Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Meesterwerk

Fei Fei

1,4

In een Jaguar door Amsterdam rijden

Het begint goed te lopen, denkt Fei Fei, terwijl ze een sigaret rookt buiten de televisiestudio. De opnames van DWDD zijn net achter de rug. Ze voelt haar hart nog snel kloppen. De visagist had aangeboden de make-up van haar gezicht te verwijderen, maar dat aanbod had ze afgeslagen: met make-up voelt het alsof de camera’s, de lampen en de ogen van het publiek nog steeds op haar zijn gericht. Over haar glitterjurkje draagt ze geen jas, al is het koud. Bert van Petten had zijn lange jas nog aangeboden voordat hij in een taxi stapte terug naar de haven, maar het naar buiten lopende publiek mag haar zo zien: met blote armen, een sigaret rokend, ongenaakbaar de eigenares van het grootse kunstwerk. Nee, niet alleen eigenares, ook de onthuller. Ze is nu iemand van betekenis. Ze staat op de kaart. Wie is zij? gaat er door de hoofden van televisiekijkend Nederland. Hoopt ze. Ongemerkt probeert ze te peilen of iemand haar bewonderend aankijkt. Een paar mannen kijken haar inderdaad recht in de ogen, alsof ze haar op die manier willen vastgrijpen, doorboren. Goed zo. Anderen laten hun blik over haar strakke jurkje glijden. Ook goed. Nederlandse mannen zijn zo knap. Zeker die lange presentator, grapjes makend, zijn hand op haar smalle pols leggend: wat een charme had hij. En dat dikke lange haar, ze wilde er het liefst haar hand doorheen halen. Het was veel mooier dan het korte, zwarte haar van Chen. Zou hij woedend zijn? Iemand moest toch iets doen? Het was tijd voor actie. Het sukkelde allemaal zo voort en ze lagen daar maar in de haven. Het enige dat Chen deed was wat kletsen met die Vlekveld en Joy. Je krijgt dingen niet voor elkaar door de regeltjes te volgen en met twee vrouwen in zee te gaan. Dit is een mannenwereld. Het eigendom ligt bij de man. En zij deden met z’n drieën net alsof het werk hun eigendom was geworden.
Fei Fei neemt een trekje van haar sigaret en blaast de rook onrustig en oppervlakkig uit, zonder het over haar longen te laten gaan. Ja, nu begint het goed te lopen, denkt ze tevreden. Ik ben verschenen in een stijlvolle, ontzettend belangrijke talkshow, waar het schilderij wereldkundig is gemaakt. Weg met de smoezelige anonimiteit, weg krakkemikkige boot en grauwe haven. Roderik zei het zelf tijdens het interview tegen de knappe presentator aan de andere kant van de tafel: ‘Nu gaat het beginnen. Het is begonnen.’ De presentator reageerde hijgerig dat dat inderdaad zo was, het was begonnen, en wel hier, in zijn show…
Toch komen de kunsthistorica en de journaliste goed van pas. Ze schrijven in de pers alweer een paar weken over het schilderij: zo zal het een steeds groter vraagteken gaan vormen in de hoofden van de mensen.
Roderik komt de studio uitgelopen. Hij heeft zijn make-up laten verwijderen en ziet er weer uit als zijn dagelijkse zelf. Naast hem loopt een brede beveiligingsman, in zijn handen de smalle houten kist. Mensen kijken massaal naar hen. Fei Fei laat haar sigaret op de grond vallen en sluit zich bij hen aan. De Jaguar van Roderik staat om de hoek geparkeerd.
Als ze met z’n tweeën door avondlijk Amsterdam rijden, met het schilderij op de achterbank, hun kindje, voelt Fei Fei zich geborgen bij Roderik. Groot en sterk is hij. Hij zegt waar het op staat en kent veel mensen. Hij weet hoe de dingen werken. Ze voelt zich een klein meisje bij hem en dat gevoel vindt ze fijn.
Roderik vertelt dat er een debat zal ontstaan tussen de kenners en de vele leken, en dat debat zal alleen maar feller worden. ‘Die felheid hebben we nodig. De boel opstoken is de prijs opstoken, zo simpel is het. Nederlanders zijn kooplui,’ zegt hij over zijn eigen volk. ‘De juiste mensen zullen wel begrijpen wat wij vanavond in DWDD hebben gedaan. Een talkshow is als een marktkraam waar je je spul aanprijst.’ Met een glimlach verplaatst hij zijn rechterhand van het glimmende stuur naar het bovenbeen van Fei Fei: ‘Een vrouw moet toch ergens van leven.’
Hij had het er nog met Bert over gehad. ‘Na de televisieshow moet je een paar dagen zwijgen. Dan zal het mysterie groter worden. Niet met de pers praten. En dan juist weer wel. Aantrekken en afstoten. Vroeg of laat zal er iemand opstaan die het werk zal willen zien, niet op tv, maar in het echt. Misschien wel iemand die het werk voor iedereen toegankelijk wil maken, in een vitrine, want dit land is tenslotte een democratie. Wie zal het werk aan het volk geven?’ vraagt Roderik zich af. ‘De overheid, een filantroop of een zojuist rijk geworden voetballertje?’ Hij parkeert de auto voor zijn huis. Zoals Fei Fei verwacht vraagt hij of ze mee naar binnen komt. Het is niet moeilijk kiezen tussen een bootje in de haven of een huis met een douche. Voordat ze het portier opent, denkt ze een moment aan Chen. Overgeleverd aan zichzelf, zonder schilderij. Ze verdringt dit beeld snel en denkt aan de warme douche, zo warm als ze tijden niet meer heeft gevoeld. En dan een zacht bed. En dan de handen van Roderik. En morgen, dan zien we wel weer verder.

