Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Bijdragen over Geldnood

Dit onderwerp is gearchiveerd. Er kan niet langer over geschreven worden.

1,5

Banken

Ik wil verder gaan, deze keer,” mompelde Godfried tegen de spiegel. Het was 11 uur, en hij had besloten dat zijn kater zijn dag niet mocht verpesten. Hij zou gewoon doen alsof het een werkdag was, een dag vol inspiratie, zelfs. Had hij niet zijn doelen onlangs hoger gesteld? Hij legde zijn tandenborstel in het glas naast de kraan en pakte zijn telefoon. “Je moet onmiddelijk komen, Stefan, en laat die snuffel-stagaire alsjeblieft thuis, hoe lekker ze ook is.” Godfried wachtte niet op antwoord en drukte hem weg. Nog geen drie seconden later klonk het riedeltje. Christiaan. “Ben je nog pissig, Godfried? Ik voel me net zo klote als jij, hoor.” “Nee, sorry, ik was dronken, man. Komt de laatste tijd te vaak voor, weet ik. Vandaag is de dag gekomen om aan de wereld te laten zien dat ik wél een echte kunstenaar ben. Kom je deze kant op? Ik heb je nodig.” Anderhalf uur later knipte Stefan de lamp op de camera aan en richt de lens op Christiaan. “Zonder poeder op je kop ben je net een lullend lijk, maar goed, alles voor de kunst nietwaar”, zei hij, terwijl hij de camera scherpstelt. Tegen zijn zin pakte Christiaan de microfoon, kijkt in de camera en leest van de door Godfried omhoog gehouden beschreven kartonnen borden: “Net als de twintigste eeuw was de eenentwintigste goed begonnen. De technologiesector groeide als een dolle waardoor de beurs blaakte van vertrouwen. Shoppen was een nationale hobby geworden en bij een beetje middenkader aanstelling kreeg je na een positief verlopen sollicitatiegesprek de autosleutels van een zilverkleurige leaseauto overhandigd. Beste kijkers, het werd nog gekker: op een dag kreeg de hele Nederlandse bevolking een snip van de regering, gewoon, voor de geef. Achteraf kunnen we stellen dat het allemaal hysterie was, egotripperij en ingebeelde superioriteit. Alsof we het allemaal in de hand hadden, terwijl een koe kon zien dat de Westerse wereld op haar retour was, en dat China bezig was aan een niet te stuiten opmars.” “Heel goed,” zei Godfried. “Het moet lijken op een solide reportage. Een verantwoord dingetje, een leep en listig verantwoord dingetje. Jij bent de perfecte journalist zo, in je regenjas. Ze moeten echt denken dat we iets essentiëels gaan zeggen over dat schilderij.” “Terwijl deze documentaire het kunstwerk moet worden,” vulde Stefan aan, niet zonder cynisme. “Inderdaad,” glom Godfried, die zich voor het eerst in decennia begrepen voelde. “Want binnen de lijst van het schilderij is alles al gezegd. Hedendaagse kunst is transmediaal, en is veel meer te lokaliseren in connectiviteit dan in het intraculturele domein. Het hyperbole van de geactiveerde socialiteit is wat nu tot expressie moet komen, aangezien de openbaarheid het speelveld van de kunst is geworden.” Christiaan wisselde een blik met Stefan. “Kan ik doorgaan?” vroeg hij, de stilte doorbrekend. Godfried schikte wat aan de regenjas en de haarlok van Christiaan, keek door Stefans oculair en zei: “Kun je nog wat uitzoomen zodat die boot echt als boot herkenbaar is?” Stefan draaide wat, sjorde wat aan het statief en knikte. “Ga maar.” Christiaan las zo goed en zo kwaad als het ging van de provisorische autocue: “Maar laten wij eens proberen te begrijpen waarom het schip hier achter mij zo belangrijk is geworden voor het collectieve humeur van onze natie. Misschien ligt daar het antwoord op de vraag waarom de kunst zo laag in aanzien staat, tegenwoordig.” “It's a wrap!” Riep Godfried en hij grijnsde tevreden. Ik zal de wereld eens laten zien wie hier de media bespeelt, en wie hier de door de media bespeelde partij is.

Siem

5 jaren, 6 maanden geleden

 

