Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over Liefde en inspiratie

Een onderwerp voor spelers. Aantal bijdragen deze ronde: 0

 

Fei Fei

1,6

Telefoon op de Dam

De koffiehoek van de Bijenkorf was helemaal vol. Geen enkel plekje vrij. Chen en ik liepen naar buiten en gingen op een bankje zitten, met het warenhuis in onze rug en met uitzicht op die stenen fallus. Oorlogen worden gevoerd door mannen, zij maken blijkbaar ook de herdenkingssymbolen. Het was ongemakkelijk, een paar minuten daarvoor op de parfumafdeling, Chen, Roderik en ik. De twee mannen wisselden, om het zacht uit te drukken, geen vriendelijke blikken met elkaar. Ik besefte dat het vertrouwd voelde om Chen weer te zien. Zoals hij naar me kéék, zo kijkt geen man naar me. Ook Roderik niet. En die actie met het schilderij op Schiphol, ik weet het niet, ik ben Chen anders gaan zien. Dit liet ik niet merken aan Roderik, maar ik vroeg hem wel om ons een moment alleen te geven. Hij stribbelde tegen, maar liep toen weg. Om zich een houding te geven deed hij alsof hij met iemand belde.
Natuurlijk was Chen boos op me, op het bankje, en ik liet hem boos zijn. Maar hij was ook verheugd en verbaasd, want het was zo toevallig dat we elkaar hier troffen, alsof het voorbestemd was, zei hij. Chen zag er goed uit. Helemaal geen afgetobd gezicht, geen vertwijfelde lichaamstaal.
Natuurlijk spraken we over de schilderijen, ‘de mijne’ en ‘de zijne’, over de talkshow, over Roderik en Magda: over alles wat er de afgelopen tijd was gebeurd. En het gekke was: we waren gewoon aan het bijkletsen, bijna gezellig, als twee schoolkinderen die iets spannends hadden meegemaakt en nu tijdens het navertellen opnieuw adrenaline voelden opkomen. Er waren wel verwijten, maar er was ook toenadering. En toen Roderik ons na een paar minuten al had gevonden (het bleek een kwartier te zijn) en we afscheid namen, en ik weer moest overschakelen naar het moeizame Engels, toen besefte ik hoe prettig het was om met Chen in onze moedertaal te hebben gekletst. Al die nuances en woordjes die zoveel duidelijker uitdrukten wat ik wilde zeggen. Het uit elkaar was op een droge manier gegaan: we zeiden ‘dag’ alsof we elkaar morgen weer gingen zien, ik liep weg met Roderik, terwijl, toen ik even omkeek, Chen de andere kant op liep.
Ik had verwacht dat Roderik boos mijn pols zou vastgrijpen en er zo’n ruk aan zou geven, zo van: ‘vertel op’ of ‘wat flikte je me nou’, maar vreemd genoeg bleef dat achterwege. Hij leek Chen alweer vergeten en had werkelijk iemand aan de telefoon gehad, dat was geen pose geweest. Goed nieuws: iemand toonde interesse voor onze Victory. De assistente van een wethouder van Amsterdam. Het was nog een beetje vaag, zei Roderik, maar het kwam erop neer dat die vrouw, of eigenlijk het meisje, ze klonk nog jong en onervaren, met ons een afspraak wilde maken om eens te praten. En om het schilderij in het echt te zien. Kortom, om de mogelijkheden te bespreken. Ik luisterde wel naar Roderik, maar moest moeite doen om in mijn gedachten niet af te dwalen naar Chen. Toen ik de naam van die vrouw aan de telefoon hoorde, schrok ik wakker.
‘Roderik… Chen had het ook al over haar,’ zei ik.
‘Over Lianne Verstraaten?’
‘Ja, ik geloof het toch echt. Hij noemde die naam. Lianne Verstraaten.’
‘Hoe kan dat nou weer?’
‘Ik weet het niet.’
‘Wat zei hij over haar?’
‘Nou, dat hij door haar gebeld was en met hem over het schilderij wilde praten. Nu ik erover nadenk, hij vertelde precies hetzelfde als jij.’
‘Wat? Dus… de gemeente van Amsterdam…’
Hij viel stil en dacht na.
‘Wanneer is de afspraak eigenlijk?’ vroeg ik.
‘Over twee dagen.’
‘Bij jou thuis of op het gemeentehuis?’
‘Op het gemeentehuis. Zou Chen daar dan ook zijn?’ vroeg Roderik zich hardop af.
Fei Fei vroeg het zich ook af.

Robbert

5 jaren, 7 maanden geleden

 

