Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over Plastic meisjesringen

Een onderwerp voor spelers. Aantal bijdragen deze ronde: 0

 

Magda Vlekveld

8,5

Het nieuwe leven

Ik sta achter in de zaal te wachten tot ik naar het spreekgestoelte mag lopen dat voor een overvolle aula op mij staat te wachten. Ik loop nog even de hoofdpunten van mijn inaugurele rede door. First Part. Mondrians Multimodal Discourse, het moet natuurlijk in het Engels, maar De Gids publiceert de Nederlandse versie. De twee modi van Mondriaans abstracte design: kleur enerzijds, anderzijds de zwarte lijn. Twintig jaar combineerde hij ze tot telkens nieuwe tegendelige eenheden van tweevormige, god wat was het ook weer? Ik frummel aan mijn mapje met de ondergekalkte laatste uitdraai van mijn rede, maar vind niets. Ik strek mijn rug tussen hemel en aarde en adem diep. De verhouding van stand?
Deel Twee. Mondrian's Proposition. Stel je de wereld voor, de hele wereld, maar dan in een plat vlak waarop alleen vierzijdige vlakken en 1 à 2 centimeter brede zwarte lijnen kunnen verschijnen, wat krijg je dan? In de eerste veertig jaar van zijn kunstenaarschap deconstrueert hij de natuur tot hij uiteindelijk vlakjes en lijnen overhield, maar vanaf midden jaren '20 bouwt hij er een nieuwe wereld mee op. The New Art - The New Life.
De belofte is niet gering, maar het resultaat wordt op den duur een gevangenis. Dan de inbreuk van de Tweede Wereldoorlog. Via Trafalgar Square, nu op zolder in het Rijks te zien, en de New Yorkse Boogie Woogies, hybridiseren vlak, lijn en kleur in de Victory Boogie Woogie en ontstaat, hoera daar is het weer, 'evenwichtige verhouding van tegendelige tweeheid'.
Derde en laatste deel. Mondrian's Victory. In New York ontdekt Mondriaan Scotch tape: een ideale methode om zijn twee modes van kleur en lijn te versmelten. Op de Victory bouwt hij zijn lijnen op met kleurvlakjes in zijn signature colors en ontstaat een werveling die een derde modus voort brengt, een third space, een mode of sympathy die ook een mode of solidarity is. Eigentijdse semiotiek, laat ze zich maar achter de oren krabben.
Help, ik moet op. Buik in en bekken kantelen, voorwaarts schreiden. Ja, vader, u ook veel sterkte gewenst. Ik voel ogen langs mij strijken maar herken geen collega's of intimi. Een licht flitst, verhip wat ligt daar, een slang? Oh, een elektriciteitskabel of zo. Goddank, het spreekstoelte heeft een verhoogde bodem.
Ik knik met mijn hoofd en het gezelschap gaat rumoerig zitten. Zonder te beseffen wat er van mijn lippen stroomt - maar de toon en the melody of meaning ervan stuwen me verder - spreek ik vriend en vijand toe, belangstellende en reporter, buddie en blogger. Ik kijk niet één keer mijn aantekeningen in, sla nooit een bladzij om. Alsof ik een conference geef. Die toga past mij wel.
Ik voel hoe ik steeds meer begin te stralen, maar ik ben niet te vrolijk of frivool want kort voor het slot sta ik stil bij mijn beminde en gevreesde voorganger, professor Botering, Albert voor de vrienden. In het harnas gestorven voor wat hij de enig juiste zaak geloofde te zijn. Een slachtoffer in de eeuwigdurende strijd om de kunst. Ik zal zijn voorbeeld altijd voor ogen houden. Letterlijk, tegenover het bureau op mijn nieuwe werkkamer hangt een portret met zijn markante trekken. Als ik zit te schrijven voel ik de blik van mijn meester door het computerscherm boren.
Wat beweer je nu weer, Magda, hoor ik hem vragen.
Ik beweer, lieve Albert, dat Piet Mondriaan zijn laatste schilderij bewust onvoltooid heeft gemaakt in die drie historische dagen voor zijn dood in een ziekenhuisbed in Brooklyn, New York. In zijn verhandelingen in De Stijl en de latere pamfletten roept hij meermalen op tot vernietiging van het bekende, zodat het nieuwe kan ontstaan. Maar ditmaal, deze laatste keer, paste hij zijn leer toe op zijn eigen schilderij. Hij vernietigde de perfectie en de volstrektheid ervan, het totalitaire aspect van de Nieuwe Beelding, en hij deed dat voor ons. Hij ontdekte een manier om ons creatieve potentieel te ontsluiten. En dat doet het, nog steeds. 'Voor de toekomstige mens,' weet je nog? Dat zijn wij. Piet Mondriaan schilderde voor ons.
En wat is ons antwoord? Wat geven wij terug?

