Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

De schoenen van de vrouw van Chen

Fei Fei

1,5

De kleine rivier

Nadat ik Roderik had gesproken, belde ik niet met Wong: ik sloop het hotel uit. Bij de receptie, op de trappen keek niemand op of om en toch was het alsof ik ontsnapte. De afgelopen tijd had ik op zoveel plekken opgesloten gezeten, eerst op het schip, toen in het appartement van Roderick. En dan had je de uitstapjes, als bubbels in de tijd: de avond in de televisiestudio, het weerzien met Chen in een warenhuis, de morsige hotelkamer, de roulettetafel waar ik Wong ontmoette. Ik was op veel plaatsen geweest maar overal was ik mee naartoe genomen of heengebracht, gedropt of begeleid als iemand die onder toezicht staat.
Het was een van de eerste mooie dagen sinds onze aankomst. De lucht was waterig blauw. De kleine rivier die midden door de stad liep glom. Ik bleef er langs lopen, zo dicht mogelijk langs de kade, de auto’s en fietsen die er geparkeerd stonden omzeilend. Er stonden planten in teilen en potten. Ik herkende rode tulpen en een kleine bamboesoort maar veel planten kende ik ook niet. Het groeide lukraak door elkaar, zonder orde of structuur. De bomen hadden nog net die lichtgroene kleur van het vroege voorjaar. In de rivier lagen boten waar mensen op woonden. Sommige boten lagen zij aan zij. Om op de achterste te komen moest je over het dek van de buren lopen. Door een open raam zag ik een man in blote bast die zich uitrekte. Hij zette zingend koffie. In Nederland gebeurde veel in het openbaar. Men riep, men schreeuwde, men toonde zich. Men sprak zich uit. Zwijgen was niet de sterkste kant van de Nederlanders, ik hoefde alleen maar te knikken en er was me van alles verteld de afgelopen weken, behalve hun strategieën bij de verkoop van die schilderijen hadden de Hollandse mannen me hun levens uit de doeken gedaan. Van Roderick wist ik inmiddels alles over zijn bazige moeder, journalisten hadden me steevast aangesproken of ik hun beste vriendin was. Steeds keken ze me recht in de ogen, alsof ze me gingen aanvallen.
Een bel rinkelde, ik sprong opzij, een man met twee kinderen in een soort bakje voorop zijn fiets, reed me bijna omver. Hij was aan het bellen. Hij leek een beetje op die presentator van die talkshow, van dat woeste haar. Je kon wel zien dat ze hier nog van de Vikingen afstamden. De kinderen zagen er al even woest uit, hun lichtblonde haren waren ongekamd en ze gilden boven het gerammel van het voertuig uit. Een had een hondje op schoot dat luid begon te keffen toen de man om een geparkeerd busje heen laveerde.
Ik liep langs een groot gebouw, het was zeker honderd jaar oud. Hermitage Amsterdam stond erop, de mensen ervoor droegen sportieve jacks. Dat viel me ook op, veel mensen zagen er hier uit of ze net uit bed kwamen of op het punt stonden een grote sportieve prestatie te gaan leveren.
Trams rinkelden en passeerden elkaar. Wit en blauw. Ik stak over tussen vele nationaliteiten. Een groep Japanners volgde een gids, de paraplu’s in de aanslag. Een plein met een rond bakstenen gebouw met veel glas, grote wit met roze taart. Langs de rivier stonden bankjes, ik ging zitten en zag een witte zwaan die dobberde op het grauwe water. Mijn jas was te dun en toch was het goed om hier te zijn, alleen op een bankje aan de kleine stadsrivier, met niemand die iets van me wilde. Even dacht ik dat dit zelfs beter was dan het zwijgend naast Chen zitten. En die ene gedachte zorgde ervoor dat ik een besluit nam.

Sanneke van...

4 jaren, 6 maanden geleden

Cultuur in crisistijd

Fei Fei

1,5

Op naar de haven

Weet je, Roderik kreeg de Victory maar niet verkocht aan een van zijn ‘vriendjes’ en de tijd verstreek, er gebeurde niets, het schilderij lag stof te verzamelen in het depot van het Rijksmuseum, dus ik heb het heft maar weer eens in eigen hand genomen. Sommige mannen… ze brengen met veel kabaal dingen wel aardig op gang, maar ze bezitten zelden de kracht om hun plan werkelijk tot een einde te brengen.

Dus belde ik Bert op – hij beweerde tenminste nooit meer te zijn dan hij was. Hij kwam me in zijn oude Peugeot ophalen uit zo’n slagroomtaartig vijfsterrenhotel. Oet oet, drukte hij op zijn stuur en uit zijn opengedraaide raam riep hij in het Engels iets van: ‘Hé wijfie, hier zo’. Waarop ik, als een hoertje, in zijn raam voorover boog en hem mijn waar aanbood. Hij kon zijn lach maar met moeite onderdrukken.

Van alle Nederlanders had ik Bert als eerste ontmoet, in zijn loods, nadat ik een voet op de kade had gezet: hij als geen ander zou me ook weer terug naar die plek moeten brengen. Wat een grap: het begon in de haven, het piekte even in een vijfsterrenhotel en nu gaan we weer terug naar de haven. Is dat niet het leven in het kort? Je bent niets, dan ben je even iets, en daarna keer je weer terug naar het begin.

We haalden de Victory op uit het depot van het Rijksmuseum. Ze sputterden wel tegen, dat had ik verwacht, maar ze hadden geen poot om op te staan. Ik ben tenslotte nog steeds de eigenaar.

Op weg naar de haven pikten we Botering op. Bert en Botering raakten meteen in een vurig gesprek verwikkeld, waarbij Bert regelmatig achterom keek naar Botering op de achterbank, waardoor een paar keer een ongeluk maar net werd vermeden. Want het is uitgelekt dat de gemeente Amsterdam de twee werken wil kòpen, terwijl Gemeentemuseum Den Haag hun VBW juist wil vèrkopen. Andere media spraken dit gerucht weer tegen: niet de VBW uit Den Haag zullen ‘we’ verkopen, juist èèn van de twee laatst opgedoken versies gaat verkocht worden aan China. Welke van de twee is dan weer onduidelijk. Of toch allebei? Interessant aan deze discussie vond Botering dat het niet langer om de kwestie van het geld ging: in de discussie was het woordje ‘we’ steeds vaker gevallen. ‘We gaan deze werken niet zomaar laten weghalen naar China,’ is de protesttoon van een groeiende groep mensen die de kunstwerken als Nederlands gedachtegoed is gaan toe-eigenen.

Bert was het hier helemaal mee eens, en reed bijna van de weg af, toen hij zich, met het stuur in zijn handen geklemd, naar Botering omdraaide. Sterker nog, riep hij boven de motor uit, nu komt naar boven wat al langere tijd onder de oppervlakte van de maatschappij borrelt (of eigenlijk had hij het laatst in de column van een krant gelezen): we worden eindelijk verlost van de terreur van de wansmaak. Er zijn te veel mensen die er genoeg van hebben dat Nederland de afgelopen jaren in een soort Volendam aan het veranderen was, waar Geert Wilders als een held werd gezien. Die tijd is voorbij, hij heeft afgedaan en deze kunstwerken staan symbool voor een nieuwe orde. We hervinden ons en iemand uit het buitenland, uit China nota bene, heeft ons ons besef van waarde teruggegeven. Dus gaan we dat nu niet alweer weggeven. De werken hebben hun plek hier, als onderdeel van de geschiedenis van dit land. En van de toekomst, vulde Botering met zijn piepstemmetje aan. En dit allemaal is in gang gezet door iemand van buìtenàf, herhaalde Bert hoofdschuddend, een beetje geëmotioneerd. En hij keek veelbetekenend naar mij.

We reden de haven binnen terwijl er boven ons een vliegtuig overvloog. Tijdens die oorverdovende herrie zag ik Chen op de boot staan. Opeens leek het allemaal weer zo dichtbij, wij twee, dagenlang op dat bootje op zee, hopend op geluk, en die momenten met hem kwamen me niet langer als beklemmend voor, zoals het toen wel leek, maar juist gezellig en vertrouwd, die momenten wàren het geluk. Naar dat geluk riep ik uit het autoraam: ‘Chen! Chen!’

