Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over Meesterwerk

Een onderwerp voor spelers. Aantal bijdragen deze ronde: 0

 

Chen

10,0

Schilderles in het Hutchison Whampoa Museum

Dertig zwarte stippen, zou dat ook kunst kunnen zijn? Als die vlakjes dat waren, waarom dan niet stippen, dacht Chen. Stippen waren levendiger dan vlakjes, stippen hadden aan zichzelf genoeg maar samen begonnen ze vanzelf te dansen en konden ze alle verbindingen aangaan, het maakte niet uit welke, de mogelijkheden waren onbeperkt. Afwezig frunnikend aan de knopen van zijn uniform liet hij zijn blik over de schoolkinderen gaan. Hun haar glansde als verf die net was opgebracht, ze zaten allemaal in kleermakerszit en bogen diep over hun vel papier heen, met een liniaal trokken ze strakke lijnen, sommigen waren al met het inkleuren begonnen, om hen heen rode, blauwe en gele spetters, als confetti. Hij was vertederd, hij zou van hen allemaal kunnen houden, wat voor hem op de vloer van de museumzaal gebeurde, was één groot feest.
Godfried was als eerste klaar en hield zijn Victory Boogie Woogie omhoog, niet voor zijn juf, maar voor hém, Chen, zijn vader, althans, hij had maar aangenomen dat het jongetje, dat negen maanden na hun avontuur in Nederland uit Fei Fei’s buik tevoorschijn kwam, zijn zoon was, en niet dat van Wong. Dat de kleuter het talent van zijn oom Li had was onmiskenbaar. Zou hij daarnaast de bezetenheid hebben van de Nederlandse kunstenaar naar wie hij vernoemd was, dan zou hij later misschien nog rijk kunnen worden, zoals Ai Wei Wei, en hoefden Fei Fei en hij zich geen zorgen meer te maken over hun oude dag. Weliswaar had Wong hem een baan gegeven, maar hij was en bleef de harde zakenman die hem groot had gemaakt; zijn salaris was ‘marktconform’, en dus niet meer dan de eerste de beste arbeidster in een confectieatelier of computerfabriek uitgekeerd kreeg. ‘Voor jou een miljard anderen,’ had botweg Wong gezegd; het salaris dat het Hutchison Whampoa Museum for Magnificent Reproductions of Great Masterworks betaalde, bleek net genoeg om hun appartement te kunnen betalen, vijftien vierkante meter op eenentwintig hoog. Om elke maand enkele yuan apart te kunnen leggen voor later, als Godfried zou gaan studeren, was Fei Fei als manicure in een nagelstudio gaan werken, soms verzorgde ze ook massages; het was niet het leven zoals ze zich dat had voorgesteld, maar dat de nagelstudio in het nabijgelegen Hong Kong gevestigd was, vergoedde veel: elke dag ging ze een half uur eerder van huis zodat ze nog even gelegenheid had langs de etalages te lopen. Het was goed zo, haar liefde voor kleren, schoenen, sieraden en parfum was ze niet kwijt, maar ervan dromen volstond, haar zoon was haar geluk.
Of Chen zelf ook gelukkig was, kon hij niet zeggen. Geluk was misschien meer een Westerse preoccupatie, het nastreven van ervan leidde daar tot niets dan chaos en ongeluk, dat was hem in die weken in Nederland wel duidelijk geworden. Tevreden kon hij zichzelf wel noemen, hij had eindelijk iets in zijn leven tot een goed einde gebracht, hij was erin geslaagd de Victory Boogie Woogie te verkopen, en nog herinnerde hij zich hoe hij van trots had gegloeid toen hij Fei Fei de koffers met geld had laten zien; wel jammer dat Roderick ineens vijftig procent bemiddelingskosten in rekening had gebracht en dat Papadiamantes hem vervolgens, behalve een glas raki en gefrituurde calamares , een astronomische rekening had voorgeschoteld, vanwege advocatenkosten, liggeld, logies, brandstofkosten, gederfde inkomsten, ongespecificeerde schade, een post ‘onvoorzien’ en btw van 23% – er was nog maar net genoeg geld over geweest om voor Li, Fei Fei en hemzelf vliegtickets naar China te kopen.
De schilderles liep ten einde, ineens heerste er chaos, de kleuters liepen kriskras door elkaar en wapperden met hun vellen papier - bij velen liep de verf uit, alsof de Victory Boogie Woogie helemaal niet meer zo uitgelaten was maar huilde. Met zijn vel als een vlag omhoog gestoken rende Godfried op Chen af. Hij aarzelde, als suppoost mocht hij geen bezoeker aanraken, laat staan oppakken of betasten, maar hij kon zich niet beheersen en nam het jongetje op, zwierde het door de lucht, zette het weer neer; vervolgens liet hij zich door zijn hurken zakken en bekeek samen hem de vlekkeloos nageschilderde vlekken.
‘Wat denk je dat het voorstelt?’ vroeg hij.
Het jongetje aarzelde geen moment, ‘de wereld,’ zei hij, ‘de hele wereld in een plat vlak.’
Chen drukte het jongetje tegen zich aan, o, dat tengere, ongedurige lijfje, dat hartje dat hij dwars door zijn uniform heen voelde bonken alsof het op de hielen werd gezeten - maar hij werd op zijn schouder getikt.
Zijn chef, of hij even mee wilde komen naar zijn kantoor. Zijn gezicht stond op onweer.

Edzard

4 jaren, 3 maanden geleden

 

