Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over Improvisatie

Een onderwerp voor schrijvers.

 

Joy Puik

2,0

Joy maakt zich kwaad

[uitgeschreven gesprek bij Pauw en Witteman, 9 mei jl.]

PW: … We hebben vanavond Joy Puik hier, ze is net terug uit New York en ze heeft nieuws over de Victory Boogie Woogie.
PW: Leg nog even uit aan de kijkers, Joy, waar gaat het om?
Joy Puik: Een paar weken geleden landde er een schip in de haven van Amsterdam met een schilderij aan boord. Een Chinese meneer, Chen, beweerde dat het een versie van de beroemde Victory Boogie Woogie van Mondriaan was. Vervolgens ging zijn vrouw, Fei Fei er met dat schilderij vandoor en kwam de heer Chen met een nieuw schilderij op de proppen, dat ook al een versie van de Victory Boogie Woogie zou zijn.
PW: Verwarrend.
JP: En niet echt geloofwaardig. En nu: jij hebt de oplossing gevonden!
Joy Puik: Nou, oplossing is te veel gezegd, maar er zit beweging in. Ik heb genoeg van de geschiedenis van één van de schilderijen waar het om gaat achterhaald om met enige stelligheid te kunnen zeggen dat het van Mondriaan is. Ik heb een foto gevonden waarop Mondriaan bij het schilderij staat. Naast hem staat de grootvader van de heer Chen, Chen Jié. Het schilderij was kennelijk in bezit van Chen Jié. Welke omzwervingen het daarna allemaal heeft gemaakt weet ik niet, maar dit legt in elk geval de link tussen het schilderij en Mondriaan.
PW: Juist! We hebben die foto natuurlijk ook, en we zullen hem nu laten zien… Ja… Daar is de foto…’
JP: Nou, prachtig. Wie van de beide heren is Mondriaan?
Joy Puik: Dat is de linker. De rechter is Chen Jié. Hij was pianist in New York. Ik heb het een en ander over hem gevonden. Hij speelde bijvoorbeeld in Cafe Society, een heel beroemde nachtclub in New York, waar Mondriaan hem waarschijnlijk leerde kennen. Maar ook in Minton’s Playhouse, waar hij de grondleggers van de bebop kan hebben ontmoet. Heel lang heeft hij het niet volgehouden in New York. Hij is teruggekeerd naar China, met het schilderij.
JP: En het andere schilderij, is dat dus een vervalsing?
Joy Puik: Dat kan ik niet zeggen. Alles is kennelijk mogelijk in deze zaak. Maar de kans dat het echt is, is wel aanmerkelijk kleiner geworden. Terwijl die toch al klein is.
JP: Magda Vlekveld – zij staat in voor de echtheid van dat andere schilderij – hebben we ook natuurlijk uitgenodigd voor vanavond, maar ze kon niet aanwezig zijn.
Roderik van Zwaaij: Daar kan ik me wat bij voorstellen. [gniffelt]
PW: Mevrouw Vlekveld is nog ziek, geloof ik.
JP: Godfried de Ridder konden we niet uitnodigen vanwege een incidentje hier aan tafel, vorig jaar.
PW: Heel mooi, Joy, dat biedt tenminste een beetje duidelijkheid in deze schimmige zaak. Roderik van Zwaaij, jij bent woordvoerder van Fei Fei, in het bezit van dit schilderij. Goed nieuws?
RvZ: Zeker, prachtig nieuws. Dit bevestigt wat ik al vermoedde, en wat ook professor Botering…
Joy Puik: Waar is Fei Fei eigenlijk? Waarom doet ze niet zelf het woord?
RvZ: Ze is… Ik weet niet waar ze is op dit moment. Ze spreekt geen Nederlands. En haar Engels is ook al niet te best, dus…
Joy Puik: Maar ondanks dat weet jij precies wat ze zeggen wil?
RvZ: Nou, ik behartig haar belangen…
Joy Puik: Jij behartigt je eigen belangen? Je weet niet eens wat haar belangen zijn!
RvZ [protesteert pruttelend]: Ze wil gewoon een goede prijs…
Joy Puik: Toen ik voor het eerst met het echtpaar Chen in aanraking kwam zorgde ik dat ik een goede tolk bij me had. Sindsdien heeft niemand dat gedaan in deze zaak. Sindsdien heeft iedereen zich over de Chinezen ontfermd alsof het kleine kinderen zijn. ‘Ach, arm Chineesje, jij schilderijtje verkopen? Ik jou helpen?’ Eerst mevrouw Vlekveld, toen Bert van Petten, toen de heer Van Zwaaij, en nu Godfried de Ridder weer, iedereen weet kennelijk precies wat de belangen van de Chinezen zijn in deze zaak. Zonder ooit een zinnig gesprek met ze gevoerd te hebben. Het is koloniaal wat hier gebeurt…
RvZ: Ja, zeg, ik zit hier niet om me te laten beledigen! Wie denk je wel dat je bent!
JP: Nou nou, Joy, dat zijn grote woorden.
Joy Puik: Het gaat om een grote zaak. Het gaat om grove schendingen. [tegen Roderik:] Heb je een contract met Fei Fei?
RvZ [haalt zijn schouders op]: Contract? Nou, eh, we handelen in goed vertrouwen. Hoe zou ze dat moeten lezen?
Joy Puik: Dat bedoel ik. Dit gaat om miljoenen, en van te voren is niet vastgelegd hoeveel daarvan in de zak van de heer Van Zwaaij verdwijnt. Dat is toch idioot!
RvZ [staat op]: Hoor eens, dit pik ik niet. Geven jullie je gasten de kans niet om uit te spreken.
JP [wil protesten]: Wij…
RvZ [loopt de studio uit]: Gotsodeju!

