Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over De kleurenpalet van Nederland

Een onderwerp voor spelers. Aantal bijdragen deze ronde: 0

3,9

Het goede voorbeeld

Paul Witteman stapelt papieren op en legt ze aan zijn voeten, Jeroen Pauw kijkt naar de zoldering door de haarlok heen en stelt vast dat zijn kapsel goed zit. Onder de mensen in het publiek gaat nog gauw een mentos van hand tot hand. De muziek tettert. De lamp op camera 2 gaat aan.
Paul: U zag de Zapservice en dan gaan we het nu hebben over de merkwaardige ontwikkelingen rond de Victory Boogie Woogie, het beroemde schilderij van Piet Mondriaan. Recentelijk verschenen er berichten over een tweede versie, die, voor zover ik het begrepen heb, een soort voorstudie zou kunnen zijn. Opgedoken na zestig jaar te zijn verborgen. Maar het doek kwam uit China en daar zijn ze erg goed in het namaken van Westerse kunst, dus de ophef was niet van de lucht. Te meer daar het om een schilderij gaat dat tientallen miljoenen euro waard zou kunnen zijn. Tot overmaat van ramp was er sprake van nog een voorstudie, een veel kleiner werk en de verwarring was niet van de lucht. Vandaag is bekend geworden dat de Nederlandse Staat dat laatste werk aankoopt. Daarom zitten we hier met onze premier, Mark Rutte met wie we zo gaan praten.
Jeroen: Maar voordat we dat doen, de voorgeschiedenis. Ook aan tafel zit een van de hoofdrolspelers in dit verhaal, de presentator, bloemlezer en kunstminnaar Arie Boomsma, die kort geleden een publieksactie begon om die nieuwe Victory Boogie Woogie voor Nederland te behouden. Hij liet zelfs de nieuw ontdekte Boogie Woogie op zijn rug tatoeëren. Waarvan hier achter ons beelden zijn te zien. Kun je nog even kort uitleggen hoe je daar nou bij kwam?
Arie: Gewoon omdat het me aan het hart ging, Jeroen. De kunst heeft het al zo moeilijk, er wordt zo op afgegeven, en toen zich ene meneer Wong, een manager van een Chinese multinational aandiende om dit Nederlandse schilderij weg te kapen, besefte ik, ik houd van dit revolutionaire, energieke, kleurrijke en oer-Nederlandse schilderij. Dit mag niet verdwijnen naar een kantoortoren in Shanghai. Dus ik ben gaan bellen en bedacht dat ik een daad moest stellen om iedereen te laten merken dat ik dit echt met hart en ziel meende.
Paul: En ben je er nog wel blij mee, nu blijkt dat je een nep-variant op je rug hebt, een verzinsel van een Chinese vervalser?
Arie: (hinnikt en schokschoudert) Ik kan de humor er wel van inzien, Paul. Het bewijst de problematische verhouding tussen media en kunst. Perfect beeld van het vreemde verhaal, waar ik in terecht ben gekomen. Maar nog steeds een uitdrukking van mijn liefde voor Mondriaans werk en een bewijs hoe ver ik wil gaan om die uit te dragen. Trouwens, mijn rug is een toeristische attractie op zichzelf: je hoeft niet naar Shanghai om die beroemde Chinese variant op Mondriaans meesterwerk te zien, je kunt een kaartje kopen bij mij en dan doe ik mijn t-shirt uit.
Jeroen: Dat deed je toch al graag, daar heb je geen Mondriaan voor nodig.
Arie: Dat was een grapje, Jeroen, en je neemt me toch niet kwalijk dat ik werk met wat ik heb? Dat doe jij ook.
Paul: Voordat we gaan zwarte pieten wie hier het ijdelst is, stel ik voor dat we aan premier Mark Rutte vragen waarom de Nederlandse Staat in deze penibele tijden een voorstudie van een onaf schilderij koopt voor maar liefst zeven en een half miljoen euro?
Mark: Ik ben blij, meneer Witteman, dat u mij die vraag stelt. Kijk, de Nederlandse Staat wil het goede voorbeeld geven. Op de staatsbegroting is zeven miljoen zoiets als een paar duizend euro voor u. Flink, maar overzichtelijk. Een prijs die je kunt betalen, al zal je er andere dingen voor moeten laten. Maar je hebt het er voor over, omdat je ergens van houdt. Omdat je de kans niet wilt laten lopen je leven rijker te maken. Mondriaan! Nederlandser kan het gewoon niet. En juist om in tijden van algemene somberte oog te hebben voor iets dat de ziel van Nederland op een internationaal briljante manier uitdrukt, dat is inspirerend. Moeite doen voor het mooie in het leven, daar verspreid je optimisme mee. En ik ben de heer Boomsma enorm erkentelijk dat hij met zijn bevlogen inzet de verwarring en het wantrouwen heeft weggenomen en voor iedereen duidelijk heeft gemaakt waar het om ging. Het behouden van modern Nederlands erfgoed. Als alle burgers nou, naar eigen vermogen, ook zo hun hart en hun portemonnee…
Jeroen: Maar wat als nou blijkt dat u ook een nep-Mondriaan heeft gekocht?
Mark: Dan hoop ik dat iedereen solidair is en naar Winterswijk komt, om te kijken hoe prachtig zelfs een kopie kan zijn, hoe boeiend de tentoonstelling van Mondriaans leven daar is, en na afloop een pannekoek gaat eten, en misschien een leuke sjaal of koffiekopjes koopt in een lokale boetiek, zodat de economie van dit land weer,….
Arie: Wat vind U zelf zo mooi aan de Victory Boogie Woogie meneer Rutte?
Mark: Goed beschouwd doet dat er niet toe, maar u mag gerust weten dat ik altijd aan Monopoly moet denken als ik het zie, en dat roept een opgewonden, gretig gevoel op. Die optimistische handelsgeest, dat spel en het aanpakken, allemaal//

