Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over Het leven als een spel

Een onderwerp voor spelers. Aantal bijdragen deze ronde: 1

 

Fei Fei

1,3

Overleg van het andere kamp

Lianne opperde het plan om de twee Victory Boogie Woogie’s naast elkaar te hangen, in het Stedelijk, om zo het net geopende museum een extraatje te geven èn om het Gemeentemuseum Den Haag naar de kroon te steken. 'Voor de gemeente Amsterdam zijn de twee werken even belangrijk. Beide hebben evenveel artistieke waarde.'
Roderik daarentegen kwam met het idee om de twee schilderijen van elkaar te scheiden: het ene in het Stedelijk, het andere in het Rijks. 'Voor ons zijn de werken niet even belangrijk. Wij hebben een echte in handen, terwijl de andere partij met een matige kopie meelift op ons succes. Met twee musea kan Amsterdam nog steeds Den Haag naar de kroon steken èn commercieel gezien is het aantrekkelijker: om de schilderijen te zien moet de bezoeker twee toegangskaartjes kopen in plaats van eentje. Persoonlijk voel ik ook meer voor een plekje in het Rijks, want dat wil met de collectie een overzicht geven van de Nederlandse geschiedenis. Dat kan niet zonder een Mondriaan.'
Lianne wist niet of zijn plan uit te voeren was, ze had geen contacten bij het Rijksmuseum, moest ze toegeven. ‘Heeft het museum wel oor naar collectie-uitbreiding? Ze zijn tenslotte net open.’
‘Een museum is altijd bezig met het uitbreiden van de collectie. Achter de schermen worden voortdurend nieuwe werken aangekocht, ook al zeurt de buitenwereld maar door over de fietstunnel en het nieuwe logo,’ reageerde Roderik met zijn basstem. Bovendien kende hij wèl iemand bij het Rijks. Dat komt in orde, verzekerde hij haar.
Lianne maakte van wat hij zei een notitie in het schrijfblok dat op haar bovenbenen lag. Ook nam ze een slokje van haar koffie.
Zo zaten de assistente van de wethouder van Cultuur en de kunsthandelaar/ex-medewerker van Christie’s met elkaar te praten, in zijn huiskamer, en Fei Fei zat erbij. Ze had die ochtend met Chen doorgebracht, onder de lakens in een schemerige hotelkamer, en het gesprek ging langs haar heen: de twee spraken Nederlands dus de woorden bleven slechts klanken.
Een kwartier eerder hadden ze met z’n drieën voor het schilderij gestaan. Lianne zag het werk voor de eerste keer in het echt. ‘Wat mooi,’ zei ze tegen Roderik en ze vertelde over een onderzoek uit de jaren negentig. Twee mannen hadden onderzocht wat het lievelings- schilderij was in elk land van de wereld. De uitkomst was niet zozeer één specifiek schilderij, eerder wat voor type werk. In ieder land had de voorkeur een figuratief schilderij van de natuur: wat bomen, een riviertje, wat dieren, en daartussen een mens. In alle landen vond men dit mooi, behalve in Nederland. Het lievelingsschilderij in Nederland was een abstract werk.
Dat vond Roderik een mooi verhaal en het sterkte zijn vermoeden dat hij een belangrijk werk in handen had dat iets wezenlijks vertelde over de Nederlandse aard.
‘Twee musea zal wat betreft fundraising meer werk kosten dan één museum,’ zat Lianne hardop te denken. ‘Het geeft altijd gedoe, twee partijen.’
‘Het zal op korte termijn misschien meer tijd en geld kosten, maar op lange termijn zal het ook meer gaan opleveren. Blijf die twee aparte toegangskaartjes in gedachten houden. Bovendien, mensen wandelen van het Stedelijk naar het Rijks, over het grasveld of over het looppad tussen de eettentjes door, en dan zullen ze iets te nuttigen willen kopen. Denk ook daaraan. Kortom, je moet het groter zien. Het is niet alleen goed voor de musea, het is vooral goed voor de gemeente Amsterdam als geheel,’ zei Roderik, de twee kunstwerken weer eens reducerend tot een geldkwestie.
Lianne maakte een notitie in haar schrijfblok en Roderik vroeg: ‘Zijn er al concrete geldschieters in beeld? Mondriaan-liefhebbers, sponsoren zoals banken etc?’
‘We zijn ermee bezig,’ antwoordde Lianne met de nadruk op het woordje ‘‘we’’. ‘We zijn met verschillende partijen aan het praten.’
Toen Roderik vroeg welke partijen dat dan zijn, bleef ze hem het antwoord schuldig.
‘En je hebt ook al met Vlekveld & consorten gesproken, neem ik aan?’
‘Met die partij hebben we gesproken ja. Een beetje verdeeld waren ze.’
‘Verdeeld?’ vroeg Roderik.
‘Ja.’
‘Over het schilderij?’
‘Nee, ik had eerder het gevoel dat het om privézaken ging.’
Er viel een stilte die Lianne pijnlijk vond: ze had teveel gezegd. Dat was niet professioneel. Om de aandacht op een ander te vestigen, vroeg ze in het Engels aan Fei Fei wat haar ideeën waren. Maar Lianne luisterde er niet echt naar en Roderik ook niet: hij liep halverwege haar antwoord naar de keuken om nieuwe koffie in te schenken. Fei Fei merkte heus wel dat haar woorden niet gehoord werden, maar ze maakte haar antwoord toch netjes af.
‘We hebben nog veel te bespreken,’ zei Roderik tegen Lianne toen hij een vers kopje koffie voor haar neerzette en op zijn horloge keek. 'Professor Botering kan ieder moment arriveren.'

Robbert

4 jaren, 2 maanden geleden