Han van der...

4 jaren, 4 maanden geleden

 

Lianne Verstraaten

1,9

Lianne Verstraaten

‘Mevrouw Claetering wil je even spreken, Lianne. Ze wacht op je in haar kantoor.’
Had ze dat niet gewoon kunnen sms’en? Moeilijk mens.
‘Hallo!’
‘Hoi Lianne. Ga zitten.’
Zitten?! Dan moet het wel erg belangrijk zijn. Of: dan wil ze dat het wel heel erg belangrijk lijkt.
‘Ik heb een opdracht voor je. Het is een precaire kwestie, dus mondje dicht. Je kent vast die Mondriaankwestie van het Gemeentemuseum, die Victory Boogie Woogie?’
‘Ja?’
Mondriaankwestie, Gemeentemuseum, Goobie wat? Dat wordt zo meteen eens even flink googelen.
‘Nu wil het feit dat er in Nederland opeens twee andere versies van dit schilderij zijn opgedoken.’
O! Dàt schilderij, dat in De wereld draait door was!
‘En ik wil dat jij gaat uitzoeken hoe het daar precies mee zit, waar ze zijn, wie ze hebben. Ik zou ze namelijk erg graag in Amsterdam houden. Het is een kans voor het Stedelijk om dat Haagse gedrocht eens flink de loef af te steken. En internationaal bezien kan het ons enorm helpen, kunnen we ons eindelijk weer eens meten met de grote musea in de wereld! Tate, Guggenheim, en de rest van die elitaire bende.’
‘Dus u wilt dat ik uit ga zoeken hoe of wat?’
‘Kijk maar wat je kan vinden. Ik heb een paar nummers voor je.’ Ze schuift een briefje haar kant op. ‘Daar moet je het voorlopig mee doen. Ik heb het verder erg druk met die nasleep van de kroning en alles, dus ik kan me er niet heel veel mee bezig houden. Als jij me elke dag op de hoogte wil houden, dat zou ik erg prettig vinden.’
Elke dag?!
‘Heeft het haast, mevrouw?’
‘Lianne. Natúúrlijk heeft het haast! Je weet hoe snel de kunstwereld, of, beter gezegd: de kunsthándel opereert. We moeten die schilderijen in handen krijgen.’
‘En is er budget?’
‘Nee. Er is geen budget. Maar jij bent volgens mij creatief genoeg om daar iets op te verzinnen, niet waar?’
Daar heeft mevrouw Claetering een punt. Liannes masterscriptie betrof dit onderwerp zo ongeveer: hoe door sponsoring en evenementen en ingezameld burgergeld de subsidiestop opgevangen kan worden. Maar kunst? Zij was vooral ingegaan op populaire sportuitingen en muziekfestivals. Na, zo moeilijk kan het niet zijn. Kunst is ook maar entertainment. Kwestie van inlezen.
‘Ik ga ermee aan de slag, mevrouw.’
Ze pakt het briefje van tafel, schuift haar stoel naar achteren, staat op.
‘Succes ermee.’
‘Bedankt.’
Twee schilderijen. Hoeveel zijn die krengen eigenlijk waard? Geen budget. Kunst. Kunst! Wie zit daar nou op te wachten. Welke geldschieter is dáár nu in geïnteresseerd! Alhoewel, ze was toch een keer op zo’n lekker pilletjesfestival waar ook wat kunst hing en stond? Ergens in een hoek. En die kunstenares die wel eens bij De wereld draait door komt, die geflipte met die dierenmishandeling, die is vast ook wel populair, anders kom je daar toch niet?
Misschien dat het toch wel wat potentie heeft.
Hm, eerst maar eens die mensen op het briefje bellen. Chen en Roderik van Zwaaij zijn hun namen. Roderik… Was dat niet die vent van DWDD? Maar wie is die Chen?! Klinkt Chinees. Was dat mokkeltje van Roderik niet ook een Chineesje?
Misschien dat ze naast het googelen van die Haagse kwestie maar even op uitzendinggemist.nl moet kijken.

Fleur van G...

4 jaren, 4 maanden geleden

 

Bert van Petten

1,3

Bekend van TV!

Tweets:

In een televisiedecor zitten, maakt dat je je vanzelf gedraagt als een acteur
15 april

Om overtuigd te klinken, hoef je nog niet overtuigd te zijn
15 april

De day after! Zodra je stoppels laat staan, bekijken vrouwen je anders. Bekend van TV!
16 april

De day after! Mijn haar zat nog nooit zo goed, de haarlak werkt nog steeds
16 april

Wat moet een Amsterdamse handelaar op stadsniveau met een Chinese golddigger?
16 april

Vandaag mijn vriendin duizend ringen kado gedaan. Om het goed te maken. Om goed te maken dat ik er nooit eerder eentje gaf.
17 april

@RoderikVanZwaaij jij zou nog je moeder verkopen, of ze nou je echte moeder is of niet
17 april

In de loods zweefde een wolk onduidelijke meisjes. Koninginnenacht was fantastisch
30 april