Magda Vlekveld

4,5

Magda's laatste bezoek aan de VBW

Magda staat voor de Victory Boogie Woogie in het Gemeentemuseum te Den Haag. Het schilderij hangt in een smal zijzaaltje van een vleugel met een deeltentoonstelling over De Stijl, niet op zijn vertrouwde plek in de grote witte zaal aan het eind van elke hoofdtentoonstelling, als hoogtepunt en afsluiting van de twintigste-eeuwse, modernistische kunst. Brutaal liet het Gemeentemuseum bij elk retrospectief van Cézanne of Lucian Freud of wie ook weten: allemaal mooi hoor, die anderen, maar wij hebben dit. De enige echte. Het meesterwerk van de moderne kunst dat onze aan meesterwerken zo rijke tijd in zich verenigt en overstijgt. De VBC is tot in elk detail, vlakje, streekje, verkleurinkje, volkomen modern. En tegelijk volkomen democratisch. Er zijn geen overheersende zwarte lijnen meer, alleen nog gelijkwaardige kleurvlakjes. Mondriaan was diep gelukkig als hij aan het doek werkte. Victory! En ook: Boogie-woogie. Nergens een melodie te bespeuren, maar het swingt als een tiet. Elk streekje, elk plakbandje op het doek is geleefde ervaring, leeft nog in het nu. Geen enkel vlakje staat op zich, is in zichzelf besloten, want elk bouwsteentje houdt het geheel onder spanning.
Magda's kijk op de Victory Boogie Woogie is kunsthistorisch gekleurd. Ze ziet het schilderij als de uitkomst van een lang en complex artistiek en sociaal proces. Eerst is er Mondriaans ontwikkeling van symbolisme naar abstractie, en hoe hij zich doek na doek de kennis eigen maakt van hoe je de relaties tussen kleurvlakken en zwarte lijnen onder spanning houdt. Anderzijds is Mondriaans ontwikkeling zelf weer de uitkomst van de debatten binnen de Europese avantgarde in de eerste helft van de twintigste eeuw. Mondriaan kende de meeste andere modernistische kunstenaars van zijn tijd persoonlijk, ging als gelijke met hen om. En wat eisten de modernisten niet! Wat moest er niet allemaal worden afgebroken en van de grond af opnieuw opgebouwd. Als Magda de pamfletten van Theo van Doesburg leest en oude nummers van De Stijl doorbladert wordt het haar koud om het hart. Waarom moet heel de oude rijkdom van de kromme lijnen vernietigd en vervangen door een strakke, rechthoekige aanpak? Nog voor er een sociaal of economisch argument voor bedacht is, hebben de avantgardisten al de schoonheid en fysieke kracht getest van wat inmiddels Standard Architecture heet en het leven in onze steden tot op de dag van vandaag bepaalt, ja overheerst. Als Does in Nederland aan de macht was gekomen, hadden we stalinisme gehad. Nu hebben we buitenwijken vol lelijke gebouwen.
Bij de verdediging van haar proefschrift was het tot een onaangename confrontatie gekomen met prof. Botering, die haar hineininterpretieren en verharmlosung verweet. Het is toch zo klaar als een klontje voor ieder mens met enige kennis van zaken dat de VBW de overwinning van het nihilisme viert, de vereenzaming van het individu in de grootstedelijke massa! Hij spuugde de woorden uit, tot schrik van zijn collega's en de aanwezige studenten en kennissen. Ik dank mijn opponent voor zijn collegiale kritiek, en heb daarop het volgende te zeggen, had Magda geantwoord. De VWB is het enige onvoltooide schilderij dat Mondriaan heeft nagelaten. Hij verklaarde het midden januari 1944 voltooid tegen zijn vriend Harry Holtzman, maar in de drie dagen voor zijn dood beplakte hij het opnieuw met tape en schilderde vlakjes vluchtig over. Het doek is nadrukkelijk bedoeld om onvoltooid te blijven, vergelijkbaar met Duchamps Grote Glas. Mondriaan overwon het nihilisme en de totalitaire tendens van het modernisme à la Doesburg door het onvoltooide en onvolmaakte in zijn werk toe te laten. Dat is Mondriaans laatste les. De macht ligt niet bij een absolute God of andere Ultieme Designer (zoals Doesburg eiste), maar bij de mensen in hun relaties met elkaar. Magda keek Botering stralend aan. De Victory Boogie Woogie is geen autonoom, maar een interactief kunstwerk! Hora est!

Zoals het schilderij daar voor haar hangt, veel te laag voor haar gevoel, benauwd en tegelijk even sterk als altijd, straalt het onverminderd het elan uit van het moderne levensgevoel. Het wervelt en staat stil, het is vloeibaar maar het stroomt niet. Heel anders dan de paar doeken uit de jaren dertig om de hoek in een ander zaaltje. Magda gaat ze nog even bekijken. In de roosters van zwarte lijnen die Mondriaans doeken in die moeilijke jaren overwoekeren, zit een steeds kleiner vlakje blauw of rood verscholen ergens in een hoekje. Maar als je daarop je blik concentreert, val je voorover en verdwijn je in het doek. Je voelt je in een ruimte achter het schildervlak worden gezogen waarin alles één kleur heeft, puur blauw is of rood of geel. Er straalt een diepe rust uit Mondriaans composities, maar ze staan stevig onder spanning. Ze danken hun energie aan de vernietiging van telkens weer een bouwsteen van het beeld. Het kan altijd met minder, dat was Mondriaans adagium geweest in de twintig jaar dat hij abstracte schilderijen maakte. Wat is dat “het” precies, denkt Magda. Waar gaat het Mondriaan om? En ze ervaart weer wat ze elke keer voelt als ze voor een late Mondriaan staat. Ingang tot de totale abstractie. Wederopbouw door verwoestiging. Topgeluk. Een zuiver geestelijke ervaring, absoluut want door geen tekortkoming aangetast.
Magda's proefschrift heette Mondriaans Volstrekte, naar de uitspraak van diens huisfilosoof Schoenmaekers; 'Wij noemen volstrekt, wat het graadverschil van “meer of minder” uitsluit.' Ze analyseert in haar boek de verschuivende betekenis van typische Mondriaan-begrippen als: objectieve ziening, evenwichtige verhouding van tegendelige tweeheid, voortdurende opheffing van 't een en 't andere. Met zijn bloemrijke begrippenapparaat kan Mondriaan heel precies de verschillende kanten aanduiden van wat er op het spel staat in zijn kunst, en in de moderne maatschappij waarvan hij één van de aanstichters en hoofdvertegenwoordigers is. Zijn streven is, ondanks krijgshaftige taal over vernietiging, door en door positief, gericht op een betere wereld, een hemel op aarde die tegelijk de structuur van het dagelijks leven heeft. Abstractie is de moderne, de bij uitstek twintigste-eeuwse vorm van religiositeit. Het Volstrekte is als het goddelijk licht in Dante’s hoogste hemel.

Magda staat op de gang te kijken naar de digitale Victory Boogie Woogies die het Gemeentemuseum heeft laten maken door jonge programmeurs. Wie schrijft het mooiste algoritme? Wat een armoe vergeleken met die daar aan de wand, denkt Magda. Het geheim van de VBW is dat de lijnen en kleuren nu juist niet gehoorzamen aan een algoritme of andere set van regels. Hier heerst volkomen vrijheid, in een wirwar van ordeningen – lijnen, damborden, driehoeken, vijfhoeken – is dat groen daar in die punten boven en onder? Magda loopt weer naar de enige echte Victory Boogie Woogie. Ze loopt nog een keer de bekende feiten na. Mondriaan maakt in 1941 een eerste opzet, in '42 een eerste versie, een jaar later de tweede en dan rond de jaarswisseling 1943-1944 volgt er een hele reeks versies. Bezoekers vermelden in brieven en dagboeken dat ze versteld staan hoe snel het grote doek verandert. Midden januari 1944 verklaart Mondriaan dat het doek is voltooid. Maar in de laatste dagen voor zijn dood bevangt hem toch weer een onrust en werkt hij er als bezeten aan, plakt het weer vol… De historische documentaire in Magda’s innerlijke bioscoop loopt vast als ze een stukje zwart tape op het schilderij ontdekt, vlak voor haar neus. Mondriaan heeft het zwarte strookje over een geel vlakje heengeplakt. Daar iets boven heeft hij er een op een rood vlakje gedrukt. Zwart tape over kleur.
Magda speurt de stroken met kleurvlakjes af. 'Ach, Piet,' mompelt ze als ze begint te begrijpen wat Mondriaan in die laatste dagen stond te doen, puffend en hijgend met de dood op zijn hielen. Wat Mondriaan in zijn stervensuur deed was het zwart terugbrengen in het feest van de kleuren in wat zijn laatste statement aan de wereld zou zijn. Ook zwart is een kleur, net zoals een lijn ook een vlak is. Volstrekte gelijkwaardigheid van tegendelige tweeheid. Boogiewoogie is zwarte jazz. Join the party. Ook Mondriaans laatste zet was volstrekt positief, overwinning op een tekortkoming, zijn uitsluiting namelijk van het zwart uit de voltooide versie van midden januari 1944. De dood danst mee in de rij. Misschien had Piet nog wel veel meer zwart willen aanbrengen, werd hij steeds somberder. Hij voelt zijn dood naderen en laat het zwart van de dood de orde in zijn volstrekte, fris gekleurde schilderij ontregelen zodat er weer ruimte voor ontwikkeling ontstaat. Wanneer bedacht hij de titel?
Het leven is nooit af. Kijk maar.
Ach, Piet.
Ze heeft de boodschap luid en duidelijk ontvangen. Mondriaan zei alles wat er te zeggen viel in de twintigste eeuw in dit ene doek. Als er ooit onverhoopt een eerdere, volmaaktere versie van de Victory Boogie Woogie zou opduiken, bedenkt Magda grinnikend, dan zou die vernietigd moeten worden. Zelfs als hij echt zou zijn.

