Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over Cultuur in crisistijd

Een onderwerp voor spelers. Aantal bijdragen deze ronde: 0

8,5

Stefans beweegredenen

Of ik nog weet wanneer ik op het idee kwam? Jazeker.
Een jaar of vijf geleden had je die korte ophef over De Victory Boogie Woogie, dat beroemde schilderij van Piet Mondriaan in Den Haag. Er was een stel Chinezen naar Nederland gekomen die beweerden een alternatieve versie van Mondriaans laatste, Unvollendete meesterwerk te hebben. Wilden ze natuurlijk verkopen. Er dook nog een versie op. Verwarring alom. Deskundigen en kooplui, gekken en vervalsers, iedereen bemoeide zich ermee. Tot Arie Boomsma aan toe. Ja, zo komt ie aan die rare blokjes op zijn rug.
Ik was in die tijd de foto en video-assistent van Godfried de Ridder, een goeie maar wat in het ongerede geraakte kunstenaar. Ik zou hem helpen bij het maken van een persoonlijke documentaire over wat hij de grootse, rituele opheffing van zijn kunstenaarschap noemde, in een laatste majestueus gebaar. In zijn loods zou hij een ode aan het Nederlandse landschap brengen, een enorme installatie van grond, hekken, stukken schroot, zand, ga maar door. Een abstracte evocatie met origineel materiaal. En centraal daarin, een Godfriedvormige uitsparing, in een heldhaftige pose. Het silhouet heeft de armen gestrekt recht boven zich, en daar zou dan die nieuwe versie van de Victory Boogie Woogie komen. Kunst is iets voor de 20e eeuw, zei Godfried altijd. Die is voorbij. We moeten het als de Oudheid vereren en ophouden met kunst maken. IDat hele Dutch Soul project is in de soep gelopen. Iedereen was geil op de miljoenen, het doek raakte beschadigd bij een duw en trekpartij en werd ontmaskerd als een vervalsing. Een Chinees bedrijf kocht het op voor een museum met kopieën van meesterwerken in China.
Goed, aan die kade waar het Griekse schip lag waarmee het Chinese echtpaar de pseudo Victory Boogie Woogie was komen brengen, was ook het atelier van Godfried. Toen alles voorbij was en de Chinezen met hun frisse nieuwe kopie van de valse Mondriaan weer zouden afvaren, was er een afscheidsparty. Het was een zonnige, maar koele dag. Stond veel wind. Er werd getoast, er waren hapjes, maar de sfeer bleef stijf en onhandig. Zakelijk was iedereen wel tevreden met de afloop, maar er hing ook een katerige sfeer. Alsof iedereen al in zichzelf gekeerd was en met gemengde gevoelens terugkeek op de hele episode.
En terwijl dat schip wegvaart, en ik Godfried, Roderik, Magda, Joy, Lianne, die maffe Bert met zijn eeuwige peuk op de rug kijk, zwaaiend met naar de Elefteria, schiet het me te binnen. Eigenlijk missen ze dat schilderij nu al. Dat die pseudo-versie bestaat maar er niet is, activeert en verrijkt het kijken naar de Victory Boogie Woogie in Den Haag. Dwingt je nog beter te kijken, te ondergaan en beseffen wat je ziet.
Toen was 1 en 1 snel 2. Het vergde een enorme voorbereiding, bijna twee jaar. Toen stal ik een beroemd schilderij van Saenredam, zo’n kerkinterieur waar Jan Dibbets idolaat van is. En met hem een heleboel hard core kunstminnaars. En ik verspreidde de video van de kelder met de ervoor zittende, gemaskerde bewonderaars over het internet. Nou, binnen de kortste keren kwamen Joost Zwagerman en Jan Dibbets op de buis uitleggen wat voor enorm belangrijk schilderij dat was. Hoe ook het werk van Mondriaan, Schoonhoven en Dibbets innig verbonden zijn met deze manier van kijken. Er was een extra uitzending van Opsporing Verzocht met Rudi Fuchs en Wim Pijbes, Jan Dibbets en onbekende aangedane liefhebbers. Alle lijnen open. Interviews met gespecialiseerde rechercheurs. Er was zelfs een bijrolletje voor Roderik van Zwaaij.
You don’t know what you’ve got till it’s gone. Joni Mitchell, Big yellow Taxi, draaide mijn moeder altijd. They paved paradise, put up a parking lot. Dat liedje zat onder het filmpje waarin het leek alsof je zag dat de Saenredam verbrand werd. Nog grotere hysterie in de media. Columnisten boven hun theewater: dit was erger dan moslimterrorisme.
De politie was me, zo bleek later, al goed op het spoor, toen ik het schilderij terug liet brengen door een nietsvermoedende schoolklas, die punten voor Kunstzinnige Vorming dachten te scoren. Ik ben gearresteerd een uur of twee nadat ik het slotbericht van het project had gepost en aan alle redacties had verstuurd.
Ik zie het als het logische vervolg op Godfrieds Dutch Soul. Dit is wat ik heb opgestoken van dat hele Boogie Woogie gedoe: je moet de mensen met grof geweld dwingen om gewoon echt naar de bestaande kunst te laten kijken. En nergens zijn ze zo makkelijk te raken als via de media, en als het over misdaad, terrorisme, schandalen gaat. Door mijn actie hebben heel veel mensen voor het eerst van Saenredam gehoord. En de vastgeroeste kunstmandarijnen, die niet lijken te beseffen hoe verplichtend al die pracht en schoonheid is, heb ik een schop onder de komt gegeven. Ik ga gewoon door met schrijven en actievoeren, dat bekort mijn gevangenisstraf ook aanzienlijk. Ook mijn tijd hier in de bak, het is allemaal kunst joh, of zoals Godfried zou zeggen: na-kunst.

Dirk Sr.