Als Mondriaan in 2013 een #VictoryBoogieWoogie zou maken, zou het toch zeker een bewegende hologramversie zijn?
30 april

Mondriaans #VictoryBoogieWoogie geprint op zeil, bij de Koningsvaart in het IJ. Bekend van TV!
30 april

Een houtskooltekening van Mondriaan. Te zien in de fietsloods.
2 mei

De 3e #VictoryBoogieWoogie. Te zien in de fietsloods. Bekend van TV!
3 mei

Kunstenares Tinkebell in de fietsloods bij de #VictoryBoogieWoogie: na een dode kat, geshredderde kuikens en een blootkalendar, wat nu? Bekend van TV!
4 mei

Alle vlaggen en vlaggestokken die ik op Koninginnedag nog niet kwijtraakte, voor vandaag verkocht!
5 mei

@Looovetinkebell in de fietsloods: hoe redt zij de 3e #VictoryBoogieWoogie uit Chinese handen en voor het Nederlandse volk?
6 mei

De #VictoryBoogyWoogie van Roderik & Fei Fei is de enige echte. Dat is bekend van TV!
7 mei

Dirk Vis

4 jaren, 4 maanden geleden

1,0

Een kleurrijke toonladder

De eetsalon van de RMS Samaria is zo goed als verlaten. Het captains diner zit er op. Dit is zijn moment. Li Huang duwt een pluk weerbarstig haar op zijn plek, laat zijn handen strelend over de toetsen van de imposante vleugel gaan en begint ingetogen vanuit het diepste van zijn ziel aan een laatste riedel.

Het swingt, oh wat swingt het. Zijn vingers springen als dartele hazen van links naar rechts over het toetsenbord, achter elkaar aan, over elkaar heen buitelend, nauwelijks met het oog te volgen. Weg is de vermoeidheid die tijdens de avond steeds dieper in zijn lijf was gekropen. Op zijn gelige wangen verschijnt een blos. Dit is wat anders dan de brave ballroommuziek die hij de afgelopen uren op verzoek van de kapitein en zijn gasten heeft gespeeld tijdens het diner dansant.

Mooi geluid heeft die Steinway, de touche is precies zoals hij het graag heeft, soepel, niet te zwaar. Hij sluit zijn ogen. Harmonisch bewegen zijn hoofd en bovenlijf op het ritme van de klanken die zijn handen spelen. Benen en voeten gaan hun eigen weg. Pling, plang, pleedie weedee wong. Zijn smalle lippen zingen een lied zonder betekenis. Het lijkt op de Amerikaanse scat met doohdah, dooba doowee doob, maar Huang verzint die vocale onzinwoorden liever zelf, in zijn taal, het Mandarijns.

Nog een dag varen en dan zal het stoomschip aanmeren in New York, de eindbestemming. Zal deze metropool zijn lotsbestemming worden? De zeereis is vlekkeloos verlopen, geen stormen, hooguit wat hoge golfslag, en verder vooral de rustgevende rimpeling van het water. Gelukkig ook geen spoor van de oorlog die de Duitsers in Europa hebben ontketend. Amerika zal veilig zijn.
Aanvankelijk wilde hij met de Holland Amerika Lijn de grote reis naar zijn nieuwe wereld wagen. Later had hij toch gekozen voor een Britse rederij, de Cunard Line, die vanuit de havenplaats Liverpool op Amerika vaart. Zijn voorgevoel had hem niet bedrogen. Het schip van zijn eerste keuze, de Statendam, raakte plotseling betrokken bij de Duitse invasie van Nederland. In plaats van een vrolijke overtocht naar Amerika hielp dat schip mee aan het bombardement van de stad Rotterdam.

Wat zal Amerika hem brengen? Hij weet het niet. Met weemoed denkt hij aan wat hij heeft achtergelaten. Zijn mooie tengere vrouw, die hem had gesterkt in het idee dat het goed was dat hij naar het westen vertrok. Hij zou immers zijn talenten gaan benutten, hard werken en geld verdienen zodat hij zijn gezin en hun zoontje een toekomst kon geven. En hij zou weer terugkeren naar China. Zij zou op hem wachten, dat hield ze wel vol, had ze met zachte stem beweerd. Haar ogen en lichaam vertelden iets anders, maar ze zou zich, net als hij, aanpassen aan de onvermijdelijke veranderingen in hun leven. Ze zouden elkaar wanhopig missen, maar meegaan met de stroom. Leven is bewegen.

En dan Shanghai, zijn geboorteplaats. ‘Booming Shanghai’ nu. Een stad met een bloeiend nachtleven, varieté en cabarets. In die omgeving was zijn muziekcarrière begonnen. Later, als pianist in het Peace Hotel, Shanghai’s eerste wolkenkrabber met maar liefst tien verdiepingen, had hij die nieuwe muziekvorm ontdekt, de jazz. Zijn passie nu. Hij had meegespeeld in Amerikaanse, Russische, Finse en Oosterse orkesten en bands. Ze speelden allerlei genres, van dansmuziek, Chinese liedjes, tot traditionele Oriëntaalse muziek en vooral de Amerikaanse jazz. Het was niet alleen een mengelmoes van talen geweest, maar ook een muzikale smeltkroes. Vol energie, vol leven. De extravagante feesten in de balzaal, maar ook de happenings in de Jazz Bar van het befaamde Peace Hotel, waren gebeurtenissen die niemand in Shanghai durfde of wilde missen. Hij was er altijd bij geweest. Hoe had hij deze scene zo maar kunnen verlaten?

