Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

De kleurenpalet van Nederland

Fei Fei

1,8

Vertrouwen

Radeloosheid, het is geen gezicht bij een man. Zeker niet als het je eigen man is. En radeloos was Chen. Zijn ogen stonden groot, zijn mond hing open en dan die rode vlekken die spontaan in zijn nek waren verschenen.
Of ik er iets van wist, wilde hij weten.
Hij was de hut uit gestormd, naar mij toe, en had mijn onderarm vastgepakt.
‘Waarvan?’ vroeg ik.
‘De kist natuurlijk.’ Hij omklemde mijn pols steviger, met twee handen nu, smekend.
‘Je doet me pijn,’ zei ik en keek naar zijn handen. Hij volgde mijn blik en liet los. Zijn armen hingen nu slap langs zijn lichaam en beduusd staarde hij voor zich uit, als een aan zichzelf overgelaten kind.
‘Nee, ik weet niet waar de kist is,’ antwoordde ik. ‘Ik was net in de loods een kopje thee aan het drinken.’
‘Hoe kun je hier zo rustig onder blijven?’ vroeg Chen retorisch. Hij legde zijn warme voorhoofd tegen de koude wand en sloot zijn ogen. ‘De kist is weg! Hij staat niet meer onder het bed!’
‘Dat hij niet meer onder het bed staat, wil nog niet zeggen dat hij weg is.’
Hij draaide zijn gezicht naar me toe. ‘Weet jij dan waar hij is?’
‘Nee.’
‘Waarom zeg je dan zulke dingen? Zo’n opmerking, waar slaat dat op? Soms snap ik echt niks van jou. Je lijkt zo… berekenend, zo irritant kalm. Alsof niets je kan raken. Nou, mij raakt het wel. En jou zou het ook moeten raken. Het is ook jouw toekomst, in die kist.’
Hij kreunde en legde opnieuw zijn voorhoofd tegen de wand.
Radeloosheid: niet alleen bij een man, ook bij een vrouw is het geen gezicht, trouwens. Al zal het in de perceptie van een man iets aantrekkelijks hebben. Hij kan de redder uithangen, het meisje te hulp schieten.
‘Waarom verdenk je mij eigenlijk?’ vroeg ik. ‘Heb je zo weinig vertrouwen in me?’
Hij zuchtte. ‘Je hebt gelijk. Ik was mezelf niet. Sorry. We doen dit samen, dat weet ik.’
Het zal goed komen, wilde ik hem troosten, want ik vond het pijnlijk om hem zo te zien, maar hij was me voor met de vraag: ‘Als jij het niet was en ik ook niet, wie was het dan wel?’
Ik dacht even na.
‘Vertrouw jij de kapitein?’ vroeg ik.
Daar leek hij nog niet aan gedacht te hebben. Hij rende terug naar de hut, de deur viel achter hem dicht. Een moment later hoorde ik een woordenwisseling. De exacte woorden waren hier op de gang niet te verstaan, ik hoorde alleen hoge klanken (Chen) en laag gebrom (de kapitein). De twee vrouwen hoorde ik in het geheel niet. Alsof ze er niet meer waren. Waarschijnlijk stond de journaliste gretig te pennen in een blocnote en keek de kunsthistorica stijfjes en afwachtend naar dit tafereel, te geremd om iets te zeggen, laat staan om iets te doen, zoals weggaan.
Tot een vruchtbaar einde kwam de woordenwisseling niet, want de kapitein verliet de hut en sloeg de deur met een klap achter zich dicht. Zonder me een blik waardig te gunnen liep hij me voorbij, de loopplank op, de kade op. Daar schopte hij met de punt van zijn laars tegen een roestig colablikje. Ja, hij was duidelijk verontwaardigd over het feit dat Chen hem ook maar had kunnen verdenken. Maar gekrenkte trots is nog geen bewijs van onschuld.

Robbert

4 jaren, 7 maanden geleden

Improvisatie

Chen

1,6

Met Vlekveld aan zijn zijde…

Voor een Chinees was Chen niet klein, eerder gemiddeld. Maar tussen de kunsthistorica en de journaliste in bleef er weinig meer van hem over; het leek of de vrouwen met hun kind over het industrieterrein liepen. Die indruk werd ook gewekt door zijn wijze van lopen: zijn armen zwaaiend, zijn stappen los en ongericht, alsof er nog iets mankeerde aan zijn coördinatie. Geen steentje op zijn pad dat hij niet wegschopte.
De aankomst was verre van eenvoudig geweest. Douane, politie, officier van justitie, die opdringerige journaliste, die niet meer van zijn zijde week en zich ook als een teek in Magda Vlekveld had vastgebeten, nog wat vreemde types die als ratten uit de loodsen waren gekropen, en Fei Fei die aan zijn kop was gaan zeuren en zei dat hij er al weer een zootje van had gemaakt en dat zijn plan belachelijk was en nooit zou kunnen lukken, en dat ze dat altijd al geweten had en nooit mee had moeten gaan. Maar naast de rijzige, grijze Vlekveld voelde Chen zich volstromen met optimisme en zelfvertrouwen. Wat een vrouw was zij! Nee, niet meteen het type waar hij op viel, hij hield van zijn tengere Fei Fei met haar fijne handjes en priegelvingers, en ook zijn vriendinnetjes en zelfs de prostituees die hij af en toe bezocht, als hij toevallig geld had, leken altijd op haar. Maar Vlekveld was zo kordaat en stevig dat hij zich op een aangename wijze geïntimideerd voelde. Aan haar zou hij zich kunnen overgeven als aan een moeder.
‘Ik ben best opgewonden,’ zei ze met een koket lachje, meer een hik. ‘Het is niet alleen het schilderij. Het is alsof ik hem steeds dichter nader. Soms droom ik van hem, zo’n stijlvolle man.’
‘Dat zei mijn grootvader ook. Maar veel meer heeft hij me nooit willen vertellen. Alles is muziek, alles is jazz, zei hij, en dan zette hij een plaat op van vroeger.’
‘Ach, hoe romantisch. Straks ga ik ook nog dromen van uw grootvader,’ en ze begon weer hikkend te lachen.
Tot zijn verrassing had hij haar niet eens hoeven opzoeken. Ze had zichzelf gemeld, met een advocaat. Nog steeds kon hij het niet geloven: in China zou hij geen kans gemaakt hebben, maar binnen een dag hadden ze een kort geding geregeld en stonden ze voor de rechter. Nog geen uur had het proces geduurd; de rechter had ook niet lang hoeven nadenken en het beslag opgeheven en de politiebewaking van tafel geveegd als was het niet meer dan kattenkwaad. Hoe dat mogelijk was, viel niet te begrijpen en veel moeite om het hem uit te leggen hadden Vlekveld en haar advocaat ook niet gedaan. Ze waren helemaal door zichzelf in beslag genomen, alsof hij er niet toe deed. Maar daarover klagen was ongepast, hij was hen dankbaar, ze hadden hem uit de brand geholpen, het zou niet lang meer duren of het geld zou op zijn bankrekening staan en hij en Fei Fei zouden weer kunnen teruggaan naar China.