Hij stapte de kade op en ik stapte de auto uit. Hij leek verrast me te zien, hij leek iemand anders te verwachten, was afgeleid. Ik had op een kus en omhelzing gehoopt. Daar, op de kade, dat zou toch mooi zijn geweest? Hij zei dat hij inderdaad ieder moment Wong verwachtte. Waar ik meteen zenuwachtig van werd. Wong, hier? Ik dacht hem juist achtergelaten te hebben, daar, in de stad. Intussen waren Botering en Bert ook uit de auto gestapt, met de Victory. Ik wilde dat werk aan Chen geven, in een verzoeningspoging, maar ik zag Bert ermee weglopen, richting een loods. En zag ik daar nu een glimmende zwarte auto aan komen rijden? Er gebeurde zoveel tegelijk, ik had me het weerzien heel anders voorgesteld.

Robbert

4 jaren, 6 maanden geleden

De prijs van kunst

Lianne Verstraaten

2,6

Mooie nagelriemen

'Hoi Hester! Lianne Verstraaten, we hebben elkaar al eens ontmoet bij een borrel op de Zuid-as. Die kunstmanifestatie.’
Hester kijkt alsof ze vis ruikt.
‘Ik ben de assistente van Carla Claetering.’
‘Ooo! De assistente! Aangenaam.’
‘Ik wil het even met u hebben over de Victory Boogie Woogies.’
‘Ja, in Den Haag is het een heksenketel, hoorde ik al. En hier, in Amsterdam, nog twee of drie, of hoeveel waren het er? Wat een gedoe, zeg.'
Ze pakt haar lederen tas erbij, haalt haar telefoon eruit. Een smartphone, in een hoesje van hetzelfde leer als de tas: de nageboorte van het gedrocht om haar schouder.
'Nou, zo'n gedoe is het niet, hoor. Zullen we even gaan zitten?'
Lianne wil naar de tafel lopen, maar schrikt af van het blok graniet waarin Hester is veranderd.
'Weet je, eh-'
'Lianne'
'Lianne, ja. Lianne, ik heb eigenlijk nu een afspraak.'
'Ehm, ik ben uw afspraak. Uw secretaresse heeft me net binnengelaten.'
'Aha! Oke. Die mondriaantjes dus? En… wat wilde je me daar precies over vertellen?'
'Het is meer een vraag. Ik weet dat u kunst voor een breed publiek toegankelijk wilt maken.'
'Klopt! Ik vind dat ieder mens recht heeft-'
'Daarom wilde ik u vragen, namens mevrouw Claetering, of Akzo Nobel Art Foundation misschien geïnteresseerd is in het behouden van Hollands glorie, namelijk die, eh, mondriaantjes die nu circuleren?'
Hester neemt haar leesbril af, laat hem bungelen terwijl ze Lianne meewarig aankijkt.
'Mondriaan? In ons fonds?! Maar kindje, je weet toch wel hoe duur die werken zijn? Die werken zijn miljoe- nee, miljárden waard! '
De bungelende bril verdwijnt in de tas.
'De gemeente wil dolgraag dit kostbare erfgoed behouden, alleen heeft niet de middelen. Daarom kwamen we bij u uit,’ zegt Lianne, terwijl Hester haar nagelriemen bijwerkt. ‘We gaan dolgraag met u de samenwerking aan om deze kans met beide handen aan te grijpen! Gemeente Amsterdam zal u helpen waar ie maar kan. U weet hoe goed de connecties van mevrouw Claetering zijn met de milieudienst, niet waar?’
‘Lianne, ik weet niet waar je op doelt. Ik weet alleen dat wij van Akzo Nobel het erg goed zelf kunnen. De gemeente Amsterdam moet blij zijn dat we niet al naar Den Haag zijn vertrokken!’
Ze snuift. Haar lok waait heel even omhoog.
‘Mevrouw, begrijpt u: dit is dè kans om het Nederlandse volk te tonen waar u voor staat. En we hopen natuurlijk dat door deze aankoop mensen weer naar het museum worden getrokken en worden geïnspireerd door kunst, ópen gaan staan voor kunst, want dat is toch wat u wilt?’
‘Lianne, toch. Natuurlijk wil ik dat, maar we moeten wel reëel blijven.’
‘U zegt zelf op uw site, dat iedereen voor kunst vatbaar is, dat het geen kwestie van veel of weinig kennis is, maar van openstaan. En als er iets is wat mensen laat openstaan, is het de VBW! Dat is wel te merken aan alle mediaheisa rondom de werken. Het zou toch mooi zijn als dit virus zich verspreid onder de mensen en musea hip worden! Het zou zonde zijn om deze bevlieging van het volk niet te gebruiken om men weer in de ban te laten komen van kunst! Kunst! Kunst voor iedereen!'
Waar kwam dit opeens vandaan? Zat er nog XTC van afgelopen weekend in haar bloed of zo?! Misschien iets rustiger aan doen. Hester is natuurlijk wel een vrouw met macht. Vrouwen met macht, dat wist ze inmiddels al, moet je benaderen als een man met macht: van achteren.
'Lianne, kindje. Ik vind het een erg mooi idee, ik snap dat je het al helemaal voor je ziet, maar we moeten ook denken aan ons budget. We zijn er vooral om jonge kunstenaars te begeleiden. Onze begroting is niet gebouwd op dit soort uitgaven. Misschien kan je er beter nog even met Carla over hebben, voordat je weer een afspraak maakt met iemand uit het veld.'
'Maar als jonge kunstenaars zich in een fonds bevinden waar ook de VBW’s toe behoren, dan is dat werk toch een goed smeermiddel om publiek te lok- eh, aan te raken?'
Hester kijkt op haar horloge.
'Maar als u het niet ziet zitten,’ Lianne knoopt haar jas dicht, ‘dan gaat het over.’
‘Sorry, liefje. Doe Carla de groeten van me. En de mensen van de milieudienst.’
‘Dat zal ik morgen doen. Ik moet nu eerst naar het bestuur van de Caldic Collectie. Ze denken erover een dependance in Amsterdam te starten.’
Ik draai me half om. ‘Tot ziens!’, loop in de richting van de automatische deur.
‘Lianne? Lianne! Wat dom van me! Ben ik helemaal vergeten je rond te leiden door onze collectie! Die vind je vast interessant, nu je toch zo met kunst bezig bent.’
Hebbes.
‘Of moet je echt nú weg?’
Lianne draait zich om, haar gezicht in de plooi.
‘Nee, ik heb nog wel een kwartiertje.’

Fleur van G...

4 jaren, 6 maanden geleden

De prijs van kunst

Chen

2,1

Terug naar waar het allemaal begon: op de Elefteria

Voorop liep Li, dat wil zeggen, achterwaarts en angstvallig omlaag kijken, naar het donkere water. Dan volgde de kist met de Victory Boogie Woogie, een halve meter zwevend boven de loopplank. Tot slot kwam Chen, enigszins gebukt, zijn gezicht vertrokken en zijn handen om de onderkant van de kist geklemd. Na een knikje van Chen zakten hij en Li door hun knieën en zetten ze het schilderij op het dek. Beiden strekten en bogen hun vingers, veegden ook het zweet van hun voorhoofd. Ze leken elkaar na te bootsen, de een het origineel van de ander, en dus beide niet alleen echt en authentiek, maar ook een geraffineerde kopie, zoals tweelingen.
Glimlachend keek kapitein Papadiamantes toe, ‘alles stroomt, alles keert weer tot zijn oorsprong terug. Als dat schilderij ergens thuishoort, is het wel op dit schip. Zal ik de trossen alvast losgooien, dan gaan we een eindje varen. Zijn we van het hele gezeik af. Ik word nog steeds ondervraagd, door de douane, door de politie, door de pers, malákes. Ze laten me nog geen seconde met rust.’
‘Nog even blijven liggen, we zijn hier nog niet klaar, we verwachten bezoek,’ zei Chen, en aan zijn stralende gezicht was te zien dat hij Wong hoger aansloeg dan alle mensen die hij vanwege de schilderijen in Nederland had ontmoet, alsof hij met de komst van de hooggeplaatste Chinees weer werd opgenomen in gezagsverhoudingen waarmee hij van kindsbeen vertrouwd was. Het had ook met geen mogelijkheid kunnen slagen: zaken doen in een land dat hij niet kende en waarin hij zijn plek niet had. Alle gevoel voor verhoudingen was hij kwijtgeraakt, zelfs was hij als een slaapwandelaar achter die maffe kunstenaar aangelopen, het had hem niets dan gedoe opgeleverd. Wat hem betreft was met Wong de orde weer hersteld; alles moest nu wel goed komen.
Van Papadiamantes kregen ze toestemming de kist in de kapiteinshut neer te zetten. Dat was een gepastere omgeving om de Victory Boogiewoogie aan Wong te presenteren, dan Chen’s hut. Er hing een gewijde sfeer. Behalve met foto’s van vrouwen (het viel niet uit te maken wie zijn vrouw was, wie zijn dochters en minnaressen, wie zijn moeder) was de ruimte behangen met wandkleden en iconen. Het ontbrak er nog maar aan dat er ook wierook werd gebrand. Achteloos pakte Chen een boek van tafel; ‘door mijn grootvader geschreven, Alexandros Papadiamantes, een schrijver die zijn hele leven arm is gebleven maar wiens boeken meer waard zijn dan al die dure schilderijen van jullie bij elkaar. Beter nog dan Tsjechov, heren, maar wie kent hem nog?’ zei de Griekse kapitein met een zucht.
Hij wees naar een grote doos, ‘pas bezorgd, bestelling van je vrouw. In je hut staan nog meer dozen. Het was hier de afgelopen dagen een komen en gaan van bestelbusjes. Alsof ik dat erbij kon hebben.’
Met een mesje sneed Chen de tape door, laarzen met pantermotief, zo lang dat ze bij haar tot haar liezen moesten komen.
‘Het is zo genoeg geweest, die gaan dus niet mee. Als je me aan een telefoonnummer kan helpen, laat ik een koerier komen,’ en hij sloot de doos met een klap.

