Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Liefde en inspiratie

Fei Fei

1,6

Telefoon op de Dam

De koffiehoek van de Bijenkorf was helemaal vol. Geen enkel plekje vrij. Chen en ik liepen naar buiten en gingen op een bankje zitten, met het warenhuis in onze rug en met uitzicht op die stenen fallus. Oorlogen worden gevoerd door mannen, zij maken blijkbaar ook de herdenkingssymbolen. Het was ongemakkelijk, een paar minuten daarvoor op de parfumafdeling, Chen, Roderik en ik. De twee mannen wisselden, om het zacht uit te drukken, geen vriendelijke blikken met elkaar. Ik besefte dat het vertrouwd voelde om Chen weer te zien. Zoals hij naar me kéék, zo kijkt geen man naar me. Ook Roderik niet. En die actie met het schilderij op Schiphol, ik weet het niet, ik ben Chen anders gaan zien. Dit liet ik niet merken aan Roderik, maar ik vroeg hem wel om ons een moment alleen te geven. Hij stribbelde tegen, maar liep toen weg. Om zich een houding te geven deed hij alsof hij met iemand belde.
Natuurlijk was Chen boos op me, op het bankje, en ik liet hem boos zijn. Maar hij was ook verheugd en verbaasd, want het was zo toevallig dat we elkaar hier troffen, alsof het voorbestemd was, zei hij. Chen zag er goed uit. Helemaal geen afgetobd gezicht, geen vertwijfelde lichaamstaal.
Natuurlijk spraken we over de schilderijen, ‘de mijne’ en ‘de zijne’, over de talkshow, over Roderik en Magda: over alles wat er de afgelopen tijd was gebeurd. En het gekke was: we waren gewoon aan het bijkletsen, bijna gezellig, als twee schoolkinderen die iets spannends hadden meegemaakt en nu tijdens het navertellen opnieuw adrenaline voelden opkomen. Er waren wel verwijten, maar er was ook toenadering. En toen Roderik ons na een paar minuten al had gevonden (het bleek een kwartier te zijn) en we afscheid namen, en ik weer moest overschakelen naar het moeizame Engels, toen besefte ik hoe prettig het was om met Chen in onze moedertaal te hebben gekletst. Al die nuances en woordjes die zoveel duidelijker uitdrukten wat ik wilde zeggen. Het uit elkaar was op een droge manier gegaan: we zeiden ‘dag’ alsof we elkaar morgen weer gingen zien, ik liep weg met Roderik, terwijl, toen ik even omkeek, Chen de andere kant op liep.
Ik had verwacht dat Roderik boos mijn pols zou vastgrijpen en er zo’n ruk aan zou geven, zo van: ‘vertel op’ of ‘wat flikte je me nou’, maar vreemd genoeg bleef dat achterwege. Hij leek Chen alweer vergeten en had werkelijk iemand aan de telefoon gehad, dat was geen pose geweest. Goed nieuws: iemand toonde interesse voor onze Victory. De assistente van een wethouder van Amsterdam. Het was nog een beetje vaag, zei Roderik, maar het kwam erop neer dat die vrouw, of eigenlijk het meisje, ze klonk nog jong en onervaren, met ons een afspraak wilde maken om eens te praten. En om het schilderij in het echt te zien. Kortom, om de mogelijkheden te bespreken. Ik luisterde wel naar Roderik, maar moest moeite doen om in mijn gedachten niet af te dwalen naar Chen. Toen ik de naam van die vrouw aan de telefoon hoorde, schrok ik wakker.
‘Roderik… Chen had het ook al over haar,’ zei ik.
‘Over Lianne Verstraaten?’
‘Ja, ik geloof het toch echt. Hij noemde die naam. Lianne Verstraaten.’
‘Hoe kan dat nou weer?’
‘Ik weet het niet.’
‘Wat zei hij over haar?’
‘Nou, dat hij door haar gebeld was en met hem over het schilderij wilde praten. Nu ik erover nadenk, hij vertelde precies hetzelfde als jij.’
‘Wat? Dus… de gemeente van Amsterdam…’
Hij viel stil en dacht na.
‘Wanneer is de afspraak eigenlijk?’ vroeg ik.
‘Over twee dagen.’
‘Bij jou thuis of op het gemeentehuis?’
‘Op het gemeentehuis. Zou Chen daar dan ook zijn?’ vroeg Roderik zich hardop af.
Fei Fei vroeg het zich ook af.

Robbert

4 jaren, 2 maanden geleden

Improvisatie

1,0

Een kleurrijke toonladder

De eetsalon van de RMS Samaria is zo goed als verlaten. Het captains diner zit er op. Dit is zijn moment. Li Huang duwt een pluk weerbarstig haar op zijn plek, laat zijn handen strelend over de toetsen van de imposante vleugel gaan en begint ingetogen vanuit het diepste van zijn ziel aan een laatste riedel.

Het swingt, oh wat swingt het. Zijn vingers springen als dartele hazen van links naar rechts over het toetsenbord, achter elkaar aan, over elkaar heen buitelend, nauwelijks met het oog te volgen. Weg is de vermoeidheid die tijdens de avond steeds dieper in zijn lijf was gekropen. Op zijn gelige wangen verschijnt een blos. Dit is wat anders dan de brave ballroommuziek die hij de afgelopen uren op verzoek van de kapitein en zijn gasten heeft gespeeld tijdens het diner dansant.

Mooi geluid heeft die Steinway, de touche is precies zoals hij het graag heeft, soepel, niet te zwaar. Hij sluit zijn ogen. Harmonisch bewegen zijn hoofd en bovenlijf op het ritme van de klanken die zijn handen spelen. Benen en voeten gaan hun eigen weg. Pling, plang, pleedie weedee wong. Zijn smalle lippen zingen een lied zonder betekenis. Het lijkt op de Amerikaanse scat met doohdah, dooba doowee doob, maar Huang verzint die vocale onzinwoorden liever zelf, in zijn taal, het Mandarijns.

Nog een dag varen en dan zal het stoomschip aanmeren in New York, de eindbestemming. Zal deze metropool zijn lotsbestemming worden? De zeereis is vlekkeloos verlopen, geen stormen, hooguit wat hoge golfslag, en verder vooral de rustgevende rimpeling van het water. Gelukkig ook geen spoor van de oorlog die de Duitsers in Europa hebben ontketend. Amerika zal veilig zijn.
Aanvankelijk wilde hij met de Holland Amerika Lijn de grote reis naar zijn nieuwe wereld wagen. Later had hij toch gekozen voor een Britse rederij, de Cunard Line, die vanuit de havenplaats Liverpool op Amerika vaart. Zijn voorgevoel had hem niet bedrogen. Het schip van zijn eerste keuze, de Statendam, raakte plotseling betrokken bij de Duitse invasie van Nederland. In plaats van een vrolijke overtocht naar Amerika hielp dat schip mee aan het bombardement van de stad Rotterdam.

