Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Ontmaskering

Godfried de Ridder

8,5

Haarscherpe ontmaskering van volwassen kwajongens

Hollow Soul
Lucia Labruyère, Nederland, 2015
★★★★★

Godfried de Ridder kreeg enige bekendheid met de rauwe schilderijen die hij maakte in de jaren tachtig, in Berlijn. In de jaren negentig vertrok hij naar Shanghai, om gedesillusioneerd terug te komen. Er verschenen wat artikelen over de rampspoed die hem ten deel viel in China, maar toen werd het stil rond de Amsterdamse kunstenaar. Tot nu, in een documentaire die met recht de grote verrassing van het IDFA wordt genoemd.

We zien hoe De Ridder zichzelf uit de goot trekt middels het idee voor een omvangrijk laatste werk, dat knettert van de ambitie. Het moet alles in zich hebben: het universum, de mensheid, de geschiedenis, de filosofie, de wetenschap. De benodigde materialen worden vanuit de hele stad samengebracht, bovendien is het de bedoeling dat iedereen die dat wil eraan meewerkt. Waaronder ook jonge kinderen, vanwege hun onbezoedelde benadering van het creatieve proces.

De kunstenaar wordt ondervraagd door vriend en fotograaf Stefan Kosakowski, die Dutch Soul met zijn onorthodoxe aanpak mede vormgeeft. Hij zet zelfs een onrechtmatige kunstoverdracht in scène om De Ridder in beweging te krijgen. Het werkt: bij aanvang is hij uitgeblust en grauw, maar spoedig keren zijn scheppende kracht en bijbehorende geestdrift terug.

Ook de ophef rond nieuwe versies van Mondriaans Victory Boogie Woogie twee jaar geleden, speelt mee in in De Ridders wederopstanding. In een overweldigende monoloog halverwege de film, waarbij Mondriaans beeltenis tegen een aanzwellende minimalistische soundtrack over De Ridder heen wordt gelegd, formuleert hij wat hij zelf het 'Mondriaan-motief' noemt.

De theorie behandelt onder andere de potentiële perfectie van een schilderij: de foutloze representatie van de werkelijkheid die enkel door abstractie mogelijk wordt. Dan weer maakt De Ridder een boeiende neurocentrische zijsprong: “Een kunstwerk is tegelijk te veel en te weinig om in extase te raken,” zegt hij. “Te weinig omdat een object nooit genoeg kan zijn. Te veel omdat je er niets voor nodig hebt. Want alles wat je activeert, is al aanwezig in je hoofd.”

In dezelfde adem praat hij over de energie die is samengebald in de vlakverdeling, het lijnenspel, de kleurencombinaties. De goddelijke kracht die daaruit geput kan worden, om als het ware een hemel op aarde te creëren, misschien zelfs een doorgang naar een volgende wereld. Daartoe ziet hij een mogelijkheid in de twee nieuwe Victory Boogie Woogies, die hij wil opnemen in zijn installatie. Met de juiste positionering zouden ze samen een stereoscopisch beeld vormen, waarin je “als in een hyperruimte” kunt verdwijnen.

Terwijl je naar het betoog luistert, begin je te vermoeden dat onder De Ridders overtuigingskracht de simultane opkomst en aftakeling van de kunstenaar schuilgaat. Precies op dat moment ontzenuwt hij de veronderstelling dat je zijn ideeën serieus moet nemen. “Ik pas mijn theorie aan bij mijn werk,” zegt hij met een grijns. Je hoort Kosakowski grinniken achter de camera.

Verrassend zijn de momenten waarop de camera zich op Kosakowski richt, en zijn intentie duidelijk wordt. “Een documentaire is veel beter dan een schilderij,” zegt hij. “Hij legt zichzelf tenminste uit.”

Maar de opwinding rond deze film richt zich uiteraard op de derde laag. Het ruwe materiaal is samengebracht, geselecteerd, gemonteerd en voorzien van commentaar in videoblogs en voice-overs door de nu 17-jarige Lucia Labruyère. Op YouTube vergaarde zij al bekendheid met videocollages waarin ze archiefmateriaal voorzag van een vileine maar filosofische toelichting. Dit is de eerste keer dat ze een film van twee uur heeft gemaakt, en het format zit haar als gegoten.

Zij maakt van De Ridders opkomst en ondergang, en Kosakowski's botte opportunisme, een schrijnend portret van volwassen mannen en hun luchtkastelen, grote kinderen die zich wentelen in grote woorden, maar niets waarachtigs te zeggen hebben. Het is holle bewijsdrift, zo wordt overduidelijk tijdens deze documentaire.

Al snel komt de beklemmende finale in zicht: met grote vaardigheid bouwt Labruyère de spanning op. De suggestie dat De Ridder zichzelf zal offeren als finishing touch van zijn kunstwerk, “de kers op de taart” volgens Kosakowski, hangt al een tijdje in de lucht. “De kunst is niet meer nodig, dus ook de kunstenaar niet,” zo verwoordt De Ridder het zelf in de pompende, koortsdroom-achtige opening.

Op de dag dat Dutch Soul wordt onthuld, schittert De Ridder door afwezigheid. Labruyère kadert het als een laffe grap. Maar dan is er het indringende laatste shot, waarin ze langzaam inzoomt op de twee nieuwe Victory Boogie Woogies. Toch opgegaan in de hyperruimte? De aftiteling meldt dat er van De Ridder niets meer is vernomen. Over Labruyère bestaat daarentegen geen twijfel: van haar gaan we de komende jaren nog veel horen.