Godzijdank lag het schip er nog. Ergens in zijn achterhoofd was hij bang geweest dat de kapitein de trossen had losgegooid en was vetrokken. Een en al beminnelijkheid, die Griek, maar wat er onder die zachte deken van charmes verborgen lag… Als Chen iets had geleerd, was het wel dat je met charmante mensen moest oppassen, en die wijsheid koesterde hij, want dat was ook zo ongeveer het enige wat hij van het leven wist…
Een hels knarsen. Chen keek om en zag Fei Fei op hen afrennen, plassen ontwijkend, op blote voeten, haar pumps in haar handen. Achter haar sloeg een immense schuifdeur dicht; niet alleen de lucht, ook de grond trilde ervan, even leek alles ineens op losse schroeven te staan.
Waar zij had uitgehangen, vroeg hij. En zij, terwijl ze haar voeten vluchtig schoonveegde en in haar pumps wurmde, en achter hen aan over de loopplank trippelde, ‘kopje thee bij de buurman.’
Chen draaide zich om. Ook zij bleef staan. Ze schikte haar haar en keek terug, zo strak dat hij het er benauwd van kreeg.
‘ Dat kan toch geen kwaad?’ zei ze, en haar mondhoeken trokken omhoog zoals hout kromtrekt, onwillekeurig en haast onmerkbaar.
Over de ijzeren trap daalden ze in het schip af. Groot was het niet, maar de gang leek zonder einde en was ondanks het plafonnieres slecht verlicht en hun voetstappen galmden zo hard dat het pijn deed aan zijn oren. Het had alles van een geboorte, zíjn geboorte, zijn wedergeboorte; binnen een paar minuten zou dat spuuglelijke, haastig in elkaar geflanste schilderij veranderen in een meesterwerk dat zijn leven voorgoed zou veranderen.
Hij ging voor, de hut in. Vlekveld, Puik en kapitein Papadiamantes volgden zwijgend, reeds bevangen door eerbied voor het schilderij. Fei Fei bleef op de gang staan. Spookachtig van boven aangelicht leunde ze tegen de wand, rommelde wat in haar handtas, haalde een spiegeltje tevoorschijn en draaide haar gezicht van de ene naar de andere kant, trok met haar lippen, en begon ze secuur met lippenstift bij te werken.
Op zijn knieën tastte hij onder het bed, midden, links, rechts.
Zijn handen grijs van het stof, hij keek op, naar Vlekveld, zocht Fei Fei maar zag haar niet. Vervolgens liet hij zijn handen nog eens ronddwalen, alsof hij ze niet vertrouwde.

Kennelijk bestonden er vele soorten leegte - nooit was leegte hem zo volstrekt leeg voorgekomen. Alleen improvisatie zou hem nog kunnen redden.

Edzard

4 jaren, 7 maanden geleden

Geldnood

Chen

1,0

Interview

Hier kunt u de tekst nalezen van het interview dat Joy Puik, verslaggeefster voor AS3, op 28 maart hield met de heer Chen, die op het schip de Eleftria verblijft in de Amsterdamse haven:

Meneer Chen, u bent helemaal uit China naar Nederland gereisd. Wat is het doel van uw bezoek hier?

Ik heb iets bij me, wat in uw land veel waar schijnt te zijn. Victory Boogie Woogie noemt u het geloof ik. In China zou ik er geen cent voor krijgen. Ik heb een neef in Dafen, Li, misschien moet u ook eens met hem gaan praten, hij kan schilderen als de beste. Hij schildert bekende schilderijen, tientallen per week. Rembrandt, Monet, van Gogh, Picasso. Ik mailde hem een foto, hij zei dat hij dit schilderij nog nooit had hoeven doen. Hij vond het maar knoeiwerk. Binnen een dag had hij er niet twee of drie, maar wel veertig gemaakt, vier per uur! Dus ik dacht dat het niets waard zou zijn, maar toen las ik dat artikel over de ontdekking van professor Vlekvlek. Ik ben blij dat ik hier ben, Amsterdam is in een bijzonder land.

Hoe is de versie van de Victory Boogie Woogie in uw bezit gekomen

Moet ik dat alweer vertellen? Of werkt u niet samen met de politie? Cadeautje van meneer Mondriaan aan mijn opa. Chinezen hebben altijd overal gewoond. Ze doen niet moeilijk, ze sluiten heel makkelijk vriendschap en geven ze elkaar cadeautjes. Dat is toch niet zo vreemd?

Wanneer heeft uw opa Piet Mondriaan ontmoet? Hij moet wel een goede vriend van hem zijn geweest om zo’n waardevol cadeau van hem te krijgen.

U heeft mooie ogen en u bent heel lang. U en ik kunnen ook vrienden worden, misschien geeft u me dan ook ooit een schilderij.

U weet waarschijnlijk dat voor dit soort schilderijen veel geld wordt geboden. Tegen welke prijs wilt u afstand doen van het schilderij?

Hoeveel kostte dat andere schilderij? Zo'n veertig miljoen euro, toch? En we zijn nu alweer 25 jaar verder… Eerst maar eens met mevrouw Vlekvlek praten… misschien houd ik het wel, het is toch een aandenken aan mijn opa. Wij Chinezen zijn gewoon onze voorvaderen te eren.

Hebt u al contact met mevrouw Vlekveld gehad? Hebt u met haar onderhandeld voor uw vertrek of bent u onvoorbereid gekomen?

Via facebook, maar ze heeft me verwijderd, ik begrijp het niet, een misverstand denk ik. Maar ik zit niet aan haar vast hoor, zij zal niet de enige zijn die interesse heeft. Ik ben niet gek, ik heb onderzoek gedaan, er zijn heel veel mensen in uw land met die Mondriaan bezig, ze doen hier niets anders! En ik zag dat het museum hier in Amsterdam ook Mondriaans heeft, het Stidillik, Stedellik, zo heet dat toch? Waarom zouden ze dan niet net als dat museum in Den Haag een eigen Victory Boogie Woogie willen hebben? Ik maak me geen zorgen hoor. Ik heb een schilderij bij me waar iedereen hier om zit te springen.

U hebt uw vrouw meegenomen naar Nederland. Als u het schilderij hebt kunnen verkopen, bent u dan van plan om naar China terug te gaan? Of wilt u zich samen ergens anders vestigen?

Chinese vrouwen kennen hun plek. Fei Fei zal me volgen, waar ik ook ga. Maar China is een groot en mooi land; waarom zouden we daar geen geschikt huis kunnen vinden?

