Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Vervalsing

2,7

Duizendjarige eieren, of: Het verblijf in de bergen van Fuchun

Nog lang geen 1,3 miljard inwoners had China in 1973, een slordige 800 miljoen slechts, maar even leek het of ze allemaal verzameld waren in het huis Huan-Jiang, Chens grootvader, op de dag dat hij zijn verjaardag vierde te midden van zijn omvangrijke familie - zijn hoeveelste precies wist niemand, al was het vermoedelijk ergens tussen zijn tachtigste en drieeëntachtigste en dan waarschijnlijk dichter bij het laatste dan het eerste getal. Drie generaties vrouwen liepen af en aan, behendig elkaar ontwijkend als twee stromen werkmieren, schotels, vuurvaste schalen en aardewerken potten naar de gigantische ronde eettafel dragend, met daarin soms nog sissende of borrelende maar altijd stomende gerechten, gerechten luisterend naar namen als 'kip die honderd bloemen laat bloeien', 'hemelse duivensoep met zeeoren', 'in cellofaan verpakte eend met rupspaddestoelen', 'gemarmerde thee-eieren' en 'duizendjarige eieren', 'leeuwenkoppen', 'zeevruchten-vogelnest' en 'aubergine van Ming-Tsai' en 'varkenssnuit van mevrouw Wong'. Dieren en delen van dieren kwamen voorbij, sommige duidelijk herkenbaar zoals snoek, krab en kreeft, eend, garnalen en genoemde varkenssnuit, andere slechts voor ingewijden, zoals kwal, eendentongetjes en kippenvoetjes. En dan waren er nog de groentes - bladeren en stelen, roosjes en torens en waaiers - waarbinnen de kleur groen in al zijn schakeringen domineerde en rijst rijst rijst en nog een rijst. Het was in ieder geval vergeefs zoeken naar saté en kip kerrie.

De vrouwen werkten, de mannen zaten om de jarige geschaard. Hij verhaalde weer uit de oude trommel, zoals hij gewoon was te doen. Over zijn avonturen in New York, want niemand mocht dan precies weten hoe oud hij was, vast stond dat hij erbij was geweest in de vroege jaren veertig, toen het gebeurde in New York, preciezer gezegd in Minton's Playhouse, dat laboratorium, die hogedrukketel, waar de jazz opnieuw werd uitgevonden leek het wel door grootheden als Bud Powell, Thelonious Monk, Dizzy Gillespie en Charlie Parker. Hij had ze allemaal gekend, Huan-Jiang, met sommige gespeeld, en ze daarbij zo goed bestudeerd dat hij zowel hun spel als gedrag perfect wist te imiteren. Het was vaste prik, een spel waarvan de uitslag al van tevoren vast stond: opa zo ver krijgen dat hij achter de piano plaatsnam en een voorstelling ten beste gaf. Ze hadden hem nu ook weer zo aangemoedigd… hij kon geen nee meer zeggen, wilde dat ook niet. Onder gejuich nam hij plaats achter de piano, met de jazzportretten die erboven hingen het enige vreemde element in de verder traditioneel Chinese woning. Een paar akkoorden, wat loopjes…

'Bud! Bud!' riep een van de mannen - en daar gingen Huan-Jiangs vingers, niet gehinderd door reuma of artrose, ragfijn en vliegensvlug à la Bud Powell over de toetsen van de piano, die waarschijnlijk voor het laatst gestemd was in de hoogtijdagen van de bebop. Dan weer hief Huan-Jiang zijn hoofd extatisch ten hemel, dan weer liet hij zijn mond als een centenbakje open hangen. Hij was Bud.

'Dizzy! Dizzy!' riep een van de vrouwen - en Huan-Jiang draaide zich om op zijn kruk en toeterde een trompetsolo die zo uit Salt Peanuts leek te zijn weggeplukt, compleet met veinzende vingers en opgeblazen wangen aan toe. Iedereen lachte en klapte.

'Monk!' riep een van de mannen en - ook vaste prik - de vrouwen deden hun handen voor hun oren of verlieten de ruimte. Huan-Jiang sloeg wild een akkoord aan, deed niets, sloeg weer een akkoord aan, deed weer niets. Wat was dit? Was dit nog muziek? Het was Monks Evidence - hoekiger kon je muziek niet krijgen - en de tantetjes kreunden en steunden alsof ze ernstig leden. Huan-Jiang voegde er nog een authentiek Monk-dansje voor de piano aan toe, wist daarbij zelfs Monks omvang en gewicht in trage bewegingen te vertalen, en dat was het. Meer alcohol, meer rijstwijn was nodig om hem weer opnieuw achter de piano te krijgen. Misschien na de maaltijd, over een uurtje of drie, vier? Het was een ongeschreven familieregel hem niet te vragen naar Charlie Parker. Hij werd dan stil, Huan-Jiang, en verviel in een zware melancholie.

Ongevoelig voor het muzikale gedoe zaten twee dozijn of meer kinderen aan de andere kant van de ruimte te tekenen, te schaken en te dobbelen, te spelen met poppen of al dan niet ingebakerde echte baby's: neefjes en nichtjes, broertjes en zusjes van nul tot de onbestemde leeftijd dat ze bij de mannen mochten aanschuiven of de vrouwen in de keuken mochten bijstaan. In het midden zaten Chen en Li in kleermakerszit aan de lage tafel te tekenen. Tweelingen zou je zeggen als je ze zo zag zitten, maar in werkelijkheid volle neven. Vijf, zes waren en ze leken zo op elkaar dat zelfs enkele tantes moeite hadden ze uit elkaar te halen. Had het te maken met het feit dat hun vaders tweelingen waren? Ze waren onafscheidelijk, de neefjes, afwisselend de dikste maatjes of de grootste vijanden. Gingen ze over straat dan was het óf innig gearmd óf rollebollend. Water en vuur waren ze, maar dan allebei water en allebei vuur. Yin en yang waren ze maar dan allebei yin en allebei yang. Ze waren dag en nacht, man en vrouw, hond en kat tegelijk. Als ze met elkaar vochten vormden ze een kluwen en kon je hun ledematen niet onderscheiden.

Ze werkten met pen en papier - grote rollen papier, maar ook weer niet zo groot als de hangende rol aan de wand, een handgetekende kopie van het oorspronkelijk zeven meter grote 'Verblijf in de bergen van Fuchun' van Huang Gongwang, een pentekening uit de Yuan dynastie waarvan de geschiedenis zo duizelingwekkend is, compleet met diefstallen, vermeende vervalsingen en in-de-vlammen-geworpen-en-op-het-laatste-moment-gered-verhalen, dat het een sprookje lijkt. Chen doopte zijn pen in de inktpot, meteen daarop Li. Chen leek zijn fantasie de vrije loop te laten, soms in het wilde maar wat te krassen, Li, tegenover hem gezeten, hief telkens zijn hoofd op naar de rol aan de wand en leek in een soort trance verzonken. Daar ontstond iets op het papier, iets dat groeide en groeide, met snelle en trefzekere pennenstreken die eerder bij een volleerd meester pasten dan bij een hummel van vijf, zes. Dat daar iets ontstond begonnen anderen ook te zien. Een neefje eerst, vervolgens een ouder nichtje dat haar moeder erbij riep, die weer haar man erbij haalde, etc. etc., tot daar achter Li een schare familieleden verzameld stond die in stomme verbazing getuige was van iets heel buitengewoons: een volmaakte kopie was daar ontstaan, of beter, een kopie van een kopie, maar zó verfijnd en zó levensecht - de rotsen, de kliffen, de bomen tot in detail - dat het was alsof je erin kon stappen

'完美 奇迹,' klonk het in koor. 'Perfectie! Perfectie! Een wonder! Een wonder!'

