Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over Christie's

Een onderwerp voor schrijvers.

1,3

Is er dan niemand in de wereld te vertrouwen?

‘Waar is het echtheidscertificaat,’ gromde de man met de varkenskop, terwijl hij de juten zak van het hoofd van zijn slachtoffer trok. Door het masker gluurde hij naar het gezicht van de dandy in smoking voor hem. Deze lefgozer mocht in de veilingzaal de held geweest zijn, de showmaster die zijn publiek opzweepte of liever gezegd manipuleerde tot het bieden van exorbitant hoge bedragen, in hun handen was hij slechts een lullig hoopje mens.

Het zou mij niks verbazen als hij in zijn broek heeft gepiest, dacht de varkenskop. Allemaal mietjes in de kunstwereld. Kunst, en dan vooral moderne kunst, wat stelde dat nou voor? Dat konden zijn neefjes beter. Wat er bij die pinguïn in zijn veilinghuis onder de hamer kwam zei hem absoluut niets, behalve dat het big business was. Geld, seks, macht, daar draaide toch alles om in het leven en, laat het een cliché zijn, daar werd je pas een succesvol man door.

Jack verstijfde onder de blik van die half verstopte ogen. Hij spande zijn oogspieren om scherper te kunnen zien, maar het lukte niet. Het leek wel of zijn oogleden van lood waren. Was hij verdoofd geweest? Opeens herinnerde hij zich hoe hij was overmeester door twee armen om zijn nek. Hij had een prik in zijn arm gevoeld en was weggezakt in een diepe duisternis.

Nu moesten zijn ogen wennen aan het licht. Niet meer naar die varkenskop kijken, zei hij in zichzelf. Hij tilde zijn hoofd een beetje op en zag tot zijn schrik dat er nog meer mannen met varkensmasker in de zaal liepen, gewapend met imposante geweren. Hun gelach ging door merg en been. Hoe kon het dat hij ze niet eerder had opgemerkt? Rechts bij het raam stond een vrouw met de rug naar hem toe. Ze kwam hem vaag bekend voor.
Hij probeerde rechtop te gaan zitten, maar schoot terug. Pijn schoot door hem heen. Zijn handen zaten met tape vast aan een ijzeren stang. Hij keek naar zijn benen die onwillekeurig fietsbewegingen maakten, zag toen het fietsframe. Fuck, nee, dat kon niet waar zijn.

Toen pas ontdekte hij het tapijt dat recht voor hem op de grond was uitgespreid. Hoewel, tapijt, wat daar lag herkende hij uit duizenden. Bijna een jaar geleden had hij dat beroemde schilderij van Mark Rothko afgehamerd op 86,9 miljoen dollar. Oranje, rood, geel. De kleuren van zijn grootste persoonlijke triomf. De vlakverdeling, kleurnuanceringen en textuur van het schilderij stonden als in zijn geheugen gebrandmerkt. En nu lag datzelfde doek recht voor hem, plat op de grond, respectloos. Hij rilde.

Naast het schilderij stond een tafel met schildersgereedschap: spuitbussen, mesjes, tubes, kwasten, terpentine, maar ook schuurpapier, radeermesjes en een gasbrander. ‘Christie’s heeft toch experts die weten waar de mooiste spullen te halen zijn?’ sprak de varkenskop. ‘En jullie nieuwe veilinghuis in Shanghai mogen jullie veilen op het Chinese vasteland, onafhankelijk van lokale partijen. Dat klopt toch? Dat is voor ons zeer, zeer aantrekkelijk en jij gaat ons daarbij helpen. De wielen draaien nu vanwege een lopende band, maar die zetten we stil. Dan mag je zelf fietsen of je leven ervan afhangt. Als je stopt met trappen zullen de verfblikken die aan die stang boven het schilderij hangen door spiesen doorboord worden, openbarsten en de verf zal als een stortbui op het schilderij vallen. En zie je die tafel daar? Prachtige werktuigen om een schilderij voorgoed mee te verminken. Dat wil jij toch niet op je geweten hebben? Dus kom maar op: waar is het echtheidscertificaat?’
De veilingmeester voelde hoe zijn benen vertraagden, het tempo nam af, nog even en de band zou stilstaan. Als een bezetene trapte hij op de pedalen. Hoe moest hij zich hieruit redden? Plotseling zag hij vanuit zijn ooghoeken dat de vrouw zich omdraaide. Ze kwam heupwiegend naar hem toe. De varkenskoppen stelden zich ieder aan één kant van Rothko’s doek op met hun geweer in de aanslag. De vrouw stond recht voor hem. Nu ze zo dichtbij was, wist hij het weer. Was er dan niemand in de wereld te vertrouwen?

Hij zou zwijgen als het graf. ‘Je zegt niets?’ sprak de vrouw. Op haar teken vuurde een van de gangsters een schot af en een klodder lichtblauwe verf plofte midden op het schilderij. De tweede schutter kwakte er een witte vlek naast. Het was alsof een vlijmscherp mes door zijn vlees sneed. De pijn was onverdraaglijk. Dat is niets, courage, dat is niet erg, dat is wel te restaureren, fietsen, gewoon doorfietsen. Redden wat er te redden valt. Het zweet liep over zijn rug.

‘We kunnen je nog opium geven,’ sprak de vrouw opeens. ‘Krijg je weer dat lome, behaaglijke gevoel van. Wordt je zo heerlijk onverschillig van. Dan geef je je geheim wel prijs.’ Ze haalde een spuit tevoorschijn, streelde de binnenkant van zijn onderarm, waar zijn aders als een gek begonnen te kloppen, en bond een rubber band om zijn arm. ‘Nee, nee…..ja, ja, ja…,’ gilde hij. ‘Stop deze kwelling, ik zal spreken.’

Kletsnat werd hij wakker. Hij was in zijn eigen slaapkamer. De varkens krijsten nog in zijn halfslaap. Het liet hem niet met rust, die eerste veiling in het najaar in Shanghai.

Lineske

6 jaren, 2 maanden geleden