Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

De geest van Piet

Godfried de Ridder

2,4

Naar het kinderdagverblijf met Godfried de Ridder, Deel 3

Stefan Kosakowski is al een week niet meer bij Godfried de Ridder geweest. Het is opmerkelijk, zoveel weet Godfried zeker. Toch zal hij geen moeite doen om te achterhalen waar Stefan is gebleven. Op dit moment staat er iets groots te gebeuren, iets waar Godfried zich volledig aan moet toewijden. Hij moet nu de kunstenaar zijn waar hij altijd tegen opgekeken heeft. De kunstenaar die niet stopt met werken, de kunstenaar die niet slaapt, de kunstenaar die niet eet, de kunstenaar die continue opofferingen maakt voor het grotere goed: het kunstwerk. Voor het eerst in zijn leven glijdt het werk door zijn handen, zonder dat zijn brein hem in de weg zit. Tijdens zijn studie op de academie las hij een ontelbaar aantal boeken over de kunst van het maken. Overal stond dat de kunstenaar de regels van het kunstwerk moest volgen en niet andersom. Uiteindelijk zou een gedicht, schilderij, installatie, wat dan ook, op zichzelf moeten staan, de maker is secundair. Dat was Godfried nooit eerder gelukt. Nu wel. Aan de ene kant verrukt het hem, aan de andere kant stelt het hem licht teleur. Al wil hij dat zeker niet toegeven. Als alleen het kunstwerk er toe doet, zal de aandacht daarmee ook naar het kunstwerk gaan en niet naar de kunstenaar. Net zo als bij de VBW. Niemand heeft het nog over Piet. Piet is secundair. Wie is Piet?
Met een bijtel in zijn hand gaat Godfried voor het eerst sinds 13 uur zitten. Hij kijkt naar de installatie die bijna zijn hele studio heeft overgenomen. Vliegensvlug springt hij op, hij mag nu niet gaan nadenken. Dit moet af. Dit moet af. Nu reflecteren zou alles kapot kunnen maken. Hij pakt een fiets van de vloer, tilt hem boven zijn schouders, dan gaat de bel. Met het voertuig boven zijn kop twijfelt hij of hij open zal doen. Nee. Nu is niet het moment. De bel gaat weer. Godfried pakt zijn lasapparaat, hij speurt naar een gezichtskap. Dan maar zonder, ik knijp mijn ogen wel dicht, denkt Godfried.
“Godfried!” klinkt van achter de deur.
Weer de bel, die nu onafgebroken door de studio heen ratelt. Godfried zet het lasapparaat aan, hij zal het sterkste ijzer ombuigen, zolang het maar veel kabaal maakt. De stem en de bel blijven in zijn hoofd naklinken. Zijn goede opvoeding zit hem wederom in de weg. Met een diepe zucht smijt hij zijn gereedschap op de grond.
“Goed, wat willen de mensen nu van Godfried? Wat willen ze?”
Met een ferme handruk trekt hij de deur open. Daar staat het meisje dat vorige week nog met Stefan mee liep, haar naam is Godfried al lang weer vergeten. Haar gezicht niet, zulke gezichten vergeet niemand. Bovendien had ze op haar knieën gezeten voor Stefan, iets wat Godfried niet goedkeurde. Al geloofde hij dat ze het liever wilde dan Stefan zelf. Haar gezicht is ditmaal vuurrood en betraand.
“Godfried.”
Het doet hem goed zijn eigen naam te horen.
“Je moet helpen. Mijn school… mijn school… ze hebben…”
Godfried kijkt naar het jonge meisje, haar neus is zo scherp, alsof die met potlood getekend is.
“Stefan is opgepakt. Hij zit vast. Het is allemaal mijn schuld. Ik…”
Waarom is het altijd het leven dat zijn hoofd om de hoek steekt wanneer Godfried iets maakt van belang? Stefan heeft Godfried uit de brand geholpen toen hij onder tientallen mislukte kunstwerken zwoor dat het nooit meer goed zou komen. En nu heeft Godfried de kans hetzelfde te doen voor Stefan. Godfried kijkt naar zijn werk, als hij het nu in de steek laat, weet hij niet wat er zal gebeuren. Het is als een huilend kind, dat zonder moeder stikt in zijn eigen spuug. Een goed kunstwerk hangt af van zoveel factoren.
“Godfried, jij moet helpen. Ze gebruiken mijn stageverslag als bewijs. Je bent de enige getuige.”
Godfried schraapt zijn keel.

Alma Mathijsen

4 jaren, 1 maand geleden

Robots

Bert van Petten

4,5

ASX-8200/Y83

De ASX-8200 beveiligingscamera wordt gebruikt langs de A9 tussen Amsterdam en Alkmaar. Achttien keer. Van die achttien camera's is er eentje, de ASX-8200/Y83 die om de zoveel tijd de blik richt op de weilanden. In de controlekamer van Rijkswaterstaat zijn koeien, de mist boven de weilanden en schapenwolken te zien. Rijkswaterstaat draait geregeld de ASX-8200/Y83 bij, terug naar het verkeer op de A9, maar binnen een week staat ASX-8200/Y83 weer gericht op de weilanden.

Sindsdien hangt ASX-8200/Y83 aan een loods in de Amsterdamse haven. Ze is opgehangen toen er in de loods nog bijzondere oldtimers werden gestald. De huidige eigenaar Bert van Petten, weet niet dat ASX-8200/Y83 in bedrijf is, dat wat ASX-8200/Y83 filmt, keurig op harde schijven wordt opgeslagen en na een week weer wordt overschreven. Hij weet zelfs niet dat hij €80 per jaar betaalt voor het onderhoud door een mannetje van Trigion, dat jaarlijks zijn loods binnenkomt, alle elektra naloopt en ook het beveiligingssysteem reset.

De plek aan de loods is heerlijk rustig. Er loopt wel eens een dinosaurus voorbij, of bomen wisselen van plek, maar er gebeurt nooit iets waarvoor mensen een beveiligingscamera installeren. ASX-8200/Y83 filmt alles zonder dat er iemand is die het gefilmde materiaal bekijkt.

ASX-8200/Y83 ziet hoe de loods aan de overkant zich opent. Het dak rijst omhoog, draait zich als een ruit naar ASX-8200/Y83 toe, tot het dak in het verlengde van de zichtlijn lijkt te verdwijnen. Op straat, waar normaal geen pixel verandert, lopen jonge vrouwen en peuters. Een statige auto kleurt het beeld zwart. En vooral zijn er tientallen mensengezichten in beeld. Mobiele telefoons rinkelen. Meeuwen krijsen. ASX-8200/Y83 volgt automatisch de bewegingen en weet niet waar te kijken.

Zou het dan toch gebeuren? Dit soort dingen is toch alleen weggelegd voor ARRIFLEX analoge camera's die duizenden euro's kosten per dag om te huren? Zou deze simpele ASX-8200/Y83, een tweedehands beveiligingscameraatje, de sleutelscene van een nieuwe James Bond opnemen? Een zwarte auto, een Chinees in een donker pak. De juiste ingrediënten, maar ASX-8200/Y83 ziet geen wapens. Of zitten er scherpe messen in de pumps van de Oosterse schone? Zitten er wapens in die houten kist? Zijn de drie ruitvormige schilderijen, die als vliegers heen en weer door het beeld fladderen, eigenlijk de schijven van een quantummechanisch patroon, die als je ze samenvoegt een allesvernietigend fotonenkanon vormen?

Maar ASX-8200/Y83 heeft al geen oog meer voor de schilderijen of voor de kunstenaar die met de kist hoog boven zijn hoofd getild over de boot loopt, ASX-8200/Y83 zoomt in op iets aan de reling van de boot, daar op het dek, daar staat nog een camera. Een camera op poten. Eentje die kan bewegen. Zo sierlijk. Met poten die de camera van plek naar plek kunnen dragen. Lange, dunne benen, tot het uiterste gestrekt. Met een lens die wordt gericht, op de boot, op de auto's, op de mensen, een lens met een glimmer van de zon op het bolle glas, ASX-8200/Y83 zoomt in en ziet niets anders meer dan dat glas dat zich richt recht op ASX-8200/Y83.