Robbert

4 jaren, 5 maanden geleden

Vervalsing

Chen

1,6

Daar is ze, met het schilderij, bij DWDD.

Als een holenmens stormde hij uit zijn oude garage, met woeste armgebaren. Hij was groot en breed, en had een grove kop, nog onafgewerkt, niet eens geschuurd, laat staan gepolijst. Chen voelde zich meteen geïntimideerd. Het liet zich niet verklaren, het had iets dierlijks, hij wist meteen dat hij er niet onderuit kon zich naar hem te voegen.
‘Hé, pal, jij bent toch die Chinees van dat schilderij. Nou, ik weet niet of je het al weet, maar het is weer opgedoken hoor, die fucking bitch van je is ermee aan de haal. Ze was ermee op tv. Kom, ik laat het je zien, mán, wat een fucking toestand,’ zijn Engels was zo lomp dat Chen het nauwelijks kon verstaan, alsof hem een zak aardappelen in de armen werd gedrukt.
Een moment later zaten ze op bierkratten. De tv op het beton, snoeren kronkelden meters voordat ze de muur vonden. De man die zich als Godfried de Ridder had voorgesteld, hield de afstandsbediening zo ver mogelijk voor zich uit en drukte met zijn duim wild op de knopjes, terwijl hij tegelijkertijd op zijn onderlip beet, ‘fuck, fuck, fuck, ik haat dit kutding. Ik doe dit dus nooit, ik vind niets prettigers dan uitzendingen te missen, het liefst mis ik die verdomde troep allemaal.’
‘Yesss,’ een grote tafel met glazen water en wijn, waaraan een man met lange haren, die ademloos ratelde, een man die even verward leek als zijn haar, een man met een geglazuurd gezicht, en als enige vrouw Fei Fei, zijn Fei Fei, op de televisie nog mooier dan ze in het echt al was, als omgeven door een halo van het zachtste licht.
Als ze sprak, liet ze haar tanden zien, glinsterend en scherp. Chen hield van haar, wat ze hem ook flikte, hij kon er niets aan doen.
‘Jezus, wel een lekker fel wijf,’ zei Godfried. Hij zwaaide met zijn hand, alsof hij zijn vingers had verbrand.
Chen grijnsde, ja, zo was ze ook in bed, meteen zag hij haar weer voor zich, oprijzend vanuit zijn schoot, jasmijn blank. Dat Chinezen in dit deel van de wereld geel werden genoemd, sloeg nergens op.
‘Niet te stoppen, die draaft maar door. Ze denkt dat ik niets voor elkaar krijg, nou, dat heeft ze dus mis. Kan me niet schelen. Ik weet hoe ik het moet spelen. Die ellendige reis met dat Griekse schip, die kist, echt alles, omdat ik wel wist dat ze me zou belazeren. Iedereen dacht dat ik helemaal kapot was dat die kist verdwenen was. Je had ze eens moeten zien, hoe ze me aankeken.’
‘Cool mán. Wat kunnen we anders dan faken? We redden het niet zonder faken. We weten niet eens wat dat is, faken. Als je geen kind meer bent, is alles faken. Het is godverdomme allemaal één fucking pot nat. Dus die van haar is de fake versie. Zie je, dat bedoel ik dus, echt of fake, who cares. Ik zou wel eens een boom willen opzetten met die neef van jou. Dat weten jullie in China dus beter dan wij. Of het origineel is, maakt echt geen bal uit. Allemaal westerse bullshit, fucking fetisjisme. Het gaat om de geest die erin zit. Content. Spirit.’ Hij sloeg Chen op zijn schouder, nogal hard, schoot vervolgens naar voren, ‘watch out, nu komt het.’
Fei Fei stond op, ze droeg een strakke, adembenemende glitterjurk die Chen nooit eerder had gezien, en ze keken haar allemaal aan, de mannen aan tafel, de mensen in het publiek. Ze bukte zich en haalde het schilderij omhoog, verpakt in een laken. De man met de lange haren bleef praten, alsof alles ineen zou storten als hij een stilte zou laten vallen, niet alleen zijn programma maar ook het gebouw, de wereld als zodanig, al pratende hield hij in zijn eentje de gehele kosmos in stand, helaas in het Nederlands, Chen verstond geen woord.
Het laken ging eraf, maar een onthulling kon het nooit worden. Wat was er op het scherm ook van het schilderij te zien? Niets dan een schilderij dat op de eerste Victory Boogie Woogie leek, of de tweede, of welke Victory Boogie Woogie dan ook. Even zwenkte de camera erover heen, vluchtig als een zwaluw over het water, en meteen kwam de showmaster weer in beeld, die nooit zou versagen.
‘Wat een fucking goede joke, kijk nou hoe blij ze zijn, ze gaan helemaal uit hun dak,’ Godfried sloeg met vlakke handen op zijn knieën, ‘te gek, te gek, te gek, ze stinken er allemaal in, Matthijsje en die suffe fietsenboer en ook die eikel van een Roderik met zijn maniertjes. Weet je, nu luist Roderik the lunatic er eens niemand in maar wordt-ie er zelf ingeluisd. Dat heb je fucking goed gedaan, Chennie. Ik mag jou wel.’