Voor het eerst in die weken begon de zon te schijnen, geheel onverwacht, want de hemel leek nog altijd potdicht te zitten. Een verticale lichtbaan kwam er dwars doorheen en liet de roestige staalplaten van de Elefteria opvlammen. Met Papadiamantes wachtten Chen en Li op het dek. In de verte zagen ze de fietshandelaar de ene na de andere fiets naar de garage van Godfried de Ridder rijden. Telkens maakte hij de meest wilde bochten, het zag er frivool uit, het leek of hij er een spelletje van maakte, maar misschien probeerde hij alleen maar plassen en kuilen te ontwijken. Uiteindelijk reed hij elke fiets de donkere muil van Godfrieds garage in, de kunstenaar zelf kregen ze niet te zien.
‘Gaat dit nog lang duren?’ vroeg Papadiamantes met een geeuw.
Chen keek op zijn gsm. ‘Ze hadden er al moeten zijn.’
‘Ik heb nog een fles raki staan…’
‘Dacht dat we alles al opgemaakt hadden…’
‘Er is altijd nog één fles meer, maar dit feest moet niet te lang gaan duren.’
Nogmaals tuurde Chen tussen de loodsen door, gebarsten beton, modder, plassen. Toen toch een geronk, een auto bonkte door de kuilen, het bordeauxrood van een oude Peugeot, zo leek het, hoe dan ook niet het glanzende zwart waar ze naar uitkeken, en hij draaide zich naar de kapitein, die met een fles zonder etiket in zijn ene, en drie glaasjes in zijn andere hand uit de stuurhut opdook.
Chen en Li hielden hun glaasje bij, Papadiamantes schonk in. Een vliegtuig vloog laag over; even leek alles gevangen in een alomvattend razen.
‘Chen! Chen!’ klonk een schelle, hoge vrouwenstem toen de wereld weer open lag.
Hij draaide zich naar de wal - Fei Fei.
Ze zat nog in de auto, alsof ze bang was uit te stappen. Hij zag dat ze niet alleen was.

Edzard

4 jaren, 6 maanden geleden

Geldnood

1,5

Banken

Ik wil verder gaan, deze keer,” mompelde Godfried tegen de spiegel. Het was 11 uur, en hij had besloten dat zijn kater zijn dag niet mocht verpesten. Hij zou gewoon doen alsof het een werkdag was, een dag vol inspiratie, zelfs. Had hij niet zijn doelen onlangs hoger gesteld? Hij legde zijn tandenborstel in het glas naast de kraan en pakte zijn telefoon. “Je moet onmiddelijk komen, Stefan, en laat die snuffel-stagaire alsjeblieft thuis, hoe lekker ze ook is.” Godfried wachtte niet op antwoord en drukte hem weg. Nog geen drie seconden later klonk het riedeltje. Christiaan. “Ben je nog pissig, Godfried? Ik voel me net zo klote als jij, hoor.” “Nee, sorry, ik was dronken, man. Komt de laatste tijd te vaak voor, weet ik. Vandaag is de dag gekomen om aan de wereld te laten zien dat ik wél een echte kunstenaar ben. Kom je deze kant op? Ik heb je nodig.” Anderhalf uur later knipte Stefan de lamp op de camera aan en richt de lens op Christiaan. “Zonder poeder op je kop ben je net een lullend lijk, maar goed, alles voor de kunst nietwaar”, zei hij, terwijl hij de camera scherpstelt. Tegen zijn zin pakte Christiaan de microfoon, kijkt in de camera en leest van de door Godfried omhoog gehouden beschreven kartonnen borden: “Net als de twintigste eeuw was de eenentwintigste goed begonnen. De technologiesector groeide als een dolle waardoor de beurs blaakte van vertrouwen. Shoppen was een nationale hobby geworden en bij een beetje middenkader aanstelling kreeg je na een positief verlopen sollicitatiegesprek de autosleutels van een zilverkleurige leaseauto overhandigd. Beste kijkers, het werd nog gekker: op een dag kreeg de hele Nederlandse bevolking een snip van de regering, gewoon, voor de geef. Achteraf kunnen we stellen dat het allemaal hysterie was, egotripperij en ingebeelde superioriteit. Alsof we het allemaal in de hand hadden, terwijl een koe kon zien dat de Westerse wereld op haar retour was, en dat China bezig was aan een niet te stuiten opmars.” “Heel goed,” zei Godfried. “Het moet lijken op een solide reportage. Een verantwoord dingetje, een leep en listig verantwoord dingetje. Jij bent de perfecte journalist zo, in je regenjas. Ze moeten echt denken dat we iets essentiëels gaan zeggen over dat schilderij.” “Terwijl deze documentaire het kunstwerk moet worden,” vulde Stefan aan, niet zonder cynisme. “Inderdaad,” glom Godfried, die zich voor het eerst in decennia begrepen voelde. “Want binnen de lijst van het schilderij is alles al gezegd. Hedendaagse kunst is transmediaal, en is veel meer te lokaliseren in connectiviteit dan in het intraculturele domein. Het hyperbole van de geactiveerde socialiteit is wat nu tot expressie moet komen, aangezien de openbaarheid het speelveld van de kunst is geworden.” Christiaan wisselde een blik met Stefan. “Kan ik doorgaan?” vroeg hij, de stilte doorbrekend. Godfried schikte wat aan de regenjas en de haarlok van Christiaan, keek door Stefans oculair en zei: “Kun je nog wat uitzoomen zodat die boot echt als boot herkenbaar is?” Stefan draaide wat, sjorde wat aan het statief en knikte. “Ga maar.” Christiaan las zo goed en zo kwaad als het ging van de provisorische autocue: “Maar laten wij eens proberen te begrijpen waarom het schip hier achter mij zo belangrijk is geworden voor het collectieve humeur van onze natie. Misschien ligt daar het antwoord op de vraag waarom de kunst zo laag in aanzien staat, tegenwoordig.” “It's a wrap!” Riep Godfried en hij grijnsde tevreden. Ik zal de wereld eens laten zien wie hier de media bespeelt, en wie hier de door de media bespeelde partij is.