Wat zal Amerika hem brengen? Hij weet het niet. Met weemoed denkt hij aan wat hij heeft achtergelaten. Zijn mooie tengere vrouw, die hem had gesterkt in het idee dat het goed was dat hij naar het westen vertrok. Hij zou immers zijn talenten gaan benutten, hard werken en geld verdienen zodat hij zijn gezin en hun zoontje een toekomst kon geven. En hij zou weer terugkeren naar China. Zij zou op hem wachten, dat hield ze wel vol, had ze met zachte stem beweerd. Haar ogen en lichaam vertelden iets anders, maar ze zou zich, net als hij, aanpassen aan de onvermijdelijke veranderingen in hun leven. Ze zouden elkaar wanhopig missen, maar meegaan met de stroom. Leven is bewegen.

En dan Shanghai, zijn geboorteplaats. ‘Booming Shanghai’ nu. Een stad met een bloeiend nachtleven, varieté en cabarets. In die omgeving was zijn muziekcarrière begonnen. Later, als pianist in het Peace Hotel, Shanghai’s eerste wolkenkrabber met maar liefst tien verdiepingen, had hij die nieuwe muziekvorm ontdekt, de jazz. Zijn passie nu. Hij had meegespeeld in Amerikaanse, Russische, Finse en Oosterse orkesten en bands. Ze speelden allerlei genres, van dansmuziek, Chinese liedjes, tot traditionele Oriëntaalse muziek en vooral de Amerikaanse jazz. Het was niet alleen een mengelmoes van talen geweest, maar ook een muzikale smeltkroes. Vol energie, vol leven. De extravagante feesten in de balzaal, maar ook de happenings in de Jazz Bar van het befaamde Peace Hotel, waren gebeurtenissen die niemand in Shanghai durfde of wilde missen. Hij was er altijd bij geweest. Hoe had hij deze scene zo maar kunnen verlaten?

Met een vloeiend gebaar brengt Li Huang zijn armen omhoog en laat zijn handen een paar tellen zweven boven de toetsen ten teken dat het einde is bereikt. Dan dringt het geluid van applaus tot hem door. Zoekend kijkt hij rond. Aan het eind van de eetzaal ziet hij een oudere heer die aan een nog niet afgeruimde eettafel zit en enthousiast klapt. De man zwaait naar hem, staat dan op en loopt zigzaggend tussen de tafels zijn kant op. In zijn ene hand heeft hij een halfvol glas met sterke drank lijkt het wel, de andere ondersteunt een pijp waaraan hij driftig zuigt. ‘Kerel, wat klonk dat geweldig,’ zegt hij. ‘Je bent een waar talent. Was het bestaande muziek? Of improvisatie? Had deze muziek vanavond maar vaker gespeeld. Ik ben jazzliefhebber. Spreek je Engels?’

De bejaarde man drukt zich tegen de vleugel, zet een elleboog op de kast, neemt een slok en kijkt de pianist over zijn brillenglazen innemend maar onderzoekend aan. Li Huang is verrast. Tijdens het diner had hij een stukje jazz gespeeld, maar de kapitein had direct met een handgebaar te kennen gegeven dat hij daar onmiddellijk mee moest stoppen. Zijn gasten zouden het niet waarderen. Deze man was anders. Li Huang krijgt het warm. Een soulmate? ‘Ik dank u voor uw compliment’, antwoordt hij verlegen met neergeslagen ogen. ‘Wat u zojuist hoorde was mijn interpretatie van geschreven muziek, noem het maar de Shanghai Blues, een combinatie van Chinese muziek, jazz en blues. Structuur tegenover spontaniteit.’

Li Huang rommelt zenuwachtig door de muziekboeken op de pianostandaard, vist er snel een vel papier tussenuit en geeft het aan de man die al die tijd geïnteresseerd naar hem heeft geluisterd. ‘Dit is de bladmuziek met de grondmelodie, de basis,’ zegt Huang. ‘Hiermee speel ik mijn eigen versie, telkens opnieuw, iedere keer anders, afhankelijk van mijn gevoel, in oneindige variaties. Wij Chinezen hechten veel waarde aan veranderingen van de melodie en de ritmes. Het effect van samenklank, zoals de akkoorden in de westerse muziek, vinden we minder interessant. In de Chinese muziek kan een enkele noot al een gevoel van harmonie geven en die ene klank leidt weer tot de volgende. Het ultieme is het onverwachte en het altijd in beweging zijn. Ik wil een improvisatie laten klinken alsof het geschreven muziek is en geschreven muziek als een improvisatie.’ Li Huang stopt. Zo lang is hij nog nooit aan het woord geweest. Hij kijkt de zwijgende man afwachtend aan. Zou hij zijn verhaal begrepen hebben? Waarom zegt hij niets?

De man staat ineens kaarsrecht en staart als gebiologeerd naar het vel papier dat voor hem ligt. Wat hij daarop ziet is een boeiend patroon van horizontale en verticale lijnen, waarin haast willekeurig blokjes en strepen zijn geplaatst in verschillende kleuren en van verschillend formaat. Het lijkt in niets op de westerse bladmuziek. ‘Deze muzieknotatie is totaal nieuw voor mij,’ stamelt hij. ‘Wat een fascinerend lijnenspel, het lijkt wel visuele kunst.’
Li Huang laat zich meeslepen door de oprechte verbazing en belangstelling van de voor hem nog onbekende man, die net als hij niet vloeiend Engels spreekt. Het rare is dat het lijkt alsof hij hem al jaren kent. Hij wil hem alles wel vertellen wat hij weet. ‘Het is het pentatonische toonsysteem,’ vervolgt Huang. ‘In de Chinese muziek, maar ook voor de jazz en blues, gebruiken we het liefst de pentatonische toonladder. Een toonreeks van vijf tonen die we noteren met de kleuren rood, geel, blauw, zwart en wit. Met dit simpele kleurenpalet maken we steeds weer opnieuw een spannende compositie.’

Onopgemerkt door de beide mannen loopt de purser van de Samaria hun richting op. Als hij de vleugel is genaderd, onderbreekt hij abrupt hun boeiende conversatie. ‘Neemt u mij niet kwalijk mijnheer, maar ik moet u helaas vragen de eetzaal te verlaten,’ zegt hij vriendelijk maar nadrukkelijk tegen de passagier. ‘We gaan sluiten.’ Dan richt hij zich tot de pianist en zegt: ‘Huang, de kapitein wil je graag nog even spreken.’
Hevig teleurgesteld schikt de man zich naar het verzoek van de boordofficier. Hij had graag nog zoveel meer willen horen over die kleurrijke muzieknotatie. Hij draait zich snel om naar de pianist en vraagt gejaagd: ‘Huang, mag ik Huang zeggen? Wil je me verder inwijden? Morgenavond weer? Op dezelfde tijd?’

