Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

De kleurenpalet van Nederland

3,9

Het goede voorbeeld

Paul Witteman stapelt papieren op en legt ze aan zijn voeten, Jeroen Pauw kijkt naar de zoldering door de haarlok heen en stelt vast dat zijn kapsel goed zit. Onder de mensen in het publiek gaat nog gauw een mentos van hand tot hand. De muziek tettert. De lamp op camera 2 gaat aan.
Paul: U zag de Zapservice en dan gaan we het nu hebben over de merkwaardige ontwikkelingen rond de Victory Boogie Woogie, het beroemde schilderij van Piet Mondriaan. Recentelijk verschenen er berichten over een tweede versie, die, voor zover ik het begrepen heb, een soort voorstudie zou kunnen zijn. Opgedoken na zestig jaar te zijn verborgen. Maar het doek kwam uit China en daar zijn ze erg goed in het namaken van Westerse kunst, dus de ophef was niet van de lucht. Te meer daar het om een schilderij gaat dat tientallen miljoenen euro waard zou kunnen zijn. Tot overmaat van ramp was er sprake van nog een voorstudie, een veel kleiner werk en de verwarring was niet van de lucht. Vandaag is bekend geworden dat de Nederlandse Staat dat laatste werk aankoopt. Daarom zitten we hier met onze premier, Mark Rutte met wie we zo gaan praten.
Jeroen: Maar voordat we dat doen, de voorgeschiedenis. Ook aan tafel zit een van de hoofdrolspelers in dit verhaal, de presentator, bloemlezer en kunstminnaar Arie Boomsma, die kort geleden een publieksactie begon om die nieuwe Victory Boogie Woogie voor Nederland te behouden. Hij liet zelfs de nieuw ontdekte Boogie Woogie op zijn rug tatoeëren. Waarvan hier achter ons beelden zijn te zien. Kun je nog even kort uitleggen hoe je daar nou bij kwam?
Arie: Gewoon omdat het me aan het hart ging, Jeroen. De kunst heeft het al zo moeilijk, er wordt zo op afgegeven, en toen zich ene meneer Wong, een manager van een Chinese multinational aandiende om dit Nederlandse schilderij weg te kapen, besefte ik, ik houd van dit revolutionaire, energieke, kleurrijke en oer-Nederlandse schilderij. Dit mag niet verdwijnen naar een kantoortoren in Shanghai. Dus ik ben gaan bellen en bedacht dat ik een daad moest stellen om iedereen te laten merken dat ik dit echt met hart en ziel meende.
Paul: En ben je er nog wel blij mee, nu blijkt dat je een nep-variant op je rug hebt, een verzinsel van een Chinese vervalser?
Arie: (hinnikt en schokschoudert) Ik kan de humor er wel van inzien, Paul. Het bewijst de problematische verhouding tussen media en kunst. Perfect beeld van het vreemde verhaal, waar ik in terecht ben gekomen. Maar nog steeds een uitdrukking van mijn liefde voor Mondriaans werk en een bewijs hoe ver ik wil gaan om die uit te dragen. Trouwens, mijn rug is een toeristische attractie op zichzelf: je hoeft niet naar Shanghai om die beroemde Chinese variant op Mondriaans meesterwerk te zien, je kunt een kaartje kopen bij mij en dan doe ik mijn t-shirt uit.
Jeroen: Dat deed je toch al graag, daar heb je geen Mondriaan voor nodig.
Arie: Dat was een grapje, Jeroen, en je neemt me toch niet kwalijk dat ik werk met wat ik heb? Dat doe jij ook.
Paul: Voordat we gaan zwarte pieten wie hier het ijdelst is, stel ik voor dat we aan premier Mark Rutte vragen waarom de Nederlandse Staat in deze penibele tijden een voorstudie van een onaf schilderij koopt voor maar liefst zeven en een half miljoen euro?
Mark: Ik ben blij, meneer Witteman, dat u mij die vraag stelt. Kijk, de Nederlandse Staat wil het goede voorbeeld geven. Op de staatsbegroting is zeven miljoen zoiets als een paar duizend euro voor u. Flink, maar overzichtelijk. Een prijs die je kunt betalen, al zal je er andere dingen voor moeten laten. Maar je hebt het er voor over, omdat je ergens van houdt. Omdat je de kans niet wilt laten lopen je leven rijker te maken. Mondriaan! Nederlandser kan het gewoon niet. En juist om in tijden van algemene somberte oog te hebben voor iets dat de ziel van Nederland op een internationaal briljante manier uitdrukt, dat is inspirerend. Moeite doen voor het mooie in het leven, daar verspreid je optimisme mee. En ik ben de heer Boomsma enorm erkentelijk dat hij met zijn bevlogen inzet de verwarring en het wantrouwen heeft weggenomen en voor iedereen duidelijk heeft gemaakt waar het om ging. Het behouden van modern Nederlands erfgoed. Als alle burgers nou, naar eigen vermogen, ook zo hun hart en hun portemonnee…
Jeroen: Maar wat als nou blijkt dat u ook een nep-Mondriaan heeft gekocht?
Mark: Dan hoop ik dat iedereen solidair is en naar Winterswijk komt, om te kijken hoe prachtig zelfs een kopie kan zijn, hoe boeiend de tentoonstelling van Mondriaans leven daar is, en na afloop een pannekoek gaat eten, en misschien een leuke sjaal of koffiekopjes koopt in een lokale boetiek, zodat de economie van dit land weer,….
Arie: Wat vind U zelf zo mooi aan de Victory Boogie Woogie meneer Rutte?
Mark: Goed beschouwd doet dat er niet toe, maar u mag gerust weten dat ik altijd aan Monopoly moet denken als ik het zie, en dat roept een opgewonden, gretig gevoel op. Die optimistische handelsgeest, dat spel en het aanpakken, allemaal//

Dirk Sr.

4 jaren, 3 maanden geleden

Robots

Fei Fei

4,9

Zes Boogie Woogie's

In de loods van Godfried was Li bezig alles klaar te maken om de drie Victory Boogie Woogie’s voor Wong na te schilderen: de kleine schets, de gehavende versie die Li zelf via Schiphol had meegebracht en de derde Victory die in Den Haag hangt, daarvan had hij een poster, bij gebrek aan beter. Het moest allemaal snel en hier in de haven gebeuren, dus tijd om naar Den Haag te gaan was er niet.
Li begon met de kleine schets. Hij mat hem op, zaagde de latjes in vieren en timmerde ze in ruitvorm aan elkaar, om er vervolgens het doek op te spannen en vast te maken met een tacker. Op het linnen bracht hij een laag gesso aan. Terwijl die ondergrond van gips droogde, begon hij met het volgende werk: hij mat de gehavende Boogie Woogie op en zaagde de latten in de juiste maten, om ook daar het linnen op te spannen en met gesso te prepareren. Van de Victory die in Den Haag hangt, zocht hij op een laptop op internet de maten. Het was allemaal gemakkelijk te vinden.
Toen het eerste doek droog was, begon hij de kleine schets na te schilderen. Ik zat op een krukje toe te kijken. Hij was zo geconcentreerd in de weer met verf, tape, houtskool en potlood dat hij mijn aanwezigheid was vergeten.
Ik vond het fijn om een beetje toe te kijken. Het kalmeerde me, het maakte me slaperig en tegelijkertijd klaarwakker, omdat ik getuige was van iets wat hier nu voor mijn neus ontstond.
Li werkte geroutineerd, alsof hij dit elke dag deed, gewend aan een naderende deadline: weinig tijd om na te denken. Het was een kwestie van doen, handelen, doorgaan.
Het drong voor de eerste keer tot me door dat een kunstwerk gemààkt wordt. Het heeft niet altijd in de uiteindelijke vorm bestaan, het wordt vanaf een nulpunt opgebouwd. Een wit vlak, dat steeds meer gevuld werd met vlakjes, streepjes en de kleuren rood, geel, blauw, zwart, wit en grijs.