Dirk Vis

4 jaren, 1 maand geleden

Sponsor

Fei Fei

1,7

De hele mannenbende

Deze kant van Chen was ik even vergeten: in sommige situaties kan hij zo paniekerig en drammerig zijn. Zoals hij mij negeerde, naar de stuurhut stormde en Wong maar liet foeteren; dan heeft hij iets voor ogen - en tegelijk lijkt hij blind. Alles moet wijken voor een plannetje waar hij niemand over informeert, dus niemand weet precies wat er aan de hand is. Op zo’n moment lijkt hij op een voortdenderende trein die op een muur af rijdt, terwijl Chen, als hij eens rustig om zich heen zou kijken, zou kunnen zien dat er een stukje verderop een opening is.

In ieder geval vond ik het niet zo realistisch om met die hele bende mannen èn de Victory Boogie Woogie de zee op te varen. Wat dacht Wong nou? Dat het allemaal zo makkelijk zou gaan? Ik wist zeker dat we het open water niet eens zouden bereiken. Voordat we de haven uit zouden zijn, zou de pleuris al uitbreken, op de boot zelf, bedoel ik. En dan zou er binnen de kortste keren weer iemand in het water liggen. Wie? Ik vreesde arme Botering. Die had zoiets onhandigs over zich, ik zag hem zo over de reling vallen. Of ik zou zelf in het water belanden, dat hield ik ook niet voor onmogelijk. Wong zou het natuurlijk niet zijn, die is niet van de grond te krijgen, waarmee hij liet zien hier de baas hier te zijn, al sprak uit zijn aanhoudende gefoeter eerder onmacht. Chen trok zich steeds verder terug in zichzelf. En Roderik, was hij nu echt alweer aangeschoten? Ik zag het allemaal voor mijn neus gebeuren. Wat een bende.

Daar kwam bij: ìk wilde niet met Chen en Roderik en Wong op een bootje op het water terechtkomen. Dat spreekt voor zich, toch? Drie mannen bij elkaar waarmee ik de afgelopen tijd het bed had gedeeld… het zou geheid ruzie worden. Want ik zag Roderik glazig naar mijn billen kijken toen ik achterom keek. En Chen legde in het voorbijgaan vluchtig zijn hand op mijn middel en hij liet daarna zijn vingers even over mijn bh bandje gaan. En Wong, in bed had hij zich rustig gehouden, maar daarbuiten was het een driftkikker. Dus nee, het kon gewoon niet. Het moest anders kunnen. Mijn god, hoe moest ik dit oplossen? In ieder geval door kordaat op te treden.

‘Zo dus niet,’ siste ik tegen Chen, de enige toon die hij op dat moment begreep. Hij zag me weer, dat merkte ik, ik doorbrak zijn blinde gejaag op die muur. ‘Dit moet anders,’ zei ik. ‘We zullen…’
‘Wat staan jullie daar te smiezen?’ onderbrak Wong me. ‘Stiekem met z’n tweeën plannetjes bedenken, hè? Ik heb het wel in de gaten. Jou vertrouw ik niet meer,’ zei hij terwijl hij met zijn dikke wijsvingertje bijna in mijn gezicht prikte. ‘Achter dat laagje schoonheid gaat alleen maar vuil schuil.’ Alsof hij ineens een moment van helderheid had, vroeg hij aan Chen: ‘Trouwens, waarom heb je me het tweede doek nog niet laten zien? Daar hoor ik je niet over. Die is ook hier op de boot, neem ik aan?’
Als een kind dat straf gaat krijgen van een dominante vader, begon Chen te stamelen. Waarop ik het woord nam: ‘Dat schilderij is niet op de boot. Het is zojuist in een taxi meegenomen - gestolen - door Magda Vlekveld en Godfried de Ridder. Waar de taxi is, geen idee.’
‘Zo zo,’ zei Wong akelig kalm. Met een vuil glimlachje bekeek hij Chen. ‘En wanneer was je van plan mij hierover in te lichten?’
‘Het gaat je toch om ons schilderij?’ vroeg Chen. ‘Ons schilderij is hier op de boot. Wij houden ons aan de afspraak. Alles kan gewoon doorgaan. Als we nu eens met z’n allen de stuurhut in gaan en de motor starten…’
‘Het gaat me om beide schilderijen! Dàt was de afspraak. En het ging me ook om haar.’ Opnieuw wees hij met zijn dikke vingertje naar mij, met een verbitterde uitdrukking op zijn gezicht, alsof ik hem persoonlijk pijn had gedaan door niet te zijn wat hij in me zag.
‘We kunnen ook…’ begon ik, maar Wong luisterde niet. Hij begaf zich alweer naar de loopplank. ‘Ik ga niet weg zonder het andere schilderij,’ zei hij. ‘Twee of niets. Ik wacht op de kade. Zorg er maar voor dat die taxi hier terugkeert.’

Robbert

4 jaren, 1 maand geleden

De prijs van kunst

Chen

2,4

Wong's woede

Fei Fei’s gezicht straalde toen hij over de loopplank rende. Het viel met geen mogelijkheid te begrijpen: hij zag dat ze daar stil en eenvoudig stond, ineens weer helemaal open voor hem, alsof ze van voren af aan konden beginnen, hij had door dat hij in de schoot geworpen kreeg wat hij zich ten diepste gewenst had, hij besefte dat ze hem alleen al met die blik van haar precies datgene gaf waarom hij die krankzinnige onderneming met de schilderijen was begonnen, hij wist dat hij niets meer nodig had, geen geld, geen andere mensen, geen kunst - en toch groette hij haar alleen maar met een knikje en rende langs haar heen.
Misschien zei ze nog iets, hij kon het niet goed horen, een volgend vliegtuig diende zich aan en uit de garage van Godfried kwam een hels knarsen, alsof daar de aarde openspleet en een monster baarde. Maar hij wilde haar ook niet horen: alles wat van haar kwam en hem tot zichzelf zou brengen, leek hem te ondermijnen. Hij moest rennen, en nog eens rennen, opgejaagd als Woyzeck, en in alle tumult die er rondom de Elefteria was ontstaan Wong ervan overtuigen dat hij geen spelletje met hem speelde maar geheel en al aan zijn kant stond, en dus voor het Rijk van het Midden koos.
Abrupt bleef hij staan, de zwarte auto stopte vlak voor hem, hij hoefde slechts zijn arm te strekken om het portier open te doen en Wong te laten uitstappen.
Gezichten lezen, tekens opvangen, gebaren duiden, als voor elke Chinees was het voor Chen een tweede natuur, en hij bleef dan ook onbewogen, met iets gebogen schouders en op de een of andere wijze ieler dan normaal naast de topman van Hutchison Whampoa lopen terwijl de vloer met hem werd aangeveegd. ‘Wat doen al die mensen daar? Moet de hele wereld er soms bij aanwezig zijn? Als je soms denkt dat je daarmee de prijs om kan drijven, dan vergis je je enorm. In stilte waren we allang tot een deal gekomen, eentje die veel beter voor jou zou zijn geweest. Maar nu zal ik je op de knieën dwingen. Ik zal je helemaal klein krijgen, er blijft niets van je over. Ben je net zo’n botterik als al die mensen hier geworden? Je hebt me in grote verlegenheid gebracht, Chen, ik weet niet of je daar ook achter zit maar er blijkt zelfs een nationale actie opgang gekomen om de Victory Boogie Woogie hier in Nederland te houden. Ik heb die eerste minister hier, die Lll..Rrrutte, moeten bellen om het voor mij op te lossen. Onze ambassadeur is er ook al achter de schermen mee bezig. Zonder ons kunnen ze hier niets meer, ze weten donders goed hoe afhankelijk ze van ons zijn geworden. Weet je, Chen, ik zeg het je maar even voor het geval je het nog niet door hebt, maar als je er niet voor zorgt dat ik hier vandaag met dat schilderij vandaan komt, zorg ik ervoor dat jij wegens landverraad en corruptie naar een heropvoedingskamp gestuurd wordt.’
Chen liet de woorden langs zich afglijden en knikte af en toe, hij wist dat zolang Wong de moeite nam tegen hem uit te varen, er nog niets verloren was. Gezagsverhoudingen waren gezagsverhoudingen, daar hoefde je verder niets achter te zoeken, en je al helemaal niet persoonlijk door gekwetst te voelen.
Bij de loopplank nam de chauffeur als in een dans de hand van zakenman en leidde hem tot op het schip. Roderick, Botering en Fei Fei stonden al op het dek, met de kist die nog niet zolang geleden onder het bed in zijn hut gelegen had; hij voelde een brok in zijn keel, alsof hij ineens aan vroeger herinnerd werd. Negeren, dacht Chen, de hele boel negeren en doorstoten naar de kapiteinshut, anders werk ik me nog verder in de nesten. Terwijl Wong maar bleef razen, ongegeneerd en met overgave, zijn stem hard en scherp als het langs elkaar schuren van platen metaal, liepen ze op Papadiamantes af, die zich met lodderige blik en de armen over elkaar voor de deur had geposteerd, vaag glimlachend.
Vlak voordat Chen naar binnen zou gaan, als laatste, alsof hij er al niet meer toe deed, werd hij aan zijn mouw getrokken.
Ook haar gezicht liet zich moeiteloos lezen. Tegelijk had hij haar nooit eerder zo gezien. Ze was woedend, voor het eerst sinds ze elkaar hadden leren kennen.
‘Zo dus niet,’ siste ze.