Lineske

4 jaren, 2 maanden geleden

De schoenen van de vrouw van Chen

1,0

Pas op de plaats

Het was een lange, vermoeiende dag geweest. Fei Fei ging op de bedrand zitten, schopte haar pumps uit en zette haar voetzolen voorzichtig op het hoogpolige tapijt van de hotelkamer. Wat was er allemaal gebeurd, vandaag? In wat voor circus was ze terecht gekomen? Fei Fei voelde zich als een mannetje dat de uitgang van zijn game-level niet kan vinden, en gedoemd is te blijven dolen in een wirwar van trappen met in elke hoek een val waarachter de muil van een monster. Hoe was ze hier in hemelsnaam beland? Ze zette haar ellebogen op haar smalle kniën, plaatste haar kin in haar handen en pruilde. Ze besloot nog niet te gaan slapen, nee, niet eerder naar bed te gaan voordat ze minstens een voorlopig antwoord op deze vraag had bedacht. Haar blik gleed langs de puien aan de overkant via het chique maar anonieme meubilair over de lichtovergangen in de diepblauwe vloerbedekking tot hij bleef steken bij de slordig neergekwakte schoenen. Die prachtige helgele pumps van nog geen maand oud die ze, natuurlijk, van Chen had gekregen. Liefdevol en nurks dacht ze aan Chen. Aan Chen, die achter haar op de andere kant van het matras als een diesel lag te snurken. Auto's waren voor Chen wat schoenen voor haar waren. Eigenlijk tekenden auto's en schoenen hun geschiedenis. Van een schoolvriendin hoorde ze dat ze bij de Peking Motor Show mooie meisjes zochten die bij de nieuwe automodellen wilden staan om de klanten te trekken, hen informatie te geven, en met hun verleiderlijke uiterlijk de aandacht van de rijkere mannen zo lang mogelijk vast te houden. Het leek Fei Fei maar niks, om als lustobject op een motorkap te gaan zitten, maar toen haar vriendin haar vertelde dat ze de waarachtig mooie kleren die ze aankregen na afloop van de show mee naar huis mochten nemen omdat deze toch volgend jaar weer uit de mode waren, was haar interesse gewekt. Zes weken later stond ze in een knalrood strak gedecolleteerd pakje tegen de wielkast van een gloednieuwe zilveren Toyota geleund, met als opdracht om haar glinsterende glimlach ten dienste te stellen van welke vraag er ook komen mocht. Dat mantelpakje kon haar niet schelen, maar de zwarte stilettohakken waren het begin van wat eerst een hobby en toen gerust een obsessie genoemd kon worden. Behoorlijk aan het einde van de dag, om 16:03 wist ze nog, omdat ze juist op de klok keek hoe lang ze nog moest, verscheen Chen aan de Toyota-stand. Wat een mafketel, in zijn grijs-wit geblokte pak, dacht ze. Iemand uit een totaal andere scene, of minstens dan toch een self-made man die hier zijn zopas verworven rijkdom kwam etaleren. Fei Fei had gelijk, maar toch wist Chen deze, zo bekende hij later, onwaarschijnlijk sexy vrouw voor zich te winnen. Gewoon, zoals mannen dat al tienduizenden jaren doen. Jouw benen, zei hij altijd tegen haar. Jouw geld, dacht Fei Fei wel eens bij zichzelf, maar dat was niet helemaal eerlijk, want ze had wel degelijk bewondering voor de vrijbuiter die hij was.

Mitch

4 jaren, 2 maanden geleden

De schoenen van de vrouw van Chen

Chen

1,3

Niet zonder Fei Fei!

Ze was twijgdun en adembenemend lang. Daarbij stond ze ook nog eens op naaldhakken. Aan één zijde gaf haar bikini iets van haar tepel prijs, een scherp roodachtig randje, als de bloedmaan die oprijst boven de heuvels van Sichuan, de provincie waar Chen geboren was. Zo dik was haar make-up aangebracht, dat ze ook niet zou hebben misstaan in een Chinese opera. Ze lachte naar hem en hij staarde terug. Even een rimpeling van ergernis, meteen had ze haar gezicht weer in de plooi. Ze zwierde haar haar over haar schouder en schonk haar glimlach even gul aan de man die naast hem stond.
‘Nooit met een westerse gedaan. Maar er wel duizenden geschilderd, al die naakten!’ zei Li glimmend. ‘Meestal wel dikker dan deze, met borsten en billen, zo groot dat ik er bang van werd. Maar Lubens is ín, het hele kader heeft de muren volhangen met die volle dames. Je vraagt je af waar dat naar toe gaat met de Partij.’
‘Lubens?’ Chen staarde nog steeds voor zich uit. Hij zag de hoer niet eens, hij dacht aan Fei Fei. Zoals ze bij dat televisieprogramma had gezeten, met dat schokkerige heen en weer schieten van haar hoofd, als een of ander nerveus vogeltje, was ze nog helemaal de vrouw die hij kende, zíjn Fei Fei. Maar hij had haar sindsdien niet meer gezien en ze had ook niets meer van zich laten horen. Vreemd, hij was er altijd vanuit gegaan dat ze bij hem hoorde, even vanzelfsprekend als een lichaamsdeel, maar waarom zou ze niet ineens kunnen losschieten en haar eigen weg kunnen gaan, zonder hem? Waar hij aanvankelijk zo trots op was geweest - dat ze hem te slim af probeerde te zijn - begon hem tegen te staan. Was ze maar een gewone vrouw geweest, een vrouw die hem volgde waar hij ook maar ging, en zich voor het overige bezighield met vrouwenzaken! Zijn moeder had hem nog zo gewaarschuwd! Die Fei Fei, had ze gezegd, die doet wat haar uitkomt, trouw toch een verpleegster of gewoon, een meisje uit de fabriek!
Hij kreeg een duw, een groep Engelsen die schreeuwend door de steeg trok en bleef hangen voor een hoer met uitpuilende borsten. Ze bonsden op het raam, maakten ronde gebaren voor hun borst, ‘are they real or are they fake?’
‘Waar maken ze zich hier toch druk om? Echt of niet echt, als je maar klaarkomt, ’ zei Li, en hij glipte door de kier die al voor hem openstond.