Edzard en Han

4 jaren, 7 maanden geleden

Meesterwerk

Godfried de Ridder

1,2

Een mooi shot van jou met het schip achter je

—Dag Stefan, goed dat je eindelijk… wie is dit?
—Weet je nog dat ik je vertelde over die scholiere, Godfried? Kom, trek je jas aan, we gaan de haven in.
—Het regent.
—Je opmerkingsvermogen is onverminderd scherp, hoor ik al. Maar ga mee, we willen op locatie filmen.
—Ik dacht dat je alleen foto's ging maken.
—De plannen zijn gewijzigd. Lucia is van de YouTube-generatie, voor haar is dit vanzelfsprekend. Het liefst wil ze zo'n brilletje met een camera erin. Dan maak je nooit meer géén video.
—Hallo Lucia, aangenaam kennis te maken.
—Ze is niet zo spraakzaam. Ligt niet aan jou. Haar projectweek bij mij op de studio is al bijna achter de rug, maar ze heeft nog geen drie zinnen gezegd.
—Dit herinner ik me nog van mijn eigen dochter, toen ze ongeveer jouw leeftijd had. Razende hormonen, gevoelens waar je niks mee kan… de ooit zo vanzelfsprekende superioriteit van je ouders brokkelt af als een zandkasteel…
—Lucia's vader en moeder zijn aan het scheiden, dat maakt de puberteit niet makkelijker voor haar.
—Misschien moeten we niet in de derde persoon over je praten?
—Strakke ouwemannenregenjas heb je trouwens. Doet het goed op video… roept vertedering op. Verregende schilder in donkergroen jarentachtigrainwear, persoonlijk zou ik het meteen liken! Ben je er klaar voor?

—Als ik het goed heb begrepen, ligt het schip vlakbij Van Pettens fietsenhandel aangemeerd… oftewel, hier ergens.
—Dáár is het.
—Ben je hier al eens geweest?
—Zo voelt het wel, maar ik heb het echt alleen bij het journaal gezien. Kan je er een beetje voor gaan staan? Dat we een mooi shot hebben van jou met het schip achter je?
—Zo?
—Ja, precies zo.
—Hé, maakt Van Petten nou een foto van me met zijn telefoon?
—Zodra de camera's op je gericht zijn, ben je een beroemdheid hè? Dan wil iedereen een plakje van de taart.
—Stil even, ik hoor niet… volgens mij roept Van Petten iets… ah, hij loopt alweer naar binnen. En geef hem eens ongelijk, met dit hondenweer…
—Ken je hem?
—Die jongen zit hier al zo lang als ik mijn atelier heb…
—Jongen? Hij is bijna even oud als jij.
—Hij heeft jarenlang met zijn vriendjes op gitaren staan raggen in die loods van hem. Herrie joh… water draagt hè… als het windstil is. Volgens mij had Van Petten wat geld uit een erfenis… daardoor heeft hij een paar decennia lang letterlijk niets nuttigs hoeven doen. Pas een paar jaar geleden is hij zijn handel in fietswrakken begonnen. De een zijn schroot is de ander zijn brood, dat idee. Kennelijk was het geld op aan het gaan.
—Kan je iets zeggen over Mondriaan? Iets onzinnigs, zoals toen ik je laatst aan de lijn had? Dat soort uitspraken roepen reacties op. Hoe onbesuisder, hoe beter. Dat is wat de mensen willen horen. De maatschappij van nu is een bullshitocratie. Trouwens, Lucia, zet dat maar niet in je projectweekverslag.

—Wat je vorige week zei, heeft me aan het denken gezet, Stefan.
—Niet refereren aan mij… mij kent de kijker niet…
—Iemand zei vorige week iets, en dat is blijven hangen in mijn hoofd… dat het weer tijd werd voor vernieuwend werk… werk dat me weer in de aandacht van de kunstkritiek kan plaatsen… en van de media in het algemeen…
—Kun je iets over Mondriaan zeggen?
—Ik was op weg…
—To the point komen. De mensen hebben geen geduld voor anekdotische omwegen.
—Ik wil een nieuwe serie doeken gaan maken… installaties… geïnspireerd op Mondriaan. Geïnspireerd op de Victory Boogie Woogie. Bewerkingen ervan. Geen cynisch maatschappijkritisch commentaar of zo… dit wordt volledig postironisch. Mijn nieuwe werk gaat Mondriaan plaatsen in onze media…
—Dit is waardeloos, Ottie. Dit is niet wat ik je heb gevraagd.
—Klinkt het je niet revolutionair in de oren dan? Ik zit te denken aan de Yakitori Tinky Winky, een versie met gespieste Teletubbies. Daar heb ik al wat schetsjes van. Of de Kikvors Wooly Wooly… ik weet nog niet wat het wordt, maar het bekt alvast heel lekker.
—Hé, volgens mij zie ik iets bewegen op het schip…
—Stefan, ik begin het idee te krijgen dat het je helemaal niet om mij te doen is…
—Is het die Chinees? Kom mee Lucia, we moeten dichterbij zien te komen!

Niels ’t Hooft

4 jaren, 7 maanden geleden

Kunstenaarschap

1,6

Penseelstreek en Handschrift

In de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bevinden zich brieven en aantekeningen van Mondriaan. Bovenstaand fragmentje komt uit een brief uit 1932, Mondriaan woonde toen in Parijs. Misschien is het in verband met het onderzoek naar de echtheid van het pas ontdekte schilderij van Mondriaan nuttig nader op dat handschrift in te gaan. Een grafoloog zou na kunnen gaan of er in de brieven die Mondriaan tijdens de periode toen hij aan de Boogie Woogie reeks werkte aanwijzingen zijn over zijn emotionele toestand in die tijd. Veranderde zijn handschrift toen hij eraan werkte? Of hanteerde hij een schrijfwijze die tijdens zijn leven constant bleef? Mij lijkt het nuttig hierbij de wetenschap van de grafologie te betrekken. Een standaardwerk op dit gebied schreef Robert Saudek met zijn studie Wetenschappelijke Grafologie (1931) dat Mondriaan ongetwijfeld kende. Hij interesseerde zich voor dergelijk onderzoek. Bekend is dat hij in een brief aan Van Doesburg uit 1906 (zie Brieven rondom De Stijl uit 1962) melding maakte van het handschrift van de door hem zeer bewonderde Engelse schilder Turner. Hij schreef daar: ‘(…) ik geloof dat je aan het handschrift van deeze schilder zijn diepe ernst kunt aflezen waarmede hij zijn theorie van het Archaïsche bij zijn werk inzette. Hij meende dat een handschrift van invloed was op zijn penseelvoering. Ken je zijn briefje aan zijn zoon ( die schilderambities had) waarin hij hem aanraadde met zijn penseel letters te schrijven?’

Veel aandacht is aan de relatie handschrift-penseelstreek niet besteed in het Mondriaan onderzoek. Zelf heb ik het idee dat hij onderzoek naar zijn penseelstreek liever uit de weg ging omdat hij een hekel had aan gepsychologiseer over zijn werk. Toch kun je bij nadere beschouwing van zijn werk, ook van dat uit zijn Stijlperiode, wijzigingen zien in zijn penseelvoering. In zijn vroege Stijlwerk hanteerde hij meestal een horizontale streek, waarbij hij kleine oneffenheden met een doek weghaalde, je kunt resten van die vegen nog zien. Later ging hij over tot een afwisseling tussen horizontale en verticale verfstreken. Ik wijs u er op dat naar de penseelvoering van Mondriaan in zijn Stijlperiode weinig tot geen onderzoek is gedaan. Alle aandacht ging tot nu toe altijd uit naar de constructie van de kleuren en het lijnenspel. Dat zijn penseelvoering daaraan ondergeschikt werd geacht vind ik wel begrijpelijk maar ook jammer. Wie van dichtbij een werk van Mondriaan bestudeert, ziet hoe gevoelig hij de kleuren aanbracht. Het was bepaald geen kwestie van vlakken vullen.

