Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over Striptease

Een onderwerp voor schrijvers.

 

Joy Puik

3,1

Showdown bij Schiphol

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 31 mei 2013 11.59
subject: Sic Transit Gloria Mundi

Sorry dat ik mijn verhaal niet meteen heb afgemaakt. Ik was doodop, ik rilde over mijn hele lijf en mijn kop werkte ook al niet meer zo goed.
Maar ik ben niet aan gruwelijke ziektes gestorven. Ik werd vanochtend wel een uur te laat wakker. Ik heb Mingus een boterham naar binnen gepropt en naar zijn schooltje gebracht. De juf was niet boos, ze vroeg bezorgd hoe het met me ging. Ze had dat filmpje op YouTube al gezien. De kassadame bij de supermarkt raadde me aan een hete grog te nemen. Joy krijgt eindelijk de beroemdheid die ze verdient!
Goed, het vervolg van het verhaal: toen ik me weer over de reling trok, met vakkundige hulp van de kapitein, had de heer Reginald Cavendish de politie al gebeld om te melden dat Magda Vlekveld en Godfried de Ridder er met het potentiële bezit van Hutchison Whampoa vandoor waren. Kunstroof! Maar een kenteken kon hij niet geven, en als beschrijving helpt ‘een zwart Mercedes-busje’ niet veel.
Ik was woest. Ik was koud en nat en smerig, maar vooral was ik woest. Ik wilde achter ze aan. Ik rende de loopplank af, greep Herman de Cameraman bij zijn nekvel en samen renden naar mijn auto.
Ik denk dat ik de bestuurdersstoel heb verruïneerd met havenwater. Ik zei Herman dat het me speet dat ik zo stonk. Hij zei dat het niet gaf en draaide zijn raampje open.
Probleem was natuurlijk dat ik niet wist had waar Vlekveld en De Ridder naartoe wilden. Wat waren de mogelijkheden? Godfried, dat had ik uit zijn verhalen wel begrepen, wil het schilderij inlijven in een megalomaan kunstwerk dat hij in zijn loods aan het maken is. Daar waren ze niet naar onderweg, dat was duidelijk. Magda had dus het initiatief in deze actie. Wat zou zij met het schilderij willen? Mijn gok was dat ze het voor zichzelf wilde houden. Mondriaan was van haar, en niemand moest er met zijn poten aankomen. Als dat klopte, dan waren er volgens mij twee mogelijkheden, Magda’s huis in Buitenveldert en Schiphol. Vanaf het schip was het dus eenvoudig: Coenhavenweg en dan Einsteinweg.
Pas tegen het knooppunt kreeg ik een zwarte Mercedes-taxi in zicht, op de linkerbaan. Meteen daarop raakte ik hem weer kwijt. Op hoop van zegen nam ik toch maar de A4. Ik liet Herman de politie bellen om met stelligheid te melden dat de Victory Boogie Woogie op weg was naar Schiphol.
Pas toen we bij de taxistandplaats voor de hoofdingang van Schiphol parkeerden zag ik dat ik goed had gegokt.
Daar, achter het busje, stonden Magda Velkveld en Godfried de Ridder allebei aan een kant van de vurenhouten kist te rukken. Godfried was er waarschijnlijk tijdens de rit achter gekomen dat Magda niet van plan was hem het schilderij te gunnen voor zijn eigen kunstwerk. Ik hoorde achter me een sirene. Ik sprong de auto uit. Herman sprong de auto uit.
Magda zag mij het eerst. Even was haar aandacht afgeleid. Daar maakte Godfried gebruik van, hij rukte haar het schilderij uit handen. Maar daar schrok hijzelf weer zo van dat hij achterover op straat belandde. De kist schoot uit zijn handen, maakte een paar sprongen en belandde precies voor de aanrijdende politiewagen. We hoorden het hout versplinteren. Magda Velkveld zonk op haar knieën. Een hartverscheurende kreet.
Herman heeft het allemaal kunnen filmen, zij het wat schokkerig. Behoorlijk dramatische televisie.
Godfried en Magda zijn afgevoerd door de politie, samen met de resten van de vierde Victory Boogie Woogie. Ze worden dinsdag voorgeleid. Ze onderzoeken nu in het Stedelijk of het schilderij nog gerestaureerd kan worden.

Han van der...