Afwezig dwaalde Chen over de Wallen. Drommen toeristen, vaak aangevoerd door een man of vrouw met een vlag, het kwam hem op de een of andere manier bekend voor, vertrouwde rituelen van de Partij, zijn hele jeugd had hij achter vlaggen moeten aanlopen. Soms ving hij ook Mandarijn en Cantonees op, zijn landgenoten liepen dicht aaneen, om elkaar niet kwijt te raken, gaf ze eens ongelijk.
Hij liet zijn blik over de ramen glijden, de vrouwen erachter zag hij nauwelijks meer. Hij zou opgetogen moeten zijn, zijn plan leek te slagen, de eerste stap was gezet, Professor Vlekveld had het schilderij als echt aangemerkt, in een lucht van braaksel en desinfectiemiddel, wat een associatie met het beroemde schilderij. Maar nu hij de vruchten zou kunnen plukken en spoedig met Fei Fei en een zak vol geld terug zou kunnen keren, moest hij er maar naar raden waar zij rondhing. Trouw of ontrouw kon hem weinig schelen, maar zonder haar was het einde van alles.
De Dam herkende hij aan de fallus die voor een oorlogsmonument moest doorgaan. Daar, op de treden rondom het monument, had hij hem Li afgesproken. Hij zocht zich een weg tussen de geparkeerde fietsen en liep het warenhuis binnen. Als hij een parfum voor haar kocht, Un Voix Noir, haar merk, dan kon hij haar tenminste weer dichterbij voelen. Het was als een offer, zoveel geld had hij niet meer, misschien veranderde er met die aanschaf iets in het krachtenveld dat hen uit elkaar leek te trekken en zou ze vanzelf weer naast hem opduiken.
Ook in het warenhuis wemelde het van de landgenoten, het was alsof hij weer in Beijing verkeerde, de vrouwen met hun tassen, de mannen die achter hen aan sjokten.
Daar was ze, dat kon niet waar zijn, die vrouw met halflang haar die aan sjawls stond te trekken, maar toen hij dichterbij kwam, zijn hart bonzend in zijn keel alsof hij een eerste afspraakje met haar had, bleek ze een ander, eerder Koreaans dan Chinees. Ze glimlachte en wendde zich verschrikt weer af – misschien zag hij er verwilderd uit.
Bij de parfumafdeling vroeg hij naar Un voix Noire, van Serge Lutens.
‘Is uitverkocht, maar we hebben wel Tubéreuse Criminelle . Heel exclusief, meneer, verder alleen in het Palais Royal te krijgen, dat is dus in Parijs,’ zei de dame achter de balie. ‘Als u even een momentje heeft, de tester is in gebruik.’
Naast hem twee forse vrouwen, Russinnen, hij herkende ze meteen aan hun grove manieren. Nog verder een slanke hand die de tester omhoog bracht, de bleke huid van haar pols. Hij keek omlaag, zag voorbij de stevige stronken waarmee de Russinnen zich overeind hielden, haar smalle enkels en elegante schoenen die uit niets dan bandjes bleken te bestaan.
Vergiste hij zich weer? Die schoenen herkende hij niet. Hij vergat te ademen en neeg voorzichtig naar voren.
Haar gezicht zacht en haar lippen die leken te bloeden. Ze hield haar pols onder haar neus, keek stralend op, naar de man die haar vergezelde.
Chen had hem eerder gezien, maar waar? Ah, hij wist het weer, Lodelik nog wat.. Lodelik Z… Zw… hij had iets onbegrijpelijks gezegd, in het Nederlands, hij had naast haar gezeten toen ze op de televisie was.

Edzard

4 jaren, 2 maanden geleden

Plastic meisjesringen

Godfried de Ridder

1,0

Zin om naast je te komen liggen

—Zal ik heel eerlijk zijn?
—…
—Ik denk nog wel eens aan je, Magda.
—…
—Niet te vaak hoor. Maar soms, als ik meisjes over straat zie gaan… van die studentenmeisjes in kliekjes. Houtjetouwtjetypetjes. Dan denk ik aan jouw zwerm, en hoe die neerstreek bij mij in het atelier…
—…
—Het was een hele andere tijd… begin van de jaren tachtig… eenentachtig? Tweeëntachtig? De avond was al aan het vallen toen jullie arriveerden… stinkend kwamen jullie uit dat grauwe blauwe Simcaatje rollen… nu ik erbij stilsta komt het vrij scherp terug. Geen rooie cent natuurlijk. Ik ook niet, al kon ik dat moeilijk laten blijken. Het was niet alsof ik jullie naar een hotel kon doorverwijzen… maar door jullie te laten blijven, gaf ik waarschijnlijk het verkeerde signaal af.
—…
—Ik kan je zo nog voor de geest halen… in je nepbontjas… broekpak in roze latex… met je plastic ringen… enorme dingen om al je vingers, in primaire kleuren… zat daar toen al wat Mondriaan in? Wat verkitsching van de grote priegelaar uit Amersfoort? Voor mij was je een van de meisjes… en dan bedoel ik, nog buiten het groepje waarmee je langskwam. Terwijl ik wist dat ik voor jou meer was dan dat… anders had je niet die hele rit gemaakt… als een soort kunstenaarsgroupie…
—…
—Als ik jou toen anders had behandeld… na gebruik terzijde had gelegd… was mijn carrière heel anders verlopen. Dat weet ik zeker. Dan was ik nu een stroming op zich geweest. De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars, maar vooral ook door de geschiedkundigen… de wetenschappers… de valse ex-liefjes… had ik toen kunnen weten dat jij zo invloedrijk zou zijn? Dat kon toch niet? Ik had toch niet iedereen met respect kunnen behandelen in die tijd? Dat was toch onmogelijk geweest? Dan zou het heelal zijn geïmplodeerd…
—…
—Hoe dieper ik graaf, hoe troebeler het wordt… ik weet nog precies hoe je haar zat, maar waar het nou precies op stuk liep? Je maakte het jezelf ook niet makkelijk, geloof ik. Je studeerde… ja, kunstgeschiedenis natuurlijk… dat kan niet anders… hoorde daar een bitse houding bij? Het was zo moeilijk om te begrijpen wat er omging in jouw hoofd… je kwam uit bewondering, maar ging niet weg zonder vinnige kritiek op ieder element van mijn nietige leven. Alleen mijn doeken spaarde je niet… maar het smerige hok daar… mijn persoonlijke hygiëne… mijn omgang met je vriendinnen en jou… mijn voorstel om het een keer met z'n allen te doen, alsof dat niet geweldig goed in de geest van die tijd had gepast. Het leek wel alsof je walgde van het banale bestaan dat schuilgaat achter ieder kunstwerk… maar het een kan niet zonder het ander, Magda, begrijp je dat inmiddels? Dat is hoe kunst wordt gemáákt!
—…
—Vind je niet dat er geweldig veel kan veranderen in dertig jaar? Kijk mij nou eens… ik ben getrouwd geweest… heb een dochter… misschien word ik binnenkort opa, misschien ook wel niet, maar biologisch zou het kunnen en bij de wet zou het mogen. Ben jij eigenlijk ooit getrouwd geweest? Heb je lange relaties gehad? Heb je kinderen gebaard? Denk je soms nog aan ons in Berlijn? Denk jij er nog wel eens aan?
—…
—In de eerste plaats is het verschil tussen ons natuurlijk dat jij lelijker bent geworden en ik met de jaren knapper… zoals dat gaat met mannen… als we al knap en wijs worden, dan is het op den duur. Jullie, daarentegen, beginnen mooi… jullie hebben het voor het zeggen als jullie jong zijn… eeuwig zonde om je dan al voor de leeuw te werpen… wat moest je in godsnaam met zo'n in zichzelf gekeerde, bokkige viespeuk als de wereld aan je voeten lag? Je was de mooiste van het stel, dat wist je toch wel? Ik denk dat je dat heel goed wist… maar moet je nu eens zien hoe je erbij ligt… in een ziekenhuisbed verdomme… een verschrompelde hoopje ellende… een symbool van vergankelijkheid, en nog ongelukkig ook… zo ongelukkig dat je er onverstandige dingen van bent gaan doen…
—…
—Ik zou er bijna van terug naar Berlijn willen gaan… terug in de tijd… om alles anders te doen… je met open armen te ontvangen… je te verzorgen, te knuffelen, te koesteren… maar goed… wat zou daar de uitkomst van zijn geweest? Dan waren we misschien getrouwd… dat zou nooit lang goed zijn gegaan… twee betweters… twee vakidioten… misschien nog wel meer, als we kinderen hadden gekregen. Daar zou weinig goeds van zijn gekomen.
—…
—…
—…
—Zal ik nog eens wat zeggen?
—…
—Ik heb zin om naast je te komen liggen.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 2 maanden geleden