Niels ’t Hooft

4 jaren, 3 maanden geleden

Cultuur in crisistijd

8,5

Stefans beweegredenen

Of ik nog weet wanneer ik op het idee kwam? Jazeker.
Een jaar of vijf geleden had je die korte ophef over De Victory Boogie Woogie, dat beroemde schilderij van Piet Mondriaan in Den Haag. Er was een stel Chinezen naar Nederland gekomen die beweerden een alternatieve versie van Mondriaans laatste, Unvollendete meesterwerk te hebben. Wilden ze natuurlijk verkopen. Er dook nog een versie op. Verwarring alom. Deskundigen en kooplui, gekken en vervalsers, iedereen bemoeide zich ermee. Tot Arie Boomsma aan toe. Ja, zo komt ie aan die rare blokjes op zijn rug.
Ik was in die tijd de foto en video-assistent van Godfried de Ridder, een goeie maar wat in het ongerede geraakte kunstenaar. Ik zou hem helpen bij het maken van een persoonlijke documentaire over wat hij de grootse, rituele opheffing van zijn kunstenaarschap noemde, in een laatste majestueus gebaar. In zijn loods zou hij een ode aan het Nederlandse landschap brengen, een enorme installatie van grond, hekken, stukken schroot, zand, ga maar door. Een abstracte evocatie met origineel materiaal. En centraal daarin, een Godfriedvormige uitsparing, in een heldhaftige pose. Het silhouet heeft de armen gestrekt recht boven zich, en daar zou dan die nieuwe versie van de Victory Boogie Woogie komen. Kunst is iets voor de 20e eeuw, zei Godfried altijd. Die is voorbij. We moeten het als de Oudheid vereren en ophouden met kunst maken. IDat hele Dutch Soul project is in de soep gelopen. Iedereen was geil op de miljoenen, het doek raakte beschadigd bij een duw en trekpartij en werd ontmaskerd als een vervalsing. Een Chinees bedrijf kocht het op voor een museum met kopieën van meesterwerken in China.
Goed, aan die kade waar het Griekse schip lag waarmee het Chinese echtpaar de pseudo Victory Boogie Woogie was komen brengen, was ook het atelier van Godfried. Toen alles voorbij was en de Chinezen met hun frisse nieuwe kopie van de valse Mondriaan weer zouden afvaren, was er een afscheidsparty. Het was een zonnige, maar koele dag. Stond veel wind. Er werd getoast, er waren hapjes, maar de sfeer bleef stijf en onhandig. Zakelijk was iedereen wel tevreden met de afloop, maar er hing ook een katerige sfeer. Alsof iedereen al in zichzelf gekeerd was en met gemengde gevoelens terugkeek op de hele episode.
En terwijl dat schip wegvaart, en ik Godfried, Roderik, Magda, Joy, Lianne, die maffe Bert met zijn eeuwige peuk op de rug kijk, zwaaiend met naar de Elefteria, schiet het me te binnen. Eigenlijk missen ze dat schilderij nu al. Dat die pseudo-versie bestaat maar er niet is, activeert en verrijkt het kijken naar de Victory Boogie Woogie in Den Haag. Dwingt je nog beter te kijken, te ondergaan en beseffen wat je ziet.
Toen was 1 en 1 snel 2. Het vergde een enorme voorbereiding, bijna twee jaar. Toen stal ik een beroemd schilderij van Saenredam, zo’n kerkinterieur waar Jan Dibbets idolaat van is. En met hem een heleboel hard core kunstminnaars. En ik verspreidde de video van de kelder met de ervoor zittende, gemaskerde bewonderaars over het internet. Nou, binnen de kortste keren kwamen Joost Zwagerman en Jan Dibbets op de buis uitleggen wat voor enorm belangrijk schilderij dat was. Hoe ook het werk van Mondriaan, Schoonhoven en Dibbets innig verbonden zijn met deze manier van kijken. Er was een extra uitzending van Opsporing Verzocht met Rudi Fuchs en Wim Pijbes, Jan Dibbets en onbekende aangedane liefhebbers. Alle lijnen open. Interviews met gespecialiseerde rechercheurs. Er was zelfs een bijrolletje voor Roderik van Zwaaij.
You don’t know what you’ve got till it’s gone. Joni Mitchell, Big yellow Taxi, draaide mijn moeder altijd. They paved paradise, put up a parking lot. Dat liedje zat onder het filmpje waarin het leek alsof je zag dat de Saenredam verbrand werd. Nog grotere hysterie in de media. Columnisten boven hun theewater: dit was erger dan moslimterrorisme.
De politie was me, zo bleek later, al goed op het spoor, toen ik het schilderij terug liet brengen door een nietsvermoedende schoolklas, die punten voor Kunstzinnige Vorming dachten te scoren. Ik ben gearresteerd een uur of twee nadat ik het slotbericht van het project had gepost en aan alle redacties had verstuurd.
Ik zie het als het logische vervolg op Godfrieds Dutch Soul. Dit is wat ik heb opgestoken van dat hele Boogie Woogie gedoe: je moet de mensen met grof geweld dwingen om gewoon echt naar de bestaande kunst te laten kijken. En nergens zijn ze zo makkelijk te raken als via de media, en als het over misdaad, terrorisme, schandalen gaat. Door mijn actie hebben heel veel mensen voor het eerst van Saenredam gehoord. En de vastgeroeste kunstmandarijnen, die niet lijken te beseffen hoe verplichtend al die pracht en schoonheid is, heb ik een schop onder de komt gegeven. Ik ga gewoon door met schrijven en actievoeren, dat bekort mijn gevangenisstraf ook aanzienlijk. Ook mijn tijd hier in de bak, het is allemaal kunst joh, of zoals Godfried zou zeggen: na-kunst.

Dirk Sr.

4 jaren, 3 maanden geleden

Rollenbollen

2,5

Rollebollen

Zij is de Divan,
ik ben de Dibir*.
Zij heft het zwaard
van onschrijfbare taal.
 
Ik hoor getroffen,
log in mijn oren,
woorden die ik
op haar staatsambt verhaal.
 
‘s Nachts schrijf ik verzen.
Voor haar onleesbaar.
Eenzame wereld
bouw ik non-verbaal.
 
Wekenlang zwijgen
wij in ons spreken.
Ieder deelt mee
op een ander kanaal.
 
Tot zij het woord werpt
dat ik kan spreken,
en ik als dichter
tongproevend herhaal.
 