Siem

4 jaren, 6 maanden geleden

De prijs van kunst

1,5

Belangen

'Als je er goed naar kijkt, zie je dat al die kleurige blokjes in het gareel worden gehouden door de strategische verdeling van het blauw over het veld. Precies zoals in de werkelijkheid. Een paar grote politiebureaus die de boel overzien, een paar kleinere politieposten in de wijken, en tenslotte hier en daar wat stille speurders tussen de meerkleurige bevolking. Alleen op deze manier wordt het rode, het gele en het zwarte gevaar een halt toegeroepen, namelijk door er genoeg blauw tussenin te zetten,' zei mevrouw Claetering ferm, terwijl ze probeerde de dop van een thermoskan los te schroeven. 'Je moet alleen op die oranje stip drukken, hij hoeft er niet af' zei Lianne, terwijl ze haar dossiermap op een van de tafels legde en haar handen uitstrekte om de koffiekan over te pakken. Mevrouw Claetering keek gekweld, verbeten en tenslotte hulpeloos naar haar assistente en gaf de kan over. 'Dat geel is te licht voor de NS, toch?' Ook Lianne kreeg de koffiekan niet open en begon ongeduldig te worden van het gehannes, maar ook vanwege de algehele hysterie die aan de oppervlakte was gekomen sinds het schilderij in Amsterdam was gearriveerd. 'Wat zeg je nou?' zei ze geïrriteerd. 'Ik zoek naar connecties. We hebben straks wéér honderd miljoen nodig, als we dat ding hier willen hebben en houden, dus me dunkt dat we als een haas een paar grote clubs moeten gaan zoeken die dat kunnen en willen dragen. Of die dat ding kunnen commercialiseren, toegankelijk maken voor het grote publiek. Draagvlak, snap je? Museumbezoek inclusief treinkaartje, dat soort dingen. Dat rood heeft wel iets van het rood van Vodafone, toch? Kijk nou verdorie eens goed naar dat schilderij!' 'Waarom gaat altijd alles alleen maar over geld tegenwoordig,' zuchtte Lianne en ze zette de koffiekan ongeopend terug op tafel. 'Omdat we ook niet weten of we die twintig miljard euro die we laatst aan die kapseizende landen hebben gedoneerd ooit nog terug zullen zien. Omdat China bezig is Afrika een infrastructuur te geven in ruil voor haar natuurlijke hulpbronnen. Omdat de zonen van het Hemelse Rijk ons met hun lage lonen momenteel schaterlachend beconcurreren,' zei Claetering bits, 'dus ga eens aan de gang, meid, te beginnen met het nabellen van die bankdirecteur en die mediamagnaat die hier vanmorgen waren.' 'Thee dan maar?,' zei Lianne, en haar stem klonk brozer dan ze wilde. 'Laat maar zitten, ik kom te laat voor de volgende vergadering.' Nurks herschikte ze de rechter schoudervulling van haar koningsblauwe blazer, keek links en rechts om zich heen alsof ze haar troepen verzamelde en stak haar kin naar voren. 'Aan de slag, ik reken op je.' 'Ik begin wel met het bellen van die Omar,' zie Lianne zo terloops als ze kon.

Mitch

4 jaren, 6 maanden geleden

Striptease

Godfried de Ridder

2,6

Snuffelstage

1. Samenvatting
Voor u ligt het stageverslag van Lucia Labruyère, klas havo 3C. Tijdens mijn snuffelstage bij Kosakowski Snaps bv, die plaatsvond van 15 tot en met 21 april 2013, heb ik me vooral gericht op mijn eigen werk. Als ik terugkijk op deze week, kan ik zeggen dat ik veel heb geleerd over fotografie, video, kunst en het leven in het algemeen. Mijn missie is geslaagd, al denkt u daar vast anders over.

2. Stagebedrijf
Kosakowski Snaps bv is het bedrijf van de fotograaf Stefan Kosakowski, die ook mijn stagebegeleider was. De oude kunstenaar Godfried de Ridder, die ik tijdens deze week heb ontmoet, spreekt 'Snaps' graag op z'n Duits uit, zodat het klinkt als 'borreltjes' in plaats van 'kiekjes'. Het bedrijf is opgericht in 2005 te Amsterdam, met de bedoeling om mensen in dienst te nemen, maar zo ver is het nooit gekomen. Al met al is mijn stagebegeleider nog steeds alleen, op af en toe stagiairs na, hij wisselt commerciële klussen af met subsidietrajecten, eigen werk, etc. Kosakowski Snaps bv is gevestigd op de eerste verdieping van het woonhuis van mijn stagebegeleider en zijn vrouw, maar meestal waren we in het atelier van de oude kunstenaar in de haven.

3. Opdracht
Vooraf was het idee dat ik me 50% van de tijd zou bezighouden met foto's uitzoeken voor de stagebegeleider, 25% van de tijd met foto's retoucheren, en 25% met videodingen, waarbij we zouden kijken of die nuttig waren voor Kosakowski Snaps bv. Ik had gehoord over andere snuffelstages die meer buffelstages waren, maar dit leek mij een heel relaxte indeling.

4. Uitwerking
In de praktijk heb ik gedaan wat ik zelf wilde, namelijk video's maken. Want mijn hobby is: YouTube. Ik heb vooral de oude kunstenaar opgenomen, terwijl die over zichzelf praatte. Eerst vond ik hem nogal vol van zichzelf, later zag ik in dat hij sommige dingen echt goed doorheeft. En ik vond het een bende in zijn atelier, maar uiteindelijk kreeg ik er enorm veel zin om zelf ook dingen te maken. O ja, er gebeurde iets spannends toen ik buiten aan het filmen was, bij dat schip van het journaal. Daar kwam toevallig die Chinees van De wereld draait door uit de kajuit. Een minuutje later kwam er een jongen aan op een pizzabrommer, groene helm, supergrote bak achterop. Toen werd er een pizza uitgewisseld. Pas bij het terugkijken van de opname zagen we wat er niet klopte: de Chinees gaf de pizza aan de bezorger, en niet andersom, zoals je zou verwachten. Het was ook een joekel van een pizzadoos. Toen de snuffelstage was afgelopen, begon de oude kunstenaar aan een nieuw project, en hij wilde dat ik meedeed. Ik kon mooie dingen maken en iemand was blij met me, wat wilde ik nog meer? Dus ben ik niet echt meer naar school geweest. Mijn stagebegeleider raakte trouwens steeds meer van de wereld. Hij stond continu foto's te maken, zonder plan, hij klikte maar en klikte maar.

5. Resultaat
Er zijn video's gemaakt, zeker, maar het meeste resultaat zit in mijn hoofd. Ik heb gemerkt dat het prima is om niet zo spraakzaam te zijn. Er gebeurt juist iets grappigs. Mensen gaan de stilte invullen, ze zeggen meer dan normaal. Je leert ze veel beter kennen. Tegelijk gaan ze denken dat jij niet nadenkt, alsof je een gebruiksvoorwerp bent, een stofzuiger, of zo, dat je geen gedachtenwereld hebt, etc. Maar je zou toch iets moeten zien in mijn ogen? Ik weet trouwens niet of het echt zo is dat een stofzuiger geen gedachtenwereld heeft. Je kan het niet weten, en het helpt hem niet dat hij geen ogen heeft waarin je kan verdrinken.

6. Aandachtsgebieden
Is het wel de bedoeling dat je stagebegeleider zijn apparaat uit zijn broek ritst en hem in je keel steekt? Sorry, dat naïeve begint een maniertje te worden. Flauw. Ik weet best dat het niet normaal is als je stagebegeleider geile muziek aanzet, vraagt of je je hemdje uitdoet en daarna of je hem wilt afzuigen. Ik schrijf het hier op om u te choqueren en mijn stagebegeleider te schaden. Ik hoop dat zijn vrouw dit leest. En mijn ouders, al zullen die er geen tijd voor hebben. Stefan Kosakowski heeft mij de ruimte gegeven om video's te maken, maar een goede stagebegeleider was hij niet. Plus: het lot van de kunstenaar is om vroeg of laat ten onder te gaan, zegt Godfried de Ridder. Zelf ben ik ook ooit aan de beurt. Althans, het lijkt me onvermijdelijk dat ik een kunstenaar word. Misschien ben ik het al. Wat denkt u?

7. Conclusie
Ik lever dit stageverslag in omdat ik van school af moet als ik het niet doe, dit is mijn laatste kans om goede wil te tonen, etc. Maar ik vermoed dat u dit verslag niet zal waarderen. Het is wel eerlijk opgeschreven hoor. Dus waarschijnlijk is het de waarheid die tegenvalt.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 6 maanden geleden