Het was op het moment dat ook de jarige Huan-Jiang, gelokt door de kreten, aan de tafel verscheen, dat Chen de tekening weggriste en verscheurde.

Gregor Verw...

4 jaren, 2 maanden geleden

Het leven als een spel

Fei Fei

1,3

Overleg van het andere kamp

Lianne opperde het plan om de twee Victory Boogie Woogie’s naast elkaar te hangen, in het Stedelijk, om zo het net geopende museum een extraatje te geven èn om het Gemeentemuseum Den Haag naar de kroon te steken. 'Voor de gemeente Amsterdam zijn de twee werken even belangrijk. Beide hebben evenveel artistieke waarde.'
Roderik daarentegen kwam met het idee om de twee schilderijen van elkaar te scheiden: het ene in het Stedelijk, het andere in het Rijks. 'Voor ons zijn de werken niet even belangrijk. Wij hebben een echte in handen, terwijl de andere partij met een matige kopie meelift op ons succes. Met twee musea kan Amsterdam nog steeds Den Haag naar de kroon steken èn commercieel gezien is het aantrekkelijker: om de schilderijen te zien moet de bezoeker twee toegangskaartjes kopen in plaats van eentje. Persoonlijk voel ik ook meer voor een plekje in het Rijks, want dat wil met de collectie een overzicht geven van de Nederlandse geschiedenis. Dat kan niet zonder een Mondriaan.'
Lianne wist niet of zijn plan uit te voeren was, ze had geen contacten bij het Rijksmuseum, moest ze toegeven. ‘Heeft het museum wel oor naar collectie-uitbreiding? Ze zijn tenslotte net open.’
‘Een museum is altijd bezig met het uitbreiden van de collectie. Achter de schermen worden voortdurend nieuwe werken aangekocht, ook al zeurt de buitenwereld maar door over de fietstunnel en het nieuwe logo,’ reageerde Roderik met zijn basstem. Bovendien kende hij wèl iemand bij het Rijks. Dat komt in orde, verzekerde hij haar.
Lianne maakte van wat hij zei een notitie in het schrijfblok dat op haar bovenbenen lag. Ook nam ze een slokje van haar koffie.
Zo zaten de assistente van de wethouder van Cultuur en de kunsthandelaar/ex-medewerker van Christie’s met elkaar te praten, in zijn huiskamer, en Fei Fei zat erbij. Ze had die ochtend met Chen doorgebracht, onder de lakens in een schemerige hotelkamer, en het gesprek ging langs haar heen: de twee spraken Nederlands dus de woorden bleven slechts klanken.
Een kwartier eerder hadden ze met z’n drieën voor het schilderij gestaan. Lianne zag het werk voor de eerste keer in het echt. ‘Wat mooi,’ zei ze tegen Roderik en ze vertelde over een onderzoek uit de jaren negentig. Twee mannen hadden onderzocht wat het lievelings- schilderij was in elk land van de wereld. De uitkomst was niet zozeer één specifiek schilderij, eerder wat voor type werk. In ieder land had de voorkeur een figuratief schilderij van de natuur: wat bomen, een riviertje, wat dieren, en daartussen een mens. In alle landen vond men dit mooi, behalve in Nederland. Het lievelingsschilderij in Nederland was een abstract werk.
Dat vond Roderik een mooi verhaal en het sterkte zijn vermoeden dat hij een belangrijk werk in handen had dat iets wezenlijks vertelde over de Nederlandse aard.
‘Twee musea zal wat betreft fundraising meer werk kosten dan één museum,’ zat Lianne hardop te denken. ‘Het geeft altijd gedoe, twee partijen.’
‘Het zal op korte termijn misschien meer tijd en geld kosten, maar op lange termijn zal het ook meer gaan opleveren. Blijf die twee aparte toegangskaartjes in gedachten houden. Bovendien, mensen wandelen van het Stedelijk naar het Rijks, over het grasveld of over het looppad tussen de eettentjes door, en dan zullen ze iets te nuttigen willen kopen. Denk ook daaraan. Kortom, je moet het groter zien. Het is niet alleen goed voor de musea, het is vooral goed voor de gemeente Amsterdam als geheel,’ zei Roderik, de twee kunstwerken weer eens reducerend tot een geldkwestie.
Lianne maakte een notitie in haar schrijfblok en Roderik vroeg: ‘Zijn er al concrete geldschieters in beeld? Mondriaan-liefhebbers, sponsoren zoals banken etc?’
‘We zijn ermee bezig,’ antwoordde Lianne met de nadruk op het woordje ‘‘we’’. ‘We zijn met verschillende partijen aan het praten.’
Toen Roderik vroeg welke partijen dat dan zijn, bleef ze hem het antwoord schuldig.
‘En je hebt ook al met Vlekveld & consorten gesproken, neem ik aan?’
‘Met die partij hebben we gesproken ja. Een beetje verdeeld waren ze.’
‘Verdeeld?’ vroeg Roderik.
‘Ja.’
‘Over het schilderij?’
‘Nee, ik had eerder het gevoel dat het om privézaken ging.’
Er viel een stilte die Lianne pijnlijk vond: ze had teveel gezegd. Dat was niet professioneel. Om de aandacht op een ander te vestigen, vroeg ze in het Engels aan Fei Fei wat haar ideeën waren. Maar Lianne luisterde er niet echt naar en Roderik ook niet: hij liep halverwege haar antwoord naar de keuken om nieuwe koffie in te schenken. Fei Fei merkte heus wel dat haar woorden niet gehoord werden, maar ze maakte haar antwoord toch netjes af.
‘We hebben nog veel te bespreken,’ zei Roderik tegen Lianne toen hij een vers kopje koffie voor haar neerzette en op zijn horloge keek. 'Professor Botering kan ieder moment arriveren.'

Robbert

4 jaren, 2 maanden geleden

Cultuur in crisistijd

1,0

Plakband

Lianne Verstraaten zat met haar rugtas op schoot op het bakstenen muurtje voor het Gemeentemuseum, de zon in haar gezicht en, heel gek, dat vond ze zelf ook, ze hijgde een beetje en had het ongewoon warm, alsof ze zojuist haar gebruikelijke twee rondjes Vondelpark had gedaan en niet bijna een half uur naar een scheef opgehangen schilderij had staan koekeloeren. Ze luisterde naar het geluid van de fontein in de vijver achter zich, probeerde haar ademhaling onder controle te brengen en legde een hand op haar borst. Plakband!

