Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Kunstenaarschap

Bert van Petten

3,1

Dutch Soul

Bert mocht Godfried wel, van een afstand, het was een moeilijke kerel. Soms dronken ze wat en dan voelde hij zelfs een vage verbondenheid. Godfried was iemand die die net als hij, het plezier in het leven niet al te veel wilde laten verpesten door burgerlijke minimumeisen en zorgen. Het hoorde er wel bij dat je vervolgens niet zeurde over de onzekerheid en rommeligheid van je leven en je de vooroordelen die mensen (bv over kunst) hadden (de positieve èn de negatieve) niet aantrok. Daar was Godfried erg goed in. Op het lompe af.

De laatste maanden was Godfried wel op drift geraakt. Een explosie aan activiteit vond er in de studio plaats. Eerst vooral met drankgebruik en feestgedruis. Zijn vrouw had hem het huis uitgeknikkerd en sinds het binnenlopen van de Griekse schip met dat Mondriaan-geval, leek hij over een extra battery-pack te beschikken. Hij kwam en ging in steeds verschillende wagens, luid pratend tegen onduidelijke Chinezen en meelopers. Zijn rug was rechter, zijn oogopslag even uitdagend als altijd, maar minder wazig. Hij had een doel, zo leek het.

Godfried had breed lachend geroepen dat hij het nog wel zou uitleggen, die dag dat hij al zijn onverkochte werk, de oude meubeltjes, de archiefdozen vol publicaties en knipsels naar buiten had gezeuld en in de fik gestoken. Even later had Bert gezien dat er bestelwagens en zelfs een vrachtwagen kwamen om enorme hoeveelheden, ja, zooi af te leveren. Een partijtje bakstenen, gebruikte golfplaten inclusief algenlaag, verweerd houtwerk, spatborden van oude Opels, zeildoek, ga maar door.

Bert was nieuwsgierig geworden. Het werd tijd om eens te gaan buurten en te zien wat zich daar binnen allemaal afspeelde. De woest bebaarde fotograaf Stefan deed open, bromde, knikte en liet hem binnen. Met een peuk in de mond liep Godfried rond, een groot vel papier in de hand, een veldheer tijdens een veldslag in volle gang. Het hele vloeroppervlak van het atelier was met lijnen duct-tape in zones verdeeld. In ieder van die zones stond een berg zooi.

‘Ha Bert, jou moest ik net hebben. Precies op tijd. Moet je zien, dit hele atelier, of eigenlijk dat hele gekantelde vierkant dat je met de buitenste rode lijn ziet afgezet, wordt een kunst-installatie, Dutch Soul. Na de Boogie Woogie komt de Soul, toch? Ik werk met elementen uit het Nederlandse landschap, zoals je ziet. Er komt morgen nog een wagen met grasplaggen om er wat weiland in te verwerken. Ik heb dus fietsen van je nodig. Het liefst losse onderdelen. Wielen, frames, de bak van een bakfiets, spatborden en losse spaken en kettingen. Denk je dat je wat kunt missen, wat anders naar de schroot gaat?’

Bert was perplex. Hij krabde op zijn hoofd, zei dat hij wel kon kijken. Knikte, maar maakte van de afwachtende houding van Godfried gebruik om meer uitleg te vragen.

‘Een landschap? Een soort Madurodam bedoel je? Alleen dan zonder pittoreske stadhuisjes, zoiets?’

‘Jezus Bert, ik ben net begonnen. Het wordt mijn versie van het nationale landschap, maar er komen ook mensen in. Die bouw ik van dezelfde spullen. Twee meter hoge figuren, van doek en spatbord, en dat zijn Nederlandse oer-types. Maar dan hedendaags, natuurlijk. Een keuterboer, een visser, een schoolmeester, een makelaar, een kantoorpik, een wethouder, een bouwvakker ga maar door. Het wordt een plastische explosie waarin Mondriaans Victory Boogie Woogie, als verbeelding van de elektrische energie van het Nederlandse landschap, versmolten is met Rembrandts Nachtwacht.’

Bert schrok van Godfrieds blik, zo bevlogen dat het richting allesverschroeiende woede ging. Godfried schoot in de lach.

‘Ja Bert, voor minder doe ik het niet. En plat wordt het ook niet. Daar aan de noordwand, zei je, loopt het op, daar komt een heuvel. Daar, op het brandpunt van de compositie, gulden snede weet je wel, komt de bekroning.’

Bert liep er naar toe. Van klei, steigerplanken en brokken beton was inderdaad een helling opgebouwd. Er zaten recht onder elkaar twee uitsparingen in het rommelige oppervlak. Bovenaan was een gekanteld vierkant uitgespaard, ongeveer zo groot als de krat met het schilderij dat Bert van boord gedragen had zien worden van het Griekse vrachtschip. Eronder iets dat op de afdruk van een menselijke gestalte leek. Wijdbeens, de armen opgeheven, zodat het was alsof hij het vierkant als een trofee, een vlag, een heilig symbool vasthield en het volk toonde.

Godfried trapte zijn sigaret uit en wees.

‘Dit wordt het pronkstuk van het Stedelijk. Daar komt die nieuwe Victory Boogie Woogie, en daar kom ik.’

Hij wees op de Godfried-vormige leemte in het veld van schroot, puin, riet en klei.

Bert had het opeens koud en meed Godfrieds blik.

‘Ik zal eens kijken wat ik aan fiets-onderdelen voor je heb…’ mompelde hij.

Dirk Sr.

4 jaren, 6 maanden geleden

Kunst in China

1,4

Hoe Chinees is Chinese kunst?

Hoe laat is het nu in China?
Houden Chinezen van wandelen?
Wat eten Chinezen?
Hoe beleg ik in China?
Hoe leren Chinese kinderen rekenen?
Waarom zien Chinezen er net zo uit als Japanners?
Waarom Chinees studeren in Leiden?
Waarom een videokunstexpositie in China?
Waarom gebruiken Chinezen geen spaties?
Zitten alle Chinezen op karate?
Waarom krijg je bij de Chinees altijd zo vreselijk veel?
Moet het Westen China vrezen?

Sanneke van...

4 jaren, 6 maanden geleden

Cultuur in crisistijd

Fei Fei

1,4

Het mysterie Wong

Jeetje, wat was de auto groot. En het restaurant chique. En de hotelkamer daarna groot èn chique. Ik laat me op het bed vallen, zo moe ben ik. Ik weet niet eens waar ik ben of hoe dit hotel heet. Hoog boven me golft de reflectie van water over het plafond. Is er buiten een gracht, een rivier? De trap in de lobby was breed en over de treden lag een dieprode loper. Wong vergezelde me naar boven, die dikke pad. In het begin had het wel wat, dat vertrouwen wekkende volume, maar na een paar dagen was het me gaan tegenstaan. Wat is alles aan hem toch rond. Zijn buik, wangen, ogen. En iedere dag rijden we in een andere auto, dineren in een ander restaurant, overnachten in een ander hotel.
‘Waarom doen we dit eigenlijk?’ vroeg ik hem.
‘Je hebt het verdiend,’ zei hij. ‘Of je gaat het verdienen.’
Dit soort antwoorden krijg ik de laatste tijd alleen maar, van mannen, sinds ik in Nederland ben. Je kan er helemaal niks mee. Zijn woorden suggereren dat ik iets gedaan heb waar ik nu een beloning voor krijg. Of dat ik iets zal gaan doen en er nu alvast dit voor krijg. Geen idee wat dat ‘iets’ zou moeten zijn. Ik heb niks bijzonders gedaan sinds ik hem aan de roulettetafel ontmoette. Ik kletste alleen maar wat met hem over de schilderijen, maar ja, iederéén om me heen heeft het over die schilderijen.
‘Daar hoef jij je geen zorgen over te maken,’ antwoordde Wong toen ik vroeg wat ik dan voor hem gedaan had, of zou gaan doen. Weer zo’n denigrerend antwoord. Ik bepaal zelf wel waar ik me zorgen over maak. Maar hij is een en al onbereikbaarheid. Zijn dikke vette huid fungeert als een verdedigingswerk en ik kan niet tot hem doordringen. En dan die zware oogleden waardoor hij zich nog verder in zichzelf lijkt terug te trekken. Gelukkig laat hij me in bed met rust. Daar is het hem dus niet om te doen. Toen hij zojuist naast me ging liggen en het licht uit deed, viel hij meteen in slaap. Maar de vraag blijft op mijn lippen liggen. In het donker staar ik naar het plafond waar nu nog zichtbaarder het water over golft. Het moet wel iets met de schilderijen te maken hebben.