Een uur later zaten ze in de auto van Godfried, een oude Mercedes. Hij reed langzaam, zelfs op de snelweg kwam hij niet boven de tachtig, zijn bovenlichaam bewoog hij heen en weer, alsof hij de auto probeerde aan te stuwen. Traag zakte een vliegtuig door het wolkendek, Schiphol moest vlakbij zijn.
‘Weet je zeker dat je neef dat ding langs de douane krijgt? Straks zitten we daar uren te lullen, nou, heb ik dus echt geen zin in, het moet wel leuk blijven.’
‘Denk niet dat er problemen zullen zijn. Hij neemt het gewoon als normale bagage mee. Als ze hem ertussenuit pikken, zegt hij dat hij het zelf gemaakt heeft. Dat is niet eens echt gelogen, hij had die andere gemaakt, even goed of zelfs beter, zoals hij zelf beweert. Of weten de douaniers hier veel van kunst? Bij ons kun je ze een Van Gogh voorhouden en zeggen dat het een schilderijtje van je dochter is.’
‘Cool, nooit gedacht dat die botte domheid nog eens een voordeel zou zijn, leve de PVV,’ en met beide handen ramde de kunstenaar op het stuur; de auto maakte een zwieper, claxons, boze gezichten.
Tussen families met ballonnen, bloemen en spandoeken staarden ze even later naar de stroom reizigers die door de schuifdeuren aan Nederland werden toevertrouwd. Sommigen waren pijnlijk bruin en droegen strooien hoeden en shirts met palmbomen, maar steeds meer mengden ze met Chinezen, die minder opzichtig en ook veel stiller hun entree maakten. Misschien waren er nog meer vliegtuigen uit China geland, want uiteindelijk waren er alleen nog maar Chinezen, er kwam geen einde aan.
‘Jezus, dit wordt niks. Die Li heeft je belazerd. Wat een linkmiechel, die gaat gewoon zelf iets uitvreten met die Victory Boogie Woogie…’
Chen haalde zijn schouders op. ‘Zonder Vlekveld komt hij niet ver. En hij weet niets van haar. Hij weet niet eens dat ze bestaat.’
‘Ach, Vlekveld, die kennen we wel, die droge…’
‘Li!’ riep Chen uit en wurmde zich door de feestelijke menigte, stormde op een Chinees af die zowat verdween achter zijn volgestouwde bagagekar.

Edzard

4 jaren, 5 maanden geleden

Kunstenaarschap

1,4

Liefde & Inspiratie

Eigenlijk had ik het vandaag willen hebben over de vraag of er nog artistieke autonomie mogelijk is in onze postfordistische en posttoyotistische tijden. Maar met het oog op de actualiteit ben ik geswitcht naar dansen en kaartspelen. Die autonomie kan wel even wachten.
Ik ga terug naar 14 februari van dit jaar, toen het Haags Gemeentemuseum, het was Valentijnsdag, een kwartetspel lanceerde over de vrouwen van Piet Mondriaan. Onder de titel Liefde & Inspiratie werd op speelse wijze een dossier ontsloten waarvan de bladzijden tot voor kort steevast werden weggestopt in de la 'Irrelevant'. Het paste ook zo mooi bij Mondriaans werk, dat imago van een koele, afgemeten en vooral solitaire man. Je wist niet beter of het vrouwelijke was voor hem iets horizontaals, net als de lijn van de zee. Af en toe eens uit dansen ja, daarvoor waren vrouwen wel handig, maar de kleinste toespeling over trouwen en hij was er vandoor.
En dan nu dus die 52 speelkaarten met evenzoveel Mondriaanvrouwen erop, en in de bijsluiter de mededeling dat het er in werkelijkheid beslist nog meer waren. Wat een feest moet het leven van die kluizenaar zijn geweest! Ik ben zo verrukt van dit kaartspel dat ik het al twee maanden cadeau doe aan iedere jarige of geslaagde die mij op zijn of haar party vraagt. En dat houd ik vol, ook al blijkt bij navraag telkens dat het spel weliswaar wordt gewaardeerd, maar door niemand ook echt wordt gespeeld. 'Wie gaat er nu nog zitten kwartetten?' is de standaardverklaring.
'Je hebt toch kinderen?' antwoord ik dan, 'je hebt toch gezellige bejaarde ouders?' Maar de kinderen schijnen liever een digitale versie voor op hun iPad te hebben, en de bejaarde ouders steeds te struikelen over de Bordewijkse namen (Diderike Petronella Harrenstein, Gwendolyn Lux Von Bremen, Eva Bernardina de Beneditty, Augustina Hermina de Meester Obreen…). Allemaal uitvluchten natuurlijk, en ik geef dan ook niet op. 'Hoezo een digitale versie?' roep ik. 'De clou is nu juist dat je al die vrouwen door je eigen fysieke handen laat glijden. En als je dat eenmaal aan het doen bent zul je merken dat het je helemaal niks meer kan schelen hoe ze heten.'
De laatste troef die ik uitspeel bij zo′n woordenwisseling is eerlijk toegeven dat ik zelf ook niet zo dol ben op kwartetten, maar dat ik wel al twee maanden elke avond minstens drie potjes patience speel met de vrouwen van Piet Mondriaan. En dan komt het: dat op wonderbaarlijke wijze dat geduldige spelletje mijn begrip van de schilder meer heeft vergroot dan welke verklarende tekst over zijn werk ook.
Zo zat ik bijna twee weken geleden, op een dinsdagavond, mijn vrouw was niet thuis, weer eens aan de keukentafel te spelen. Plotseling viel me op dat ik mijn kaarten niet in de gewone, in lengte toenemende rijtjes had gelegd, maar in een min of meer ruitvormig patroon. Terwijl ik mij nog steeds aan de regels van het spel hield, zat ik ondertussen een compositie bij elkaar te leggen met mijn kaarten, alsof het gekleurde stukjes tape waren. Een ietwat beangstigende ervaring. Ik stond op van mijn stoel en dacht aan de halfdode Mondriaan zoals die in januari 1944 steeds weer opstond van zijn bed om in pyjama verder te werken aan Victory Boogie Woogie. Steeds kortademiger, almaar harder trekkend aan weer een volgende sigaret.