Edzard

4 jaren, 1 maand geleden

Vervalsing

Joy Puik

3,1

Joy goes viral

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 30 mei 2013 20.24
subject: De lichte toets van Magda Vlekveld

Nou, je kunt trots op je vrouw! Ze is weer eens uitgebreid op tv geweest en heeft nu haar eigen viral video, gotnomdegloeiendeschaamstreekschurft. Waarin ze door die zweetlap van een Godfried de Ridder overboord wordt gejubeld, kopje onder in het bepaald onfrisse water van de Amsterdamse haven. Ik ben zeer benieuwd welke ziektekiemen mijn lichaam op dit moment probeert te bestrijden. Vannacht komt de koorts, en tegen zonsopgang zal ik waarschijnlijk al de geest geven, gillend tegen Magda Vlekveld en Frietvet de Ridder die mij in mijn laatste ijldromen zullen omringen. Ach, wat een droevig lot voor zo’n goedbedoelende ziel als ik. En al die tijd zit haar vrouw nietsvermoedend aan de Chileense telescoop, op zoek naar Wega in de Lier.
Goed, zo is het gekomen: de Chinezen – het spijt me dat ik moet generaliseren, maar zo is het nu eenmaal, ze lijken ineens heel eensgezind – hebben zich verzameld in de haven, bij die ouwe rotschuit waarmee ze gekomen zijn. Voor zover ik het begrijp hopen ze dat die meneer Chun Hin Wong, van Hutchison Whampoa Limited, alle schilderijen gaat kopen die ze intussen verzameld hebben, zodat ze naar China kunnen terugkeren. Waarom die man hen niet gelijk een vliegticket kan leveren, zodat ze een redelijke kans maken de reis te overleven, het is Joy een raadsel! Vanzelfsprekend zijn al hun Nederlandse assistenten en parasieten hen gevolgd in hoop een graantje mee te pikken of de schilderijen misschien voor Nederland te kunnen behouden.
Zo ook de heldin van ons verhaal, de jonge journaliste Joy Puik die het nieuws van tussen de tanden van de leeuw etc. en die natuurlijk evengoed een parasiet is. Denk maar niet dat ik daar een mooie reportage kon maken. Niemand wilde iets zeggen, niemand wilde voor de camera, en wat ze elkaar allemaal toeschreeuwden! Ik weet het, je komt een heel eind op televisie met incoherent geraaskal maar of het volk ermee gediend is om de eerbiedwaardige heer Botering te horen schreeuwen dat je ‘die spleetogen ook nergens mee kunt vertrouwen’, ach.
Maar terwijl ik daar over de kade liep, Herman de Cameraman trouwhartig aan mijn hielen, werd ik in alle discretie benaderd door de heer Reginald Cavendish die ik tot op dat moment niet had opgemerkt, waarschijnlijk vanwege die discretie. Ik was blij zijn uitgestreken, flegmatieke bakkes te zien. Natuurlijk wilde hij ook niet voor de camera, maar anders dan Godfried de Ridder kon hij me dat duidelijk maken zonder obscene gebaren.
Ik wist meteen hoe hij mijn dag kon redden. ‘Waar is het schilderij op dit moment? De grote Victory Boogie Woogie die uw cliënt wil kopen?’ Die was aan boord van de Elefteria. ‘Zou ik het misschien even mogen zien? U vroeg me toch om er iets over te schrijven? Dat gaat natuurlijk niet zonder dat ik het schilderij gezien heb.’ (Het leek me onkies om te verwijzen naar die envelop met tienduizend euro die ik zonder verdere plichtplegingen heb verstuurd naar Hutchison Whampoa Limited, ter attentie van Reginald Cavendish Esq.) Hij knikte begrijpend. Hij knikte instemmend. Hij ging mij voor naar de loopplank van de Elefteria.
In de stuurhut stond een grote vurenhouten kist. Reginald Cavendish pakte de kist eerbiedig op en legde hem op tafel. Hij maakte hem open en ging terzijde staan.
O, Sam, ik wist niet hoe ik kijken moest! Ongelofelijk! Een schitterend staaltje, zo veel is zeker. Glad, strak, zonder kleurverschillen binnen het geel, het rood of het blauw, zonder stukjes tape, zonder smet of blaam. En zonder geest. Het zal zeker met de juiste verfsoorten en op een voorbeeldig geprepareerd doek gemaakt zijn, dat vertrouw ik Li wel toe. Maar de verf was in een keer opgebracht, al die gestapelde lagen en doorschemerende vlakverschuivingen die bij Mondriaan horen waren volledig afwezig.
Om me een houding te geven liep ik even het dek op, als door emotie overmand. Ik had moeite niet in lachen uit te barsten. Vanaf de kade hoorde ik kabaal, nog meer dan eerst. Daar kwam die Godfried de Ridder over de loopplank aangestampt. Of het opzet was of dat hij zijn massa niet geheel onder controle had weet ik niet, maar hij gaf me zo’n zet dat ik over de reling kukelde.
Toen ik door de kapitein weer aan boord was gevist hoorde ik dat hij en Magda Vlekveld er met dat nepschilderij vandoor zijn, per taxi. De politie is naar hen op zoek.

Han van der...