Arjen

4 jaren, 3 maanden geleden

 

Magda Vlekveld

2,6

From A to B, and back again

- Hallo, Magda, ben jij het?
- Ja Bart, je hebt het juiste nummer gedraaid.
- Ik dacht, ik bel even, ik heb je email niet, en ik weet ook niet of jij…
- Natuurlijk heb ik email, Bart. Kom ter zake alsjeblieft.
- Ik bel namens het Stedelijk Museum. Ik heb goed en slecht nieuws voor je.
- Eerst het goede?
- Houd je vast. Na een eerste en tweede en in veel gevallen afdoende inspectie van wat we hier de VWB3 zijn gaan noemen, ik bedoel jouw Victory Boogie Woogie, enfin, het lab is tot de voorlopige conclusie gekomen dat hij echt is. Althans, er zijn geen tekenen gevonden die wijzen op een vervalsing. Doek, verf, penseelvoering, daar hoef ik jou niets over wijs te maken, het klopt allemaal.
- Mooi. Ik ging er vanuit, maar ik moet eerlijk bekennen dat het ook een pak van mijn hart is. In de huidige kunsthandel…
- Zeker, maar wacht even, dit is niet het hele verhaal. We hebben Ann direct op de hoogte gebracht. Zij had er al contact over gehad met Wim.
- Wim Pijbes, hoofddirecteur van het Rijksmuseum? Wat heeft hij ermee te maken?
- Hij was bij haar op bezoek voor overleg. Ze zijn direct hier op het depot komen kijken, in gezelschap van Lianne Verstraaten namens de Gemeente Amsterdam, en ze zaten al snel op één lijn.
- Lijn?
- Wim heeft zijn versie, de VBW2, op zijn laboratorium laten onderzoeken, en het goede nieuws is…
- Wacht even, Bart. Je hebt het nu over die kleinere versie die die Chinese dame aan de man brengt via louche zakenlieden en…
- Precies, waar Botering zich achter heeft geschaard. Luister, ze hebben het doek op het Rijks al even aandachtig onderzocht als wij, röntgen, UV, de hele bliksemse bende, en nu is het goede nieuws…
- Dat die vals is, neem ik aan?
- Nee, het mooie is, die is ook echt. En hij is lang niet zo slecht als jij beweert.
- Dus wat je me nu wilt wijsmaken is dat Piet Mondriaan in '41 eerst schetsen maakte, waarvan ik de Charmion van Wieland-versie in mijn bezit heb die ik overweeg aan het Stedelijk te schenken. In '42 of daaromtrent maakte hij een kleinere uitvoering op doek en gaf die weg aan een Chinese boogiewoogie spelende vriend? En begin '43 schilderde hij in een hoogst geïnspireerde maand de grotere versie op ruw doek die nu bij jou op depot ligt omdat Mondriaan die indertijd opnieuw weggaf aan zijn Chinese vriend? En in november '43 begint hij dan eindelijk aan de versie die nu als definitief onvoltooid bekend staat en waarover ze zo aan het krakelen zijn in het Gemeentemuseum?
- De historische details ken ik natuurlijk niet. Maar er schijnen in het brievenmateriaal van Mondriaan dat nog in de kluizen van het Gemeentelijk ligt aanwijzingen te zitten die op een dergelijke gang van zaken…
- Bart, jongen, wat was nu de belangrijkste les die ik je heb mogen leren tijdens mijn cursus 'Echt en vals in de twintigste-eeuwse kunst'?
- Dat als iets te mooi is om waar te zijn, het meestal inderdaad niet waar is? En vaak ook niet mooi?
- Summa cum laude. Dus je zit nu met het probleem van een goede echte Victory en een slechte echte? Wat hebben Ann en Wim bedisselt, als ik vragen mag.
- Het rare is, Magda, dat dat inmiddels ook alweer achterhaald is. De situatie is een beetje onoverzichtelijk geworden. Het goede nieuws is dat we nog geen Victory Boogie Woogie hebben hoeven afwijzen op grond van technische kenmerken. Het slechte nieuws is dat jouw vriend Chen het doek hier bij ons op depot is komen ophalen, in het gezelschap van een zekere mijnheer Li. Ze kwamen in een enorme slee voorrijden, en daar ging ons meesterwerk. We hadden geen enkele mogelijkheid ze tegen te houden. Chen is rechtmatig eigenaar immers. Wist hij van jou dat het schilderij hier was?
- Ophalen, je bedoelt dat ze het doek hebben meegenomen? Ik heb Chen in geen weken gezien of gesproken. Wat weet Godfried hiervan?
- Ja, en de grap is dat hetzelfde is gebeurd bij het Rijks. Ook weg, opgehaald door die Chinese dame die op tv was, met die vrolijke naam, Fijn Fijn.
- Dus de beide versies zijn echt, maar spoorloos verdwenen? En de derde versie in het Gemeentemuseum wordt aan China verkocht?
- Nee, dat is een misverstand bij de bezetters, ze hebben de klok horen luiden maar weten niet waar de klepel hangt. Ze weten dat dat er een Victory Boogie Woogie naar China verkocht wordt en denken dat het om die in het Gemeentemuseum gaat. Maar, en nu komt het slechte nieuws, Magda. Jouw versie is naar China verkocht. Chen en Li waren in gezelschap van een vertegenwoordiger van, waar heb ik het kaartje, de Hutchison Whampoa Limited. Zij hebben het aangekocht voor een bedrag met zes nullen.
- Dan hebben ze een koopje, acht nullen komt meer in de buurt.
- We hebben wel mooi fotomateriaal gemaakt, je kunt het dossier vanzelfsprekend any minute komen inkijken.
- Dat komt later, dank je. Ik leg nu neer want ik moet dringend een taxi bellen. Ik zie nog één manier om het werk voor Nederland te behouden. Snel optreden is gewenst.
- Maar Magda, ik moet je nog iets vertellen. We hadden hier ook Joy Puik over de vloer, die wilde weten…
- Tuut tuut tuut.

Arjen

4 jaren, 4 maanden geleden

2,3

Mondriaan (1)

Mondriaan

Je kwast hield ik vast
Omdat ik bang van je was
Ik was de jongen van de buren

Weet je nog de avond
Boven Winterswijk en Dalfsen
De avond met de roze wolk

Ik was bang van je
Je stekels je opgezette muggen
Je kromme tenen je behangmotieven

Mondriaan

Brand in me in me
Ik bibber je beweging na
Je schilderde de schoenen van Van Gogh

Dankbaar ben ik voor de flats
De golfplatenhuisjes aan de Copacabana
De formule 1 racewagens op Silverstone

Dat was jij Mondriaan
Je deed het voor en na
Je deed de wereld beven van waarde

Mondriaan

Je oog was mijn oog
Je bitterheid mijn aandeel
In de winst van mijn verlangen

Beven van angst
Je kwast ja, beven van angst
Voor de klodder en de kledder

Ben even weg
Brieven posten op de hoek
Ik was vergeten hoe Mondriaan

Mondriaan

Kees 't Hart

4 jaren, 4 maanden geleden

 

Magda Vlekveld

1,7

In het depot van het Stedelijk

De ruwhouten kist die voorzichtig door twee mannen uit het busje van De Wit Art Handling werd getild en het depot van het Stedelijk Museum in het Westelijk Havengebied werd binnengedragen, was bijna twee bij twee meter groot. Een opvallend knappe, hoog geblondeerde vrouw in een knalrood mantelpakje stapte er stoer voor uit, de hoofdentree door.
Op de patio daar achter kwam een magere jongeman op hen af gesneld.
'Ha, Bart, daar ben je. Ik heb het door vaklui laten inpakken en vervoeren, zoals je ziet. Het heb het voor het transport laten opspannen, maar dat zullen jullie mensen ongetwijfeld over willen doen.'
'Magda, leuk je na al die jaren weer in levende lijve te treffen. Je ziet er goed uit. Hierheen, heren!'