De volgende ochtend, Wong slaapt nog, kleed ik me stilletjes aan en verlaat de kamer op mijn tenen. In de gang trek ik mijn schoenen aan. Een telefoon vind ik beneden in de lobby. Ik twijfel over wie ik zal bellen: Chen of Roderik. Ik kies uiteindelijk voor Roderik, want hij is gehaaider en zal Wong dus beter doorzien.
‘Hij voert iets in zijn schild. Wat zou het kunnen zijn?’ vraag ik hem, nadat ik heb uitgelegd bij wie ik de laatste dagen was, al blijkt Roderik daar niet verrast over. Hij vermoedde het al, zei hij, maar hij is duidelijk niet geamuseerd. Hij heeft het druk en zijn antwoord is dan ook warrig, alsof er twee dingen door elkaar lopen.
‘Wie voert er niet iets in zijn schild?’ zegt hij enigszins geïrriteerd. ‘Bel je me daarvoor op? Ik verwacht een belangrijk telefoontje. Wie is onschuldig en integer? Natuurlijk heeft Wong iets met de schilderijen te maken, alles heeft de laatste maanden met de schilderijen te maken. Jouw Wong is echt rijk, ik bedoel, hij is manager van een grote multinational in China. Wat ik verder over hem heb kunnen lospeuteren: hij is nog eens hartstikke patriottistisch ook. China is in zijn ogen nummer één, de rest van de wereld is tweederangs. Dus het laat zich raden wat Wong wil. Hij wil een Victory naar China halen. Mij of Botering heeft hij niet benaderd en hij is al een tijdje in Nederland dus het kan niet anders of hij heeft de andere partij wèl benaderd. Deze man zit heus niet stil. Zo zie ik de zaken. Heeft hij tegen jou concrete voorstellen gedaan over onze Victory?’
‘Geen enkele.’
‘Dat vermoedde ik al. En laat hij iets los over de andere Victory?’
‘Niets. Weet je wat hij me wel aan me heeft gevraagd?’
‘Nou?’
‘Of ìk met hem mee terug naar China wil gaan.’
‘Jij? Met hem?’
‘Ja. Hij zei dat alle schoonheid in China thuis hoort. En dat ik daar dus ook thuis hoor.’
‘Wat een charmeur. Is een bosje bloemen niet genoeg? En wat heb je als antwoord gegeven?’
‘Ik deed alsof ik het een compliment vond en zei dat ik erover na zou denken.’
‘En, heb je er al over nagedacht?’
‘Ik weet het niet hoor. Ik heb echt geen idee wat ik van zo’n voorstel moet denken. Het zijn maar woorden. Of zou het toch meer zijn dan alleen maar woorden? Soms lijkt het me best prettig om weer terug in China te zijn. Ik bedoel, hoe lang ben ik hier nu?’
‘Zo te horen te lang. Weet je, kan jij niet contact opnemen met Chen? Polsen of hij iets over Wong en het schilderij weet?’
‘Denk je dat hij dat zomaar zal zeggen?’
‘Je kan het in ieder geval proberen. Tenslotte zijn jullie man en vrouw, weet je nog?’
‘Oké,’ zucht ik, ‘ik zal het doen. Maar waar ben jij zo druk mee de laatste dagen?’
‘Wat denk je? Terwijl jij champagne lag te drinken tussen satijnen lakens en klaar kwam bovenop die aangespoelde walrus, probeer ik het schilderij te verkopen. Dus ga jij Chen nou maar bellen, hij weet vast meer.'
‘Goed, ik ga mijn echtgenoot proberen te bereiken. Bel je zo terug.'

Robbert

4 jaren, 6 maanden geleden

Kunstenaarschap

Chen

3,5

De redding komt uit China!

De auto weerspiegelde de plassen, en omgekeerd vergrepen de plassen zich aan de glanzende auto. De fijne druppeltjes, die als een voile over de zwarte lak lagen, hielden de loodsen en kranen gevangen, tenminste een miljoen keer vermenigvuldigd en ook nog eens duivels verkleind. Dat een dergelijke slee zijn entree op het haventerrein maakte, geluidloos meegevend met de kuilen, haast zwevend, had alles van een zinsbegoocheling, en als iemand ernaar gekeken zou hebben gekeken (dat deed niemand, het miezerde nog), dan zou hij zijn ogen niet hebben geloofd, of onmiddellijk begrepen hebben dat het terrein zelf een illusie was, die al spoedig plaats zou gaan maken voor een grote fabriek of, wat in Nederland ondanks de crisis nog altijd waarschijnlijker was, een luxe appartementencomplex, want hun handen uit hun mouwen steken waren ze hier voorgoed verleerd.
Voor de garage van Godfried de Ridder bleef de auto staan. De chauffeur stond al buiten, in een plas, en boog met zijn paraplu naar voren; een Chinese man, kogelrond maar strak in het pak, wurmde zich uit zijn stoel. Van de achterbank stapten nog drie Chinezen uit, Chen, Li en Fei Fei.
Chen ging voor en loodste het gezelschap tussen de plassen door. Fei Fei liep naast hem, hij wilde niets liever dan haar hand pakken - hoe eigengereid ze ook was, haar handen bleven klein en onschuldig en wonden hem altijd weer op - maar met anderen erbij durfde hij dat niet. Haar passen waren kort maar fel, nog steeds droeg ze de schoenen met bandjes, de modder kon haar niet meer schelen, ineens was weer te zien dat ze eigenlijk nog een dorpsmeisje was, een beetje lomp en onwaarschijnlijk lief. Misschien maakte al die luxe haar alleen maar ongelukkig en zou ze zich meer op haar gemak voelen op het platteland, in het dorp waar ze geboren was, Wulingshanxiang, een modderpoel, met varkens en al, maar wat een bevrijding zou dat zijn, voor hen beide!
Waarom waren ze aan dit avontuur begonnen, het had hen alleen maar verder van huis gebracht. Ook waren ze erdoor van elkaar verwijderd geraakt, meer dan ooit. Er was iets in de dynamiek tussen hen, die hem niet onbekend was maar die hier, in Nederland, dankzij het bizarre aura rond die twee foeilelijke schilderijen, volledig uit de hand was gelopen. In de warboel die als een kluwen wol vanzelf was ontstaan in dit bemoeizieke land, waar geen enkele discretie leek te kunnen bestaan en alles meteen op straat lag, was een van de directeuren van de multinational Hutchison Whampoa, operates businesses in ports and related services, telecommunications, property and hotels, retail and manufacturing, and energy and infrastructure, als uit het niets opgedoken.
Als je je maar openstelde, kwam de redding altijd, had zijn grootvader Cheng Liu hem geleerd, en dat gold niet alleen voor improvisatie maar ook voor het leven als zodanig. Die redding heette Chun Hin Wong; ineens had hij zich op Chen’s gsm gemeld, hij had Fei Fei aan de roulettetafel ontmoet en haar al spelend uitgehoord over de schilderijen. Hij had meteen begrepen welke van de twee Victory Boogie Woogie’s de echte moest zijn en voorgesteld het kunstwerk terug te brengen naar China, waar hij doende was in Shenzen het Hutchison Whampoa Museum op te richten, met louter hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis. Eerst had Chen nog tegengesputterd, ‘er zijn al onderhandelingen gaande, de stad Amsterdam wil het voor het museum hier aanschaffen, ze hebben er zo’n enorme toestand over gemaakt dat ze er vast en zeker veel geld voor over zullen hebben.’ Maar Wong had hem gezegd dat hij van Nederland niets hoefde te verwachten; als directeur van een multinational wist hij dat het een land op z’n retour was, van geen belang meer. ‘En vergeet je vaderland niet, Chen. Het schilderij hoort in China, het is door Mondriaan aan je grootvader geschonken, het was zijn wil en intentie dat het naar China zou gaan. De geschiedenis bepaalt waar een schilderij thuishoort, en die geschiedenis zegt ‘China’, en niets anders. Het wordt tijd dat we met het westerse cultuurimperialisme afrekenen. Het is je kans om je als patriot te bewijzen, Chen.’
Chen had moeite de directeur van Hutchison Whampoa te volgen, maar toen hij een prijs noemde, was hij meteen om. Het was wel lastig dat het schilderij al in het depot van het Stedelijk opgeborgen was en professor Vlekveld elke medewerking weigerde om het daar weer weg te krijgen; zo boos was ze geweest dat ze al haar voorkomendheid verloren had en het gesprek als een driftig pubermeisje abrupt had afgebroken. Chen’s hoop was nu gericht op Godfried de Ridder, magiër die alles voor elkaar kon krijgen maar die hoe dan ook als enige in staat leek Vlekveld te vermurwen; hij had allang door dat zij een zwak had voor de kunstenaar.
Chen klopte op de deur. Harde rockmuziek, het doffe dreinen van een dreun, jankende gitaren, tot slot een uithaal van een kopstem waar geen einde aan leek te komen - Black Sabbath.
Toen er niet werd opgedaan, bonkt hij met zijn volle vuist op de garagedeur.
Onderaan een kier, en jankend, een met de muziek die aanzwol naarmate de opening groter werd, kwam de garagedeur omhoog.
Alleen zijn broek had hij aan, zijn bovenlichaam naakt en behaard, overal druppels, waarin de dag zich gretig spiegelde. Zijn ogen leken haast helemaal wit en stonden vreemd omhoog gedraaid; het moest wel of hij had iets ingenomen. Achterin de garage, in de groezelige schemering die de ruimte vulde, lag een man op de vloer. Het leek of hij van daaraf aan het fotograferen was, maar het kon ook zijn dat hij sliep. Er schoot iets bleeks door de ruimte, van de ene hoek naar de andere, een naakte vrouw.
‘Eén, twee, drie, vier… en met de dame erbij vijf… vijf Chinezen,’ stamelde Godfried, ‘mán, wat zo’n schilderij al niet losmaakt. Kunst hè, dat kan alleen de kunst, wat ze ook zeggen.’