Plotseling kwam Roderik de loods binnenlopen. Ik herkende hem bijna niet, zo strak in pak en gladgeschoren: hij maakte een opgeruimde indruk die lang was weggeweest. Wat Li aan het doen was, leek Roderik niet in zich op te nemen, alsof het onbelangrijk was. Hij had goed nieuws. Heel goed nieuws zelfs.
‘Ja ja,’ zei ik.
‘Nee, nu is het anders,’ zei hij. ‘Vergeet de gemeente Amsterdam, vergeet mijn vriendjes, het is nu rond. Zo rond als een cirkel maar rond kan zijn. Ja, het is rond!’
Ik had geen idee waar hij het over had, maar dat legde hij me uit. Hij wilde zichzelf niet op de borst slaan, maar dankzij een stuk van zijn hand in NRC, met als onderwerp de kleine schets van de Victory, had de landelijke overheid interesse getoond om dàt werk,’ hij wees naar de schets op de ezel, ‘aan te kopen voor Villa Mondriaan in Winterswijk.’
‘Wat? Waar?’
‘Winterswijk. Dat is een plaatsje in de Achterhoek in Gelderland. Jij zal er nooit van je leven een stap zetten, maar daar begon Mondriaans leven. Mij maakt het niet zoveel uit, een mens moet ergens geboren zijn, maar ze zijn er in Winterswijk nogal trots op. Kort geleden is er een museum geopend. De collectie is klein en moet groter worden. De overheid wil de schets aankopen. Nederland wil het werk van jou en Chen kòpen!’
‘Echt?… Eh, jee. Waar is Chen? Ik wil dat Chen hier bij is. Het is ook zijn werk.’
‘Maak je geen zorgen, Chen maakt buiten kennis met twee heren die namens de overheid de aankoop regelen. Zullen we er ook naartoe gaan?’
Buiten stond Chen inderdaad met twee heren in pak te praten, op de kade, naast twee dikke zwarte auto’s. We voegden ons bij hen en toen ging het allemaal heel snel. De heren deden hun verhaal, deels een herhaling van Roderiks verhaal, en ze sloten af met het noemen van het bedrag dat ze bereid waren te betalen voor ons schilderij: 7,5 miljoen euro. Om er droogjes aan toe te voegen dat we er uiteraard rustig over mochten nadenken. Chen en ik keken elkaar aan, onze ogen zochten elkaar als vanzelfsprekend op, en we zeiden alsof we dat afgesproken hadden: ‘We doen het’. Zo vreemd, zo simpel. Het een en ander aan papierwerk volgde, contracten die ondertekend moesten worden, in de stuurhut van de boot, aan een tafeltje. Daarna liepen we met z’n vijven naar de loods van Godfried om het werkje op te halen. Li en zijn gekopieerde kunstwerken… Als grapje zei Chen tegen de heren dat Li hobbyist was, onschuldig dus.
‘Ben je klaar met de kleine?’ vroeg Chen, best nonchalant voor zijn doen. ‘Of heb je hem nog even nodig?’
‘Nee hoor,’ zei hij, ‘ik ben er klaar mee.’
En zo ging het dus. Wij overhandigden de twee heren het schilderij, zij gaven ons uit zo’n zwarte auto een koffer gevuld met stapeltjes briefgeld. Het voelde als een louche transactie, maar de glimlach op Chens gezicht maakte alles goed dus ik dacht er niet meer over na. Het schilderij verdween in een auto. Vrij abrupt namen de heren afscheid en reden weg, Roderik ook. Chen en ik keken ze na, een beetje onwennig. Bijna stak ik mijn hand op om het schilderij uit te zwaaien. In plaats daarvan pakte ik Chens hand vast.

Robbert

4 jaren, 3 maanden geleden

Rollenbollen

Lianne Verstraaten

2,9

Rollebollen

'Met Lianne?' 'Hoi, met Omar Effendi.' Traag legde Lianne haar vork terug in haar maaltijdsalade en liep van het aanrecht naar het raam. 'Oh, hoi.' Haar hart bonsde. (Omar? Buiten kantooruren?) 'Ik bel je omdat ik je iets wil vragen.' Lianne staarde naar de wiegende takken van de bloesemende bomen aan de overkant van de straat. Na een druilerige lente was het eindelijk zomer aan het worden. 'Over de budgetafspraken tussen gemeente en rijk kan ik geen mededelingen doen,' (en al helemaal niet om zeven uur 's avonds, nét als ik thuis zit te chillen.) 'Ik bel niet echt over werk.' 'Waar zit je dan, nu?' 'Op het werk.' Omar hoorde zijn eigen blunder, en Lianne kon een giechel niet onderdrukken. 'Dus waarom bel je dan niet over werk?' 'En waarom neem jij je werkmobiel dan op?' Daar had Omar een punt. (Ik ben verslaafd aan mijn werk, en om de stress te vergeten heb ik de XTC en de vrijdagnacht die duurt tot de zaterdagmiddag, al dan niet in mijn eigen bed.) 'Ik hou van mijn werk en sommige dossiers zou nou eenmaal zo complex of dik dat ik in het weekend nog even door moet pakken. En bovendien kunnen er altijd urgente ontwikkelingen zijn naar aanleiding van hoorzittingen, die altijd 's avonds zijn. Of persmomenten.' (Shit, wat een formeel antwoord, ik lijk wel een minister.) 'Tuurlijk,' zei Omar, die nog één omtrekkende beweging maakte, voordat hij de moed had om persoonlijk te worden: 'maar ik wilde jou apart een keer spreken, dus ik dacht ik doe even een belletje. Denk jij dat de Victory Boogie Woogie door de overheid zal worden aangekocht, of denk je dat het bedrag helemaal door de private sector wordt opgehoest?' (Jezus, wéér over dat kutding. Waarom trekt de ABN-AMRO niet gewoon de portamonnaie?) Plotseling, gewoon, op een hele gewone plotselinge manier, begonnen de behaarde onderarmen van Omar door Lianne's gedachten te zweven. Ze concentreerde zich op de boomtoppen en zei: 'Het probleem is niet dat de overheid geen geld heeft om het te kopen, het probleem is dat met de komst van die tweede, derde en weetikveel hoeveel versies, het schilderij dat we in den Haag hebben hangen in waarde is gekelderd. Zowel financiëel als qua geloofwaardig kunstzinnig identificatiepunt van een volk voor een nieuwe eeuw, wat het nóóit wás, ha!, maar wat het minstens pretendéérde te zijn.' Omar probeerde los te komen uit de wurggreep van formeel taalgebruik zonder al te doorzichtig te worden 'Ik ben het gedeeltelijk eens met wat je zegt. Let wel: gedeeltelijk. Daarom is het misschien goed als wij elkaar even apart spreken, dan kunnen we de standpunten van bank en gemeente wat verder uitdiepen, maar waar ik voor bel…' (Ik wil dit niet meer. Ik ben 27, woon in een kek appartement, werk me het snot voor de ogen, ga naar de sportschool voor mijn figuur maar pronk eigenlijk enkel en alleen voor de lol. Ik wil niet meer dansen met hipsters, pillen slikken om de nacht door te komen, die harde muziek te verdragen. Ik wil geen sex meer, ik wil een leven.) 'Omar,' Geen spoor van ironie was er te horen in Lianne's stem: 'ik wil met jou rollebollen.' Omar Effendi was niet zozeer verrast, als wel bevrijd. Hij voelde zich lichter worden, en een diepe ontspanning daalde in hem neer. De verwondering over het charmant gebruik van het knotsgekke, ouderwetse woord 'rollebollen' groeide en groeide totdat hij één grote glimlach werd. Klaar met zoeken, allebei. 'Ben je er nog?' zei Lianne, bang dat ze het verpest had. 'Ja. Heb je al gegeten?' 'Nee, nog niet.' 'Mooi, dan kom ik er zo aan.'

Mitch

4 jaren, 3 maanden geleden

Kabinetscrisis

2,9

Het is één groot internationaal complot

Mevrouw de voorzitter,

Het is bijzonder fijn vandaag het woord te mogen voeren bij dit spoedberaad over de motie van wantrouwen die onze fractie heeft ingediend over de politieke toestand rond de recente transacties met China. Maar laat ik beginnen met het uitdelen van mijn welgemeende complimenten aan het voltallige kabinet, en in het bijzonder aan de minister van Financiën, voor de geniale zet om China het knip- en plakwerkje van onze nationale held meneer Mondriaan aan te smeren. Het doet ons buitengewoon veel genoegen dat kunst de staatskas voor de verandering eens gaat spekken. Normaal gesproken kost deze linkse hobby ons Nederlanders alleen maar geld.

Tegelijkertijd ben ik boos, of liever gezegd: ik ben woedend, mevrouw de voorzitter, want de Kamer is bij deze affaire weer eens volledig buiten spel en in zijn hemd gezet. Wij hebben van de minister geen millimeter ruimte gekregen voor het naar behoren en kritisch uitvoeren van onze controlerende taak. We zitten hier met zijn allen in de Kamer mee te doen voor piet snot. Het is overigens tekenend dat de staatssecretaris van Financiën hier niet aanwezig is. Hij is Nederland op het moment aan het verkopen aan China. Dat is in onze ogen zeer verontrustend. Na de islamisering komt de Chinese zondvloed, let op mijn woorden. U bent gewaarschuwd.