Later, op de kamer van Bart, de transporteurs weer vertrokken, de kist veilig op een tafel in het depot geplaatst, opengeschroefd en bekeken, dit gesprek, opgetekend door de secretaresse van de teamleider depot, die zelf niet aanwezig was.

'Indrukwekkend, ik kan niet anders zeggen. Ik hoop heel erg dat je gelijk hebt. Maar je weet wat we hebben afgesproken door de telefoon, ik herhaal het nog maar even. Vanwege onze vroegere banden wil ik dit gesprek graag aangaan, maar ik zeg er meteen bij dat er bij de top grote twijfels bestaan. Ann tikte eerlijk gezegd met haar vinger tegen haar voorhoofd toen ik je naam liet vallen. Ik heb haar herinnerd aan je vondst van de vroege en onbetwiste schets van de Victory uit de nalatenschap van Charmion von Wiegand. Toen gaf ze mij toestemming je te ontvangen en het werk te laten bekijken door Restauratie. Maar nogmaals: ik beloof niets.'
'Lieve Bart. Je was altijd mijn beste student iconologie. Kijk ook nu weer door de in de geschiedenis ontstane verwarring heen en je zult ontdekken dat ik je geen kist bananen ben komen brengen, maar een keerpunt in de kunstgeschiedenis, een kans uit duizenden voor het nieuwe Stedelijk Museum. Het werk is authentiek, dit is de versie van de Victory Boogie Woogie die volgens de boeken een jaar lang op Mondriaans atelier in New York heeft gestaan terwijl de meester het te druk had met andere zaken, waarna hij helemaal van voren af begon en over de oude een geheel nieuwe versie schilderde. Ik ben je dankbaar dat je me verdedigd hebt, maar ook “Ann” zal dolblij zijn als ze begrijpt wat ik jullie in handen speel. Voorlopig, laat dat ook duidelijk zijn.'
'Zeker, maar je hebt toch ook de uitzending van Pauw en Witteman gezien? Ik bedoel…'
'Dat stel kiftende en kijvende straatvechters? Een jonge onervaren journaliste die denkt een scoop te hebben, en een louche zakenman van wie je nog geen tweedehands auto wilt kopen? Waarom denk je dat die journaliste de door haar gevonden foto zo kort in beeld liet brengen? Omdat anders iedereen had kunnen zien dat niet “haar” of “hun” versie op die foto stond, maar deze! En ik zeg niet: de mijne, want ik bezit dit werk niet, ik ben alleen officieel gevolmachtigde, anders dan die schreeuwlelijk met z'n slechte manieren die je van de buis kent.'
'Hoezo, deze versie? Er is voor ons eerlijk gezegd geen touw aan vast te knopen.'
'Kijk eens naar deze foto's die ik begin dit jaar kreeg opgestuurd van de rechthebbende van het doek. Dat daar is de Chen Jié, de jazz-vriend van Mondriaan die je al van die vage foto van tv kent. Dat jongetje daar is Chen Hui, zijn kleinzoon en huidige eigenaar. Dat schilderij tussen hen in is dit doek. Bekijk ook dit document, waarmee het doek is ingeklaard bij vertrek uit Amerika, en deze waarmee het in China is ingevoerd. Met alle stempels, zegels enz. Ik laat dit bij je achter, zodat je ook hiervan de authenticiteit kunt laten bevestigen.'
'Onderzoeken, Magda, onderzoeken. Laten we niet te hard van stapel lopen.'
'Wat je wilt, Bart. Laat ik er niet omheen draaien. Dit is mijn voorstel. Jullie doen technisch onderzoek naar het schilderij: de verf, het doek, de gaten waar de oorspronkelijke spijkertjes hebben gezeten, etcetera. Laat ook de provenance nog eens grondig uitzoeken, ik geef je ook deze hele map mee. Ik heb het volste vertrouwen dat het doek betrouwbaar is, maar mocht er enige twijfel zijn over de authenticiteit, dan ben ik van harte bereid het weer mee terug te nemen. No hard feelings. Alleen, stel je nu eens voor dat alles klopt, dat er geen reden is om eraan te twijfelen dat dit doek uit 1942 stamt. En kijk dan eens goed naar wat erop staat. Wat Mondriaan hier gemaakt heeft. Het is een absoluut meesterwerk, Bart, het is het hoogtepunt in Mondriaans oeuvre, een werk zo volmaakt dat Mondriaan het uit zijn leven heeft moeten verwijderen om als kunstenaar verder te kunnen. Natuurlijk kon hij zijn kunstwerk niet bij het vuilnisvat zetten, dus schonk hij het aan een onbekende Chinees, van wie hij wist dat hij na zijn tournee zou terugkeren naar het Verre Oosten. Hij liet Chen Jié beloven het werk niet te verkopen, maar in de familie te houden. Aldus geschiedde. Maar volgend jaar is het 70 jaar geleden dat Piet Mondriaan overleed. Dan vervallen de rechten, en dus ook de belofte dat het werk niet verkocht mocht worden. Daarom duikt het nu pas op, en niet toevallig hier, want iedereen weet dat Nederland the place to be is als je juist deze Mondriaan aan de man wilt brengen. En het duikt ook niet toevallig bij mij op, want zelfs in China weten ze inmiddels dat als er iemand is met kennis van zaken over Mondriaans werk uit zijn New-Yorkse periode, ik dat ben.'
'Zeker, zeker, Magda, dat ontken ik ook niet. Maar hoe zit het dan met dat ding dat in De wereld draait door te zien was? Er gaan geruchten dat de gemeente Amsterdam het wil aankopen…'
'Geruchten, praatjes, journalistengeleuter. Moeten we het daarover hebben? Dat ding waar Van Nieuwkerk zo opgewonden over deed is ongeveer half zo groot als dit doek, is je dat opgevallen? Bekijk het anders nog eens op Uitzending gemist. Dat andere doek is een afleidingsmanoeuvre van Chen Hue, de kleinzoon, om deze versie, de enige echte, probleemloos het land in te krijgen zonder dat meteen de hele wereldpers erover valt. Waarom denk je dat je niets van het MoMA of het Centre Pompidou hoort, of desnoods het Gemeentemuseum? Die willen er hun handen niet aan branden! En dat geeft jullie de kans het werk in alle rust te beoordelen, en aan te kopen. Want daar gaat het om. Omdat iedereen denkt dat deze vals is, is het relatief goedkoop aan te schaffen.'
'Ja, maar Magda. Nu ga je te ver. Met ons aankoopbudget… En de bezuinigingen.'
'Daar weten jullie vast wel een mouw aan te passen. Ik weet ook van die onderhandelingen op het Stadhuis. Er wordt al driftig naar geld gezocht, naar ik begreep voor beide versies. Dit stel ik voor: laat het Rijks gerust dat kleine ding kopen en tentoonstellen, dan nemen jullie deze, de echte, het feilloze meesterwerk.'
'Als het dat is, Magda. Botering gelooft dat die andere de enige echte is.
'Zeker, zeker, als het dat is. Maar ik ben daar zo zeker van dat ik bij deze plechtig beloof, en noteert u dat maar, mevrouw,' richtte Magda zich nu op de secretaresse, 'dan schenk ik het Stedelijk mijn Charmion von Wiegand-schets. Eerste en beste versie van de Victory Boogie Woogie. Moet je zien wat er daarna met de bezoekersaantallen gebeurt! Dan heeft Mike Kelley met z'n 200.000 bewonderaars het nakijken, Bart. Dan zit jij hier niet nog jaren als junior-assistent of hoe ze je functie ook hebben gedoopt. Dan verlaat jij dit depot en schuift door naar, waar wil je heen? Of liever je leven lang hier tussen de tweederangs werken uit de aankopen van Beeren en Fuchs blijven zitten? Maar ik moet je dit nog zeggen, beste Bart: de tijd dringt. Die Chinezen kunnen hier niet eeuwig blijven, en er bemoeien zich steeds meer partijen tegenaan…'
'Ja, ja,' zei Bart, en hij trok aan zijn linkeroorlel, net als vroeger tijdens hun gesprekken in het kader van zijn promotieonderzoek naar Johan Thorn Prikker. 'Ik begin te begrijpen wat je bedoelt. Anns twijfels over je motieven zijn niet terecht. Maar hier staat meer op het spel dan jouw goede naam en mijn carrière, Magda. Dit is waarom wij dit allemaal doen,' en hij gebaarde vaag als om het depot en zijn medewerkers te omvatten. 'Het gaat om het voortbestaan van, van, van die ene gouden greep, van het hoogst haalbare, van…'
'Van de metafysische waarde van het leven op aarde, het overleven van de ziel in een steeds dodere wereld, mogelijk gemaakt door de Kunst,' citeerde Magda zijn proefschrift, en de tranen biggelden over haar wangen. Want Bart had gelijk. Het gaat om het overleven van de ziel, niet alleen die van Mondriaan of de moderne tijd, maar ook die van haar, Magda Vlekveld, een klein schakeltje in Gods Grote Plan met deze wereld.