Arjen

4 jaren, 1 maand geleden

3,9

Getuigenverklaring van de heer Roy U. Kodsbreuk, taxichauffeur

Beschrijft u ze eens, ja, ja, beschrijft u ze eens.
Hij, nonchalant in overall, zogenaamd ongeïnteresseerd in kleding, maar let op. Die verfspatten op zijn overall waren vakkundig gesitueerd. Heeft ‘ie voor de spiegel eerst staan oefenen. Zijn heel wat overhemden aan opgeofferd, hoor. Daar besteedt zo’n artistiek verver meer tijd aan dan aan de stippen op zijn doek. Heeft er wel eens een mij verklapt. Alles voor de vrouwtjes, hè.
Ja, en zo’n dametje. Dat is nou net weer andersom. Lijkt heel wat in zo’n mantelpakje, met een paar vrijdagavondfolder-pumpjes van de Bristol, maar wil nog wel eens een onderbroekje van drie dagen oud eronder verstoppen. Gaat er flink wat nep-Chanel Numero Cinq overheen; alsof ik dat niet ruik in mijn bekleding. Vliegt ‘s avonds de hond met zijn kwijlebek er ook nog eens in en kan ik dubbel soppen.

En deze twee… Je voelt gelijk al dat HIJ wat van plan is. ‘t Begint al bij het instappen. Als zij al zit en hij komt ernaast zitten, negen van de tien keer dat zij dan haar knieën tegen elkaar drukt en hij de benen wijd spert. Nou dan weet ik genoeg. En niet een beetje wijd, maar alsof hij de pliee op de balletschool nog aan het oefenen is. Moet ik me inhouden om geen tutu’s en spitzen te projecteren op zo’n WTC-kostuum.
Over die mannen gesproken. Wijdbeens wil met een overall nog wel lukken, maar soms krijg ik van die zakenmannetjes in een strakke krijtstreep en dan liggen linker- en rechterpijp opeens in een echtscheiding en kijk ik pardoes in… Vult u maar in. Ik zie het liefst zoveel mogelijk stof. Anders negeer ik mijn achteruitkijkspiegel en dan heb ik in no time een scooter met falafal tussen de verwarmingslijnen in het vensterglas. Of erger: een achteropsnellende levensmiddelenschuiver van dertig ton. Ja, man.
Kijk, dames mogen van mij wel wat meer bloot.

Dit stel van vandaag. Leek leuk te beginnen. Hij hield zijn pliee bescheiden, haar knie raakte de zijne soms. Ook zo leuk, bij bedeesde koppeltjes. Wil zij wat. Durft ze niet. Komt er een bocht aan, denkt zo’n meissie dat ze haar knie wel even mee kan laten hangen, zogenaamd onopvallend zijn kant op. Maar dan trek ik net de andere kant in. Laat ik die hoofdjes effe botsen. Want je moet ze ook een beetje helpen met contact, hè.

Nou die twee. Dat was wel lachen. Hij presteerde het om in de auto, op de achterbank in kniehouding, half gedraaid voor haar te gaan zitten. Zal geen enkele fysio je adviseren. Is een regelrechte prelude voor een hernia. Beetje sneu begin van het huwelijkse geluk. Enfin. Hij frummelde wat in zijn zak. Aanzoek. Hij meende het echt. Ik vermoedde het al. Wil ik ook nog wel eens een bochie meepakken. Een teruggevonden ringetje levert al gauw een maaltje McDonalds voor die happers thuis op.
Maar zo’n kunstenaar heeft meestal niet veel soeps op zak. Te gierig. Deze maakte het wel heel bont. Een stem als een nieuwslezer en voilà: komt er zo’n plastic peuterringetje van de Action tevoorschijn. Vier voor zestig cent. Dan vraag ik jou: wie zijn die andere drie dames? Krijg ik die ook nog op de achterbank? Ik zeg geen nee! Business voor alles. Zeker in deze tijd.