Met een vloeiend gebaar brengt Li Huang zijn armen omhoog en laat zijn handen een paar tellen zweven boven de toetsen ten teken dat het einde is bereikt. Dan dringt het geluid van applaus tot hem door. Zoekend kijkt hij rond. Aan het eind van de eetzaal ziet hij een oudere heer die aan een nog niet afgeruimde eettafel zit en enthousiast klapt. De man zwaait naar hem, staat dan op en loopt zigzaggend tussen de tafels zijn kant op. In zijn ene hand heeft hij een halfvol glas met sterke drank lijkt het wel, de andere ondersteunt een pijp waaraan hij driftig zuigt. ‘Kerel, wat klonk dat geweldig,’ zegt hij. ‘Je bent een waar talent. Was het bestaande muziek? Of improvisatie? Had deze muziek vanavond maar vaker gespeeld. Ik ben jazzliefhebber. Spreek je Engels?’

De bejaarde man drukt zich tegen de vleugel, zet een elleboog op de kast, neemt een slok en kijkt de pianist over zijn brillenglazen innemend maar onderzoekend aan. Li Huang is verrast. Tijdens het diner had hij een stukje jazz gespeeld, maar de kapitein had direct met een handgebaar te kennen gegeven dat hij daar onmiddellijk mee moest stoppen. Zijn gasten zouden het niet waarderen. Deze man was anders. Li Huang krijgt het warm. Een soulmate? ‘Ik dank u voor uw compliment’, antwoordt hij verlegen met neergeslagen ogen. ‘Wat u zojuist hoorde was mijn interpretatie van geschreven muziek, noem het maar de Shanghai Blues, een combinatie van Chinese muziek, jazz en blues. Structuur tegenover spontaniteit.’

Li Huang rommelt zenuwachtig door de muziekboeken op de pianostandaard, vist er snel een vel papier tussenuit en geeft het aan de man die al die tijd geïnteresseerd naar hem heeft geluisterd. ‘Dit is de bladmuziek met de grondmelodie, de basis,’ zegt Huang. ‘Hiermee speel ik mijn eigen versie, telkens opnieuw, iedere keer anders, afhankelijk van mijn gevoel, in oneindige variaties. Wij Chinezen hechten veel waarde aan veranderingen van de melodie en de ritmes. Het effect van samenklank, zoals de akkoorden in de westerse muziek, vinden we minder interessant. In de Chinese muziek kan een enkele noot al een gevoel van harmonie geven en die ene klank leidt weer tot de volgende. Het ultieme is het onverwachte en het altijd in beweging zijn. Ik wil een improvisatie laten klinken alsof het geschreven muziek is en geschreven muziek als een improvisatie.’ Li Huang stopt. Zo lang is hij nog nooit aan het woord geweest. Hij kijkt de zwijgende man afwachtend aan. Zou hij zijn verhaal begrepen hebben? Waarom zegt hij niets?

De man staat ineens kaarsrecht en staart als gebiologeerd naar het vel papier dat voor hem ligt. Wat hij daarop ziet is een boeiend patroon van horizontale en verticale lijnen, waarin haast willekeurig blokjes en strepen zijn geplaatst in verschillende kleuren en van verschillend formaat. Het lijkt in niets op de westerse bladmuziek. ‘Deze muzieknotatie is totaal nieuw voor mij,’ stamelt hij. ‘Wat een fascinerend lijnenspel, het lijkt wel visuele kunst.’
Li Huang laat zich meeslepen door de oprechte verbazing en belangstelling van de voor hem nog onbekende man, die net als hij niet vloeiend Engels spreekt. Het rare is dat het lijkt alsof hij hem al jaren kent. Hij wil hem alles wel vertellen wat hij weet. ‘Het is het pentatonische toonsysteem,’ vervolgt Huang. ‘In de Chinese muziek, maar ook voor de jazz en blues, gebruiken we het liefst de pentatonische toonladder. Een toonreeks van vijf tonen die we noteren met de kleuren rood, geel, blauw, zwart en wit. Met dit simpele kleurenpalet maken we steeds weer opnieuw een spannende compositie.’

Onopgemerkt door de beide mannen loopt de purser van de Samaria hun richting op. Als hij de vleugel is genaderd, onderbreekt hij abrupt hun boeiende conversatie. ‘Neemt u mij niet kwalijk mijnheer, maar ik moet u helaas vragen de eetzaal te verlaten,’ zegt hij vriendelijk maar nadrukkelijk tegen de passagier. ‘We gaan sluiten.’ Dan richt hij zich tot de pianist en zegt: ‘Huang, de kapitein wil je graag nog even spreken.’
Hevig teleurgesteld schikt de man zich naar het verzoek van de boordofficier. Hij had graag nog zoveel meer willen horen over die kleurrijke muzieknotatie. Hij draait zich snel om naar de pianist en vraagt gejaagd: ‘Huang, mag ik Huang zeggen? Wil je me verder inwijden? Morgenavond weer? Op dezelfde tijd?’