Arjen

4 jaren, 4 maanden geleden

 

Bert van Petten

2,2

Plastic meisjesringen

Een man in een blauw uniform komt het magazijn binnengewandeld. De badge op zijn borst lijkt wel van zilver, zo glittert ie. “Waardetransport” staat erop. De waardetransportchauffeur loopt terug zijn transportbusje in. Bert volgt hem. Het busje en de roldeur van Berts magazijn staan tegen elkaar als twee geliefden die lepeltje-lepeltje liggen. In de transportbus zit aan de zijkant, waar normaal de schuifdeur zit een lange gang zonder ramen. Verbijsterd loopt Bert zo'n honderd meter door de gang achter de chauffeur aan, totdat ze bij het soort schuifdeur komen dat normaal meteen aan de zijkant van zo'n busje zit. Ze stappen naar buiten. Op straat, met de schuifdeur weer dicht is aan het waardetransportbusje niets bijzonders te zien.

Bert kijkt vanaf de straat door het raam van zijn loods en hij ziet de dozen met balpennen, fietsbellen en andere dingen die hij verzamelde met het idee ze nog eens te verhandelen. Alles staat precies op zijn plek, maar: stalen hekken beschermen zijn handelswaar, geüniformeerde bewakers lopen met Duitse herders wacht; het glas is voorzien van wapening en niets van dat alles heeft Bert ooit eerder gezien.
– 'Wat komt je eigenlijk brengen?'

De twee mannen lopen door de gang terug het busje in. Als ze de gang door zijn is Berts loods gewoon weer zoals hij hem kent: zonder hekken of bewakers. De chauffeur haalt een handvol plastic meisjesringen uit een doos uit het busje.
'Het allereenvoudigste plastic… Hier dromen alle vrouwen van.'
De chauffeur houdt een enkel ringetje omhoog.
'Deze ene kan je niet los zien van al zijn kopiën. Hoe meer, hoe duurder. Aan de spuitgietnaad zie je dat er miljoenen van zijn… Onbetaalbaar. Deze zijn vast van een sjeik of een hedgefundmanager geweest.'

Berts vriendin – die hem soms helpt met de boekhouding, komt de loods binnen. Bert schuift haar een plastic ringetje om haar pink. Hij verwacht half dat ze in een aap verandert of onzichtbaar wordt, maar er gebeurt niets. Terwijl de chauffeur de dozen met ringen uitlaadt, neemt Bert zijn vriendin door de gang mee naar buiten. Op straat speelt een man in pak prachtig cello. Bij het grofvuil liggen allerlei blinkende staven, ze lijken wel van goud. Ertussen ontdekken ze een houtskooltekening, de letters PM klein onderaan, een voorstudie van een van Mondriaans rechthoeken, absoluut uniek, kapitalen waard bij de veiling in het New York aan hun kant van de gang. Ze nemen de tekening mee door de gang en het busje.

Terug in de loods zegt de chauffeur: 'De ringen staan in je magazijn, het karton mag je houden.'
De chauffeur verdwijnt door de gang en stapt voorin zijn busje in. Bert en zijn vriendin zien hem wegrijden. Op de plek waar zojuist nog de cellist speelde, blaast nu een jongetje op een knalgroene blokfluit. Dan ontdekken ze dat de waardetransportchauffeur de dozen met balpennen, nietmachines en paperclips heeft meegenomen.

Dirk Vis

4 jaren, 4 maanden geleden

1,0

De auto van Roderik, de schoenen van Fei Fei

Kunststof TV zegt dat schoenontwerper Jan Jansen de Jaguar E-type een meesterwerk vindt. Is dit de auto waar Roderik in rijdt? En rijdt hij de auto omdat het—net als Jansen—naar zijn mening een meesterwerk is? Ik denk dat Roderik iets pas een meesterwerk vindt als het ook economische waarde vertegenwoordigt. In die zin is hij van de nieuwe VBW eigenlijk een meesterwerk aan het máken.

“Karakter als basis. Eigenzinnig en onderscheidend.” Dat is wat ik lees op de schoensite van Jansen. Daarom denk ik dat een paar Orchid Shoes Fei Fei op het lijf geschreven zijn. Ze beginnen bij iets minder dan 500 euro. Dat kan natuurlijk beter—een E-type heb je niet snel voor minder dan 20k—maar Fei Fei komt van ver, dus een paar Jansens zijn zo’n gek begin nog niet.

En wie weet zit ze op een goed moment op Kunststof TV te vertellen dat Jansens schoenen haar meesterwerk zijn, en zit Roderik naast haar instemmend te knikken.