Hij dus op zijn knieën. Zij alsof ze net een kroon had ingeslikt. Ik help ze een beetje. Had gehoord van Mondriaan en boogie woogie dus ik zet een passend muziekje op. Zij trekt met haar mondhoeken en hij mompelt wat. Ik ving iets op over “hete sex” en “hippiewippie”. Dus ik zet de muziek iets zachter en m’n recordertje aan. Voor m’n dochter, weet je wel.
Luister, ik heb het hier:
“Oh, Fridus, dit is wat Mondriaan wilde…De macht ligt bij de mensen… in hun relaties met elkaar”.
En dan die vent, terwijl hij dat ringetje uit het plastic peutert:
“Ja, ja, Maggie, onze relatie! Ik wil je binden, ik wil jou binden. Aan mij. Aan mijn kunst… Binden aan het leven. Samen voor de kunst…”

Ik zou nog liever ja zeggen tegen een weekendje ballonvaren met m’n incontinente tante Miep van 98, maar zij trok er een gelukzalige glimlach bij; kat in het bakkie, dacht ik nog.
Hij op dreef, Jack van Gelder in zijn 5e versnelling, zeg maar:
“Laten we samen de victorie kraaien, Maggie! Jij en ik: wij zijn één. Eén mens….als Da Vinci’s Vitruviusman. Vervolmaakt met Mondriaan’s Boogie Woogie. Zijn Boogie Woogie, als venster op onze wereld. Een uniek kunstwerk, Magda. Mijn kunst aan de wereld. Mijn revival. Ons product. Magda, zeg JA tegen de kunst…”.
Zoooo’n smile op z’n gezicht. Ring tussen duim en wijsvinger. Vol verwachting keek hij haar aan.
Ik snapte er de ballen van, maar het was niet helemaal wat mevrouw van haar haar 'Sex And The City'-moment had verwacht, geloof ik.

Ze zuchtte en ik dacht eerst dat ze een probleempje met haar kaak had. Weet je wel, dat er iets inschiet en dat je dan een paar keer in de tandarts-spreidstand moet. Maar toen schoot ze me toch uit.
“Ja? Ja? Wat nou: wij?… Godverdomme, Godfried! Jij – wilt – alleen – dat – SCHILDERIJ!”
Die kaken weer uit elkaar en dat voorhoofd naar zijn neus. En toen zachtjes:
“Dat krijg je niet. Nee, Fridus, dat krijg je niet..”.

Ach, joh, ik zag het gebeuren. Ze krenkte zó zijn mannenhart. Als een bulldozer over een surprise-ei, daar bleef niets van over. Ik zie het nog voor me. Maar dan kan ìk ook niets meer. Bij wat klein verdriet wil ik nog wel eens over een dood vogeltje heen rijden. Zorgt voor wat afleiding. Stop ik geschrokken. Grietje in tranen, mannetje troosten. Wil het nog wel eens omdraaien. Is de hele misère snel vergeten, maar dit? Nee.

En dat grijpt mij dan ook aan, hè. Ik ben ook niet van steen, dus ik schiet bijna met m’n nieuwe Michelinrubbertjes tegen de betonnen opsluitband van het benenwagenbordes. Dat was flink schakelen en sturen om m’n velgjes bij de les te houden. En bij het optrekken porde die Godfried per ongeluk met zijn vinger in haar boezem en toen was het helemaal bal. Mijn god. Wat een teringherrie. Ik heb die boogie woogie nog harder gezet, maar zij blafte er als een Mastino Napoletano doorheen.
“Dit schilderij verdient bescherming, Godfried! Jij: JIJDENKTALLEENAANJEZELF! Ik breng het kunstwerk naar de plek die Mondriaan voor ogen had, naar de puurste plek van de wereld.”
Hij terugschreeuwen dat zij zelf een humorloze sherrygleuf met kapsones was. Volgens mij kreeg ‘ie nog een rechtse ook. Overgang speelt denk ik ook een beetje mee. Doet rare dingen met vrouwen, hoor.