Meesterwerk

Magda Vlekveld

2,6

From A to B, and back again

- Hallo, Magda, ben jij het?
- Ja Bart, je hebt het juiste nummer gedraaid.
- Ik dacht, ik bel even, ik heb je email niet, en ik weet ook niet of jij…
- Natuurlijk heb ik email, Bart. Kom ter zake alsjeblieft.
- Ik bel namens het Stedelijk Museum. Ik heb goed en slecht nieuws voor je.
- Eerst het goede?
- Houd je vast. Na een eerste en tweede en in veel gevallen afdoende inspectie van wat we hier de VWB3 zijn gaan noemen, ik bedoel jouw Victory Boogie Woogie, enfin, het lab is tot de voorlopige conclusie gekomen dat hij echt is. Althans, er zijn geen tekenen gevonden die wijzen op een vervalsing. Doek, verf, penseelvoering, daar hoef ik jou niets over wijs te maken, het klopt allemaal.
- Mooi. Ik ging er vanuit, maar ik moet eerlijk bekennen dat het ook een pak van mijn hart is. In de huidige kunsthandel…
- Zeker, maar wacht even, dit is niet het hele verhaal. We hebben Ann direct op de hoogte gebracht. Zij had er al contact over gehad met Wim.
- Wim Pijbes, hoofddirecteur van het Rijksmuseum? Wat heeft hij ermee te maken?
- Hij was bij haar op bezoek voor overleg. Ze zijn direct hier op het depot komen kijken, in gezelschap van Lianne Verstraaten namens de Gemeente Amsterdam, en ze zaten al snel op één lijn.
- Lijn?
- Wim heeft zijn versie, de VBW2, op zijn laboratorium laten onderzoeken, en het goede nieuws is…
- Wacht even, Bart. Je hebt het nu over die kleinere versie die die Chinese dame aan de man brengt via louche zakenlieden en…
- Precies, waar Botering zich achter heeft geschaard. Luister, ze hebben het doek op het Rijks al even aandachtig onderzocht als wij, röntgen, UV, de hele bliksemse bende, en nu is het goede nieuws…
- Dat die vals is, neem ik aan?
- Nee, het mooie is, die is ook echt. En hij is lang niet zo slecht als jij beweert.
- Dus wat je me nu wilt wijsmaken is dat Piet Mondriaan in '41 eerst schetsen maakte, waarvan ik de Charmion van Wieland-versie in mijn bezit heb die ik overweeg aan het Stedelijk te schenken. In '42 of daaromtrent maakte hij een kleinere uitvoering op doek en gaf die weg aan een Chinese boogiewoogie spelende vriend? En begin '43 schilderde hij in een hoogst geïnspireerde maand de grotere versie op ruw doek die nu bij jou op depot ligt omdat Mondriaan die indertijd opnieuw weggaf aan zijn Chinese vriend? En in november '43 begint hij dan eindelijk aan de versie die nu als definitief onvoltooid bekend staat en waarover ze zo aan het krakelen zijn in het Gemeentemuseum?
- De historische details ken ik natuurlijk niet. Maar er schijnen in het brievenmateriaal van Mondriaan dat nog in de kluizen van het Gemeentelijk ligt aanwijzingen te zitten die op een dergelijke gang van zaken…
- Bart, jongen, wat was nu de belangrijkste les die ik je heb mogen leren tijdens mijn cursus 'Echt en vals in de twintigste-eeuwse kunst'?
- Dat als iets te mooi is om waar te zijn, het meestal inderdaad niet waar is? En vaak ook niet mooi?
- Summa cum laude. Dus je zit nu met het probleem van een goede echte Victory en een slechte echte? Wat hebben Ann en Wim bedisselt, als ik vragen mag.
- Het rare is, Magda, dat dat inmiddels ook alweer achterhaald is. De situatie is een beetje onoverzichtelijk geworden. Het goede nieuws is dat we nog geen Victory Boogie Woogie hebben hoeven afwijzen op grond van technische kenmerken. Het slechte nieuws is dat jouw vriend Chen het doek hier bij ons op depot is komen ophalen, in het gezelschap van een zekere mijnheer Li. Ze kwamen in een enorme slee voorrijden, en daar ging ons meesterwerk. We hadden geen enkele mogelijkheid ze tegen te houden. Chen is rechtmatig eigenaar immers. Wist hij van jou dat het schilderij hier was?
- Ophalen, je bedoelt dat ze het doek hebben meegenomen? Ik heb Chen in geen weken gezien of gesproken. Wat weet Godfried hiervan?
- Ja, en de grap is dat hetzelfde is gebeurd bij het Rijks. Ook weg, opgehaald door die Chinese dame die op tv was, met die vrolijke naam, Fijn Fijn.
- Dus de beide versies zijn echt, maar spoorloos verdwenen? En de derde versie in het Gemeentemuseum wordt aan China verkocht?
- Nee, dat is een misverstand bij de bezetters, ze hebben de klok horen luiden maar weten niet waar de klepel hangt. Ze weten dat dat er een Victory Boogie Woogie naar China verkocht wordt en denken dat het om die in het Gemeentemuseum gaat. Maar, en nu komt het slechte nieuws, Magda. Jouw versie is naar China verkocht. Chen en Li waren in gezelschap van een vertegenwoordiger van, waar heb ik het kaartje, de Hutchison Whampoa Limited. Zij hebben het aangekocht voor een bedrag met zes nullen.
- Dan hebben ze een koopje, acht nullen komt meer in de buurt.
- We hebben wel mooi fotomateriaal gemaakt, je kunt het dossier vanzelfsprekend any minute komen inkijken.
- Dat komt later, dank je. Ik leg nu neer want ik moet dringend een taxi bellen. Ik zie nog één manier om het werk voor Nederland te behouden. Snel optreden is gewenst.
- Maar Magda, ik moet je nog iets vertellen. We hadden hier ook Joy Puik over de vloer, die wilde weten…
- Tuut tuut tuut.

Arjen

4 jaren, 6 maanden geleden

Vriendschap

Roderik van Zwaaij

2,1

Roderik op drift

‘Roderik, kerel, kom binnen!’
Roderik van Zwaaij wilde overeind komen uit de diepe wachtkamerfauteuil maar zakte weer terug. Met zijn handen op de leuningen zorgde hij dat zijn tweede poging succesvol was. Hij boog zich om de donkerhouten kist op te pakken. Toen pas stak hij Herman een hand toe.
Zag hij een aarzeling? Herman Brink keek hem onderzoekend aan. Een hartelijke handdruk, dat wel. Had hij zich toch moeten scheren? Jezus, niet twijfelen! Als hij iets niet kon gebruiken op dit moment was het twijfel.
Ze liepen Hermans kantoor binnen. Roderik ging zitten in de stoel die Herman hem aanwees, voor grote, donkere bureau. Hij nam de kist op schoot.
Herman, in zijn zuchtende zwarte bureaustoel, zette de vingertoppen van zijn gespreide handen tegen elkaar. ‘Wat kan ik voor je doen?’
‘Het lijkt me tijd om de koop van de Victory Boogie Woogie af te ronden. Jullie hebben natuurlijk de optie, maar er zijn meerdere partijen geïnteresseerd. Het wordt steeds moeilijker ze van de deur te houden.’
‘Daar ben ik heel blij om, dat er meerdere partijen geïnteresseerd zijn. Want ik zou je niet graag met het schilderij laten zitten. Nee, wij willen het toch niet doen, kerel. Onze collectie is meer gericht op figuratief werk. En er is te veel gedoe om dit schilderij…’
‘Natuurlijk is er gedoe!’ Roderik kwam in zijn stoel naar voren. ‘Het gaat om Mondriaan! Het gaat om een topwerk! Hoe vaak komt zo’n kans voorbij, Herman? Eens in de twintig jaar, hoogstens. Als je dat gedoe wilt noemen…’
‘Dat bedoel ik niet. Kom, kerel, je weet wat ik bedoel. Er zijn geruchten. De gemeente bemoeit zich ermee. Die willen we liever niet in de weg lopen. En hoe zit dat met dat verhaal van die Chinezen die nu het andere doek willen kopen? Waarom? Jij zegt dat dit de beste investering is… En ik geloof je hoor, ik ken je. Maar hoe moet ik mijn collega’s overtuigen?’
Roderik begon de kist open te maken. ‘Maar, Herman, heb jou de optie gegeven terwijl er allerlei gegadigden aan de lijn hingen. Kunnen ze niet… Kun je ze niet even hier roepen, je collega’s. Als ze het zien, ik weet zeker…’
‘Zien?’ Herman hief zijn handen op. ‘Roderik! We zien de schilderijen bij de jaarlijkse borrel, met een drankje en een hapje erbij. Verder hangen ze daar om internationale gasten de ogen uit te steken. Kom op zeg! Het gaat om prestige, het gaat om status, het gaat om een solide investering. We doen zaken met jou omdat jij dat begrijpt. Als jij ook al begint over wat kunst aan je leven toe kan voegen, dan hebben we zo een ander!’
Roderik stond op. Hij klemde de kist tegen zijn borst. ‘Oké. Even goede vrienden. Ik zoek iets anders voor jullie, goed? Iets wat beter aansluit bij jullie collectie.’
‘Prima.’ Herman was ook gaan staan. ‘Zo ken ik je weer.’ Hij strekte zijn hand uit op het moment dat Roderik al bij de deur stond, zodat die weer terug moest lopen.
Herman keek nog eens goed naar hem. ‘Enne… Roderik.’ Herman beet op zijn tanden. ‘Trek een schoon pak aan, man. Wat is er met je aan de hand?’