Magda Vlekveld

1,0

Daar ruist langs de wolken een lieflijke stem

Ik hoorde een stem door een wolk van doodsangst en pijn. Ik herkende de stem, hij had mijn leven lang al in mij geklonken. Ik poogde me op te richten en bemerkte ontdaan te zijn van alle knellingen waar een vrouwenlichaam in opgesloten zit. Geen bh, geen onderbroekelastiek, geen spijkerbroek. Het was of ik dreef op een snelstromende rivier, maar wat ik hoorde was geen naderende waterval meer, maar de basso continuo die ik altijd onder mijn vrouwelijkheid aanwezig wist. Ik opende mijn ogen.
“Hé Magda, lekker meid van me, ben je d'r weer?”
“God, ben jij het?” zei ik aarzelend.
“Je eerste liefde in hoogsteigen persoon. Die vergeet je nooit, wat? Eén keer van bil, altijd de spil.”
“Waar zijn we?”
“In de hemel, schatje, waar anders.” Hij floot net als vroeger vrolijk tussen zijn voortanden door. “Laat maar rollen, jongens.”
Voor mijn ogen dwarrelden rode en gele vierkantjes omlaag, witte vlakken, grijze, zwarte lijnen, blauwe.
“Dit is 'm nou, Vlekje. De enige echte. Je hoeft niet meer bang te wezen dat je belazerd bent. Hij bestaat heus en die leipe Fei Fei heb de valse.”
“Maar hoe kun jij…”
Ik herkende het doek van de verfomfaaide foto's die Chen me gestuurd had. Ik hoorde aan de andere kant van het heelal een deur openzwaaien.
“Is de patiënte weer wakker?” klonk een hoge vrouwenstem.
“Ja, zuster dikkekont,” donderde Godfried met zijn Russische bariton. “Ze is weer helemaal op en top.”
Maar toen ik als in extase overeind wilde komen uit mijn ziekenhuisbed, ontdekte ik opeens dat de rechter helft van mijn schedel was weggeslagen, en dat de zure geur die zich aan me opdrong van het braaksel kwam dat nu uit mijn mond gulpte over de witte sprei op mijn benen.
“Krijg nou de kankertering,” schreeuwde Gotfried alsof hij nog steeds de ruige kunstenaar was van wie ik zolang idolaat was geweest. “We hebben er godsallejezus alweer een Victory Boogie Woogie bij! Moet je die patronen in d'r kots zien. Dat geel en dat rood! Totaal Mondriaan!”
In een zee van Chinees gesis en gesteun tuimelde ik achterover de tunnel van mijn eigen zweet in.
Zeg me dat dit nooit is gebeurd.

Arjen

5 jaren, 7 maanden geleden

 

Roderik van Zwaaij

1,7

Een kunstvorm op zich

Roderik van Zwaaij rolde het condoom af en gooide het in de pot. Jezus, wat moest hij pissen! Hij keek hoe het zielige oranje ringetje in de straal spartelde met zijn staart. Een plastic meisjesring noemden ze dat vroeger, onder elkaar. ‘Heb jij een plastic meisjesringetje voor me te leen? Ik krijg bezoek vanavond en…’ ‘Kom jij nog een beetje door je plastic meisjesringen heen, vent!’ Mooie tijd. Vrienden voor het leven. Dat zag je aan Bert, hoe lang had hij die lul niet gezien? Zeker vijf jaar. En ineens had hij aan de telefoon gehangen: ‘Ha Roderik, zeg, jij doet toch in kunst?’ Precies wat hij nodig had op dit moment. Bert nam het hem vast niet kwalijk dat hij Fei Fei had meegenomen. Als het schilderij eenmaal verkocht was dan zou Bert een mooie commissie krijgen, meer geld dan hij ooit bij elkaar had gezien waarschijnlijk. Hoe die vent in zo’n fietsenloods terecht was gekomen, was hem een raadsel, zeker met zulke ouders. Maar Bert was Bert en Bert bleef Bert. Vrienden voor het leven.
Hij liep terug naar het bed. Fei Fei lag uitgespreid over het laken. Ze snurkte zacht. Uitgeput? Voldaan? Hij legde het dekbed over haar heen. Zou ze gemerkt hebben dat hij niet was klaargekomen? Waarschijnlijk niet. Toen hij er genoeg van had, had hij een flinke kreun gegeven en was over haar heen gevallen. Dat moest toch genoeg zijn, vond hij. Liefde en inspiratie.
Hij trok zijn badjas aan, pakte zijn sigaretten en schoof zachtjes de balkondeur. Buiten begon het fris te worden. Hij stak op en inhaleerde diep.
Wat zouden ze bij Christie’s gevloekt hebben! Het schilderij van het jaar, in handen van de vent die zij een maand tevoren verontwaardigd hadden ontslagen. Godver! Natuurlijk was het stom geweest, dat Parool-interview. Hij had zijn bek weer eens voorbijgepraat. ‘Ik verkoop net zo lief een vervalsing’, met zo’n kop vraag je natuurlijk om moeilijkheden. Vandaag bij Van Nieuwkerk had het ook niet veel gescheeld. Dat niemand in de kunstwereld vies is van een vervalsing is één ding, maar dat moet je de buitenwacht natuurlijk niet aan de neus hangen.
Nu kon hij terugslaan. Nu kon hij bewijzen dat hij gelijk had. Hij zou iedereen laten zien hoe de moderne kunsthandel werkt en hij zou er nog goed mee verdienen ook. Hij zou laten zien dat de kunsthandel, als je het goed aanpakt, een kunstvorm op zich kan zijn. Het gaat er niet om wat het is, het gaat erom wat het lijkt, het gaat erom hoe je het noemt. Het gaat om verbeeldingskracht en lef. Liefde en inspiratie.
Waar had hij dat toch gelezen? Liefde en inspiratie. Hij ging naar binnen maar liet de balkondeur op een kier staan. Hij schoof Fei Feis arm opzij om plaats te maken. Ging naast haar liggen. Streelde haar over haar haar. Waarom? Hij had niet het idee dat hij veel om haar gaf. ‘Je geeft me liefde en inspiratie,’ fluisterde hij met een glimlach. Binnen een minuut sliep hij.

Jochem Broe...

5 jaren, 7 maanden geleden