De kapitein

Roderik van Zwaaij

1,9

Het oordeel van een expert

‘Laat me ten minste even binnen,’ zei hij door de deurspleet. ‘Als u het schilderij hebt bekeken dan mag u mij er zo weer uitgooien.’
Van achter de deur klonk een diepe zucht. ‘Meneer van der Zwaag, u staat hier al een kwartier met uw voet tussen de deur! Ik ben niet geïnteresseerd in uw schilderij.’
‘Van Zwaaij. Roderik van Zwaaij heet ik. Ik zweer u op het graf van mijn moeder, als het schilderij u niet bevalt, dan ben ik zo weg.’
Weer een zucht. ‘Ik hoop dat uw moeder het u vergeeft,’ zei de man en haalde de ketting van de deur. ‘Vijf minuten.’
Met flinke stappen beende Roderik de hal in. Voordat professor Botering hem tegen kon houden stond hij al in de woonkamer. Met vlotte vertegenwoordigersgebaren haalde hij het schilderij uit zijn donkerhouten kist.
‘Is dit het?’ vroeg Botering. ‘Dit prutsdingetje? Pff, het lijkt in niets op het schilderij dat Magda Vlekveld heeft beschreven.’
‘Precies!’ Roderik prikte triomfantelijk met zijn vinger in de lucht. ‘Ik wist dat u het meteen zou zien. In niets.’
Botering was even van zijn apropos. Hij liep op het schilderij af. Hij pakte het op. Hield het tegen het licht. Legde het met iets meer eerbied weer neer.
‘Wat zou u zeggen dat het was?’ vroeg Roderik. ‘U, als expert.’
‘Ik zou zeggen… Ik zou zeggen, dat àls dit een Mondriaan was, àls, want daar ga ik niet vanuit… Dan zou ik zeggen dat dit een vroege studie van de Victory Boogie Woogie was. Ergens na het schilderij dat Vlekveld pas heeft ontdekt, maar niet lang erna. Het heeft iets aandoenlijks, hè. Geen topwerk. Heel aardig natuurlijk. Als het echt is.’ Hij keek er nog eens naar. Hij kantelde het van zich af, zodat het licht uit de grote ramen er overheen streek. ‘Het is wel prachtig gelaagd opgebouwd.’
‘U bent het dus met me eens dat voor schilderij dat Magda Velkveld beschrijft meer geld te krijgen is dan voor dit?’
‘O, zeker. Als ze echt zo’n schilderij heeft is dat tientallen miljoenen waard. Dit is hoogstens vijf miljoen. Zou ik zeggen.’
‘Goed, ik zal u vertellen, het schilderij dat Magda Vlekveld heeft beschreven bestaat. Ja, ik weet het, het is heel verwarrend. Dat schilderij is pas gisteren in Nederland aangekomen. Per vliegtuig. In gezelschap van een Chinese kunstschilder die zich al jaren specialiseert in het vervalsen van Mondriaans. Nu zegt Vlekveld dat die vervalser dit schilderijtje dat u nu vasthoudt heeft gemaakt. Dat dit zijn vervalsing is.’
‘Het is een knap stukje werk, dat moet ik zeggen.’
‘Nu is mijn vraag aan u: stel dat u een Mondriaanvervalsing zou laten maken, welke zou u dan laten maken? Dit kleine, zoals u zegt, aardige schilderijtje, of het schilderij dat Magda Vlekveld beschrijft, een bijna voltooide versie van de Victory Boogie Woogie, die mogelijk zelfs beter is dan het schilderij dat in het Gemeentemuseum hangt?’
Botering dacht even na. ‘Het is natuurlijk veel moeilijker om een bijna voltooide Victory te maken. Maar goed, als je toch bezig bent, dan laat je die maken. Dan neem je geen genoegen met zo’n werkje als dit. Die Chinees is gespecialiseerd in Mondriaanvervalsingen, zegt u?’
Roderik knikte.
‘Ik moet zeggen, meneer Zwaaij, ik ben geïntrigeerd. Niet alleen door dit alleraardigste schilderij maar door uw verhaal. Wat voor omzwervingen heeft dit schilderij niet gemaakt, als het per schip is gekomen?’
‘We zouden kunnen beginnen door eens met de kapitein te gaan praten. De Chinezen zijn intussen hun eigen weg gegaan, maar het schip ligt nog gewoon in de haven.’

Jochem Broe...

4 jaren, 2 maanden geleden

Meesterwerk

1,0

De auto van Roderik, de schoenen van Fei Fei

Kunststof TV zegt dat schoenontwerper Jan Jansen de Jaguar E-type een meesterwerk vindt. Is dit de auto waar Roderik in rijdt? En rijdt hij de auto omdat het—net als Jansen—naar zijn mening een meesterwerk is? Ik denk dat Roderik iets pas een meesterwerk vindt als het ook economische waarde vertegenwoordigt. In die zin is hij van de nieuwe VBW eigenlijk een meesterwerk aan het máken.

“Karakter als basis. Eigenzinnig en onderscheidend.” Dat is wat ik lees op de schoensite van Jansen. Daarom denk ik dat een paar Orchid Shoes Fei Fei op het lijf geschreven zijn. Ze beginnen bij iets minder dan 500 euro. Dat kan natuurlijk beter—een E-type heb je niet snel voor minder dan 20k—maar Fei Fei komt van ver, dus een paar Jansens zijn zo’n gek begin nog niet.