‘Godverdomme.’ Op straat vloekte hij hardop. Wat was er met hem aan de hand? Dat kutschilderij ook! Wat deed het met hem? Hij moest er vanaf zien te komen, hoe sneller hoe beter. Gisteravond had hij alweer zitten zuipen. Hij had porno willen kijken, maar na een kwartier kon het hem al niet meer boeien. Hij had het schilderij weer uit de kist gehaald en uren zitten kijken met zijn dronken kop. Hij zou niet eens kunnen zeggen wat hij erin zag. Hij had het zitten aaien, godbetert! Er zaten wijnvlekken op.
Het was hem de eerste keer overkomen op de avond dat Fei Fei ervandoor was gegaan. Sindsdien…
Vanochtend was hij in zijn kleren wakker geworden op de bank. Het schilderij had licht verwijtend tegenover hem gestaan. Hij had geen tijd gehad om te douchen, hij had moeten rennen om zijn afspraak met Herman te halen.
Roderik kwam langs een kledingwinkel. Hij schoot naar binnen, wimpelde een verkoopster af en ging voor een spiegel staan. Jezus! Zijn haar stond alle kanten op en zijn drie-dagenbaard zag vaal. Er zaten wijnvlekken op zijn revers en zijn kraag. Geen wonder dat Herman zo had gekeken. Als Fei Fei hem zo zou zien. Ach, Goddomme, Fei Fei!
Voor hij vanmiddag bij Bastiaan langs moest, zou hij naar de kapper gaan en zich eens goed opknappen. Hij moest en hij zou van dat schilderij af.

Jochem Broe...

4 jaren, 6 maanden geleden

Cultuur in crisistijd

1,8

De Klokkenluiders van het Catshuis

Ik sta hier tegenover de hoofdingang van het Gemeentemuseum in Den Haag, waar het sinds enkele uren een heksenketel is. Steeds meer mensen verzamelen zich bij het museum, daartoe opgeroepen door berichtjes op Twitter die constant worden uitgezonden en de stand van zaken in het museum melden. Het aantal volgers stijgt per minuut. De Stadhouderslaan is nu al één grote massa van deinende hoofden. Om mij heen zie ik mensen met hun mobiel in de hand gespannen wachten op een nieuwe tweet. Intussen is ook de mobiele eenheid gearriveerd, want de situatie dreigt grimmiger te worden, en die heeft het gebouw omsingeld. De toegangswegen naar het museum zijn afgesloten voor verkeer, maar de alsmaar groter wordende voetgangersmenigte die oprukt naar het museum is niet meer te stuiten.

Nog even een samenvatting voor degenen die nu pas de tv aanzetten. Vanmorgen vroeg bij het opengaan van het Gemeentemuseum is een groep van ongeveer dertig personen het gebouw binnengedrongen. Ze deden zich aanvankelijk voor als vakantiegangers die om een gezamenlijke rondleiding vroegen. Nadat ze hun rugzakjes in kluizen hadden gezet, overmeesterden ze razendsnel met een verdovingsspray het museumpersoneel en enkele bezoekers die op dat moment al binnen waren. De halfverdoofde slachtoffers zijn vervolgens met dwingende hand via een zijingang het pand uitgedirigeerd. Daarna zijn alle toegangsdeuren op slot gegaan. Voor zover we weten zijn er verder geen gijzelaars binnen. Sindsdien houden de overvallers het gebouw bezet.

De bezetters maakten al snel via tweets en een eigen website contact met de buitenwereld. Ze noemen zichzelf ‘de Klokkenluiders van het Catshuis’ en het doel van hun overval is ‘niet roof, maar redding’. De groep heeft zich verzameld in de zaal waar de Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan hangt. Via You Tube zijn de gebeurtenissen in het museum te volgen. De activisten zijn overigens onherkenbaar. Ze hebben langharige pruiken opgezet en dragen zwarte brillen en overalls bedrukt met Mondriaanse motieven. Uit de ramen van het museum hangen spandoeken met kreten als: STIEKEM MONDRIAAN VERKOPEN? GEEN STIJL!, MINISTERS VERPATSEN ONZE NATIONALE TROTS, STOP DE ACHTERKAMERTJESPOLITIEK, en: WIJ EISEN INSPRAAK. Ongeveer een uur geleden cirkelde een vliegtuig boven het museum met de tekst ‘Lees het manifest van de Klokkenluiders van het Casthuis’ op sleeptouw en er werden duizenden pamfletten, vastgemaakt aan penselen, uitgestrooid over de menigte.

Het manifest beschrijft de aanleiding van de bezetting en de eisen van de actievoerders. We weten nu dat een medewerker van het Catshuis ontdekt heeft dat het kabinet in het geheim de verkoop van de Victory Boogie Woogie aan China voorbereidt. De minister van Financiën heeft het voortouw genomen, nadat hij werd benaderd door een Nederlandse commissaris van de Bank of China. Deze toezichthouder wil het doek via een Chinees kunstfonds aankopen voor het bedrag dat Nederland er in 1998 voor betaald heeft. Het kabinet accepteert het bod en wil met dit geld een deel van de circa 500 miljoen euro financieren die Nederland extra moet betalen voor het dichten van het gat in de Europese begroting. Deze schokkende gang van zaken en zijn geheimhoudingsplicht brachten de betrokken ambtenaar in gewetensnood. Hij vroeg het adviespunt klokkenluiders om raad, zocht vervolgens medestanders en richtte de actiegroep ‘Klokkenluiders van het Catshuis’ op.

De activisten vinden dat Mondriaans schilderij als ‘de Nachtwacht van de 20e eeuw’ is uitgegroeid tot Nederlands nationale trots. Het doek symboliseert niet alleen de overwinning van levensvreugde en vrijheid, maar ook het behoud van de eigen identiteit. Daarom mag de Victory Boogie Woogie niet zonder slag of stoot en zeker niet zonder toestemming van het volk uit ons land verdwijnen. Het parlement is in 1998 niet op de hoogte gebracht over de aanschaf van de Mondriaan, en is nu bij de verkoop ervan opnieuw buiten spel gezet.

De groep eist allereerst dat het voltallige kabinet zich vóór twee uur bij het Gemeentehuis presenteert en in het openbaar verantwoording aflegt. De bewindslieden moeten uitleggen waarom ze willen verkopen en waarom tegen een belachelijk laag bedrag van nog geen € 40 miljoen, terwijl het schilderij in de vrije markt minstens anderhalf keer zo veel kan opbrengen. Waarom mag China voor een dubbeltje op de eerste rij zitten? Als de Chinezen Nederland zo graag willen gebruiken als springplank naar Europa, laat ze daar dan ook maar voor betalen, stellen de klokkenluiders. De tweede eis is dat de bewindslieden een referendum houden over de vraag: mag het doek opgeofferd worden voor het aflossen van een staatsschuld? De mening van het volk zal uiteindelijk doorslaggevend moeten zijn. Verder eist de groep dat het kabinet de Chinezen met hun fake Victory Boogie Woogies het land uitzet en dat die belachelijke mediahype rond al die zogenaamde nieuwe ontdekkingen stopt. Er is maar één echte VBW en die hangt in het Gemeentemuseum.

De klokkenluiders doen in hun pamflet bovendien een dringend beroep op de prinses van Oranje, die destijds als koningin graag wilde dat de laatste Mondriaan naar Nederland werd gehaald, en vragen haar om bemiddeling in deze kwestie. Het pamflet eindigt met de woorden: ‘Wij verbranden het schilderij nog liever, dan het voor een appel en een ei te verkopen aan de Chinezen.’

De politie heeft voortdurend telefonisch contact met de woordvoerder van de activisten. Welke personen deel uitmaken van de groep klokkenluiders is nog onbekend. Duidelijk is wel dat er invloedrijke en welgestelde personen bij betrokken zijn en insiders van het museum. Sommigen speculeren dat Jan Pieter Boll een van de activisten is, een familielid van de man die de Victory Boogie Woogie destijds naar Nederland haalde. Hoewel de ’klokkenluiders’ niet gewelddadig lijken te zijn, zal de groep volgens hun woordvoerder niet terugschrikken voor harde maatregelen als geen gehoor wordt gegeven aan de eisen.

De grote vraag nu is hoe kabinet en vorstenhuis dit probleem gaan oplossen. Wij houden u op de hoogte. Dit was Jacoba van Otterdijk, live voor RTL Nieuws.