Wij mogen de plichtsgetrouwe rijksambtenaar die in zijn gewetensnood het Chinarapport openbaar maakte, oprecht dankbaar zijn. Bij het doorlezen van dat ministeriële ‘masterplan’ over de verkoop van een van onze nationaal belangrijkste schilderijen (volgens de experts) kreeg ik bijna de tranen in de ogen. Wat een onzinverhaal! En hoe naïef! En waarom wil de minister van Financiën zo graag verkopen en waarom is hij tevreden met een schijntje van nog geen € 40 miljoen? Waar is onze beruchte handelsgeest gebleven? Wat had de bewindsman gegeten dat hij zo snel akkoord ging? Paddo’s? Spacecake? De minister is in mijn ogen en ik spreek namens mijn gehele fractie, knettergek geworden. Onze volgende dwingende vraag is: waarom wil het kabinet China ter wille zijn en waarom gaan wij intens handel drijven met een land dat de mensenrechten aan zijn laars lapt? Wij weten ook dat we in de toekomst niet om het nieuwe China heen zullen kunnen, we zijn niet achterlijk, maar laten we ons toch zo lang mogelijk op ons eigen land richten en onze identiteit niet verkwanselen.

Vaak worden wij als politieke partij afgeschilderd als een stel cultuurbarbaren. Ten onrechte, ook wij zijn voorstander van het behoud van cultureel erfgoed en van kunstwerken zoals in het Rijksmuseum te zien zijn. Daar mag wat ons betreft een budget beschikbaar voor zijn. Wij hebben daar geen enkele moeite mee, dat heeft u mij ook nooit horen zeggen. Maar wij vinden ook dat wie van kunst wil genieten, dat vooral op eigen kosten moet doen. In de loop van de tijd is glashelder gebleken dat het plan om kunst bereikbaar te maken voor het volk gefaald heeft. Alleen de elite, de cultuur- en kunstbobo’s profiteren van de miljoenen die jaarlijks in de kunstsector worden gepompt. Dat moet maar eens afgelopen zijn. Nog even of er wordt nog subsidie gegeven voor kookkunst en een diner in een Michelinsterrenrestaurant.

Onze partij heeft na het uitlekken van de op handen zijnde kunstverkoop niet stilgezeten. Wij hebben direct een eigen onderzoekscommissie ingesteld die de opmerkelijke ontwikkelingen van de laatste weken heeft nagetrokken. Daarbij is naar voren gekomen dat er onverklaarbare en ranzige randjes aan het hele verhaal zitten en dat we naar alle waarschijnlijkheid te maken hebben met één groot internationaal complot. Ik zal een paar punten noemen uit deze onverkwikkelijke soap: een Nederlandse commissaris van de Bank of China wil heel graag én heel voordelig een topstuk met een symbolische waarde uit Nederland weghalen, de minister van Financiën neemt het aanbod aan en is ogenschijnlijk gevoelig voor het overigens (niet bewezen) argument van de devaluatie van het werk vanwege twee recent ontdekte soortgelijke schilderijen van de Nederlandse artiest. Een van die doeken is onlangs heel toevallig vanuit China door een Chinees echtpaar ons land ingevoerd, of liever gezegd: naar binnen gesmokkeld, vanuit Griekenland, en zonder problemen door de douane gekomen en te koop aangeboden aan de juiste personen die ervan gingen kwijlen. Onze onderzoekscommissie heeft de achtergronden en de omzwervingen van het kersverse Chinese echtpaar nagetrokken, mede op hun spoor gebracht door de tv-uitzending De Wereld Draait Door. De onschuldig ogende echtgenote is bij navraag op het vliegveld van Shanghai door een oplettende grondstewardess met een ijzersterk geheugen aan de hand van foto’s herkend als een van de leden van het wijdverspreide bedrijfsspionagenetwerk van de Chinese Communistische Partij. De spionne zou vóór haar huwelijk gewerkt hebben bij de Bank of China en kort voor het vertrek van het echtpaar naar Europa om onbekende redenen ontslagen zijn.

Houdt u vast, er komt nog meer. Enkele weken later is een tweede kunstwerk vanuit China ingevoerd, zogenaamd weer van de hand van meneer Mondriaan, en opnieuw is het zonder problemen de douane gepasseerd, onder de arm van een neef van de Chinese echtgenoot. De waarde van dit schilderij is nog onbekend evenals de rol van beide Chinese mannen in de gehele affaire.
De commissie heeft inmiddels ontdekt dat het eerst aangeboden schilderij een dekmantel was voor het invoeren van microchips die de beveiligingsketens van het bankverkeer kunnen ontregelen. Gelukkig is die bankoperatie voortijdig bij toeval verijdeld doordat het schilderij bij een kidnappoging op het terrein van Schiphol ernstig beschadigd raakte. Het doek werd voor restauratiewerkzaamheden naar het Stedelijk Museum gebracht, waar de aanwezigheid van vreemde chips in het weefsel aan het licht is gekomen. Het echtpaar is daarop gearresteerd door de Amsterdamse politie, maar al spoedig weer in vrijheid gesteld door de interventie van een invloedrijke Chinese zakenman.

Wij zijn blij de Kamer alvast deze feiten te kunnen presenteren, de ministers mogen ons uitleggen wat ze allemaal te betekenen hebben. Daar komt nog bij dat de nog voortdurende bezetting van het Gemeentemuseum ons grote zorgen baart. De kans is groot dat het kunstwerk van Mondriaan onherstelbare schade oploopt en daardoor uiteindelijk zijn financiële verkoopwaarde verliest. U hebt ongetwijfeld de live-beelden vanuit het museum op You Tube al gezien en de vastberadenheid van de groep die zich de ‘Klokkenluiders van het Catshuis’ noemen. Ik ben geen kunstminnend mens, maar toch liepen de rillingen me over de rug toen een van de actievoerders tergend langzaam weer een volgend strookje plakband van het schilderij afpeuterde, waarbij duidelijk te zien was hoe de onderliggende verf beschadigd werd, en op een andere plek vastplakte. Hopelijk is het niet het originele schilderij waarmee op deze gevaarlijke wijze gespeeld wordt. Een referendum houden over wel of niet verkopen lijkt ons grote onzin, want het schilderij is immers eigendom van de staat der Nederlanden, maar wij zijn er wel van overtuigd dat snel handelen geboden is.

Mevrouw de voorzitter en ministers, met de voor u liggende motie van wantrouwen eist onze fractie in eerste instantie opheldering over de Mondriaanaffaire. Tevens willen wij graag uit de mond van de minister-president horen of en zo ja hoe deze zaak in relatie staat tot het Chinese zonnepanelenschandaal en de zonneglasmarkt in Europa.

Ik beëindig mijn betoog met de herhaling van ons standpunt op het voornemen van het kabinet om het Victory Boogie Woogie-schilderij te verkopen aan China. U hebt onze motie hopelijk gelezen? Dan weet u dat onze fractie alleen akkoord gaat met de verkoop van het betreffende kunstwerk als het voor het vierdubbele van de huidige vraagprijs van de hand gaat én daar een forse belastingverlaging voor de burgers tegenover staat. Bovendien mag de opbrengst van de verkoop in geen geval worden ingezet voor het betalen van allerlei onzinnige Brusselse vorderingen. Verder eisen wij, en daarmee zitten wij op één lijn met de Klokkenluiders van het Catshuis, dat de overheid en de door de overheid gesubsidieerde musea geen cent meer spenderen aan de twee uit China afkomstige Mondriaans, noch aan restauratie, noch aan onderzoek of aankoop.

Kortom meneer de minister, wat wij van u vragen is heel simpel. Wanneer u of het kabinet geen blaam treft in deze dubieuze praktijk en u kunt bewijzen niet te passen in onze complottheorie, dan doet u gewoon het volgende: u plakt een sticker in een opvallend kleurtje naast het doek van meneer Mondriaan met daarop een bedrag van minstens negen of tien cijfers vóór de komma en u nodigt de diverse koopliefhebbers uit. En laten we dan maar eens kijken of er dubbele agenda’s gehanteerd worden en de Chinezen van het eerste uur nog happig zijn. Mocht er toch een verkoop uit voortrollen, dan verdeelt u de opbrengst van het schilderij onder de belastingbetalers. Wij zijn hierin zeer principieel en het is ons een kabinetscrisis en nieuwe verkiezingen waard. Aan u de keuze. En neemt u ons advies ter harte: pas op voor het gele gevaar.