Dirk Sr.

4 jaren, 1 maand geleden

 

Godfried de Ridder

1,8

Kosakowski's ommezwaai

Stefan Kosakowski stond in zijn eentje in het atelier van Godfried de Ridder, of Ottie, zoals hij hem noemde, zijn Canon EOS 5D Mark III om zijn nek en in zijn handen. Dit project was nochtans begonnen uit liefdadigheid: het had hem doen denken aan de manier waarop hij zijn vader soms met lichte tegenzin hielp met zijn smartphone, al was er altijd ook de zweem van good karma. Maar moest je hem nu eens zien: op het manische af fotografeerde hij de laatste veranderingen in de ruimte, overtuigd dat hij getuige was van iets miraculeus. Terwijl hij niet eens echt wist waar hij naar keek.

Hij kende Ottie nog uit zijn tijd aan de Academie, waar hij in het eerste jaar les van hem had gehad. Op de een of andere manier was die ongelijke verhouding uitgegroeid tot een warme vriendschap, en kwam hij regelmatig bij de De Ridders over de vloer. Hij had zelfs nog een dingetje met Otties dochter gehad, een paar jaar jonger dan hij, maar dat was lang geleden. Vervolgens had Stefan van dichtbij meegemaakt hoe Otties huwelijk to hell was gegaan en hoe hij langzaam alle contact met de buitenwereld was verloren.

Het optreden bij Pauw & Witteman een jaar geleden, waarin hij zou vertellen over een nieuw boek over de stroming waartoe hij in de eighties had behoord, was een kantelpunt geweest. Ottie was zo zenuwachtig dat hij zich vooraf had volgegoten, en in het item zelf kwam er geen zinnig woord meer uit. Het was geëindigd met de suggestie, of het dreigement, om eens even flink op de tafel te poepen. Het was enerverende televisie geweest, dat dan weer wel. Dus toen Ottie hem vroeg om zijn leven terug op de rails te helpen met een gezamenlijk mediaproject, kon Stefan dat als welopgevoed wereldburger eigenlijk niet weigeren.