Morgen [weet niet precies of dit klopt, dan wel kan, MS] waren de meetings, eerst met die Chinees die ze niet kende en daarna met die gladde Van Zwaaij, die corpsbal. Ze had zojuist nog, in de trein, stukjes van de aflevering van DWDD teruggekeken op haar iPhone, en ze kon wel janken om die vent en zijn geblaat. Die zou nooit zijn portemonnee trekken om een ander, in dit geval de gemeente, een plezier te doen. En wat ze van die Chen moest verwachten, ze had geen idee.

Klamme handen, ook dat nog. Ze wapperde ermee langs haar lijf, een zinloze beweging die er bovendien voor omstanders waarschijnlijk idioot uit moest zien. Jezus, Lianne, zei ze zacht, doe effe normaal. En als het nou door het doek was gekomen, ja, dan zou er niks aan de hand zijn. Dan zou ze eindelijk bevangen zijn geraakt door een kunstwerk, op een manier die nog het meeste deed denken aan hoe ze bevangen kon raken van een jongen die ze tegenkwam op een feest of een festival.

Mevrouw Claetering had haar een opdracht gegeven, vergezeld van een paar telefoonnummers, en vanaf dat moment dacht Lianne twee dingen. Een: de schilderijen moeten naar Amsterdam gehaald. En twee: er is geen geld. Ze kon er niet te lang aan denken, dan werd ze gek, dat wist ze zeker. Het was of haar een stuk lood in handen was gedrukt en gesommeerd was met niets anders terug te keren dan een klomp goud.

Goed, had ze gedacht, eerst maar eens kijken waar iedereen zo’n heisa over maakte, en ze had vroeg in de morgen nog de trein naar Den Haag genomen. Eenmaal in het museum – stikduur, zo’n kaartje, maar ze kon het declareren – had ze iemand gevraagd waar het werk hing en was ze er rechtstreeks naartoe gelopen. Ze was er twintig minuten voor blijven staan, eerst heel dichtbij en dan weer op een paar meter afstand, het hoofd recht, het hoofd gekanteld als het doek zelf, het materiaal bestuderend. Ze probeerde iets te voelen, iets van wat ze zag tot haar door te laten dringen, iets te ervaren, zoals dat wel werd genoemd. Maar ze dacht: Zie ik nou plakband?

Om eerlijk te zijn, ze voelde niets, niets van de dingen die ze van tevoren op Wikipedia had gelezen, over het ritme en de snelheid en de moderniteit van het werk, over de onvoltooide status en het gevoel dat het doek nog altijd in beweging was en dat dat altijd zo zou blijven: niks van dat alles. Het enige wat ze voelde was een nauwelijks te bedwingen neiging onbedaarlijk in de lach te schieten, bij de aanblik van die stukjes plakband. Plakband van, ze geloofde het haast niet, meer dan een halve eeuw oud. Yeah, right.

Lianne ritste haar rugtas dicht. In de stripboeken die ze vroeger las, kwam er op een moment als dit altijd iemand op de proppen met een list, een soort deus ex machina, maar dit was geen stripboek, en als Lianne haar tijdelijke contract aan het eind van de zomer verlengd wilde zien, moest ze dit tot een goed einde zien te brengen. En het enige goede einde was: allebei die doeken in het Stedelijk, no matter what. Ze had het idee dat ze al haar spieren in haar lichaam voelde toen ze zich van het muurtje liet glijden, nog eenmaal een blik op het museum wierp en terug begon te lopen richting Centraal Station.

Martijn Sim...

4 jaren, 2 maanden geleden

Cultuur in crisistijd

Chen

2,0

Gesprek op het stadhuis

Godfried gaf ze een hand, stevig, zo te zien, maar bij Chen en Li vouwde Lianne Verstraaten haar handen en maakte een kleine buiging. Haar blik was plechtig, alsof het een religieuze ceremonie betrof. Schutterig stond professor Botering op en rechtte zijn rug, strekte zijn arm. Roderik van Zwaaij bleef zitten, nog geen blik gunde hij hen waardig, met zijn nagel krabde hij aan een stukje vastgekoekt gebak, om de een of andere reden moest die korst eraf.
Waar was ze? Waarom was ze niet meegekomen? Ze hadden die middag nog samen in een hotelkamer doorgebracht. Vreemd genoeg had die Roderik voor hen betaald, waarschijnlijk hoopte hij er iets voor terug te krijgen, Chen wist alleen niet wat. Het had Fei Fei niet kunnen schelen, maar toen hij in haar kwam, beetje bij beetje, alsof hij zich in een wilde stroom liet zakken, had hij gevoel gekregen dat de kunsthandelaar door een gaatje in de muur meekeek.
‘En Professor Vlekveld? Komt zij ook nog?’ zei Lianne Verstraaten in onberispelijk Engels. Haar tanden waren als schotten in haar tandvlees geslagen.
‘Niet helemaal lekker, je moet het met mij doen. En met deze heren natuurlijk.’
Godfried legde zijn hand op haar schouder. Meteen schoot ze naar achteren, maar Chen zag dat ze tegelijk even haar hand door haar haar haalde; niemand was ongevoelig voor de presentie van de kunstenaar, ook deze rood vlammende vrouw niet, met haar onwaarschijnlijk blauwe ogen en, warempel, kanariegele blouse, alsof ze het erom gedaan had. Misschien zou dat goed uitpakken voor de verkoop van het schilderij, Godfried’s fysieke werking, maar na Chen’s aanvankelijke optimisme vanwege Vlekveld’s verklaring over de Victory Boogie Woogie was het alsof het schilderij alweer van hem wegdreef, als een schip met een geliefde.
Zorgelijk was ook dat Godfried en de professor een hooglopende ruzie hadden gekregen. Godfried was schreeuwend weggelopen en schreeuwend weer teruggekomen; de mond van Vlekveld had zich samengetrokken tot een lijntje, alleen af en toe had ze afgemeten en nog zachter dan ze doorgaans sprak, weerwoord gegeven.
Er was iets gaande tussen die twee, een spanning die de lucht dikker leek te maken, al vanaf het moment dat ze Magda Vlekveld buiten bewustzijn in de hall van haar appartement hadden gevonden. Chen kon er de vinger niet opleggen, maar hij kreeg het er wel benauwd van.
‘Ze wil niet met dat zwijn Van Zwaaij om een en dezelfde tafel zitten, en al helemaal niet met die Botering. Ze wil apart met de gemeente gaan praten maar daar hoeven wij ons niets van aan te trekken, het is jouw schilderij, of niet soms?’ zie Godfried tegen Chen toen ze van haar huis wegreden. Chen durfde hem niet tegen te spreken, hij kón hem niet eens tegenspreken, zo waren de verhoudingen, nog steeds.