Lineske

4 jaren, 3 maanden geleden

Naamsverandering

Chen

5,9

De nieuwe orde komt uit China

Ineengedoken zat Chen op zijn stoel en staarde verslagen naar de Victory Boogie Woogie. Het koste hem moeite zijn blik te focussen, de vakjes dansten voor zijn ogen, hij knipperde met zijn ogen, schudde even met zijn hoofd, hij was bang dat hij flauw zou vallen, klemde zich al vast aan de zitting. Dat de vele scheuren en barsten zich met het vlakjespatroon mengden en zich geen enkele rekenschap gaven van Mondriaan’s esthetiek, maakte het beeld alleen maar onrustiger.
Waarschijnlijk was het schilderij mooier zo, getuigend van het leven, dat zich niet in die vakjes laat dwingen, niet in een verhaal met een strak plot, in niets, behalve in wat evenzeer onderhevig was aan woekering, ja, die gedachte kon nog in hem opkomen maar erin geloven of er vrolijk van worden lukte hem niet meer. Hij had gefaald, dit ding kon hij met geen mogelijkheid meer kwijt aan Wong, hij durfde de topman van Hutchison Whampoa zelfs niet meer onder ogen te komen en had Li gestuurd om het slechte nieuws over te brengen, en, zo nam hij aan, diens getier te incasseren. Het was niet alleen dat hij deze Victory Boogie Woogie niet meer kon verkopen, hij dreigde ook de grip te verliezen op het eveneens door Wong begeerde schilderij van zijn grootvader. Ja, het was nog van hem, maar dat scheen betwist te worden en zou misschien niet meer lang duren; van Rong Rong, die Chinese massagedame waarmee Joy Puik was komen aanzetten, had hij begrepen dat het onderwerp was geworden van een nationaal publiek spektakel, de eerste minister scheen zich ermee te bemoeien, erfgenamen van Mondriaan, een televisiester en wat zij ‘politieke partijen’ noemde. Geen idee wat dat waren, ‘politieke partijen’, voor hem bestond er maar één partij, de communistische, en als hij Wong tevreden had kunnen stellen, had hij misschien ooit nog kans gemaakt te mogen toetreden, zodat het met zijn carrière, en dus ook met zijn huwelijk, uiteindelijk toch nog goed zou komen. Dat hij de Partij nu wel op zijn buik kon schrijven, was zonneklaar. Beter kon hij zijn paspoort weggooien en stateloos door het leven gaan, van alles en iedereen verlost.
Het moet gezegd: tussen de wandkleden en iconen in de hut van Papadiamantes misstond het schilderij niet. Het sloeg er een brug tussen; het kleurgebruik correspondeerde met dat van de iconen, de patronen met die van de kleden. Maar Papadiamantes was de enige die het opmerkte, misschien moest dat schilderij daar maar blijven staan, naast Fanourious, het heilige jongetje dat licht schijnt voor zij die iets kwijt zijn geraakt, dacht hij, en nipte van zijn rakí.
Soms wierp Chen een vluchtige blik opzij, naar Fei Fei. Ze had nog niets gezegd, ze had daar alleen maar gezeten, met stijve rug en haar armen over elkaar, hij was bang dat ze elk moment kon ontploffen. Eén keer eerder had hij dat meegemaakt, in Beijing, toen hij gearresteerd werd vanwege zijn betrokkenheid bij het aanvoeren van illegaal vuurwerk voor het nieuwe hoofdkantoor van de staatstelevisie, een soort uit zijn voegen hangende Victory Boowie Woogie, ontworpen door die andere Nederlander, Koolhaas; de bouwers hadden de triomf ervan luister bij willen zetten maar het nog onvoltooide gebouw was in lichtelaaie gevlogen. Dat dat gebouw was afgefikt, had Fei Fei niets kunnen schelen, wel dat zijn zoveelste poging geld te verdienen, op een mislukking was uitgedraaid. ‘En nu laat je me ook nog stikken! Je laat me aan mijn lot over! Kijk nou eens naar jezelf, ik ben je kwijt, voor twee jaren! Wat heb ik aan jou! Elke vent is beter dan jij, Chen! En dat zal je weten ook!’, had ze geschreeuwd terwijl hij door de agenten werd afgevoerd. Eigenlijk was die hele onderneming met dat schilderij een poging geweest het weer goed te maken met haar, maar daar was dus niets van terecht gekomen. Als hij haar zo zag zitten, tot haar tengere lichaam veroordeeld als tot de nauwe cel, ging hij door de grond van schaamte; dat ze dan met een smeltende blik terugkeek, alsof hij een kind was dat haar met zijn kattenkwaad vertederde, was al helemaal dodelijk.

Ook Godfried zweeg, zo intens staarde hij naar het kapotte schilderij dat het leek of hij het tot leven wilde wekken. Hij was en bleef een magiër, een sjamaan, hij appelleerde aan iets universeels, dwars door de culturen heen; Chen’s ontzag voor hem was niet geweken en hij voelde zich ook tegenover hem door de mand vallen als voor het oog van god; ach, was hij maar in zijn geboortedorp gebleven en nooit naar de stad gegaan, daar was alleen maar ellende van gekomen.
‘Ja,’ zei Godfried, eerst nog zacht, ‘ja, ja’, daarna steeds luider, tot hij een langgerekt ‘JAAA!’ brulde. ‘Dit is beter dan ik ooit heb durven dromen! Chen, je weet niet hoe dankbaar ik je ben. Jij hebt mij losgeschud.’
Hij sloeg op zijn dijen, klapte zowat voorover van enthousiasme, omhelsde Chen, keerde zich weer naar het schilderij en keek er ineens weer roerloos en gebiologeerd naar, bewoog traag als een leguaan zijn hoofd heen en weer, en sprak, alsof hij het over een ander had: ‘Ja, Godfried kan hier wel wat mee, Godfried gaat zijn levenswerk voltooien en zal uit de as herrijzen!’
Chen kreeg niet de kans te vragen welk plan er in die archaïsche kop van hem was geboren. Li kwam de hut binnen, aangeslagen leek hij niet, integendeel, zijn gezicht was glad van blijdschap.
‘We zijn eruit,’ en zijn blik schoot van Chen naar Fei Fei en weer terug, en hij begon nog uitgelatener te stralen. ‘het komt allemaal goed, kinderen, maar eerst een glaasje rakí.’
Hij sloeg hij de sterke drank in één teug naar binnen en hield zijn glaasje meteen weer bij. Wong was aanvankelijk woedend geweest, vertelde hij vervolgens. Zeker, hij had getierd en gedreigd, maar hij draaide bij nadat Li uitvoerig met hem over kunst had gesproken, dat had Wong nooit eerder gedaan, geen tijd voor gehad, Hutchison Whampoa leiden was geen sinecure. Li had hem voorgehouden dat het vreemd was om als Chinees van een trots rijk zich andermaal te vernederen en Westerse waarden over te nemen en nog te blijven geloven in het aura van het echte originele kunstwerk. Zelfs in het Westen waren er al genoeg die die mythe omver hadden gekegeld, toch kon het er zich niet van losschudden, de kwestie echt of onecht bleef de gemoederen verhitten en bepaalde nog altijd de waarde van een schilderij, en niet alleen dat, er was zelfs een hysterie omheen ontstaan die zijn weerga niet kende en prijzen tot astronomische hoogten opdreef.
‘Dus zei ik tegen hem: waarom niet een museum met kopieën van topstukken? Die zijn veel beter dan het origineel. Elke keer dat je zo’n schilderij doet, wint-ie aan kracht en zuiverheid. Zie het maar als een soort mantra dat je opzegt: hoe vaker je die vlakjes schildert, hoe minder ze er toe doen en hoe dieper je tot de essentie doordringt. Als Mondriaan iets later geboren was, was hij een Chinees geweest die kopieën schilderde. Toen ik klaar was, zei hij: en, wat is je voorstel? Ik zei: ik schilder beide versies na, ik kan ze vandaag al klaar hebben, en als u wilt, schilder ik ook nog de Victory Boogie Woogie die ze hier al hebben, dan heeft u ze alledrie. Ik zag dat hij met zijn mondhoek trok en wist dat hij zou instemmen. Ik bood nog aan het in China te doen, maar hij wilde dat de kopieën zo nauwkeurig mogelijk waren, dus rechtstreeks overgeschilderd van de originelen. Hij wilde dat het ze geloof ik ook inwrijven, dat ze eindelijk eens door zouden krijgen dat wij nu de orde uitmaken. Ik ben meteen langs de winkel gegaan en heb alles besteld, verf, tape, doeken, latjes, de hele mikmak; ze kunnen het elk moment langsbrengen.’