Dus toen heb ik gebeld. Ik heb al eens eerder een gedesillusioneerde bruidegom in m’n taxi gehad. Geloof me. Dan heb ik liever m’n nichtjes dwergpony met snelwegvrees en net geslagen hoefijzertjes op de achterbank.

Als u wilt heb ik dat plastic ringetje hier nog ergens, want dat smeet ‘ie door de auto.

gera_p

4 jaren, 1 maand geleden

 

Godfried de Ridder

1,0

Zin om naast je te komen liggen

—Zal ik heel eerlijk zijn?
—…
—Ik denk nog wel eens aan je, Magda.
—…
—Niet te vaak hoor. Maar soms, als ik meisjes over straat zie gaan… van die studentenmeisjes in kliekjes. Houtjetouwtjetypetjes. Dan denk ik aan jouw zwerm, en hoe die neerstreek bij mij in het atelier…
—…
—Het was een hele andere tijd… begin van de jaren tachtig… eenentachtig? Tweeëntachtig? De avond was al aan het vallen toen jullie arriveerden… stinkend kwamen jullie uit dat grauwe blauwe Simcaatje rollen… nu ik erbij stilsta komt het vrij scherp terug. Geen rooie cent natuurlijk. Ik ook niet, al kon ik dat moeilijk laten blijken. Het was niet alsof ik jullie naar een hotel kon doorverwijzen… maar door jullie te laten blijven, gaf ik waarschijnlijk het verkeerde signaal af.
—…
—Ik kan je zo nog voor de geest halen… in je nepbontjas… broekpak in roze latex… met je plastic ringen… enorme dingen om al je vingers, in primaire kleuren… zat daar toen al wat Mondriaan in? Wat verkitsching van de grote priegelaar uit Amersfoort? Voor mij was je een van de meisjes… en dan bedoel ik, nog buiten het groepje waarmee je langskwam. Terwijl ik wist dat ik voor jou meer was dan dat… anders had je niet die hele rit gemaakt… als een soort kunstenaarsgroupie…
—…
—Als ik jou toen anders had behandeld… na gebruik terzijde had gelegd… was mijn carrière heel anders verlopen. Dat weet ik zeker. Dan was ik nu een stroming op zich geweest. De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars, maar vooral ook door de geschiedkundigen… de wetenschappers… de valse ex-liefjes… had ik toen kunnen weten dat jij zo invloedrijk zou zijn? Dat kon toch niet? Ik had toch niet iedereen met respect kunnen behandelen in die tijd? Dat was toch onmogelijk geweest? Dan zou het heelal zijn geïmplodeerd…
—…
—Hoe dieper ik graaf, hoe troebeler het wordt… ik weet nog precies hoe je haar zat, maar waar het nou precies op stuk liep? Je maakte het jezelf ook niet makkelijk, geloof ik. Je studeerde… ja, kunstgeschiedenis natuurlijk… dat kan niet anders… hoorde daar een bitse houding bij? Het was zo moeilijk om te begrijpen wat er omging in jouw hoofd… je kwam uit bewondering, maar ging niet weg zonder vinnige kritiek op ieder element van mijn nietige leven. Alleen mijn doeken spaarde je niet… maar het smerige hok daar… mijn persoonlijke hygiëne… mijn omgang met je vriendinnen en jou… mijn voorstel om het een keer met z'n allen te doen, alsof dat niet geweldig goed in de geest van die tijd had gepast. Het leek wel alsof je walgde van het banale bestaan dat schuilgaat achter ieder kunstwerk… maar het een kan niet zonder het ander, Magda, begrijp je dat inmiddels? Dat is hoe kunst wordt gemáákt!
—…
—Vind je niet dat er geweldig veel kan veranderen in dertig jaar? Kijk mij nou eens… ik ben getrouwd geweest… heb een dochter… misschien word ik binnenkort opa, misschien ook wel niet, maar biologisch zou het kunnen en bij de wet zou het mogen. Ben jij eigenlijk ooit getrouwd geweest? Heb je lange relaties gehad? Heb je kinderen gebaard? Denk je soms nog aan ons in Berlijn? Denk jij er nog wel eens aan?
—…
—In de eerste plaats is het verschil tussen ons natuurlijk dat jij lelijker bent geworden en ik met de jaren knapper… zoals dat gaat met mannen… als we al knap en wijs worden, dan is het op den duur. Jullie, daarentegen, beginnen mooi… jullie hebben het voor het zeggen als jullie jong zijn… eeuwig zonde om je dan al voor de leeuw te werpen… wat moest je in godsnaam met zo'n in zichzelf gekeerde, bokkige viespeuk als de wereld aan je voeten lag? Je was de mooiste van het stel, dat wist je toch wel? Ik denk dat je dat heel goed wist… maar moet je nu eens zien hoe je erbij ligt… in een ziekenhuisbed verdomme… een verschrompelde hoopje ellende… een symbool van vergankelijkheid, en nog ongelukkig ook… zo ongelukkig dat je er onverstandige dingen van bent gaan doen…
—…
—Ik zou er bijna van terug naar Berlijn willen gaan… terug in de tijd… om alles anders te doen… je met open armen te ontvangen… je te verzorgen, te knuffelen, te koesteren… maar goed… wat zou daar de uitkomst van zijn geweest? Dan waren we misschien getrouwd… dat zou nooit lang goed zijn gegaan… twee betweters… twee vakidioten… misschien nog wel meer, als we kinderen hadden gekregen. Daar zou weinig goeds van zijn gekomen.
—…
—…
—…
—Zal ik nog eens wat zeggen?
—…
—Ik heb zin om naast je te komen liggen.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 2 maanden geleden