Inmiddels had Ottie de touwtjes weer stevig in handen. Van onhandig groot was hij imponerend groots geworden. Dat had ongetwijfeld te maken met alle nieuwe Victory Boogie Woogies, een geschiedenis waarin hij met hulp van Stefan, via een omweg, diep verwikkeld was geraakt. Het betekende dat er hier in het atelier down- en uptime was. Downtime als Ottie in den lande de regelneef uithing, of veldwerk verrichtte, of wat hij ook deed. Uptime als Ottie aan zijn meesterwerk sleutelde, wat Stefan dan vastlegde. Hij haalde veel energie uit zijn uitstapjes, dat was duidelijk: als een wervelwind kwam hij binnen, in no-time haalde hij de boel overhoop. Het ging zo snel en radicaal, en zo vaak opnieuw, dat Stefan de draad al lang kwijt was. Hij kon het alleen maar vastleggen en hopen dat hij na afloop kon reconstrueren wat er hier precies was gebeurd.

Het was helder genoeg begonnen: een week of drie geleden had Ottie zijn moment van inzicht gehad, en was alles in het atelier naar buiten gegaan. Stapels onaffe doeken, materialen, zijn meubilair, inclusief twee versleten bankstellen, zijn boekenkast, inclusief alle boeken: alles. Hij had de boel op het plaatsje in de fik gestoken. Blauwe walmen waren eraf gekomen, maar niemand uit de buurt had er melding van gemaakt. De zwartgeblakerde puinhoop lag nog steeds voor de deur.

En binnen? Stefan vond het moeilijk om er concrete gedachten over te formuleren. Misschien zat er ook wel geen idee achter, en was het een over uren, dagen, weken uitgesmeerde bevlieging. Toch vond hij het te krachtig, te omvangrijk, om het af te doen als the busiwork of a madman. Het hele atelier was erdoor opgeslokt. Een ruimte die, als je de uitstulping met het keukentje en wc-hokje wegdacht, ook daadwerkelijk vierkant was, of liever, ruitvormig. Onuitputtelijk schiep Ottie er, vernietigde hij, herschiep hij. Rangschikte hij de materialen die hij in alle hoeken van de stad had gevonden, die soms per vrachtwagen werden afgeleverd. En zette hij zijn hulpkrachten in: de kinderen, de dieren. Ja, het was hier af en toe een dolle boel. Eigenlijk moest het dak eraf, had Ottie gezegd. Eigenlijk moesten ze de vloer eruitzagen en, hup, in het Stedelijk schuiven.

Dit moest de kunstenaar zijn zoals hij in Berlijn ooit zo'n indruk had gemaakt. Een natuurkracht zowat. Zodanig dat het de critici had laten jubelen, de handelaren had doen kwijlen, de kunstgeschiedenisstudentes bij de dozijnen tot een bedevaart had verleid… waar Stefan het moest doen met één minderjarige scholiere die geen woord sprak en al niet veel beter pijpte. Hij hoopte dat ze ook tegen zijn vrouw stil zou zijn.

Er werd een sleutel in het slot gestoken en omgedraaid. De schuifdeur gleed open. In het felle ochtendlicht zag hij Otties silhouet. Aan zijn zijde een rank schepsel in een lange jurk, Stefan kon niet goed zien wie het was. 'Vers vlees,' riep Ottie, en hij bulderde van het lachen.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 2 maanden geleden

1,0

Kleurplatenwedstrijd

Bakboord, stuurboord, op volle kracht
vooruit zolang we maar in onbekende
havens aanleggen. Een vrouwenhuid heeft
oneindig veel kleur zoals een zonsondergang
van rood, naar geel, naar grijs.

Met je tong uit je mond kleur je tussen
de lijnen, je moet en zal winnen. Niet het
buurmeisje met haar primaire kleuren.
Je doet elke dag een vlakje, zij is binnen
een uurtje klaar.

Wie wonen er in deze stad, waar vinden
we de kleur die matcht bij onze geest.
Is er een mens die we ons geheim kunnen
toevertrouwen, winnen we de eerste prijs
bij de kleurplatenwedstrijd.