Edzard

4 jaren, 3 maanden geleden

Benefietconcert

2,0

Megabizar

Matthijs probeerde zijn redactie te overreden om nóg een keer aandacht te besteden aan de Victory Boogie Woogie. 'De stad is een gekkenhuis, jongens, iedereen is door dolle heen van die zaak. Wie weet er nog wat er allemaal aan de hand is? Nou, leg het me uit, hoe zit het precies? Net nou het spannend wordt kunnen we niet afhaken!' De redactieleden mompelden wat en roerden geconcentreerd in hun koffie, bang om aan het woord te komen. 'Arie is gisteren geweest en wie wou je vanavond dan?' vroeg Pieter, die er al jaren werkte. 'Kennen jullie Joy Puik?' zei een sprieterig meisje met een plusbril, 'dat is een onderzoeksjournaliste die volgens mij de boel van het begin af aan gevolgd heeft' De enige telefoon die aan mocht staan tijdens de vergadering rinkelde. 'Ja?''Hee hondenkop, Matthijs, jongen, ik dacht ik bel je eens. Je zult wel denken wat moet die Christiaan van mij…' 'Pitka, hondenkop! Leuk, man!' Matthijs stond op, trok een verontschuldigende grimas, verliet de vergadering en ging op de gang staan. 'Sorry, Thijs, veel gebeurd, weet je. Druk gehad, ah jongen ik had een baan, maar goed, gekloot, gescheiden, kortom, pleurisbende, maar daar bel ik niet voor.' 'Geinig om een keer bij te praten, Chris, maar ik zit in een vergadering en..' 'Ik zei daar bel ik niet voor. Ik heb materiaal voor je. Luister: een maffe kunstenaar, genaamd Godfried de Ridder, is bezig aan een groot kunstwerk dat als doel heeft de media te ontwrichten. Hij heeft een nep-documentaire geschoten over die Mondriaan, en die wil hij aan jou sturen.' 'En wat is daar erg aan?' vroeg Matthijs. 'Het is allemaal manipulatie. Hij is degene die in de wereld geholpen heeft dat er meerdere versies zijn. Dat ís helemaal niet zo, het is één grote grap, of nee, het is allemaal onderdeel van een kunstwerk, een kunstwerk dat bedoeld is om de waarheid te verdonkermanen!' 'En wat is de waarheid dan?' vroeg Matthijs, die zich niet van de wijs liet brengen. 'De waarheid is, is dat het een gevaarlijke gek is die studentes naar zijn atelier lokt onder het voorwendsel dat ze een rol krijgen in zijn film, en dat hij die studentes misbruikt en de film gebruikt om aan de hele wereld te tonen wat voor macht de kunst kan hebben! Het is puur een egotrip, het is een opgeblazen, idiote, totaal uit zijn verb–' Matthijs grinnikte.'En wat moet ik..' Pieter stak zijn hoofd om de deur. 'André Rieu aan de lijn, hij geeft een benefietconcert en wil erover komen praten.' 'Wat?' '…Thijs ben je daar nog?…' 'Hij legt zelf een miljoen neer en wil nog negenenveertig kerels vinden die hetzelfde doen. Allemaal live op TV. Het wordt een megabizar, voorspelt hij' 'Doen. Chris, ik bel je later.'

Mitch

4 jaren, 3 maanden geleden

Cultuur in crisistijd

2,9

In de geest van Pim

Veertig miljoen. Veertig miljoen euro en het ding was niet eens af, de stukjes plakband hingen er nog aan. En dan willen ze nog eens grof betalen voor een andere versie? Een nieuwe versie van een drol is nog steeds wat het is: een drol. Hij zal ’t wel afmaken, dat doek, áfmaken, voorgoed. Thinner. Stanleymes. Een snelle gecoördineerde actie en dan de beloning: vanavond op het achtuurjournaal. Een statement.
Hij gaat weer verzitten, ongemakkelijk met het stanleymes onder zijn kruis geplakt, tegen zijn naadje. De tram rijdt langs Hollands Spoor en hij ziet ze weer hangen, de groepjes. Je herkent je eigen stad niet meer en het komt allemaal door die klootzakken daar op het Binnenhof. Die Dijsselbloem nu ook weer. Wageningenmannetje. Intellectueel scharminkeltje met geitewollen sokken onder zijn pak en vieze krulletjes met de macrobiotische vermicelli er nog in. Hij kent het type. Die Volkert van der G met zijn gluiperige loensende rotkop kwam er ook vandaan. En die Samson heeft inmiddels zijn kop kaalgeschoren om zichzelf salonfähig te maken. Zelfde nest. Neten zijn het. Landverraders. Vreemdelingenbeleid, grotestedenbeleid - zeg maar wanbeleid. Vreemdelingen in grote steden? Hij weet er wel raad mee. Alles op een eiland pleuren voor de kust van Afrika en dan dat eiland voorgoed de zee in sturen. Marokkaantjes, Antillianen, Molukkers en Kaapverdiërs, de hele rataplan, ‘raus damit. Zíjn beleid. En stop al die kunstenaars en schrijvers er ook maar bij. En die zelfgenoegzame Arie Boomsma met z’n actie voor dat schilderij… Eikel. Gladde flikker.
De gedachte aan van der G en Pim doet tranen in zijn ogen opwellen. Toen. Hij voelde zich nooit zo levend als toen. Hij maakte deel uit van iets, iets dat groter was dan hijzelf. Hetzelfde gevoel als op de Noord-tribune in het oude Zuiderpark vroeger toen hij nog mocht. Ze waren teruggegaan van het Binnenhof die avond van de 6e mei nu elf jaar geleden, terwijl ze natuurlijk hadden moeten doorstoten, zo dichtbij als ze waren. Nu was het tijd een echte daad te stellen. Zoals die Zweed op dat eiland Latoya. Hij was misschien wat ver gegaan, maar had wel een statement gemaakt. En Timothy McVeigh, die had ook geen half werk verricht. Boem!!
Hoe ze zich lieten ringeloren, Dijsselbloem en co. Hij verstond dan wel geen Grieks, maar als hij zijn Griekse buurman in de tuin met vrienden hoorde barbecueën, was het duidelijk waarover ze het hadden: over Nederland dat maar geld bleef pompen in een hopeloze zaak. Ze lachten zich rot boven de souvlaki. Tuurlijk: hier vangen en zwart bijklussen, straks daar de rest van zijn luie leven onderuitgezakt slijten onder de zon met een ouzootje. Je zag het zo als hij 's ochtends de deur uitging, de ene keer om acht dan weer om elf uur. Zwart werk. Hij had hem aangegeven, de smerige Griek met zijn behaarde borst en rug, maar hij liep nog vrij rond. Nog zoiets. Waardeloze lakse overheid. Pim had er wel raad mee geweten.
'Erfgoed', het zogenaamde 'culturele belang': een hype was het, die hele Victory Boogie Woogie, opgestookt door de media en links in doorzichtige eentweetjes met die gluiperige van Nieuwkerk als spil. 'Van symbolisme naar abstractie' me reet. Er was zelfs een spel, een, hou je vast, 'literaire game'. Met subsidie godbetert! Van zijn centen! Door een 'Gids', een gids waar geeneens een tv-zender in staat. Misschien moest hij daar ook maar eens langsgaan, bij die Amsterdamse pikkies die zo nodig interessant moesten doen en de schrijver uithangen. Dat taaltje alleen al. Maar eerst dat doek.

De tram rijdt de Stadhouderslaan op, stopt even later voor het museum. Hij stapt uit, graaiend met zijn hand in zijn broek om de tape rond het stanleymes op zijn plaats te krijgen. Hij zit maar te frunniken met die tape op weg naar de ingang. De schuifdeuren van het Gemeentemuseum gaan open. Hij grinnikt: de eerste en laatste keer dat hij een museum bezoekt. Een cultuurmiep vraagt hem of hij een museumjaarkaart heeft of, erger nog, 'vriend van het museum' is. Bijna proest hij het uit. Hij betaalt het entreegeld contant: €14,50 voor een ticket achtuurjournaal, loopt dan, met de plattegrond in zijn hoofd, rechtstreeks naar de vleugel waar hij moet zijn.
Er staat een groep Fransen voor het doek met een gids. Echt iets Frans, om zich in dat aanstellerige taaltje humbug te laten verkopen over dat schilderij, dat trouwens veel kleiner is dan hij zich had voorgesteld. Prima, minder werk dus. Eén steek in het midden en dan doorhalen tot de lappen erbij hangen. Die suppoost kan hij hebben, maar fuck, die tape begint los te laten…Frunnikend met de tape, zijn hand in zijn broek, wacht hij tot de gids is uitgepraat. Hij houdt het bijna niet meer, zijn knieën week als chipolatapudding, even opgewonden is hij als die zesde mei. Stroperig traag maakt de groep zich los van het doek, een kudde overjarige gnoes. Een enkel oud besje blijft nog met haar hoofd ertegenaan gedrukt, wil kennelijk de plakbandjes ruiken. Dan gaat ook zij ervandoor. Het moment is gekomen. Here I come Annechien. Hij stapt naderbij, voelt iets metaligs glijden langs zijn benen. Geklater. De suppoost draait zich om. Hij…

Gregor Verw...

4 jaren, 3 maanden geleden

Kunstenaarschap

3,9

For Instance He Didn't Like Trees

When he came to our house - we had only this one armchair
where he would sit comfortably - he would have his back
turned to the trees because you could see a garden through
our front windows. We could see the trees.
So he would turn his back. They bothered him a lot.

Virginie Pevzner* in een gesprek over Piet Mondriaan

Naar aanleiding van het plezier dat men kan hebben
in het werk van Piet Mondriaan of Mondrian
zoals hij zelf liever heette in Parijs en New York
waar ik moeite mee heb alsof hij dichterbij mij staat
wanneer hij Nederlands klinkt en waarom
zou ik dat willen wanneer men de vraag zou stellen
of hij humor had zag ik een meubelstuk wringen.