Kaeru

4 jaren, 4 maanden geleden

 

Fei Fei

1,4

In een Jaguar door Amsterdam rijden

Het begint goed te lopen, denkt Fei Fei, terwijl ze een sigaret rookt buiten de televisiestudio. De opnames van DWDD zijn net achter de rug. Ze voelt haar hart nog snel kloppen. De visagist had aangeboden de make-up van haar gezicht te verwijderen, maar dat aanbod had ze afgeslagen: met make-up voelt het alsof de camera’s, de lampen en de ogen van het publiek nog steeds op haar zijn gericht. Over haar glitterjurkje draagt ze geen jas, al is het koud. Bert van Petten had zijn lange jas nog aangeboden voordat hij in een taxi stapte terug naar de haven, maar het naar buiten lopende publiek mag haar zo zien: met blote armen, een sigaret rokend, ongenaakbaar de eigenares van het grootse kunstwerk. Nee, niet alleen eigenares, ook de onthuller. Ze is nu iemand van betekenis. Ze staat op de kaart. Wie is zij? gaat er door de hoofden van televisiekijkend Nederland. Hoopt ze. Ongemerkt probeert ze te peilen of iemand haar bewonderend aankijkt. Een paar mannen kijken haar inderdaad recht in de ogen, alsof ze haar op die manier willen vastgrijpen, doorboren. Goed zo. Anderen laten hun blik over haar strakke jurkje glijden. Ook goed. Nederlandse mannen zijn zo knap. Zeker die lange presentator, grapjes makend, zijn hand op haar smalle pols leggend: wat een charme had hij. En dat dikke lange haar, ze wilde er het liefst haar hand doorheen halen. Het was veel mooier dan het korte, zwarte haar van Chen. Zou hij woedend zijn? Iemand moest toch iets doen? Het was tijd voor actie. Het sukkelde allemaal zo voort en ze lagen daar maar in de haven. Het enige dat Chen deed was wat kletsen met die Vlekveld en Joy. Je krijgt dingen niet voor elkaar door de regeltjes te volgen en met twee vrouwen in zee te gaan. Dit is een mannenwereld. Het eigendom ligt bij de man. En zij deden met z’n drieën net alsof het werk hun eigendom was geworden.
Fei Fei neemt een trekje van haar sigaret en blaast de rook onrustig en oppervlakkig uit, zonder het over haar longen te laten gaan. Ja, nu begint het goed te lopen, denkt ze tevreden. Ik ben verschenen in een stijlvolle, ontzettend belangrijke talkshow, waar het schilderij wereldkundig is gemaakt. Weg met de smoezelige anonimiteit, weg krakkemikkige boot en grauwe haven. Roderik zei het zelf tijdens het interview tegen de knappe presentator aan de andere kant van de tafel: ‘Nu gaat het beginnen. Het is begonnen.’ De presentator reageerde hijgerig dat dat inderdaad zo was, het was begonnen, en wel hier, in zijn show…
Toch komen de kunsthistorica en de journaliste goed van pas. Ze schrijven in de pers alweer een paar weken over het schilderij: zo zal het een steeds groter vraagteken gaan vormen in de hoofden van de mensen.
Roderik komt de studio uitgelopen. Hij heeft zijn make-up laten verwijderen en ziet er weer uit als zijn dagelijkse zelf. Naast hem loopt een brede beveiligingsman, in zijn handen de smalle houten kist. Mensen kijken massaal naar hen. Fei Fei laat haar sigaret op de grond vallen en sluit zich bij hen aan. De Jaguar van Roderik staat om de hoek geparkeerd.
Als ze met z’n tweeën door avondlijk Amsterdam rijden, met het schilderij op de achterbank, hun kindje, voelt Fei Fei zich geborgen bij Roderik. Groot en sterk is hij. Hij zegt waar het op staat en kent veel mensen. Hij weet hoe de dingen werken. Ze voelt zich een klein meisje bij hem en dat gevoel vindt ze fijn.
Roderik vertelt dat er een debat zal ontstaan tussen de kenners en de vele leken, en dat debat zal alleen maar feller worden. ‘Die felheid hebben we nodig. De boel opstoken is de prijs opstoken, zo simpel is het. Nederlanders zijn kooplui,’ zegt hij over zijn eigen volk. ‘De juiste mensen zullen wel begrijpen wat wij vanavond in DWDD hebben gedaan. Een talkshow is als een marktkraam waar je je spul aanprijst.’ Met een glimlach verplaatst hij zijn rechterhand van het glimmende stuur naar het bovenbeen van Fei Fei: ‘Een vrouw moet toch ergens van leven.’
Hij had het er nog met Bert over gehad. ‘Na de televisieshow moet je een paar dagen zwijgen. Dan zal het mysterie groter worden. Niet met de pers praten. En dan juist weer wel. Aantrekken en afstoten. Vroeg of laat zal er iemand opstaan die het werk zal willen zien, niet op tv, maar in het echt. Misschien wel iemand die het werk voor iedereen toegankelijk wil maken, in een vitrine, want dit land is tenslotte een democratie. Wie zal het werk aan het volk geven?’ vraagt Roderik zich af. ‘De overheid, een filantroop of een zojuist rijk geworden voetballertje?’ Hij parkeert de auto voor zijn huis. Zoals Fei Fei verwacht vraagt hij of ze mee naar binnen komt. Het is niet moeilijk kiezen tussen een bootje in de haven of een huis met een douche. Voordat ze het portier opent, denkt ze een moment aan Chen. Overgeleverd aan zichzelf, zonder schilderij. Ze verdringt dit beeld snel en denkt aan de warme douche, zo warm als ze tijden niet meer heeft gevoeld. En dan een zacht bed. En dan de handen van Roderik. En morgen, dan zien we wel weer verder.

Robbert

4 jaren, 5 maanden geleden

 

Magda Vlekveld

1,9

De boogiewoogie van het IJ

Daar stond ik, ontdaan, verlamd, en keek in het gapende gat van de geschiedenis. Over de wanden van de grot van mijn innerlijk dwarrelden lichtbeelden uit de voorbije maanden. De brief op vooroorlogs luchtpostpapier vol bizarre tekens en stempels. De vage, verkleurde, deels gescheurde fotoafdrukken. De documenten uit '46 over de uitvoer uit de U.S.A. van een schilderij genaamd 'Vimbooglewoogle' van de hand van wat zich in het slordige handschrift liet lezen als D. Nondrial. Het langzaam rijzende besef: het zal toch niet dé Victory Boogie Woogie zijn, niet een vroege schets, maar de eerste versie in verf, hét voorstadium dat meer dan een jaar tegen de wand van Mondriaans Newyorkse atelier had staan wachten tot de kunstenaar weer de tijd en concentratie kon opbrengen eraan verder te werken?
Ik had altijd geweten dat hij eind '43 aan een nieuw doek was begonnen in plaats van het oude voor de zoveelste keer over te schilderen. De röntgenfoto's die ze in het Haags Gemeentemuseum van het uiteindelijke werk hadden gemaakt lieten toch duidelijk zien dat Mondriaan veel minder aan het doek had gewerkt dan de overgeleverde bronnen beweerden. Wat een vreemd werk ook, deze eerste versie in verf, die harde rode en gele stroken, en op de polaroids waren zelfs twee zwarte lijnen te ontdekken. Dat weerlegde de theorie van prof. Joop Joosten van de Catalogue Raisonné dat de Victory uit de titel niet op de aanstaande overwinning van de geallieerden tegen nazi-Duitsland sloeg, maar op Mondriaans eigen overwinning op de zwarte lijnen die zijn werk in de jaren '30 hadden overwoekerd. Het werk van begin '43 was nog helemaal niet in de wervelende overwinningsstemming die het uiteindelijke werk oproept en uitstraalt.
Met de provenance in handen wist ik wat mij te doen stond: deze authentieke Mondriaan redden voor Nederland, en er dan - durfde ik het mijzelf al toegeven? - het definitieve boek over schrijven voordat er weer zo’n postmoderne zot als Wannus Botering een theoretisch sausje over meende te moeten uitgieten. Om over het commerciële circus maar te zwijgen…
En toen het verlossende telefoontje, het schip dat eindelijk de haven in voer. De ontmoeting met het Chinese echtpaar dat nu voor mij grommend en sissend met elkaar staat te bakeleien over waar de kist is gebleven, neem ik aan. Hun verhaal zat al zo vol tegenstrijdigheden: eerst was er een ruwhouten kist, later een van noten- of zelfs kersenhout. Eindigde hier het spoor? Maar dat het werk bestond, dat wist ik zeker. De foto's en documenten bewezen het.
Naast me klinkt nu ook het klaterend geklets van die hysterische journaliste, Joie de Vivre of wat was het ook weer. Vers van de School voor Journalistiek in Utrecht: een typisch product van de daar heersende zesjescultuur. Kon ze niet voor één keer haar brutale mond houden en nadenken? Snapte ze nog niet wat er op het spel stond, het onnozele mens?
'Ik weet hoe ik dit moet aanpakken,' mompelde Joris, dat wil zeggen advocaat Schillinckxs van het gerenommeerde kantoor Schillinckxs en Schillinks aan de Herengracht te Amsterdam. 'Kom mee.'
Ik liet me door de nauwe gang en de glibberige trap terug naar het dek voeren. Maar in het zonlicht en met de frisse wind over mijn wangen, pakte ik de reling, ademde diep en zei: 'Doe jij wat je doen moet, ik wil hier buiten blijven.'
Ik liep over de kade weg van het schip met zijn barre bewoners, langs het IJ-water dat blikkerde als een boogiewoogie zo vrolijk. Uit de eerste geverfde versie van het schilderij sprak al Mondriaans twijfel en aarzeling en wanhoop en bodemloze vertwijfeling. Was het nu voor de tweede keer achter de horizon van de geschiedenis verdwenen? Wat stond ik hier dan te doen? Waarop was mijn leven gegrondvest? Hoe zuiver was ik in mijn motieven? De VBW is geen vrijblijvend studieobject, geen leuk stukje design met de kleurtjes van plastic meisjesringen. Het is de meest genadeloze boorgang door de ziel van de westerse mens uit heel die meedogenloze twintigste-eeuwse kunst, waar ik godbetert mijn brood mee poog te verdienen. De VBW is een ziel in duigen, de mijne, die van ons allemaal. O dood, waar is uw prikkel?
'Psst, vrouwtje,' klonk het naast me. Ik keek op. Een zwerver, een beduimelde scharrelaar stak zijn duim naar me op. Een penetrante zweetlucht walmde me uit zijn kleren tegemoet.
'Ik denk dat ik iets heb waar jij heel vrolijk van wordt,' zei hij.
Ik zag ons tweeën als van een hoogte staan op de verlaten kade.
'Kom mee naar mijn loods. Maar snel, voor we die andere hotemetoten achter ons aan krijgen.'