4 jaren, 5 maanden geleden

2,9

In de geest van Pim

Veertig miljoen. Veertig miljoen euro en het ding was niet eens af, de stukjes plakband hingen er nog aan. En dan willen ze nog eens grof betalen voor een andere versie? Een nieuwe versie van een drol is nog steeds wat het is: een drol. Hij zal ’t wel afmaken, dat doek, áfmaken, voorgoed. Thinner. Stanleymes. Een snelle gecoördineerde actie en dan de beloning: vanavond op het achtuurjournaal. Een statement.
Hij gaat weer verzitten, ongemakkelijk met het stanleymes onder zijn kruis geplakt, tegen zijn naadje. De tram rijdt langs Hollands Spoor en hij ziet ze weer hangen, de groepjes. Je herkent je eigen stad niet meer en het komt allemaal door die klootzakken daar op het Binnenhof. Die Dijsselbloem nu ook weer. Wageningenmannetje. Intellectueel scharminkeltje met geitewollen sokken onder zijn pak en vieze krulletjes met de macrobiotische vermicelli er nog in. Hij kent het type. Die Volkert van der G met zijn gluiperige loensende rotkop kwam er ook vandaan. En die Samson heeft inmiddels zijn kop kaalgeschoren om zichzelf salonfähig te maken. Zelfde nest. Neten zijn het. Landverraders. Vreemdelingenbeleid, grotestedenbeleid - zeg maar wanbeleid. Vreemdelingen in grote steden? Hij weet er wel raad mee. Alles op een eiland pleuren voor de kust van Afrika en dan dat eiland voorgoed de zee in sturen. Marokkaantjes, Antillianen, Molukkers en Kaapverdiërs, de hele rataplan, ‘raus damit. Zíjn beleid. En stop al die kunstenaars en schrijvers er ook maar bij. En die zelfgenoegzame Arie Boomsma met z’n actie voor dat schilderij… Eikel. Gladde flikker.
De gedachte aan van der G en Pim doet tranen in zijn ogen opwellen. Toen. Hij voelde zich nooit zo levend als toen. Hij maakte deel uit van iets, iets dat groter was dan hijzelf. Hetzelfde gevoel als op de Noord-tribune in het oude Zuiderpark vroeger toen hij nog mocht. Ze waren teruggegaan van het Binnenhof die avond van de 6e mei nu elf jaar geleden, terwijl ze natuurlijk hadden moeten doorstoten, zo dichtbij als ze waren. Nu was het tijd een echte daad te stellen. Zoals die Zweed op dat eiland Latoya. Hij was misschien wat ver gegaan, maar had wel een statement gemaakt. En Timothy McVeigh, die had ook geen half werk verricht. Boem!!
Hoe ze zich lieten ringeloren, Dijsselbloem en co. Hij verstond dan wel geen Grieks, maar als hij zijn Griekse buurman in de tuin met vrienden hoorde barbecueën, was het duidelijk waarover ze het hadden: over Nederland dat maar geld bleef pompen in een hopeloze zaak. Ze lachten zich rot boven de souvlaki. Tuurlijk: hier vangen en zwart bijklussen, straks daar de rest van zijn luie leven onderuitgezakt slijten onder de zon met een ouzootje. Je zag het zo als hij 's ochtends de deur uitging, de ene keer om acht dan weer om elf uur. Zwart werk. Hij had hem aangegeven, de smerige Griek met zijn behaarde borst en rug, maar hij liep nog vrij rond. Nog zoiets. Waardeloze lakse overheid. Pim had er wel raad mee geweten.
'Erfgoed', het zogenaamde 'culturele belang': een hype was het, die hele Victory Boogie Woogie, opgestookt door de media en links in doorzichtige eentweetjes met die gluiperige van Nieuwkerk als spil. 'Van symbolisme naar abstractie' me reet. Er was zelfs een spel, een, hou je vast, 'literaire game'. Met subsidie godbetert! Van zijn centen! Door een 'Gids', een gids waar geeneens een tv-zender in staat. Misschien moest hij daar ook maar eens langsgaan, bij die Amsterdamse pikkies die zo nodig interessant moesten doen en de schrijver uithangen. Dat taaltje alleen al. Maar eerst dat doek.

De tram rijdt de Stadhouderslaan op, stopt even later voor het museum. Hij stapt uit, graaiend met zijn hand in zijn broek om de tape rond het stanleymes op zijn plaats te krijgen. Hij zit maar te frunniken met die tape op weg naar de ingang. De schuifdeuren van het Gemeentemuseum gaan open. Hij grinnikt: de eerste en laatste keer dat hij een museum bezoekt. Een cultuurmiep vraagt hem of hij een museumjaarkaart heeft of, erger nog, 'vriend van het museum' is. Bijna proest hij het uit. Hij betaalt het entreegeld contant: €14,50 voor een ticket achtuurjournaal, loopt dan, met de plattegrond in zijn hoofd, rechtstreeks naar de vleugel waar hij moet zijn.
Er staat een groep Fransen voor het doek met een gids. Echt iets Frans, om zich in dat aanstellerige taaltje humbug te laten verkopen over dat schilderij, dat trouwens veel kleiner is dan hij zich had voorgesteld. Prima, minder werk dus. Eén steek in het midden en dan doorhalen tot de lappen erbij hangen. Die suppoost kan hij hebben, maar fuck, die tape begint los te laten…Frunnikend met de tape, zijn hand in zijn broek, wacht hij tot de gids is uitgepraat. Hij houdt het bijna niet meer, zijn knieën week als chipolatapudding, even opgewonden is hij als die zesde mei. Stroperig traag maakt de groep zich los van het doek, een kudde overjarige gnoes. Een enkel oud besje blijft nog met haar hoofd ertegenaan gedrukt, wil kennelijk de plakbandjes ruiken. Dan gaat ook zij ervandoor. Het moment is gekomen. Here I come Annechien. Hij stapt naderbij, voelt iets metaligs glijden langs zijn benen. Geklater. De suppoost draait zich om. Hij…

Gregor Verw...

4 jaren, 5 maanden geleden

 

Fei Fei

1,5

Op naar de haven

Weet je, Roderik kreeg de Victory maar niet verkocht aan een van zijn ‘vriendjes’ en de tijd verstreek, er gebeurde niets, het schilderij lag stof te verzamelen in het depot van het Rijksmuseum, dus ik heb het heft maar weer eens in eigen hand genomen. Sommige mannen… ze brengen met veel kabaal dingen wel aardig op gang, maar ze bezitten zelden de kracht om hun plan werkelijk tot een einde te brengen.

Dus belde ik Bert op – hij beweerde tenminste nooit meer te zijn dan hij was. Hij kwam me in zijn oude Peugeot ophalen uit zo’n slagroomtaartig vijfsterrenhotel. Oet oet, drukte hij op zijn stuur en uit zijn opengedraaide raam riep hij in het Engels iets van: ‘Hé wijfie, hier zo’. Waarop ik, als een hoertje, in zijn raam voorover boog en hem mijn waar aanbood. Hij kon zijn lach maar met moeite onderdrukken.

Van alle Nederlanders had ik Bert als eerste ontmoet, in zijn loods, nadat ik een voet op de kade had gezet: hij als geen ander zou me ook weer terug naar die plek moeten brengen. Wat een grap: het begon in de haven, het piekte even in een vijfsterrenhotel en nu gaan we weer terug naar de haven. Is dat niet het leven in het kort? Je bent niets, dan ben je even iets, en daarna keer je weer terug naar het begin.