4 jaren, 1 maand geleden

Striptease

Roderik van Zwaaij

3,1

Bezoek voor meneer Pijbes

Het was 20 mei, tegen half vijf, toen Roderik van Zwaaij de lobby van het Rijksmuseum kwam binnenstommelen. Onder zijn arm hield hij een donkerhouten kist. Bovenaan de trappen van de hal onderdrukte hij een ferme boer en wankelde even van de lucht die uit zijn ingewanden omhoog kwam. Toen daalde hij de trappen af en liep naar de informatiebalie.
Een vriendelijke jongeman vroeg hem waarmee hij hem kon helpen.
‘Kan ik Wim even spreken?’
De jongeman week achteruit van de alcoholwalm.
‘Wim? Het spijt me, meneer, er werkt geen Wim aan de balie.’
‘Jongen! Jij werkt bij het Rijksmuseum maar je weet niet hoe de directeur heet? Jezus! Wim moet ik hebben. Wim Pijbes. Bel hem even joh, ik heb iets voor hem.’ Roderik legde zijn kist nu op de balie, bovenop de merchandise, om de reden van zijn komst te onderstrepen.
‘Wim Pijbes?’ zei de jongeman. ‘Ik weet niet… Hebt u een afspraak?’
‘Nee jongen! Nee! Ik heb geen afspraak. Ik wil Wim spreken. Zeg maar dat het Roderik is, Roderik van Zwaaij. Dat ik hem de Victory Boogie Woogie kom brengen.’
‘Het spijt me, meneer, als u geen afspraak hebt…’
Roderik werd kwaad. ‘Goddomme, kijk dan zelf, joch!’ Hij wrikte de kist open en zwaaide het schilderij eruit. ‘Kijk dan!’
Het werd stil in de hal. Het baliepersoneel keek naar het schilderij. Verschillende medewerkers liepen naar de jongeman op wie Roderik het gemunt had toe. Er werd gefluisterd. Iemand greep de telefoon.
‘Blijft u rustig staan, meneer,’ zei de jongeman tegen Roderik. ‘We kijken of meneer Pijbes nog in het gebouw is. O, ik hoor dat hij eraan komt. Hij is zo bij u.’
Roderik leek iets tot rust te komen. Hij legde het schilderij op de kist. Op dat moment viel het hem op dat hij zijn overhemd scheef had geknoopt. Hij begon gewetensvol knoopje voor knoopje het overhemd open te knopen, waarbij een witte, pluizig behaarde buikpartij zijn weg naar buiten zocht. Voordat hij kon beginnen aan het dichtknopen kwam Wim Pijbes met een beminnelijke glimlach de trap af. De baliemedewerkers wezen op Roderik en maakten verontschuldigende gebaren.
‘Meneer,’ begon Pijbes, ‘u had naar mij gevraagd?’
Roderik probeerde met zijn linkerhand zijn overhemd bijeen te houden terwijl hij zijn linkerhand naar Pijbes uitstak. ‘Ja, ja. Roderik van Zwaaij. We hebben elkaar vorig jaar nog gesproken.’
Wim Pijbes weifelde even. ‘Help me even, bij welke gelegenheid?’
‘De Somaskanda-groep! Ik heb je de Somaskanda-groep verkocht! Roderik van Zwaaij, van Christie’s. Eh, voorheen van Christies.’
‘Ah, ja,’ zei Pijbes, nog niet geheel overtuigd. ‘Er staat me zoiets bij. Mooi. En waarover wilde je me spreken?’
‘Ik kom je de Victory Boogie Woogie aanbieden.’ Roderik pakte het schilderij en hield het Pijbes voor, waarbij hij gelijk zijn buik kon bedekken.
‘Aanbieden? Maar voordat we zo’n aankoop doen…’
Roderik schudde driftig zijn hoofd. ‘Geen aankoop. Ik geef het je! Ze zeggen dat Roderik het allemaal alleen doet voor het geld, nou, hierbij doneer ik dit schilderij aan het Rijks. Omdat ik zo van het Rijks houd!’
‘Dat is… Geweldig. We moeten natuurlijk het schilderij eerst goed bestuderen, maar dan lijkt dit me een prachtige aanwinst. Hier kunnen we… Laat je gegevens achter bij de balie, dan nemen we contact met je op als we het aan de collectie toevoegen.’
Wim Pijbes schudde Roderik nogmaals hartelijk de hand en liep toen met het schilderij in de kist de trappen weer op.
Roderik knoopte zijn overhemd dicht. Hij dicteerde zijn naam, adres en telefoonnummer aan de baliemedewerker.
Met een ratelende boer van opluchting zwierde hij even later de draaideur door.

Jochem Broe...

4 jaren, 1 maand geleden

Robots

Godfried de Ridder

2,4

Een ruit die wijst naar de hemel

EXTHAVENGEBIED

Twee jonge vrouwen bewegen aarzelend rond een loods. Het zijn EVA en PUCK. Eva heeft steil blond haar tot de schouders en een BABY in een draagdoek, Puck een PEUTER aan haar hand, beide met lichtrode krullen. Ze inspecteren de HYDRAULISCHE CONSTRUCTIE aan weerszijden van het gebouw.

         PUCK
      (onzeker)
   Moeten we echt hier zijn? Het lijken wel robotpoten.

         EVA
   Het adres klopt.

         PEUTER
      (jengelend)
   Opa nou?

         PUCK
   Ik denk dat opa binnen is.

Eva stapt naar de SCHUIFDEUR, zoekt tevergeefs naar een bel en bonst drie keer. Het lijkt alsof de baby gaat huilen, maar er gebeurt niets. Eva bonst nogmaals. Nu begint de baby te krijsen.

         EVA
   Stil maar, kindje.

De deur schuift twintig centimeter open. Binnen is het donker. Het hoofd van GODFRIED komt tevoorschijn, aan alle kanten ongeschoren. Hij ziet er slaperig uit, zijn oogleden zijn opgezwollen. Het duurt even voor hij aan het licht is gewend, maar als hij Eva, Puck en de kinderen herkent, is hij op slag scherp.

         GODFRIED
   Puck, wat doe jij hier? En Eva…

         PUCK
      (dramatisch)
   Papa.

         GODFRIED
      (wijst naar peuter)
   Is dit…

         PUCK
   Dit is je kleinzoon.

         GODFRIED
      (brok in keel)
   Hoe oud is hij? Hij kan al lopen!

         PUCK
   Net twee geworden, papa.

         PUCK
      (tegen peuter)
   Zeg eens hallo tegen opa?

De peuter heeft zich vastgeklampt aan Pucks been en zegt niets.

         GODFRIED
   Hebben we elkaar zó lang niet gesproken?

         PUCK
      (verbolgen)
   Papa, we hebben al vijf jaar geen contact meer. Hoe kan het toch dat wij zo uit elkaar zijn gegroeid?

         GODFRIED
      (fronst)
   Misschien kwam de kunst tussen ons in te staan.

Eva schraapt haar keel en doet een stap naar voren.

         EVA
   Zal ik wat context geven? Het begon toen je een paar weken geleden ’s ochtends vroeg bij ons voor de deur stond. Mijn man was furieus, maar het wordt hem al rood voor de ogen als we over mijn oude baas práten… Christiaan kan me uiteraard gestolen worden, maar jouw idee is blijven hangen. De puurheid van kinderen… hun potentie om de essentie van de wereld bloot te leggen. Nu is Tobias nog wat klein, maar Pietje…

Godfrieds blik gaat eerst naar de peuter en dan naar Puck. Hij kijkt haar met grote ogen aan.

         GODFRIED
   Je hebt je zoon Pietje genoemd? Als in Pietje Mondriaan?

         PUCK
      (verbouwereerd)
   We vonden het gewoon hip…

         PUCK
      (tegen Eva)
   Mondriaan, is dat de maker van het schilderij waarover Arie Boomsma maar niet ophoudt?

Eva knikt naar Puck.

         EVA
   Om kort te gaan… toen Puck op kraamvisite was, heb ik het er met haar over gehad. Eerlijk gezegd had ze eerst totaal geen zin om bij je langs te gaan. Maar toen kwam die Boomsma op tv, en werd jouw idee ineens tastbaar.

         GODFRIED
   Goed… kom maar binnen.

INT. ATELIEROCHTEND

De ogen van Eva en Puck moeten wennen aan de duisternis. Is dat eenmaal gebeurd, dan zien ze… niets. De vloer lijkt leeg te zijn. Godfried loopt naar zijn bureau, naast de schuifdeur, en trekt anderhalve meter papier van een brede rol, die hij vervolgens met een handige beweging afscheurt en op de grond legt.

         GODFRIED
      (tegen Puck)
   Laat… Pietje… hier maar op zitten. Ik pak zo wat verf voor hem, blauwe verf. Instrueer hem niet, hij moet doen wat hij wil. Maar eerst geef ik een sneak preview van mijn magnum opus.

Godfried zet een schakelaar om. Er klinkt kabaal. De baby gaat weer krijsen.

EXTHAVENGEBIED

De constructie aan weerszijden van de loods komt in beweging. Het monotone geluid van de hydrauliek schalt over de kade en het water.

INTATELIER

Er ontstaat een kier boven het plafond, die licht over het interieur werpt. Een schaars geklede STEFAN ligt in een hoek op een matras, samen met TWEE BLOTE AZIATISCHE VROUWEN.

         GODFRIED
      (stem verheffend)
   Wat is er puurder, essentiëler dan een vrouwenlichaam?

         STEFAN
      (verward)
   Het is niet Fei Fei!

         EVA
      (lethargisch)
   Stil maar, kindje.

EXTHAVENGEBIED

Eén hoek van het dak rijst sneller dan de rest. De loods opent zich als een pedaalemmer.

INTATELIER

In het daglicht is te zien dat HET KUNSTWERK zich op het plafond bevindt. Er zijn diverse materialen op bevestigd, in diverse kleuren. In het midden hangt een mal in de vorm van een mens, armen en benen gespreid, als Da Vinci's Vitruviusman.