Arjen

4 jaren, 5 maanden geleden

 

Godfried de Ridder

1,2

Een mooi shot van jou met het schip achter je

—Dag Stefan, goed dat je eindelijk… wie is dit?
—Weet je nog dat ik je vertelde over die scholiere, Godfried? Kom, trek je jas aan, we gaan de haven in.
—Het regent.
—Je opmerkingsvermogen is onverminderd scherp, hoor ik al. Maar ga mee, we willen op locatie filmen.
—Ik dacht dat je alleen foto's ging maken.
—De plannen zijn gewijzigd. Lucia is van de YouTube-generatie, voor haar is dit vanzelfsprekend. Het liefst wil ze zo'n brilletje met een camera erin. Dan maak je nooit meer géén video.
—Hallo Lucia, aangenaam kennis te maken.
—Ze is niet zo spraakzaam. Ligt niet aan jou. Haar projectweek bij mij op de studio is al bijna achter de rug, maar ze heeft nog geen drie zinnen gezegd.
—Dit herinner ik me nog van mijn eigen dochter, toen ze ongeveer jouw leeftijd had. Razende hormonen, gevoelens waar je niks mee kan… de ooit zo vanzelfsprekende superioriteit van je ouders brokkelt af als een zandkasteel…
—Lucia's vader en moeder zijn aan het scheiden, dat maakt de puberteit niet makkelijker voor haar.
—Misschien moeten we niet in de derde persoon over je praten?
—Strakke ouwemannenregenjas heb je trouwens. Doet het goed op video… roept vertedering op. Verregende schilder in donkergroen jarentachtigrainwear, persoonlijk zou ik het meteen liken! Ben je er klaar voor?

—Als ik het goed heb begrepen, ligt het schip vlakbij Van Pettens fietsenhandel aangemeerd… oftewel, hier ergens.
—Dáár is het.
—Ben je hier al eens geweest?
—Zo voelt het wel, maar ik heb het echt alleen bij het journaal gezien. Kan je er een beetje voor gaan staan? Dat we een mooi shot hebben van jou met het schip achter je?
—Zo?
—Ja, precies zo.
—Hé, maakt Van Petten nou een foto van me met zijn telefoon?
—Zodra de camera's op je gericht zijn, ben je een beroemdheid hè? Dan wil iedereen een plakje van de taart.
—Stil even, ik hoor niet… volgens mij roept Van Petten iets… ah, hij loopt alweer naar binnen. En geef hem eens ongelijk, met dit hondenweer…
—Ken je hem?
—Die jongen zit hier al zo lang als ik mijn atelier heb…
—Jongen? Hij is bijna even oud als jij.
—Hij heeft jarenlang met zijn vriendjes op gitaren staan raggen in die loods van hem. Herrie joh… water draagt hè… als het windstil is. Volgens mij had Van Petten wat geld uit een erfenis… daardoor heeft hij een paar decennia lang letterlijk niets nuttigs hoeven doen. Pas een paar jaar geleden is hij zijn handel in fietswrakken begonnen. De een zijn schroot is de ander zijn brood, dat idee. Kennelijk was het geld op aan het gaan.
—Kan je iets zeggen over Mondriaan? Iets onzinnigs, zoals toen ik je laatst aan de lijn had? Dat soort uitspraken roepen reacties op. Hoe onbesuisder, hoe beter. Dat is wat de mensen willen horen. De maatschappij van nu is een bullshitocratie. Trouwens, Lucia, zet dat maar niet in je projectweekverslag.

—Wat je vorige week zei, heeft me aan het denken gezet, Stefan.
—Niet refereren aan mij… mij kent de kijker niet…
—Iemand zei vorige week iets, en dat is blijven hangen in mijn hoofd… dat het weer tijd werd voor vernieuwend werk… werk dat me weer in de aandacht van de kunstkritiek kan plaatsen… en van de media in het algemeen…
—Kun je iets over Mondriaan zeggen?
—Ik was op weg…
—To the point komen. De mensen hebben geen geduld voor anekdotische omwegen.
—Ik wil een nieuwe serie doeken gaan maken… installaties… geïnspireerd op Mondriaan. Geïnspireerd op de Victory Boogie Woogie. Bewerkingen ervan. Geen cynisch maatschappijkritisch commentaar of zo… dit wordt volledig postironisch. Mijn nieuwe werk gaat Mondriaan plaatsen in onze media…
—Dit is waardeloos, Ottie. Dit is niet wat ik je heb gevraagd.
—Klinkt het je niet revolutionair in de oren dan? Ik zit te denken aan de Yakitori Tinky Winky, een versie met gespieste Teletubbies. Daar heb ik al wat schetsjes van. Of de Kikvors Wooly Wooly… ik weet nog niet wat het wordt, maar het bekt alvast heel lekker.
—Hé, volgens mij zie ik iets bewegen op het schip…
—Stefan, ik begin het idee te krijgen dat het je helemaal niet om mij te doen is…
—Is het die Chinees? Kom mee Lucia, we moeten dichterbij zien te komen!