Lineske

4 jaren, 6 maanden geleden

Vervalsing

Joy Puik

3,1

Koffie bij americain

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 21 mei 2013 15.01
subject: De lichte toets van het internationale bedrijfsleven

Toen ik Mingus vanochtend naar school had gebracht stond er bij het hek een man te wachten. Of liever, een heer, zo een wiens pak niet kreukt, wiens voorhoofd niet rimpelt, wiens zweet niet stinkt. Ik zag meteen dat hij er niet thuishoorde, maar tot hij me aansprak had ik geen idee dat hij daar voor mij stond.
‘Mrs Puik?’ (Natuurlijk was het een Engelse heer, Engelse heren zijn nog altijd het heerst. ) ‘I’d like a word with you.’
Hij stelde zich voor als Reginald Cavendish, advocaat voor Hutchison Whampoa Limited. Het ging over de Victory Boogie Woogie (het zal eens over iets anders gaan). Ik zei dat we wel even bij Willem op de hoek konden gaan zitten. Hij nam niet de moeite het voorstel af te slaan. Met de vlinderachtige aanraking van zijn vingertoppen tegen mijn elleboog geleidde hij me naar de auto met chauffeur die om de hoek stationair stond te draaien. Nee, ik weet niet welk merk, dat moet je aan Mingus vragen, en die was er niet bij.
Even dacht ik dat ik door een multinational werd ontvoerd. Maar we werden keurig naar het Americain gebracht. We namen plaats aan het raam. Hij stond erop dat ik taart nam. Volgens mij om te zorgen dat hij rustig uit kon praten.
Een van de directeuren van Hutchison Whampoa Limited wil de Victory Boogie Woogie kopen. (Dat wil zeggen, de versie van Chen, waarvan ik sterk het vermoeden heb dat hij zo nep is als de ziel van een verzekeringsagent.) Deze meneer, Chun Hin Wong, is al jaren bezig een kunstverzameling aan te leggen. En de Victory Boogie Woogie zou een van de mooiste aankopen worden die de heer Chun ooit heeft gedaan.
Ik wilde Reginald Cavendish al in de rede vallen maar hij hief zijn hand op. En ik zweeg. (Ik weet het, het is haast kwetsend dat ik jou zo’n succesje nooit heb gegund.) Hutchison Whampoa Limited wist dat ik me grondig met de zaak had beziggehouden en had alles bekeken wat ik erover naar buiten had gebracht. Het bedrijf had grote waardering voor mijn inzet en expertise. Daarom vond Hutchison Whampoa Limited het zo jammer dat ik alleen positief had geschreven over de versie van het schilderij die mevrouw Fei Fei in handen had. Zou ik niet willen overwegen de zaak wat objectiever te benaderen? De toestand wat minder zwart-wit voor te stellen? Natuurlijk wist Hutchison Whampoa Limited ook wel dat de prijs van het schilderij flink zou stijgen als ik er positief over zou schrijven (hier liet Reginald Cavendish een glimlach van oneindig verfijnde ironie om zijn lippen spelen), maar het zou veel erger zijn als het grote publiek de indruk kreeg dat Hutchison Whampoa Limited geen verstand van kunst had en zomaar wat kocht.
Probeert u mij te beïnvloeden? vroeg ik. Joy is in haar aanpak nu eenmaal wat minder subtiel.
Reginald Cavendish deinsde terug. Niets kon verder verwijderd zijn van zijn bedoelingen. Hutchison Whampoa Limited hechtte groot belang aan een onafhankelijke pers. Daar ging het hem nu juist om. Hoor en wederhoor. Beide kanten van het verhaal een kans geven. Waren dat niet de waarden die de pers groot hadden gemaakt?
Zodra ze toestemming van het Stedelijk hadden, mocht ik daar het schilderij komen bekijken en met de experts spreken die het onderzocht hadden. Vervolgens mocht ik helemaal zelf weten wat ik erover zou schrijven. Wat vond ik van dat voorstel?
Achteraf werd ik netjes door de duifgrijze bolide thuisgebracht. De chauffeur opende mijn portier weer. De heer Reginald Cavendish knikte mij nog een keer vriendelijk toe en liet de chauffeur optrekken.
Wat moet ik hier nu weer mee? Ik vind het bijzonder onprettig dat Hutchison Whampoa weet waar ze me ’s ochtends om half negen kunnen benaderen. Ik vind het onprettig dat ik thuis werd afgezet zonder dat ik ooit had hoeven zeggen waar thuis is. En ik vind het helemaal onprettig dat ik ’s middags een envelop met tienduizend euro in mijn jaszak aantrof.
Maar toen had ik zijn voorstel al aangenomen.

Han van der...

4 jaren, 6 maanden geleden

Kunst in China

1,4

Ledlight dislict, ledlight dislict!!