5 jaren, 6 maanden geleden

 

Roderik van Zwaaij

3,1

Bezoek voor meneer Pijbes

Het was 20 mei, tegen half vijf, toen Roderik van Zwaaij de lobby van het Rijksmuseum kwam binnenstommelen. Onder zijn arm hield hij een donkerhouten kist. Bovenaan de trappen van de hal onderdrukte hij een ferme boer en wankelde even van de lucht die uit zijn ingewanden omhoog kwam. Toen daalde hij de trappen af en liep naar de informatiebalie.
Een vriendelijke jongeman vroeg hem waarmee hij hem kon helpen.
‘Kan ik Wim even spreken?’
De jongeman week achteruit van de alcoholwalm.
‘Wim? Het spijt me, meneer, er werkt geen Wim aan de balie.’
‘Jongen! Jij werkt bij het Rijksmuseum maar je weet niet hoe de directeur heet? Jezus! Wim moet ik hebben. Wim Pijbes. Bel hem even joh, ik heb iets voor hem.’ Roderik legde zijn kist nu op de balie, bovenop de merchandise, om de reden van zijn komst te onderstrepen.
‘Wim Pijbes?’ zei de jongeman. ‘Ik weet niet… Hebt u een afspraak?’
‘Nee jongen! Nee! Ik heb geen afspraak. Ik wil Wim spreken. Zeg maar dat het Roderik is, Roderik van Zwaaij. Dat ik hem de Victory Boogie Woogie kom brengen.’
‘Het spijt me, meneer, als u geen afspraak hebt…’
Roderik werd kwaad. ‘Goddomme, kijk dan zelf, joch!’ Hij wrikte de kist open en zwaaide het schilderij eruit. ‘Kijk dan!’
Het werd stil in de hal. Het baliepersoneel keek naar het schilderij. Verschillende medewerkers liepen naar de jongeman op wie Roderik het gemunt had toe. Er werd gefluisterd. Iemand greep de telefoon.
‘Blijft u rustig staan, meneer,’ zei de jongeman tegen Roderik. ‘We kijken of meneer Pijbes nog in het gebouw is. O, ik hoor dat hij eraan komt. Hij is zo bij u.’
Roderik leek iets tot rust te komen. Hij legde het schilderij op de kist. Op dat moment viel het hem op dat hij zijn overhemd scheef had geknoopt. Hij begon gewetensvol knoopje voor knoopje het overhemd open te knopen, waarbij een witte, pluizig behaarde buikpartij zijn weg naar buiten zocht. Voordat hij kon beginnen aan het dichtknopen kwam Wim Pijbes met een beminnelijke glimlach de trap af. De baliemedewerkers wezen op Roderik en maakten verontschuldigende gebaren.
‘Meneer,’ begon Pijbes, ‘u had naar mij gevraagd?’
Roderik probeerde met zijn linkerhand zijn overhemd bijeen te houden terwijl hij zijn linkerhand naar Pijbes uitstak. ‘Ja, ja. Roderik van Zwaaij. We hebben elkaar vorig jaar nog gesproken.’
Wim Pijbes weifelde even. ‘Help me even, bij welke gelegenheid?’
‘De Somaskanda-groep! Ik heb je de Somaskanda-groep verkocht! Roderik van Zwaaij, van Christie’s. Eh, voorheen van Christies.’
‘Ah, ja,’ zei Pijbes, nog niet geheel overtuigd. ‘Er staat me zoiets bij. Mooi. En waarover wilde je me spreken?’
‘Ik kom je de Victory Boogie Woogie aanbieden.’ Roderik pakte het schilderij en hield het Pijbes voor, waarbij hij gelijk zijn buik kon bedekken.
‘Aanbieden? Maar voordat we zo’n aankoop doen…’
Roderik schudde driftig zijn hoofd. ‘Geen aankoop. Ik geef het je! Ze zeggen dat Roderik het allemaal alleen doet voor het geld, nou, hierbij doneer ik dit schilderij aan het Rijks. Omdat ik zo van het Rijks houd!’
‘Dat is… Geweldig. We moeten natuurlijk het schilderij eerst goed bestuderen, maar dan lijkt dit me een prachtige aanwinst. Hier kunnen we… Laat je gegevens achter bij de balie, dan nemen we contact met je op als we het aan de collectie toevoegen.’
Wim Pijbes schudde Roderik nogmaals hartelijk de hand en liep toen met het schilderij in de kist de trappen weer op.
Roderik knoopte zijn overhemd dicht. Hij dicteerde zijn naam, adres en telefoonnummer aan de baliemedewerker.
Met een ratelende boer van opluchting zwierde hij even later de draaideur door.