Cornel Bier...

4 jaren, 5 maanden geleden

De kist

1,9

Victory Boogie Woogie eerste schets

achter zeeën van werkelijkheid
hebben willekeur en omstandigheden mij aangespoeld
op het eiland van de geest

alles wat ik dacht te moeten maken
in afzondering en onthouding
blijkt hier al uitbundig te bestaan
zonder dat het me nodig heeft

onder gewijzigde omstandigheden
wordt elke kleur een andere kleur
een vlak kan zich uitbreiden naar vier kanten
of zich versmallen tot een lijn
een lijn kan op elk punt op zijn lengte
beginnen en eindigen
zonder dat dat zijn lengte beïnvloedt

wat we ervaren als een vlak
is evengoed denkbaar als een hoeveelheid gestapelde lijnen
eventueel van dezelfde kleur

wat we ervaren als een lijn
is evengoed denkbaar als een hoeveelheid nevengeschikte vlakken
eventueel van dezelfde kleur

er is geen voorstelling nodig
er is geen fantasie nodig
er is geen eigenheid nodig
er is geen nuance nodig
er is geen olieverf nodig
er is geen verklaring nodig

Han van der...

4 jaren, 5 maanden geleden

New York in de jaren 40

Godfried de Ridder

1,0

Gevangen tussen de wind en de wal

—Oké Ottie, camera loopt… note to self, ik moet je straks nog onze opnames van de Eleftria laten zien… beroerde beelden en het moment was zo voorbij, maar wát je ziet, fascineert. Hoe dan ook, vertel… waarom ben je zo opgewonden?
—Het begon toen ik gisteravond met een oud-klasgenoot in de kroeg zat. Zonderlinge kerel… ooit een hoge pief met een belangrijke baan, maar inmiddels aan lager wal geraakt. Mooie uitdrukking is dat, aan lager wal… zeilterminologie voor als je met je schip gevangen raakt tussen de wind en de wal. Betekent niet alleen dat je in de penarie zit, maar juist ook dat je er niet zomaar uit komt.
—On topic…
—We hadden een uitstekend gesprek, Christiaan en ik… over het leven, de kunst, hoe die twee vervlechten en elkaar betekenis verlenen. Waarom is het toch zoveel aangenamer om te converseren met mensen met wie het slecht gaat?
—Misschien omdat ze tijd voor je hebben?
—Toen kreeg ik een berichtje van mijn nichtje op mijn telefoon. De oudste van mijn zusje Hanneke, Eva heet ze… heb je haar wel eens ontmoet?
—Volgens mij niet.
—Ik zou ook eigenlijk niet weten waar je haar had moeten tegenkomen.
—In ieder geval kreeg je een bericht van haar…
—Ja, ze meldde dat ze net moeder was geworden. Foto erbij van de pasgeborene. Mooi hè? Het wonder van nieuw leven.
—En dat is relevant want…
—Kom ik straks op terug!
—…
—Eerst nog even het gesprek met Christiaan. Naarmate de avond vorderde, werd dat alleen maar beter…
—Rode wijn?
—Vanzelfsprekend. Maar dat kan niet de enige verklaring zijn voor ons euforische gevoel. Steeds meer kregen we het idee dat alles waarover we spraken in grote mate samenhing… en dat het zo bedoeld was. Dat we niet voor niets in de put zaten, dat we dit moesten ondergaan, als het ware, en dat dit alles zou culmineren in een groots creatief hoogtepunt.
—Waar hadden jullie het dan over?
—Ten eerste Mondriaan. De primaire kleuren waarop hij uit was gekomen… de manier waarop hij de complexiteit van de wereld had teruggebracht tot de absolute essentie…
—Dus je bent nu weer pro-Piet?
—Ten tweede het kindje van Eva, dat óók de absolute essentie vertegenwoordigt, maar met een andere aanvliegroute… een pasgeborene is puur, niet door de reductie van complexiteit, maar doordat de complexiteit nog maar minimaal is toegenomen.
—En toen, wat gebeurde er toen?
—Om kort te gaan, Stefan, zijn we mijn nichtje gaan opzoeken.
—What the fuck… midden in de nacht?
—Het was inmiddels ochtend. En we waren eerst nog naar mijn atelier gegaan om wat blikken verf te halen als kraamcadeau. De eenvoud van het kind in combinatie met de eenvoud van die kleuren, dát leek ons de volgende stap.
—…
—Blauw, geel, rood, zwart. Prima kleuren.
—Wat zei Eva dan? Die was toch nog maar net bevallen?
—Ik moet toegeven dat ons bezoek geen succes was. Tegen die tijd waren we ook al aardig ver heen…
—Want je nichtje zat niet te wachten op een product van de chemische industrie als cadeau voor haar kwetsbare baby. Quelle surprise!
—Ze heeft ons niet gezien. De kraamhulp deed open en liet ons niet binnen, maar haalde Eva's vriend… en die herkende Christiaan als Eva's oude baas…
—O?
—Ja, ingewikkeld verhaal… ik vertelde toch dat Christiaan gevangen zat tussen de wind en de wal? De neergang begon toen hij aan zijn assistente had gezeten… aan haar kont. Misschien moet je hem eens interviewen, hij kan er goed over vertellen. Het is een hele geschiedenis.
—Dit verhaal is niet ingewikkeld Ottie, maar onsamenhangend… en als je het mij vraagt verzonnen…
—Nee… het is waar… en alles heeft met elkaar te maken. Kijk, die assistente is mijn nichtje. Chris dacht dat Eva avances maakte, terwijl ze moed stond te verzamelen om haar zwangerschap te onthullen. Achteraf heeft Chris mij via Facebook opgezocht vanwege dat voorval… een wanhopige poging om de angel uit zijn ongeluk te trekken. Zelf ontkent hij dat, maar anders zou het toch té toevallig zijn?
—Nogal ja… desalniettemin klinkt dit als een soap, als drama, niet als de artistieke doorbraak waarnaar je steeds hint…
—Dat komt nu.
—…
—Het volgende wat ik me herinner is dat ik met Christiaan op het balkon van zijn nieuwbouwflat sta… met die blikken verf in mijn rugtas. Die flat is voor Chris het symbool van zijn nederlaag… maar toen ik daar op de zeventiende verdieping de buitenlucht instapte, ontvouwde zich voor mijn ogen iets waanzinnigs. Rechts van ons het IJ, maar belangrijker, links van ons de stad, een blokkenpatroon, zoals Mondriaan dat moet hebben gezien in het New York van de jaren veertig… en ik werd getroffen door een diep gevoel van compleetheid… mogelijkheid… het ware leven…
—En wat heb je toen bedacht?
—Het eerste idee was om de verf van het balkon te smijten. Maar de blikken zaten dichtgekoekt… we kregen de deksels er niet af… en het leek ons gevaarlijk om ze ongeopend naar beneden te keilen…
—En het tweede idee?
—Het tweede idee was dat er helemaal geen kunst meer nodig is, omdat alles al bestaat, daar beneden. Snap je?
—…