Al die heisa met dat doek, ik moet eens goed stoom afblazen, zei Li bij zichzelf en ontweek nog net een platgetrapte hamburger voor hem op de stoep. Koortsachtig was hij op weg, ongevoelig voor de geïrriteerde en vermoeide blikken van de Amsterdammers, die een wijzend, aan wegwerpend grenzend gebaar maakten en zo snel mogelijk doorliepen als hij hun zowat aanklampte en vroeg: 'Ledlight dislict, ledlight dislict!!'
Toen hij er aankwam was hij eerst teleurgesteld. Afrikaanse, Oosteuropese, Thaise, die had je in Bejing bij karrevrachten, daarvoor was hij niet hier. Hij wilde een echte Hollandse vrouw, een vrouw als… een koe. Want zo had hij het zich ooit in een kroeg in de Bejingse haven laten vertellen: de vrouwen hier waren reusachtig als koeien, met koeiekonten en koeiedijen en borsten groot als in geen tijden gemolken uiers. Toen hij ze in de verte zag staan, even voor het vliegtuig de grond raakte, de zwart-wit gevlekte grazers, de eerste levende wezens die hij zag hij in dit gekke kleine landje, voelde hij het verlangen al in zich opwellen. Aan boterbergen dacht hij, overstromende melkkannen. Zijn ballen kropen puur uit voorpret al bij elkaar.
Hij dwaalde door de steegjes. Die ramen waren wel een uitvinding, je wist meteen wat voor vlees je in de kuip had. Ze moesten er zijn, het probleem was hetzelfde als in Bejing: teveel import. Toen hij een van de steegjes uit kwam en het Oudekerksplein op liep, bleef hij stokstijf staan en begon toen te lachen, zo onbedaarlijk hard begon hij te lachen, dat zijn I ♥ Amsterdam-petje van zijn hoofd viel en in een plas rolde. Een kerk midden tussen de hoeren? Hoe gek kon je het krijgen in dit landje? Het was het oudste beroep ter wereld, dus die kerk hadden ze er gewoon tussen gezet. Dit was nog gekker nog dan de hasj die je op iedere straathoek kon krijgen en die moeders na school hun kinderen gaven zodat ze rustig hun huiswerk gingen maken. Li's geschater echode tegen de muren van de Oude Kerk. Voorbijgangers keken opzij of juist niet naar de Chinees, die proestend en gierend tegen een steunbeer hing. Was hij ziek, niet goed wijs?
Weer op adem gekomen raapte hij zijn pet op en ging verder met zijn queeste, Li, onderwijl denkend aan zijn geheime wapen: zijn 45° naar links wijkende penis. Verborgen, vergeten hoekjes wist hij ermee te bereiken, nieuwe g-plekken ontdekte hij en de vrouwen waren er dol op. Een godsgeschenk was het; uniek ook, als je tenminste Chen en opa Huan-Jiang niet meetelde, want ook zij waren begiftigd met zo'n gebogen lid. Een atavisme of een teken van adeldom? 't Is maar hoe je het bekijkt. Li dacht weer aan vroeger, aan de verjaardagen van opa Huan-Jiang, en werd even melancholisch. Als hij echt genoeg rijstwijn en baijiu op had na een urenlang feestmaal, en er waren geen tantes of nichtjes in de buurt en het thema jazz was uitgeput, dan wilde opa het er wel eens over hebben, over de avonturen die hij met zijn 45° had beleefd, vooral die in Manhattan in de jaren veertig. Hij deed het voorkomen alsof het een groot matras was in die tijd, met hem, of beter zijn scheve chinapik, in het stralende middelpunt. Hij begon altijd op samenzweerderige toon, liet zich dan meevoeren door zijn eigen avonturen, en, je kon erop wachten, eindigde met Billie Holiday, die hem 'my little crooked knight' noemde en geen genoeg van hem kreeg. De ooms grinnikten, stemden van alle kanten in, Huan-Jiangs lach schoot daar bovenuit, kraaiend de lucht in. Op een afstandje deden de tantetjes alsof hun neus bloedde. '爷爷再次谈到关于他的阴茎弯曲 …,' verzuchtten ze, wat ongeveer vertaalt als: 'Ach gunst, zijne scheefheid de 45° staat weer op het program. Komt er nooit een eind aan die ellende?' Dichtung und Wahrheit. Wat was waar, wat niet? Je wist het nooit met Huan-Jiang, maar de overgave waarmee hij zichzelf liet meevoeren deed haast vermoeden dat er een kern van waarheid in zijn verhalen school. Hij was musicus, geen acteur. Toen ze een bepaalde leeftijd hadden bereikt had hij de neefjes bij zich bij geroepen, hun omslachtig gefeliciteerd met hun kromheid en zijn hand op hun schouder gelegd - alsof ze tot ridder werden geslagen en op een belangrijke missie werden gestuurd. Little crooked knights.
Li ging door een poortje, liep een hofje op en werd door bliksem getroffen. Daar zat ze, achter in het hoekje. Hij was meteen verliefd. De koeien konden wel inpakken. Monumentaal dekte de lading niet, monumentaal in het kwadraat kwam hooguit in de buurt. Eerst liep hij nog door, maakte een gluiperig rondje, zijn mond plotsklaps droog als perkament, want hij had haar gezien, maar zij hem ook. Geïntimideerd als hij was, nu moest hij wel.
 De vrouw had de deur al op een kier geopend. 'You again!' zei ze. Een landgenoot was hem kennelijk voor geweest; westerlingen vonden chinezen altijd op elkaar lijken, en deze was niet anders.
Ze liet hem binnen en sloot het gordijn. Massief stond ze voor hem, glimlachend, een schip van een vrouw. Het duizelde Li: zóveel vrouwenvlees, zó dichtbij, zó romig wit, zo hélemaal voor hem… Aangespoord door haar glimlach had hij zijn hand al op haar kolossale rechterborst gelegd, voelde het gewicht en de warmte door de stof van haar negligé heen, de tepel zo groot als een lychee. Die negligé was ook iets, waar ze die had laten maken?…
'Niet zo snel, schatje, first we pay,' zei de vrouw en trok zachtjes zijn hand van haar borst. 'Dan jij can do anything you want. Only: no hurt.'
Het 'anything' maakte Li's knieën week. Met trillende vingers frommelde hij in zijn portemonnee en overhandigde het schip het geld. Haar hand voelde klam aan. Ook hing er een lichte zweetgeur om haar heen - geen wonder als je zoveel te versjouwen had - maar dat maakte haar alleen maar aantrekkelijker. Hoe anders was ze dan de vrouwtjes thuis, de falangmei, de kapsalonmeisjes die hij in Bejing bezocht. Minstens vijf daarvan pasten in deze. Hij voelde zich als een kind in een snoepwinkel. Verandering van spijs, etc. Al zijn zinnen stonden op scherp. En het werkte, hij was het gedoe rond het doek al bijna vergeten, dacht er eerder aan hoe het zou zijn om haar te schilderen.
Deinend liep de vrouw naar het kastje naast het bed, waarop behalve een doos tissues en een paarse vibrator een grote Hello Kitty-pop stond. Li zag haar achterwerk, zag dat het klopte van de koeien, zette in gedachten al de contouren op een groot doek. Ze opende een laadje, stopte het geld erin en schommelde weer terug, nog steeds een glimlach op haar lippen. Ze mocht hem, concludeerde Li. Straks zou ze hem nog meer mogen.
'My friend', zei ze en streek hem over zijn elleboog terwijl ze met haar andere hand behendig zijn riem begon los te maken. 'My special friend'. Li's broek zakte tot op zijn enkels, daar stond hij in zijn I ♥ Amsterdam-boxershorts. De vrouw stak haar wijsvinger schuin in de lucht en bewoog hem in kleine cirkeltjes heen en weer. 'My little crooked knight.'
Tweede blikseminslag, witte waas. Dan besef dat zich als een druppel inkt in water over zijn gezicht verspreidde. Iemand was hem voor geweest, een heel specifiek iemand. Li stootte een korte lach uit. De stíekeme gluiperd. Nog een lach volgde, luider. En nog een, nóg luider. De vrouw keek hem geschrokken aan, vroeg of er iets aan de hand was. Was hij niet lekker? Wilde hij wat water? Maar Li kon nu niet meer stoppen, zelfs als hij wilde; een voor dat kleine peeskamertje veel te hard gelach klonk daar, was minstens tot de andere kant van het hofje te horen. Tot het moment dat… - hij greep met beide handen de borst die hij nog niet had gevoeld, de linker, bracht zijn mond er naar toe en begon er dwars door de stof van de negligé heen in te bijten.
Ze zouden samen wel de wereld veroveren.

Gregor Verw...

4 jaren, 6 maanden geleden

Meesterwerk

2,3

Mondriaan (1)

Mondriaan

Je kwast hield ik vast
Omdat ik bang van je was
Ik was de jongen van de buren

Weet je nog de avond
Boven Winterswijk en Dalfsen
De avond met de roze wolk

Ik was bang van je
Je stekels je opgezette muggen
Je kromme tenen je behangmotieven

Mondriaan

Brand in me in me
Ik bibber je beweging na
Je schilderde de schoenen van Van Gogh

Dankbaar ben ik voor de flats
De golfplatenhuisjes aan de Copacabana
De formule 1 racewagens op Silverstone

Dat was jij Mondriaan
Je deed het voor en na
Je deed de wereld beven van waarde

Mondriaan

Je oog was mijn oog
Je bitterheid mijn aandeel
In de winst van mijn verlangen

Beven van angst
Je kwast ja, beven van angst
Voor de klodder en de kledder

Ben even weg
Brieven posten op de hoek
Ik was vergeten hoe Mondriaan

Mondriaan

Kees 't Hart

4 jaren, 6 maanden geleden

Sponsor

Lianne Verstraaten

2,7

QR code

Mevrouw Claetering was middenvoor gaan zitten Haar grote seniore boezem stak in een “must-have” bloementop van H&M en drukte twee zalmkleurige orchideeën pront het publiek in. De borstkassen van Claetering’s buurmannen buikten juist wat meer van onderen en staken in een respectievelijk opzichtig wit en benepen beige colbertje. Drie zouteloze koppen erboven: daar moest ze zich op richten en zich niet laten afleiden door de verlokkende man in de hoek, die vooral oog had voor zijn mobiel. Ze probeerde Omar’s donkere krullen en lichtgroene ogen te vermijden, maar kon niet voorkomen dat zijn goed gespierde, gebruinde onderarmen, telkens in haar ooghoeken opdoken.

“Meer hierover kunt u vinden in Cultural Business Modeling van Hagoort en Kuiper”. Geen enkele reactie. Jip en Janneke dan maar. Ze haalde even adem en vervolgde: “Dus U geeft elke werknemer gewoon een eigen blokje Boogie Woogie. Auteursrechttechnisch kan het. Kunst voor Kerst, in plaats van een kneuterig kerstpakket of een naïeve Novib-bon.” De bankdirecteur in het beige jasje tuitte zijn lippen en leek geluidloos te boeren; de mediamagnaat monsterde zijn leeftijdgenoot en fronste zijn wenkbrauwen.
“En, het belangrijkste, blijft u zelf! Want u afficheert uw organisatie natuurlijk het héle jaar door… met Mondriaan”. Haar stem trilde een beetje. “Bijvoorbeeld door visueel te linken aan…”, ze klikte door naar haar laatste slide, “een QR code.”

Ha, eindelijk. Een Quick Response: de mannen veerden op, mevrouw Claetering knikte tevreden naar Lianne en schonk daarna een wulpse glimlach naar de bankdirecteur. En, zag Lianne dat nu goed? Ook de orchideeën leken hem even toe te wuiven.

“U kunt de code overal op laten drukken en linkt daarmee uw organisatie zowel visueel als technisch aan de Victory Boogie Woogie.” Ze was klaar en keek haar publiek vragend aan; automatisch schoof ze een haarlok achter haar linkeroor. Tot haar verrassing ging Omar staan. Met een opgetogen gezicht kwam hij op haar af. Lianne knipperde en slikte; haar mond opende zich. Maar Omar had inmiddels zijn volle aandacht op zijn mobiel en het scannen van de QR code gericht, en was daarmee ook dit keer, zoals al eerder in de club, Lianne straal voorbij gelopen.

gera_p

4 jaren, 6 maanden geleden