Godfried de Ridder

1,8

Oppervlak

Christiaan Pitka had nooit gedacht dat hij ooit nog eens in geldnood zou komen. Een jaar geleden toerde hij met zijn Maserati nog door het Europese laagland, op zoek naar dat ene sterrenrestaurant, dat hij uiteindelijk in een verbouwde hoeve in de oostelijke Ardennen vond. Hoe anders was zijn leven nu. Zeven maanden geleden was hij ontslagen als directeur van de Rijksgebouwendienst nadat hij zijn hand op de billen van zijn secretaresse had gelegd, juist op de dag dat ze aan iedereen wilde vertellen dat ze in verwachting was. Rusteloos en verlegen had ze aan het raam van haar kantoortje gestaan en in een vlaag van wellust had Christiaan haar gedrentel opgevat als een tersluikse uitnodiging tot toenadering. Vier dagen later stond hij de spreekwoordelijke kartonnen doos te vullen met de inhoud van zijn bureaulades en stonden de ingelijste posters die zijn kamer opfleurden in een rijtje op de grond. Nog één laatste keer keek hij naar het uitzicht, en bedacht hij dat hij zijn vrouw nog niets had verteld, hiervan, nee, nergens van. Misschien omdat hij een beetje bang voor haar was, maar veel meer omdat hij niet wist hoe er over te beginnen. Geen wonder, dus, dat die middag zijn leven glorieus en definitief in elkaar donderde, niet in het minst omdat zijn vrouw meer van de luxe hield dan van hem. Nu, ettelijke maanden en rechtszaken later, kon hij rustig en spijtig concluderen dat zijn scheiding hem had geruïneerd, emotioneel en financiëel. Avonden lang zat hij op een nieuwbouwflat aan het IJ achter zijn computer te dwalen op het internet. Niks denkend, niets voelend, nurks, en met een te vol glas wijn ernaast. Via Facebook was hij weer in contact gekomen met zijn schoolvriend Godfried, die, zo bleek na een aantal chats, ook niet de levenswandel had gehad die hij had gehoopt. Dus ze hadden weer afgesproken, om hun gedeelde verleden en hun beider geleden verliezen te drenken in alcohol. Ze klonken op het leven en klokten de rode wijn in hoog tempo weg in de nacht. 'Wat ga je nu doen?' zei Godfried met oprecht sentiment in zijn ogen. 'Ik weet het werkelijk niet,' zei Christiaan. 'Ik kan het nog een jaar uitzingen op deze manier en dan moet ik ergens anders wat hebben. En jij?' 'Ik ben bezig mijn wederopstanding te organiseren met gemanipuleerde beelden waar ik de media mee ga bespelen.' 'Echt?' zei Christiaan. 'Echt', zei Godfried. 'Echt, echt. Echt. Het spannendste thema wat er nu speelt, is het verschil tussen echt en onecht. Wat is er virtueel, wat is echt. Wat is er namaak, imitatie, kopie, serieproductie, gemediëerd en wat is er echt.' 'Je bedoelt zoals dat gedoe over die Mondriaan?' 'Precies. Ligt bij mij om de hoek, dat schip.' zei Godfried met een houterig soort van trots. Christiaan negeerde het. 'Ik had een reproductie op mijn werkkamer hangen, bij de Dienst. Het was mijn favoriete ding om naar te kijken. Gewoon omdat het een oppervlak is, en meer niet.' Een knotsgek orgelriedeltje klonk uit de broekzak van Godfried. Hij pakte zijn telefoon en keek op het scherm. 'Ach, wat leuk. Wat leuk. Een jongetje.' Christiaan keek hem vragend aan. 'Mijn nichtje. Is net bevallen.'

Mitch

5 jaren, 8 maanden geleden

 

Chen

1,0

Interview

Hier kunt u de tekst nalezen van het interview dat Joy Puik, verslaggeefster voor AS3, op 28 maart hield met de heer Chen, die op het schip de Eleftria verblijft in de Amsterdamse haven:

Meneer Chen, u bent helemaal uit China naar Nederland gereisd. Wat is het doel van uw bezoek hier?

Ik heb iets bij me, wat in uw land veel waar schijnt te zijn. Victory Boogie Woogie noemt u het geloof ik. In China zou ik er geen cent voor krijgen. Ik heb een neef in Dafen, Li, misschien moet u ook eens met hem gaan praten, hij kan schilderen als de beste. Hij schildert bekende schilderijen, tientallen per week. Rembrandt, Monet, van Gogh, Picasso. Ik mailde hem een foto, hij zei dat hij dit schilderij nog nooit had hoeven doen. Hij vond het maar knoeiwerk. Binnen een dag had hij er niet twee of drie, maar wel veertig gemaakt, vier per uur! Dus ik dacht dat het niets waard zou zijn, maar toen las ik dat artikel over de ontdekking van professor Vlekvlek. Ik ben blij dat ik hier ben, Amsterdam is in een bijzonder land.

Hoe is de versie van de Victory Boogie Woogie in uw bezit gekomen

Moet ik dat alweer vertellen? Of werkt u niet samen met de politie? Cadeautje van meneer Mondriaan aan mijn opa. Chinezen hebben altijd overal gewoond. Ze doen niet moeilijk, ze sluiten heel makkelijk vriendschap en geven ze elkaar cadeautjes. Dat is toch niet zo vreemd?

Wanneer heeft uw opa Piet Mondriaan ontmoet? Hij moet wel een goede vriend van hem zijn geweest om zo’n waardevol cadeau van hem te krijgen.

U heeft mooie ogen en u bent heel lang. U en ik kunnen ook vrienden worden, misschien geeft u me dan ook ooit een schilderij.