Het is niet makkelijk om hier in kunstkringen over te beginnen, onderzoek is moeilijk omdat je niets hebt aan kopieën van Mondriaans werk, daarop zijn de penseelstreken nu eenmaal moeilijk te zien. In het Gemeentemuseum in Den Haag krijg je geen kans de werken van Mondriaan van zeer dichtbij te bestuderen, ik heb daar tot mijn spijt ervaring mee opgedaan. De enige in Nederland die aandacht heeft besteed aan de relatie tussen het handschrift van Mondriaan en zijn penseelvoering is de schrijver Max Dendermonde (1919-2004) die een interessant en liefdevol biografisch boek over Mondriaan schreef: Mondriaan, de man die de charleston danste (1994). Dendermonde was geïnteresseerd in grafologie en gaf in dit boek zelfs een analyse van het handschrift op een briefkaart die Mondriaan in 1910 vanuit Domburg naar ene Janny Vreuger stuurde, het is onbekend wie dat was. Dendermonde concludeerde dat uit het handschrift een zekere aanleg voor religie was af te lezen en dat Mondriaan snel en helder kon nadenken, waarbij hij zijn gedachtensprongen niet altijd in zijn schrift bij kon houden.

Het is duidelijk dat Dendermonde het werk van Saudek niet kende. Hij beriep zich, als ik het goed zie, op het werk van de eerste en ook gelijk laatste hoogleraar grafologie in Nederland, Professor Frits Böttcher. Maar die verwierp de inzichten van Saudek en concentreerde zich meer op wat wij in deze richting van de psychologie, de Müncher school noemen. Meer aandacht voor de natuurwetenschappelijke kant van de grafologie (Böttcher was scheikundige) en minder voor de psychologische. Uit de school van Saudek stamt het baanbrekende werk op het gebied van de penseelvoering en de psychologische implicaties ervan van de Amerikaan James Farrell, die met zijn hoofdwerk Art and the Psychology of Paintbrush (2001) als pionier op dit gebied moet worden gezien. Hij betrekt de handschriften van kunstenaars bij hun penseelvoering en is erin geslaagd een zeer bruikbaar computermodel samen te stellen. Farell’s werk speelt tegenwoordig een belangrijke rol bij de vaststelling van falsificaties. Mijn voorstel is een deskundige op dit gebied (in Nederland ken ik overigens niemand) het nieuw ontdekte werk van Mondriaan te laten onderzoeken en daarbij het handschrift uit zijn Amerika periode te betrekken.

Tenslotte nog dit: Saudek analyseerde het handschrift van Mondriaan niet. Ook voor mij is dit niet goed mogelijk omdat ik alleen beschik over boven weergegeven kopie waarop halen met de pen en de diepte van de pendruk niet goed te zien zijn. Een eerste indruk wil ik wel geven. We zien hier een snel en natuurlijk schrift met een duidelijke slankheid van de vormen. Mondriaan gebruikte in deze periode eerder de guirlande dan de hoek. Dit duidt op lichaamsgericht schrijven. Ook kunnen we controleren dat het de schrijver er veel aan gelegen was te getuigen van zelfcontrole, wilskracht en loyaliteit. Maar nader onderzoek brengt ongetwijfeld meer uitgangspunten aan het licht. Ik wens u veel succes met uw onderzoek naar de echtheid van het opgedoken kunstwerk en hoop dat mijn opmerkingen daar een bijdrage aan kunnen leveren.

Kees 't Hart

4 jaren, 7 maanden geleden

Meesterwerk

Magda Vlekveld

1,5

Alweer een VBW?

We waren nog maar net bekomen van de verbazing waarin mijn gewaardeerde collega Magda Vlekveld de kunstwereld stortte met haar aankondiging van de vondst van een nog onbekende, vroege variant van ons nationale erfgoed, Piet Mondriaans Victory Boogie Woogie. Nu bericht ze ons (Opiniepagina, 8 april jl) dat er zowaar een derde versie is opgedoken op een in de Amsterdamse haven aangemeerde en inmiddels aan de ketting gelegde boot. En ditmaal zou het niet gaan om een schetsmatige en nog nauwelijks als zodanig herkenbare versie van Mondriaans meesterwerk, zoals de eerdere versie die mevr. Vlekveld aantrof op de vliering van de woning waar ooit een vriendin van de schilder woonde in Livingston, New Jersey. Nee, ditmaal is er sprake van een in wezen voltooid schilderij dat misschien wel beter geslaagd kan worden geacht dan het werk dat in het Haags Gemeentemuseum te bewonderen valt.
Een verlate aprilgrap? Een kopie? Een vervalsing? Zegt u het maar. Zolang de politie weigert experts op het schip toe te laten om het werk nader te bestuderen, blijft het gissen. Dat weerhield Vlekveld er niet van er alvast melding van te maken, alsof ze het werk nu al wil claimen – geheel volgens de logica van het neoliberale wetenschapsmanagement. Zoveel kunnen we wel zeggen: sinds de kunstwereld heeft toegestaan dat het onbeduidende kliederwerk dat door MV als voorstadium van de Victory Boogie Woogie werd gepresenteerd op De Wereld Draait Door, als belangrijk werk is erkend, lijkt het hek van de dam. Elke gelukszoeker en avontuurlijke kunsthistoricus kan opeens mirakels ontdekken.
Ik voorspel dat er de komende jaren nog vele VBW’s zullen opduiken, in navolging van het vervalste oeuvre van Modigliani waar Vlekveld het lef heeft naar te verwijzen. Ik zie het al voor me. Binnenkort zal Magda Vlekveld ongetwijfeld een cursus bij de Volksuniversiteit aanbieden: Zelf je eigen VBW maken. Jawel, zo ver heeft het verval doorgezet van wat ooit een wetenschap en een meesterwerk was en nu, als alles wat naar superzaken ruikt, een speelval van derderangs kletsers en prutsers is geworden. Bah!

Prof. dr. A.W. Botering, Leiden

(Uit: Het Parool, Ingezonden Brieven, 10 april 2013)

Arjen

4 jaren, 7 maanden geleden

Improvisatie

1,7

Het is alles, eigenlijk bestaat het niet.

Het is alles, eigenlijk bestaat het niet.

Beter is het gezien te worden in de schepping,
dat wat je maakt. Waar je tubes vol
pigment voor leeg knijpt op doek.

Vastleggen is gered worden of op zijn minst
gespaard. Als er hier blauw moet komen
dan is het wit daarna nodig. Het lichaam
is een penseel. De mens als zodanig,
een associatie. We hebben ons
zelf gemaakt.

Niet aan haar wangen denken die
al rood werden na één slokje wijn.