We haalden de Victory op uit het depot van het Rijksmuseum. Ze sputterden wel tegen, dat had ik verwacht, maar ze hadden geen poot om op te staan. Ik ben tenslotte nog steeds de eigenaar.

Op weg naar de haven pikten we Botering op. Bert en Botering raakten meteen in een vurig gesprek verwikkeld, waarbij Bert regelmatig achterom keek naar Botering op de achterbank, waardoor een paar keer een ongeluk maar net werd vermeden. Want het is uitgelekt dat de gemeente Amsterdam de twee werken wil kòpen, terwijl Gemeentemuseum Den Haag hun VBW juist wil vèrkopen. Andere media spraken dit gerucht weer tegen: niet de VBW uit Den Haag zullen ‘we’ verkopen, juist èèn van de twee laatst opgedoken versies gaat verkocht worden aan China. Welke van de twee is dan weer onduidelijk. Of toch allebei? Interessant aan deze discussie vond Botering dat het niet langer om de kwestie van het geld ging: in de discussie was het woordje ‘we’ steeds vaker gevallen. ‘We gaan deze werken niet zomaar laten weghalen naar China,’ is de protesttoon van een groeiende groep mensen die de kunstwerken als Nederlands gedachtegoed is gaan toe-eigenen.

Bert was het hier helemaal mee eens, en reed bijna van de weg af, toen hij zich, met het stuur in zijn handen geklemd, naar Botering omdraaide. Sterker nog, riep hij boven de motor uit, nu komt naar boven wat al langere tijd onder de oppervlakte van de maatschappij borrelt (of eigenlijk had hij het laatst in de column van een krant gelezen): we worden eindelijk verlost van de terreur van de wansmaak. Er zijn te veel mensen die er genoeg van hebben dat Nederland de afgelopen jaren in een soort Volendam aan het veranderen was, waar Geert Wilders als een held werd gezien. Die tijd is voorbij, hij heeft afgedaan en deze kunstwerken staan symbool voor een nieuwe orde. We hervinden ons en iemand uit het buitenland, uit China nota bene, heeft ons ons besef van waarde teruggegeven. Dus gaan we dat nu niet alweer weggeven. De werken hebben hun plek hier, als onderdeel van de geschiedenis van dit land. En van de toekomst, vulde Botering met zijn piepstemmetje aan. En dit allemaal is in gang gezet door iemand van buìtenàf, herhaalde Bert hoofdschuddend, een beetje geëmotioneerd. En hij keek veelbetekenend naar mij.

We reden de haven binnen terwijl er boven ons een vliegtuig overvloog. Tijdens die oorverdovende herrie zag ik Chen op de boot staan. Opeens leek het allemaal weer zo dichtbij, wij twee, dagenlang op dat bootje op zee, hopend op geluk, en die momenten met hem kwamen me niet langer als beklemmend voor, zoals het toen wel leek, maar juist gezellig en vertrouwd, die momenten wàren het geluk. Naar dat geluk riep ik uit het autoraam: ‘Chen! Chen!’

Hij stapte de kade op en ik stapte de auto uit. Hij leek verrast me te zien, hij leek iemand anders te verwachten, was afgeleid. Ik had op een kus en omhelzing gehoopt. Daar, op de kade, dat zou toch mooi zijn geweest? Hij zei dat hij inderdaad ieder moment Wong verwachtte. Waar ik meteen zenuwachtig van werd. Wong, hier? Ik dacht hem juist achtergelaten te hebben, daar, in de stad. Intussen waren Botering en Bert ook uit de auto gestapt, met de Victory. Ik wilde dat werk aan Chen geven, in een verzoeningspoging, maar ik zag Bert ermee weglopen, richting een loods. En zag ik daar nu een glimmende zwarte auto aan komen rijden? Er gebeurde zoveel tegelijk, ik had me het weerzien heel anders voorgesteld.

Robbert

4 jaren, 6 maanden geleden

1,8

De Klokkenluiders van het Catshuis

Ik sta hier tegenover de hoofdingang van het Gemeentemuseum in Den Haag, waar het sinds enkele uren een heksenketel is. Steeds meer mensen verzamelen zich bij het museum, daartoe opgeroepen door berichtjes op Twitter die constant worden uitgezonden en de stand van zaken in het museum melden. Het aantal volgers stijgt per minuut. De Stadhouderslaan is nu al één grote massa van deinende hoofden. Om mij heen zie ik mensen met hun mobiel in de hand gespannen wachten op een nieuwe tweet. Intussen is ook de mobiele eenheid gearriveerd, want de situatie dreigt grimmiger te worden, en die heeft het gebouw omsingeld. De toegangswegen naar het museum zijn afgesloten voor verkeer, maar de alsmaar groter wordende voetgangersmenigte die oprukt naar het museum is niet meer te stuiten.

Nog even een samenvatting voor degenen die nu pas de tv aanzetten. Vanmorgen vroeg bij het opengaan van het Gemeentemuseum is een groep van ongeveer dertig personen het gebouw binnengedrongen. Ze deden zich aanvankelijk voor als vakantiegangers die om een gezamenlijke rondleiding vroegen. Nadat ze hun rugzakjes in kluizen hadden gezet, overmeesterden ze razendsnel met een verdovingsspray het museumpersoneel en enkele bezoekers die op dat moment al binnen waren. De halfverdoofde slachtoffers zijn vervolgens met dwingende hand via een zijingang het pand uitgedirigeerd. Daarna zijn alle toegangsdeuren op slot gegaan. Voor zover we weten zijn er verder geen gijzelaars binnen. Sindsdien houden de overvallers het gebouw bezet.

De bezetters maakten al snel via tweets en een eigen website contact met de buitenwereld. Ze noemen zichzelf ‘de Klokkenluiders van het Catshuis’ en het doel van hun overval is ‘niet roof, maar redding’. De groep heeft zich verzameld in de zaal waar de Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan hangt. Via You Tube zijn de gebeurtenissen in het museum te volgen. De activisten zijn overigens onherkenbaar. Ze hebben langharige pruiken opgezet en dragen zwarte brillen en overalls bedrukt met Mondriaanse motieven. Uit de ramen van het museum hangen spandoeken met kreten als: STIEKEM MONDRIAAN VERKOPEN? GEEN STIJL!, MINISTERS VERPATSEN ONZE NATIONALE TROTS, STOP DE ACHTERKAMERTJESPOLITIEK, en: WIJ EISEN INSPRAAK. Ongeveer een uur geleden cirkelde een vliegtuig boven het museum met de tekst ‘Lees het manifest van de Klokkenluiders van het Casthuis’ op sleeptouw en er werden duizenden pamfletten, vastgemaakt aan penselen, uitgestrooid over de menigte.