En wie weet zit ze op een goed moment op Kunststof TV te vertellen dat Jansens schoenen haar meesterwerk zijn, en zit Roderik naast haar instemmend te knikken.

Kaeru

4 jaren, 2 maanden geleden

Averij

Godfried de Ridder

1,3

Ik denk het telwoord

—Hallo?
—Hallo, met Joy Puik, freelance journalist, spreek ik met Godfried de Ridder?
—Daar spreek je mee.
—Ha, fijn. Ik houd me momenteel voor AS3 bezig met de Chinese Victory Boogie Woogie, en als ik het goed begrijp weet u daar meer van.
AS3, is dat nog steeds op de televisie tegenwoordig, of alleen nog maar op internet?
—Internet, radio, tv, alles… ik bel u omdat ik u enkele vragen zou willen stellen over het schilderij en uw relatie ermee…
—Brand los…
—Eigenlijk zou ik u later vandaag willen interviewen, met een camera erbij, op een gepaste locatie. Wellicht uw atelier?
—Mijn atelier? Dat wordt… lastig. Het ligt er momenteel wat ontoegankelijk bij… er is daar net een groot project aangevangen. Het is nog wat… breekbaar… het nu blootstellen aan vreemden is het in de kiem smoren. Sowieso komt het vrij beroerd uit nu, qua timing. Ik ben momenteel in het VU, begrijp je?
—Er is toch niets ernstigs met u?
—Het is maar hoe je het bekijkt. Maar ik ben hier niet voor mijzelf, als je dat bedoelt. Ik bezoek een oude vriendin.
—Kan ik het dan telefonisch doen? Ik zal het kort houden.
—Wat dat betreft kan ik niets beloven.
—Wat wat betreft?
—Wat betreft het kort houden.
—…
—Maar stel vooral je vragen. De tijd loopt.
—De prangendste vraag dan maar als eerste… hoe bent u persoonlijk nu eigenlijk betrokken geraakt bij de hele Mondriaan-kwestie?
—Dat schip ligt vlakbij mijn atelier in de haven, hè? Ik kan er zo naartoe lopen. Op een gegeven moment hebben we daar iets gefilmd…
—We?
—Een vriend en ik. Hij filmt mij. De hele tijd, althans, als het hem uitkomt.
—Hoe heet die vriend?
—Stefan Kosakowski… het is ook een goede fotograaf… zullen we ter zake blijven?
—Sorry, zijstraatje… u filmde bij de Elefteria.
—Stefan heeft mij de opname pas veel later getoond. Laten we zeggen dat de significantie van wat er achter mij in beeld te zien was, pas helder werd toen ik het schilderij bij Matthijs van Nieuwkerk in de uitzending zag. Als ik bami eet, doe ik dat altijd met Matthijs op de achtergrond… er zijn tal van dingen die mij dan duidelijk worden, vooral over de teloorgang van onze samenleving… maar zelden heb ik daaraan zo'n concrete actie gekoppeld als toen…
—En welke actie was dat?
—Ik ben naar het schip gewandeld. Daar trof ik de Chinees aan. En van het een kwam het ander. Laten we zeggen dat ik de averij ten dele heb kunnen herstellen… in volle vaart…
—Je treedt nu op als woordvoerder van Chen, en van zijn neef Li… de bezitters van de vierde Victory Boogie Woogie. Chen was enkele weken eerder al met een derde versie gekomen… de versie die Fei Fei, zijn vrouw, nu in het bezit heeft. Dát schilderij had Chen na vele omwegen, en met grote moeite, per schip de Amsterdamse haven in gekregen. Als dat zo moeilijk was, waarom kon hij de vierde versie dan zo eenvoudig door Li laten invliegen?
—…
—Heeft u daar een idee over?
—Ten eerste, de frase 'woordvoerder' laat het zwaarder klinken dan het in werkelijkheid is. Het Nederlands van Chen is simpelweg wat roestig… het zou bot zijn om zo'n jongen niet even te helpen met zijn taalkloof. Ten tweede, de hele logistiek van de operatie… eens even kijken… ach, gadverdamme… pardon, ik moet geloof ik gaan ophangen…
—Snel nog een laatste vraag? Echt de allerlaatste…
—Nou…
—Kunt u kort beschrijven wat het verschil is tussen de derde en de vierde versie?
—Het telwoord? Ik denk het telwoord.
—Meneer De Ridder… iedereen wacht natuurlijk op het oordeel van Magda Vlekveld over dit schilderij. Heeft zij zich er al over uitgelaten?
—Uitgelaten… dat is zo'n heftig woord. Magda heeft net over mijn broek gekotst… als dat een indicatie is, moet het een flink beroerde versie zijn. Maar je bent journalist hè? Laat ik me dan vooral niet te negatief uitlaten… laten we het erop houden dat Magda vooralsnog laaiend enthousiast is, dat het volk staat te juichen, dat zelfs God een beetje jaloers is… heb je dat opgeschreven?

Niels ’t Hooft

4 jaren, 2 maanden geleden

De kapitein

1,0

De gedachten van de kapitein

De kapitein zat op de achtersteven van de Elefteria op een stoel waarvan de poten precies tussen de planken pasten waardoor de stoel nooit omviel. Hier op deze stoel over het water kijkend besefte hij dat hij die hele VBW-kwestie niet zo interessant vond. Wel vond hij het een mooi schilderij. Hij had er zelfs over gedacht om de complete boot in Mondriaan-stijl de verven, maar daar had hij al lang geleden van afgezien. Die twee Chinezen stonden hem niet zo aan en dat verhaal over een victorie boogie woogie-band van hun grootvader vond hij maar slap. Net zo slap als deze snert koffie. Of zoals zijn buurman op de kade het noemde: een bakkie pleur. Maar, dacht hij, dit is mijn laatste reis en dan mag ik weer terug naar Griekenland. Denkend aan olijfbomen, griekse koffie en tzaziki sliep hij in.

arthur mulder

4 jaren, 2 maanden geleden

Cultuur in crisistijd

1,0

Kunstenaar z.k.m. mecenas

GETALENT. KUNSTENAAR v <30 z.k.m. koosjere MECENAS m/v 35-85 voor langdurige samenw. en evt. vriendsch. Uiterl./achtergr. onbel. Discipline schilderkunst, installaties. Opl. 3 jr GRA + autodid. + stage bij G. de Ridder. Trefw. Oosterse fil. / de stad / het leven als een spel. Tegenprestaties: uw portret, aanw. op feestjes, excl. kunstcadeaus etc. GEEN SEKS. GEEN REPRODUCTIES VAN BEROEMDE SCHILDERIJEN. Alleen AUTHENTIEK werk. Brieven o.n. 250413-1 van dit blad.