Jochem Broe...

5 jaren, 6 maanden geleden

 

Godfried de Ridder

2,6

Snuffelstage

1. Samenvatting
Voor u ligt het stageverslag van Lucia Labruyère, klas havo 3C. Tijdens mijn snuffelstage bij Kosakowski Snaps bv, die plaatsvond van 15 tot en met 21 april 2013, heb ik me vooral gericht op mijn eigen werk. Als ik terugkijk op deze week, kan ik zeggen dat ik veel heb geleerd over fotografie, video, kunst en het leven in het algemeen. Mijn missie is geslaagd, al denkt u daar vast anders over.

2. Stagebedrijf
Kosakowski Snaps bv is het bedrijf van de fotograaf Stefan Kosakowski, die ook mijn stagebegeleider was. De oude kunstenaar Godfried de Ridder, die ik tijdens deze week heb ontmoet, spreekt 'Snaps' graag op z'n Duits uit, zodat het klinkt als 'borreltjes' in plaats van 'kiekjes'. Het bedrijf is opgericht in 2005 te Amsterdam, met de bedoeling om mensen in dienst te nemen, maar zo ver is het nooit gekomen. Al met al is mijn stagebegeleider nog steeds alleen, op af en toe stagiairs na, hij wisselt commerciële klussen af met subsidietrajecten, eigen werk, etc. Kosakowski Snaps bv is gevestigd op de eerste verdieping van het woonhuis van mijn stagebegeleider en zijn vrouw, maar meestal waren we in het atelier van de oude kunstenaar in de haven.

3. Opdracht
Vooraf was het idee dat ik me 50% van de tijd zou bezighouden met foto's uitzoeken voor de stagebegeleider, 25% van de tijd met foto's retoucheren, en 25% met videodingen, waarbij we zouden kijken of die nuttig waren voor Kosakowski Snaps bv. Ik had gehoord over andere snuffelstages die meer buffelstages waren, maar dit leek mij een heel relaxte indeling.

4. Uitwerking
In de praktijk heb ik gedaan wat ik zelf wilde, namelijk video's maken. Want mijn hobby is: YouTube. Ik heb vooral de oude kunstenaar opgenomen, terwijl die over zichzelf praatte. Eerst vond ik hem nogal vol van zichzelf, later zag ik in dat hij sommige dingen echt goed doorheeft. En ik vond het een bende in zijn atelier, maar uiteindelijk kreeg ik er enorm veel zin om zelf ook dingen te maken. O ja, er gebeurde iets spannends toen ik buiten aan het filmen was, bij dat schip van het journaal. Daar kwam toevallig die Chinees van De wereld draait door uit de kajuit. Een minuutje later kwam er een jongen aan op een pizzabrommer, groene helm, supergrote bak achterop. Toen werd er een pizza uitgewisseld. Pas bij het terugkijken van de opname zagen we wat er niet klopte: de Chinees gaf de pizza aan de bezorger, en niet andersom, zoals je zou verwachten. Het was ook een joekel van een pizzadoos. Toen de snuffelstage was afgelopen, begon de oude kunstenaar aan een nieuw project, en hij wilde dat ik meedeed. Ik kon mooie dingen maken en iemand was blij met me, wat wilde ik nog meer? Dus ben ik niet echt meer naar school geweest. Mijn stagebegeleider raakte trouwens steeds meer van de wereld. Hij stond continu foto's te maken, zonder plan, hij klikte maar en klikte maar.

5. Resultaat
Er zijn video's gemaakt, zeker, maar het meeste resultaat zit in mijn hoofd. Ik heb gemerkt dat het prima is om niet zo spraakzaam te zijn. Er gebeurt juist iets grappigs. Mensen gaan de stilte invullen, ze zeggen meer dan normaal. Je leert ze veel beter kennen. Tegelijk gaan ze denken dat jij niet nadenkt, alsof je een gebruiksvoorwerp bent, een stofzuiger, of zo, dat je geen gedachtenwereld hebt, etc. Maar je zou toch iets moeten zien in mijn ogen? Ik weet trouwens niet of het echt zo is dat een stofzuiger geen gedachtenwereld heeft. Je kan het niet weten, en het helpt hem niet dat hij geen ogen heeft waarin je kan verdrinken.

