Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over De geest van Piet

Een onderwerp voor spelers. Aantal bijdragen deze ronde: 0

 

Bert van Petten

7,8

Geachte aanwezigen

Geachte aanwezigen, lieve familie en vrienden,

Ik twijfelde of ik hier wilde spreken. Ik twijfelde of ik hier naartoe moest komen. En toch stapte ik gisteren op het vliegtuig uit Menorca. Zelden laat ik mijn stem gelden. Zelfs nu ik aan het woord ben is het nog ter ere van hem. Maar de afgelopen dagen heb ik onafgebroken mijn hoofd gebroken. Ik schrijf nooit. Mijn correspondentie verloopt uitsluitend per ansichtkaart. Mijn langste gedachtengang past nog altijd in een tweet. Maar dit moest ik uitwerken.

Ik, Bert van Putten, zoals mijn schoonouders me noemen, en of ze m'n echte naam niet weten of niet willen weten, het is even erg. Ik handel. Spullen gaan door mijn handen heen en laten leegte achter. Ik laat niets op die spullen achter en zij niets op mij. Van mijn commissie betaal ik de verzekeringen. Al had ik de Victory Boogie Woogie zelf verhandeld, ik zou me er geen haar beter door hebben gevoeld.

Die dag aan de kade heeft heel wat teweeggebracht, ook bij mij. Mijn luizenleventje is er door omgegooid. Ik moest uitleggen dat er met die Aziatische niets was gebeurd. Er waren zwarte auto's, koffers met geld, vrouwen met filmploegen, deskundigen, politie, maffia, advocaten. Er werd over ons geschreven in de New York Times. De wereld kwam langs bij mijn loods. Vanwege een schilderij. Handelswaar dacht ik. Maar dat het gevaarlijke voorwerpen zijn, al is hun materiaal nog zo slap, dat is wel duidelijk. Dat een vierkantje kan zijn, wat je wilt dat het is, dat is een idee dat me niet meer loslaat.

Ik ben naar Menorca gegaan en ik kom voorlopig niet meer terug. Mandy en Menorca, meer hoef ik niet. Maar hij. Dan hij.

Mensen die handel en overtuiging weten te combineren heb ik altijd bewonderd. Chefkoks. Of banketbakkers. Jan de Groot die het monopolie op chocoladebollen heeft in Den Bosch. Of John Baldessari, die een bedrijf runt met mensen die in zijn naam kunstcollages maken vanuit inhoudelijke interesse die de mensen ook nog willen kopen.

Godfried. Mijn buurman. Mijn tegenovergestelde. Een en al inhoud en overtuiging. Eén grote Bossche bol, puur slagroom. Een en al drive, zonder het talent om zijn drive om te zetten in wat verkocht wordt. Zo leeg als ik ben, zo vol was hij.

Die dag aan de kade zag ik hem lopen en de volgende gedachte schoot door me heen: hem wil ik zijn. Wij smelten samen tot een Godbert, een Bertfried, een creatieve reus, die maakt en verkoopt en de massa's aanzweept om zelf ook meer te maken en te verkopen. Auto's, fietsen, beelden, kinderen, huizen.

Godfried heeft een leemte achtergelaten. Misschien heeft hij zijn leven lang geprobeerd die leemte die komen zou al op te vullen. Dankzij de Victories kwam hij de laatste tijd in het nieuws, meer dan hij met zijn eigen werk is geweest. Dat moet hem pijn hebben gedaan. We waren geen vrienden, we waren buren en toch waren we ook meer dan dat. We deelden de marge. Nu pas, nu het te laat is, begin ik te snappen wat hem dreef en ik weet niet of het me bevalt. Hier houd ik op. Ik hoop dat de instanties eruit komen, dat het laatste werk van Godfried de Ridder – rust zacht – gerealiseerd wordt zoals hij het had gewild.

Dirk Vis

5 jaren, 6 maanden geleden

 