Van Zwaaij sprak uit de hoogte, alsof hij het tegen een kind had: ‘ Je doet maar wat je wilt, meisje, maar de wethouder zal zich onsterfelijk belachelijk maken als ze het schilderij van meneer Chen gaat aanschaffen. Ik weet niet of je enig onderzoek hebt gedaan, maar ik zou het je kunnen aanraden, want die andere Chinese meneer’ - hij wees naar Li – ‘heeft er zijn beroep van gemaakt schilderijen te vervalsen. Dat doet hij heel verdienstelijk, daar niet van, maar om er nou miljoenen voor te geven, dat lijkt me wel wat overdreven. Ik denk niet dat de wethouder dat straks zal kunnen verantwoorden in de gemeenteraad. Het lijkt me ook smullen voor de pers, om van de PVV maar te zwijgen. Of heb je daar misschien andere gedachten over?’
Rode vlekken in haar hals, Chen en Li durfde ze niet aan te kijken, haar blik schoot van Godfried naar professor Botering.
‘En? Wat denkt u ervan, professor?’ vroeg ze met een bleek stemmetje.
‘Dat zal onderzocht moeten worden, juffrouw Verstraaten. Ik ga hier niet zomaar uitspraken doen zonder een gedegen onderzoek. Dat lijkt meer iets voor de journalistiek, waar u ongetwijfeld vertrouwder mee bent. Alles kneedbaar en rekbaar, zoals het uitkomt, nietwaar? Maar dat deze heren met een echte Mondriaan uit China komen aanzetten, mag ik toch wel als zeer onwaarschijnlijk bestempelen. Ik zou niet verrast zijn als het inderdaad en vervalsing is; meneer Li heeft zijn reputatie helaas tegen. Het is ook een veeg teken dat mijn collega Vlekveld niet is komen opdagen. Misschien heeft zij haar vingers er toch niet…’
Godfried was opgesprongen en leunde over de tafel heen. ‘Gelul, Botering, gelul, jij hebt geen geweten. Je bent een parasiet, je hebt Magda altijd tegengewerkt, je probeert je een positie te verwerven ten koste van haar, ten koste van de kunst.’
‘We weten allemaal dat uw verhouding tot collega Vlekveld niet geheel neutraal is, meneer De Ridder. Heeft u het tot u laten doordringen dat uw blik misschien… hoe zal ik het zeggen… enigszins vertroebeld zou kunnen zijn?’
‘Alsof jij weet wat kunst is, Godfried,’ zei Roderik smalend. ‘Wanneer heb jij eigenlijk je laatste gemaakt? Ik bedoel maar…’
‘Een goed werk maak je niet, dat ontstaat. Dat is precies het verschil. Maar daar begrijp jij natuurlijk geen snars van.’ Hij liet zich weer in zijn stoel zakken, staarde voor zich uit alsof hij zelfs de lucht iets had kunnen aandoen.
‘Heren toch, ik geloof dat hier een stevige portie oud zeer bovenkomt. Misschien kunnen jullie dat na afloop even uitpraten, met een biertje erbij. Ik denk dat professor Botering wel een punt heeft, we willen natuurlijk geen flater slaan, of zo,’ zei Lianna met een lachje.
‘Ons schilderij is het schilderij dat mijn grootvader van… Monlian… Mondlian… ’ Chen’s stem verried wanhoop.
‘Dat is allemaal goed en wel, maar het publiek heeft al kennis gemaakt met het schilderij waarmee uw vrouw kwam aanzetten. Als zou blijken dat dat vals is, dan zal niemand meer geloven dat die andere wel echt is. Dan zijn het beide vervalsingen en zijn we dus nog verder van huis. Heb ik gelijk of niet?’
‘Je praat als een kip zonder kop,’ brieste Godfried met hernieuwde drift. ‘Je kent je klassieken niet, maar de waarheid is een zweer die altijd zal doorbreken.’
Chen keek naar de lege stoel naast Roderik. Hij voelde zichzelf ook leeg, leger nog dan toen Fei Fei die middag haar kleren weer had aangetrokken, aan de bandjes van haar schoenen had getrokken, en met hem en nog een ander stel, uit Indonesië, de lift naar beneden had genomen en voor het hotel met een wel erg luchtige kus afscheid van hem had genomen.

Edzard

4 jaren, 2 maanden geleden

Kunst in China

Godfried de Ridder

2,0

Monologue intérieur du chevalier

—Dat was dat… telefoongesprekken duren meestal te lang… ’t liefst zou ik alleen een afspraak maken en de rest live doen… er gaat altijd informatie verloren maar live is het minder rampzalig. Binnenkort dus met Lianne Verstraaten op ’t stadhuis… Verstraaten… Lianne… die naam doet een belletje rinkelen… ze klonk jong… heeft ze bij Puck op school gezeten? Ik moet haar weer eens bellen… of misschien moet ik wachten tot ik goed nieuws heb… of tot zij goed nieuws heeft. Wanneer is ze jarig? Puck… Puck… Puck. Ergens eind september, maar was het de 24ste of de 25ste? 26 september misschien? Lianne Verstraaten… met haar om de tafel, maar ook met Van Zwaaij, met Chen, en zijn vrouw… of ik de Chinezen wil bijstaan. Wat een ellende, dat tolkenverhaal, hoe dat in vredesnaam op mijn pad is gekomen… het is mooi dat ik erbij kan zitten… daar niet van… het geeft me een goede uitgangspositie om het project te pluggen… met een beetje geluk hoef ik niet teveel te vertalen… mijn Mandarijn is roestig… beurs. De Chinese jaren liggen ver achter me… eigenlijk wil ik er zo min mogelijk aan denken. De periode die de Berlijn-periode had moeten overtreffen, maar die me vervreemdde van mijn gezin, die me een paar jaar totaal buiten de kunstkritiek hield, die me enkele keren op een haar na mijn leven kostte… en waarin ik eigenlijk niets van betekenis maakte. Zou Verstraaten echt iets kunnen doen voor het project? Laat ik niet meteen denken dat het waarschijnlijk toch niet kan… dan weet ik bij voorbaat al dat het mislukt. Ze zei inderdaad meteen dat er geen budget is… het onmiskenbare no go signal voor iedere zichzelf respecterende ZZP'er… wie denkt ze dat ik ben… een goedkope hoer… al past het natuurlijk in de zeitgeist… zoals Toyota auto's ging maken volgens het just in time-principe, met precies genoeg onderdelen, precies op het juiste moment in de fabriek… als het misging lag meteen de productielijn stil… en dat was zo erg, zo'n ramp, en dat boezemde iedereen zoveel angst in, dat het nooit fout ging… het dwong af dat die wagens extreem efficient gemaakt konden worden… op vergelijkbare wijze stevenen wij af op een barely on budget-economie. Waarin iedereen net genoeg geld heeft om niet dood te gaan, en net genoeg aandacht krijgt om zichzelf belangrijk te kunnen blijven vinden… altijd maar op zoek naar de volgende schnabbel. Waarom gaat Van Zwaai, de geldwolf, überhaupt in op zo'n uitnodiging? Is het vanwege de link met de musea? Tja, dat is natuurlijk ook voor mij wat dit verhaal toch nog interessant maakt… moet ik Stefan meevragen naar dat gesprek? Nee… die is nodig in ’t atelier… nodig bij ’t project… dat is momenteel het allerbelangrijkste. Wat zal ik Verstraaten precies voorstellen? Iets absurds, iets geniaals… als ze die Victory Boogie Woogies nou eens ophangen in, weet ik veel, een zaaltje in ’t Stedelijk? En dan de burgers oproepen om hun eigen versies te maken… en die er naast hangen… er moet ruimte zijn voor tientallen bijdrages. Tot niemand meer weet wat de echte is… dan een wedstrijd uitschrijven… John Ewbank een swingende overwinningsboogiewoogie laten componeren… hopen dat de winnaar Piet zelf is… smullen als het niet zo blijkt te zijn… controverse natuurlijk… maar ik denk dat we dit soort verzetjes nodig hebben om boven water te blijven in deze anti-intellectuele eeuw. Die user generated bijdrages worden allemaal klote natuurlijk… zoals ’t gaat bij zulke projecten… als je dit werk niet net zo serieus neemt als een professional, kun je nooit visie hebben, nooit de vaardigheid. Op het laatst knallen we dan mijn project erin, terwijl de hele wereld toekijkt. Volgens mij is er dan flink stront aan de knikker. Wat natuurlijk de bedoeling is. Nou goed… we gaan het zien… wij gaan zien. Toch.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 2 maanden geleden