Niels ’t Hooft

4 jaren, 5 maanden geleden

Meesterwerk

Magda Vlekveld

1,9

De boogiewoogie van het IJ

Daar stond ik, ontdaan, verlamd, en keek in het gapende gat van de geschiedenis. Over de wanden van de grot van mijn innerlijk dwarrelden lichtbeelden uit de voorbije maanden. De brief op vooroorlogs luchtpostpapier vol bizarre tekens en stempels. De vage, verkleurde, deels gescheurde fotoafdrukken. De documenten uit '46 over de uitvoer uit de U.S.A. van een schilderij genaamd 'Vimbooglewoogle' van de hand van wat zich in het slordige handschrift liet lezen als D. Nondrial. Het langzaam rijzende besef: het zal toch niet dé Victory Boogie Woogie zijn, niet een vroege schets, maar de eerste versie in verf, hét voorstadium dat meer dan een jaar tegen de wand van Mondriaans Newyorkse atelier had staan wachten tot de kunstenaar weer de tijd en concentratie kon opbrengen eraan verder te werken?
Ik had altijd geweten dat hij eind '43 aan een nieuw doek was begonnen in plaats van het oude voor de zoveelste keer over te schilderen. De röntgenfoto's die ze in het Haags Gemeentemuseum van het uiteindelijke werk hadden gemaakt lieten toch duidelijk zien dat Mondriaan veel minder aan het doek had gewerkt dan de overgeleverde bronnen beweerden. Wat een vreemd werk ook, deze eerste versie in verf, die harde rode en gele stroken, en op de polaroids waren zelfs twee zwarte lijnen te ontdekken. Dat weerlegde de theorie van prof. Joop Joosten van de Catalogue Raisonné dat de Victory uit de titel niet op de aanstaande overwinning van de geallieerden tegen nazi-Duitsland sloeg, maar op Mondriaans eigen overwinning op de zwarte lijnen die zijn werk in de jaren '30 hadden overwoekerd. Het werk van begin '43 was nog helemaal niet in de wervelende overwinningsstemming die het uiteindelijke werk oproept en uitstraalt.
Met de provenance in handen wist ik wat mij te doen stond: deze authentieke Mondriaan redden voor Nederland, en er dan - durfde ik het mijzelf al toegeven? - het definitieve boek over schrijven voordat er weer zo’n postmoderne zot als Wannus Botering een theoretisch sausje over meende te moeten uitgieten. Om over het commerciële circus maar te zwijgen…
En toen het verlossende telefoontje, het schip dat eindelijk de haven in voer. De ontmoeting met het Chinese echtpaar dat nu voor mij grommend en sissend met elkaar staat te bakeleien over waar de kist is gebleven, neem ik aan. Hun verhaal zat al zo vol tegenstrijdigheden: eerst was er een ruwhouten kist, later een van noten- of zelfs kersenhout. Eindigde hier het spoor? Maar dat het werk bestond, dat wist ik zeker. De foto's en documenten bewezen het.
Naast me klinkt nu ook het klaterend geklets van die hysterische journaliste, Joie de Vivre of wat was het ook weer. Vers van de School voor Journalistiek in Utrecht: een typisch product van de daar heersende zesjescultuur. Kon ze niet voor één keer haar brutale mond houden en nadenken? Snapte ze nog niet wat er op het spel stond, het onnozele mens?
'Ik weet hoe ik dit moet aanpakken,' mompelde Joris, dat wil zeggen advocaat Schillinckxs van het gerenommeerde kantoor Schillinckxs en Schillinks aan de Herengracht te Amsterdam. 'Kom mee.'
Ik liet me door de nauwe gang en de glibberige trap terug naar het dek voeren. Maar in het zonlicht en met de frisse wind over mijn wangen, pakte ik de reling, ademde diep en zei: 'Doe jij wat je doen moet, ik wil hier buiten blijven.'
Ik liep over de kade weg van het schip met zijn barre bewoners, langs het IJ-water dat blikkerde als een boogiewoogie zo vrolijk. Uit de eerste geverfde versie van het schilderij sprak al Mondriaans twijfel en aarzeling en wanhoop en bodemloze vertwijfeling. Was het nu voor de tweede keer achter de horizon van de geschiedenis verdwenen? Wat stond ik hier dan te doen? Waarop was mijn leven gegrondvest? Hoe zuiver was ik in mijn motieven? De VBW is geen vrijblijvend studieobject, geen leuk stukje design met de kleurtjes van plastic meisjesringen. Het is de meest genadeloze boorgang door de ziel van de westerse mens uit heel die meedogenloze twintigste-eeuwse kunst, waar ik godbetert mijn brood mee poog te verdienen. De VBW is een ziel in duigen, de mijne, die van ons allemaal. O dood, waar is uw prikkel?
'Psst, vrouwtje,' klonk het naast me. Ik keek op. Een zwerver, een beduimelde scharrelaar stak zijn duim naar me op. Een penetrante zweetlucht walmde me uit zijn kleren tegemoet.
'Ik denk dat ik iets heb waar jij heel vrolijk van wordt,' zei hij.
Ik zag ons tweeën als van een hoogte staan op de verlaten kade.
'Kom mee naar mijn loods. Maar snel, voor we die andere hotemetoten achter ons aan krijgen.'