6. Aandachtsgebieden
Is het wel de bedoeling dat je stagebegeleider zijn apparaat uit zijn broek ritst en hem in je keel steekt? Sorry, dat naïeve begint een maniertje te worden. Flauw. Ik weet best dat het niet normaal is als je stagebegeleider geile muziek aanzet, vraagt of je je hemdje uitdoet en daarna of je hem wilt afzuigen. Ik schrijf het hier op om u te choqueren en mijn stagebegeleider te schaden. Ik hoop dat zijn vrouw dit leest. En mijn ouders, al zullen die er geen tijd voor hebben. Stefan Kosakowski heeft mij de ruimte gegeven om video's te maken, maar een goede stagebegeleider was hij niet. Plus: het lot van de kunstenaar is om vroeg of laat ten onder te gaan, zegt Godfried de Ridder. Zelf ben ik ook ooit aan de beurt. Althans, het lijkt me onvermijdelijk dat ik een kunstenaar word. Misschien ben ik het al. Wat denkt u?

7. Conclusie
Ik lever dit stageverslag in omdat ik van school af moet als ik het niet doe, dit is mijn laatste kans om goede wil te tonen, etc. Maar ik vermoed dat u dit verslag niet zal waarderen. Het is wel eerlijk opgeschreven hoor. Dus waarschijnlijk is het de waarheid die tegenvalt.

Niels ’t Hooft

5 jaren, 6 maanden geleden

1,0

Lofzang-II

Oh zo veel aandacht zo goddelijk intens
Vol op m’n vezels en recht op het vlak
Die borende zoekende tastende blik
Hoe gestreng de ogen zo warm het zicht
Man kon hij kijken vooral zonder bril
Me dicht op de huid zodat hij ook rook
Naar ik aanneem hoe ik gloeide van trots
Zweette van de spanning op m’n spieën
Meer nog de draden de schering de inslag
Die het vrijwel niet kunnen verdragen
De koorts de twist van vijfenveertig graden
Zonder extra nagels in mijn zijden
Oh dat mijn krijt met beenderlijm
Het ongeschonden mag doorstaan
En dat ik al de liefderijk opnieuw
Steeds aangebrachte gewogen en te
Licht bevonden en heroverwogen
En weer gewikte weer herschikte
Kleurenlinten dragen blijf als af
Gewikkelde cocardes strakke guirlandes
Die met steeds toenemende precisie
De kleine pijn verzachtten van al de
Zeer bedachtzaam in mij door mij heen
Geprest duimspijkers oh hij heeft me
Betast gevoeld als enige eerste laatste

Fabian Stolk

5 jaren, 6 maanden geleden

1,3

Lijkzang-III

Als het maar niet zo zou plakken.
Al dat gedoe altijd, dat zuigen, dat
Trekken, het klemmen en rekken,
Dat kleffe, dat blijvende, klevende,
En dan daarnaast nog, kchrrychst-
Tisteering, shit, daar zit er dus een:
Als een puist, een pukkel, een aambei
ex negativo, midden erin, wat dondert ’t,
Ik bedoel: interesseerde de materie
Deze kille meneer dan geen hol?
Niemand die het zal zien, vrees ik.
Maar, Jezus, al die pestkleine steken,
Die gaten. Het weefsel aan flarden.
Of er een specht of zo in de weer
Geweest is, maar wel een gestoorde.
Of er ’n manisch-psychotysche misfit
Met twintig zygodactylische poten
Me een Thaische massage cadeau deed.
Lik m’n hoelah! Typh op met je pinnen,
Al je pennen, je naalden, je nietjes.
Mijn god, waren er toen dan al nietjes?
En rot anders alsnog op met je suffix.
Nieten, goddomme. Verneinung, dat is het.
En dwars daar dan weer overheen
Al die nuffig stripjes in kleurtjes
Of ik zelf niet enige samenhang,
Geen enkel spoor van cohesie vertoon.
En als toef op de taart drupt alles
Nou langzaam en smijdig, gestadig
Uit kwartslag gedraaide, onwillige hoekjes,
puntstandig gekanteld ten toon nu gestelde
Geduckttapete vlakjes. Oh, oh, den haagh,
Drijf me af, liever gister nog dan vandaag.