De eerste keer dat ik Mondriaan zag stond hij stokstijf
in zijn atelier de ellenboog een scherpe hoek in de zij.
De zijden van een ruitenschilderij sterk en waarachtig
evenwijdig met zijn onder- en bovenarm.
Ik hoopte dat deze houding een grap was opdat ik anders
naar zijn werk en hem zou kunnen kijken.

Ik had Martinus Nijhoff** nee ik had zijn Netty***
nee ik had haar Marlow**** nodig die Netty nodig had
die Martinus op haar beurt nodig had om Mondriaan
opnieuw te kunnen zien en misschien wel voor het eerst.

De vrouwen die met Mondriaan dansten
of het probeerden omdat hij het zo graag deed
zeiden dat ze liever met een ander dansten.
Zijn heupen beschreven hoeken en haken
lijnen en hortten en kraakten

en zijn liefde voor de improviserende Josephine (zie afbeelding 3)
zijn liefde voor muziek en het idee van een nieuwe
schoonheid een nieuwe tijd bewegen zich soepel
terwijl de schilder zijn penselen evenwijdig
aan de wanden schikt en welk verdriet
aan zijn volharding ten grondslag ligt
vermeldt de geschiedenis niet.

Het atelier sluit zich als een van zijn schilderijen
op in een compositie van regels en lijnen
waaraan een enkele plastic bloem feminien
in het Frans in een vaas en een onwaarschijnlijk
golvend eenpersoonsbed ontsnapt.

*
Virginie Pevzner, vriendin van Piet Mondriaan.
Bron: Im Atelier von Mondrian, een film van François Lévy-Kuentz.

**
'Er valt een man langs het raam naar beneden’ zei de dichter Martinus Nijhoff nogal droogjes op een avond rond 1934 in een Chinees restaurant in Utrecht tegen zijn tafelgenoten. Naar verluidt had de Chinese kok plotseling de Chinese kelner uit het keukenraam boven het eetzaaltje gegooid en zo vermoord.'
Bron: Oud Utrecht, nr. 82 (augustus 2009), pp. 88–94.

***
In 1929 ging Netty, echtgenote van Martinus Nijhoff, naar Parijs, samen met haar zoontje. Daar maakte ze kennis met de Engelse beeldend kunstenares Marlow Moss, die haar geliefde zou worden. Het rustige leven inspireerde haar tot schrijven, wat in 1930 resulteerde in de publicatie van twee hoofdstukken van Twee meisjes en ik in De Gids.
Bron: Wikipedia

****
Marjorie Jewel “Marlow” Moss (1889 – 1958), also known as Marlow Moss, was a biological realist, a recluse, a persona non grata, a phenomenon, an Amazon. She was a British, lesbian, Constructivist artist. She was also a woman, a Modernist, and a Neo Plasticist, a disciple of Piet Mondrian, and a student of Léger. She was a painter and a sculptor. She was a drag-king. She was a contemporary of Georges Vantongerloo, Jean Gorin, and Max Bill. Added to the list of adjectives could also be ‘middle class’, or even ‘upper-middle-class’, and Jewish, but then again she was also an atheist and an existentialist. Moss disrupts and subverts the narratives that could include her. This resistance to categorisation is a large factor in Moss’s obscurity; she is omitted from the histories, because she does not fit in. To date she is most consistently approached in reference to Mondrian, a context that casts her in the role of follower, or worse: imitator, a role that’s far beneath her.


Bron: informatie bij tentoonstelling van Sarah Crowner, Kunstverein Amsterdam, waar tot 22 juni 2013 een schilderij van Marlow Moss hangt, een werk dat de originaliteit van Mondriaan ter discussie stelt.
Sinds ik dit schilderij van Moss zag, kijk ik anders naar de doeken van Mondriaan. Ze zijn niet langer alleen maar van een betweter, maar mogelijk ook van iemand die anderen van invloed kon laten zijn op zijn werk. Iemand die zich openstelde. Zich wel eens liet verrassen. Mogelijk zelfs humor had. De strepen zijn er minder rechtlijnig van geworden. Ze zoeken een nieuwe richting.

Maria Barnas

4 jaren, 3 maanden geleden

Kunst in China

Joy Puik

4,5

Het getuigenis van Fei Fei

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 4 juni 2013 21.31
subject: Duo Frietvlek

Vrouw Van Mijn Leven,
Het einde is eindelijk in zicht. Eind volgende week komen we je van het vliegveld halen, dan ben je weer bij ons. En dan ga je niet meer zo lang weg, of we gaan mee, we zien wel, maar dit willen Mingus en ik niet meer.
Er is nu ook zicht op dat de Victory Boogie Woogie-toestanden tegen die tijd ook zijn afgerond. Vandaag werd het illustere duo Frietvlek voorgeleid. Het werd al snel duidelijk dat Godfried de Ridder weinig te vrezen had, omdat hij niet had geweten wat Magda met het schilderij van plan was, en toen hij dat doorkreeg had hij geprotesteerd. Dat hij het schilderij onder de politiewagen had gegooid was een ongeluk.
Weet je Li Yi nog, mijn tolk van achter de toonbank bij onze Chinees? Ik heb haar vorige week een paar keer meegenomen naar de haven. Ik dacht, je kunt niet weten wie van die Chinezen we nog eens tot een gesprek kunnen verleiden, als ze geen brabbel-Engels hoeven praten. En het heeft goed uitgepakt. Voor ik het goed en wel doorhad, had ze aangepapt met Fei Fei. Ze hield me op de hoogte van wat ze hoorde.
Ik had meteen contact opgenomen met de advocaat van Magda en Godfried, die kerel die haar eerder al had geholpen de boot van de ketting te halen. Ik heb hem een methode aan de hand gedaan om haar vrij te krijgen vóór het tot een rechtszaak zou komen. Dat was gelukkig ook zijn prioriteit. Dus heeft hij Fei Fei opgeroepen als getuige.
Fei Fei was bijzonder effectief. Duidelijk, zakelijk, ze aarzelde geen moment. Ze vertelde wat er in China aan alle Nederlandse toestanden vooraf was gegaan.
Chen had de verhalen van zijn grootvader altijd geloofd, dat het schilderij bij hem in de huiskamer van een belangrijke schilder was. En toen die schilder tot in China in het nieuws kwam, herkende Chen de manier van schilderen. Hij zag eindelijk een uitweg voor hun financiële ellende. In Nederland zou opa’s schilderij met open armen worden onthaald.
Zijn neef Li geloofde er niets van. Die grootvader van hen was een fantast En als Chen zo nodig naar Nederland moest, dan kon hij toch veel beter Li een schilderij laten maken in de stijl van die Mondriaan? Li deed dat soort dingen dagelijks, meestal beter dan de oorspronkelijke schilders. Die westerlingen zouden er zo intrappen, die hadden toch geen subtiliteit. Zo’n schilderij zou bovendien veel meer opbrengen dan dat schilderijtje van hun grootvader.
Chen was koppig. Hij ging naar Nederland met opa’s schilderij, en wel per boot, omdat hij dacht dat het goedkoper zou zijn en het minder risico zou geven om bij de grens tegengehouden te worden.
Toen ze in Nederland kwamen liep het allemaal anders. Chen werd gepiepeld door de douane, door de journalisten, door Magda Vlekveld. Hij was een kind op het wereldtoneel. Fei Fei zag het met medelijden en minachting aan. Hij zou het schilderij voor een schijntje aan die Magda cadeau doen, dat zag ze al aankomen.
Dus nam ze het weg. Dus ging ze zelf een koper zoeken. En werd al net zo gepiepeld als Chen. Toen ze merkte dat ze zelf niet beter was kreeg ze spijt en wilde ze terug.
Maar Chen had intussen Li gebeld en hem met diens eigen schilderij laten overkomen. En inderdaad, de Nederlanders trapten erin.
De schilderijen die een comfortabel leven mogelijk hadden moeten maken, hadden hen uit elkaar gedreven.
Botering kwam ook nog eens vertellen dat het schilderij niet echt kon zijn.
Conclusie was dat Magda een vervalsing heeft gestolen. De eigenaars van die vervalsing, Chen en Li, hadden met het op de markt brengen van zo’n schilderij een risico genomen waarvoor ze zelf maar moesten opdraaien. Ze mochten blij zijn dat ze niet zelf werden vervolgd. Godfried was vrij. Magda was vrij.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze me dankbaar is. Ik heb zelden zo’n hatelijke blik gezien als die Magda Vlekveld me toewierp op het moment dat ze werd weggeleid. Ik snap het wel. Ik heb haar een dierbare illusie ontnomen.
En daar heb ik spijt van. Want ik vraag me serieus af of ik het heb gedaan om haar te helpen of om haar te vernederen. Ik voel me rottig.
Kom snel! Lik mijn geweten schoon! Je weet waar het zit!

Han van der...