Contactadvertentie uit Het Parool, 25 april 2013

Ineke Riem

4 jaren, 2 maanden geleden

De kleurenpalet van Nederland

1,0

Kleurplatenwedstrijd

Bakboord, stuurboord, op volle kracht
vooruit zolang we maar in onbekende
havens aanleggen. Een vrouwenhuid heeft
oneindig veel kleur zoals een zonsondergang
van rood, naar geel, naar grijs.

Met je tong uit je mond kleur je tussen
de lijnen, je moet en zal winnen. Niet het
buurmeisje met haar primaire kleuren.
Je doet elke dag een vlakje, zij is binnen
een uurtje klaar.

Wie wonen er in deze stad, waar vinden
we de kleur die matcht bij onze geest.
Is er een mens die we ons geheim kunnen
toevertrouwen, winnen we de eerste prijs
bij de kleurplatenwedstrijd.

Rinske Kegel

4 jaren, 2 maanden geleden

Cultuur in crisistijd

1,6

Honeymoon

Giorgos Papadiamantis staarde uit over het water van het IJ. Al dagen lag de Eleftria voor anker, gisteren had de zon eventjes geschenen maar de rest van de tijd was het weer overwegend grauw en het IJ een enorme donkere poel. Giorgos rilde, hij had maar een trui die hij sinds aankomst niet meer had uitgetrokken. De havenpolitie kwam elke dag even langs en zei hem dat hij pas weer mocht varen als bekend was geworden wat de herkomst was van dat rare schilderij dat die Chinees in zijn hut had verstopt.
Het waren vreemde mensen, die Hollanders, met van die blonde, blozende, vrolijke gezichten kwamen ze op je af. Je dacht dat je wel even iets met ze kon bespreken, dat ze wel begrip zouden hebben voor een kapitein van een klein vrachtschip die gewoon zijn werk deed, maar ze waren bikkelhard. Alles moest volgens de regels, en van die regels hadden ze er oneindig veel.
Die Chinees had hem er ook flink ingeluisd, hij wilde mee in verband met zijn ‘honeymoon’ had hij gezegd. Het was de wens van dat duivelse vrouwtje van hem kennis te maken met het echte leven op zee. Op het gesprek volgde een lange onderhandeling over de prijs voor de reis naar Amsterdam. ‘So romantic’, had zij gekird toen ze op haar pumps aan boord kwam en vrijwel direct uitgleed. Sinds dat moment was ze haar hut nauwelijks meer uit geweest.
De jonge bruid was er nu met dat schilderij vandoor en die Chinees liep maar treurig op en neer over het dek. Met zijn vage geklets tegen de recherche had hij Giorgos tot medeverdachte gemaakt.
Terug naar zijn land, dat was het enige wat Giorgos wilde, met moeite had hij een vracht naar Piraeus geregeld: een partij stalen kabels en hijsmateriaal waarvan de herkomst onduidelijk was, je kon niet al te kieskeurig zijn vandaag de dag. Giorgos verlangde naar zijn kinderen en zijn vrouw; met zijn vijven leefden ze nu van krap vijf honderd euro in hun Atheense flatje. Zijn oudste zoon en dochter waren weer bij hen ingetrokken. Twee dagen geleden had zijn vrouw hem over de telefoon verteld dat ze begonnen was zijn boeken op te stoken. De energieprijzen waren onbetaalbaar geworden. De auto had ze al weggedaan. Steeds vroeg ze hem wanneer hij geld overmaakte. Als het nog even duurde zou ze naar haar ouders op Zakynthos gaan, haar moeder had zoveel paprika’s en wijnbladeren ingemaakt en olijven gepekeld dat ze daar tenminste nog goed konden eten, zeker als haar vader weer af en toe ging vissen.
Giorgos pakte een emmer en een zwabber en begon het dek te schrobben. Roest vertoonde zich op de naden tussen de stalen platen. Hij had die platen rood geschilderd zodat je de roest minder snel zou zien, maar het resultaat viel tegen. Roest was snel, als het er eenmaal zat kwam het binnen een paar maanden terug, als een virus die zich onder de verflaag verscholen hield.
Buiten klonk gejoel. Er kwam een speedboot voorbij, met een rotvaart scheurde hij heel dicht langs zijn schip. Er stonden jonge mensen op, met lange haren en grote zonnebrillen. Een jongeman zwaaide met een fles champagne. Wacht maar, nu lachten ze nog, dat hadden zij in Griekenland tot drie, vier jaar geleden ook gedaan.
De speedboot bracht het water rondom de Eleftria in beweging. Een waterhoentje schommelde op de golven, midden in een olievlek.
Giorgos wilde weg. Hij wilde een zak met geld voor zijn familie. Hoe moeilijk zou het zijn, een schilderij te stelen? Eleftheria i thanatos, dacht hij, vrijheid dat was geen gegeven daar moest je voor vechten, daar moest je je leven voor in de waagschaal stellen, dat waren ze in zijn land tientallen jaren vergeten, maar nu was het besef terug.
Nadat hij zijn dek had geschrobd - niemand had gezien dat hij dat helemaal zelf deed, de paar filippino’s die hem hielpen kon hij niet uitbetalen, ze zaten mokkend in hun hut en hij meed ze als de pest - ging hij naar de kapiteinshut. Hij zette de tv aan en kwam in een uitzending van CNN International Europe terecht. De Roemeense verdachten van een kunstroof op een Rotterdamse Gallery moesten voorkomen, de roof was een fluitje van een cent geweest. De Roemenen beweerden dat ze via een zij-ingang zo binnen stonden. De directeur, een slanke jonge vrouw, zo oud als Giorgos’ dochter, beweerde met gespannen gezicht dat de beveiliging ‘state of the art’ was.
Giorgos schudde zijn hoofd, hadden ze in dit land niets beters te doen dan zich bezig te houden met kunstroven? De bewoners van Europa dansten op de vulkaan. De Chinezen kwamen eraan. De handel, daar moesten ze zich op richten, niet op wat ze de laatste resten beschaving noemden. In z’n eigen land had het ook te weinig opgeleverd, die paar gebroken beelden en stukken zuil. Giorgos zapte weg naar een Griekse zender. De zoveelste demonstratie. Wat kon iemand dat gerotzooi met rare schilderijen schelen terwijl een kopje koffie op de hoek van de straat niet meer te betalen was, terwijl zijn vrouw haar koffers stond te pakken, misschien zelfs al de huur had opgezegd?

Sanneke van...