Lineske

4 jaren, 4 maanden geleden

 

Magda Vlekveld

1,5

Uit het dagboek van Magda Vlekveld

24 april 13

Ik ben een domme gans. Ik ben een dikke nul. Ik zou het wel even regelen. Ik had de juiste contacten. Ik kon dit allemaal alleen aan. En toen dat echt niet meer ging had ik het juiste advocatenkantoor dat het allemaal voor mij zou organiseren. En voor ik het wist maakte ik mijzelf onsterfelijk belachelijk voor het oog van de wereld.
De dag na die krankzinnige toestand op de Elefteria en de kade - 'psst, vrouwtje, ik heb iets wat jij heel graag wilt zien,' siste de zwerver, en hij knoopte zijn gulp open - zit ik nog altijd verdoofd voor de televisie met mijn magnetronmaaltijd op de salontafel, eenzaam weer als altijd, onnozel weer als altijd, en zap weg van het nieuws over de aanstaande kroning op RTL 4. Ik kom terecht bij De Wereld Draait Door, en daar zit een bont gezelschap opgewonden te oreren over hoe ze aan de derde Victory Boogie Woogie zijn gekomen, en kijk nou, dat Chinese vrouwtje, die Fei Fei, tovert een ruwhouten kistje te voorschijn, en dat zou 'm dan zijn, de enige echte.
Wat een potsierlijke onzin! riep ik woedend. Om te beginnen is het doek veel te klein, nog niet de helft van de VBB in het Gemeentemuseum! Ten tweede ontbreken de zwarte strepen die op de foto's die Chen mailde duidelijk zichtbaar waren. Wat is dit voor belachelijk verhaal? En het journalistje noemt mijn naam om te bewijzen dat dit de enige echte is…
Modder, dacht ik. Het slijk der aarde. En ik ben degene die het over Mondriaans meesterwerk heeft uitgestort. Ik ben de aanstichter van deze wansmakelijke vertoning. Dit is waar blinde ambitie toe leidt. Ik heb mij zand in de ogen laten strooien door onduidelijke documenten en wat vage foto'tjes. Mondriaan had het geduld meer dan een jaar te wachten totdat zijn eerste versie van de VWB zich zo ver van hem had geëmancipeerd dat hij zag waar het schilderij heen wilde. Maar ik meende met alle geweld snel en kordaat te moeten optreden.
Domme kip, mompelde ik. Volmaakt ronde nul. Dat ik voortaan de risee van de kunsthistorische gemeenschap zou zijn kon me al niet meer schelen. Ik had Mondriaans roeping tot het hoge kunstenaarschap te grabbel gegooid en er volksvermaak van laten maken.
En ik werd heel helder. Woordeloos. Stond op. Naar de badkamer. Het medicijnkastje. De strips uit het doosje. Ik plopte de slaappillen een voor een op de wasmachine. Veertien stuks. Geen drama nu. Het glas vol water. De eerste pil was al binnen. In één moeite door ook de tweede, de derde. Ik zag de resterende elf vanaf grote afstand in het holle van mijn hand liggen. En nu allemaal, galmde een stem in mijn hoofd.
Ik zette het glas aan mijn lippen en zou het vonnis voltrekken. Stof zijt gij en tot stof zult gij vergaan. Vergeef me, moeder, ik heb gefaald. Ik hoorde gestommel tussen mijn oren. In mijn hoofd holde een luidruchtige groep mensen rond, sloeg met deuren. Ik legde ze het zwijgen op. De klokken begonnen te luiden.
Is dit wat je wilt, Magda, hoorde ik vaders stem.