         GODFRIED
      (stem verheffend)
   De kroon op het werk is de kunstenaar zelf, of iemand met zijn postuur.

         PUCK
      (bleek weggetrokken)
   Zoals Arie Boomsma?

EXTHAVENGEBIED

Het dak is tot stilstand gekomen boven de loods, een ruit die wijst naar de hemel. Er komt een meeuw op zitten.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 1 maand geleden

De fabriek

Magda Vlekveld

2,1

Magda's machtsgreep

Maar in plaats van een taxi te bellen draaide Magda Vlekveld een Amerikaans nummer, 00.1.540.428.3140. In heldere bewoordingen bracht ze de Mondrian Trust op de hoogte van de laatste ontwikkelingen: de ontdekking en mogelijke aankoop door gerenommeerde musea van een reeks valse Victory Boogie Woogies in Amsterdam. Door haar goede contacten met de Trust als gevolg van haar ontdekking van de originele eerste schets van de VBW uit de nalatenschap van Charmion von Wiegand, nam men haar adviezen zeer serieus. De Trust zou onmiddellijk contact opnemen met de Amerikaanse ambassade in Amsterdam en die zouden er geen gras over laten groeien. Het was duidelijk dat haast geboden was: 2014 is het 70ste sterfjaar van Mondriaan en dan vervallen alle rechten.
Toen Magda de hoorn neerlegde schatte ze in dat ze hooguit een dag, vermoedelijk slechts een paar uur zou hebben om haar eigen plan uit te voeren. Nu belde ze wel naar de taxicentrale en in no time arriveerde een glimmend zwarte mercedes-busje. Magda gaf het adres van Godfried aan de kade op, maar toen ze met gierende banden de laatste bocht om scheurden, zag ze dat het een drukte van belang was bij de Elefteria. Het leek of de wagen in vertraging verder reed opeens, zodat Magda in alle rust en afstandelijkheid overzicht kon krijgen over de situatie. Er stonden meerdere mannen en een paar vrouwen tegen elkaar te schreeuwen en te zwaaien en, mijn hemel, wat doet die ouwe sul van een Bertus Botering daar, dacht Magda opeens, wat staat hij daar met zijn lichaam over die kist gebogen als verdedigde hij een schat. Dat moest de kleine VBW zijn, die was opgehaald uit het Rijksmuseum. En wat was dat voor chique Chinese heer die daar met Chen en Lin en, ook dat nog, dat kleine vrouwtje van Chen stond te delibereren, terwijl er een zo te zien Nederlandse heer met opgeheven vinger naar hen stond te zwaaien - dat moest een advocaat zijn, ze ruikte dat volk als het ware. Er hipte een tenger meisje om heen, niet die malle journaliste met haar carrièredrang, o wacht, die was er ook al, ze stond op de boot met de kapitein te praten en liep nu achter hem aan de stuurhut in. Wie was die andere tengere vrouw dan, die daar driftig in haar mobiel stond te brullen?
Doorrijden, zei Magda tegen de taxichauffeur, die loods daar, met die opengeschoven deuren, daar moeten we zijn. Zonder op of om te kijken holde ze de taxi uit - 'wacht hier!' - en rende bij Godfried naar binnen. Ehm, wat was dit? Wat ontvouwde zich voor machtig schouwspel aan haar verbaasde blikken. Ze hoorde haar naam roepen.
'Godfried,' riep ze terug, 'kom onmiddellijk mee. Nu komt het op jouw handigheid aan. Ze staan daar bij de Elefteria de beide Victory Boogie Woogies te verhandelen, en jij moet zorgen dat de ene nooit de boot op en de andere zo snel mogelijk de boot af komt.'
'Godsklere,' brulde de kunstenaar. 'Daar gaat mijn meesterwerk.' Hij greep een koevoet van een werktafel vol gereedschap en holde achter Magda aan. 'Lekkere kont heb je in dit mantelpakje, Mag,' kon hij het niet nalaten te brullen.
'Hup man,' antwoordde zij. 'Bewijs eerst maar eens wat je echt waard bent.'
Ze bleef bij de poort van de loods staan terwijl Godfried in zijn bespatte overall de kade opholde naar de mensenmassa waarin, constateerde Magda Vlekveld met een koele blik waar ze zelf ook over verbaasd was, de oude professor Albertus Botering in een tergend traag tempo in elkaar zakte en met kist en al op de betonnen platen kletterde. Ze zag hoe Godfried om de meute heen bewoog en pijlsnel over de loopplank de Elefteria op holde, waar de journaliste - Puistjes, was dat haar naam? Joy Puistjes? - net vanuit de stuurhut het dek op kwam lopen en door haar held zo hard opzij werd geduwd dat ze in een prachtige serpentine line een Hogarth waardig over de reling vloog richtinng groezelig havenwater. De plons bracht de kapitein de open lucht in, compleet met reddingboei en touw.
Maar haar Godfried, waar was die opeens gebleven? Zou hij op tijd terug zijn met de grote kist? Magda liep naar de nog wachtende taxi.
'We gaan zo heel langzaam naar dat groepje mensen daar. Zodra ik een teken geef rijd u achteruit naar de treeplank van de boot, daar aan de rechterkant. U doet de achterdeuren open. Mijn compagnon komt zo met een kist van het schip al en zal die in de wagen schuiven. Zodra hij de deuren heeft gesloten, geeft u gas en rijd zo snel u kunt de kade af naar het adres dat ik u zo zal geven. Ben ik duidelijk?'
'Mij best,' zei de chauffeur, 'maar ik heb sterk de indruk dat u iets illegaals van me vraagt. Dat is, eh, dubbel tarief?'
'Nu,' riep Magda. 'Daar is ie al. Rijden!'

Arjen

4 jaren, 1 maand geleden

Schaduwen

Lianne Verstraaten

2,1

Met Omar, van de ABN

Hoe doet ze het? vroeg Omar Effendi zich af terwijl zijn gedachten weer afdwaalden van het rapport dat hij probeerde te lezen. Zo onbeschaamd als ze door zijn hoofd liep – en niet alleen daar. Om het even welke locatie, een kantoor, een club, een grand café, liep zij met haar zelfverzekerde stap binnen en voor je het wist had ze de leiding. Haar argeloze tegenspelers hadden vaak niet eens door wat er gebeurde, ze merkten niet dat de vlot ogende jonge vrouw met wie ze om tafel zaten hen al direct had ingeschat en nu welbewust haar kant op lokte. Ze paaide en boog mee, ze blufte haar onwetendheid weg met dat roekeloze glimlachje dat hem direct irriteerde toen hij haar ontmoette. Alles wat ze miste – tact, brille, echte charme, kennis van zaken – compenseerde ze ruimschoots met haar lef. God, wat een moed had die vrouw. Hoe zij wethouders, businesstycoons, barmannen, bankdirecteuren en mediamagnaten om haar vinger wond. Moeiteloos. Alsof ze even een broodje in haar lunchpauze haalde.

Hoe groter de evenementen die ze initieerde, hoe meer ze in haar element was, leek het wel. Toen ze vorige week opeens bij hem op kantoor was langsgekomen om zijn leidinggevenden te interesseren voor de recent opgedoken Mondriaans hadden haar hakken nog enerverender door de strakke gangen van het bankgebouw op de Zuidas getikt dan ze op zaterdagnacht deden over de stoep voor Panama. Kreeg ze er een kick van als het om miljoenen ging? Was ze er zo een?

Dat zij een meisje was dat graag tot het uiterste ging, had Omar inmiddels wel door. Die lading pillen die ze in het weekend achteroversloeg… Het riep de reinste minachting bij hem op. Toen hij – net die ene keer dat hij zichzelf genoeg moed had ingepraat om de club te bezoeken waar zij veel kwam – had gezien hoe zij met een jolig gebaar meerdere gifgroene snoepjes naar binnen werkte, was hij straal langs haar heen naar buiten gelopen. Maar eigenlijk had hij moeten blijven. Tot het allerlaatst. Tot ze in tl-licht voor hem zou staan met een verlopen kop boven een afgemat lijfje. Dan was hij misschien eindelijk verlost geweest van dat beeld van haar dat steeds maar opdook op momenten waarop hij dat helemaal niet wilde. Tijdens een belangrijke meeting. Op een familiebijeenkomst. Op de wc, verdomme.

