Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over Schaduwen

Een onderwerp voor schrijvers.

 

Fei Fei

7,0

Schaduwen

De laatste tijd komt Godfried vaker bij me langs. Dan gaan we samen bij het raam zitten en kijken uit over Hong Kong. Het leven beneden, zestien etages lager, lijkt ver weg: ik kom er niet meer. Hierboven is het rustig, tussen leeftijdsgenoten, al heb ik er moeite mee mezelf als bejaarde te zien. De jonge zusters zouden eens moeten weten hoe ik er vroeger uitzag. Mannen stonden voor me in de rij. Maar wie gelooft dat ik het ben, op de foto’s, dertig lentes jong in een strak jurkje. De zusters knikken alleen maar beleefd: ‘Dat jurkje is nu weer helemaal terug in de mode.’ Ik ben een oud besje met dikke kuiten, dat weet ik best, maar mijn zoon is prachtig. Hij is kunstenaar, hij kan echt iemand worden…

Die paar maanden in Nederland, veertig jaar geleden, daar vraagt Godfried de laatste tijd steeds vaker naar: de boot, de schilderijen, Wong, wie Godfried eigenlijk is waar hij naar is vernoemd. Vooral wil hij meer weten over zijn vader. Chen… ik mis hem wel. Nog steeds. Die alcohol ook. Geen gemakkelijke man om mee te leven. Vooral nadat Godfried het huis uit was en we met z’n tweeën overbleven. Chen rommelde van het ene baantje naar het andere, zoals hij altijd had gedaan, hij kon maar geen vastigheid vinden. Ik werkte in de nagelstudio, maar toen mijn ogen achteruit gingen, werden de inkomsten minder. Wat overbleef waren de stiltes tussen ons en de vervlogen hoop. Het feit dat we in Nederland zoveel geld waren misgelopen heeft Chen nooit kunnen verwerken. ‘We hadden het anders moeten aanpakken,’ riep hij dan vol spijt. ‘Die verdomde Roderik. Die verdomde Papadiamantes.’ Ik probeerde hem dan te kalmeren door te zeggen dat het jaren geleden was en we samen toch een mooie zoon hadden. Hoeveel Chen ook van Godfried hield - dat geloof ik met heel mijn hart - een prater was hij niet. Toen Chen ouder werd en de fles vond, werd hij nog zwijgzamer. Een mislukking, zo noemde hij zich. ‘Zelfs een baantje als suppoost kon ik niet aanhouden!’ Hij schaamde zich ten opzichte van zijn zoon. Godfried heeft nooit met zijn vader gepraat. Ik bedoel ècht praten. Toen hij de leeftijd bereikte om met zijn vader volwassen gesprekken te voeren, was het al te laat.

Zelf heb ik heus ook mijn twijfels gehad. Niet over de tijd toen Godfried nog kind was, maar erna, toen hij ons niet meer nodig had. Op een winteravond jaren gleden maakte ik de balans op en ik besefte dat het leven waar ik van droomde maar niet dichterbij was gekomen. Maar ik greep niet naar de fles. Ook ben ik niet vertrokken. Ik bleef. We hadden elkaar nodig, Chen en ik, we moesten elkaar steunen.

Voor mij is het leven nooit een kunstwerk geworden. Geen zeeaanzicht met witte villa’s, witte bootjes en vrije tijd. Rijkdom kregen we in de haven van Amsterdam, en we gaven hem daar ook weer weg. Aan Roderik en Papadiamantes. Zo verstild en abstract als de Victory Boogie Woogie is mijn leven ook nooit geworden. Ik bedoel, het was hard werken en improviseren. Ik was best tevreden hoor, maar makkelijk is het niet geweest. Ik kan die afbeelding trouwens niet meer zien of luchten. Als ik ergens een reproductie tegenkom, in een etalage of zo, dan kijk ik weg. Alleen omdat Godfried ernaar vraagt, denk ik er weer aan. Het komt allemaal weer terug. Roderik, Wong, de vijfsterrenhotels… Het was spannend, een roes, een avontuur uit een vorig leven. Misschien voelt Godfried aan dat mijn langste tijd erop zit. Met moeder praten voordat het te laat is. Vragen stellen die anders niet meer gesteld kunnen worden. Hij heeft me gevraagd herinneringen uit die fase op te schrijven, daar wil hij iets mee gaan doen. In een kunstwerk of publicatie. Het is nog een beetje vaag, misschien wordt het wel een soort literair spel, zei hij. Al ben ik veel vergeten, bepaalde momenten staan me nog helder voor de geest: de aankomst in de haven, een eenzame wandeling langs het water, de dagen in Roderiks appartement… Die herinneringen heb ik zo goed mogelijk op papier proberen te zetten. En aan Godfried gegeven. Ben benieuwd wat hij ermee gaat doen. Ik vraag me wel af of een zoon bepaalde details over zijn moeder wel wil weten. Maar hij is een volwassen man en zal niet snel schrikken. Tenslotte, hij vroeg er zelf om en het zijn verhalen uit een voorbije tijd. Ik begrijp het wel. Ik had hetzelfde moeten doen bij mijn eigen moeder, toen het nog kon, maar ik jaagde die droom na van status en rijkdom. Ook wat dat betreft ben ik trots op Godfried: hij maakt niet dezelfde fouten als zijn ouders. Er is dus toch sprake van ontwikkeling en vooruitgang: met elke generatie worden er binnen een stamboom toch stappen gezet richting een betere toekomst. Hij is kunstenaar geworden. Hij heeft een droom en kan die gaan waarmaken. Wellicht zal hij de Victory Boogie Woogie wèl begrijpen. Voor Chen en mij bleef het schilderij iets wat we wilden verkopen. Godfried zal de diepere betekenis ervan kunnen inzien. Als dat zo is, dat weet ik: het is allemaal niet voor niets geweest.