Arjen

4 jaren, 5 maanden geleden

1,9

Improvisatie

Wat is het tegenovergestelde van improvisatie? Je zou zeggen, het tonen van een werk (schilderij, dans, muziekstuk, gedicht enz) dat het resultaat is van lange en overwogen voorbereiding, arbeid en verbetering. Vervolgens is het vastgelegd en voltooid verklaard en wordt dan publiekelijk getoond of opgevoerd. We denken aan toneelstukken, conferences, symfonieën en poëzievoordrachten. Al dat voelen en denken, het maken en verbeteren (dat maanden en soms jaren in beslag heeft genomen) wordt in een paar minuten, een kwartier of een uurtje op ons afgevuurd. Als het goed gaat worden we overrompeld door de rijkdom en gestroomlijnde expressiviteit van wat de makers hebben uitgevonden.
Maar wat we niet willen is al te duidelijk merken dat hier een nauwgezet voorbereid en ingestudeerd werk wordt geboden. De toneelspelers moeten niet klinken alsof ze zich met moeite de ingestudeerde regels herinneren. De symfonie moet klinken alsof ie spontaan opborrelt uit het orkest. We willen het idee hebben dat wat er bedacht is voor onze ogen en oren gebeurt. We willen geen herhaling, maar juist het tot leven komen van het werk meemaken. Het beste is het als een toneelstuk, een conference of een muziekstuk gebracht worden alsof ze zonder moeite, zomaar, voor onze ogen ontstaan. Het liefst moeten al het zoeken en falen, het polijsten en instuderen zijn weggetoverd. We willen niet minder dan getuige zijn van een wonder. De beste performers kunnen de illusie oproepen dat ze hun dans, muziek en tekst ter plekke scheppen en verzinnen.
Het gekke is dat wanneer we getuige zijn van een improvisatie we die des te beter vinden als ie wat rijkdom, verfijning, opbouw en ontwikkeling betreft juist de aspecten heeft van een terdege voorbereid gedicht, conference of muziekstuk. Naar zinloze herhalingen, vergissingen, slap geklets of virtuoze toonladders willen we niet luisteren. Een improvisatie is beter naarmate de uitvoerenden hun vak en hun instrument/lichaam, zo goed beheersen dat ze de indruk wekken ter plekke te componeren, dichten of een choreografie scheppen.
Improvisatie is een spel met het wonder van de inventiviteit, dat alleen maar opzienbarend is als de spelers dankzij hun kennis en vaardigheid (in jaren van studie en oefenen opgebouwd) ter plekke iets moois, grappigs en betekenisvols kunnen laten gebeuren. Improvisatie is een kwestie van snelheid en schijnbare moeiteloosheid. Mensen die vaak en goed improviseren kunnen vooral putten uit een groot repertoire aan voorbeelden, die ze razendsnel kunnen combineren, omkeren, vervormen, verdichten en uitrekken. Die in het moment gemaakte mix levert nieuwe vindingen, combinaties, grappen, melodieën op.
Het echte geheim van improvisatie zit in de frase ‘in het moment’. Oftewel de situatie waarin de speler zich bevindt. Wat maakt daar allemaal deel van uit? De plek en gelegenheid (een podium bij de zee, een begrafenis), een nummer of thema dat als uitgangspunt dient, maar vooral: de andere spelers en het publiek. Improviseren is vooral een vorm van communiceren op hoog niveau. Spelen als verhevigde communicatie. De beste improvisatie moet het hebben van het reageren op impulsen om de speler heen, op de vondsten van anderen.
Het bijzondere van jazz muziek zit hem precies daarin: de groepsgewijze improvisatie is de norm. De jazztraditie bestaat uit uiteenlopende modellen om collectief te improviseren en dus muzikaal met elkaar en de omgeving te communiceren. Dat vereist meestal een thema, een basisritme, afspraken en tekens. Maar de muziek is op z’n best als die niet meer zijn dan een opstapje voor de eigen mix, toon en inventiviteit van de spelers.

Dirk Sr.

4 jaren, 5 maanden geleden

 

Chen

1,6

Met Vlekveld aan zijn zijde…

Voor een Chinees was Chen niet klein, eerder gemiddeld. Maar tussen de kunsthistorica en de journaliste in bleef er weinig meer van hem over; het leek of de vrouwen met hun kind over het industrieterrein liepen. Die indruk werd ook gewekt door zijn wijze van lopen: zijn armen zwaaiend, zijn stappen los en ongericht, alsof er nog iets mankeerde aan zijn coördinatie. Geen steentje op zijn pad dat hij niet wegschopte.
De aankomst was verre van eenvoudig geweest. Douane, politie, officier van justitie, die opdringerige journaliste, die niet meer van zijn zijde week en zich ook als een teek in Magda Vlekveld had vastgebeten, nog wat vreemde types die als ratten uit de loodsen waren gekropen, en Fei Fei die aan zijn kop was gaan zeuren en zei dat hij er al weer een zootje van had gemaakt en dat zijn plan belachelijk was en nooit zou kunnen lukken, en dat ze dat altijd al geweten had en nooit mee had moeten gaan. Maar naast de rijzige, grijze Vlekveld voelde Chen zich volstromen met optimisme en zelfvertrouwen. Wat een vrouw was zij! Nee, niet meteen het type waar hij op viel, hij hield van zijn tengere Fei Fei met haar fijne handjes en priegelvingers, en ook zijn vriendinnetjes en zelfs de prostituees die hij af en toe bezocht, als hij toevallig geld had, leken altijd op haar. Maar Vlekveld was zo kordaat en stevig dat hij zich op een aangename wijze geïntimideerd voelde. Aan haar zou hij zich kunnen overgeven als aan een moeder.
‘Ik ben best opgewonden,’ zei ze met een koket lachje, meer een hik. ‘Het is niet alleen het schilderij. Het is alsof ik hem steeds dichter nader. Soms droom ik van hem, zo’n stijlvolle man.’
‘Dat zei mijn grootvader ook. Maar veel meer heeft hij me nooit willen vertellen. Alles is muziek, alles is jazz, zei hij, en dan zette hij een plaat op van vroeger.’
‘Ach, hoe romantisch. Straks ga ik ook nog dromen van uw grootvader,’ en ze begon weer hikkend te lachen.
Tot zijn verrassing had hij haar niet eens hoeven opzoeken. Ze had zichzelf gemeld, met een advocaat. Nog steeds kon hij het niet geloven: in China zou hij geen kans gemaakt hebben, maar binnen een dag hadden ze een kort geding geregeld en stonden ze voor de rechter. Nog geen uur had het proces geduurd; de rechter had ook niet lang hoeven nadenken en het beslag opgeheven en de politiebewaking van tafel geveegd als was het niet meer dan kattenkwaad. Hoe dat mogelijk was, viel niet te begrijpen en veel moeite om het hem uit te leggen hadden Vlekveld en haar advocaat ook niet gedaan. Ze waren helemaal door zichzelf in beslag genomen, alsof hij er niet toe deed. Maar daarover klagen was ongepast, hij was hen dankbaar, ze hadden hem uit de brand geholpen, het zou niet lang meer duren of het geld zou op zijn bankrekening staan en hij en Fei Fei zouden weer kunnen teruggaan naar China.