Rinske Kegel

4 jaren, 7 maanden geleden

Improvisatie

1,3

Levensles

Het moet eind jaren zestig zijn geweest, in de binnenstadse jazzkit die gedurig stonk naar bier en sigaretten. Na zijn indrukwekkende optreden kwam de 82-jarige Chubby 'the Fingers' Mahoney naar de bar geschuifeld. Op het vlondertje links naast de toetsen voor de laagste tonen stond een asbak waarin een sigaarstompje lag te kwijnen. Vanuit mijn positie leek het daardoor alsof de pianotoesten nog narookten, hetgeen mij niet had verbaasd. De drummer wiens naam ik ben vergeten schroefde traag zijn bekkens van de standaards in het schrille werklicht dat zojuist was aangedaan. Zijn voorhoofd parelde nog van zweet, maar hij grijnsde tevreden. Bij de bar aangekomen kreeg Chubby zonder dat hij er om vroeg een dubbele whiskey aangereikt. Ik vond het geweldig om naast zo'n grootheid te staan, de man wiens platen ik grijs draaide vanaf het moment dat mijn schoolvriend Wim mij op zijn muziek had geattendeerd. Hij was anderhalve kop kleiner dan ik en hij meurde naar zweet. Ik durfde niets tegen hem te zeggen dus meer dan een gespannen knikje kreeg ik niet voor elkaar. Hij keek naar mij op en hief zijn glas een centimeter bij wijze van proost. Met de blik van een schildpad monsterde hij mijn gezicht en zei: 'Weet je wat het is met improviseren, je moet je helemaal leeg spelen. Je moet je helemaal leeg spelen. Echt helemaal leegspelen, net zo lang tot je het niet meer weet. Dat al je ideeën en trucjes en dingetjes en haakjes en lickjes op zijn. En op dat moment sta je voor die zaal, één eindeloze seconde voor die zaal met al je fans in het publiek die jou willen horen pieken, en je voelt hoe de hitte van de lampen door je kraag omhoog kruipt naar je hoofd. Je flikkert in een afgrond, oh yeah je wordt bevangen door paniek. Dat is het moment waarop jouw improvisatie begint.'

Mitch

4 jaren, 7 maanden geleden

De kist

Joy Puik

1,5

Eerste reportage

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 28 March 2013 21.45
subject: Scoop

Shit Sammie, ik heb gotnomdevoetschimmel niet eens de tijd meer om je te mailen. Ik wilde eens rustig met Mingus eten om hem uit te leggen wat mama Joy tegenwoordig allemaal uitvreet, maar ik kreeg drie telefoontjes achter elkaar. Elk van een half uur. Tenslotte was mijn eten koud en zat hij te huilen boven zijn lege bordje, het wurm. Nu ligt hij in bed, hij mag nog even een boekje lezen. En ik zit op de bank, laptop op schoot, kouwe zompige wentelteefjes te knagen.
Waar was ik gebleven? Een tolk. Op internet moest je eerst overal je naam invullen en een aanvraag formuleren, en dan maar afwachten. En ik had haast! Ik heb een paar van die bureaus gebeld. Of ze namen niet op, of ze hadden geen tijd. En ik merkte dat ik helemaal geen zin in die lui had. Ik dacht ineens aan die meid achter de toonbank bij onze Chinees. Die is goedgebekt, die kent Mandarijn. Daar kan ik tenminste mee opschieten.
Ik sprong in de auto. Na een kwartier had ik de baas met zijn vervaarlijke babi pangang-mes uitgelegd wat ik wilde. Hij het meisje bellen. Ze wilde wel wat bijverdienen. Terwijl zij naar me toe kwam, belde ik AS3, of ze een cameraman konden sturen. Was het belangrijk? Ja, heel belangrijk. Hoe moet ik nou weten wat belangrijk is? Ik begin net!
Toen Li Yi en ik bij de Papierweg aankwamen stond de cameraman al sfeerbeelden te schieten. Van de foute boot, dat wel, maar de bedoeling was goed. Een jonge jongen, Herman, hij was vorige week net begonnen, dus hij had nauwelijks meer ervaring dan ik. De loopplank lag dit keer uit, dus we gingen met z’n drieën aan boord. Chen, zo heet onze Chinees, had zijn baard afgeschoren, met een bot mes, want hij had zich nogal opengehaald. Hij had een wit overhemd aangetrokken waarvan de boord onder het bloed zat. Herman leende hem zijn jasje om het wat te bedekken. We deden een kort interview. Li Yi was geweldig, ze wist hem helemaal op zijn gemak te stellen. Hij werd rustig en bijna helder. Hij beweert dat hij een versie van die Victory Boogie Woogie heeft, dat schilderij van Mondriaan waar een paar maanden geleden zo veel gedonder om was. Hij haalde inderdaad een schilderij uit een oude kist dat er veel van weg had ook. Maar hij wist niet hoe hij het vast moest houden, want het hoort op zijn punt te staan, niet op een kant. Ik heb het nog even nagekeken.
Daarna naar de studio, waar we een item in elkaar geflanst hebben voor de uitzending van 6 uur. Twee minuten, hop, klaar.
De uitzending was nog niet begonnen of we kregen al van alle kanten telefoon. Het NOS-journaal, of ze de beelden mochten gebruiken. Kranten, met vragen om meer achtergrond. Net, bij de wentelteefjes, kreeg ik die Magda Vlekveld aan de telefoon. Dat is die grauwe dame met dat pruimenbekkie die de tweede versie van de Victory Boogie Woogie heeft ontdekt. Ze was toen de hele tijd in het nieuws. Die begint me toch te tieren! Ik had hele delicate onderhandelingen doorkruist. Zij was bezig om het schilderij voor Nederland te ‘verwerven’ ( ze bleef maar bezig over dat ‘verwerven’, dat is toch gewoon kopen?) en nu had ik de prijs opgedreven met mijn onnozele reportage. Ik vroeg haar of ik haar mocht interviewen. Toen draaide ze bij. Zul je altijd zien.
Ik heb werkelijk geen idee of die Chen een fantast of een vervalser is. Of dat dat schilderij dat hij bij zich heeft echt van Mondriaan is. Die Vlekveld zal er toch niet voor niets zo op gedoken zijn?
Nou, het is in elk geval spannend, mijn nieuwe baan. En voorlopig willen ze me wel houden daar.
Kom nou toch eens terug! We missen je, Mingus en ik.
Joy

Han van der...