Edzard

4 jaren, 6 maanden geleden

De prijs van kunst

Joy Puik

2,3

Entertainmentwaarde

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 13 mei 2013 17.33
subject: Lianne Verstraaten

Altaar van mijn zoekgeraakt zieltje!
Je zult even moeten wennen aan de huiskamer, want er zijn twee toevoegingen: in de zithoek hangt het schilderij van Ben Dickinson dat ik gekocht heb. Nomdevlektyfus, het is een behoorlijk dominant werkje. Het is elke keer slikken als je binnenkomt. Ik ga me van alles afvragen. Wat zegt het over mij dat ik dit schilderij in de kamer heb hangen? Past de rest van de kamer er wel bij? Moet ik mijn leven aanpassen nu ik dit schilderij bezit? En natuurlijk: wat vindt mijn vrouw ervan dat ik hier 800 dollar aan heb uitgegeven, in een opwelling van uitgelatenheid en overmoed? Interessante vragen allemaal. Dat gebeurt er dus als je kunst in je leven laat. Dat laatste is nog wel het interessantst. Mingus vindt het een ‘cool’ schilderij, zegt hij, en dan gaat hij er voor zitten nadenken. Hij heeft ook al diverse pogingen gedaan het te vervalsen. Ik had al bijna Roderik van Zwaaij gebeld.
En boven mijn bureau hangt voorlopig die voorpagina van het Parool: de foto van Mondriaan, opa Chen en het schilderij, zestig jaar geleden, en daarnaast, Fei Fei met hetzelfde schilderij, nu. Ik had haar graag geïnterviewd voor de gelegenheid, maar ik mocht absoluut niet bij de fotosessie aanwezig zijn. Van Zwaaij, lijkt mij zo.
Gisteren werd ik opgebeld door een ambtenaar bij cultuur. Of ik eens langs wilde komen, in verband met de Victory Boogie Woogie. Dus ik vanochtend naar het gemeentehuis.
De ambtenaar heet Lianne Verstraaten. Jonge meid, van het type spontaan en weet van aanpakken, maar haar reet heeft meer verstand van kunst dan haar kop. (Moet je mij horen!)
Ze is bezig met de aankoop van de Boogie Woogies. Een soort twee-voor-de-prijs-van-één-deal, geloof ik. Ik dacht dat ze meer wilde weten van wat ik in New York had ontdekt, maar dat boeide haar niet. Of ik in mijn berichtgeving een beetje rekening kon houden met de belangen van Amsterdam in deze zaak, vroeg ze. Ze begreep best dat het journalistiek interessant was om te gaan vissen naar wie precies welk kwastje op welk schilderij had gezet. Maar uiteindelijk was het toch het belangrijkste dat de schilderijen in Amsterdam kwamen te hangen, dat was ik toch met haar eens?
Nou, zei ik, is het niet handig te weten of de schilderijen echt zijn, voordat je er een paar miljoen tegenaan smijt?
O, zei ze lachend, daar hoefde ik me helemaal geen zorgen over te maken. Daar was geen belastinggeld mee gemoeid. Het geld moest allemaal van het bedrijfsleven komen, dus dat gaf niets. En wat maakte het nou uit, of Mondriaan of Li het schilderij had gemaakt? Voor de prijs misschien, daar had ik gelijk in, maar uiteindelijk ging het toch om de entertainmentwaarde. En met die entertainmentwaarde zat het voorlopig wel snor. Iedereen had het erover, dus iedereen zou de schilderijen ook wel willen zien. Het zou de sponsors meer dan genoeg naamsbekendheid opleveren, de wethouder zou een pluim krijgen voor daadkrachtig optreden, en voor het toerisme in
Amsterdam kon het ook alleen maar goed zijn.
Mijn vader denkt daar overigens heel anders over. Toen ik Mingus kwam ophalen vertelde hij dat er bij de douane nu minstens twee Boogie Woogies per dag worden aangegeven. We sturen ze allemaal direct terug, zei hij, ongezien. Zodra ze over de Boogie Woogie beginnen, zetten we ze op het vliegtuig. Hij klaagde steen en been, het was natuurlijk allemaal mijn schuld, ik bezorgde hem alleen maar extra werk.
Ik mis je. Ik mis je alsof er een rat in mijn buikholte rond knaagt. Hij houdt vooral huis achter mijn schaambeen, als je het weten wilt.

Han van der...

4 jaren, 6 maanden geleden

Striptease

1,0

Lofzang-II

Oh zo veel aandacht zo goddelijk intens
Vol op m’n vezels en recht op het vlak
Die borende zoekende tastende blik
Hoe gestreng de ogen zo warm het zicht
Man kon hij kijken vooral zonder bril
Me dicht op de huid zodat hij ook rook
Naar ik aanneem hoe ik gloeide van trots
Zweette van de spanning op m’n spieën
Meer nog de draden de schering de inslag
Die het vrijwel niet kunnen verdragen
De koorts de twist van vijfenveertig graden
Zonder extra nagels in mijn zijden
Oh dat mijn krijt met beenderlijm
Het ongeschonden mag doorstaan
En dat ik al de liefderijk opnieuw
Steeds aangebrachte gewogen en te
Licht bevonden en heroverwogen
En weer gewikte weer herschikte
Kleurenlinten dragen blijf als af
Gewikkelde cocardes strakke guirlandes
Die met steeds toenemende precisie
De kleine pijn verzachtten van al de
Zeer bedachtzaam in mij door mij heen
Geprest duimspijkers oh hij heeft me
Betast gevoeld als enige eerste laatste

Fabian Stolk

4 jaren, 6 maanden geleden

Kunstenaarschap

1,4

Roulette met Fei Fei

Net toen ze onder de glitterpoort van het Scheveningse casino doorliepen ging zijn telefoon.
‘Ja… Ja, met Roderik… Kerel, goed dat je belt, maar… Is het goed dat ik je met vijf minuten terugbel?… Oké!’
Hij stak de telefoon weg en pakte Fei Fei weer bij de elleboog. Ze zag er schitterend uit in de avondjurk die ze ’s middags gekocht hadden. Ja, hij moest grove middelen inzetten, maar zo had hij tenminste weer het gevoel dat hij de boel onder controle had. Straks gooide hij er nog een orgasme van de zaak tegenaan, dan at ze weer uit zijn hand. Chens aantrekkingskracht op Fei Fei was flink afgenomen sinds ze wist dat zij het enige echte schilderij in handen had. Zou ze al eens een casino van binnen hebben gezien?
Ze kwamen bij de roulettetafels en Fei Fei gaf met een glimlach te kennen dat ze wel wilde spelen. Hij gaf haar zijn fiches in handen. Wist ze wat ze ermee doen moest? Ze legde voorzichtig een fiche op even. Mooi zo, hij kon haar wel even alleen laten als ze in dit tempo ging spelen. Hij gebaarde naar zijn telefoon en liep naar de bar.
‘Ha Bastiaan, gozer!… Hoezo?… Natuurlijk heb jij een optie! We hebben toch een afspraak, jij en ik?… Klopt, klopt, je bent zoals gewoonlijk goed geïnformeerd… Ja, op het matje geroepen bij de gemeente, in de gedaante van Lianne Verstraaten. Zo’n miljoenenzaak, en ze zetten er een meid van vijfentwintig op! Het laat weer zien met wat een minachting… Oké, wij gingen ook over miljoenen toen we zo oud waren! Wacht even…’ (Fei Fei kwam op hem aflopen en liet weten dat haar fiches op waren. Roderik gaf haar een paar briefjes van honderd. Hij wees haar naar het loket waar ze de fiches kon halen. Ze glimlachte en liep van hem weg. Kijk, zoals zij die kont liet draaien, dat was nou kunstenaarschap.) ‘Maar dat is het hele punt, die miljoenen hebben ze niet. Ambtenaren, ze rekenen erop dat je met de pootjes omhoog gaat liggen zodra ze het landsbelang en de volksverheffing noemen … Je gaat zo’n topwerk toch niet in een museum weghangen, dat moet naar een topcollectie, een topbedrijf dat het zich kan veroorloven… Ik gebruik dit om de belangstelling aan te wakkeren… Reken maar dat er belangstelling is. Jij hebt de optie, maar… Serieuze partijen, ja hoor… Oké, ik bel je morgen, first thing!’
Toen hij bij de roulettetafel terugkwam zat Fei Fei genoeglijk te praten met een Chinese heer links van haar. Ze zette net een paar fiches van honderd in, en carré. Verloor. Verdubbelde de inzet. Won. Godsodeju, die meid had daar voor minstens tienduizend aan fiches liggen, zag hij nu.
Daar ging de telefoon weer. Fei Fei kon het wel alleen af, dat was duidelijk.
‘Sjaak! Gozer, goed dat je belt!… Je bent als altijd weer uitstekend op de hoogte. Maar maak je geen zorgen, een optie is bij mij een optie, dat weet je… Ach, je kent ze, ze willen het schilderij in het museum hebben om er scholieren en bejaarden naar te laten gapen… Tuurlijk, tuurlijk…’ (Hij zag Fei Fei naar het loket lopen met een berg fiches. De Chinese heer vergezelde haar. Ze knikte hem in het voorbijgaan toe.) ‘Zeg, vind je het goed als ik je met vijf minuten terugbel?’
Maar toen hij buiten kwam waren Fei Fei en de Chinese heer nergens meer te bekennen.