Vervalsing

1,7

Bekentenis van een vervalser 2

In mijn vorige bijdrage ben ik niet helemaal volledig geweest. We werken ook samen met een paar kleinkinderen van gerenommeerde galerie-eigenaren. Die galerieën bestaan niet meer, maar de nazaten beheren de nalatenschap van hun overleden ouders en beschikken over volkomen legaal werk uit de periode 1900-1980. Af en toe brengen ze een werk op de markt. Vooral van Cobra schilders, al zit daar de laatste jaren wel de klad in, je mag blij zijn wanneer een gemiddelde Lucebert 8.000 euro opbrengt (Appel loopt nog steeds redelijk). Ze bezitten verschillende Schoonhoven’s. Daarvan zijn de prijzen de laatste jaren gelukkig gigantisch gestegen. Het is eenvoudig dit werk te vervalsen, dat spreekt vanzelf, we hebben steeds sterker het idee dat vergelijkbare organisaties als de onze zich hier allang mee bezighouden. Je moet bij Schoonhoven uitkijken met de lijmsoorten, hij werkte met zeer goedkope lijm die nauwelijks meer te krijgen is, dat ligt dus gevoelig, maar de rest wijst zich vanzelf. In ieder geval is de echtheid van werk uit deze nalatenschappen boven iedere twijfel verheven. Dit biedt ongekende mogelijkheden, er kan altijd een werk opduiken dat eerst over het hoofd is gezien. Meer details kan ik u niet geven, zwijgzaamheid is voor onze organisatie van het grootste belang, we moeten elkaar blindelings kunnen vertrouwen. We zien elkaar zelden. Opbellen alleen in het uiterste geval, e-mail kan absoluut niet, contacten lopen via de post, dat is op dit moment het veiligst.
Van groot belang is dat we onze inkomsten niet aan de grote klok hangen. Geen luxe reizen, grote auto’s, of extravagant gedrag. Ik woon zelf in Den Haag in een nette maar niet dure wijk, ik rijd in een Fiat Dobro (handig bij schilderijen vervoer), ik oefen een keurig beroep uit dat op geen enkele manier opvalt. Mijn compagnons wonen in vergelijkbare huizen in vergelijkbare wijken. Eentje woont in een reusachtige villa in Wassenaar, hij heeft zijn geld verworven via de glasvezel industrie, van zijn rijkdom kijkt niemand op. We zijn geen avonturiers, het gaat ons ook niet om rancune over de verdorven praktijken die binnen de kunstwereld schering en inslag zijn. We zijn rustige denkers zonder kunstambities. Ik sluit overigens niet uit dat we op een dag een werk uit de Stijlperiode van Mondriaan via de galerie-nazaten op de markt kunnen brengen. Een van hen bezit een echte Mondriaan uit die periode. Een tweede kan zomaar opduiken, als u begrijpt wat ik bedoel. Maar we hebben nu nog geen overtuigend goed aanvullend verhaal dat eventuele twijfels over de authenticiteit kan wegnemen.
Want daar gaat het om, goede verhalen, wij noemen het ‘legenden’, wie een goeie legende bedenkt zit gebakken. Je kunt natuurlijk makkelijk een leuke Maris of Israëls maken. Lijsten van laat negentiende eeuws werk kun je op rommelmarkten opkopen, de oude doeken eruit snijden en een vervalsing erin monteren. Wel uitkijken! Tot nu toe was het gebruik van loodwit een lastig probleem. In Israëls (en Mondriaans) tijd bestond het tegenwoordige titaan of zinkwit nog niet, daar moet je dus iets op bedenken. Het wordt in zijn oude samenstelling niet meer geproduceerd, het is verboden en is lastig tot niet te krijgen. Alleen al als je ernaar vraagt, ben je tegenwoordig verdacht, niet doen dus. Er bestaat een apparaat waarmee de datering en samenstelling van wit op schilderijen eenvoudig kan worden vastgesteld. Bij de grote Beltracchi vervalsingszaak in Duitsland (ik kom er nog op terug in mijn volgende aflevering) deed dat de vervalsers helaas de das om. Maar gelukkig hebben we in onze organisatie een oplossing bedacht.
Onze scheikundige expert heeft een methode ontwikkeld om oud lood wit van oude (waardeloze) schilderijen (vooral sneeuwlandschappen zijn bruikbaar) af te schrapen, het op te lossen en te mengen met andere witten en tot een verf-emulsie om te vormen, zodat het daarna in een vervalsing verwerkt kan worden. Zonder nare ontdekkingen. En met zeer gunstig resultaat. Op een internationale veiling van een paar jaar geleden (ik kan helaas niet zeggen waar) werden twee schilderijen van Israëls (de Haagse School is booming!) voor respectievelijk 800.000 en 400.000 euro verkocht. Ze kwamen uit de nalatenschap van oude kennissen van Israëls, daar dan de achterkleinkinderen van. De namen van die kennissen kwamen in biografische geschriften over Israëls voor. Een van zijn brieven is aan hen gericht. Laat ik verder niet op details van deze zeer geslaagde zaak ingaan, het viel niet mee, maar misschien zeg ik nu te veel, om de legende van deze werken voldoende kracht te geven.
Tenslotte nog wat wij in vervalserskring met enige eerbied De Weduwe noemen. De weduwe biedt geweldig veel kansen. Oudere schilders hertrouwen vaak met jonge vrouwen, die dan later de nalatenschap beheren. Zie de erven Picasso, Appel, Corneille, er zijn honderden andere voorbeelden maar ik wil u niet wijzer maken dan u nu al bent. Vaak liggen de werken, vooral van de wat minder bekende meesters, in treurige loodsen bijeengeraapt te verkommeren. Zo’n weduwe is natuurlijk niet in staat de authenticiteit van vroeg werk van haar overleden man met zekerheid vast te stellen. Ze kende hem toen nog niet! Vaak slaat ze maar een slag naar de authenticiteit van ‘toevallig’ of ‘bij een veiling’ opgedoken schilderijen, maar met de juiste overredingskracht en met overtuigende argumenten kom je uiteraard een heel eind. Sommige van die weduwen zijn tegen betaling bereid een oogje dicht te knijpen en alles goed te keuren wat je ze voorlegt. Als het werk tenminste correct in de stijl is geschilderd die bij de juiste periode van de schilder hoort. Maar dat, voor de zekerheid herhaal ik het, is in onze branche het minste probleem. Het wordt allemaal uiteraard nog makkelijker als latere nazaten het voor het zeggen krijgen. Meestal weten zij niets over kunst, laat staan over de kunst van hun beroemde voorvader (of voormoeder), wel weten ze vaak verrassend veel over geld en de kunstmarkt. Geld is nu eenmaal de grote gladstrijker en witmaker, zoals bij alles.
Volgende keer meer over nalatenschappen, op de markt gebrachte verzamelingen en het tragische geval Beltracchi waarvan we veel geleerd hebben.