4 jaren, 7 maanden geleden

De kist

Fei Fei

1,7

Aankomst in Nederland

Langzaam glijden we de haven binnen. Het is alsof de motor uit is en we alleen maar wat drijven, stilletjes, richting de kade.
Ik ben buiten op het zijdek gaan staan, in de regen, waarom weet ik eigenlijk niet. Naast me staat een man, hij is me achterna gelopen. Zijn naam is Chen. Met hem vorm ik een echtpaar. Chen is zeven maanden geleden in Peking met me getrouwd. Hij was verliefd op me en zo aanhoudend.
Mijn man pakt zijn fototoestel uit zijn zak en kijkt verwachtingsvol door de lens. Hij maakt een foto en ik begrijp niet waarom. Wie wil er nou een herinnering van dit uitzicht: wat bruine gebouwen, wat desolate hijskranen, een loods en laaghangende grijze wolken? Ik hoop dat de rest van dat Nederland minder saai is.
We dragen allebei dezelfde felgele regenjas. Ik voel me voor gek staan in dit idiote ding. Chen had ze gisteren in het bootwinkeltje gekocht. Omdat ze van pas zouden komen in Nederland, zei hij. Zijn cadeaus zijn altijd teleurstellend.
Desondanks steun ik mijn man. Ik help hem bijvoorbeeld met het dragen van onze bagage: twee koffers en de zware, gelakte notenhouten kist met daarin het schilderij van Piet Mondriaan. We zullen voor het terugbrengen van dit werk een beloning krijgen, van iemand, en vanaf dan zal mijn toekomst beter worden dan het verleden. Want de overheid hier heeft in 1990 voor heel veel geld een bijna identiek kunstwerk van Mondriaan gekocht. Ja, het mondaine leven waar ik altijd al van gedroomd heb ligt in het verschiet.
Chen legt zijn arm om mijn schouder en hij houdt het fototoestel voor ons in de lucht. Ik glimlach en hij drukt op het knopje. Als hij ons op het schermpje wil terugzien blijkt de foto mislukt, omdat er een regendruppel op de lens lag. Als hij een tweede poging wil wagen raakt de boot de wal en door de kleine schok laat hij bijna het toestel uit zijn handen vallen.
Waarom ik met deze sul getrouwd ben? Om die bruidsschat natuurlijk.
Over een paar minuten zal de boot echt aangemeerd zijn en het schilderij zal door de douane moeten. Ik hoop dat dat goed zal gaan. We hebben in ieder geval nauwkeurig voorbereid wat we zullen gaan zeggen…

Robbert

4 jaren, 7 maanden geleden

Improvisatie

Godfried de Ridder

1,7

Ik vond dat altijd iets romantisch hebben

—Godfried, gozer, kan ik je straks terugbellen? I'm in the middle of something.
—Stefan… ik ben alleen benieuwd… heb je de foto's al ontwikkeld?
—Ontwikkeld? Really?
—Dat zeg ik ook maar om te benadrukken dat ik de tijd heb meegemaakt waarin de dingen nog fysiek waren… werkelijke waarde hadden. Maar heb je er al naar gekeken?
—Nou ja, ik heb ze van mijn camera gehaald. Alle 233. 234? De ellende van digitaal is dat je er, als je even niet oplet, meteen honderden maakt. Volgende week zit hier een meisje van vijftien… projectweek van school… zij mag de selectie maken.
—Maar is het wat? Hoe sta ik erop? Maakt het iets bij je los?
—Godfried, ik heb gefotografeerd hoe je een fles rode wijn opdrinkt. Old man empties bottle. Als dat überhaupt iets heeft losgemaakt, was het in jouw hoofd.
—…
—Ik bedoel, het idee is dat er op termijn iets zichtbaar gaat zijn. De opkomst van een kunstenaar. Zijn wederopstanding. Zijn ondergang. In het beste geval, hè… het kan natuurlijk ook dat het nergens toe leidt. Laten we vooral rekening houden met de slechtst mogelijke uitkomst.
—Wat mij mooi lijkt is als er onverwachte details opduiken in je foto's. Ik denk aan Antonioni… Blow-up… een mysterieuze schittering in een bosje blijkt een vuurwapen…
—Jouw buurt leent zich daar goed voor, er gebeurt altijd wel iets in de haven. Al vrees ik dat geweldsdelicten niet meer zo tot de verbeelding spreken als in de sixties. Marokkanen die iemand een mes tussen de ribben steken voor een iPhone… daar kun je moeilijk nog een bedachtzame arthousefilm van maken…
—Zou het toch niet beter zijn om te filmen?
—…
—Zo'n… hoe noem je dat… docusoap… over mij. Dat is toch wat de mensen tegenwoordig willen?
—Ottie, hier hebben we het eerder over gehad. Alle respect voor jou en je werk, maar ik heb geen tijd om je zeven dagen per week te filmen. Om nog maar te zwijgen over de montage… wat een tijdrovende kutklus is dát. Meer dan een fotoreeks zit er echt niet in. Desnoods maken we er een fotostrip van… tekstballonnetjes erbij. Maar ik sta te koken hier… te bakken… het is altijd een godsgenoegen om met je te babbelen… maar ik moet nu echt verder…
—Denk je dat foto's dezelfde impact kunnen hebben als een tv-programma? Vorige keer zei je dat je snel naar de foto's zou kijken om daar een uitspraak over te doen.
—Weet je wat impact kan hebben? Als je weer eens vernieuwend werk ging maken… zoiets als wat je in de eighties in Berlijn deed. Toen zagen de critici een belofte in je, toch?
—Dat is een ontologie of vijf geleden… Nu gaat het er alleen nog om wat de mensen van je vinden. Als je erin slaagt ze te laten geloven dat je een kunstenaar bent, dan ben je het. Een meeslepende visie, charme… daar begint het mee. Talent bestaat niet meer. Vakmanschap, idem dito. Voordat ze wegging zei Nicole steeds dat ik aan mijn imago moest werken… dat ik anders hier in de garage zou verpieteren… en ze had een punt. Ik heb nog een paar decennia voor de boeg. In die tijd kan er nog van alles gebeuren, dus het is hoog tijd dat ik van mezelf laat horen.
—Geloof je dat echt?
—Dat is hoe het nu werkt. Voor mijzelf is er niets dan het werkproces om genoegen uit te putten… maar dat moet ik faciliteren door mezelf op gunstige wijze te presenteren in de media. Anders kon ik net zo goed al dood zijn.
—…
—Trouwens, wat het proces betreft… mis jij je doka niet? Ik vond dat altijd iets romantisch hebben… het rode licht… het fotopapier… de chemicaliën…
—Ik heb nooit een doka gehad, Godfried…
—Je kan toch valse nostalgie koesteren?
—Nu ik je toch aan de lijn heb… ik wilde nog aan je vragen of je die Chinees hebt gezien… met zijn Mondriaan. Is dat niet bij jou in de buurt?
—Een Chinees met een Mondriaan?
—Iemand die zegt dat hij een versie van de Victory Boogie Woogie bezit… hij ligt aangemeerd in de haven. Als een soort sinterklaas komt hij per schip een cadeautje overhandigen… aan de hoogste bieder. It's all over the news.
—Mondriaan… ouwe boef… dat is nou precies wat ik bedoel. Hij zéi dat het ging om waarheidsvinding… de verinnerlijking van de wereld om hem heen. Maar eigenlijk overtuigde hij diezelfde wereld er met zijn gewauwel van dat hij ertoe deed. Dat gepruts met plakbandjes… interessantdoenerij…
—Serieus… ga je nu Mondriaan lopen dissen? O!
—…
—Tering… mijn ei is zwart… de keuken staat blauw… Godfried, ik hang nu op…
—Stefan, over die foto's…
—Spreek je later!