Jij bent de Divan,
ik ben de Dibir.
Wij gaan nu plat
rollebollen in taal.
 
Omar Effendi,
13 juni ‘13
 
* Betekenissen Divan en Dibir:
“She is the Divan - I am the Dibir”
handtekening van Tatarî Oğuz Effendi, (1831-1871), Ottomaans intellectueel en schrijver. http://en.wikipedia.org/wiki/Tatari_Oguz_Effendi#Writings

dibir [schrijver, Perzisch], divan poetry
http://en.wikipedia.org/wiki/Diwan_(poetry)

divan [Turkse staatsraad, rustbank, verzameling gedichten]
http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/divan

gera_p

4 jaren, 3 maanden geleden

Schaduwen

Fei Fei

7,0

Schaduwen

De laatste tijd komt Godfried vaker bij me langs. Dan gaan we samen bij het raam zitten en kijken uit over Hong Kong. Het leven beneden, zestien etages lager, lijkt ver weg: ik kom er niet meer. Hierboven is het rustig, tussen leeftijdsgenoten, al heb ik er moeite mee mezelf als bejaarde te zien. De jonge zusters zouden eens moeten weten hoe ik er vroeger uitzag. Mannen stonden voor me in de rij. Maar wie gelooft dat ik het ben, op de foto’s, dertig lentes jong in een strak jurkje. De zusters knikken alleen maar beleefd: ‘Dat jurkje is nu weer helemaal terug in de mode.’ Ik ben een oud besje met dikke kuiten, dat weet ik best, maar mijn zoon is prachtig. Hij is kunstenaar, hij kan echt iemand worden…

Die paar maanden in Nederland, veertig jaar geleden, daar vraagt Godfried de laatste tijd steeds vaker naar: de boot, de schilderijen, Wong, wie Godfried eigenlijk is waar hij naar is vernoemd. Vooral wil hij meer weten over zijn vader. Chen… ik mis hem wel. Nog steeds. Die alcohol ook. Geen gemakkelijke man om mee te leven. Vooral nadat Godfried het huis uit was en we met z’n tweeën overbleven. Chen rommelde van het ene baantje naar het andere, zoals hij altijd had gedaan, hij kon maar geen vastigheid vinden. Ik werkte in de nagelstudio, maar toen mijn ogen achteruit gingen, werden de inkomsten minder. Wat overbleef waren de stiltes tussen ons en de vervlogen hoop. Het feit dat we in Nederland zoveel geld waren misgelopen heeft Chen nooit kunnen verwerken. ‘We hadden het anders moeten aanpakken,’ riep hij dan vol spijt. ‘Die verdomde Roderik. Die verdomde Papadiamantes.’ Ik probeerde hem dan te kalmeren door te zeggen dat het jaren geleden was en we samen toch een mooie zoon hadden. Hoeveel Chen ook van Godfried hield - dat geloof ik met heel mijn hart - een prater was hij niet. Toen Chen ouder werd en de fles vond, werd hij nog zwijgzamer. Een mislukking, zo noemde hij zich. ‘Zelfs een baantje als suppoost kon ik niet aanhouden!’ Hij schaamde zich ten opzichte van zijn zoon. Godfried heeft nooit met zijn vader gepraat. Ik bedoel ècht praten. Toen hij de leeftijd bereikte om met zijn vader volwassen gesprekken te voeren, was het al te laat.

Zelf heb ik heus ook mijn twijfels gehad. Niet over de tijd toen Godfried nog kind was, maar erna, toen hij ons niet meer nodig had. Op een winteravond jaren gleden maakte ik de balans op en ik besefte dat het leven waar ik van droomde maar niet dichterbij was gekomen. Maar ik greep niet naar de fles. Ook ben ik niet vertrokken. Ik bleef. We hadden elkaar nodig, Chen en ik, we moesten elkaar steunen.

Voor mij is het leven nooit een kunstwerk geworden. Geen zeeaanzicht met witte villa’s, witte bootjes en vrije tijd. Rijkdom kregen we in de haven van Amsterdam, en we gaven hem daar ook weer weg. Aan Roderik en Papadiamantes. Zo verstild en abstract als de Victory Boogie Woogie is mijn leven ook nooit geworden. Ik bedoel, het was hard werken en improviseren. Ik was best tevreden hoor, maar makkelijk is het niet geweest. Ik kan die afbeelding trouwens niet meer zien of luchten. Als ik ergens een reproductie tegenkom, in een etalage of zo, dan kijk ik weg. Alleen omdat Godfried ernaar vraagt, denk ik er weer aan. Het komt allemaal weer terug. Roderik, Wong, de vijfsterrenhotels… Het was spannend, een roes, een avontuur uit een vorig leven. Misschien voelt Godfried aan dat mijn langste tijd erop zit. Met moeder praten voordat het te laat is. Vragen stellen die anders niet meer gesteld kunnen worden. Hij heeft me gevraagd herinneringen uit die fase op te schrijven, daar wil hij iets mee gaan doen. In een kunstwerk of publicatie. Het is nog een beetje vaag, misschien wordt het wel een soort literair spel, zei hij. Al ben ik veel vergeten, bepaalde momenten staan me nog helder voor de geest: de aankomst in de haven, een eenzame wandeling langs het water, de dagen in Roderiks appartement… Die herinneringen heb ik zo goed mogelijk op papier proberen te zetten. En aan Godfried gegeven. Ben benieuwd wat hij ermee gaat doen. Ik vraag me wel af of een zoon bepaalde details over zijn moeder wel wil weten. Maar hij is een volwassen man en zal niet snel schrikken. Tenslotte, hij vroeg er zelf om en het zijn verhalen uit een voorbije tijd. Ik begrijp het wel. Ik had hetzelfde moeten doen bij mijn eigen moeder, toen het nog kon, maar ik jaagde die droom na van status en rijkdom. Ook wat dat betreft ben ik trots op Godfried: hij maakt niet dezelfde fouten als zijn ouders. Er is dus toch sprake van ontwikkeling en vooruitgang: met elke generatie worden er binnen een stamboom toch stappen gezet richting een betere toekomst. Hij is kunstenaar geworden. Hij heeft een droom en kan die gaan waarmaken. Wellicht zal hij de Victory Boogie Woogie wèl begrijpen. Voor Chen en mij bleef het schilderij iets wat we wilden verkopen. Godfried zal de diepere betekenis ervan kunnen inzien. Als dat zo is, dat weet ik: het is allemaal niet voor niets geweest.