4 jaren, 3 maanden geleden

Meesterwerk

Magda Vlekveld

4,5

Magda's laatste bezoek aan de VBW

Magda staat voor de Victory Boogie Woogie in het Gemeentemuseum te Den Haag. Het schilderij hangt in een smal zijzaaltje van een vleugel met een deeltentoonstelling over De Stijl, niet op zijn vertrouwde plek in de grote witte zaal aan het eind van elke hoofdtentoonstelling, als hoogtepunt en afsluiting van de twintigste-eeuwse, modernistische kunst. Brutaal liet het Gemeentemuseum bij elk retrospectief van Cézanne of Lucian Freud of wie ook weten: allemaal mooi hoor, die anderen, maar wij hebben dit. De enige echte. Het meesterwerk van de moderne kunst dat onze aan meesterwerken zo rijke tijd in zich verenigt en overstijgt. De VBC is tot in elk detail, vlakje, streekje, verkleurinkje, volkomen modern. En tegelijk volkomen democratisch. Er zijn geen overheersende zwarte lijnen meer, alleen nog gelijkwaardige kleurvlakjes. Mondriaan was diep gelukkig als hij aan het doek werkte. Victory! En ook: Boogie-woogie. Nergens een melodie te bespeuren, maar het swingt als een tiet. Elk streekje, elk plakbandje op het doek is geleefde ervaring, leeft nog in het nu. Geen enkel vlakje staat op zich, is in zichzelf besloten, want elk bouwsteentje houdt het geheel onder spanning.
Magda's kijk op de Victory Boogie Woogie is kunsthistorisch gekleurd. Ze ziet het schilderij als de uitkomst van een lang en complex artistiek en sociaal proces. Eerst is er Mondriaans ontwikkeling van symbolisme naar abstractie, en hoe hij zich doek na doek de kennis eigen maakt van hoe je de relaties tussen kleurvlakken en zwarte lijnen onder spanning houdt. Anderzijds is Mondriaans ontwikkeling zelf weer de uitkomst van de debatten binnen de Europese avantgarde in de eerste helft van de twintigste eeuw. Mondriaan kende de meeste andere modernistische kunstenaars van zijn tijd persoonlijk, ging als gelijke met hen om. En wat eisten de modernisten niet! Wat moest er niet allemaal worden afgebroken en van de grond af opnieuw opgebouwd. Als Magda de pamfletten van Theo van Doesburg leest en oude nummers van De Stijl doorbladert wordt het haar koud om het hart. Waarom moet heel de oude rijkdom van de kromme lijnen vernietigd en vervangen door een strakke, rechthoekige aanpak? Nog voor er een sociaal of economisch argument voor bedacht is, hebben de avantgardisten al de schoonheid en fysieke kracht getest van wat inmiddels Standard Architecture heet en het leven in onze steden tot op de dag van vandaag bepaalt, ja overheerst. Als Does in Nederland aan de macht was gekomen, hadden we stalinisme gehad. Nu hebben we buitenwijken vol lelijke gebouwen.
Bij de verdediging van haar proefschrift was het tot een onaangename confrontatie gekomen met prof. Botering, die haar hineininterpretieren en verharmlosung verweet. Het is toch zo klaar als een klontje voor ieder mens met enige kennis van zaken dat de VBW de overwinning van het nihilisme viert, de vereenzaming van het individu in de grootstedelijke massa! Hij spuugde de woorden uit, tot schrik van zijn collega's en de aanwezige studenten en kennissen. Ik dank mijn opponent voor zijn collegiale kritiek, en heb daarop het volgende te zeggen, had Magda geantwoord. De VWB is het enige onvoltooide schilderij dat Mondriaan heeft nagelaten. Hij verklaarde het midden januari 1944 voltooid tegen zijn vriend Harry Holtzman, maar in de drie dagen voor zijn dood beplakte hij het opnieuw met tape en schilderde vlakjes vluchtig over. Het doek is nadrukkelijk bedoeld om onvoltooid te blijven, vergelijkbaar met Duchamps Grote Glas. Mondriaan overwon het nihilisme en de totalitaire tendens van het modernisme à la Doesburg door het onvoltooide en onvolmaakte in zijn werk toe te laten. Dat is Mondriaans laatste les. De macht ligt niet bij een absolute God of andere Ultieme Designer (zoals Doesburg eiste), maar bij de mensen in hun relaties met elkaar. Magda keek Botering stralend aan. De Victory Boogie Woogie is geen autonoom, maar een interactief kunstwerk! Hora est!

Zoals het schilderij daar voor haar hangt, veel te laag voor haar gevoel, benauwd en tegelijk even sterk als altijd, straalt het onverminderd het elan uit van het moderne levensgevoel. Het wervelt en staat stil, het is vloeibaar maar het stroomt niet. Heel anders dan de paar doeken uit de jaren dertig om de hoek in een ander zaaltje. Magda gaat ze nog even bekijken. In de roosters van zwarte lijnen die Mondriaans doeken in die moeilijke jaren overwoekeren, zit een steeds kleiner vlakje blauw of rood verscholen ergens in een hoekje. Maar als je daarop je blik concentreert, val je voorover en verdwijn je in het doek. Je voelt je in een ruimte achter het schildervlak worden gezogen waarin alles één kleur heeft, puur blauw is of rood of geel. Er straalt een diepe rust uit Mondriaans composities, maar ze staan stevig onder spanning. Ze danken hun energie aan de vernietiging van telkens weer een bouwsteen van het beeld. Het kan altijd met minder, dat was Mondriaans adagium geweest in de twintig jaar dat hij abstracte schilderijen maakte. Wat is dat “het” precies, denkt Magda. Waar gaat het Mondriaan om? En ze ervaart weer wat ze elke keer voelt als ze voor een late Mondriaan staat. Ingang tot de totale abstractie. Wederopbouw door verwoestiging. Topgeluk. Een zuiver geestelijke ervaring, absoluut want door geen tekortkoming aangetast.
Magda's proefschrift heette Mondriaans Volstrekte, naar de uitspraak van diens huisfilosoof Schoenmaekers; 'Wij noemen volstrekt, wat het graadverschil van “meer of minder” uitsluit.' Ze analyseert in haar boek de verschuivende betekenis van typische Mondriaan-begrippen als: objectieve ziening, evenwichtige verhouding van tegendelige tweeheid, voortdurende opheffing van 't een en 't andere. Met zijn bloemrijke begrippenapparaat kan Mondriaan heel precies de verschillende kanten aanduiden van wat er op het spel staat in zijn kunst, en in de moderne maatschappij waarvan hij één van de aanstichters en hoofdvertegenwoordigers is. Zijn streven is, ondanks krijgshaftige taal over vernietiging, door en door positief, gericht op een betere wereld, een hemel op aarde die tegelijk de structuur van het dagelijks leven heeft. Abstractie is de moderne, de bij uitstek twintigste-eeuwse vorm van religiositeit. Het Volstrekte is als het goddelijk licht in Dante’s hoogste hemel.

Magda staat op de gang te kijken naar de digitale Victory Boogie Woogies die het Gemeentemuseum heeft laten maken door jonge programmeurs. Wie schrijft het mooiste algoritme? Wat een armoe vergeleken met die daar aan de wand, denkt Magda. Het geheim van de VBW is dat de lijnen en kleuren nu juist niet gehoorzamen aan een algoritme of andere set van regels. Hier heerst volkomen vrijheid, in een wirwar van ordeningen – lijnen, damborden, driehoeken, vijfhoeken – is dat groen daar in die punten boven en onder? Magda loopt weer naar de enige echte Victory Boogie Woogie. Ze loopt nog een keer de bekende feiten na. Mondriaan maakt in 1941 een eerste opzet, in '42 een eerste versie, een jaar later de tweede en dan rond de jaarswisseling 1943-1944 volgt er een hele reeks versies. Bezoekers vermelden in brieven en dagboeken dat ze versteld staan hoe snel het grote doek verandert. Midden januari 1944 verklaart Mondriaan dat het doek is voltooid. Maar in de laatste dagen voor zijn dood bevangt hem toch weer een onrust en werkt hij er als bezeten aan, plakt het weer vol… De historische documentaire in Magda’s innerlijke bioscoop loopt vast als ze een stukje zwart tape op het schilderij ontdekt, vlak voor haar neus. Mondriaan heeft het zwarte strookje over een geel vlakje heengeplakt. Daar iets boven heeft hij er een op een rood vlakje gedrukt. Zwart tape over kleur.
Magda speurt de stroken met kleurvlakjes af. 'Ach, Piet,' mompelt ze als ze begint te begrijpen wat Mondriaan in die laatste dagen stond te doen, puffend en hijgend met de dood op zijn hielen. Wat Mondriaan in zijn stervensuur deed was het zwart terugbrengen in het feest van de kleuren in wat zijn laatste statement aan de wereld zou zijn. Ook zwart is een kleur, net zoals een lijn ook een vlak is. Volstrekte gelijkwaardigheid van tegendelige tweeheid. Boogiewoogie is zwarte jazz. Join the party. Ook Mondriaans laatste zet was volstrekt positief, overwinning op een tekortkoming, zijn uitsluiting namelijk van het zwart uit de voltooide versie van midden januari 1944. De dood danst mee in de rij. Misschien had Piet nog wel veel meer zwart willen aanbrengen, werd hij steeds somberder. Hij voelt zijn dood naderen en laat het zwart van de dood de orde in zijn volstrekte, fris gekleurde schilderij ontregelen zodat er weer ruimte voor ontwikkeling ontstaat. Wanneer bedacht hij de titel?
Het leven is nooit af. Kijk maar.
Ach, Piet.
Ze heeft de boodschap luid en duidelijk ontvangen. Mondriaan zei alles wat er te zeggen viel in de twintigste eeuw in dit ene doek. Als er ooit onverhoopt een eerdere, volmaaktere versie van de Victory Boogie Woogie zou opduiken, bedenkt Magda grinnikend, dan zou die vernietigd moeten worden. Zelfs als hij echt zou zijn.