Kees 't Hart

4 jaren, 2 maanden geleden

Meesterwerk

Bert van Petten

2,2

Plastic meisjesringen

Een man in een blauw uniform komt het magazijn binnengewandeld. De badge op zijn borst lijkt wel van zilver, zo glittert ie. “Waardetransport” staat erop. De waardetransportchauffeur loopt terug zijn transportbusje in. Bert volgt hem. Het busje en de roldeur van Berts magazijn staan tegen elkaar als twee geliefden die lepeltje-lepeltje liggen. In de transportbus zit aan de zijkant, waar normaal de schuifdeur zit een lange gang zonder ramen. Verbijsterd loopt Bert zo'n honderd meter door de gang achter de chauffeur aan, totdat ze bij het soort schuifdeur komen dat normaal meteen aan de zijkant van zo'n busje zit. Ze stappen naar buiten. Op straat, met de schuifdeur weer dicht is aan het waardetransportbusje niets bijzonders te zien.

Bert kijkt vanaf de straat door het raam van zijn loods en hij ziet de dozen met balpennen, fietsbellen en andere dingen die hij verzamelde met het idee ze nog eens te verhandelen. Alles staat precies op zijn plek, maar: stalen hekken beschermen zijn handelswaar, geüniformeerde bewakers lopen met Duitse herders wacht; het glas is voorzien van wapening en niets van dat alles heeft Bert ooit eerder gezien.
– 'Wat komt je eigenlijk brengen?'

De twee mannen lopen door de gang terug het busje in. Als ze de gang door zijn is Berts loods gewoon weer zoals hij hem kent: zonder hekken of bewakers. De chauffeur haalt een handvol plastic meisjesringen uit een doos uit het busje.
'Het allereenvoudigste plastic… Hier dromen alle vrouwen van.'
De chauffeur houdt een enkel ringetje omhoog.
'Deze ene kan je niet los zien van al zijn kopiën. Hoe meer, hoe duurder. Aan de spuitgietnaad zie je dat er miljoenen van zijn… Onbetaalbaar. Deze zijn vast van een sjeik of een hedgefundmanager geweest.'

Berts vriendin – die hem soms helpt met de boekhouding, komt de loods binnen. Bert schuift haar een plastic ringetje om haar pink. Hij verwacht half dat ze in een aap verandert of onzichtbaar wordt, maar er gebeurt niets. Terwijl de chauffeur de dozen met ringen uitlaadt, neemt Bert zijn vriendin door de gang mee naar buiten. Op straat speelt een man in pak prachtig cello. Bij het grofvuil liggen allerlei blinkende staven, ze lijken wel van goud. Ertussen ontdekken ze een houtskooltekening, de letters PM klein onderaan, een voorstudie van een van Mondriaans rechthoeken, absoluut uniek, kapitalen waard bij de veiling in het New York aan hun kant van de gang. Ze nemen de tekening mee door de gang en het busje.

Terug in de loods zegt de chauffeur: 'De ringen staan in je magazijn, het karton mag je houden.'
De chauffeur verdwijnt door de gang en stapt voorin zijn busje in. Bert en zijn vriendin zien hem wegrijden. Op de plek waar zojuist nog de cellist speelde, blaast nu een jongetje op een knalgroene blokfluit. Dan ontdekken ze dat de waardetransportchauffeur de dozen met balpennen, nietmachines en paperclips heeft meegenomen.

Dirk Vis

4 jaren, 2 maanden geleden

Improvisatie

Lianne Verstraaten

1,9

Lianne Verstraaten

‘Mevrouw Claetering wil je even spreken, Lianne. Ze wacht op je in haar kantoor.’
Had ze dat niet gewoon kunnen sms’en? Moeilijk mens.
‘Hallo!’
‘Hoi Lianne. Ga zitten.’
Zitten?! Dan moet het wel erg belangrijk zijn. Of: dan wil ze dat het wel heel erg belangrijk lijkt.
‘Ik heb een opdracht voor je. Het is een precaire kwestie, dus mondje dicht. Je kent vast die Mondriaankwestie van het Gemeentemuseum, die Victory Boogie Woogie?’
‘Ja?’
Mondriaankwestie, Gemeentemuseum, Goobie wat? Dat wordt zo meteen eens even flink googelen.
‘Nu wil het feit dat er in Nederland opeens twee andere versies van dit schilderij zijn opgedoken.’
O! Dàt schilderij, dat in De wereld draait door was!
‘En ik wil dat jij gaat uitzoeken hoe het daar precies mee zit, waar ze zijn, wie ze hebben. Ik zou ze namelijk erg graag in Amsterdam houden. Het is een kans voor het Stedelijk om dat Haagse gedrocht eens flink de loef af te steken. En internationaal bezien kan het ons enorm helpen, kunnen we ons eindelijk weer eens meten met de grote musea in de wereld! Tate, Guggenheim, en de rest van die elitaire bende.’
‘Dus u wilt dat ik uit ga zoeken hoe of wat?’
‘Kijk maar wat je kan vinden. Ik heb een paar nummers voor je.’ Ze schuift een briefje haar kant op. ‘Daar moet je het voorlopig mee doen. Ik heb het verder erg druk met die nasleep van de kroning en alles, dus ik kan me er niet heel veel mee bezig houden. Als jij me elke dag op de hoogte wil houden, dat zou ik erg prettig vinden.’
Elke dag?!
‘Heeft het haast, mevrouw?’
‘Lianne. Natúúrlijk heeft het haast! Je weet hoe snel de kunstwereld, of, beter gezegd: de kunsthándel opereert. We moeten die schilderijen in handen krijgen.’
‘En is er budget?’
‘Nee. Er is geen budget. Maar jij bent volgens mij creatief genoeg om daar iets op te verzinnen, niet waar?’
Daar heeft mevrouw Claetering een punt. Liannes masterscriptie betrof dit onderwerp zo ongeveer: hoe door sponsoring en evenementen en ingezameld burgergeld de subsidiestop opgevangen kan worden. Maar kunst? Zij was vooral ingegaan op populaire sportuitingen en muziekfestivals. Na, zo moeilijk kan het niet zijn. Kunst is ook maar entertainment. Kwestie van inlezen.
‘Ik ga ermee aan de slag, mevrouw.’
Ze pakt het briefje van tafel, schuift haar stoel naar achteren, staat op.
‘Succes ermee.’
‘Bedankt.’
Twee schilderijen. Hoeveel zijn die krengen eigenlijk waard? Geen budget. Kunst. Kunst! Wie zit daar nou op te wachten. Welke geldschieter is dáár nu in geïnteresseerd! Alhoewel, ze was toch een keer op zo’n lekker pilletjesfestival waar ook wat kunst hing en stond? Ergens in een hoek. En die kunstenares die wel eens bij De wereld draait door komt, die geflipte met die dierenmishandeling, die is vast ook wel populair, anders kom je daar toch niet?
Misschien dat het toch wel wat potentie heeft.
Hm, eerst maar eens die mensen op het briefje bellen. Chen en Roderik van Zwaaij zijn hun namen. Roderik… Was dat niet die vent van DWDD? Maar wie is die Chen?! Klinkt Chinees. Was dat mokkeltje van Roderik niet ook een Chineesje?
Misschien dat ze naast het googelen van die Haagse kwestie maar even op uitzendinggemist.nl moet kijken.