Robbert

4 jaren, 3 maanden geleden

Meesterwerk

Chen

10,0

Schilderles in het Hutchison Whampoa Museum

Dertig zwarte stippen, zou dat ook kunst kunnen zijn? Als die vlakjes dat waren, waarom dan niet stippen, dacht Chen. Stippen waren levendiger dan vlakjes, stippen hadden aan zichzelf genoeg maar samen begonnen ze vanzelf te dansen en konden ze alle verbindingen aangaan, het maakte niet uit welke, de mogelijkheden waren onbeperkt. Afwezig frunnikend aan de knopen van zijn uniform liet hij zijn blik over de schoolkinderen gaan. Hun haar glansde als verf die net was opgebracht, ze zaten allemaal in kleermakerszit en bogen diep over hun vel papier heen, met een liniaal trokken ze strakke lijnen, sommigen waren al met het inkleuren begonnen, om hen heen rode, blauwe en gele spetters, als confetti. Hij was vertederd, hij zou van hen allemaal kunnen houden, wat voor hem op de vloer van de museumzaal gebeurde, was één groot feest.
Godfried was als eerste klaar en hield zijn Victory Boogie Woogie omhoog, niet voor zijn juf, maar voor hém, Chen, zijn vader, althans, hij had maar aangenomen dat het jongetje, dat negen maanden na hun avontuur in Nederland uit Fei Fei’s buik tevoorschijn kwam, zijn zoon was, en niet dat van Wong. Dat de kleuter het talent van zijn oom Li had was onmiskenbaar. Zou hij daarnaast de bezetenheid hebben van de Nederlandse kunstenaar naar wie hij vernoemd was, dan zou hij later misschien nog rijk kunnen worden, zoals Ai Wei Wei, en hoefden Fei Fei en hij zich geen zorgen meer te maken over hun oude dag. Weliswaar had Wong hem een baan gegeven, maar hij was en bleef de harde zakenman die hem groot had gemaakt; zijn salaris was ‘marktconform’, en dus niet meer dan de eerste de beste arbeidster in een confectieatelier of computerfabriek uitgekeerd kreeg. ‘Voor jou een miljard anderen,’ had botweg Wong gezegd; het salaris dat het Hutchison Whampoa Museum for Magnificent Reproductions of Great Masterworks betaalde, bleek net genoeg om hun appartement te kunnen betalen, vijftien vierkante meter op eenentwintig hoog. Om elke maand enkele yuan apart te kunnen leggen voor later, als Godfried zou gaan studeren, was Fei Fei als manicure in een nagelstudio gaan werken, soms verzorgde ze ook massages; het was niet het leven zoals ze zich dat had voorgesteld, maar dat de nagelstudio in het nabijgelegen Hong Kong gevestigd was, vergoedde veel: elke dag ging ze een half uur eerder van huis zodat ze nog even gelegenheid had langs de etalages te lopen. Het was goed zo, haar liefde voor kleren, schoenen, sieraden en parfum was ze niet kwijt, maar ervan dromen volstond, haar zoon was haar geluk.
Of Chen zelf ook gelukkig was, kon hij niet zeggen. Geluk was misschien meer een Westerse preoccupatie, het nastreven van ervan leidde daar tot niets dan chaos en ongeluk, dat was hem in die weken in Nederland wel duidelijk geworden. Tevreden kon hij zichzelf wel noemen, hij had eindelijk iets in zijn leven tot een goed einde gebracht, hij was erin geslaagd de Victory Boogie Woogie te verkopen, en nog herinnerde hij zich hoe hij van trots had gegloeid toen hij Fei Fei de koffers met geld had laten zien; wel jammer dat Roderick ineens vijftig procent bemiddelingskosten in rekening had gebracht en dat Papadiamantes hem vervolgens, behalve een glas raki en gefrituurde calamares , een astronomische rekening had voorgeschoteld, vanwege advocatenkosten, liggeld, logies, brandstofkosten, gederfde inkomsten, ongespecificeerde schade, een post ‘onvoorzien’ en btw van 23% – er was nog maar net genoeg geld over geweest om voor Li, Fei Fei en hemzelf vliegtickets naar China te kopen.
De schilderles liep ten einde, ineens heerste er chaos, de kleuters liepen kriskras door elkaar en wapperden met hun vellen papier - bij velen liep de verf uit, alsof de Victory Boogie Woogie helemaal niet meer zo uitgelaten was maar huilde. Met zijn vel als een vlag omhoog gestoken rende Godfried op Chen af. Hij aarzelde, als suppoost mocht hij geen bezoeker aanraken, laat staan oppakken of betasten, maar hij kon zich niet beheersen en nam het jongetje op, zwierde het door de lucht, zette het weer neer; vervolgens liet hij zich door zijn hurken zakken en bekeek samen hem de vlekkeloos nageschilderde vlekken.
‘Wat denk je dat het voorstelt?’ vroeg hij.
Het jongetje aarzelde geen moment, ‘de wereld,’ zei hij, ‘de hele wereld in een plat vlak.’
Chen drukte het jongetje tegen zich aan, o, dat tengere, ongedurige lijfje, dat hartje dat hij dwars door zijn uniform heen voelde bonken alsof het op de hielen werd gezeten - maar hij werd op zijn schouder getikt.
Zijn chef, of hij even mee wilde komen naar zijn kantoor. Zijn gezicht stond op onweer.