Jochem Broe...

4 jaren, 6 maanden geleden

De kleurenpalet van Nederland

Godfried de Ridder

1,8

Kosakowski's ommezwaai

Stefan Kosakowski stond in zijn eentje in het atelier van Godfried de Ridder, of Ottie, zoals hij hem noemde, zijn Canon EOS 5D Mark III om zijn nek en in zijn handen. Dit project was nochtans begonnen uit liefdadigheid: het had hem doen denken aan de manier waarop hij zijn vader soms met lichte tegenzin hielp met zijn smartphone, al was er altijd ook de zweem van good karma. Maar moest je hem nu eens zien: op het manische af fotografeerde hij de laatste veranderingen in de ruimte, overtuigd dat hij getuige was van iets miraculeus. Terwijl hij niet eens echt wist waar hij naar keek.

Hij kende Ottie nog uit zijn tijd aan de Academie, waar hij in het eerste jaar les van hem had gehad. Op de een of andere manier was die ongelijke verhouding uitgegroeid tot een warme vriendschap, en kwam hij regelmatig bij de De Ridders over de vloer. Hij had zelfs nog een dingetje met Otties dochter gehad, een paar jaar jonger dan hij, maar dat was lang geleden. Vervolgens had Stefan van dichtbij meegemaakt hoe Otties huwelijk to hell was gegaan en hoe hij langzaam alle contact met de buitenwereld was verloren.

Het optreden bij Pauw & Witteman een jaar geleden, waarin hij zou vertellen over een nieuw boek over de stroming waartoe hij in de eighties had behoord, was een kantelpunt geweest. Ottie was zo zenuwachtig dat hij zich vooraf had volgegoten, en in het item zelf kwam er geen zinnig woord meer uit. Het was geëindigd met de suggestie, of het dreigement, om eens even flink op de tafel te poepen. Het was enerverende televisie geweest, dat dan weer wel. Dus toen Ottie hem vroeg om zijn leven terug op de rails te helpen met een gezamenlijk mediaproject, kon Stefan dat als welopgevoed wereldburger eigenlijk niet weigeren.

Inmiddels had Ottie de touwtjes weer stevig in handen. Van onhandig groot was hij imponerend groots geworden. Dat had ongetwijfeld te maken met alle nieuwe Victory Boogie Woogies, een geschiedenis waarin hij met hulp van Stefan, via een omweg, diep verwikkeld was geraakt. Het betekende dat er hier in het atelier down- en uptime was. Downtime als Ottie in den lande de regelneef uithing, of veldwerk verrichtte, of wat hij ook deed. Uptime als Ottie aan zijn meesterwerk sleutelde, wat Stefan dan vastlegde. Hij haalde veel energie uit zijn uitstapjes, dat was duidelijk: als een wervelwind kwam hij binnen, in no-time haalde hij de boel overhoop. Het ging zo snel en radicaal, en zo vaak opnieuw, dat Stefan de draad al lang kwijt was. Hij kon het alleen maar vastleggen en hopen dat hij na afloop kon reconstrueren wat er hier precies was gebeurd.

Het was helder genoeg begonnen: een week of drie geleden had Ottie zijn moment van inzicht gehad, en was alles in het atelier naar buiten gegaan. Stapels onaffe doeken, materialen, zijn meubilair, inclusief twee versleten bankstellen, zijn boekenkast, inclusief alle boeken: alles. Hij had de boel op het plaatsje in de fik gestoken. Blauwe walmen waren eraf gekomen, maar niemand uit de buurt had er melding van gemaakt. De zwartgeblakerde puinhoop lag nog steeds voor de deur.

En binnen? Stefan vond het moeilijk om er concrete gedachten over te formuleren. Misschien zat er ook wel geen idee achter, en was het een over uren, dagen, weken uitgesmeerde bevlieging. Toch vond hij het te krachtig, te omvangrijk, om het af te doen als the busiwork of a madman. Het hele atelier was erdoor opgeslokt. Een ruimte die, als je de uitstulping met het keukentje en wc-hokje wegdacht, ook daadwerkelijk vierkant was, of liever, ruitvormig. Onuitputtelijk schiep Ottie er, vernietigde hij, herschiep hij. Rangschikte hij de materialen die hij in alle hoeken van de stad had gevonden, die soms per vrachtwagen werden afgeleverd. En zette hij zijn hulpkrachten in: de kinderen, de dieren. Ja, het was hier af en toe een dolle boel. Eigenlijk moest het dak eraf, had Ottie gezegd. Eigenlijk moesten ze de vloer eruitzagen en, hup, in het Stedelijk schuiven.

Dit moest de kunstenaar zijn zoals hij in Berlijn ooit zo'n indruk had gemaakt. Een natuurkracht zowat. Zodanig dat het de critici had laten jubelen, de handelaren had doen kwijlen, de kunstgeschiedenisstudentes bij de dozijnen tot een bedevaart had verleid… waar Stefan het moest doen met één minderjarige scholiere die geen woord sprak en al niet veel beter pijpte. Hij hoopte dat ze ook tegen zijn vrouw stil zou zijn.

Er werd een sleutel in het slot gestoken en omgedraaid. De schuifdeur gleed open. In het felle ochtendlicht zag hij Otties silhouet. Aan zijn zijde een rank schepsel in een lange jurk, Stefan kon niet goed zien wie het was. 'Vers vlees,' riep Ottie, en hij bulderde van het lachen.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 6 maanden geleden

Meesterwerk

Magda Vlekveld

1,7

In het depot van het Stedelijk

De ruwhouten kist die voorzichtig door twee mannen uit het busje van De Wit Art Handling werd getild en het depot van het Stedelijk Museum in het Westelijk Havengebied werd binnengedragen, was bijna twee bij twee meter groot. Een opvallend knappe, hoog geblondeerde vrouw in een knalrood mantelpakje stapte er stoer voor uit, de hoofdentree door.
Op de patio daar achter kwam een magere jongeman op hen af gesneld.
'Ha, Bart, daar ben je. Ik heb het door vaklui laten inpakken en vervoeren, zoals je ziet. Het heb het voor het transport laten opspannen, maar dat zullen jullie mensen ongetwijfeld over willen doen.'
'Magda, leuk je na al die jaren weer in levende lijve te treffen. Je ziet er goed uit. Hierheen, heren!'

Later, op de kamer van Bart, de transporteurs weer vertrokken, de kist veilig op een tafel in het depot geplaatst, opengeschroefd en bekeken, dit gesprek, opgetekend door de secretaresse van de teamleider depot, die zelf niet aanwezig was.