Arjen

4 jaren, 5 maanden geleden

Vervalsing

Bert van Petten

1,4

Kst kst rwoo ladapipo you twit you twit

Tweets

Bedrijven, eilanden of schilderijen, daarin handelt de handelaar op wereldniveau
9 april

Getatoëerde varkens, diamanten schedels, huishoge partyballonhondjes, daarin handelt de kunsthandelaar
9 april

Zo leuk als de Chinese is zo kortaf is haar man en voordoen hoe zijn vrouw door de loods fietste, stemt hem niet vrolijker
10 april

Kst kst rwoo ladapipo you twit you twit. En ik maar denken dat ie gek van woede is, maar de Chinees blijkt geniaal
10 april

Soms graast in de haven een triceratops, zolang er maar niemand kijkt
11 april

Waar verstop je een kostbaar ei? Tussen de andere eieren
12 april

De handelaar op stadsniveau kan veranderen in de handelaar op wereldniveau wanneer de wereld zich aandient in de stad
13 april

@gemeentemuseum, als er van je #favorietkunstwerk opeens meer blijken te zijn, is dat dan fijn of niet?
13 april

Jes! De kopie die Willem Sandberg van de #victoryboogiewoogie liet maken voor in zijn kantoor in bruikleen van het @mondriaanhuis
14 april

Ik lees op Twitter dat de kist met de #victoryboogiewoogie is geroofd
14 april

Ik lees op Twitter wat er vlak voor mijn neus gebeurt
14 april

Ik lees op Twitter dat de #victoryboogiewoogie uit de kist in de laboratoria van het Rijksmuseum op echtheid wordt gecontroleerd
14 april

Ruwhouten kisten, wel of niet de #victoryboogiewoogie, een opgezet hert in vier kisten met spleten. Allemaal in de fietsloods
15 april

Ik ken mijn stad, ik weet hoe Fei-Fei aanschuift bij de nationale roddeltafel @dewerelddraaitdoor
15 april

Alleen Mondriaan weet wat echt is. Fei-Fei leest een liefdesbrief van Mondriaan. Allemaal in de fietsloods
15 april

Een Hammond-orgel, meisjes met hoelahoeps, #SupernaturalBoogieWoogie. Allemaal in de fietsloods
16 april