Niels ’t Hooft

4 jaren, 5 maanden geleden

 

Magda Vlekveld

1,5

Alweer een VBW?

We waren nog maar net bekomen van de verbazing waarin mijn gewaardeerde collega Magda Vlekveld de kunstwereld stortte met haar aankondiging van de vondst van een nog onbekende, vroege variant van ons nationale erfgoed, Piet Mondriaans Victory Boogie Woogie. Nu bericht ze ons (Opiniepagina, 8 april jl) dat er zowaar een derde versie is opgedoken op een in de Amsterdamse haven aangemeerde en inmiddels aan de ketting gelegde boot. En ditmaal zou het niet gaan om een schetsmatige en nog nauwelijks als zodanig herkenbare versie van Mondriaans meesterwerk, zoals de eerdere versie die mevr. Vlekveld aantrof op de vliering van de woning waar ooit een vriendin van de schilder woonde in Livingston, New Jersey. Nee, ditmaal is er sprake van een in wezen voltooid schilderij dat misschien wel beter geslaagd kan worden geacht dan het werk dat in het Haags Gemeentemuseum te bewonderen valt.
Een verlate aprilgrap? Een kopie? Een vervalsing? Zegt u het maar. Zolang de politie weigert experts op het schip toe te laten om het werk nader te bestuderen, blijft het gissen. Dat weerhield Vlekveld er niet van er alvast melding van te maken, alsof ze het werk nu al wil claimen – geheel volgens de logica van het neoliberale wetenschapsmanagement. Zoveel kunnen we wel zeggen: sinds de kunstwereld heeft toegestaan dat het onbeduidende kliederwerk dat door MV als voorstadium van de Victory Boogie Woogie werd gepresenteerd op De Wereld Draait Door, als belangrijk werk is erkend, lijkt het hek van de dam. Elke gelukszoeker en avontuurlijke kunsthistoricus kan opeens mirakels ontdekken.
Ik voorspel dat er de komende jaren nog vele VBW’s zullen opduiken, in navolging van het vervalste oeuvre van Modigliani waar Vlekveld het lef heeft naar te verwijzen. Ik zie het al voor me. Binnenkort zal Magda Vlekveld ongetwijfeld een cursus bij de Volksuniversiteit aanbieden: Zelf je eigen VBW maken. Jawel, zo ver heeft het verval doorgezet van wat ooit een wetenschap en een meesterwerk was en nu, als alles wat naar superzaken ruikt, een speelval van derderangs kletsers en prutsers is geworden. Bah!

Prof. dr. A.W. Botering, Leiden

(Uit: Het Parool, Ingezonden Brieven, 10 april 2013)

Arjen

4 jaren, 5 maanden geleden

 

Magda Vlekveld

1,8

Een derde Victory Boogie Woogie?

Magda Vlekveld
Een derde Victory Boogie Woogie?

Drie maanden geleden maakte ik het nieuws wereldkundig dat ik op een zolder in New Jersey een vroege versie had ontdekt van Piet Mondriaans Victory Boogie Woogie. Het betreft een ruitvormig doek waarop Mondriaan in krijt en scotch tape een opzet en eerste invulling heeft gemaakt van wat zich zou ontwikkelen tot zijn grote laatste meesterwerk, dat nu te zien is in het Gemeentemuseum in Den Haag. Dat deze versie bestond wisten we uit de dagboeken en een schets van de hand van Charmion von Wiegand (1896-1983), Mondriaans goede vriendin en vertrouwelinge uit de tijd dat hij juist in New York was aangekomen.
Het wonderlijke aan de reeds bekende schets was dat daarop het schilderij omgekeerd stond afgebeeld: de rode en gele banen in het midden waren van plaats verwisseld vergeleken met de beschrijving die Von Wiegand ervan gaf in haar dagboek. De veronderstelling was lange tijd dat haar schets (die ze na een bezoek aan Mondriaans atelier thuis uit het hoofd maakte) later per ongeluk op z'n kop was gezet en ondertekend. Dit nu blijkt niet het geval te zijn geweest.
In de door mij ontdekte versie in de opslag van een achternicht van Charmion von Wiegand staan de lijnen precies zoals zij ze weergaf. Ze moet, vermoedelijk op 13 juni 1941, het werk van Mondriaan hebben meegekregen, in ruil voor het betere linnen en spieraam waarop het thans bekende werk is vervaardigd. Het linnen van de eerste versie is vrij grauw en rafelig. Om redenen van kiesheid heeft ze hier altijd over gezwegen, ook in het bekende interview dat ze in 1971 aan Margit Rowell gaf bij de Centennial Exhibition in het Guggenheim Museum.
Mijn ontdekking baarde wereldwijd opzien, maar werd al snel algemeen geaccepteerd als een belangrijke voorstudie van de hand van onze grootste schilder van de 20ste eeuw. Alleen bij enkele collega's hier te lande bleef scepsis bestaan over de echtheid van het werk (al heb ik de provenance onweerlegbaar tot 1941 herleid). Nu evenwel bereikt ons het bericht dat er een derde versie van de Victory Boogie Woogie zou zijn opgedoken op een boot in de Amsterdamse haven.
Zolang wij het werk niet grondig bestudeerd hebben, kunnen we natuurlijk niets zeggen over de echtheid ervan. Toch is het, anders dan ik 'experts' nogal voorbarig hoorde verkondigen, zeker niet uitgesloten dat zo'n versie zou kunnen bestaan. Het is immers bekend dat Mondriaan tussen de eerste fase waarin hij aan het doek werkte in 1941-1942 en de tweede fase vanaf oktober 1943, het schilderij lange tijd op zijn atelier heeft gehad zonder dat iemand het meer heeft gezien. Dat hij er niet verder aan werkte valt deels te verklaren door andere verplichtingen, deels omdat hij niet tevreden was met het behaalde resultaat en naar middelen zocht om het nog uit egale kleurstroken samengestelde werk meer dynamiek te geven.
De versie uit de tweede, derde en vierde fase (na januari 1944) verschilden zo sterk dat bezoekers zich afvroegen of Mondriaan niet een geheel nieuw werk had gemaakt. De schilder zelf ontkende dat met zijn befaamde uitspraak dat hij niet geïnteresseerd was in schilderijen, maar ontdekkingen wilde doen. Het doek van eind 1943 had voltooid geleken toen Charmion von Wiegland het in Mondriaans atelier bekeek, maar dat van januari 1944 was compleet anders.
Ik beweer niet dat we hier volgens mij met een authentiek werk van Mondriaan te maken hebben. Ik zeg alleen dat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat het echt zou kunnen zijn. Ik schrijf dit artikel op persoonlijke titel, alleen om de discussie over dit nieuwe werk open te houden in plaats van meteen met modder te gaan gooien. De huidige, Chinese eigenaar ervan heeft naar verluidt al zoveel informatie verstrekt aan de autoriteiten dat we van een vrij betrouwbare provenance kunnen spreken.
Anderzijds is de mogelijkheid van bedrog nooit uit te sluiten. Maar er zijn vreemd genoeg opvallend weinig valse Mondriaans bekend, zeker als je het vergelijkt met het werk van bijvoorbeeld Modigliani, wiens huidige oeuvre voor minstens 50% uit vervalsingen bestaat. Daarom zeg ik: laten we open minded blijven en afwachten wat de toekomst nog zal brengen. We beleven spannende tijden, zoveel is zeker.

(Uit: Het Parool, Opiniepagina, 5 april 2013)

Magda Vlekveld is kunsthistorica die internationaal als de grote specialist van het werk van de late Mondriaan geldt.

Arjen

4 jaren, 5 maanden geleden