'Indrukwekkend, ik kan niet anders zeggen. Ik hoop heel erg dat je gelijk hebt. Maar je weet wat we hebben afgesproken door de telefoon, ik herhaal het nog maar even. Vanwege onze vroegere banden wil ik dit gesprek graag aangaan, maar ik zeg er meteen bij dat er bij de top grote twijfels bestaan. Ann tikte eerlijk gezegd met haar vinger tegen haar voorhoofd toen ik je naam liet vallen. Ik heb haar herinnerd aan je vondst van de vroege en onbetwiste schets van de Victory uit de nalatenschap van Charmion von Wiegand. Toen gaf ze mij toestemming je te ontvangen en het werk te laten bekijken door Restauratie. Maar nogmaals: ik beloof niets.'
'Lieve Bart. Je was altijd mijn beste student iconologie. Kijk ook nu weer door de in de geschiedenis ontstane verwarring heen en je zult ontdekken dat ik je geen kist bananen ben komen brengen, maar een keerpunt in de kunstgeschiedenis, een kans uit duizenden voor het nieuwe Stedelijk Museum. Het werk is authentiek, dit is de versie van de Victory Boogie Woogie die volgens de boeken een jaar lang op Mondriaans atelier in New York heeft gestaan terwijl de meester het te druk had met andere zaken, waarna hij helemaal van voren af begon en over de oude een geheel nieuwe versie schilderde. Ik ben je dankbaar dat je me verdedigd hebt, maar ook “Ann” zal dolblij zijn als ze begrijpt wat ik jullie in handen speel. Voorlopig, laat dat ook duidelijk zijn.'
'Zeker, maar je hebt toch ook de uitzending van Pauw en Witteman gezien? Ik bedoel…'
'Dat stel kiftende en kijvende straatvechters? Een jonge onervaren journaliste die denkt een scoop te hebben, en een louche zakenman van wie je nog geen tweedehands auto wilt kopen? Waarom denk je dat die journaliste de door haar gevonden foto zo kort in beeld liet brengen? Omdat anders iedereen had kunnen zien dat niet “haar” of “hun” versie op die foto stond, maar deze! En ik zeg niet: de mijne, want ik bezit dit werk niet, ik ben alleen officieel gevolmachtigde, anders dan die schreeuwlelijk met z'n slechte manieren die je van de buis kent.'
'Hoezo, deze versie? Er is voor ons eerlijk gezegd geen touw aan vast te knopen.'
'Kijk eens naar deze foto's die ik begin dit jaar kreeg opgestuurd van de rechthebbende van het doek. Dat daar is de Chen Jié, de jazz-vriend van Mondriaan die je al van die vage foto van tv kent. Dat jongetje daar is Chen Hui, zijn kleinzoon en huidige eigenaar. Dat schilderij tussen hen in is dit doek. Bekijk ook dit document, waarmee het doek is ingeklaard bij vertrek uit Amerika, en deze waarmee het in China is ingevoerd. Met alle stempels, zegels enz. Ik laat dit bij je achter, zodat je ook hiervan de authenticiteit kunt laten bevestigen.'
'Onderzoeken, Magda, onderzoeken. Laten we niet te hard van stapel lopen.'
'Wat je wilt, Bart. Laat ik er niet omheen draaien. Dit is mijn voorstel. Jullie doen technisch onderzoek naar het schilderij: de verf, het doek, de gaten waar de oorspronkelijke spijkertjes hebben gezeten, etcetera. Laat ook de provenance nog eens grondig uitzoeken, ik geef je ook deze hele map mee. Ik heb het volste vertrouwen dat het doek betrouwbaar is, maar mocht er enige twijfel zijn over de authenticiteit, dan ben ik van harte bereid het weer mee terug te nemen. No hard feelings. Alleen, stel je nu eens voor dat alles klopt, dat er geen reden is om eraan te twijfelen dat dit doek uit 1942 stamt. En kijk dan eens goed naar wat erop staat. Wat Mondriaan hier gemaakt heeft. Het is een absoluut meesterwerk, Bart, het is het hoogtepunt in Mondriaans oeuvre, een werk zo volmaakt dat Mondriaan het uit zijn leven heeft moeten verwijderen om als kunstenaar verder te kunnen. Natuurlijk kon hij zijn kunstwerk niet bij het vuilnisvat zetten, dus schonk hij het aan een onbekende Chinees, van wie hij wist dat hij na zijn tournee zou terugkeren naar het Verre Oosten. Hij liet Chen Jié beloven het werk niet te verkopen, maar in de familie te houden. Aldus geschiedde. Maar volgend jaar is het 70 jaar geleden dat Piet Mondriaan overleed. Dan vervallen de rechten, en dus ook de belofte dat het werk niet verkocht mocht worden. Daarom duikt het nu pas op, en niet toevallig hier, want iedereen weet dat Nederland the place to be is als je juist deze Mondriaan aan de man wilt brengen. En het duikt ook niet toevallig bij mij op, want zelfs in China weten ze inmiddels dat als er iemand is met kennis van zaken over Mondriaans werk uit zijn New-Yorkse periode, ik dat ben.'
'Zeker, zeker, Magda, dat ontken ik ook niet. Maar hoe zit het dan met dat ding dat in De wereld draait door te zien was? Er gaan geruchten dat de gemeente Amsterdam het wil aankopen…'
'Geruchten, praatjes, journalistengeleuter. Moeten we het daarover hebben? Dat ding waar Van Nieuwkerk zo opgewonden over deed is ongeveer half zo groot als dit doek, is je dat opgevallen? Bekijk het anders nog eens op Uitzending gemist. Dat andere doek is een afleidingsmanoeuvre van Chen Hue, de kleinzoon, om deze versie, de enige echte, probleemloos het land in te krijgen zonder dat meteen de hele wereldpers erover valt. Waarom denk je dat je niets van het MoMA of het Centre Pompidou hoort, of desnoods het Gemeentemuseum? Die willen er hun handen niet aan branden! En dat geeft jullie de kans het werk in alle rust te beoordelen, en aan te kopen. Want daar gaat het om. Omdat iedereen denkt dat deze vals is, is het relatief goedkoop aan te schaffen.'
'Ja, maar Magda. Nu ga je te ver. Met ons aankoopbudget… En de bezuinigingen.'
'Daar weten jullie vast wel een mouw aan te passen. Ik weet ook van die onderhandelingen op het Stadhuis. Er wordt al driftig naar geld gezocht, naar ik begreep voor beide versies. Dit stel ik voor: laat het Rijks gerust dat kleine ding kopen en tentoonstellen, dan nemen jullie deze, de echte, het feilloze meesterwerk.'
'Als het dat is, Magda. Botering gelooft dat die andere de enige echte is.
'Zeker, zeker, als het dat is. Maar ik ben daar zo zeker van dat ik bij deze plechtig beloof, en noteert u dat maar, mevrouw,' richtte Magda zich nu op de secretaresse, 'dan schenk ik het Stedelijk mijn Charmion von Wiegand-schets. Eerste en beste versie van de Victory Boogie Woogie. Moet je zien wat er daarna met de bezoekersaantallen gebeurt! Dan heeft Mike Kelley met z'n 200.000 bewonderaars het nakijken, Bart. Dan zit jij hier niet nog jaren als junior-assistent of hoe ze je functie ook hebben gedoopt. Dan verlaat jij dit depot en schuift door naar, waar wil je heen? Of liever je leven lang hier tussen de tweederangs werken uit de aankopen van Beeren en Fuchs blijven zitten? Maar ik moet je dit nog zeggen, beste Bart: de tijd dringt. Die Chinezen kunnen hier niet eeuwig blijven, en er bemoeien zich steeds meer partijen tegenaan…'
'Ja, ja,' zei Bart, en hij trok aan zijn linkeroorlel, net als vroeger tijdens hun gesprekken in het kader van zijn promotieonderzoek naar Johan Thorn Prikker. 'Ik begin te begrijpen wat je bedoelt. Anns twijfels over je motieven zijn niet terecht. Maar hier staat meer op het spel dan jouw goede naam en mijn carrière, Magda. Dit is waarom wij dit allemaal doen,' en hij gebaarde vaag als om het depot en zijn medewerkers te omvatten. 'Het gaat om het voortbestaan van, van, van die ene gouden greep, van het hoogst haalbare, van…'
'Van de metafysische waarde van het leven op aarde, het overleven van de ziel in een steeds dodere wereld, mogelijk gemaakt door de Kunst,' citeerde Magda zijn proefschrift, en de tranen biggelden over haar wangen. Want Bart had gelijk. Het gaat om het overleven van de ziel, niet alleen die van Mondriaan of de moderne tijd, maar ook die van haar, Magda Vlekveld, een klein schakeltje in Gods Grote Plan met deze wereld.

Arjen

4 jaren, 6 maanden geleden

Cultuur in crisistijd

2,4

Brief aan Jeroen Dijsselbloem

Hongkong, 13 mei 2013

Geachte heer Dijsselbloem, beste Jeroen,

Ongetwijfeld heeft u het nieuws gehoord over de mogelijk nieuwe versies van Mondriaans Victory Boogie Woogie. Zoals u weet, was ik namens De Nederlandse Bank destijds betrokken bij de aankoop van het werk dat nu in het Gemeentemuseum hangt. Een aankoop die tot de nodige politieke en maatschappelijke ophef leidde. Toch heb ik nooit spijt gehad van die beslissing: u weet dat alles uiteindelijk draait om waarde, niet om prijs.
Ik schrijf u om een bijzondere gedachtegang te delen. Voordat ik alles uiteenzet, vraag ik u echter om een gunst: lees deze brief tot het einde. Stop niet na mijn advies, zelfs als u er zeker van bent u het nooit uit zult voeren. Goed, laat ik dan nu in heldere bewoordingen ter zake komen.

Verkoop de Victory Boogie Woogie.