Dirk Vis

4 jaren, 5 maanden geleden

Plastic meisjesringen

Magda Vlekveld

1,9

Made in China

Een van de dingen waarmee ik me vroeger absoluut niet mocht vertonen, was het plastic meisjesringetje. Op de lagere school hadden al mijn klasgenotes er minstens een. Met een lieveheersbeestje, dat wij kapoentje noemden, een dolfijntje, een geëmailleerd bloemetje, een vlindertje of een trosje kersen. Soms waren ze van zilver, maar meestal van buigzaam staal of plastic. De ringetjes sloten niet volledig, ze bogen mee met de kleine-meisjesvingers. Ze braken ook makkelijk, maar dat gaf niet, de meisjes uit mijn klas hadden er vaak meer dan een. Ze haalden ze uit van die plastic ballen met speelgoed of snoep erin, die ze van hun ouders uit de automaat mochten trekken. In de kantine van het zwembad had je zo’n automaat en ook bij de ingang van de drogist prijkte er een naast een plastic paard waar je vijftig cent in moest gooien, waarop het dier traag rondjes begon te draaien. Op zo’n ritje hoefde ik niet te rekenen, dat was ordinaire onzin, vonden mijn ouders. Net als ajourkousen (van die witte met gaatjes), zwarte lakschoenen (zoals Stefanie Slijkhuis ze had), knopjes in mijn oren en barbiepoppen.
Voor de buitenwereld leek het misschien of ik niks mocht, maar niets is minder waar. Al op jonge leeftijd kon ik het complete oeuvre voor kinderen van An Rutgers van der Loeff, een botaniseertrommel en een microscoop tot mijn bezittingen rekenen. Daarnaast gingen we niet alleen met Hemelvaart dauwtrappen, nee, zodra het eerder licht werd stonden we vroeg op voor een verkwikkende wandeling (maar laat naar bed gaan mocht weer bijna nooit). Verder bezocht ik ieder weekend met mijn ouders een museum (uit de Nederlandse Museumgids) en minstens drie keer per jaar een Natuurvriendenhuis.
Al jong voelde ik dat ik anders was dan de anderen. ‘Hee Vetvlek,’ riepen ze me vanaf halverwege de lagere school toe, een naam die aan me bleef kleven, ook toen ik in Apeldoorn naar het gym ging. Mijn kleren waren altijd onberispelijk schoon, dat was het niet, maar mijn moeder had een voorkeur voor onopvallende kleuren. In de jaren zeventig met zijn paars, oranje en bruin, was ik de vale vetvlek.
Ik schikte mij vrij makkelijk in mijn lot. Achteraf zijn mijn klasgenoten allemaal als kleurloze wezens in hun Veluwse bungalows geëindigd, misschien dat ik dat toen al voorvoelde. De pauzes bracht ik in mijn eentje door. Eindeloos hinkelspelletjes doen op de vierkante tegels of het raster tussen de tegels natrekkend met een stokje. Het gaf mij rust en bracht me misschien wel mijn voorliefde voor abstract geometrische kunst.
Een keer kreeg ik in de grote pauze van een vriendinnetje zo’n ringetje toegeworpen: ‘Hier vetvlek, heb ik dubbel,’ riep ze. Het was een plastic ringetje met een roze bloemetje met een geel hartje. ‘Made in China’ stond er aan de binnenkant. Ik wist niet goed wat ik ermee aan moest, wist blijkbaar instinctief dat er iets niet in de haak was met dit object. Na schooltijd vond mijn moeder het ringetje in mijn broodtrommel. Met opgetrokken wenkbrauwen keek ze naar het ding dat tussen de kruimels lag. ‘Weet je wel door wie en onder welke omstandigheden dat gemaakt wordt?’ vroeg ze.
Angstig keek ik naar het ringetje dat ze met een afkeurende blik uit het trommeltje viste. Had ik het maar in mijn laatje op school gelaten.
‘Chinese kinderhandjes,’ zei ze.
Direct zag ik een lange rij donkere kopjes voor me, daaronder een rij kleine ongeringde werkhandjes, die voor blonde meisjes als ik ringetjes in transparante plastic ballen moesten stoppen.
Tijdens het avondeten verklikte mijn moeder het voorval aan mijn vader. Hij greep het aan om college te geven over de mensenrechtenschending in China, over Mao en de heropvoedingskampen. Van de Grote Sprong Voorwaarts die slechts hongersnood had opgeleverd, tot de industriële revolutie die nu op gang aan het komen was. ‘Ze zijn niet wat ze lijken,’ zei hij een paar keer. Zijn woorden bleken profetisch. China kan inmiddels een communistische handelsnatie genoemd worden, een contradictio in terminis. De dubbele moraal viert er hoogtij.
De laatste jaren zie ik ook in de beeldende kunst steeds meer curatoren en critici naar China lonken. De Chinese moderne kunst kan mij niet bekoren, te weinig ‘Geist’. Ze zijn er blijven steken in het ambachtelijke, gecombineerd met pop-artachtige ideeën, en daarnaast heb je nog de shock art van wat door het regime geteisterde zielen.
Maar goed, mijn moeder, middenin de keuken, zon viel door het raam, op haar, op het Chinese ringetje, dat ze tussen duim en wijsvinger hield.
‘Welnu, Magda. Wat gaan we ermee doen?’ vroeg ze.
‘Ik wil dat u het weggooit, moeder,’ zei ik.
‘Heel goed, mijn kind.’ De trap op het pedaal van de vuilnisemmer, het deksel wat openvloog. Mijn ringetje, bovenop de aardappelschillen.
Wat betreft die meisjesringen hebben mijn ouders niet kunnen raden dat het allemaal nog veel erger zou worden. Dat je nu winkels hebt met enkel en alleen oorbellen, armbanden en haarspelden. Dat we in een wegwerpmaatschappij leven. Dat er bijna niets meer is wat niet ‘Made in China’ voor weinig geld te verkrijgen is, dat er van de soberheid die Mondriaan en zijn tijdgenoten nastreefden maar bar weinig terecht kwam.

Sanneke van...

4 jaren, 5 maanden geleden

De kist

Joy Puik

1,6

Een aanbod

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 8 april 2013 20.22
subject: Blufpoker