1,7

Rijks Museum

Twee in feloranjegele regenjassen gehesen mannen hielden de wacht. Op hun jas de naam ‘VERKEERSREGELAAR’. Ze ontzegden fietsers de toegang tot het fietspad in de onderdoorgang, een verbodsbod alleen was kennelijk niet genoeg in deze stad.

Van de vier draaideuren waren er drie buiten werking. Geen probleem voor de gretige museumbezoekers, die zich met hun tienen tegelijk in de glazen driehoek van de draaideur persten alsof ze er werkelijk tien jaar op gewacht hadden, stapje voor stapje schuifelend naar het zojuist heropende kunstwalhalla: Rembrandt, Vermeer, Van Gogh. Li hield met beide handen een in dik karton ingepakt vierkant voorwerp vast en wrong zich door de deur.

De meisjes in de garderobe werkten er nog maar een week, leken vers uit de verpakking gehaald. Het garderobemeisje bij de sectie A wenkte dat hij mocht komen. Li bood het pakket aan als een door de wol geverfde postbezorger, die niet op weigeren is ingesteld. ‘Uhm, well, Sir, nou ja, although this package is much too big, we can put it, I think, under the desk right here for you, we hold an eye on it, no problem.’ Zijn fiche was A-234. Geen geluksgetal.

Twee rijen mensen schuifelden onder twee bijbelse stenen poorten door, waar een lange jongen met kostschoolscheiding in zijn haar de kaartjes scande. De meeste bezoekers liepen daarna linea recta naar de derde verdieping, naar de Gallery of Honour, zaal 1 van Cinema de Gouden Eeuw. Li echter nam de trappen aan de rechterkant naar eerste verdieping, ging de schuifdeur door en zag hem daar meteen hangen, aan het einde van de lange negentiende eeuw, naast Toorops “The Sea near Katwijk”.

In levenden lijve, bij wijze van spreken: “Oostzijdse Mill along the River Gein by Moonlight” uit 1903 van Piet Mondriaan, het werk waarop hij amper een jaar geleden summa cum laude was afgestudeerd aan het Shanghai Institute of Visual Art. Rustig was het op deze afdeling, waar de meeste aandacht werd getrokken door een zelfportret van Van Gogh waar Japanners een hand onder hielden alsof ze die rossige kop op een presenteerblaadje wilden hebben op de foto. Zo’n smartphone, bedacht Li, is het beste bewijs dat de techniek toch altijd deels vernietigt wat ze beweert vast te willen houden. Hij hoefde niet eens een blik te werpen op “The Nightwatch”, een verdieping hoger, om te weten dat het olieverfschilderij voortdurend in een rode gloed zou staan van red-eye-reduction-licht.