Fleur van G...

4 jaren, 2 maanden geleden

Vervalsing

Magda Vlekveld

1,6

De voltooide VBW

Ik geloof niet dat ik zelfmoord zou hebben gepleegd. Het was mooi dat Gottfried en de Chinezen me redden, maar zonder hen was ik de crisis ook wel doorgekomen. Al was het maar omdat ik oude anti-conceptiepillen had geslikt in plaats van slaapdragees. Die trof ik vanmorgen tot mijn verbazing allemaal nog aan in mijn medicijnkastje. Ik werd fysiek nogal labiel van die hormonen en zo, mijn lichaam protesteerde, verder niets.
Maar ik wel iets geleerd van deze episode. De strijd is nog niet gestreden. Die malle kopie waarmee Chen zijn vrouwtje en de vaderlandse pers om de tuin leidde: prachtige afleidingsmanoeuvre. De echte VBW ligt hier bij mij in huis, uitgerold en ingepakt in zuurvrij papier, op mijn werktafel waar niemand hem verwacht. Zoveel vertrouwen had goddelijke Godfried dan weer wel in mij, zeker na dat eerste nachtje thuis hier met z'n tweeen. Zo onaantrekkelijk ben ik nu ook weer niet. En hij is nog steeds een beest. Maar fysiek voel ik me als herboren.
De strategie is duidelijk: laat iedereen maar denken dat dat andere onding de echte is, dan kan ik intussen in alle stilte de sponsoren zoeken om dit meesterwerk aan te kopen en te behouden voor ons Amsterdam. Het Stedelijk én het Rijks komen ervoor in aanmerking. Maar het gaat mij niet om het geld. Ik geloof, nu ik zo dagelijks in de nabijheid ben van de versie van VWB uit begin 1943, dat ik een belangrijk inzicht op het spoor ben. Ik voel het zich al achter de horizon van mijn bewustzijn bewegen. Het is of Mondriaan zelf naar mij op weg is om mij iets duidelijk te maken wat nog niemand eerder had gezien.
Die schets uit '42 uit het bezit van Charmion von Wiegland die ik ontdekt heb, die laat het eerste idee zien, de eerste flits van verlichting bij Mondriaan. De versie in het Gemeentemuseum dateert van februari 1944 , vlak voor Mondriaans dood, en is een laatste vingerwijzing naar wat hem ooit voor ogen stond, maar in een laatste moment van zwakte en wanhoop bewust en doelgericht onvoltooid gemaakt door Mondriaan in de drie dagen voor zijn overlijden dat hij nog aan het doek werkte.
De versie uit '43 daarentegen is wel voltooid, af, rond, in zich gesloten, de hele wereld verzwelgend en na een wonderlijke metamorfose weer uitspuwend, teruggevend aan ons, de beschouwers. Ik begrijp wel waarom Mondriaan het doek weg gaf aan zomaar een Chinese jazzmuzikant. Zoals hij zelf zei was hij niet geïnteresseerd in schilderijen maken, maar in het doen van ontdekkingen. Hier valt niets nieuws meer te ontdekken, in deze tweede versie. Hier is alles al ontdekt en definitief vorm gegeven.
De derde, laatste versie maakte Mondriaan om de ondraaglijke volmaaktheid van deze tweede versie te ontwrichten, het hoofd te bieden, te wissen, om weer overnieuw te kunnen beginnen, of verder te gaan op een spoor dat hij bij het maken van de tweede versie genegeerd had om eenmaal in zijn leven een schilderij voor eens en altijd te voltooien, foutloos, volmaakt en oneindig spiritueel. Das Geistige in die Kunst: hier is het, voor iedereen zichtbaar. Dat ding in Den Haag kan nauwelijks in de schaduw staan van deze meesterlijke tweede versie.
En die zal ik behouden voor onze stad, Amsterdam. Als geschenk van de stad aan de heropende musea. Misschien kunnen ze het doek om beurten tentoonstellen, om de continuïteit aan te geven tussen de klassieke schilderkunst van het Rijks en de moderne in het Stedelijk.
Ja. Magda Vlekveld, zei ik tegen mijzelf, trek je schouders recht en je V-hals omlaag. Je figuur is nog alleszins pront te noemen. Je hebt nog een taak te vervullen in deze wereld en ieder middel is daartoe toegestaan. Nu geen blunders of broosheid meer. Gooi je vrouwelijkheid in de strijd. Voortaan gaat het om het echte leven.

Arjen

4 jaren, 2 maanden geleden

Improvisatie

Bert van Petten

1,3

Bekend van TV!

Tweets:

In een televisiedecor zitten, maakt dat je je vanzelf gedraagt als een acteur
15 april

Om overtuigd te klinken, hoef je nog niet overtuigd te zijn
15 april

De day after! Zodra je stoppels laat staan, bekijken vrouwen je anders. Bekend van TV!
16 april

De day after! Mijn haar zat nog nooit zo goed, de haarlak werkt nog steeds
16 april

Wat moet een Amsterdamse handelaar op stadsniveau met een Chinese golddigger?
16 april

Vandaag mijn vriendin duizend ringen kado gedaan. Om het goed te maken. Om goed te maken dat ik er nooit eerder eentje gaf.
17 april

@RoderikVanZwaaij jij zou nog je moeder verkopen, of ze nou je echte moeder is of niet
17 april

In de loods zweefde een wolk onduidelijke meisjes. Koninginnenacht was fantastisch
30 april

Als Mondriaan in 2013 een #VictoryBoogieWoogie zou maken, zou het toch zeker een bewegende hologramversie zijn?
30 april

Mondriaans #VictoryBoogieWoogie geprint op zeil, bij de Koningsvaart in het IJ. Bekend van TV!
30 april

Een houtskooltekening van Mondriaan. Te zien in de fietsloods.
2 mei

De 3e #VictoryBoogieWoogie. Te zien in de fietsloods. Bekend van TV!
3 mei

Kunstenares Tinkebell in de fietsloods bij de #VictoryBoogieWoogie: na een dode kat, geshredderde kuikens en een blootkalendar, wat nu? Bekend van TV!
4 mei

Alle vlaggen en vlaggestokken die ik op Koninginnedag nog niet kwijtraakte, voor vandaag verkocht!
5 mei

@Looovetinkebell in de fietsloods: hoe redt zij de 3e #VictoryBoogieWoogie uit Chinese handen en voor het Nederlandse volk?
6 mei

De #VictoryBoogyWoogie van Roderik & Fei Fei is de enige echte. Dat is bekend van TV!
7 mei

Dirk Vis

4 jaren, 2 maanden geleden

Kunstenaarschap

Joy Puik

2,2

Provenance

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 3 mei 2013 22.54
subject: Joy is het prijsbeest!