Fabian Stolk

5 jaren, 7 maanden geleden

 

Godfried de Ridder

1,7

Naar het kinderdagverblijf met Godfried de Ridder II

De portier is scheel. Godfried de Ridder omklemt het handje van de driejarige stevig. Zonder het kind van de man die elke stap die hij zet volgt, is hij niets op deze basisschool. Hij heeft hem, Stefan Kosakowski, geïnstrueerd om buiten op hem te wachten, hij zal zijn kind terug brengen wanneer hij ware kunst zonder bevlekking heeft zien ontstaan. Dat is waarom hij hier is. Een kind heeft niet de geschiedenis die hij met zich mee hoeft te dragen, ideeën roetsjen als van een glijbaan van de kop naar het papier. Ook nu wordt Godfried getormenteerd door gedachtes waar hij geen ruimte voor wil maken. Hij denkt aan Magda, ze lag zo zoet onder ziekenhuislakens. Ze zei niets, helemaal niets, en eigenlijk was dat zo prettig. Voor heel even kon hij geloven dat alleen zijn waarheid echt was, ze zal vast iets gevonden hebben, dat deed er niet toe. De spiertjes rond haar mond die af en toe aantrokken, interpreteerde Godfried als toekenning. Het waren mooie uren die hij aan de rand van haar bed had doorgebracht. Hij wachtte niet totdat ze wakker zou worden, dat zou alles verpesten. Op haar voorhoofd had hij een kus gezet, al voelde hij zich daar een beetje idioot over. Alsof hij dat gebaar direct uit een soap had gekopieerd, hij wist niets beters. Eenmaal uit het ziekenhuis besloot hij af te maken waar hij aan begonnen was, juist omdat hij dat normaal niet doet.
Godfried knikt iets te intens naar de portier, dan trekt hij het armpje van de driejarige hardhandig de lucht in om te laten zien dat hij niet alleen is. Haast wil hij ook nog zeggen: ik heb een kind mee. Gelukkig weet hij die woorden nog weg te moffelen.
“Ik hey hallo,” wordt het.
De portier staart nog steeds even scheel voor zich uit. Godfried versnelt zijn pas, de driejarige trekt zich los en stormt een trap op. Kinderen van drie kunnen erg snel rennen, moet Godfried concluderen. Dan bedenkt hij zich dat hij de naam van de driejarige is vergeten, of heeft hij die überhaupt ooit wel eens gehoord? ‘Zonder kind op een basisschool ben ik niks,’ galmt door zijn hoofd.
De driejarige verdwijnt bovenaan de trap.
“Zeg, ho, …, kind,” probeert Godfried, “kom eens terug nou.”
Zo snel als zijn voeten kunnen snelt hij de driejarige achterna, hij laat de leuning door zijn handen glijden. Boven scant hij de gang, vier deuren, alle voorzien van glas, alle dicht, en nergens een kind. Wat nu? Wat nu? Hij dwingt zichzelf te denken als een kind, dat is immers ook het uiteindelijke doel. Met een slag draait hij de eerste deur open. Een lerares kijkt verbaast zijn kant op, een twintigtal kindergezichtjes doet hetzelfde. Zijn deze kinderen drie, vier of vijf? Godfried weet het niet meer, misschien zouden ze wel zes kunnen zijn. Hij probeert zich in te denken hoe lang de driejarige was. Vergeten, hij is het allemaal vergeten, of heeft hij daar wel naar gekeken. Zijn gezichtje kan hij zich ook niet meer voor de geest halen.
“Wat kunnen we voor je doen?” vraagt de juffrouw met een stem in honing gedoopt, Godfried smelt.
“Ik kom mijn zoon halen,” zegt hij zonder na te denken, zijn ogen zakken in de boezem van de juffrouw.
“We moeten eerst altijd groeten. Is het niet zo klas? Stelt u zichzelf even voor.”
“Ja,” Godfried krijgt het warm, “mijn naam is Godfried, ik kom iemand ophalen.”
Hij wil zichzelf schoppen, waarom zegt hij iemand?
“Goedemorgen meneer Godfried,” klinkt uit twintig kinderkeeltjes.
“Wie is uw zoon?”
Godfried stamelt, hij wil heel erg veel te gelijk. De driejarige moet terug naar zijn vader, dit was een slecht idee. De juffrouw moet met hem mee, zodat hij onder de lakens iets kan bekijken. Het schilderij zal vandaag uit zijn vingers ontstaan, een echt meesterwerk. Zonder veel te zeggen schuifelt Godfried het lokaal uit en snelt, eenmaal op de gang, het schoolgebouw uit. De wind blaast zijn haar de andere kant op.
“Ik ben hem kwijt,” Godfried schreeuwt naar Stefan, die hem nog niet hoort, alleen verbaast opkijkt, “ja, ik ben je zoon kwijt.”

Alma Mathijsen

5 jaren, 7 maanden geleden