Dit advies vraagt om een onderbouwing. De eerste reden is eenvoudig en onomkeerbaar: dreigende devaluatie. Op het moment dat de andere versies inderdaad origineel blijken te zijn, is de Victory Boogie Woogie niet langer uniek. Ik hoef de minister van financiën geen rekensom te laten zien om uit te leggen wat dat betekent. En ik hoef u ook niet te vertellen dat mogelijke devaluatie een onaanvaardbaar risico is voor de Nederlandse Staat op dit moment.
Risico’s veranderen in kansen, dat is de kern van ons vak. We verkondigen dat niet meer in het openbaar, maar u begrijpt wat ik bedoel. Bij de aankoop in 1997 was de overweging van minister Zalm: cultuur (van de gulden) verdwijnt, we kopen cultuur terug. Minister Zalm kende de kracht van de oneliner. Het is een gedachte die in de nieuwe tijdsgeest echter volstrekt onacceptabel is. Vraagt u zich eens af welke groep in Den Haag groter is: bezoekers aan het Gemeentemuseum of demonstranten tegen nieuwe bezuinigen? Kunst is ontspanning, geen levensbehoefte. Is ontspanning echt 40 miljoen waard?

Sinds eind 2012 ben ik commissaris bij de Bank of China. Een verademing, kan ik u zeggen. Bankiers zijn hier geen noodzakelijk kwaad, maar genieten nog aanzien. U staat aan het begin van een veelbelovende carrière, maar ik kan u een afsluiting hier aanbevelen, ook financieel. Het toeval wil dat de bank sinds januari een kunstfonds in het leven heeft geroepen. Een fonds waar de Victory Boogie Woogie met zijn symbolische waarde van vrijheid en vooruitgang uitstekend in zou passen.
Voordat ik verderga, u vraagt zich wellicht af of dit schilderij een obsessie voor me is. Eerst haalde ik het naar Nederland, nu misschien naar China. Ik kan u geruststellen: van een obsessie is geen sprake. Stiekem heb ik zelfs veel sympathie voor de mensen die vergelijkingen maken tussen moderne kunst en peutertekeningen. Kunst is voor mij ongrijpbaar. Dat wil overigens niet zeggen dat ik de waarde ervan onderschat. In China zijn de Europese meesters een teken van welvaart en verfijnde smaak. Daarom hangt in mijn kantoor in Hongkong zelfs een tekening van Picasso. Hooguit vijftien seconden werk dat decennia overleeft. Het tegenovergestelde van politiek.
Mijn medecommissarissen waren unaniem enthousiast over dit bijzondere werk van Mondriaan. Ik vind het niet passend om in deze brief over geld te praten, toch kan ik u garanderen dat een mogelijke onderhandeling als resultaat heeft dat u geen verlies hoeft te nemen op het werk. Denkt u bovendien aan de impuls die een eventuele verkoop van dit stukje nationale identiteit geeft aan de handelsbetrekkingen tussen Nederland en China.

Emotie bepaalt de prijs van kunst. Ik wil absoluut geen druk uitoefenen, toch is het raadzaam om op mijn advies snel een besluit te laten volgen. Bovendien denk ik dat u er goed aan doet om het parlement hierover nog niet te informeren. Natuurlijk weet ik dat dit zwijgen juist de fout is die men ons later heeft verweten. U moet echter begrijpen dat ook media-aandacht een devaluerende werking heeft. Door een mogelijke verkoop suggereert u immers dat de gevonden versies originelen zijn. Dat is wel het laatste wat u wilt.

Volgende week ben ik terug in Nederland. Treft het u om verder te praten over dit bijzondere project? Ik hoor het graag van u.

Met vriendschappelijke groet,

A.H.E.M.(Nout) Wellink

Ton Vogels

4 jaren, 6 maanden geleden

Christie's

1,3

Is er dan niemand in de wereld te vertrouwen?

‘Waar is het echtheidscertificaat,’ gromde de man met de varkenskop, terwijl hij de juten zak van het hoofd van zijn slachtoffer trok. Door het masker gluurde hij naar het gezicht van de dandy in smoking voor hem. Deze lefgozer mocht in de veilingzaal de held geweest zijn, de showmaster die zijn publiek opzweepte of liever gezegd manipuleerde tot het bieden van exorbitant hoge bedragen, in hun handen was hij slechts een lullig hoopje mens.

Het zou mij niks verbazen als hij in zijn broek heeft gepiest, dacht de varkenskop. Allemaal mietjes in de kunstwereld. Kunst, en dan vooral moderne kunst, wat stelde dat nou voor? Dat konden zijn neefjes beter. Wat er bij die pinguïn in zijn veilinghuis onder de hamer kwam zei hem absoluut niets, behalve dat het big business was. Geld, seks, macht, daar draaide toch alles om in het leven en, laat het een cliché zijn, daar werd je pas een succesvol man door.

Jack verstijfde onder de blik van die half verstopte ogen. Hij spande zijn oogspieren om scherper te kunnen zien, maar het lukte niet. Het leek wel of zijn oogleden van lood waren. Was hij verdoofd geweest? Opeens herinnerde hij zich hoe hij was overmeester door twee armen om zijn nek. Hij had een prik in zijn arm gevoeld en was weggezakt in een diepe duisternis.

Nu moesten zijn ogen wennen aan het licht. Niet meer naar die varkenskop kijken, zei hij in zichzelf. Hij tilde zijn hoofd een beetje op en zag tot zijn schrik dat er nog meer mannen met varkensmasker in de zaal liepen, gewapend met imposante geweren. Hun gelach ging door merg en been. Hoe kon het dat hij ze niet eerder had opgemerkt? Rechts bij het raam stond een vrouw met de rug naar hem toe. Ze kwam hem vaag bekend voor.
Hij probeerde rechtop te gaan zitten, maar schoot terug. Pijn schoot door hem heen. Zijn handen zaten met tape vast aan een ijzeren stang. Hij keek naar zijn benen die onwillekeurig fietsbewegingen maakten, zag toen het fietsframe. Fuck, nee, dat kon niet waar zijn.

Toen pas ontdekte hij het tapijt dat recht voor hem op de grond was uitgespreid. Hoewel, tapijt, wat daar lag herkende hij uit duizenden. Bijna een jaar geleden had hij dat beroemde schilderij van Mark Rothko afgehamerd op 86,9 miljoen dollar. Oranje, rood, geel. De kleuren van zijn grootste persoonlijke triomf. De vlakverdeling, kleurnuanceringen en textuur van het schilderij stonden als in zijn geheugen gebrandmerkt. En nu lag datzelfde doek recht voor hem, plat op de grond, respectloos. Hij rilde.

Naast het schilderij stond een tafel met schildersgereedschap: spuitbussen, mesjes, tubes, kwasten, terpentine, maar ook schuurpapier, radeermesjes en een gasbrander. ‘Christie’s heeft toch experts die weten waar de mooiste spullen te halen zijn?’ sprak de varkenskop. ‘En jullie nieuwe veilinghuis in Shanghai mogen jullie veilen op het Chinese vasteland, onafhankelijk van lokale partijen. Dat klopt toch? Dat is voor ons zeer, zeer aantrekkelijk en jij gaat ons daarbij helpen. De wielen draaien nu vanwege een lopende band, maar die zetten we stil. Dan mag je zelf fietsen of je leven ervan afhangt. Als je stopt met trappen zullen de verfblikken die aan die stang boven het schilderij hangen door spiesen doorboord worden, openbarsten en de verf zal als een stortbui op het schilderij vallen. En zie je die tafel daar? Prachtige werktuigen om een schilderij voorgoed mee te verminken. Dat wil jij toch niet op je geweten hebben? Dus kom maar op: waar is het echtheidscertificaat?’
De veilingmeester voelde hoe zijn benen vertraagden, het tempo nam af, nog even en de band zou stilstaan. Als een bezetene trapte hij op de pedalen. Hoe moest hij zich hieruit redden? Plotseling zag hij vanuit zijn ooghoeken dat de vrouw zich omdraaide. Ze kwam heupwiegend naar hem toe. De varkenskoppen stelden zich ieder aan één kant van Rothko’s doek op met hun geweer in de aanslag. De vrouw stond recht voor hem. Nu ze zo dichtbij was, wist hij het weer. Was er dan niemand in de wereld te vertrouwen?

Hij zou zwijgen als het graf. ‘Je zegt niets?’ sprak de vrouw. Op haar teken vuurde een van de gangsters een schot af en een klodder lichtblauwe verf plofte midden op het schilderij. De tweede schutter kwakte er een witte vlek naast. Het was alsof een vlijmscherp mes door zijn vlees sneed. De pijn was onverdraaglijk. Dat is niets, courage, dat is niet erg, dat is wel te restaureren, fietsen, gewoon doorfietsen. Redden wat er te redden valt. Het zweet liep over zijn rug.