Het manifest beschrijft de aanleiding van de bezetting en de eisen van de actievoerders. We weten nu dat een medewerker van het Catshuis ontdekt heeft dat het kabinet in het geheim de verkoop van de Victory Boogie Woogie aan China voorbereidt. De minister van Financiën heeft het voortouw genomen, nadat hij werd benaderd door een Nederlandse commissaris van de Bank of China. Deze toezichthouder wil het doek via een Chinees kunstfonds aankopen voor het bedrag dat Nederland er in 1998 voor betaald heeft. Het kabinet accepteert het bod en wil met dit geld een deel van de circa 500 miljoen euro financieren die Nederland extra moet betalen voor het dichten van het gat in de Europese begroting. Deze schokkende gang van zaken en zijn geheimhoudingsplicht brachten de betrokken ambtenaar in gewetensnood. Hij vroeg het adviespunt klokkenluiders om raad, zocht vervolgens medestanders en richtte de actiegroep ‘Klokkenluiders van het Catshuis’ op.

De activisten vinden dat Mondriaans schilderij als ‘de Nachtwacht van de 20e eeuw’ is uitgegroeid tot Nederlands nationale trots. Het doek symboliseert niet alleen de overwinning van levensvreugde en vrijheid, maar ook het behoud van de eigen identiteit. Daarom mag de Victory Boogie Woogie niet zonder slag of stoot en zeker niet zonder toestemming van het volk uit ons land verdwijnen. Het parlement is in 1998 niet op de hoogte gebracht over de aanschaf van de Mondriaan, en is nu bij de verkoop ervan opnieuw buiten spel gezet.

De groep eist allereerst dat het voltallige kabinet zich vóór twee uur bij het Gemeentehuis presenteert en in het openbaar verantwoording aflegt. De bewindslieden moeten uitleggen waarom ze willen verkopen en waarom tegen een belachelijk laag bedrag van nog geen € 40 miljoen, terwijl het schilderij in de vrije markt minstens anderhalf keer zo veel kan opbrengen. Waarom mag China voor een dubbeltje op de eerste rij zitten? Als de Chinezen Nederland zo graag willen gebruiken als springplank naar Europa, laat ze daar dan ook maar voor betalen, stellen de klokkenluiders. De tweede eis is dat de bewindslieden een referendum houden over de vraag: mag het doek opgeofferd worden voor het aflossen van een staatsschuld? De mening van het volk zal uiteindelijk doorslaggevend moeten zijn. Verder eist de groep dat het kabinet de Chinezen met hun fake Victory Boogie Woogies het land uitzet en dat die belachelijke mediahype rond al die zogenaamde nieuwe ontdekkingen stopt. Er is maar één echte VBW en die hangt in het Gemeentemuseum.

De klokkenluiders doen in hun pamflet bovendien een dringend beroep op de prinses van Oranje, die destijds als koningin graag wilde dat de laatste Mondriaan naar Nederland werd gehaald, en vragen haar om bemiddeling in deze kwestie. Het pamflet eindigt met de woorden: ‘Wij verbranden het schilderij nog liever, dan het voor een appel en een ei te verkopen aan de Chinezen.’

De politie heeft voortdurend telefonisch contact met de woordvoerder van de activisten. Welke personen deel uitmaken van de groep klokkenluiders is nog onbekend. Duidelijk is wel dat er invloedrijke en welgestelde personen bij betrokken zijn en insiders van het museum. Sommigen speculeren dat Jan Pieter Boll een van de activisten is, een familielid van de man die de Victory Boogie Woogie destijds naar Nederland haalde. Hoewel de ’klokkenluiders’ niet gewelddadig lijken te zijn, zal de groep volgens hun woordvoerder niet terugschrikken voor harde maatregelen als geen gehoor wordt gegeven aan de eisen.

De grote vraag nu is hoe kabinet en vorstenhuis dit probleem gaan oplossen. Wij houden u op de hoogte. Dit was Jacoba van Otterdijk, live voor RTL Nieuws.

Lineske

4 jaren, 6 maanden geleden

 

Fei Fei

1,4

Het mysterie Wong

Jeetje, wat was de auto groot. En het restaurant chique. En de hotelkamer daarna groot èn chique. Ik laat me op het bed vallen, zo moe ben ik. Ik weet niet eens waar ik ben of hoe dit hotel heet. Hoog boven me golft de reflectie van water over het plafond. Is er buiten een gracht, een rivier? De trap in de lobby was breed en over de treden lag een dieprode loper. Wong vergezelde me naar boven, die dikke pad. In het begin had het wel wat, dat vertrouwen wekkende volume, maar na een paar dagen was het me gaan tegenstaan. Wat is alles aan hem toch rond. Zijn buik, wangen, ogen. En iedere dag rijden we in een andere auto, dineren in een ander restaurant, overnachten in een ander hotel.
‘Waarom doen we dit eigenlijk?’ vroeg ik hem.
‘Je hebt het verdiend,’ zei hij. ‘Of je gaat het verdienen.’
Dit soort antwoorden krijg ik de laatste tijd alleen maar, van mannen, sinds ik in Nederland ben. Je kan er helemaal niks mee. Zijn woorden suggereren dat ik iets gedaan heb waar ik nu een beloning voor krijg. Of dat ik iets zal gaan doen en er nu alvast dit voor krijg. Geen idee wat dat ‘iets’ zou moeten zijn. Ik heb niks bijzonders gedaan sinds ik hem aan de roulettetafel ontmoette. Ik kletste alleen maar wat met hem over de schilderijen, maar ja, iederéén om me heen heeft het over die schilderijen.
‘Daar hoef jij je geen zorgen over te maken,’ antwoordde Wong toen ik vroeg wat ik dan voor hem gedaan had, of zou gaan doen. Weer zo’n denigrerend antwoord. Ik bepaal zelf wel waar ik me zorgen over maak. Maar hij is een en al onbereikbaarheid. Zijn dikke vette huid fungeert als een verdedigingswerk en ik kan niet tot hem doordringen. En dan die zware oogleden waardoor hij zich nog verder in zichzelf lijkt terug te trekken. Gelukkig laat hij me in bed met rust. Daar is het hem dus niet om te doen. Toen hij zojuist naast me ging liggen en het licht uit deed, viel hij meteen in slaap. Maar de vraag blijft op mijn lippen liggen. In het donker staar ik naar het plafond waar nu nog zichtbaarder het water over golft. Het moet wel iets met de schilderijen te maken hebben.