Godzijdank lag het schip er nog. Ergens in zijn achterhoofd was hij bang geweest dat de kapitein de trossen had losgegooid en was vetrokken. Een en al beminnelijkheid, die Griek, maar wat er onder die zachte deken van charmes verborgen lag… Als Chen iets had geleerd, was het wel dat je met charmante mensen moest oppassen, en die wijsheid koesterde hij, want dat was ook zo ongeveer het enige wat hij van het leven wist…
Een hels knarsen. Chen keek om en zag Fei Fei op hen afrennen, plassen ontwijkend, op blote voeten, haar pumps in haar handen. Achter haar sloeg een immense schuifdeur dicht; niet alleen de lucht, ook de grond trilde ervan, even leek alles ineens op losse schroeven te staan.
Waar zij had uitgehangen, vroeg hij. En zij, terwijl ze haar voeten vluchtig schoonveegde en in haar pumps wurmde, en achter hen aan over de loopplank trippelde, ‘kopje thee bij de buurman.’
Chen draaide zich om. Ook zij bleef staan. Ze schikte haar haar en keek terug, zo strak dat hij het er benauwd van kreeg.
‘ Dat kan toch geen kwaad?’ zei ze, en haar mondhoeken trokken omhoog zoals hout kromtrekt, onwillekeurig en haast onmerkbaar.
Over de ijzeren trap daalden ze in het schip af. Groot was het niet, maar de gang leek zonder einde en was ondanks het plafonnieres slecht verlicht en hun voetstappen galmden zo hard dat het pijn deed aan zijn oren. Het had alles van een geboorte, zíjn geboorte, zijn wedergeboorte; binnen een paar minuten zou dat spuuglelijke, haastig in elkaar geflanste schilderij veranderen in een meesterwerk dat zijn leven voorgoed zou veranderen.
Hij ging voor, de hut in. Vlekveld, Puik en kapitein Papadiamantes volgden zwijgend, reeds bevangen door eerbied voor het schilderij. Fei Fei bleef op de gang staan. Spookachtig van boven aangelicht leunde ze tegen de wand, rommelde wat in haar handtas, haalde een spiegeltje tevoorschijn en draaide haar gezicht van de ene naar de andere kant, trok met haar lippen, en begon ze secuur met lippenstift bij te werken.
Op zijn knieën tastte hij onder het bed, midden, links, rechts.
Zijn handen grijs van het stof, hij keek op, naar Vlekveld, zocht Fei Fei maar zag haar niet. Vervolgens liet hij zijn handen nog eens ronddwalen, alsof hij ze niet vertrouwde.

Kennelijk bestonden er vele soorten leegte - nooit was leegte hem zo volstrekt leeg voorgekomen. Alleen improvisatie zou hem nog kunnen redden.

Edzard

4 jaren, 5 maanden geleden

1,7

Het is alles, eigenlijk bestaat het niet.

Het is alles, eigenlijk bestaat het niet.

Beter is het gezien te worden in de schepping,
dat wat je maakt. Waar je tubes vol
pigment voor leeg knijpt op doek.

Vastleggen is gered worden of op zijn minst
gespaard. Als er hier blauw moet komen
dan is het wit daarna nodig. Het lichaam
is een penseel. De mens als zodanig,
een associatie. We hebben ons
zelf gemaakt.

Niet aan haar wangen denken die
al rood werden na één slokje wijn.

Rinske Kegel

4 jaren, 5 maanden geleden

1,3

Levensles

Het moet eind jaren zestig zijn geweest, in de binnenstadse jazzkit die gedurig stonk naar bier en sigaretten. Na zijn indrukwekkende optreden kwam de 82-jarige Chubby 'the Fingers' Mahoney naar de bar geschuifeld. Op het vlondertje links naast de toetsen voor de laagste tonen stond een asbak waarin een sigaarstompje lag te kwijnen. Vanuit mijn positie leek het daardoor alsof de pianotoesten nog narookten, hetgeen mij niet had verbaasd. De drummer wiens naam ik ben vergeten schroefde traag zijn bekkens van de standaards in het schrille werklicht dat zojuist was aangedaan. Zijn voorhoofd parelde nog van zweet, maar hij grijnsde tevreden. Bij de bar aangekomen kreeg Chubby zonder dat hij er om vroeg een dubbele whiskey aangereikt. Ik vond het geweldig om naast zo'n grootheid te staan, de man wiens platen ik grijs draaide vanaf het moment dat mijn schoolvriend Wim mij op zijn muziek had geattendeerd. Hij was anderhalve kop kleiner dan ik en hij meurde naar zweet. Ik durfde niets tegen hem te zeggen dus meer dan een gespannen knikje kreeg ik niet voor elkaar. Hij keek naar mij op en hief zijn glas een centimeter bij wijze van proost. Met de blik van een schildpad monsterde hij mijn gezicht en zei: 'Weet je wat het is met improviseren, je moet je helemaal leeg spelen. Je moet je helemaal leeg spelen. Echt helemaal leegspelen, net zo lang tot je het niet meer weet. Dat al je ideeën en trucjes en dingetjes en haakjes en lickjes op zijn. En op dat moment sta je voor die zaal, één eindeloze seconde voor die zaal met al je fans in het publiek die jou willen horen pieken, en je voelt hoe de hitte van de lampen door je kraag omhoog kruipt naar je hoofd. Je flikkert in een afgrond, oh yeah je wordt bevangen door paniek. Dat is het moment waarop jouw improvisatie begint.'