Robbert

5 jaren, 3 maanden geleden

 

Lianne Verstraaten

2,1

Met Omar, van de ABN

Hoe doet ze het? vroeg Omar Effendi zich af terwijl zijn gedachten weer afdwaalden van het rapport dat hij probeerde te lezen. Zo onbeschaamd als ze door zijn hoofd liep – en niet alleen daar. Om het even welke locatie, een kantoor, een club, een grand café, liep zij met haar zelfverzekerde stap binnen en voor je het wist had ze de leiding. Haar argeloze tegenspelers hadden vaak niet eens door wat er gebeurde, ze merkten niet dat de vlot ogende jonge vrouw met wie ze om tafel zaten hen al direct had ingeschat en nu welbewust haar kant op lokte. Ze paaide en boog mee, ze blufte haar onwetendheid weg met dat roekeloze glimlachje dat hem direct irriteerde toen hij haar ontmoette. Alles wat ze miste – tact, brille, echte charme, kennis van zaken – compenseerde ze ruimschoots met haar lef. God, wat een moed had die vrouw. Hoe zij wethouders, businesstycoons, barmannen, bankdirecteuren en mediamagnaten om haar vinger wond. Moeiteloos. Alsof ze even een broodje in haar lunchpauze haalde.

Hoe groter de evenementen die ze initieerde, hoe meer ze in haar element was, leek het wel. Toen ze vorige week opeens bij hem op kantoor was langsgekomen om zijn leidinggevenden te interesseren voor de recent opgedoken Mondriaans hadden haar hakken nog enerverender door de strakke gangen van het bankgebouw op de Zuidas getikt dan ze op zaterdagnacht deden over de stoep voor Panama. Kreeg ze er een kick van als het om miljoenen ging? Was ze er zo een?

Dat zij een meisje was dat graag tot het uiterste ging, had Omar inmiddels wel door. Die lading pillen die ze in het weekend achteroversloeg… Het riep de reinste minachting bij hem op. Toen hij – net die ene keer dat hij zichzelf genoeg moed had ingepraat om de club te bezoeken waar zij veel kwam – had gezien hoe zij met een jolig gebaar meerdere gifgroene snoepjes naar binnen werkte, was hij straal langs haar heen naar buiten gelopen. Maar eigenlijk had hij moeten blijven. Tot het allerlaatst. Tot ze in tl-licht voor hem zou staan met een verlopen kop boven een afgemat lijfje. Dan was hij misschien eindelijk verlost geweest van dat beeld van haar dat steeds maar opdook op momenten waarop hij dat helemaal niet wilde. Tijdens een belangrijke meeting. Op een familiebijeenkomst. Op de wc, verdomme.

Volgens een collega van de ABN AMRO-collectie had ze nu ook Akzo Nobel weten te strikken. ‘Ze gaat lekker, dat hertje,’ had hij met een knipoog gezegd. ‘Niet te houden.’ Op zulke momenten overwoog Omar over te stappen naar de Rabobank. De Foundation van Akzo deed niet eens in vooroorlogse kunst. Maar niemand was veilig als Lianne Verstraaten ten tonele verscheen. Als een kameleon veranderde zij precies in de persoon die je graag voor je wilde zien: een kopie van jezelf. Sla jij je linkerbeen over je rechter? Dan slaat Lianne haar linkerbeen over haar rechter. Noem jij de doeken van een groot kunstenaar ‘mondriaantjes’? Dan kletst Lianne mee over de mondriaantjes. Spreek je met weidse gebaren? Lianne zwaait en wappert met je mee. Niemand brengt haar van haar stuk. En ze gaat niet weg voordat ze je precies daar heeft waar ze je wil hebben.

Omar huiverde en smeet het rapport op zijn bureau. En wat deed hij? Wat deed hij als hij haar zag, als ze nota bene zijn hoge fort aan de Mahlerlaan binnendrong? Hij verborg zich achter zijn mobiel. Hij sprak een mysterieuze tekst in op haar antwoordapparaat. Hij kwijlde bij de Facebookfoto’s van een meisje dat de kantjes er regelmatig afliep. Wat moest een welopgevoede, stille jongen als hij met haar? Zijn ouders zouden tegelijkertijd een hartstilstand krijgen als hij haar mee naar huis zou nemen! Omar snoof. Alsof daar sprake van was! Hij moest haar eerst maar eens bellen. Hij moest haar echt bellen. Als hij haar niet snel ging bellen, zou hij gek worden. Fuck you, Lianne.

Ineke Riem

5 jaren, 3 maanden geleden