Niels ’t Hooft

4 jaren, 7 maanden geleden

Vervalsing

Bert van Petten

1,8

Zolang er maar niemand kijkt

Tweets

Tweedehands fietsen verhandelen, of kunstschatten: de schaal, de prijs en het netwerk zijn verschillend, maar het principe is hetzelfde
2 april

Reclamebord, viaduct, koeltoren en sigaar: op weg naar de loods ben ik net Tony Soprano
3 april

In de loods staan fietsen, fietsonderdelen en fietswrakken, maar er is nog plek voor zeker een filmploeg, eettafels en een club balletdanseressen
3 april

In de rafelranden van de stad gebeuren dingen die niet kunnen, zolang er maar niemand kijkt
4 april

De eik lijkt vandaag wel op een andere plek te zijn gaan staan, zolang er maar niemand kijkt
4 april

Geen dingen die iets te betekenen hebben, alleen kleine onmogelijkheden, zolang er maar niemand kijkt
4 april

Volgens de krant zit in een kist op de boot voor mijn loods de #victoryboogiewoogie van Mondriaan
5 april

Vragen of een Chinese vrouw in een gele jas koffie wil, kan gewoon in het Nederlands
6 april

Het hebben van een husband is voor een Chinese vrouw geen reden om niet te flirten
6 april

Chinese vrouwen kunnen achtjes fietsen om bureau's als de beste
6 april

In de kist op die boot zitten zowel een echte #victoryboogiewoogie van Mondriaan, als een goedkope vervalsing, zolang er maar niemand kijkt
7 april

Sinds ik over #victoryboogiewoogie twitterde heb ik meer volgers dan de fietsfabriek
7 april

Slapen op de slaapbank is een zekere manier om wakker te blijven
7 april

Het tikken van politielint in de wind stopt als iemand het vastpakt en van het ontbreken van geluid word je ook wakker
8 april

Een plastic politielint scheelt in gemoedsrust als het zit tussen jou en een insluiper
8 april

Na een schreeuw en een sirene is een politieman met een bijl nauwelijks een verrassing maar nog steeds een angstaanjagend gezicht
8 april

Dirk Vis

4 jaren, 7 maanden geleden

Geldnood

Joy Puik

1,8

Onderzoeksjournaliste!

Joy Puik

to: Samantha Borger

date: 26 March 2013 20.35

subject:

Ha lekker dier van me,

Het is me gotnomdejubeltenen nog gelukt ook! Vanmiddag werd ik gebeld, door de hoofdredacteur, morgen kan ik aan de slag. Ze zitten kennelijk nogal omhoog. Die Gerrit Wispelbaan, die kerel die de baan vóór mij had, is jankend weggevlucht. Onderzoeksjournaliste! Had je dat ooit verwacht van jouw Joy? Ik ben meteen naar de copyshop gerend om visitekaartjes te maken en pas toen ik die zag begon ik het zelf te geloven. “Joy Puik, Onderzoeksjournaliste, AS3”, het stond er echt. Best sjiek geworden, die kaartjes.

Natuurlijk, je hebt het al gezegd en je hebt gelijk: AS3 is veel te klein voor een onderzoeksjournalist. Ik ben een statussymbool dat ze zich niet kunnen veroorloven. Ik moet niet denken dat ik de tijd kan nemen voor onderzoek. Ik zal voortdurend items moeten leveren. Ik zal me moeten bewijzen. Ik heb geen zin om mijn hele werkende bestaan rechtbankverslagen uit te typen. Deze job mag dan een vergiftigd geschenk zijn, het is een geschenk.

Ik heb bij AS3 gevraagd wie hun vaste contactpersonen zijn, maar ze hadden geen idee waar ik het over had. Dat nieuwsrubriekje wordt samengesteld uit de binnengekomen persberichten. En Wispelbaan was nogal een solist. Dus ik ben de hele ochtend bezig geweest de politie te infiltreren. Bureau binnenlopen, praatje maken, kaartje achterlaten. Je moet ergens beginnen. Natuurlijk heb ik ook de woordvoerder gebeld. En ik ben bij de rechtbank wezen informeren. Meeste mensen reageerden nogal lauw. Ook hier zal ik me moeten bewijzen.

’s Middags wezen praten bij die buitenschoolse opvang, en in alle supermarkten briefjes opgehangen voor oppas. BSO-dame was heel vriendelijk. Dus Mingus gaat in de papierverwerkende industrie. Ook hij zal elke middag met een bak knutselwerkjes thuiskomen, en waar moeten we de rotzooi laten? Ik heb een Goed Gesprek met hem gehad, en hij probeert het allemaal te begrijpen. Er belde net al een oppas, een meisje dat wel wat geld kan gebruiken om haar studie te financieren.

Mingus vroeg wanneer je weer thuiskwam. Ik heb gezegd dat je het allerliefste weer bij hem zou zijn maar eerst even je onderzoek moet afronden. Het arme schaap. Had hij maar andere ouders moeten kiezen!

Ik zit op het balkon, met een dikke trui aan want het is eigenlijk veel te koud. De oostenwind giert recht door de Grianestraat.

Tijd om naar binnen te gaan. Verschillende delen van mijn anatomie verlangen je onverdeelde aandacht. Het is maar dat je het weet.

Han van der...

4 jaren, 7 maanden geleden

Het plan van Chen

Joy Puik

1,3

Een tip

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 27 March 2013 13.20
subject: Beet!

Ha heerlijk wijf,
Je raadt niet wie er gisteravond belde. M’n eigen vadertje! Hij had het in de krant gelezen, van mijn baan. Hij feliciteerde me alsof er niets gebeurd was. En ik deed net zo hard mee, of er niets is gebeurd, ik lulde over mijn verlegenheid heen. Ik wilde hem al bellen, ik was die stomme ruzie zo zat, maar ik wist niet wat ik moest zeggen. Dat ik er spijt van heb? Ja, dat wel, maar niet dat ik iets fout heb gedaan. Ammehoela.
Was ook helemaal niet nodig. Got wat is het fijn om weer normaal te kunnen doen.
Ik weet niet of het als zoenoffer bedoeld was, maar hij had een tip voor me. Hij had van een collega gehoord dat ze een schip aan de ketting hebben gelegd. Goed, dat doen ze wel vaker natuurlijk bij de douane, maar hij had het gevoel dat hier een verhaal achter zat. Druk overleg, geheimzinnigdoenerij. Het schip ligt aan de Papierweg, dus ik ben er direct heen gegaan om poolshoogte te nemen.
Het is nogal een rottig bootje, de Eleftria. Dwars door de dikke rode verf zie je hoe vaak er nieuwe ijzerplaten over oude gaten zijn gelast. Er zitten roestplekken tot bijna op de waterlijn. Een oude vissersboot is het geloof ik, maar het grootste deel van masten is eraf gesloopt. Een ruime kajuit, dat wel.
Toen ik aan kwam lopen waren de gordijnen dichtgetrokken. De loopplank lag niet uit, maar met een flinke sprong wist ik aan boord te komen.
Er kwam een stevige heer uit de kajuit die me met wapperende handen en schuddend hoofd beduidde dat ik niet welkom was. Ha! Ik zei dat ik van de pers was. Zijn Engels was niet afdoende om deze mededeling te verwerken. ‘Television,’ zei ik. ‘You on television?’ Dat begreep hij. Natuurlijk wilde hij op televisie.
Ik had natuurlijk nog geen cameraman bij me maar ik kon hem toch aan het praten krijgen. Hij bleek een Griek te zijn. Hij was van Griekenland naar Amsterdam komen varen. Waren er nog meer mensen aan boord? Er waren nog meer mensen aan boord. Twee Chinezen, een man en een vrouw (hij had spleetooggebaren nodig om me dit duidelijk te maken.) Mijn Griekse vriend ging ze wel even voor me uit het ruim halen. ‘Television,’ hoorde ik hem op het dek roepen, ‘Television!’
Nou, daar kwamen ze. Ach jee wat een sneu volkje!
Hij was helemaal een verfomfaaid exemplaar. Zijn kleren waren kleurloos en versleten. Zijn baard vertoonde op de vreemdste plekken gaten.
Zij was duidelijk een jaar of tien jonger dan hij. Ze schaamde zich voor hem, geloof ik. Zelf probeerde ze nog een vorm van schone schijn op te houden, wat onder de omstandigheden heldhaftig was.
Zij was trots en getergd. Hij was gewoon wanhopig.
‘Very important mission,’ zei hij. ‘Very important mission.’ (Ik ga geeneens moeite doen om zijn accent fonetisch weer te geven.)
‘What is your mission?’ vroeg ik maar.
‘Come bring Victory Boogie Woogie to Holland! Very important.’
Ik besloot dat ik een tolk nodig had.
Rest komt later.
Veel zoenen op diverse plaatsen.
Joy