‘We kunnen je nog opium geven,’ sprak de vrouw opeens. ‘Krijg je weer dat lome, behaaglijke gevoel van. Wordt je zo heerlijk onverschillig van. Dan geef je je geheim wel prijs.’ Ze haalde een spuit tevoorschijn, streelde de binnenkant van zijn onderarm, waar zijn aders als een gek begonnen te kloppen, en bond een rubber band om zijn arm. ‘Nee, nee…..ja, ja, ja…,’ gilde hij. ‘Stop deze kwelling, ik zal spreken.’

Kletsnat werd hij wakker. Hij was in zijn eigen slaapkamer. De varkens krijsten nog in zijn halfslaap. Het liet hem niet met rust, die eerste veiling in het najaar in Shanghai.

Lineske

4 jaren, 6 maanden geleden

De prijs van kunst

1,7

Wij zijn het werk

De spijker waaraan het schilderij Victory Boogie Woogie in het Haagse Gemeentemuseum hing was bij wijze van spreken nog amper in de muur geslagen toen ik het doek voor de eerste keer zag. Het was ook meteen de eerste keer dat ik het door Berlage ontworpen museum zelf mocht ervaren, daartoe aangezet door het televisierumoer over de miljoenen die waren gespendeerd aan wat toenmalig Staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg 'De Nachtwacht van de twintigste eeuw' had genoemd. Ik weet nog dat ik die dag, dat was in de tijd dat je in de kantine nog met guldens voor een kop automatenkoffie betaalde, een slaaptekort had, waarschijnlijk zelfs een lichte kater, en daardoor in het soort verruimde, want half verdoofde bewustzijn verkeerde waarin museabezoek het meest opwindend is, vooral het bezoek aan musea waar, in strakke lijsten ingekaderd, de kunst van de laatste eeuw wordt getoond. De schoonheid al die werken komt op de een of andere manier direct binnen, alsof je je op die katerige ochtenden kunt reduceren tot één groot oog.

Ik herinner me een rechthoekige zaal met louter witte wanden en een karaktervolle oude houten vloer, met rondom louter Mondriaans, zodat je in een enkele blik een overzicht kreeg over de ontwikkeling die de schilder in de loop van zijn leven had doorgemaakt, en ik weet vooral nog dat ik niet alleen onder de indruk was van zoveel rijkdom (die kleuren!) aan de wand, maar ook een haast pathetisch soort dankbaarheid voelde dat ik daar op deze doordeweekse ochtend getuige van mocht zijn. Het woord hier is 'geprivilegieerd': voor de duur van mijn zaalbezoek kon ik wat hier hing gewoon mijn bezit noemen, want dat is ook wat schoonheid doet: niet zozeer dat je wilt hebben wat je ziet, nee, het is sterker; even ontstaat de indruk dat je daadwerkelijk bezit wat je ziet.

Eerlijk gezegd weet ik niet wat ik precies 'vond' van het iconische schilderij zelf - ik heb er geen precieze herinnering aan, en kan me ook geen specifiek eerste oordeel ('wow!' of '82 miljoen!?') voor de geest halen. Wat ik me echter nog wel herinner, dat waren de bezoekers die juist op dat moment in de zaal bivakkeerden. Een groep Scandinavische scholieren die zich had genesteld te midden van de Mondriaans, jongens en meisjes die in hun spijkerbroeken en t-shirts op de houten vloer zaten te luisteren naar hun docent die een betoog hield over de kunstenaar en diens werk. Ik kon niet verstaan wat de leraar zei, maar alleen al de manier waarop hij sprak, rustig en in tastende zinnen, en dus niet op de snelle, ingestudeerde manier waarop sommige museumgidsen hun groepen door de zalen jagen omdat ze bijvoorbeeld per se binnen het uur in steenkolen-Duits door de Gouden Eeuw moeten gaan.

De man sprak met liefde, zou je kunnen zeggen, hij verwoordde zijn voorliefde voor het werk, waardoor hij het op een bepaalde manier ook leek te kunnen bevragen terwijl hij uitleg gaf, alsof hij eerder openlijk essayeerde dan een voorbereid betoog afstak. Ook opvallend was de manier waarop de leerlingen op zijn woorden reageerden: ze luisterden, stelden vragen en gaven zelfs aanvullingen of commentaar, zonder dat de leraar daarvoor iemand de beurt moest geven, en zonder dat er eerst vingers de lucht in gingen. Dit was duidelijk geen les kunstgeschiedenis, maar een gesprek over een onderwerp dat hen allemaal aanging.

Het punt van deze herinnering, als er al een punt is, bestaat er niet in dat er diezelfde dag ook een groep Nederlandse scholieren in het museum rondliep dan wel - hing, een groep die nog geen fractie van de aandacht of overgave te speuren gaf die de Scandinavische groep toonde. Niet iedereen heeft het geluk de ideale docent te treffen of de ideale school - zulke docenten en scholen zijn er heus ook nog in Nederland, toch? Het gaat erom dat wat die Scandinavische groep of gemeenschap deed bijzonder was: ze nam verantwoordelijkheid voor het kunstwerk, zo niet voor het complete oeuvre van Piet Mondriaan, om een vervolg te geven aan dat wat een esthetische ervaring heet, door Nabokov eens als de 'gezegende huivering' omschreven. Of, om het in de woorden van de klassieke esthetica te zeggen: ze probeerden een niet-objectiveerbare subjectieve ervaring in begrijpelijke, te bediscussiëren woorden uit te spreken. Ik weet niet of dat nu een verwezenlijking, een erfenis, of een gift van de Verlichting is, maar het is in ieder geval een traditie of kennisveld waarvoor een grote persoonlijke inzet of betrokkenheid vereist is. Kunst wordt alleen dan kunst als, om op Jeroen Mettes te variëren, iemand durft te zeggen: dít is kunst. En dat vervolgens ook verdedigen wil en kan.

Want het werk, dat zijn wij. Ook in zogenaamde crisistijd.

Daniel Rovers

4 jaren, 6 maanden geleden

Striptease

1,3

Lijkzang-III

Als het maar niet zo zou plakken.
Al dat gedoe altijd, dat zuigen, dat
Trekken, het klemmen en rekken,
Dat kleffe, dat blijvende, klevende,
En dan daarnaast nog, kchrrychst-
Tisteering, shit, daar zit er dus een:
Als een puist, een pukkel, een aambei
ex negativo, midden erin, wat dondert ’t,
Ik bedoel: interesseerde de materie
Deze kille meneer dan geen hol?
Niemand die het zal zien, vrees ik.
Maar, Jezus, al die pestkleine steken,
Die gaten. Het weefsel aan flarden.
Of er een specht of zo in de weer
Geweest is, maar wel een gestoorde.
Of er ’n manisch-psychotysche misfit
Met twintig zygodactylische poten
Me een Thaische massage cadeau deed.
Lik m’n hoelah! Typh op met je pinnen,
Al je pennen, je naalden, je nietjes.
Mijn god, waren er toen dan al nietjes?
En rot anders alsnog op met je suffix.
Nieten, goddomme. Verneinung, dat is het.
En dwars daar dan weer overheen
Al die nuffig stripjes in kleurtjes
Of ik zelf niet enige samenhang,
Geen enkel spoor van cohesie vertoon.
En als toef op de taart drupt alles
Nou langzaam en smijdig, gestadig
Uit kwartslag gedraaide, onwillige hoekjes,
puntstandig gekanteld ten toon nu gestelde
Geduckttapete vlakjes. Oh, oh, den haagh,
Drijf me af, liever gister nog dan vandaag.