Edzard

4 jaren, 3 maanden geleden

Ontmaskering

5,5

Een hinkelbaan voor gedachten

1. Zou het door de Hollandse luchten komen, door de grillige wolkenvormen en het licht dat in lijnen naar beneden valt? Zou het komen omdat het landschap hier uit twee vlakken bestaat, lucht en land, en daartussen de lijn van de horizon? Houden Nederlanders daarom van abstracte kunst, omdat het gewone uitzicht nu eenmaal al een abstract schilderij is? Het is maar een gok – de onderzoekers die in de jaren negentig de Hollandse kunstsmaak in kaart brachten, vroegen alleen naar de voorkeuren van het publiek, niet naar de motivatie. Vonden ze dat waaromvragen te veel gedoe gaven?

2. Waarom Mondriaan abstract schilderde, weten we: hij wilde niet de werkelijkheid weergeven, maar het ‘diepere wezen’ van de werkelijkheid. Wanneer je naar zijn laatste schilderijen kijkt, dansen je ogen in vierkanten over het doek, springen ze van de gele vlakken naar de blauwe naar de witte. Als Mondriaan er in die werken het beste in slaagde de essentie van het leven weer te geven, dan zal die dynamiek, beweging, ritme zijn. Een spel van kleur, lijn en grootte.

3. In het Sanskriet is het woord voor spel ‘lila’. Volgens Johan Huizinga drukt ‘lila’ vooral het ‘luchtige, lichte, vrolijke, moeiteloze, onbetekenende van het spel’ uit. Er zijn stromingen in het Hindoeïsme die menen dat de wereld en de kosmos zijn ontstaan uit spel van Brahman, het Absolute. Deze Brahman speelt voor zijn plezier, niet met een doel voor ogen.

4. Het scheppingsproces als een spel. Het bestaat ook in onze taal: in woorden als toneelspel en muziekspel vinden we dat terug. Als we zeggen dat iemand boogie woogie op de piano speelt, dan is daar niets vreemds aan. Maar van een beeldhouwer zeggen we niet dat hij hout of marmer bespeelt. En een schrijver speelt zeker geen toetsenbord. In onze taal zijn schrijvers en kunstenaars geen spelers. Ze zijn bouwers, constructeurs die net zo druk-druk-druk zijn als iedereen. Een conceptueel kunstenaar noemt zijn maaksel dan ook het liefst ‘een werk’. Brahman zegt: jullie nemen jezelf veel te serieus.

5. Hoe serieus nam Mondriaan zichzelf eigenlijk? Hij liet zijn horoscoop trekken toen hij twijfelde tussen naar Parijs gaan en voor de kunst leven, of in Nederland blijven en trouwen. Dat was in 1911 en hij bewaarde het document de rest van zijn leven. Net als de boeken van Madame Blavatsky, die onder de noemer theosofie de essentie van de wereldreligies probeerde te vangen. Zij vindt zowel in oude Hindoeteksten als in kabbalistische literatuur het idee dat de wereld is ontstaan uit overstromend speelplezier.

6. Dit is misschien een goed moment om op te biechten dat ik eigenlijk niet van spelletjes houdt. Ik ben niet gehaaid, reageer te laat, mis mijn kansen en verlies altijd. De neiging om vals te spelen kan ik maar met moeite onderdrukken. Vraagt iemand mij of ik meespeel met Scrabble, Risk of een internetgame dan is mijn eerste impuls om maar nee te zeggen. Ik zie mijn avatar het liefst zo weinig mogelijk.

7. Maar ook buiten een spelcontext, in de gewone werkelijkheid, word ik achtervolgd door een onduidelijke tegenpartij die strooit met opzettelijke toevalligheden, synchroniciteiten en boeken die ik precies nodig had zonder dat ik ze kende. Ik weet nu al dat er een ansichtkaart naar mij onderweg is met een abstracte Hollandse lucht erop en dat ik binnenkort een Omar zal ontmoeten. Hoe dat kan? Brahman, gok ik. Die maakt er weer een spelletje van.