De volgende ochtend, Wong slaapt nog, kleed ik me stilletjes aan en verlaat de kamer op mijn tenen. In de gang trek ik mijn schoenen aan. Een telefoon vind ik beneden in de lobby. Ik twijfel over wie ik zal bellen: Chen of Roderik. Ik kies uiteindelijk voor Roderik, want hij is gehaaider en zal Wong dus beter doorzien.
‘Hij voert iets in zijn schild. Wat zou het kunnen zijn?’ vraag ik hem, nadat ik heb uitgelegd bij wie ik de laatste dagen was, al blijkt Roderik daar niet verrast over. Hij vermoedde het al, zei hij, maar hij is duidelijk niet geamuseerd. Hij heeft het druk en zijn antwoord is dan ook warrig, alsof er twee dingen door elkaar lopen.
‘Wie voert er niet iets in zijn schild?’ zegt hij enigszins geïrriteerd. ‘Bel je me daarvoor op? Ik verwacht een belangrijk telefoontje. Wie is onschuldig en integer? Natuurlijk heeft Wong iets met de schilderijen te maken, alles heeft de laatste maanden met de schilderijen te maken. Jouw Wong is echt rijk, ik bedoel, hij is manager van een grote multinational in China. Wat ik verder over hem heb kunnen lospeuteren: hij is nog eens hartstikke patriottistisch ook. China is in zijn ogen nummer één, de rest van de wereld is tweederangs. Dus het laat zich raden wat Wong wil. Hij wil een Victory naar China halen. Mij of Botering heeft hij niet benaderd en hij is al een tijdje in Nederland dus het kan niet anders of hij heeft de andere partij wèl benaderd. Deze man zit heus niet stil. Zo zie ik de zaken. Heeft hij tegen jou concrete voorstellen gedaan over onze Victory?’
‘Geen enkele.’
‘Dat vermoedde ik al. En laat hij iets los over de andere Victory?’
‘Niets. Weet je wat hij me wel aan me heeft gevraagd?’
‘Nou?’
‘Of ìk met hem mee terug naar China wil gaan.’
‘Jij? Met hem?’
‘Ja. Hij zei dat alle schoonheid in China thuis hoort. En dat ik daar dus ook thuis hoor.’
‘Wat een charmeur. Is een bosje bloemen niet genoeg? En wat heb je als antwoord gegeven?’
‘Ik deed alsof ik het een compliment vond en zei dat ik erover na zou denken.’
‘En, heb je er al over nagedacht?’
‘Ik weet het niet hoor. Ik heb echt geen idee wat ik van zo’n voorstel moet denken. Het zijn maar woorden. Of zou het toch meer zijn dan alleen maar woorden? Soms lijkt het me best prettig om weer terug in China te zijn. Ik bedoel, hoe lang ben ik hier nu?’
‘Zo te horen te lang. Weet je, kan jij niet contact opnemen met Chen? Polsen of hij iets over Wong en het schilderij weet?’
‘Denk je dat hij dat zomaar zal zeggen?’
‘Je kan het in ieder geval proberen. Tenslotte zijn jullie man en vrouw, weet je nog?’
‘Oké,’ zucht ik, ‘ik zal het doen. Maar waar ben jij zo druk mee de laatste dagen?’
‘Wat denk je? Terwijl jij champagne lag te drinken tussen satijnen lakens en klaar kwam bovenop die aangespoelde walrus, probeer ik het schilderij te verkopen. Dus ga jij Chen nou maar bellen, hij weet vast meer.'
‘Goed, ik ga mijn echtgenoot proberen te bereiken. Bel je zo terug.'

Robbert

4 jaren, 6 maanden geleden

2,4

Brief aan Jeroen Dijsselbloem

Hongkong, 13 mei 2013

Geachte heer Dijsselbloem, beste Jeroen,

Ongetwijfeld heeft u het nieuws gehoord over de mogelijk nieuwe versies van Mondriaans Victory Boogie Woogie. Zoals u weet, was ik namens De Nederlandse Bank destijds betrokken bij de aankoop van het werk dat nu in het Gemeentemuseum hangt. Een aankoop die tot de nodige politieke en maatschappelijke ophef leidde. Toch heb ik nooit spijt gehad van die beslissing: u weet dat alles uiteindelijk draait om waarde, niet om prijs.
Ik schrijf u om een bijzondere gedachtegang te delen. Voordat ik alles uiteenzet, vraag ik u echter om een gunst: lees deze brief tot het einde. Stop niet na mijn advies, zelfs als u er zeker van bent u het nooit uit zult voeren. Goed, laat ik dan nu in heldere bewoordingen ter zake komen.

Verkoop de Victory Boogie Woogie.

Dit advies vraagt om een onderbouwing. De eerste reden is eenvoudig en onomkeerbaar: dreigende devaluatie. Op het moment dat de andere versies inderdaad origineel blijken te zijn, is de Victory Boogie Woogie niet langer uniek. Ik hoef de minister van financiën geen rekensom te laten zien om uit te leggen wat dat betekent. En ik hoef u ook niet te vertellen dat mogelijke devaluatie een onaanvaardbaar risico is voor de Nederlandse Staat op dit moment.
Risico’s veranderen in kansen, dat is de kern van ons vak. We verkondigen dat niet meer in het openbaar, maar u begrijpt wat ik bedoel. Bij de aankoop in 1997 was de overweging van minister Zalm: cultuur (van de gulden) verdwijnt, we kopen cultuur terug. Minister Zalm kende de kracht van de oneliner. Het is een gedachte die in de nieuwe tijdsgeest echter volstrekt onacceptabel is. Vraagt u zich eens af welke groep in Den Haag groter is: bezoekers aan het Gemeentemuseum of demonstranten tegen nieuwe bezuinigen? Kunst is ontspanning, geen levensbehoefte. Is ontspanning echt 40 miljoen waard?