Fabian Stolk

4 jaren, 6 maanden geleden

Striptease

Godfried de Ridder

1,7

Naar het kinderdagverblijf met Godfried de Ridder II

De portier is scheel. Godfried de Ridder omklemt het handje van de driejarige stevig. Zonder het kind van de man die elke stap die hij zet volgt, is hij niets op deze basisschool. Hij heeft hem, Stefan Kosakowski, geïnstrueerd om buiten op hem te wachten, hij zal zijn kind terug brengen wanneer hij ware kunst zonder bevlekking heeft zien ontstaan. Dat is waarom hij hier is. Een kind heeft niet de geschiedenis die hij met zich mee hoeft te dragen, ideeën roetsjen als van een glijbaan van de kop naar het papier. Ook nu wordt Godfried getormenteerd door gedachtes waar hij geen ruimte voor wil maken. Hij denkt aan Magda, ze lag zo zoet onder ziekenhuislakens. Ze zei niets, helemaal niets, en eigenlijk was dat zo prettig. Voor heel even kon hij geloven dat alleen zijn waarheid echt was, ze zal vast iets gevonden hebben, dat deed er niet toe. De spiertjes rond haar mond die af en toe aantrokken, interpreteerde Godfried als toekenning. Het waren mooie uren die hij aan de rand van haar bed had doorgebracht. Hij wachtte niet totdat ze wakker zou worden, dat zou alles verpesten. Op haar voorhoofd had hij een kus gezet, al voelde hij zich daar een beetje idioot over. Alsof hij dat gebaar direct uit een soap had gekopieerd, hij wist niets beters. Eenmaal uit het ziekenhuis besloot hij af te maken waar hij aan begonnen was, juist omdat hij dat normaal niet doet.
Godfried knikt iets te intens naar de portier, dan trekt hij het armpje van de driejarige hardhandig de lucht in om te laten zien dat hij niet alleen is. Haast wil hij ook nog zeggen: ik heb een kind mee. Gelukkig weet hij die woorden nog weg te moffelen.
“Ik hey hallo,” wordt het.
De portier staart nog steeds even scheel voor zich uit. Godfried versnelt zijn pas, de driejarige trekt zich los en stormt een trap op. Kinderen van drie kunnen erg snel rennen, moet Godfried concluderen. Dan bedenkt hij zich dat hij de naam van de driejarige is vergeten, of heeft hij die überhaupt ooit wel eens gehoord? ‘Zonder kind op een basisschool ben ik niks,’ galmt door zijn hoofd.
De driejarige verdwijnt bovenaan de trap.
“Zeg, ho, …, kind,” probeert Godfried, “kom eens terug nou.”
Zo snel als zijn voeten kunnen snelt hij de driejarige achterna, hij laat de leuning door zijn handen glijden. Boven scant hij de gang, vier deuren, alle voorzien van glas, alle dicht, en nergens een kind. Wat nu? Wat nu? Hij dwingt zichzelf te denken als een kind, dat is immers ook het uiteindelijke doel. Met een slag draait hij de eerste deur open. Een lerares kijkt verbaast zijn kant op, een twintigtal kindergezichtjes doet hetzelfde. Zijn deze kinderen drie, vier of vijf? Godfried weet het niet meer, misschien zouden ze wel zes kunnen zijn. Hij probeert zich in te denken hoe lang de driejarige was. Vergeten, hij is het allemaal vergeten, of heeft hij daar wel naar gekeken. Zijn gezichtje kan hij zich ook niet meer voor de geest halen.
“Wat kunnen we voor je doen?” vraagt de juffrouw met een stem in honing gedoopt, Godfried smelt.
“Ik kom mijn zoon halen,” zegt hij zonder na te denken, zijn ogen zakken in de boezem van de juffrouw.
“We moeten eerst altijd groeten. Is het niet zo klas? Stelt u zichzelf even voor.”
“Ja,” Godfried krijgt het warm, “mijn naam is Godfried, ik kom iemand ophalen.”
Hij wil zichzelf schoppen, waarom zegt hij iemand?
“Goedemorgen meneer Godfried,” klinkt uit twintig kinderkeeltjes.
“Wie is uw zoon?”
Godfried stamelt, hij wil heel erg veel te gelijk. De driejarige moet terug naar zijn vader, dit was een slecht idee. De juffrouw moet met hem mee, zodat hij onder de lakens iets kan bekijken. Het schilderij zal vandaag uit zijn vingers ontstaan, een echt meesterwerk. Zonder veel te zeggen schuifelt Godfried het lokaal uit en snelt, eenmaal op de gang, het schoolgebouw uit. De wind blaast zijn haar de andere kant op.
“Ik ben hem kwijt,” Godfried schreeuwt naar Stefan, die hem nog niet hoort, alleen verbaast opkijkt, “ja, ik ben je zoon kwijt.”

Alma Mathijsen

4 jaren, 6 maanden geleden

Improvisatie

Joy Puik

2,0

Joy maakt zich kwaad

[uitgeschreven gesprek bij Pauw en Witteman, 9 mei jl.]

PW: … We hebben vanavond Joy Puik hier, ze is net terug uit New York en ze heeft nieuws over de Victory Boogie Woogie.
PW: Leg nog even uit aan de kijkers, Joy, waar gaat het om?
Joy Puik: Een paar weken geleden landde er een schip in de haven van Amsterdam met een schilderij aan boord. Een Chinese meneer, Chen, beweerde dat het een versie van de beroemde Victory Boogie Woogie van Mondriaan was. Vervolgens ging zijn vrouw, Fei Fei er met dat schilderij vandoor en kwam de heer Chen met een nieuw schilderij op de proppen, dat ook al een versie van de Victory Boogie Woogie zou zijn.
PW: Verwarrend.
JP: En niet echt geloofwaardig. En nu: jij hebt de oplossing gevonden!
Joy Puik: Nou, oplossing is te veel gezegd, maar er zit beweging in. Ik heb genoeg van de geschiedenis van één van de schilderijen waar het om gaat achterhaald om met enige stelligheid te kunnen zeggen dat het van Mondriaan is. Ik heb een foto gevonden waarop Mondriaan bij het schilderij staat. Naast hem staat de grootvader van de heer Chen, Chen Jié. Het schilderij was kennelijk in bezit van Chen Jié. Welke omzwervingen het daarna allemaal heeft gemaakt weet ik niet, maar dit legt in elk geval de link tussen het schilderij en Mondriaan.
PW: Juist! We hebben die foto natuurlijk ook, en we zullen hem nu laten zien… Ja… Daar is de foto…’
JP: Nou, prachtig. Wie van de beide heren is Mondriaan?
Joy Puik: Dat is de linker. De rechter is Chen Jié. Hij was pianist in New York. Ik heb het een en ander over hem gevonden. Hij speelde bijvoorbeeld in Cafe Society, een heel beroemde nachtclub in New York, waar Mondriaan hem waarschijnlijk leerde kennen. Maar ook in Minton’s Playhouse, waar hij de grondleggers van de bebop kan hebben ontmoet. Heel lang heeft hij het niet volgehouden in New York. Hij is teruggekeerd naar China, met het schilderij.
JP: En het andere schilderij, is dat dus een vervalsing?
Joy Puik: Dat kan ik niet zeggen. Alles is kennelijk mogelijk in deze zaak. Maar de kans dat het echt is, is wel aanmerkelijk kleiner geworden. Terwijl die toch al klein is.
JP: Magda Vlekveld – zij staat in voor de echtheid van dat andere schilderij – hebben we ook natuurlijk uitgenodigd voor vanavond, maar ze kon niet aanwezig zijn.
Roderik van Zwaaij: Daar kan ik me wat bij voorstellen. [gniffelt]
PW: Mevrouw Vlekveld is nog ziek, geloof ik.
JP: Godfried de Ridder konden we niet uitnodigen vanwege een incidentje hier aan tafel, vorig jaar.
PW: Heel mooi, Joy, dat biedt tenminste een beetje duidelijkheid in deze schimmige zaak. Roderik van Zwaaij, jij bent woordvoerder van Fei Fei, in het bezit van dit schilderij. Goed nieuws?
RvZ: Zeker, prachtig nieuws. Dit bevestigt wat ik al vermoedde, en wat ook professor Botering…
Joy Puik: Waar is Fei Fei eigenlijk? Waarom doet ze niet zelf het woord?
RvZ: Ze is… Ik weet niet waar ze is op dit moment. Ze spreekt geen Nederlands. En haar Engels is ook al niet te best, dus…
Joy Puik: Maar ondanks dat weet jij precies wat ze zeggen wil?
RvZ: Nou, ik behartig haar belangen…
Joy Puik: Jij behartigt je eigen belangen? Je weet niet eens wat haar belangen zijn!
RvZ [protesteert pruttelend]: Ze wil gewoon een goede prijs…
Joy Puik: Toen ik voor het eerst met het echtpaar Chen in aanraking kwam zorgde ik dat ik een goede tolk bij me had. Sindsdien heeft niemand dat gedaan in deze zaak. Sindsdien heeft iedereen zich over de Chinezen ontfermd alsof het kleine kinderen zijn. ‘Ach, arm Chineesje, jij schilderijtje verkopen? Ik jou helpen?’ Eerst mevrouw Vlekveld, toen Bert van Petten, toen de heer Van Zwaaij, en nu Godfried de Ridder weer, iedereen weet kennelijk precies wat de belangen van de Chinezen zijn in deze zaak. Zonder ooit een zinnig gesprek met ze gevoerd te hebben. Het is koloniaal wat hier gebeurt…
RvZ: Ja, zeg, ik zit hier niet om me te laten beledigen! Wie denk je wel dat je bent!
JP: Nou nou, Joy, dat zijn grote woorden.
Joy Puik: Het gaat om een grote zaak. Het gaat om grove schendingen. [tegen Roderik:] Heb je een contract met Fei Fei?
RvZ [haalt zijn schouders op]: Contract? Nou, eh, we handelen in goed vertrouwen. Hoe zou ze dat moeten lezen?
Joy Puik: Dat bedoel ik. Dit gaat om miljoenen, en van te voren is niet vastgelegd hoeveel daarvan in de zak van de heer Van Zwaaij verdwijnt. Dat is toch idioot!
RvZ [staat op]: Hoor eens, dit pik ik niet. Geven jullie je gasten de kans niet om uit te spreken.
JP [wil protesten]: Wij…
RvZ [loopt de studio uit]: Gotsodeju!

Han van der...

4 jaren, 6 maanden geleden