Mitch

4 jaren, 5 maanden geleden

 

Godfried de Ridder

1,7

Ik vond dat altijd iets romantisch hebben

—Godfried, gozer, kan ik je straks terugbellen? I'm in the middle of something.
—Stefan… ik ben alleen benieuwd… heb je de foto's al ontwikkeld?
—Ontwikkeld? Really?
—Dat zeg ik ook maar om te benadrukken dat ik de tijd heb meegemaakt waarin de dingen nog fysiek waren… werkelijke waarde hadden. Maar heb je er al naar gekeken?
—Nou ja, ik heb ze van mijn camera gehaald. Alle 233. 234? De ellende van digitaal is dat je er, als je even niet oplet, meteen honderden maakt. Volgende week zit hier een meisje van vijftien… projectweek van school… zij mag de selectie maken.
—Maar is het wat? Hoe sta ik erop? Maakt het iets bij je los?
—Godfried, ik heb gefotografeerd hoe je een fles rode wijn opdrinkt. Old man empties bottle. Als dat überhaupt iets heeft losgemaakt, was het in jouw hoofd.
—…
—Ik bedoel, het idee is dat er op termijn iets zichtbaar gaat zijn. De opkomst van een kunstenaar. Zijn wederopstanding. Zijn ondergang. In het beste geval, hè… het kan natuurlijk ook dat het nergens toe leidt. Laten we vooral rekening houden met de slechtst mogelijke uitkomst.
—Wat mij mooi lijkt is als er onverwachte details opduiken in je foto's. Ik denk aan Antonioni… Blow-up… een mysterieuze schittering in een bosje blijkt een vuurwapen…
—Jouw buurt leent zich daar goed voor, er gebeurt altijd wel iets in de haven. Al vrees ik dat geweldsdelicten niet meer zo tot de verbeelding spreken als in de sixties. Marokkanen die iemand een mes tussen de ribben steken voor een iPhone… daar kun je moeilijk nog een bedachtzame arthousefilm van maken…
—Zou het toch niet beter zijn om te filmen?
—…
—Zo'n… hoe noem je dat… docusoap… over mij. Dat is toch wat de mensen tegenwoordig willen?
—Ottie, hier hebben we het eerder over gehad. Alle respect voor jou en je werk, maar ik heb geen tijd om je zeven dagen per week te filmen. Om nog maar te zwijgen over de montage… wat een tijdrovende kutklus is dát. Meer dan een fotoreeks zit er echt niet in. Desnoods maken we er een fotostrip van… tekstballonnetjes erbij. Maar ik sta te koken hier… te bakken… het is altijd een godsgenoegen om met je te babbelen… maar ik moet nu echt verder…
—Denk je dat foto's dezelfde impact kunnen hebben als een tv-programma? Vorige keer zei je dat je snel naar de foto's zou kijken om daar een uitspraak over te doen.
—Weet je wat impact kan hebben? Als je weer eens vernieuwend werk ging maken… zoiets als wat je in de eighties in Berlijn deed. Toen zagen de critici een belofte in je, toch?
—Dat is een ontologie of vijf geleden… Nu gaat het er alleen nog om wat de mensen van je vinden. Als je erin slaagt ze te laten geloven dat je een kunstenaar bent, dan ben je het. Een meeslepende visie, charme… daar begint het mee. Talent bestaat niet meer. Vakmanschap, idem dito. Voordat ze wegging zei Nicole steeds dat ik aan mijn imago moest werken… dat ik anders hier in de garage zou verpieteren… en ze had een punt. Ik heb nog een paar decennia voor de boeg. In die tijd kan er nog van alles gebeuren, dus het is hoog tijd dat ik van mezelf laat horen.
—Geloof je dat echt?
—Dat is hoe het nu werkt. Voor mijzelf is er niets dan het werkproces om genoegen uit te putten… maar dat moet ik faciliteren door mezelf op gunstige wijze te presenteren in de media. Anders kon ik net zo goed al dood zijn.
—…
—Trouwens, wat het proces betreft… mis jij je doka niet? Ik vond dat altijd iets romantisch hebben… het rode licht… het fotopapier… de chemicaliën…
—Ik heb nooit een doka gehad, Godfried…
—Je kan toch valse nostalgie koesteren?
—Nu ik je toch aan de lijn heb… ik wilde nog aan je vragen of je die Chinees hebt gezien… met zijn Mondriaan. Is dat niet bij jou in de buurt?
—Een Chinees met een Mondriaan?
—Iemand die zegt dat hij een versie van de Victory Boogie Woogie bezit… hij ligt aangemeerd in de haven. Als een soort sinterklaas komt hij per schip een cadeautje overhandigen… aan de hoogste bieder. It's all over the news.
—Mondriaan… ouwe boef… dat is nou precies wat ik bedoel. Hij zéi dat het ging om waarheidsvinding… de verinnerlijking van de wereld om hem heen. Maar eigenlijk overtuigde hij diezelfde wereld er met zijn gewauwel van dat hij ertoe deed. Dat gepruts met plakbandjes… interessantdoenerij…
—Serieus… ga je nu Mondriaan lopen dissen? O!
—…
—Tering… mijn ei is zwart… de keuken staat blauw… Godfried, ik hang nu op…
—Stefan, over die foto's…
—Spreek je later!

Niels ’t Hooft

4 jaren, 5 maanden geleden