weer neer.
‘Wat zou u zeggen dat het was?’ vroeg Roderik. ‘U, als expert.’
‘Ik zou zeggen… Ik zou zeggen, dat àls dit een Mondriaan was, àls, want daar ga ik niet vanuit… Dan zou ik zeggen dat dit een vroege studie van de Victory Boogie Woogie was. Ergens na het schilderij dat Vlekveld pas heeft ontdekt, maar niet lang erna. Het heeft iets aandoenlijks, hè. Geen topwerk. Heel aardig natuurlijk. Als het echt is.’ Hij keek er nog eens naar. Hij kantelde het van zich af, zodat het licht uit de grote ramen er overheen streek. ‘Het is wel prachtig gelaagd opgebouwd.’
‘U bent het dus met me eens dat voor schilderij dat Magda Velkveld beschrijft meer geld te krijgen is dan voor dit?’
‘O, zeker. Als ze echt zo’n schilderij heeft is dat tientallen miljoenen waard. Dit is hoogstens vijf miljoen. Zou ik zeggen.’
‘Goed, ik zal u vertellen, het schilderij dat Magda Vlekveld heeft beschreven bestaat. Ja, ik weet het, het is heel verwarrend. Dat schilderij is pas gisteren in Nederland aangekomen. Per vliegtuig. In gezelschap van een Chinese kunstschilder die zich al jaren specialiseert in het vervalsen van Mondriaans. Nu zegt Vlekveld dat die vervalser dit schilderijtje dat u nu vasthoudt heeft gemaakt. Dat dit zijn vervalsing is.’
‘Het is een knap stukje werk, dat moet ik zeggen.’
‘Nu is mijn vraag aan u: stel dat u een Mondriaanvervalsing zou laten maken, welke zou u dan laten maken? Dit kleine, zoals u zegt, aardige schilderijtje, of het schilderij dat Magda Vlekveld beschrijft, een bijna voltooide versie van de Victory Boogie Woogie, die mogelijk zelfs beter is dan het schilderij dat in het Gemeentemuseum hangt?’
Botering dacht even na. ‘Het is natuurlijk veel moeilijker om een bijna voltooide Victory te maken. Maar goed, als je toch bezig bent, dan laat je die maken. Dan neem je geen genoegen met zo’n werkje als dit. Die Chinees is gespecialiseerd in Mondriaanvervalsingen, zegt u?’
Roderik knikte.
‘Ik moet zeggen, meneer Zwaaij, ik ben geïntrigeerd. Niet alleen door dit alleraardigste schilderij maar door uw verhaal. Wat voor omzwervingen heeft dit schilderij niet gemaakt, als het per schip is gekomen?’
‘We zouden kunnen beginnen door eens met de kapitein te gaan praten. De Chinezen zijn intussen hun eigen weg gegaan, maar het schip ligt nog gewoon in de haven.’

Jochem Broe...

4 jaren, 6 maanden geleden

Liefde en inspiratie

1,7

Een kunstvorm op zich

Roderik van Zwaaij rolde het condoom af en gooide het in de pot. Jezus, wat moest hij pissen! Hij keek hoe het zielige oranje ringetje in de straal spartelde met zijn staart. Een plastic meisjesring noemden ze dat vroeger, onder elkaar. ‘Heb jij een plastic meisjesringetje voor me te leen? Ik krijg bezoek vanavond en…’ ‘Kom jij nog een beetje door je plastic meisjesringen heen, vent!’ Mooie tijd. Vrienden voor het leven. Dat zag je aan Bert, hoe lang had hij die lul niet gezien? Zeker vijf jaar. En ineens had hij aan de telefoon gehangen: ‘Ha Roderik, zeg, jij doet toch in kunst?’ Precies wat hij nodig had op dit moment. Bert nam het hem vast niet kwalijk dat hij Fei Fei had meegenomen. Als het schilderij eenmaal verkocht was dan zou Bert een mooie commissie krijgen, meer geld dan hij ooit bij elkaar had gezien waarschijnlijk. Hoe die vent in zo’n fietsenloods terecht was gekomen, was hem een raadsel, zeker met zulke ouders. Maar Bert was Bert en Bert bleef Bert. Vrienden voor het leven.
Hij liep terug naar het bed. Fei Fei lag uitgespreid over het laken. Ze snurkte zacht. Uitgeput? Voldaan? Hij legde het dekbed over haar heen. Zou ze gemerkt hebben dat hij niet was klaargekomen? Waarschijnlijk niet. Toen hij er genoeg van had, had hij een flinke kreun gegeven en was over haar heen gevallen. Dat moest toch genoeg zijn, vond hij. Liefde en inspiratie.
Hij trok zijn badjas aan, pakte zijn sigaretten en schoof zachtjes de balkondeur. Buiten begon het fris te worden. Hij stak op en inhaleerde diep.
Wat zouden ze bij Christie’s gevloekt hebben! Het schilderij van het jaar, in handen van de vent die zij een maand tevoren verontwaardigd hadden ontslagen. Godver! Natuurlijk was het stom geweest, dat Parool-interview. Hij had zijn bek weer eens voorbijgepraat. ‘Ik verkoop net zo lief een vervalsing’, met zo’n kop vraag je natuurlijk om moeilijkheden. Vandaag bij Van Nieuwkerk had het ook niet veel gescheeld. Dat niemand in de kunstwereld vies is van een vervalsing is één ding, maar dat moet je de buitenwacht natuurlijk niet aan de neus hangen.
Nu kon hij terugslaan. Nu kon hij bewijzen dat hij gelijk had. Hij zou iedereen laten zien hoe de moderne kunsthandel werkt en hij zou er nog goed mee verdienen ook. Hij zou laten zien dat de kunsthandel, als je het goed aanpakt, een kunstvorm op zich kan zijn. Het gaat er niet om wat het is, het gaat erom wat het lijkt, het gaat erom hoe je het noemt. Het gaat om verbeeldingskracht en lef. Liefde en inspiratie.
Waar had hij dat toch gelezen? Liefde en inspiratie. Hij ging naar binnen maar liet de balkondeur op een kier staan. Hij schoof Fei Feis arm opzij om plaats te maken. Ging naast haar liggen. Streelde haar over haar haar. Waarom? Hij had niet het idee dat hij veel om haar gaf. ‘Je geeft me liefde en inspiratie,’ fluisterde hij met een glimlach. Binnen een minuut sliep hij.

Jochem Broe...

4 jaren, 7 maanden geleden