Rinske Kegel

4 jaren, 2 maanden geleden

 

Fei Fei

1,8

Vertrouwen

Radeloosheid, het is geen gezicht bij een man. Zeker niet als het je eigen man is. En radeloos was Chen. Zijn ogen stonden groot, zijn mond hing open en dan die rode vlekken die spontaan in zijn nek waren verschenen.
Of ik er iets van wist, wilde hij weten.
Hij was de hut uit gestormd, naar mij toe, en had mijn onderarm vastgepakt.
‘Waarvan?’ vroeg ik.
‘De kist natuurlijk.’ Hij omklemde mijn pols steviger, met twee handen nu, smekend.
‘Je doet me pijn,’ zei ik en keek naar zijn handen. Hij volgde mijn blik en liet los. Zijn armen hingen nu slap langs zijn lichaam en beduusd staarde hij voor zich uit, als een aan zichzelf overgelaten kind.
‘Nee, ik weet niet waar de kist is,’ antwoordde ik. ‘Ik was net in de loods een kopje thee aan het drinken.’
‘Hoe kun je hier zo rustig onder blijven?’ vroeg Chen retorisch. Hij legde zijn warme voorhoofd tegen de koude wand en sloot zijn ogen. ‘De kist is weg! Hij staat niet meer onder het bed!’
‘Dat hij niet meer onder het bed staat, wil nog niet zeggen dat hij weg is.’
Hij draaide zijn gezicht naar me toe. ‘Weet jij dan waar hij is?’
‘Nee.’
‘Waarom zeg je dan zulke dingen? Zo’n opmerking, waar slaat dat op? Soms snap ik echt niks van jou. Je lijkt zo… berekenend, zo irritant kalm. Alsof niets je kan raken. Nou, mij raakt het wel. En jou zou het ook moeten raken. Het is ook jouw toekomst, in die kist.’
Hij kreunde en legde opnieuw zijn voorhoofd tegen de wand.
Radeloosheid: niet alleen bij een man, ook bij een vrouw is het geen gezicht, trouwens. Al zal het in de perceptie van een man iets aantrekkelijks hebben. Hij kan de redder uithangen, het meisje te hulp schieten.
‘Waarom verdenk je mij eigenlijk?’ vroeg ik. ‘Heb je zo weinig vertrouwen in me?’
Hij zuchtte. ‘Je hebt gelijk. Ik was mezelf niet. Sorry. We doen dit samen, dat weet ik.’
Het zal goed komen, wilde ik hem troosten, want ik vond het pijnlijk om hem zo te zien, maar hij was me voor met de vraag: ‘Als jij het niet was en ik ook niet, wie was het dan wel?’
Ik dacht even na.
‘Vertrouw jij de kapitein?’ vroeg ik.
Daar leek hij nog niet aan gedacht te hebben. Hij rende terug naar de hut, de deur viel achter hem dicht. Een moment later hoorde ik een woordenwisseling. De exacte woorden waren hier op de gang niet te verstaan, ik hoorde alleen hoge klanken (Chen) en laag gebrom (de kapitein). De twee vrouwen hoorde ik in het geheel niet. Alsof ze er niet meer waren. Waarschijnlijk stond de journaliste gretig te pennen in een blocnote en keek de kunsthistorica stijfjes en afwachtend naar dit tafereel, te geremd om iets te zeggen, laat staan om iets te doen, zoals weggaan.
Tot een vruchtbaar einde kwam de woordenwisseling niet, want de kapitein verliet de hut en sloeg de deur met een klap achter zich dicht. Zonder me een blik waardig te gunnen liep hij me voorbij, de loopplank op, de kade op. Daar schopte hij met de punt van zijn laars tegen een roestig colablikje. Ja, hij was duidelijk verontwaardigd over het feit dat Chen hem ook maar had kunnen verdenken. Maar gekrenkte trots is nog geen bewijs van onschuld.

Robbert

4 jaren, 3 maanden geleden