Sinds eind 2012 ben ik commissaris bij de Bank of China. Een verademing, kan ik u zeggen. Bankiers zijn hier geen noodzakelijk kwaad, maar genieten nog aanzien. U staat aan het begin van een veelbelovende carrière, maar ik kan u een afsluiting hier aanbevelen, ook financieel. Het toeval wil dat de bank sinds januari een kunstfonds in het leven heeft geroepen. Een fonds waar de Victory Boogie Woogie met zijn symbolische waarde van vrijheid en vooruitgang uitstekend in zou passen.
Voordat ik verderga, u vraagt zich wellicht af of dit schilderij een obsessie voor me is. Eerst haalde ik het naar Nederland, nu misschien naar China. Ik kan u geruststellen: van een obsessie is geen sprake. Stiekem heb ik zelfs veel sympathie voor de mensen die vergelijkingen maken tussen moderne kunst en peutertekeningen. Kunst is voor mij ongrijpbaar. Dat wil overigens niet zeggen dat ik de waarde ervan onderschat. In China zijn de Europese meesters een teken van welvaart en verfijnde smaak. Daarom hangt in mijn kantoor in Hongkong zelfs een tekening van Picasso. Hooguit vijftien seconden werk dat decennia overleeft. Het tegenovergestelde van politiek.
Mijn medecommissarissen waren unaniem enthousiast over dit bijzondere werk van Mondriaan. Ik vind het niet passend om in deze brief over geld te praten, toch kan ik u garanderen dat een mogelijke onderhandeling als resultaat heeft dat u geen verlies hoeft te nemen op het werk. Denkt u bovendien aan de impuls die een eventuele verkoop van dit stukje nationale identiteit geeft aan de handelsbetrekkingen tussen Nederland en China.

Emotie bepaalt de prijs van kunst. Ik wil absoluut geen druk uitoefenen, toch is het raadzaam om op mijn advies snel een besluit te laten volgen. Bovendien denk ik dat u er goed aan doet om het parlement hierover nog niet te informeren. Natuurlijk weet ik dat dit zwijgen juist de fout is die men ons later heeft verweten. U moet echter begrijpen dat ook media-aandacht een devaluerende werking heeft. Door een mogelijke verkoop suggereert u immers dat de gevonden versies originelen zijn. Dat is wel het laatste wat u wilt.

Volgende week ben ik terug in Nederland. Treft het u om verder te praten over dit bijzondere project? Ik hoor het graag van u.

Met vriendschappelijke groet,

A.H.E.M.(Nout) Wellink

Ton Vogels

4 jaren, 6 maanden geleden

1,0

Plakband

Lianne Verstraaten zat met haar rugtas op schoot op het bakstenen muurtje voor het Gemeentemuseum, de zon in haar gezicht en, heel gek, dat vond ze zelf ook, ze hijgde een beetje en had het ongewoon warm, alsof ze zojuist haar gebruikelijke twee rondjes Vondelpark had gedaan en niet bijna een half uur naar een scheef opgehangen schilderij had staan koekeloeren. Ze luisterde naar het geluid van de fontein in de vijver achter zich, probeerde haar ademhaling onder controle te brengen en legde een hand op haar borst. Plakband!

Morgen [weet niet precies of dit klopt, dan wel kan, MS] waren de meetings, eerst met die Chinees die ze niet kende en daarna met die gladde Van Zwaaij, die corpsbal. Ze had zojuist nog, in de trein, stukjes van de aflevering van DWDD teruggekeken op haar iPhone, en ze kon wel janken om die vent en zijn geblaat. Die zou nooit zijn portemonnee trekken om een ander, in dit geval de gemeente, een plezier te doen. En wat ze van die Chen moest verwachten, ze had geen idee.

Klamme handen, ook dat nog. Ze wapperde ermee langs haar lijf, een zinloze beweging die er bovendien voor omstanders waarschijnlijk idioot uit moest zien. Jezus, Lianne, zei ze zacht, doe effe normaal. En als het nou door het doek was gekomen, ja, dan zou er niks aan de hand zijn. Dan zou ze eindelijk bevangen zijn geraakt door een kunstwerk, op een manier die nog het meeste deed denken aan hoe ze bevangen kon raken van een jongen die ze tegenkwam op een feest of een festival.

Mevrouw Claetering had haar een opdracht gegeven, vergezeld van een paar telefoonnummers, en vanaf dat moment dacht Lianne twee dingen. Een: de schilderijen moeten naar Amsterdam gehaald. En twee: er is geen geld. Ze kon er niet te lang aan denken, dan werd ze gek, dat wist ze zeker. Het was of haar een stuk lood in handen was gedrukt en gesommeerd was met niets anders terug te keren dan een klomp goud.

Goed, had ze gedacht, eerst maar eens kijken waar iedereen zo’n heisa over maakte, en ze had vroeg in de morgen nog de trein naar Den Haag genomen. Eenmaal in het museum – stikduur, zo’n kaartje, maar ze kon het declareren – had ze iemand gevraagd waar het werk hing en was ze er rechtstreeks naartoe gelopen. Ze was er twintig minuten voor blijven staan, eerst heel dichtbij en dan weer op een paar meter afstand, het hoofd recht, het hoofd gekanteld als het doek zelf, het materiaal bestuderend. Ze probeerde iets te voelen, iets van wat ze zag tot haar door te laten dringen, iets te ervaren, zoals dat wel werd genoemd. Maar ze dacht: Zie ik nou plakband?

Om eerlijk te zijn, ze voelde niets, niets van de dingen die ze van tevoren op Wikipedia had gelezen, over het ritme en de snelheid en de moderniteit van het werk, over de onvoltooide status en het gevoel dat het doek nog altijd in beweging was en dat dat altijd zo zou blijven: niks van dat alles. Het enige wat ze voelde was een nauwelijks te bedwingen neiging onbedaarlijk in de lach te schieten, bij de aanblik van die stukjes plakband. Plakband van, ze geloofde het haast niet, meer dan een halve eeuw oud. Yeah, right.

Lianne ritste haar rugtas dicht. In de stripboeken die ze vroeger las, kwam er op een moment als dit altijd iemand op de proppen met een list, een soort deus ex machina, maar dit was geen stripboek, en als Lianne haar tijdelijke contract aan het eind van de zomer verlengd wilde zien, moest ze dit tot een goed einde zien te brengen. En het enige goede einde was: allebei die doeken in het Stedelijk, no matter what. Ze had het idee dat ze al haar spieren in haar lichaam voelde toen ze zich van het muurtje liet glijden, nog eenmaal een blik op het museum wierp en terug begon te lopen richting Centraal Station.

Martijn Sim...