Ineke Riem

4 jaren, 3 maanden geleden

Plastic meisjesringen

Magda Vlekveld

8,5

Het nieuwe leven

Ik sta achter in de zaal te wachten tot ik naar het spreekgestoelte mag lopen dat voor een overvolle aula op mij staat te wachten. Ik loop nog even de hoofdpunten van mijn inaugurele rede door. First Part. Mondrians Multimodal Discourse, het moet natuurlijk in het Engels, maar De Gids publiceert de Nederlandse versie. De twee modi van Mondriaans abstracte design: kleur enerzijds, anderzijds de zwarte lijn. Twintig jaar combineerde hij ze tot telkens nieuwe tegendelige eenheden van tweevormige, god wat was het ook weer? Ik frummel aan mijn mapje met de ondergekalkte laatste uitdraai van mijn rede, maar vind niets. Ik strek mijn rug tussen hemel en aarde en adem diep. De verhouding van stand?
Deel Twee. Mondrian's Proposition. Stel je de wereld voor, de hele wereld, maar dan in een plat vlak waarop alleen vierzijdige vlakken en 1 à 2 centimeter brede zwarte lijnen kunnen verschijnen, wat krijg je dan? In de eerste veertig jaar van zijn kunstenaarschap deconstrueert hij de natuur tot hij uiteindelijk vlakjes en lijnen overhield, maar vanaf midden jaren '20 bouwt hij er een nieuwe wereld mee op. The New Art - The New Life.
De belofte is niet gering, maar het resultaat wordt op den duur een gevangenis. Dan de inbreuk van de Tweede Wereldoorlog. Via Trafalgar Square, nu op zolder in het Rijks te zien, en de New Yorkse Boogie Woogies, hybridiseren vlak, lijn en kleur in de Victory Boogie Woogie en ontstaat, hoera daar is het weer, 'evenwichtige verhouding van tegendelige tweeheid'.
Derde en laatste deel. Mondrian's Victory. In New York ontdekt Mondriaan Scotch tape: een ideale methode om zijn twee modes van kleur en lijn te versmelten. Op de Victory bouwt hij zijn lijnen op met kleurvlakjes in zijn signature colors en ontstaat een werveling die een derde modus voort brengt, een third space, een mode of sympathy die ook een mode of solidarity is. Eigentijdse semiotiek, laat ze zich maar achter de oren krabben.
Help, ik moet op. Buik in en bekken kantelen, voorwaarts schreiden. Ja, vader, u ook veel sterkte gewenst. Ik voel ogen langs mij strijken maar herken geen collega's of intimi. Een licht flitst, verhip wat ligt daar, een slang? Oh, een elektriciteitskabel of zo. Goddank, het spreekstoelte heeft een verhoogde bodem.
Ik knik met mijn hoofd en het gezelschap gaat rumoerig zitten. Zonder te beseffen wat er van mijn lippen stroomt - maar de toon en the melody of meaning ervan stuwen me verder - spreek ik vriend en vijand toe, belangstellende en reporter, buddie en blogger. Ik kijk niet één keer mijn aantekeningen in, sla nooit een bladzij om. Alsof ik een conference geef. Die toga past mij wel.
Ik voel hoe ik steeds meer begin te stralen, maar ik ben niet te vrolijk of frivool want kort voor het slot sta ik stil bij mijn beminde en gevreesde voorganger, professor Botering, Albert voor de vrienden. In het harnas gestorven voor wat hij de enig juiste zaak geloofde te zijn. Een slachtoffer in de eeuwigdurende strijd om de kunst. Ik zal zijn voorbeeld altijd voor ogen houden. Letterlijk, tegenover het bureau op mijn nieuwe werkkamer hangt een portret met zijn markante trekken. Als ik zit te schrijven voel ik de blik van mijn meester door het computerscherm boren.
Wat beweer je nu weer, Magda, hoor ik hem vragen.
Ik beweer, lieve Albert, dat Piet Mondriaan zijn laatste schilderij bewust onvoltooid heeft gemaakt in die drie historische dagen voor zijn dood in een ziekenhuisbed in Brooklyn, New York. In zijn verhandelingen in De Stijl en de latere pamfletten roept hij meermalen op tot vernietiging van het bekende, zodat het nieuwe kan ontstaan. Maar ditmaal, deze laatste keer, paste hij zijn leer toe op zijn eigen schilderij. Hij vernietigde de perfectie en de volstrektheid ervan, het totalitaire aspect van de Nieuwe Beelding, en hij deed dat voor ons. Hij ontdekte een manier om ons creatieve potentieel te ontsluiten. En dat doet het, nog steeds. 'Voor de toekomstige mens,' weet je nog? Dat zijn wij. Piet Mondriaan schilderde voor ons.
En wat is ons antwoord? Wat geven wij terug?

Arjen

4 jaren, 3 maanden geleden

De geest van Piet

Bert van Petten

7,8

Geachte aanwezigen

Geachte aanwezigen, lieve familie en vrienden,

Ik twijfelde of ik hier wilde spreken. Ik twijfelde of ik hier naartoe moest komen. En toch stapte ik gisteren op het vliegtuig uit Menorca. Zelden laat ik mijn stem gelden. Zelfs nu ik aan het woord ben is het nog ter ere van hem. Maar de afgelopen dagen heb ik onafgebroken mijn hoofd gebroken. Ik schrijf nooit. Mijn correspondentie verloopt uitsluitend per ansichtkaart. Mijn langste gedachtengang past nog altijd in een tweet. Maar dit moest ik uitwerken.

Ik, Bert van Putten, zoals mijn schoonouders me noemen, en of ze m'n echte naam niet weten of niet willen weten, het is even erg. Ik handel. Spullen gaan door mijn handen heen en laten leegte achter. Ik laat niets op die spullen achter en zij niets op mij. Van mijn commissie betaal ik de verzekeringen. Al had ik de Victory Boogie Woogie zelf verhandeld, ik zou me er geen haar beter door hebben gevoeld.

Die dag aan de kade heeft heel wat teweeggebracht, ook bij mij. Mijn luizenleventje is er door omgegooid. Ik moest uitleggen dat er met die Aziatische niets was gebeurd. Er waren zwarte auto's, koffers met geld, vrouwen met filmploegen, deskundigen, politie, maffia, advocaten. Er werd over ons geschreven in de New York Times. De wereld kwam langs bij mijn loods. Vanwege een schilderij. Handelswaar dacht ik. Maar dat het gevaarlijke voorwerpen zijn, al is hun materiaal nog zo slap, dat is wel duidelijk. Dat een vierkantje kan zijn, wat je wilt dat het is, dat is een idee dat me niet meer loslaat.

Ik ben naar Menorca gegaan en ik kom voorlopig niet meer terug. Mandy en Menorca, meer hoef ik niet. Maar hij. Dan hij.

Mensen die handel en overtuiging weten te combineren heb ik altijd bewonderd. Chefkoks. Of banketbakkers. Jan de Groot die het monopolie op chocoladebollen heeft in Den Bosch. Of John Baldessari, die een bedrijf runt met mensen die in zijn naam kunstcollages maken vanuit inhoudelijke interesse die de mensen ook nog willen kopen.

Godfried. Mijn buurman. Mijn tegenovergestelde. Een en al inhoud en overtuiging. Eén grote Bossche bol, puur slagroom. Een en al drive, zonder het talent om zijn drive om te zetten in wat verkocht wordt. Zo leeg als ik ben, zo vol was hij.

Die dag aan de kade zag ik hem lopen en de volgende gedachte schoot door me heen: hem wil ik zijn. Wij smelten samen tot een Godbert, een Bertfried, een creatieve reus, die maakt en verkoopt en de massa's aanzweept om zelf ook meer te maken en te verkopen. Auto's, fietsen, beelden, kinderen, huizen.