Ha lief beest,
Ik heb nogal iets stoms gedaan, geloof ik. Ik lig hier op de bank na te denken over wat ik gedaan heb, en waarom. Het is echt stom. Maar ik weet niet of het onherroepelijk stom is of daar-lult-Joy-zich-wel-weer-uit-stom. En ik weet helemaal niet waarom ik het heb gedaan.
Ik zal het je vertellen. Vanochtend diende Magda Vlekvelds kort geding. Een bespottelijke vertoning, juridisch gezien, maar tegelijk zeer indrukwekkend. Op de kracht van haar getuigenis is die Chen tot bonafide kunsthandelaar uitgeroepen. En ze heeft het schilderij niet eens gezien. Ze beweert tenminste dat ze mijn uitzending niet heeft bekeken, omdat ze haar tijd niet verdoet met televisiekijken. Het is wel een wijf, die Vlekveld! Ik weet niet hoe ze het klaarspeelt. Ze heeft een soort autoriteitsveld om zich heen, ze verspreidt een straling waardoor niemand haar tegenspreekt. Die rechter ook niet. Haar advocaat was niet meer dan inleider voor haar verklaring, en daarna was het zo’n beetje afgelopen.
Dus zij grijpt die arme meneer Chen bij de karige kladden die hij om het lijf heeft hangen en neemt hem mee naar een klaarstaande auto. Ik geloof dat het de auto van haar advocaat was, die gelijk dienst deed als chauffeur. Ik erachteraan, ik wilde niets missen. Ik heb geloof ik een paar bejaarden gesneden, maar ik heb vriendelijk naar ze geglimlacht in de achteruitkijkspiegel. Al met al stond ik nonchalant naast mij auto toen zij aan kwamen rijden. Ik liep met hen op naar het schip alsof ik ook was uitgenodigd.
Maar op het schip kwamen we erachter dat de kist met het schilderij weg was. Chen tastte een kwartier onder het bed, of hoe heet dat aan boord, de kooi? Ik heb zelden iemand die zich niet daadwerkelijk bescheten had, zo bescheten zien kijken. Heel zijn missie naar de gallemiezen. Hij sleurde zijn vrouw naar het vooronder om haar uit te foeteren (ze zat met de buurman te vozen toen we aan kwamen lopen dus iedereen kon zo het schip op). Daarna nam hij de kapitein nog eens onder handen.
Intussen is Vlekveld in de hut blijven staan. Versteend. Toen zie ik pas dat het haar niet alleen om prestige of macht te doen is. Ze is niet geërgerd of boos. Ze is ontdaan. Het is haar werkelijk om het schilderij te doen, om de Kunst. Ik krijg vreselijk medelijden met haar. Tegelijk zie ik mijn kans. En je hebt zelf aan den lijve ondervonden: als Joy haar kans ziet, dan grijpt ze hem!
‘Niemand hoeft dit te weten,’ zeg ik. ‘We zeggen dat het schilderij te kwetsbaar is om te vertonen en dat het eerst onderzocht moet worden.’
Ze kijkt me aan alsof ik gek ben. ‘Hoezo, niemand hoeft dit te weten?’ zegt ze. ‘Wil jij een spelletje met de publiciteit spelen? Wat zou dat voor zin hebben?’
‘Het zou ons de kans geven het schilderij terug te vinden.’
‘Waar?’
‘U geeft me drie dagen. En als ik dan het schilderij heb, dan geeft u me een exclusief interview.’
Ze dacht maar heel even na. Toen snoof ze. ‘Dus jij gaat dit wel even oplossen? Als het je niet lukt dan nagel ik je aan de schandpaal. Dan ben je klaar als journaliste.’
Ik knikte.
Want weet je, ik heb een idee waar ik het schilderij moet zoeken.

Han van der...

4 jaren, 5 maanden geleden

Geldnood

Godfried de Ridder

1,8

Oppervlak

Christiaan Pitka had nooit gedacht dat hij ooit nog eens in geldnood zou komen. Een jaar geleden toerde hij met zijn Maserati nog door het Europese laagland, op zoek naar dat ene sterrenrestaurant, dat hij uiteindelijk in een verbouwde hoeve in de oostelijke Ardennen vond. Hoe anders was zijn leven nu. Zeven maanden geleden was hij ontslagen als directeur van de Rijksgebouwendienst nadat hij zijn hand op de billen van zijn secretaresse had gelegd, juist op de dag dat ze aan iedereen wilde vertellen dat ze in verwachting was. Rusteloos en verlegen had ze aan het raam van haar kantoortje gestaan en in een vlaag van wellust had Christiaan haar gedrentel opgevat als een tersluikse uitnodiging tot toenadering. Vier dagen later stond hij de spreekwoordelijke kartonnen doos te vullen met de inhoud van zijn bureaulades en stonden de ingelijste posters die zijn kamer opfleurden in een rijtje op de grond. Nog één laatste keer keek hij naar het uitzicht, en bedacht hij dat hij zijn vrouw nog niets had verteld, hiervan, nee, nergens van. Misschien omdat hij een beetje bang voor haar was, maar veel meer omdat hij niet wist hoe er over te beginnen. Geen wonder, dus, dat die middag zijn leven glorieus en definitief in elkaar donderde, niet in het minst omdat zijn vrouw meer van de luxe hield dan van hem. Nu, ettelijke maanden en rechtszaken later, kon hij rustig en spijtig concluderen dat zijn scheiding hem had geruïneerd, emotioneel en financiëel. Avonden lang zat hij op een nieuwbouwflat aan het IJ achter zijn computer te dwalen op het internet. Niks denkend, niets voelend, nurks, en met een te vol glas wijn ernaast. Via Facebook was hij weer in contact gekomen met zijn schoolvriend Godfried, die, zo bleek na een aantal chats, ook niet de levenswandel had gehad die hij had gehoopt. Dus ze hadden weer afgesproken, om hun gedeelde verleden en hun beider geleden verliezen te drenken in alcohol. Ze klonken op het leven en klokten de rode wijn in hoog tempo weg in de nacht. 'Wat ga je nu doen?' zei Godfried met oprecht sentiment in zijn ogen. 'Ik weet het werkelijk niet,' zei Christiaan. 'Ik kan het nog een jaar uitzingen op deze manier en dan moet ik ergens anders wat hebben. En jij?' 'Ik ben bezig mijn wederopstanding te organiseren met gemanipuleerde beelden waar ik de media mee ga bespelen.' 'Echt?' zei Christiaan. 'Echt', zei Godfried. 'Echt, echt. Echt. Het spannendste thema wat er nu speelt, is het verschil tussen echt en onecht. Wat is er virtueel, wat is echt. Wat is er namaak, imitatie, kopie, serieproductie, gemediëerd en wat is er echt.' 'Je bedoelt zoals dat gedoe over die Mondriaan?' 'Precies. Ligt bij mij om de hoek, dat schip.' zei Godfried met een houterig soort van trots. Christiaan negeerde het. 'Ik had een reproductie op mijn werkkamer hangen, bij de Dienst. Het was mijn favoriete ding om naar te kijken. Gewoon omdat het een oppervlak is, en meer niet.' Een knotsgek orgelriedeltje klonk uit de broekzak van Godfried. Hij pakte zijn telefoon en keek op het scherm. 'Ach, wat leuk. Wat leuk. Een jongetje.' Christiaan keek hem vragend aan. 'Mijn nichtje. Is net bevallen.'

Mitch

4 jaren, 5 maanden geleden