4 jaren, 6 maanden geleden

 

Chen

2,0

Gesprek op het stadhuis

Godfried gaf ze een hand, stevig, zo te zien, maar bij Chen en Li vouwde Lianne Verstraaten haar handen en maakte een kleine buiging. Haar blik was plechtig, alsof het een religieuze ceremonie betrof. Schutterig stond professor Botering op en rechtte zijn rug, strekte zijn arm. Roderik van Zwaaij bleef zitten, nog geen blik gunde hij hen waardig, met zijn nagel krabde hij aan een stukje vastgekoekt gebak, om de een of andere reden moest die korst eraf.
Waar was ze? Waarom was ze niet meegekomen? Ze hadden die middag nog samen in een hotelkamer doorgebracht. Vreemd genoeg had die Roderik voor hen betaald, waarschijnlijk hoopte hij er iets voor terug te krijgen, Chen wist alleen niet wat. Het had Fei Fei niet kunnen schelen, maar toen hij in haar kwam, beetje bij beetje, alsof hij zich in een wilde stroom liet zakken, had hij gevoel gekregen dat de kunsthandelaar door een gaatje in de muur meekeek.
‘En Professor Vlekveld? Komt zij ook nog?’ zei Lianne Verstraaten in onberispelijk Engels. Haar tanden waren als schotten in haar tandvlees geslagen.
‘Niet helemaal lekker, je moet het met mij doen. En met deze heren natuurlijk.’
Godfried legde zijn hand op haar schouder. Meteen schoot ze naar achteren, maar Chen zag dat ze tegelijk even haar hand door haar haar haalde; niemand was ongevoelig voor de presentie van de kunstenaar, ook deze rood vlammende vrouw niet, met haar onwaarschijnlijk blauwe ogen en, warempel, kanariegele blouse, alsof ze het erom gedaan had. Misschien zou dat goed uitpakken voor de verkoop van het schilderij, Godfried’s fysieke werking, maar na Chen’s aanvankelijke optimisme vanwege Vlekveld’s verklaring over de Victory Boogie Woogie was het alsof het schilderij alweer van hem wegdreef, als een schip met een geliefde.
Zorgelijk was ook dat Godfried en de professor een hooglopende ruzie hadden gekregen. Godfried was schreeuwend weggelopen en schreeuwend weer teruggekomen; de mond van Vlekveld had zich samengetrokken tot een lijntje, alleen af en toe had ze afgemeten en nog zachter dan ze doorgaans sprak, weerwoord gegeven.
Er was iets gaande tussen die twee, een spanning die de lucht dikker leek te maken, al vanaf het moment dat ze Magda Vlekveld buiten bewustzijn in de hall van haar appartement hadden gevonden. Chen kon er de vinger niet opleggen, maar hij kreeg het er wel benauwd van.
‘Ze wil niet met dat zwijn Van Zwaaij om een en dezelfde tafel zitten, en al helemaal niet met die Botering. Ze wil apart met de gemeente gaan praten maar daar hoeven wij ons niets van aan te trekken, het is jouw schilderij, of niet soms?’ zie Godfried tegen Chen toen ze van haar huis wegreden. Chen durfde hem niet tegen te spreken, hij kón hem niet eens tegenspreken, zo waren de verhoudingen, nog steeds.

Van Zwaaij sprak uit de hoogte, alsof hij het tegen een kind had: ‘ Je doet maar wat je wilt, meisje, maar de wethouder zal zich onsterfelijk belachelijk maken als ze het schilderij van meneer Chen gaat aanschaffen. Ik weet niet of je enig onderzoek hebt gedaan, maar ik zou het je kunnen aanraden, want die andere Chinese meneer’ - hij wees naar Li – ‘heeft er zijn beroep van gemaakt schilderijen te vervalsen. Dat doet hij heel verdienstelijk, daar niet van, maar om er nou miljoenen voor te geven, dat lijkt me wel wat overdreven. Ik denk niet dat de wethouder dat straks zal kunnen verantwoorden in de gemeenteraad. Het lijkt me ook smullen voor de pers, om van de PVV maar te zwijgen. Of heb je daar misschien andere gedachten over?’
Rode vlekken in haar hals, Chen en Li durfde ze niet aan te kijken, haar blik schoot van Godfried naar professor Botering.
‘En? Wat denkt u ervan, professor?’ vroeg ze met een bleek stemmetje.
‘Dat zal onderzocht moeten worden, juffrouw Verstraaten. Ik ga hier niet zomaar uitspraken doen zonder een gedegen onderzoek. Dat lijkt meer iets voor de journalistiek, waar u ongetwijfeld vertrouwder mee bent. Alles kneedbaar en rekbaar, zoals het uitkomt, nietwaar? Maar dat deze heren met een echte Mondriaan uit China komen aanzetten, mag ik toch wel als zeer onwaarschijnlijk bestempelen. Ik zou niet verrast zijn als het inderdaad en vervalsing is; meneer Li heeft zijn reputatie helaas tegen. Het is ook een veeg teken dat mijn collega Vlekveld niet is komen opdagen. Misschien heeft zij haar vingers er toch niet…’
Godfried was opgesprongen en leunde over de tafel heen. ‘Gelul, Botering, gelul, jij hebt geen geweten. Je bent een parasiet, je hebt Magda altijd tegengewerkt, je probeert je een positie te verwerven ten koste van haar, ten koste van de kunst.’
‘We weten allemaal dat uw verhouding tot collega Vlekveld niet geheel neutraal is, meneer De Ridder. Heeft u het tot u laten doordringen dat uw blik misschien… hoe zal ik het zeggen… enigszins vertroebeld zou kunnen zijn?’
‘Alsof jij weet wat kunst is, Godfried,’ zei Roderik smalend. ‘Wanneer heb jij eigenlijk je laatste gemaakt? Ik bedoel maar…’
‘Een goed werk maak je niet, dat ontstaat. Dat is precies het verschil. Maar daar begrijp jij natuurlijk geen snars van.’ Hij liet zich weer in zijn stoel zakken, staarde voor zich uit alsof hij zelfs de lucht iets had kunnen aandoen.
‘Heren toch, ik geloof dat hier een stevige portie oud zeer bovenkomt. Misschien kunnen jullie dat na afloop even uitpraten, met een biertje erbij. Ik denk dat professor Botering wel een punt heeft, we willen natuurlijk geen flater slaan, of zo,’ zei Lianna met een lachje.
‘Ons schilderij is het schilderij dat mijn grootvader van… Monlian… Mondlian… ’ Chen’s stem verried wanhoop.
‘Dat is allemaal goed en wel, maar het publiek heeft al kennis gemaakt met het schilderij waarmee uw vrouw kwam aanzetten. Als zou blijken dat dat vals is, dan zal niemand meer geloven dat die andere wel echt is. Dan zijn het beide vervalsingen en zijn we dus nog verder van huis. Heb ik gelijk of niet?’
‘Je praat als een kip zonder kop,’ brieste Godfried met hernieuwde drift. ‘Je kent je klassieken niet, maar de waarheid is een zweer die altijd zal doorbreken.’
Chen keek naar de lege stoel naast Roderik. Hij voelde zichzelf ook leeg, leger nog dan toen Fei Fei die middag haar kleren weer had aangetrokken, aan de bandjes van haar schoenen had getrokken, en met hem en nog een ander stel, uit Indonesië, de lift naar beneden had genomen en voor het hotel met een wel erg luchtige kus afscheid van hem had genomen.