Godfried heeft een leemte achtergelaten. Misschien heeft hij zijn leven lang geprobeerd die leemte die komen zou al op te vullen. Dankzij de Victories kwam hij de laatste tijd in het nieuws, meer dan hij met zijn eigen werk is geweest. Dat moet hem pijn hebben gedaan. We waren geen vrienden, we waren buren en toch waren we ook meer dan dat. We deelden de marge. Nu pas, nu het te laat is, begin ik te snappen wat hem dreef en ik weet niet of het me bevalt. Hier houd ik op. Ik hoop dat de instanties eruit komen, dat het laatste werk van Godfried de Ridder – rust zacht – gerealiseerd wordt zoals hij het had gewild.

Dirk Vis

4 jaren, 3 maanden geleden

Plastic meisjesringen

3,9

Getuigenverklaring van de heer Roy U. Kodsbreuk, taxichauffeur

Beschrijft u ze eens, ja, ja, beschrijft u ze eens.
Hij, nonchalant in overall, zogenaamd ongeïnteresseerd in kleding, maar let op. Die verfspatten op zijn overall waren vakkundig gesitueerd. Heeft ‘ie voor de spiegel eerst staan oefenen. Zijn heel wat overhemden aan opgeofferd, hoor. Daar besteedt zo’n artistiek verver meer tijd aan dan aan de stippen op zijn doek. Heeft er wel eens een mij verklapt. Alles voor de vrouwtjes, hè.
Ja, en zo’n dametje. Dat is nou net weer andersom. Lijkt heel wat in zo’n mantelpakje, met een paar vrijdagavondfolder-pumpjes van de Bristol, maar wil nog wel eens een onderbroekje van drie dagen oud eronder verstoppen. Gaat er flink wat nep-Chanel Numero Cinq overheen; alsof ik dat niet ruik in mijn bekleding. Vliegt ‘s avonds de hond met zijn kwijlebek er ook nog eens in en kan ik dubbel soppen.

En deze twee… Je voelt gelijk al dat HIJ wat van plan is. ‘t Begint al bij het instappen. Als zij al zit en hij komt ernaast zitten, negen van de tien keer dat zij dan haar knieën tegen elkaar drukt en hij de benen wijd spert. Nou dan weet ik genoeg. En niet een beetje wijd, maar alsof hij de pliee op de balletschool nog aan het oefenen is. Moet ik me inhouden om geen tutu’s en spitzen te projecteren op zo’n WTC-kostuum.
Over die mannen gesproken. Wijdbeens wil met een overall nog wel lukken, maar soms krijg ik van die zakenmannetjes in een strakke krijtstreep en dan liggen linker- en rechterpijp opeens in een echtscheiding en kijk ik pardoes in… Vult u maar in. Ik zie het liefst zoveel mogelijk stof. Anders negeer ik mijn achteruitkijkspiegel en dan heb ik in no time een scooter met falafal tussen de verwarmingslijnen in het vensterglas. Of erger: een achteropsnellende levensmiddelenschuiver van dertig ton. Ja, man.
Kijk, dames mogen van mij wel wat meer bloot.

Dit stel van vandaag. Leek leuk te beginnen. Hij hield zijn pliee bescheiden, haar knie raakte de zijne soms. Ook zo leuk, bij bedeesde koppeltjes. Wil zij wat. Durft ze niet. Komt er een bocht aan, denkt zo’n meissie dat ze haar knie wel even mee kan laten hangen, zogenaamd onopvallend zijn kant op. Maar dan trek ik net de andere kant in. Laat ik die hoofdjes effe botsen. Want je moet ze ook een beetje helpen met contact, hè.

Nou die twee. Dat was wel lachen. Hij presteerde het om in de auto, op de achterbank in kniehouding, half gedraaid voor haar te gaan zitten. Zal geen enkele fysio je adviseren. Is een regelrechte prelude voor een hernia. Beetje sneu begin van het huwelijkse geluk. Enfin. Hij frummelde wat in zijn zak. Aanzoek. Hij meende het echt. Ik vermoedde het al. Wil ik ook nog wel eens een bochie meepakken. Een teruggevonden ringetje levert al gauw een maaltje McDonalds voor die happers thuis op.
Maar zo’n kunstenaar heeft meestal niet veel soeps op zak. Te gierig. Deze maakte het wel heel bont. Een stem als een nieuwslezer en voilà: komt er zo’n plastic peuterringetje van de Action tevoorschijn. Vier voor zestig cent. Dan vraag ik jou: wie zijn die andere drie dames? Krijg ik die ook nog op de achterbank? Ik zeg geen nee! Business voor alles. Zeker in deze tijd.

Hij dus op zijn knieën. Zij alsof ze net een kroon had ingeslikt. Ik help ze een beetje. Had gehoord van Mondriaan en boogie woogie dus ik zet een passend muziekje op. Zij trekt met haar mondhoeken en hij mompelt wat. Ik ving iets op over “hete sex” en “hippiewippie”. Dus ik zet de muziek iets zachter en m’n recordertje aan. Voor m’n dochter, weet je wel.
Luister, ik heb het hier:
“Oh, Fridus, dit is wat Mondriaan wilde…De macht ligt bij de mensen… in hun relaties met elkaar”.
En dan die vent, terwijl hij dat ringetje uit het plastic peutert:
“Ja, ja, Maggie, onze relatie! Ik wil je binden, ik wil jou binden. Aan mij. Aan mijn kunst… Binden aan het leven. Samen voor de kunst…”

Ik zou nog liever ja zeggen tegen een weekendje ballonvaren met m’n incontinente tante Miep van 98, maar zij trok er een gelukzalige glimlach bij; kat in het bakkie, dacht ik nog.
Hij op dreef, Jack van Gelder in zijn 5e versnelling, zeg maar:
“Laten we samen de victorie kraaien, Maggie! Jij en ik: wij zijn één. Eén mens….als Da Vinci’s Vitruviusman. Vervolmaakt met Mondriaan’s Boogie Woogie. Zijn Boogie Woogie, als venster op onze wereld. Een uniek kunstwerk, Magda. Mijn kunst aan de wereld. Mijn revival. Ons product. Magda, zeg JA tegen de kunst…”.
Zoooo’n smile op z’n gezicht. Ring tussen duim en wijsvinger. Vol verwachting keek hij haar aan.
Ik snapte er de ballen van, maar het was niet helemaal wat mevrouw van haar haar 'Sex And The City'-moment had verwacht, geloof ik.