Godfried de Ridder

2,4

Naar het kinderdagverblijf met Godfried de Ridder, Deel 3

Stefan Kosakowski is al een week niet meer bij Godfried de Ridder geweest. Het is opmerkelijk, zoveel weet Godfried zeker. Toch zal hij geen moeite doen om te achterhalen waar Stefan is gebleven. Op dit moment staat er iets groots te gebeuren, iets waar Godfried zich volledig aan moet toewijden. Hij moet nu de kunstenaar zijn waar hij altijd tegen opgekeken heeft. De kunstenaar die niet stopt met werken, de kunstenaar die niet slaapt, de kunstenaar die niet eet, de kunstenaar die continue opofferingen maakt voor het grotere goed: het kunstwerk. Voor het eerst in zijn leven glijdt het werk door zijn handen, zonder dat zijn brein hem in de weg zit. Tijdens zijn studie op de academie las hij een ontelbaar aantal boeken over de kunst van het maken. Overal stond dat de kunstenaar de regels van het kunstwerk moest volgen en niet andersom. Uiteindelijk zou een gedicht, schilderij, installatie, wat dan ook, op zichzelf moeten staan, de maker is secundair. Dat was Godfried nooit eerder gelukt. Nu wel. Aan de ene kant verrukt het hem, aan de andere kant stelt het hem licht teleur. Al wil hij dat zeker niet toegeven. Als alleen het kunstwerk er toe doet, zal de aandacht daarmee ook naar het kunstwerk gaan en niet naar de kunstenaar. Net zo als bij de VBW. Niemand heeft het nog over Piet. Piet is secundair. Wie is Piet?
Met een bijtel in zijn hand gaat Godfried voor het eerst sinds 13 uur zitten. Hij kijkt naar de installatie die bijna zijn hele studio heeft overgenomen. Vliegensvlug springt hij op, hij mag nu niet gaan nadenken. Dit moet af. Dit moet af. Nu reflecteren zou alles kapot kunnen maken. Hij pakt een fiets van de vloer, tilt hem boven zijn schouders, dan gaat de bel. Met het voertuig boven zijn kop twijfelt hij of hij open zal doen. Nee. Nu is niet het moment. De bel gaat weer. Godfried pakt zijn lasapparaat, hij speurt naar een gezichtskap. Dan maar zonder, ik knijp mijn ogen wel dicht, denkt Godfried.
“Godfried!” klinkt van achter de deur.
Weer de bel, die nu onafgebroken door de studio heen ratelt. Godfried zet het lasapparaat aan, hij zal het sterkste ijzer ombuigen, zolang het maar veel kabaal maakt. De stem en de bel blijven in zijn hoofd naklinken. Zijn goede opvoeding zit hem wederom in de weg. Met een diepe zucht smijt hij zijn gereedschap op de grond.
“Goed, wat willen de mensen nu van Godfried? Wat willen ze?”
Met een ferme handruk trekt hij de deur open. Daar staat het meisje dat vorige week nog met Stefan mee liep, haar naam is Godfried al lang weer vergeten. Haar gezicht niet, zulke gezichten vergeet niemand. Bovendien had ze op haar knieën gezeten voor Stefan, iets wat Godfried niet goedkeurde. Al geloofde hij dat ze het liever wilde dan Stefan zelf. Haar gezicht is ditmaal vuurrood en betraand.
“Godfried.”
Het doet hem goed zijn eigen naam te horen.
“Je moet helpen. Mijn school… mijn school… ze hebben…”
Godfried kijkt naar het jonge meisje, haar neus is zo scherp, alsof die met potlood getekend is.
“Stefan is opgepakt. Hij zit vast. Het is allemaal mijn schuld. Ik…”
Waarom is het altijd het leven dat zijn hoofd om de hoek steekt wanneer Godfried iets maakt van belang? Stefan heeft Godfried uit de brand geholpen toen hij onder tientallen mislukte kunstwerken zwoor dat het nooit meer goed zou komen. En nu heeft Godfried de kans hetzelfde te doen voor Stefan. Godfried kijkt naar zijn werk, als hij het nu in de steek laat, weet hij niet wat er zal gebeuren. Het is als een huilend kind, dat zonder moeder stikt in zijn eigen spuug. Een goed kunstwerk hangt af van zoveel factoren.
“Godfried, jij moet helpen. Ze gebruiken mijn stageverslag als bewijs. Je bent de enige getuige.”
Godfried schraapt zijn keel.

Alma Mathijsen

5 jaren, 6 maanden geleden

 

Joy Puik

2,2

Bouncy, very abstract

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 30 april 2013 10.05
subject: O je benen!

O, Sam, ik loop op springveren. En dat komt goed uit, want na wat je met me gedaan hebt moeten mijn benen weer even aan hun dagelijkse functies wennen. Wat was ik blij, wat was ik stomverbijsterd dat je daar ineens in de lobby stond! Oké, ik had er een heel klein beetje op gehoopt dat je een dagje voor me uit zou kunnen trekken als ik je tot halverwege tegemoet zou komen. Maar ik gaf zelfs mezelf niet toe dat ik erop hoopte.
En sinds je geweest bent gaat het onderzoek ook een stuk beter. Vandaag heb ik de hele dag in ‘The Big Book’ zitten studeren, de agenda van één van die clubs waar Mondriaan uit dansen ging. Zo’n groot logboek met lange bladzijden, waarin de eigenaar alles bijhield was met de club te maken had, niet noodzakelijk in chronologische of zelfs maar logische volgorde.
De Cafe Society was de eerste volledig geïntegreerde nachtclub, waar zwart en blank zowel op het podium als in de zaal gelijk waren. Al die jazzlui traden daar op, Billy Holiday, dat soort mensen. Eigenaar Barney Josephson is natuurlijk al lang dood, maar zijn vierde vrouw leeft nog en beheert de erfenis. Een levendig wijfie, Terry Trilling-Josephson, ze woont in een appartementje op de Lower East Side. Een paar jaar geleden heeft ze een wat rafelig maar erg leuk boek bij elkaar geplakt met behulp van bandopnames waarop hij zijn levensverhaal vertelt. ‘Cafe Society: The Wrong Place for the Right People’.
Goed, zodra ik het boek uit had ben ik haar maar eens gaan opzoeken. Maar toen ik haar vroeg naar een Chinese pianist uit het begin van de jaren veertig haalde ze haar schouders op. Ze heeft zelf niets meegemaakt, ze kent het alleen uit verhalen. Als ik wilde mocht ik kijken of hij ergens in ‘The Big Book’ genoemd werd.
Daar zat ik dus, tussen het mahonie en de Perzische tapijten, te bladeren en te proberen Barneys handschrift te ontcijferen. Intussen liep Terry heen en weer met koffie en leuke jazzplaatjes die ik zeker moest horen. Ze had al snel door dat ik geen sax van een trompet kan onderscheiden maar ze vond het leuk me een spoedcursus te geven. Ze is docente geweest en dat kon je merken. Ze vond het geloof ik wel leuk om wat bezoek te krijgen.
Ik heb hem gevonden! Ergens bij 1943, precies valt het niet uit te maken, staat het adres van een Chinese pianist, Chen Jié. ‘Extremely rythmic, bouncy, very abstract’ staat er als kanttekening bij. Nou, jij mag het zeggen, zou Mondriaan dat leuk gevonden hebben? Morgen verder.

Han van der...

5 jaren, 7 maanden geleden