Volgens een collega van de ABN AMRO-collectie had ze nu ook Akzo Nobel weten te strikken. ‘Ze gaat lekker, dat hertje,’ had hij met een knipoog gezegd. ‘Niet te houden.’ Op zulke momenten overwoog Omar over te stappen naar de Rabobank. De Foundation van Akzo deed niet eens in vooroorlogse kunst. Maar niemand was veilig als Lianne Verstraaten ten tonele verscheen. Als een kameleon veranderde zij precies in de persoon die je graag voor je wilde zien: een kopie van jezelf. Sla jij je linkerbeen over je rechter? Dan slaat Lianne haar linkerbeen over haar rechter. Noem jij de doeken van een groot kunstenaar ‘mondriaantjes’? Dan kletst Lianne mee over de mondriaantjes. Spreek je met weidse gebaren? Lianne zwaait en wappert met je mee. Niemand brengt haar van haar stuk. En ze gaat niet weg voordat ze je precies daar heeft waar ze je wil hebben.

Omar huiverde en smeet het rapport op zijn bureau. En wat deed hij? Wat deed hij als hij haar zag, als ze nota bene zijn hoge fort aan de Mahlerlaan binnendrong? Hij verborg zich achter zijn mobiel. Hij sprak een mysterieuze tekst in op haar antwoordapparaat. Hij kwijlde bij de Facebookfoto’s van een meisje dat de kantjes er regelmatig afliep. Wat moest een welopgevoede, stille jongen als hij met haar? Zijn ouders zouden tegelijkertijd een hartstilstand krijgen als hij haar mee naar huis zou nemen! Omar snoof. Alsof daar sprake van was! Hij moest haar eerst maar eens bellen. Hij moest haar echt bellen. Als hij haar niet snel ging bellen, zou hij gek worden. Fuck you, Lianne.

Ineke Riem

4 jaren, 1 maand geleden

Vervalsing

2,1

Wat kon ik doen, als alles al beslist leek?

19.10 uur
Lief dagboek, ik voel me zo ongelooflijk kut. Die regelklus voor mijn baas, crimineel wat een wijf, daar is echt geen eer aan te behalen. Wat ik in gang zet of wie ik ook benader, het gaat allemaal mis. Om gek van te worden. Uit wanhoop heb ik weer alles wat maar in huis te snaaien viel achter elkaar naar binnen gepropt. Chips, worst, kaas, koekjes, die smerige bonbons die mijn moeder laatst had meebracht, zure haringen. Oké, het was ff lekker, op die chocola na, maar nu ben ik er kotsmisselijk van. Letterlijk en figuurlijk. Het lijkt wel of ik zwanger ben, hoewel en helaas: daar is weinig kans op.

Weet je wat zo raar is? Omar, over wie ik je laatst vertelde, duikt elke keer onverwachts op plekken op waar ik ook ben, maar verder gebeurt er niks. Nada, niente. Ik snap er geen reet van. Het maakt me ongelooflijk onzeker. Ik ben verliefd, dat is zeker. Zodra ik hem ergens heb gespot, begin ik te trillen en te schutteren. Het lullige is alleen, dat het steeds gebeurt bij belangrijke ontmoetingen in de Mondriaan-zaak. Waarom is hij dan ‘toevallig’ ook in mijn buurt en waarom doet hij dan telkens alsof hij me zogenaamd niet ziet? Als hij iets wil, moet hij mijn signalen toch langzamerhand wel begrepen hebben, zou je denken. Er klopt iets niet, of ik zie spoken of ik spoor niet. Ik kan me niet voorstellen dat hij verlegen is. Daar is hij het type niet naar. Zal ik een volgende keer dan maar het initiatief nemen? Hem aanspreken? Kijken welk effect dat heeft? Dan weet ik waar ik aan toe ben.

Of zou er iets anders aan de hand zijn? Ik word er een beetje paranoia van en zou haast die waarschuwing van laatst nog gaan geloven. Wat fluisterde die mannenstem ook alweer? ‘Je kunt ook geschaduwd worden door iemand die voor je loopt.’ Een griezelige voicemail was dat, die ik snel wilde vergeten. Hallo zeg, ik laat me niet bang maken. Het slaat ook nergens op, want zeg nou zelf: voor wie ben ik nou interessant? Ik kom net kijken. Of… zou het ook vanwege die Mondriaans zijn? Zitten de Chinezen soms op me te azen en doet Omar mee aan dat spel? Niet als Chinees natuurlijk maar als Arabier, en dan als eentje in een zeer goed geslaagde uitvoering. Pfff, ik krijg het er warm van. Weet je van zijn naam betekent? Bloei!

Balen. Dat rotgevoel gaat niet weg…

19.23 uur.
Daar ben ik weer. Ik heb net mijn vinger maar weer in mijn keel gestopt. Ik weet dat ik dat beter niet kan doen. Wie veel eet, graaft zijn graf met zijn eigen tanden, zeggen de Chinezen, om in dezelfde sfeer te blijven, maar zolang niemand weet heeft van mijn vreetbuien is er niets aan de hand. En ik loos gewoon alles wat naar binnen is gegaan op tijd, voordat het de kans krijgt om te verteren. Ik heb er geen moeite mee. Vreten en direct kotsen, je weet, dat is voor mij een prima middel om mijn frustraties kwijt te raken. Hoe komt het dan dat het vandaag geen gevoel van opluchting geeft?

Ik verlang terug naar mijn studententijd toen het leven simpel en plezierig was. Tentamens leren, scripties maken, wat stelde dat nou voor. Het was vooral vrijheid en lol, zelfs mijn stage was een lachertje. Ging er iets fout? Geen man over boord, ik was niet eindverantwoordelijk, oké, ook al dacht ik soms van wel. Maar nu, mijn eerste baan, dat valt vies tegen. Eigenlijk ben ik ook een naïef kalf. Dacht ik even snel carrière te maken als assistent van de wethouder van Cultuur, of nog beter: haar rechterhand. Zoiets klinkt hartstikke goed toch? Maar is het niet, ik ben vooral de slaaf die de vervelende klussen voor haar mag opknappen. En een beetje waardering voor me uiten? Ho maar! Daar heeft die matrone nooit van gehoord. Is dit het waarvoor ik gestudeerd heb? De werkelijkheid, het ‘echte werk’, is waardeloos. Het kan me gestolen worden.

Vandaag was het helemaal een klote dag, vandaar mijn vreetbui. Dacht ik net die ijsklomp Hester van de Akzo Nobel Art Foundation te priemen, blij dat ik op het laatste nippertje mijn joker in de strijd had gegooid en daarmee haar gevoelige snaar bleek te raken, toen mijn mobiel begon te piepen. Die andere troela tetterde in mijn oor of ik als de sodemieter naar het gemeentehuis wilde komen. Geen verdere uitleg, niets. Eh, hallo, dacht ik, ik ben geen hond die op commando blaft. Ik baalde als een stekker. Dacht ik net beet te hebben, zou mijn vette vis alsnog kunnen ontglippen. Dat heb ik weer. Maar goed, ik gehoorzaamde braaf en het was een meevaller dat ik met die Hester een nieuwe afspraak mocht maken over eventuele sponsoring van Akzo.

Ik had mijn voet nog niet over de drempel van Claeterings kantoor gezet of ik kreeg me daar toch de wind van voren! Waarom had ik haar niet verteld dat de schilderijen waren opgehaald uit de depots van de musea? En wat had ik eraan gedaan om te voorkomen dat het grote doek zo goed als verkocht was aan een rijke Chinees en het kleinere doek waarschijnlijk ook? Ik had haar elke dag op de hoogte moeten houden van mijn stappen. Waarom had ik dat niet gedaan? Waar waren mijn rapporten gebleven? Ze vuurde de ene na de andere snerende, kritische en in mijn ogen onterechte opmerkingen op me af.
Is dit een beoordelingsgesprek, stotterde ik en bedeesd vroeg ik waarom ze me niet de kans had gegeven me daarop voor te bereiden? Ze luisterde niet eens en denderde maar door. Wist ik wel wat de gevolgen van wanprestaties waren voor de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar? Zij zou er als wethouder op af worden gerekend. Zij zou haar positie verliezen en de partij vele stemmen en zetels. Wat ging ik nu ging doen om het tij te keren? Ze besloot met: denk maar niet dat je contract verlengd wordt als je geen bevredigende oplossing kunt bedenken.