Edzard

4 jaren, 6 maanden geleden

1,0

Kunstenaar z.k.m. mecenas

GETALENT. KUNSTENAAR v <30 z.k.m. koosjere MECENAS m/v 35-85 voor langdurige samenw. en evt. vriendsch. Uiterl./achtergr. onbel. Discipline schilderkunst, installaties. Opl. 3 jr GRA + autodid. + stage bij G. de Ridder. Trefw. Oosterse fil. / de stad / het leven als een spel. Tegenprestaties: uw portret, aanw. op feestjes, excl. kunstcadeaus etc. GEEN SEKS. GEEN REPRODUCTIES VAN BEROEMDE SCHILDERIJEN. Alleen AUTHENTIEK werk. Brieven o.n. 250413-1 van dit blad.

Contactadvertentie uit Het Parool, 25 april 2013

Ineke Riem

4 jaren, 6 maanden geleden

1,6

Honeymoon

Giorgos Papadiamantis staarde uit over het water van het IJ. Al dagen lag de Eleftria voor anker, gisteren had de zon eventjes geschenen maar de rest van de tijd was het weer overwegend grauw en het IJ een enorme donkere poel. Giorgos rilde, hij had maar een trui die hij sinds aankomst niet meer had uitgetrokken. De havenpolitie kwam elke dag even langs en zei hem dat hij pas weer mocht varen als bekend was geworden wat de herkomst was van dat rare schilderij dat die Chinees in zijn hut had verstopt.
Het waren vreemde mensen, die Hollanders, met van die blonde, blozende, vrolijke gezichten kwamen ze op je af. Je dacht dat je wel even iets met ze kon bespreken, dat ze wel begrip zouden hebben voor een kapitein van een klein vrachtschip die gewoon zijn werk deed, maar ze waren bikkelhard. Alles moest volgens de regels, en van die regels hadden ze er oneindig veel.
Die Chinees had hem er ook flink ingeluisd, hij wilde mee in verband met zijn ‘honeymoon’ had hij gezegd. Het was de wens van dat duivelse vrouwtje van hem kennis te maken met het echte leven op zee. Op het gesprek volgde een lange onderhandeling over de prijs voor de reis naar Amsterdam. ‘So romantic’, had zij gekird toen ze op haar pumps aan boord kwam en vrijwel direct uitgleed. Sinds dat moment was ze haar hut nauwelijks meer uit geweest.
De jonge bruid was er nu met dat schilderij vandoor en die Chinees liep maar treurig op en neer over het dek. Met zijn vage geklets tegen de recherche had hij Giorgos tot medeverdachte gemaakt.
Terug naar zijn land, dat was het enige wat Giorgos wilde, met moeite had hij een vracht naar Piraeus geregeld: een partij stalen kabels en hijsmateriaal waarvan de herkomst onduidelijk was, je kon niet al te kieskeurig zijn vandaag de dag. Giorgos verlangde naar zijn kinderen en zijn vrouw; met zijn vijven leefden ze nu van krap vijf honderd euro in hun Atheense flatje. Zijn oudste zoon en dochter waren weer bij hen ingetrokken. Twee dagen geleden had zijn vrouw hem over de telefoon verteld dat ze begonnen was zijn boeken op te stoken. De energieprijzen waren onbetaalbaar geworden. De auto had ze al weggedaan. Steeds vroeg ze hem wanneer hij geld overmaakte. Als het nog even duurde zou ze naar haar ouders op Zakynthos gaan, haar moeder had zoveel paprika’s en wijnbladeren ingemaakt en olijven gepekeld dat ze daar tenminste nog goed konden eten, zeker als haar vader weer af en toe ging vissen.
Giorgos pakte een emmer en een zwabber en begon het dek te schrobben. Roest vertoonde zich op de naden tussen de stalen platen. Hij had die platen rood geschilderd zodat je de roest minder snel zou zien, maar het resultaat viel tegen. Roest was snel, als het er eenmaal zat kwam het binnen een paar maanden terug, als een virus die zich onder de verflaag verscholen hield.
Buiten klonk gejoel. Er kwam een speedboot voorbij, met een rotvaart scheurde hij heel dicht langs zijn schip. Er stonden jonge mensen op, met lange haren en grote zonnebrillen. Een jongeman zwaaide met een fles champagne. Wacht maar, nu lachten ze nog, dat hadden zij in Griekenland tot drie, vier jaar geleden ook gedaan.
De speedboot bracht het water rondom de Eleftria in beweging. Een waterhoentje schommelde op de golven, midden in een olievlek.
Giorgos wilde weg. Hij wilde een zak met geld voor zijn familie. Hoe moeilijk zou het zijn, een schilderij te stelen? Eleftheria i thanatos, dacht hij, vrijheid dat was geen gegeven daar moest je voor vechten, daar moest je je leven voor in de waagschaal stellen, dat waren ze in zijn land tientallen jaren vergeten, maar nu was het besef terug.
Nadat hij zijn dek had geschrobd - niemand had gezien dat hij dat helemaal zelf deed, de paar filippino’s die hem hielpen kon hij niet uitbetalen, ze zaten mokkend in hun hut en hij meed ze als de pest - ging hij naar de kapiteinshut. Hij zette de tv aan en kwam in een uitzending van CNN International Europe terecht. De Roemeense verdachten van een kunstroof op een Rotterdamse Gallery moesten voorkomen, de roof was een fluitje van een cent geweest. De Roemenen beweerden dat ze via een zij-ingang zo binnen stonden. De directeur, een slanke jonge vrouw, zo oud als Giorgos’ dochter, beweerde met gespannen gezicht dat de beveiliging ‘state of the art’ was.
Giorgos schudde zijn hoofd, hadden ze in dit land niets beters te doen dan zich bezig te houden met kunstroven? De bewoners van Europa dansten op de vulkaan. De Chinezen kwamen eraan. De handel, daar moesten ze zich op richten, niet op wat ze de laatste resten beschaving noemden. In z’n eigen land had het ook te weinig opgeleverd, die paar gebroken beelden en stukken zuil. Giorgos zapte weg naar een Griekse zender. De zoveelste demonstratie. Wat kon iemand dat gerotzooi met rare schilderijen schelen terwijl een kopje koffie op de hoek van de straat niet meer te betalen was, terwijl zijn vrouw haar koffers stond te pakken, misschien zelfs al de huur had opgezegd?

Sanneke van...

4 jaren, 6 maanden geleden