Ha geile donder!
Die Joy van jou hè, die kan er wat van! Gotnomdenakendechristus. Ze lijkt wel een journaliste soms.
Veel sporen heeft Chen Jié niet achtergelaten in New York. Hij was hier zeer waarschijnlijk illegaal, want de archieven van New York zwijgen over hem. Lang zal hij ook niet gebleven zijn. Zijn optredens in de Cafe Society beperken zich tot wat invalwerk, in de eerste maanden van 1943.
Gisteren werd er eindelijk opengedaan op het adres dat in Barney Josephsons ‘Big Book’ stond, in Greenwich Village. Een licht geïrriteerde jongeman was naar beneden gekomen om me te woord te staan. Hij vroeg zich af wie er de hele tijd aanbelde. Er hadden op het adres in de loop van de tijd allerlei mensen gewoond, legde hij uit. Zijn grootouders hadden altijd mensen op kamers gehad om de huur te kunnen betalen. Maar daar had hij geen administratie van. Waarom was ik naar die Chinees op zoek?
Ik heb het liever niet over het schilderij, merk ik. Het is niet een verhaal dat je in twee minuten uitlegt. Misschien heeft het ook te maken met de Nederlandse afkeer van alles wat artistiek is. Als je snel van je gesprekspartner af wilt kun je in Nederland het best over kunst beginnen. Maar om deze jongen geïnteresseerd te krijgen moest ik hem wat meer geven dan een geheimzinnige pianist. Dus probeerde ik Mondriaan. Zijn gezicht lichtte meteen op. Hij bleek zelf schilder. Ik mocht mee naar boven komen.
Hij gebruikte het appartement als atelier. Ik keek wat rond. Overal stonden schilderijen. Abstract werk, maar het tegenovergestelde van Mondriaan. Dichter bij de Amerikaanse traditie, de Abstract Expressionists. Hij schildert wilde, vlammende figuren. Niet tragisch of gekweld hoor, eerder uitbundig. Ergens achter een rij doeken stond een bed, goed gecamoufleerd met allerlei verfvlekken.
Ben (zo heet hij, Ben Dickinson) was intussen op zoek gegaan in een grote metalen hutkoffer. Daar lagen de spullen van zijn ouders en grootouders in, of wat hij ervan bewaard had. Hij kwam te voorschijn met een stel fotoboeken. Die kamerbewoners van zijn grootouders, die leefden te midden van het gezin, aten mee, konden met hun problemen bij grootmoeder terecht. Vrijwel elke gezinsfoto is verrijkt met een onbekend gezicht. Op de boeken stond netjes welke jaren ze bestreken. Dus we sloegen het boek voor 1943 en begonnen te bladeren.
Er stond een Chinees bij een familieportret rond de eettafel. Dat moest hem zijn. Ben stak zijn vinger tussen de bladzijden en bladerde verder. Je weet nooit. Daar was nog een fotootje van de Chinees. Hij stond glimlachend naast een andere man, een man met lang, kalend hoofd, een kloeke neus en een brilletje. Ze stonden aan weerskanten van een schilderij aan de muur van wat waarschijnlijk Chens kamertje was. Een ruitvormig schilderij, niet echt groot, waarover een aantal kleurige lijnen liepen. ‘Could that be…’ zei Ben nog maar ik was al opgesprongen.
Ik belde AS3 dat ze Herman-de-cameraman konden sturen.

Han van der...

4 jaren, 2 maanden geleden

De geest van Piet

Joy Puik

2,2

Bouncy, very abstract

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 30 april 2013 10.05
subject: O je benen!

O, Sam, ik loop op springveren. En dat komt goed uit, want na wat je met me gedaan hebt moeten mijn benen weer even aan hun dagelijkse functies wennen. Wat was ik blij, wat was ik stomverbijsterd dat je daar ineens in de lobby stond! Oké, ik had er een heel klein beetje op gehoopt dat je een dagje voor me uit zou kunnen trekken als ik je tot halverwege tegemoet zou komen. Maar ik gaf zelfs mezelf niet toe dat ik erop hoopte.
En sinds je geweest bent gaat het onderzoek ook een stuk beter. Vandaag heb ik de hele dag in ‘The Big Book’ zitten studeren, de agenda van één van die clubs waar Mondriaan uit dansen ging. Zo’n groot logboek met lange bladzijden, waarin de eigenaar alles bijhield was met de club te maken had, niet noodzakelijk in chronologische of zelfs maar logische volgorde.
De Cafe Society was de eerste volledig geïntegreerde nachtclub, waar zwart en blank zowel op het podium als in de zaal gelijk waren. Al die jazzlui traden daar op, Billy Holiday, dat soort mensen. Eigenaar Barney Josephson is natuurlijk al lang dood, maar zijn vierde vrouw leeft nog en beheert de erfenis. Een levendig wijfie, Terry Trilling-Josephson, ze woont in een appartementje op de Lower East Side. Een paar jaar geleden heeft ze een wat rafelig maar erg leuk boek bij elkaar geplakt met behulp van bandopnames waarop hij zijn levensverhaal vertelt. ‘Cafe Society: The Wrong Place for the Right People’.
Goed, zodra ik het boek uit had ben ik haar maar eens gaan opzoeken. Maar toen ik haar vroeg naar een Chinese pianist uit het begin van de jaren veertig haalde ze haar schouders op. Ze heeft zelf niets meegemaakt, ze kent het alleen uit verhalen. Als ik wilde mocht ik kijken of hij ergens in ‘The Big Book’ genoemd werd.
Daar zat ik dus, tussen het mahonie en de Perzische tapijten, te bladeren en te proberen Barneys handschrift te ontcijferen. Intussen liep Terry heen en weer met koffie en leuke jazzplaatjes die ik zeker moest horen. Ze had al snel door dat ik geen sax van een trompet kan onderscheiden maar ze vond het leuk me een spoedcursus te geven. Ze is docente geweest en dat kon je merken. Ze vond het geloof ik wel leuk om wat bezoek te krijgen.
Ik heb hem gevonden! Ergens bij 1943, precies valt het niet uit te maken, staat het adres van een Chinese pianist, Chen Jié. ‘Extremely rythmic, bouncy, very abstract’ staat er als kanttekening bij. Nou, jij mag het zeggen, zou Mondriaan dat leuk gevonden hebben? Morgen verder.

Han van der...

4 jaren, 2 maanden geleden