Ik was perplex en kon me niet verweren, als ik dat al wilde. Wat een bitch. Als je je verdiept in de belangen van je baas, kun je je eigen belangen beter verdedigen, herinnerde ik me van een van de colleges. Maar zo’n houding kon ik op dat moment echt niet opbrengen, daarvoor zaten mijn tranen te hoog. En ik wilde absoluut niet voor haar ogen een potje gaan zitten janken. Die triomf gunde ik haar niet. Razendsnel probeerde ik mijn emoties en gedachten weer onder controle te krijgen, terwijl zij me ondertussen dreigend bleef aankijken. Wat kon ik doen, als alles al beslist leek? Een benefietconcert organiseren, daar ben ik goed in, zoiets als ‘toppers in concert’, dat is waanzinnig populair, wist ik tenslotte piepend uit te brengen. En makkelijk te kopiëren dacht ik in stilte.

Lief dagboek, je had haar kop moeten zien, wat had ik daar graag een video van gemaakt. Haar gezichtsuitdrukking wisselde van verbazing, afkeer, ongeloof, minachting tot blijde verrassing, opluchting en vreugde. Briljant idee, daar had ik zelf ook al aan gedacht, zei ze ineens beangstigend poeslief, en: mijn fiat heb je. Wat een ongelooflijke trut. En ik kon mezelf wel door mijn kop schieten. Wat had ik me nou weer voor stoms op de hals gehaald! En hoe kan ik in hemelsnaam die Chinees bewerken. Dat lukt me nooit!

Even kijken of er ergens nog iets te kanen is. Ik spreek je later.

Lineske

4 jaren, 1 maand geleden

Ordening en chaos

2,1

Juf Elsje en de 21 bengels

'Zo, jongens en meisjes, jullie hebben vanmorgen gezien dat er een paar schilders bezig zijn bij de ingang van de school. Weten jullie wat ze aan het doen zijn?'
Hoewel ze net opgewonden de klas binnen waren gestoven, keken de kinderen van groep drie van de voorheen Mondriaanschool uit A(…) met grote ogen naar hun juf - juf Elsje, creabea, knutsel- en knuffeljuf, geliefd bij kinderen en ouders om haar kunstprojecten, die veel meer behelsden dan je doorsnee plakplaat of uitgeknipt profiel: een grote maquette van het dorpsplein inclusief kerk, een mini-musical met eigen muziek, een krijttekening die het hele schoolplein besloeg. Nu ook weer was ze ingesprongen op de grote gebeurtenis die die middag op het programma stond: de officiële naamsverandering van de net geen honderd zieltjes tellende school, in het bijzijn van burgemeester, oud-directeuren en lokale pers.
Een meisje stak haar vinger op en zei schuchter: 'Aan het schilderen.'
'Ja Benthe, ze waren aan het schilderen. Maar dat doen ze meestal hè, schilders.' Een paar kinderen lachten. 'Maar wát waren ze aan het schilderen?'
'Letters…'
'Inderdaad letters. Janny, weet je ook wat voor letters?'
Het meisje met het afgeplakte oog achterin de klas bleef het antwoord schuldig. Een jongetje, dat in tegenstelling tot de andere kinderen en om bepaalde reden alleen aan een tafeltje zat op twee armlengtes van de juf en al de hele tijd op zijn stoel had zitten wippen, kon zich niet langer bedwingen en floepte het eruit: 'Een nieuwe naam voor de school!'
'Heel goed, Yannick, een nieuwe naam voor de school. En wat is de nieuwe naam van onze school?' De vraag was nadrukkelijk niet aan Yannick maar aan de hele klas gesteld.
'De Victory Boogie Woogieschool!' klonk het in koor.
'Heel goed. Vanaf vandaag heet onze school de Victory Boogie Woogieschool. Knoop het in je oren van achter en van voren. Jullie zitten nu niet meer op de Mondriaanschool maar op de Victory Boogie Woogieschool. En jullie weten waarom. Jullie hebben allemaal op het jeugdjournaal gezien dat er een nieuw schilderij van de grote schilder Mondriaan is ontdekt: de Victory Boogie Woogie. Een heel belangrijk schilderij, een heel mooi schilderij ook. En het leek de directeur, na overleg met de MR - dat zijn een aantal van jullie ouders die van vergaderen houden - een goed idee om deze naam, juist nu onze school tachtig jaar bestaat, over te nemen. Als hommage, een soort eerbetoon. En natuurlijk ook gewoon omdat het zo'n mooie, leuke, coole naam is. De Victory Boogie Woogieschool… Wat betekent victory?'
'Overwinning.'
'Goed zo. Mondriaan was een heel belangrijke schilder, hè. Hij was de eerste die in zijn schilderijen alleen de primaire kleuren gebruikte. Daar hebben we het uitgebreid over gehad. Kunnen jullie dingen noemen die ook alleen uit primaire kleuren bestaan?'
'De Nederlandse vlag,' zei een jongetje.
'Heel goed, Floris. Blauw en rood zijn twee primaire kleuren. Welke kleur ontbreekt er dan nog?'
'Géééééééél,' klonk het met 120 decibel.
'Precies. Geel. We gaan vanmiddag een groot boek aan de burgemeester aanbieden met al die prachtige tekeningen die jullie in de primaire kleuren hebben gemaakt. En wat gaan we nog meer doen, Philomene?'
'Een levende Victory Wookie Kookie maken.'
De klas barstte in lachen uit. Elsje moest zeker een minuut wachten tot de boel bedaard was, moest vooral Yannick tot rust manen die naast zijn tafel met zijn vuisten op zijn benen stond te timmeren.
'Het is ook een moeilijke naam, hè, maar het zal wennen. Maar dat gaan we doen, met die mooie gekleurde vellen die jullie hebben,
een levende Victory Boogie Woogie maken. En dadelijk gaan we nog een keer voor het allerlaatst oefenen, met jullie nieuwe school-t-shirt aan. Dat t-shirt mag je vanmiddag na school aanhouden, want morgen is de jaarlijkse sportwedstrijd tegen de Rien Poortvlietschool uit B(…). Dan kunnen we gelijk onze nieuwe naam op de kaart zetten. Het zijn drukke tijden, jongens en meisjes. Rien Poortvliet schilderde niet in primaire kleuren, hè. Wat maakte hij wel?'
'Kitsche kaboutertjes en kitsche hertjes,' klonk het klasbreed.
'Precies. En gaan we winnen morgen tegen de Rien Poortvlietschool, onder onze nieuwe naam, met ons nieuwe t-shirt?'
'Jaaaaaaahhhh!'
'Alleen winnen of nog ietsje meer.'
'Vernietigen!!!'
'Heel goed,' zei juf Elsje, 'annihilate 'em, crush 'em, destroy the súckers' voegde ze er sissend aan toe, onderwijl onder de tafel wurgbewegingen makend à la John Cleese in Fawlty Towers. 'Maar voor we straks de nieuwe shirts aandoen en voor 't laatst gaan oefenen, wilde ik het nog even over Mondriaan hebben. Mondriaan was een wijs man. Hij vond dat je als mens steeds moet proberen jezelf te verbeteren. En kunst, zo meende hij, is een van de middelen die je daarbij kan helpen. Dat probeer ik en proberen ook de andere juffen en de meester jullie bij te brengen. Maar aan het einde van zijn leven raakte Mondriaan in de war. Hij deed iets heel geks. Wat deed hij toen?'
Grote ogen, een paar schuifelende voeten.
'Niemand?' Juf Elsje trok aan haar oor, draaide haar hoofd richting klas. 'Zal ik het zeggen? Hij… Hij sneed zijn oor eraf.'
Open monden en geschrokken blikken. Een zacht 'Jaaaah' klonk uit de monden van een paar kinderen die de klok hadden horen luiden maar van de klepel niet wisten. Yannick stond al naast zijn stoel.
'Juf, dat was van Gogh!'
'Yannick, voor de zoveelste keer, ga zitten en spreek me niet voortdurend tegen. Ik ben het nu een beetje zat. Nog één keer en ik stuur je naar meester Kees.'
'Daar ben ik net geweest, juf, en echt, het was van Gogh!'
'Yan-níck, ga zitten op je stoel.'
Maar Yannick bleef staan, onmachtige tranen welden op in zijn ogen. 'Juf, echt, kijk maar op Wikipedia.'
Het ging nog even door zo, eindigde er mee dat Yannick de klas verliet, weer op weg ging naar meester Kees. De juf vroeg de kinderen hun genummerde en gelamineerde gekleurde vellen uit hun laatje te halen en begon de nieuwe t-shirts uit te delen, met daarop uiteraard het schilderij waarnaar de school was hernoemd, met daaroverheen dezelfde letters die de schilders buiten bezig waren aan te brengen, letters geënt op het handschrift van de grote schilder. Toen alle t-shirts waren aangetrokken, vroeg juf Elsje de kinderen in de goede volgorde op te stellen en naar het schoolplein te gaan voor de generale repetitie. Maar eerst zwaaide daar de deur van het lokaal open en kwam Yannick binnen stormen: 'Juf, meester Kees zegt ook dat het van Gogh was!!'