Ze zuchtte en ik dacht eerst dat ze een probleempje met haar kaak had. Weet je wel, dat er iets inschiet en dat je dan een paar keer in de tandarts-spreidstand moet. Maar toen schoot ze me toch uit.
“Ja? Ja? Wat nou: wij?… Godverdomme, Godfried! Jij – wilt – alleen – dat – SCHILDERIJ!”
Die kaken weer uit elkaar en dat voorhoofd naar zijn neus. En toen zachtjes:
“Dat krijg je niet. Nee, Fridus, dat krijg je niet..”.

Ach, joh, ik zag het gebeuren. Ze krenkte zó zijn mannenhart. Als een bulldozer over een surprise-ei, daar bleef niets van over. Ik zie het nog voor me. Maar dan kan ìk ook niets meer. Bij wat klein verdriet wil ik nog wel eens over een dood vogeltje heen rijden. Zorgt voor wat afleiding. Stop ik geschrokken. Grietje in tranen, mannetje troosten. Wil het nog wel eens omdraaien. Is de hele misère snel vergeten, maar dit? Nee.

En dat grijpt mij dan ook aan, hè. Ik ben ook niet van steen, dus ik schiet bijna met m’n nieuwe Michelinrubbertjes tegen de betonnen opsluitband van het benenwagenbordes. Dat was flink schakelen en sturen om m’n velgjes bij de les te houden. En bij het optrekken porde die Godfried per ongeluk met zijn vinger in haar boezem en toen was het helemaal bal. Mijn god. Wat een teringherrie. Ik heb die boogie woogie nog harder gezet, maar zij blafte er als een Mastino Napoletano doorheen.
“Dit schilderij verdient bescherming, Godfried! Jij: JIJDENKTALLEENAANJEZELF! Ik breng het kunstwerk naar de plek die Mondriaan voor ogen had, naar de puurste plek van de wereld.”
Hij terugschreeuwen dat zij zelf een humorloze sherrygleuf met kapsones was. Volgens mij kreeg ‘ie nog een rechtse ook. Overgang speelt denk ik ook een beetje mee. Doet rare dingen met vrouwen, hoor.

Dus toen heb ik gebeld. Ik heb al eens eerder een gedesillusioneerde bruidegom in m’n taxi gehad. Geloof me. Dan heb ik liever m’n nichtjes dwergpony met snelwegvrees en net geslagen hoefijzertjes op de achterbank.

Als u wilt heb ik dat plastic ringetje hier nog ergens, want dat smeet ‘ie door de auto.

gera_p

4 jaren, 3 maanden geleden

Moederlief

Joy Puik

6,8

Weerzien in Winterswijk

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 15 september 2013 10.12
subject: flashback

Allerdierbaarste Sam,
En, hoe ging je lezing? Heb je ze allemaal eens goed verteld dat hun prutstheorieën nergens op gebaseerd zijn? Wilden ze achteraf allemaal je voeten en hoger gelegen lichaamsdelen kussen? Je vond het moeilijk, ik weet het, je stelt je aanbidders niet graag teleur, maar je hebt ze verteld dat mijn privileges boven de enkel beginnen.
Mingus net naar school gebracht. Het schaap kwam midden in de nacht bij me liggen. Hij zei dat hij eenzaam was omdat mama Sam niet thuis was. Onzin natuurlijk, hij gebruikt alles zijn zin te krijgen. Nadat ik hem had teruggelegd moest ik terugdenken aan de vorige keer dat je weg was, toen je in de Atacamawoestijn zat. En aan al die rare verwikkelingen met die schilderijen. Ik heb tot vijf uur liggen tobben en draaien.
Weet je nog toen we naar Winterswijk gingen om het schilderijtje te bekijken? Toen jij eindelijk wel eens wilde zien waar al die ophef om draaide? Ik heb je nooit goed uit kunnen leggen wat er gebeurde. Ik was zo gespannen van te voren, net zoiets als toen ik je aan mijn ouders moest voorstellen en hoopte dat ze zouden snappen wat ik in je zie. Ik hoopte zo dat je het mooi zou vinden. En waarom? Ik heb het niet geschilderd. En toen ik er weer voor stond, toen ik het terugzag of liever, toen ik het voor het eerst goed kon bekijken, barstte ik in tranen uit. Ik kon het niet uitleggen. Ik geloof niet dat je een woord tegen me gezegd hebt op de terugweg.
Natuurlijk schaamde ik me dood. Wie jankt er nou om een schilderij? Maar weet je, ik was eigenlijk ook heel blij. Ik was blij dat het me zo raakte. Dat ik me niet druk had gemaakt om niets. Het kan zijn dat ik al mijn gevoelens van die tijd op dat vierkantje heb geprojecteerd, al mijn onzekerheid over mijn werk en al mijn eenzaamheid. Maar dat vierkantje kon die gevoelens wel bevatten, hoewel Mondriaan het daar zeker niet voor heeft bedoeld. Niet elk vierkantje kan dat. Ik kon ernaar teruggaan en zien dat het alles van die tijd voor mij had bewaard. Daar moest ik om huilen.
Ik weet dat je er niets aan vind, aan het schilderij. Dat geeft niet, daar gaat het ook niet om. Je kunt niet alles delen. Ik vond het heel fijn dat je me de reproductie hebt gegeven, later. Zelf durfde ik hem niet meer te kopen.
En dan nog wat: ik wil een kind van je. Het maakt me niet uit wiens zaad we ervoor gebruiken, als het maar van jou is.

Han van der...

4 jaren, 3 maanden geleden