Oostzijdse Mill along the River Gein by Moonlight” – na tien jaar voornamelijk te hebben doorgebracht in de opslagplaats, hing het hier, als aankondiging, een ware belofte van de twintigste eeuw. Precies veertig jaar eerder tot stand gekomen dan dat schilderij dat deze weken zo veel besproken en betwitterd werd. Zeker: dit was een realistisch werk, maar in het oppervlak hielden zich de kleurvlekken, je zou bijna zeggen de pixels klaar om te ontsnappen aan de ordenende menselijke blik, zoals je staand op een wolkenkrabber ook niet de gezichtsuitdrukkingen of zelfs maar de mensen en auto’s waarneemt, maar de kleurvlakken en het raster van de stad.

Toch maar een blik werpen op de Gallery of Honour. The New York Times had geschreven over de hidden gems die de architect in het gebouw verwerkt had. Li keek omhoog, zag bleke blonde drugsverslaafden moedeloos staren naar de chauffeur van de methadonbus: ‘Willibrordus preekt het Christendom tot de Friezen.’ Een jonge vrouw in een gele jurk kwam naast hem staan, zei met een vriendelijk gezicht: ‘Nou, die Friezen hebben er ook niet echt zin in.’

Boven, op de zolderverdieping, een smalle gang, voorbij de stoelen van Berlage en een schaakspel dat een bekende Duitse nazi aan een Nederlandse nazi geschonken had, voorbij een authentiek pak uit een concentratiekamp dat daar ingelijst hing als een heilig object, als de lijkwade van Turijn, naar een hoge vierkante ruimte waar drie Mondriaans tegenover een levensgroot gevechtsvliegtuig uit de Eerste Wereldoorlog hingen, waarbij het vliegtuig in dezelfde primaire kleuren als de doeken geschilderd leek. Een handjevol mensen dat tot de zolder was doorgedrongen keek verveeld naar een film die cineast Joris Ivens – welbekend Chinareiziger – maakte van de Philipsfabrieken in 1931. Li hield voor elke Trafalquar Square vijf minuten stil, als bij een herdenkingsplechtigheid, zonder dat iemand naast hem kwam staan. Hij voelde dat gevechtsvliegtuig in zijn rug hangen als een levensgroot pistool. Een bedreiging, maar van wie of wat?

Met de lift naar beneden. Wat nu? Zo’n Hollandse jenever drinken in het museumrestaurant waar de museumdirecteur zo vol van was geweest in The New Yorker? In de museumshop kocht hij een plastic ring, zo’n ring voor meisjes, met op het zegel een Hollands meesterwerk. De afdruk was er een van Mondriaans Trafalquar Square; als je er een aansteker bij hield veranderde het beeld in dat ene schilderij dat in Den Haag hing, als je tenminste geloofde in de feiten.

Daniel Rovers

4 jaren, 3 maanden geleden

 