U weet waarschijnlijk dat voor dit soort schilderijen veel geld wordt geboden. Tegen welke prijs wilt u afstand doen van het schilderij?

Hoeveel kostte dat andere schilderij? Zo'n veertig miljoen euro, toch? En we zijn nu alweer 25 jaar verder… Eerst maar eens met mevrouw Vlekvlek praten… misschien houd ik het wel, het is toch een aandenken aan mijn opa. Wij Chinezen zijn gewoon onze voorvaderen te eren.

Hebt u al contact met mevrouw Vlekveld gehad? Hebt u met haar onderhandeld voor uw vertrek of bent u onvoorbereid gekomen?

Via facebook, maar ze heeft me verwijderd, ik begrijp het niet, een misverstand denk ik. Maar ik zit niet aan haar vast hoor, zij zal niet de enige zijn die interesse heeft. Ik ben niet gek, ik heb onderzoek gedaan, er zijn heel veel mensen in uw land met die Mondriaan bezig, ze doen hier niets anders! En ik zag dat het museum hier in Amsterdam ook Mondriaans heeft, het Stidillik, Stedellik, zo heet dat toch? Waarom zouden ze dan niet net als dat museum in Den Haag een eigen Victory Boogie Woogie willen hebben? Ik maak me geen zorgen hoor. Ik heb een schilderij bij me waar iedereen hier om zit te springen.

U hebt uw vrouw meegenomen naar Nederland. Als u het schilderij hebt kunnen verkopen, bent u dan van plan om naar China terug te gaan? Of wilt u zich samen ergens anders vestigen?

Chinese vrouwen kennen hun plek. Fei Fei zal me volgen, waar ik ook ga. Maar China is een groot en mooi land; waarom zouden we daar geen geschikt huis kunnen vinden?

Edzard en Han

5 jaren, 8 maanden geleden

 

Joy Puik

1,8

Onderzoeksjournaliste!

Joy Puik

to: Samantha Borger

date: 26 March 2013 20.35

subject:

Ha lekker dier van me,

Het is me gotnomdejubeltenen nog gelukt ook! Vanmiddag werd ik gebeld, door de hoofdredacteur, morgen kan ik aan de slag. Ze zitten kennelijk nogal omhoog. Die Gerrit Wispelbaan, die kerel die de baan vóór mij had, is jankend weggevlucht. Onderzoeksjournaliste! Had je dat ooit verwacht van jouw Joy? Ik ben meteen naar de copyshop gerend om visitekaartjes te maken en pas toen ik die zag begon ik het zelf te geloven. “Joy Puik, Onderzoeksjournaliste, AS3”, het stond er echt. Best sjiek geworden, die kaartjes.

Natuurlijk, je hebt het al gezegd en je hebt gelijk: AS3 is veel te klein voor een onderzoeksjournalist. Ik ben een statussymbool dat ze zich niet kunnen veroorloven. Ik moet niet denken dat ik de tijd kan nemen voor onderzoek. Ik zal voortdurend items moeten leveren. Ik zal me moeten bewijzen. Ik heb geen zin om mijn hele werkende bestaan rechtbankverslagen uit te typen. Deze job mag dan een vergiftigd geschenk zijn, het is een geschenk.

Ik heb bij AS3 gevraagd wie hun vaste contactpersonen zijn, maar ze hadden geen idee waar ik het over had. Dat nieuwsrubriekje wordt samengesteld uit de binnengekomen persberichten. En Wispelbaan was nogal een solist. Dus ik ben de hele ochtend bezig geweest de politie te infiltreren. Bureau binnenlopen, praatje maken, kaartje achterlaten. Je moet ergens beginnen. Natuurlijk heb ik ook de woordvoerder gebeld. En ik ben bij de rechtbank wezen informeren. Meeste mensen reageerden nogal lauw. Ook hier zal ik me moeten bewijzen.

’s Middags wezen praten bij die buitenschoolse opvang, en in alle supermarkten briefjes opgehangen voor oppas. BSO-dame was heel vriendelijk. Dus Mingus gaat in de papierverwerkende industrie. Ook hij zal elke middag met een bak knutselwerkjes thuiskomen, en waar moeten we de rotzooi laten? Ik heb een Goed Gesprek met hem gehad, en hij probeert het allemaal te begrijpen. Er belde net al een oppas, een meisje dat wel wat geld kan gebruiken om haar studie te financieren.

Mingus vroeg wanneer je weer thuiskwam. Ik heb gezegd dat je het allerliefste weer bij hem zou zijn maar eerst even je onderzoek moet afronden. Het arme schaap. Had hij maar andere ouders moeten kiezen!

Ik zit op het balkon, met een dikke trui aan want het is eigenlijk veel te koud. De oostenwind giert recht door de Grianestraat.

Tijd om naar binnen te gaan. Verschillende delen van mijn anatomie verlangen je onverdeelde aandacht. Het is maar dat je het weet.

Han van der...

5 jaren, 8 maanden geleden