De fotograaf tevens verslaggever van 'De Appelvanger', het sufferdje van A(…), stopte zijn notitieboekje weg en haalde zijn Nikon D3100 tevoorschijn. Op dagen als deze kon hij zich wel door zijn kop schieten. Gouden en diamanten bruiloften, een zwangere koe in de sloot, een naamsverandering van de school… Niets te beleven hier in dit gat afgezien van 'De Appelvanger' ongeveer in zijn eentje volschrijven en foto's maken die geen ziel ondanks hun artistieke waarde wist te waarderen. Dit gat, 't was te klein voor hem. Hij stond naast de burgemeester, een oude, heel oude oud-directeur van de school en de complete staf: Elsje, drie andere juffen en meester-directeur Kees. Achter hem stonden de andere groepen leerlingen en daarachter de ouders.
Groep drie kwam naar buiten. Yannick voorop met de vlag, niet te stuiten en veel te ver vooruit, daarachter de rest in het gelid. Midden op het schoolplein gingen ze in een ruitvorm staan en bogen zich voorover zodat alleen ruggetjes te zien waren. Juf Elsje stapte naar voren en telde af. En toen begon het. Vellen gekleurd papier kwamen omhoog en vormden een levende Victory Boogie Woogie. Een 'Oooooooohhh' steeg op uit de groep toeschouwers. Op het tellen van Elsje werden de vellen omgedraaid en een nieuwe Victory Boogie Woogie was zichtbaar, waarop nog een 'Oooooh' klonk. Kinderen bukten weer, vellen papier werden kennelijk verwisseld want een nieuwe variant van het schilderij verscheen, en zo ging het door, vier, zes, acht, tien zinsbegoochelende varianten van de Victory Boogie Woogie werden tevoorschijn getoverd, ritmisch perfect gecoördineerd, een levend mozaïek, een grote caleidoscoop.
Dat heeft ze mooi voor elkaar gekregen, die Elsje, dacht de burgemeester, een aanwinst voor onze gemeenschap. En een malse bilpartij heeft ze ook. Ik moet haar eens bij me uitnodigen, alleen hier in dit gat is niets voor zo'n jonge vrouw. Hij zag haar al voor zich, wandelend door zijn ambtswoning, naakt op zijn ambtsketen na.
In onze tijd hielden we ze klein, de kinderen, dacht de oud-directeur. Een liedje, bevend van de angst, zover kregen we ze nog net. Nu krijgen ze vleugels. Kijk ze eens vliegen, als er geen zwaartekracht was zouden ze hoog achter de horizon verdwijnen.
Beter dan het origineel, dat nog niet eens af is en met stukjes plakband aan elkaar schijnt te hangen, dacht de vader van Janny. En ze doet goed mee, heeft eindelijk eens geen kans de dingen omver te lopen. Achter hem verzuchtte de moeder van Yannick: 't Wordt weer een latertje vanavond. Stuiteren tot in het weekend.
De fotograaf-verslaggever bleef schieten, had zijn camera in de burstmodus. Hij beleefde iets dat dicht in de buurt van een epifanie kwam. Kunst van kunst, idee op idee… Schopenhauer had gelijk, alleen kunst verlost ons van onze misère. En overal, ook hier, kan zij bloeien. Toen daar ook nog opeens een Victory Boogie Woogie-canon uit het levende schilderij opsteeg, gingen de sopraanstemmetjes net als het jongenskoor uit de Matthäus Passion die hij jaarlijks bijwoonde rechtstreeks naar zijn hart. De eerst tranen rolden over zijn wangen. Voor even was hij helemaal met zijn bestaan verzoend.

Gregor Verw...

4 jaren, 1 maand geleden

Kleuren van Nederland

4,2

De rug van arie boomsma

[uitgeschreven gesprek bij De Wereld Draait Door, 23 mei jl.]
MvN: Arie, waar gaan we het over hebben?
AB: Over de Victory Boogie Woogie. Ik zag eergisteren op het journaal die kamervraag van Mona Keijzer. Geweldig, dat die vrouw zo voor kunst durft op te komen! De kunst is weer helemaal terug, dat merk je aan alles, hè. Kunst mag weer.
MvN: Ineens mag het weer, hè. Laten we even gaan kijken, we hebben hier natuurlijk een filmpje van:

Mona Keijzer: Wat is het standpunt van de minister ten aanzien van de verkoop van de derde Victory Boogie Woogie? Omdat de regering geen actie heeft ondernomen dreigt dit internationale topstuk van een van de belangrijkste Nederlandse schilders van de twintigste eeuw naar het buitenland te verdwijnen. Hoort het niet tot de taak van de regering het nationale erfgoed te beschermen en voor het Nederlandse volk te behouden? Kan de regering, eventueel in samenspraak of zelfs samenwerking met het bedrijfsleven, niet optreden om het verdwijnen van dit werk te voorkomen?

AB: Als ik zoiets hoor dan moet ik dat helemaal uitzoeken, hè. Dus ik ben gaan lezen. En gaan kijken natuurlijk. Die Mondriaan, dat is wel wat hoor! Een rare snuiter. Eigenlijk was het een soort calvinist, maar dan in de schilderkunst. Al die vlakjes en lijnen van hem, ja, ik vind dat schitterend, die vormen een soort spirituele zoektocht, naar de waarheid.
MvN: Een man naar jouw hart, Arie!
AB: Zeker, zeker. Dus ik heb bedacht, hier moet ik iets mee. Dit schilderij, de kenners vinden een van de grootste werken van Mondriaan, wordt nu verkocht naar China. Daar komt het in een bedrijfscollectie te hangen. Alleen managers en hun zakencontacten krijgen het nog te zien! Dan kan het toch veel beter in een Nederlands museum komen?
MvN: En wat ga jij hier aan doen, Arie?
AB: Ik ben een actie begonnen. We moeten het niet aan Mona Keijzer overlaten om de regering terug te fluiten, we moeten het zelf doen. Stuur e-mails, stuur brieven, bel op, laat de regering weten dat dit niet mag gebeuren. En om te laten zien hoe belangrijk ik dit vind, laat ik de Victory Boogie Woogie op mijn rug tatoeëren.
MvN: Je had nog een plekje over, Arie?
AB: Op ware grootte gaat niet lukken, maar het wordt een flinke plaat. Het gaat me hierom: wat hebben we over voor kunst? Zijn we bereid om kunst echt een plaats te geven in onze maatschappij?
MvN: Of in jouw geval, op je lichaam.
AB: Precies! Ik heb al een afspraak met Henk Schiffmacher gemaakt, die wil het gratis doen. Voor de goede zaak!
MvN: Wanneer gaat het gebeuren?
AB: Volgende week.
MvN: En kom je hier het resultaat laten zien?
AB: Natuurlijk. En verslag uitbrengen van het verloop van de actie.
MvN Daar houd ik je aan. Aan tafel!

Han van der...

4 jaren, 1 maand geleden