Magda Vlekveld

1,9

Made in China

Een van de dingen waarmee ik me vroeger absoluut niet mocht vertonen, was het plastic meisjesringetje. Op de lagere school hadden al mijn klasgenotes er minstens een. Met een lieveheersbeestje, dat wij kapoentje noemden, een dolfijntje, een geëmailleerd bloemetje, een vlindertje of een trosje kersen. Soms waren ze van zilver, maar meestal van buigzaam staal of plastic. De ringetjes sloten niet volledig, ze bogen mee met de kleine-meisjesvingers. Ze braken ook makkelijk, maar dat gaf niet, de meisjes uit mijn klas hadden er vaak meer dan een. Ze haalden ze uit van die plastic ballen met speelgoed of snoep erin, die ze van hun ouders uit de automaat mochten trekken. In de kantine van het zwembad had je zo’n automaat en ook bij de ingang van de drogist prijkte er een naast een plastic paard waar je vijftig cent in moest gooien, waarop het dier traag rondjes begon te draaien. Op zo’n ritje hoefde ik niet te rekenen, dat was ordinaire onzin, vonden mijn ouders. Net als ajourkousen (van die witte met gaatjes), zwarte lakschoenen (zoals Stefanie Slijkhuis ze had), knopjes in mijn oren en barbiepoppen.
Voor de buitenwereld leek het misschien of ik niks mocht, maar niets is minder waar. Al op jonge leeftijd kon ik het complete oeuvre voor kinderen van An Rutgers van der Loeff, een botaniseertrommel en een microscoop tot mijn bezittingen rekenen. Daarnaast gingen we niet alleen met Hemelvaart dauwtrappen, nee, zodra het eerder licht werd stonden we vroeg op voor een verkwikkende wandeling (maar laat naar bed gaan mocht weer bijna nooit). Verder bezocht ik ieder weekend met mijn ouders een museum (uit de Nederlandse Museumgids) en minstens drie keer per jaar een Natuurvriendenhuis.
Al jong voelde ik dat ik anders was dan de anderen. ‘Hee Vetvlek,’ riepen ze me vanaf halverwege de lagere school toe, een naam die aan me bleef kleven, ook toen ik in Apeldoorn naar het gym ging. Mijn kleren waren altijd onberispelijk schoon, dat was het niet, maar mijn moeder had een voorkeur voor onopvallende kleuren. In de jaren zeventig met zijn paars, oranje en bruin, was ik de vale vetvlek.
Ik schikte mij vrij makkelijk in mijn lot. Achteraf zijn mijn klasgenoten allemaal als kleurloze wezens in hun Veluwse bungalows geëindigd, misschien dat ik dat toen al voorvoelde. De pauzes bracht ik in mijn eentje door. Eindeloos hinkelspelletjes doen op de vierkante tegels of het raster tussen de tegels natrekkend met een stokje. Het gaf mij rust en bracht me misschien wel mijn voorliefde voor abstract geometrische kunst.
Een keer kreeg ik in de grote pauze van een vriendinnetje zo’n ringetje toegeworpen: ‘Hier vetvlek, heb ik dubbel,’ riep ze. Het was een plastic ringetje met een roze bloemetje met een geel hartje. ‘Made in China’ stond er aan de binnenkant. Ik wist niet goed wat ik ermee aan moest, wist blijkbaar instinctief dat er iets niet in de haak was met dit object. Na schooltijd vond mijn moeder het ringetje in mijn broodtrommel. Met opgetrokken wenkbrauwen keek ze naar het ding dat tussen de kruimels lag. ‘Weet je wel door wie en onder welke omstandigheden dat gemaakt wordt?’ vroeg ze.
Angstig keek ik naar het ringetje dat ze met een afkeurende blik uit het trommeltje viste. Had ik het maar in mijn laatje op school gelaten.
‘Chinese kinderhandjes,’ zei ze.
Direct zag ik een lange rij donkere kopjes voor me, daaronder een rij kleine ongeringde werkhandjes, die voor blonde meisjes als ik ringetjes in transparante plastic ballen moesten stoppen.
Tijdens het avondeten verklikte mijn moeder het voorval aan mijn vader. Hij greep het aan om college te geven over de mensenrechtenschending in China, over Mao en de heropvoedingskampen. Van de Grote Sprong Voorwaarts die slechts hongersnood had opgeleverd, tot de industriële revolutie die nu op gang aan het komen was. ‘Ze zijn niet wat ze lijken,’ zei hij een paar keer. Zijn woorden bleken profetisch. China kan inmiddels een communistische handelsnatie genoemd worden, een contradictio in terminis. De dubbele moraal viert er hoogtij.
De laatste jaren zie ik ook in de beeldende kunst steeds meer curatoren en critici naar China lonken. De Chinese moderne kunst kan mij niet bekoren, te weinig ‘Geist’. Ze zijn er blijven steken in het ambachtelijke, gecombineerd met pop-artachtige ideeën, en daarnaast heb je nog de shock art van wat door het regime geteisterde zielen.
Maar goed, mijn moeder, middenin de keuken, zon viel door het raam, op haar, op het Chinese ringetje, dat ze tussen duim en wijsvinger hield.
‘Welnu, Magda. Wat gaan we ermee doen?’ vroeg ze.
‘Ik wil dat u het weggooit, moeder,’ zei ik.
‘Heel goed, mijn kind.’ De trap op het pedaal van de vuilnisemmer, het deksel wat openvloog. Mijn ringetje, bovenop de aardappelschillen.
Wat betreft die meisjesringen hebben mijn ouders niet kunnen raden dat het allemaal nog veel erger zou worden. Dat je nu winkels hebt met enkel en alleen oorbellen, armbanden en haarspelden. Dat we in een wegwerpmaatschappij leven. Dat er bijna niets meer is wat niet ‘Made in China’ voor weinig geld te verkrijgen is, dat er van de soberheid die Mondriaan en zijn tijdgenoten nastreefden maar bar weinig terecht kwam.

Sanneke van...

4 jaren, 3 maanden geleden