4 jaren, 2 maanden geleden

De schoenen van de vrouw van Chen

1,2

Klein

Stijl voorspelt motief
Mijn leven lang heb ik te kleine schoenen gedragen. Zou iedere vrouw haar voeten te groot vinden en haar borsten te klein? Uitzonderingen zijn er altijd; cup F wil misschien graag maat 40. Maar goed, het is wel dat sommige lichaamsdelen van de meeste mensen liever groter dan gemiddeld zijn, andere kleiner. Voeten en oren horen klein, borsten en ogen groot, benen en haren lang. Van alle lichaamsdelen verschillen pupillen en irissen den ik het minst van grootte, misschien zijn die bij iedereen ongeveer even groot. De ogen eromheen kunnen groot of klein zijn, de iris is een constante, de pupil wordt iets groter of kleiner maar dat verschil is van mens tot mens nooit zo groot als tussen cup A en cup B of tussen maat 36 en maat 37.
In verschillende werelden mochten verschillende lichaamsdelen buiten de gewone proporties geraken. Extremen worden gemiddelden. Uitzonderingen worden regel. In het westen zijn het nu borsten, in het oosten waren het vroeger voeten. Borsten hier en nu steeds groter, voeten daar en toen steeds kleiner.
Je kunt ze nu wel eens kopen in het westen, in winkels voor antiek of snuisterijen. Rode of witte zijde, geborduurd op dezelfde wijze als jurken of parasols; nog voor je kunt zien dat het een draak of landschap voor moet stellen, denk je al dat het een draak of landschap moet voorstellen, zo vaak is dat al gebeurd; niet form follows function maar stijl predicts subject. Stijl voorspelt motief.
Overal waar te voor staat is niet goed, behalve bij tevredenheid. Zei mijn opa dat echt of heb ik zo vaak gelezen dat opa's zulke dingen zeiden dat ik ook mijn eigen exemplaar er mee heb opgezadeld. Het is zo”n rottige uitspraak. Ik moet er nu toch aan denken, omdat ook bij lichamen er een grens is aan de waardering voor extremen. Bortsen kunnen te groot zijn, voeten te klein. In het geval van de Chinese kleine voetjes is dat niet zo. Niet te klein, mits beschoend. Want zonder schoenen zijn de voeten mismaakt; allemaal onderdanen van de stiefzusjes van Assepoester. Wie eenmaal zulke ingebonden voeten naakt heeft gezien, kan voortaan door zijde heenkijken; ziet altijd de mismaaktheid, de gebroken botten, de voor tenen en wreven onnatuurlijke buigingen. Kleding is meestal bedoeld om het lichaam zo te presenteren dat men het juist ontkleden wil. Maar deze schoentjes nodigen niet uit tot striptease; ze moeten aanblijven, zelfs in bed.

B Punt

4 jaren, 2 maanden geleden

De kist

Joy Puik

1,5

Naar Amerika

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 25 april 2013 23.15
subject: New York, New York

Allerallerliefste Sam,
Ik ben nogal sentimenteel vanavond. Ik zat net met Mingus op de bank (hij is in mijn armen in slaap gevallen) en ik dacht, al zit jij in Chili naar de roodverschuiving van sterrenstelsels te turen terwijl ik door de Amsterdamse haven zwerf op jacht naar nieuws over dat rare schilderij, of die rare schilderijen intussen, we zijn toch altijd met hetzelfde bezig. Gelul natuurlijk, ik weet het. Maar wel gelul ter goeder trouw.
Vanochtend werd ik opgebeld door de hoofdredacteur. Niemand had me verteld dat het gratis-schelden-op-Joy-dag was. Wat was die vent kwaad! Magda Vlekveld had zelfmoord gepleegd, en waarom had ik dat nieuws niet als eerste gemeld? Of ik me maar meteen op kantoor wilde melden. Gotnomdekringspierkramp, wat een bullebak! Ik schrok me natuurlijk rot, belde eens rond, en wat blijkt: Vlekveld is helemaal niet dood. Wel een zelfmoordpoging. Het zal toch niet om dat schilderij zijn? Wat een zielig rotleven moet een mens hebben als ze al zelfmoord wil plegen om een verdonkeremaand schilderij. Gelukkig heeft die meneer Chen haar alweer een nieuw schilderij geboden om zich over te ontfermen, hij tovert ze uit zijn kont geloof ik. En ik heb een grote fruitmand bij haar laten bezorgen. Ze zal er wel weer wat achter zoeken, maar je wilt toch iets doen voor de medemens in existentiële nood.
Daarna naar de hoofdredacteur. Ik had het verhaal uit mijn handen laten glippen, zei hij. Ik had de feiten niet naar mijn hand kunnen zetten. En ik was nog wel zo veelbelovend begonnen. Hoofdschudden, zucht zucht zucht. Of ik een voorstel had om de situatie te verbeteren. Weet je dat de kijkcijfers voor het AS3-journaal drie keer over de kop zijn gegaan de afgelopen weken? Nooit een bedankje of een complimentje gehoord van hem, maar hij belt je uit bed als er wat te klagen valt.
Ik had wel een voorstel. Ik wilde een paar dagen naar New York om de herkomst van het schilderij te onderzoeken. Hij viel van zijn stoel.
Ik loop er al een paar dagen over te denken. Want hij heeft natuurlijk wel een punt. Ik ben in deze zaak het initiatief kwijt. Goed, in alle verhalen over nieuw ontdekte meesterwerken gaat het om de provenance. Waar komt het schilderij vandaan, wie heeft er met zijn poten aangezeten en wie heeft de vetvlekken er weer vanaf gepoetst. Vlekveld had bij die tweede Victory Boogie Woogie ook de bek vol over de provenance. Nu hoor je haar daar niet meer over.
Niemand weet hoe dit schilderij/deze schilderijen in handen van Chen zijn gekomen. Vage verhalen over een grootvader van wie niemand ooit heeft gehoord, dat is alles. Dus Joy gaat dat allemaal eens even uitzoeken. Hoogmoed, ik geef het toe. De geschiedenis van Mondriaan is tot de laatste vezel uitgeplozen, iedereen die hem een kopje koffie heeft verkocht is al twintig keer geïnterviewd. Maar ik heb een nieuwe ingang: opa Chen. Naar hem heeft nog niemand gekeken.
De hoofdredacteur begon te briesen over wie moet dat betalen en zo, maar hij was gauw om. Als we dit verhaal onder de aandacht kunnen houden is dat goud waard. Herman-de-cameraman hoeft voorlopig niet mee, die kan invliegen als er wat te filmen valt. Met een week ben ik terug, denk ik.
Ik heb mijn ouders opgebeld, of Mingus die tijd bij hen mag logeren. Mijn vader vond het geweldig.
Dus morgen vertrek ik. Eerst moet ik nog een interviewtje doen met Godfried de Ridder. Ken je hem nog? Die kunstenaar die tien jaar geleden naakte vrouwen kruisigde als protest tegen de bio-industrie. Die doet nu het woord namens Chen met zijn nieuwe Victory Boogie Woogie. Vraag me niet hoe hij erbij betrokken is geraakt.
O, Sam, waarom is die Mondriaan nou niet naar Chili gegaan om een mooie Patagonia Boogie Woogie te maken? Dan had ik dit gedoe kunnen gebruiken om je op te zoeken.

Han van der...

4 jaren, 2 maanden geleden