Arjen

4 jaren, 3 maanden geleden

Lijnen

Roderik van Zwaaij

3,8

Roderik lijnt

Roderik werd wakker tussen bezwete lakens, met een hamerende hoofdpijn. Hij kreunde, stond op en liep naar de badkamer. Eerst een koude douche. Hij gilde het uit, maar na een minuut begon het te wennen. Daarna twee ibuprofennetjes, zo uit het vuistje. Hij liet een groot bierglas vol water lopen en goot het achterover. En nog een. Ontbijten? Niet ontbijten. Werken.
Hij zette zijn laptop op de salontafel, en met alleen een handdoek om zijn middel ging hij op de bank zitten. Hij klapte de laptop open, startte op en opende een nieuw document. ‘Elke lijn zijn eigen eindpunt; Mondriaans studie voor de Victory Boogie Woogie’ typte hij. Hij wachtte even aan het begin van de volgende regel. Toen typte hij verder. Hij typte geconcentreerd en vasthoudend, met korte pauzes. Hij vorderde langzaam omdat hij alles wat hij eenmaal geschreven had herschreef naarmate hij beter begreep wat hij aan het doen was. Hij zweette vreselijk en snoof af en toe met wellust zijn eigen stank op. Hij zweette pure alcohol, dacht hij. De gedachte gaf hem kracht.
Na een uur of twee trok hij wat kleren aan en ging hij naar de supermarkt. Hij kocht drie kilo bananen, drie kilo mandarijnen en een flinke zak druiven. Op de terugweg at hij twee bananen. Thuis douchte hij, knoopte weer een handdoek om zijn middel, legde het fruit op schalen en borden om zich heen, en typte verder.
De ideeën hadden zich gevormd tijdens de nachtelijke verzopen uren dat hij naar het schilderij had zitten staren, zonder dat hij het wist. Pas gisteravond, toen hij jankend besloot om te stoppen met drinken, had hij er voor het eerst aan gedacht iets te schrijven. Hij moest terug, dat wist hij. Hij moest terug naar de reden dat hij ooit kunstgeschiedenis was gaan studeren, voordat hij in de stroom van het grote geld en de grote bekken was geraakt. Ooit had hij alles willen weten over kunst, had hij kunst willen begrijpen. Hij had zelfs een blauwe maandag kunst willen maken, maar dat was niets voor hem geweest. Hij was bij Christie’s aangenomen vanwege een briljante scriptie over Miro. En gisteravond had hij ineens weer geweten hoe geweldig het was geweest om daaraan te werken. Waarover hij nu moest schrijven was meteen duidelijk geweest.
’s Middags ging hij naar de copyshop en liet een paar van de foto’s die hij van het schilderij had gemaakt uitprinten op groot formaat. Thuisgekomen hing hij ze met punaises aan de wand tegenover de bank. Nu stond hij regelmatig op en liep naar de foto’s, bestudeerde details, vergeleek de foto’s, at nog een mandarijn en een paar ibuprofen, en typte verder.
Aan het eind van de middag kwamen de trillingen. Hij at nog een banaan, beet op zijn tanden en typte verder. Hij was weer vooraan in de tekst begonnen en schrapte grote delen, die hij nu kon samenvatten in een enkele zin. Langzamerhand groeide het gevoel dat het hem ging lukken, dat hij de tekst kon vormen tot iets zelfstandigs.
Hij ging al vroeg naar bed. Hij droomde dat Fei Fei bij hem in bed lag. Hij was de hele nacht naar haar onderweg maar raakte telkens weer tussen de lakens verstrikt. ’s Ochtends waren de lakens weer doorweekt. Roderik stond op, douchte uitgebreid en ontbijtte met druiven. Ibuprofen had hij niet meer nodig. Hij herschreef het grootste deel van zijn tekst.

Jochem Broe...

4 jaren, 3 maanden geleden

Striptease

Joy Puik

3,1

Showdown bij Schiphol

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 31 mei 2013 11.59
subject: Sic Transit Gloria Mundi

Sorry dat ik mijn verhaal niet meteen heb afgemaakt. Ik was doodop, ik rilde over mijn hele lijf en mijn kop werkte ook al niet meer zo goed.
Maar ik ben niet aan gruwelijke ziektes gestorven. Ik werd vanochtend wel een uur te laat wakker. Ik heb Mingus een boterham naar binnen gepropt en naar zijn schooltje gebracht. De juf was niet boos, ze vroeg bezorgd hoe het met me ging. Ze had dat filmpje op YouTube al gezien. De kassadame bij de supermarkt raadde me aan een hete grog te nemen. Joy krijgt eindelijk de beroemdheid die ze verdient!
Goed, het vervolg van het verhaal: toen ik me weer over de reling trok, met vakkundige hulp van de kapitein, had de heer Reginald Cavendish de politie al gebeld om te melden dat Magda Vlekveld en Godfried de Ridder er met het potentiële bezit van Hutchison Whampoa vandoor waren. Kunstroof! Maar een kenteken kon hij niet geven, en als beschrijving helpt ‘een zwart Mercedes-busje’ niet veel.
Ik was woest. Ik was koud en nat en smerig, maar vooral was ik woest. Ik wilde achter ze aan. Ik rende de loopplank af, greep Herman de Cameraman bij zijn nekvel en samen renden naar mijn auto.
Ik denk dat ik de bestuurdersstoel heb verruïneerd met havenwater. Ik zei Herman dat het me speet dat ik zo stonk. Hij zei dat het niet gaf en draaide zijn raampje open.
Probleem was natuurlijk dat ik niet wist had waar Vlekveld en De Ridder naartoe wilden. Wat waren de mogelijkheden? Godfried, dat had ik uit zijn verhalen wel begrepen, wil het schilderij inlijven in een megalomaan kunstwerk dat hij in zijn loods aan het maken is. Daar waren ze niet naar onderweg, dat was duidelijk. Magda had dus het initiatief in deze actie. Wat zou zij met het schilderij willen? Mijn gok was dat ze het voor zichzelf wilde houden. Mondriaan was van haar, en niemand moest er met zijn poten aankomen. Als dat klopte, dan waren er volgens mij twee mogelijkheden, Magda’s huis in Buitenveldert en Schiphol. Vanaf het schip was het dus eenvoudig: Coenhavenweg en dan Einsteinweg.
Pas tegen het knooppunt kreeg ik een zwarte Mercedes-taxi in zicht, op de linkerbaan. Meteen daarop raakte ik hem weer kwijt. Op hoop van zegen nam ik toch maar de A4. Ik liet Herman de politie bellen om met stelligheid te melden dat de Victory Boogie Woogie op weg was naar Schiphol.
Pas toen we bij de taxistandplaats voor de hoofdingang van Schiphol parkeerden zag ik dat ik goed had gegokt.
Daar, achter het busje, stonden Magda Velkveld en Godfried de Ridder allebei aan een kant van de vurenhouten kist te rukken. Godfried was er waarschijnlijk tijdens de rit achter gekomen dat Magda niet van plan was hem het schilderij te gunnen voor zijn eigen kunstwerk. Ik hoorde achter me een sirene. Ik sprong de auto uit. Herman sprong de auto uit.
Magda zag mij het eerst. Even was haar aandacht afgeleid. Daar maakte Godfried gebruik van, hij rukte haar het schilderij uit handen. Maar daar schrok hijzelf weer zo van dat hij achterover op straat belandde. De kist schoot uit zijn handen, maakte een paar sprongen en belandde precies voor de aanrijdende politiewagen. We hoorden het hout versplinteren. Magda Velkveld zonk op haar knieën. Een hartverscheurende kreet.
Herman heeft het allemaal kunnen filmen, zij het wat schokkerig. Behoorlijk dramatische televisie.
Godfried en Magda zijn afgevoerd door de politie, samen met de resten van de vierde Victory Boogie Woogie. Ze worden dinsdag voorgeleid. Ze onderzoeken nu in het Stedelijk of het schilderij nog gerestaureerd kan worden.

Han van der...

4 jaren, 3 maanden geleden