Han van der...

4 jaren, 7 maanden geleden

Het plan van Chen

Chen

1,5

De douane ruikt onraadt

Door het patrijspoort kwam een futloos licht. Het leek op het licht in Beijing, even melkig en diffuus. Welkom thuis, dacht Chen, reis je de halve wereld om in een benauwde hut en verandert er hoegenaamd niets. Straks stapt hij van het schip en grijnst alles hem weer toe, zijn hele leven in China: de wolkenkrabbers die hij met spoedbestellingen moet afjakkeren, de volgepakte wegen waar hij op zijn fiets doorheen moet manoeuvreren, de gore lucht die hij gedwongen is in te ademen, de armetierige kamer met gemeenschappelijke keuken op tien hoog, die hij met Fei Fei deelt, en even twijfelde hij aan de hele onderneming. Zo onbezonnen was hij niet eerder geweest, zelfs niet toen hij illegaal vuurwerk naar de hoofdstad smokkelde. Goed, hij had gevangen gezeten, er waren schulden ontstaan, Fei Fei had zijn creditcard volledig leeggeplunderd en had hem ook stevig onder druk gezet met haar minnaar, maar hoe had hij het in zijn hoofd gehaald al zijn kaarten te zetten op dat spuuglelijke schilderij? Als het nou een fraaie pentekening was geweest, van een meisje bij een beek, een maan boven een rijstveld, een vogel in een wilg, een pandabeer in het bamboe! Maar dit was niet meer dan een tafelkleed waarbij zelfs de cultuurcommissie nog in slaap zouden zijn gevallen!
De angst greep hem naar de keel. Het was onbehaaglijk met dat schilderij op pad te gaan terwijl het hem volstrekt koud liet en voor hem niet te doorgronden viel waarom er mensen op de wereld schenen te zijn die er vele miljoenen voor over hadden. Misschien was het toch niet zoveel waard als hij dacht, of zou die professor Vrekvlek,Vlekvlek, Vlekvel, of hoe ze ook mocht heten, meteen ontdekken dat het niet door Mondriaan maar door zijn grootvader moest zijn geschilderd. Die man was een bohemien geweest, een wereldreiziger, hij had overal gewoond en alles gedaan wat Confucius verboden had, hij was ook nog eens een musicus geweest, een jazzmusicus, een artiest, en het liet zich heel wel indenken dat hij na zijn kennismaking met de Nederlandse schilder moet hebben gedacht, ‘als schilderen zo eenvoudig is, kan ik het thuis ook wel eens proberen, wie weet kan ik er nog een beetje mee bijverdienen,’ maar dat was toch meer zoals Chen zelf dacht, van zijn grootvader had hij nooit iets begrepen.
Ze stonden dicht opeen gepropt : de douaniers, Fei Fei en hij. Desondanks maakte de douaniers zich breed, hun benen uiteen, gretige uitdrukking, ze roken prooi. Fei Fei keek hem niet meer aan; dat er problemen waren met het inklaren, was voor haar eens te meer een bevestiging dat hij nergens voor deugde, ze ging van niets anders uit. Tegen het onderste bed stond de kist, op zijn kant, ze staarden ernaar alsof het om dat houten geval ging en niet om wat erin zat. Chen had overal spijkers in gejast; vertrouw maar eens op een sluiting als je leven ervan af hangt. ‘Breekbaar’ had hij er ook nog op gekalkt, in het Chinees. En, wel weer in het Engels: ‘Deze kant boven.’
Het duurde even voor kapitein Giorgos Papadiamantes terug was. De schroevendraaier en het breekijzer gaf hij met een knikje aan een van de douaniers, ze begrepen elkaar. Chen kreeg een dodelijke blik. Problemen op zijn schip, iets wat het daglicht niet kon verdragen, verborgen handeltjes - als hij er zelf geen profijt van trok, wist hij zich verraden.
De douanier begon al te wrikken. Toen de opening groot genoeg was, dreef hij het breekijzer er met geweld in. Het hout kraakte , spijkers glinsterden in de spleet als draden slijm in een mond. Chen kon het niet meer aanzien, hij schoot naar voren, maar de andere douanier greep hem zo hard bij de polsen dat ze begonnen te schrijnen, en stevig vastgeklemd zag hij hoe de deksel plank voor plank verwijderd werd en het schilderij, gehuld in een laken, bloot kwam te liggen. Meteen begon de douanier eraan te rukken, voor hem leek elke handeling op een worsteling uit te draaien, het duurde even voordat hij doorhad dat het met vliegertouw op zijn plek werd gehouden, en hij sneed het door en trok het er vervolgens met een groots gebaar af, alsof het om inhuldiging ging.
‘Kunst,’ mompelde de een in het Nederlands.
‘Van wie zei je ook al weer,?’ vroeg de ander, weer in het Engels.
Chen bewoog niet meer, hij leek verlamd, hij was ook nog vastgeklemd. ‘Monlian’ zei hij toen hij tot hem doordrong dat hij was aangesproken.
‘Monlian,’ herhaalde de douanier, en hij liet zijn wijsvinger over zijn smartphone hinkelen, keek naar het scherm, hield het voor Chen’s gezicht. ‘Er leeft een Monlian Lee in Manilla, en een Monlian Chen in Livingston, New Jersey, maar ik geloof niet dat zij de schilderkunst beoefenen.’
‘Als uw collega mij even wil loslaten,’ en hij wreef over zijn polsen, trok zijn portemonnee, zocht tussen de beduimelde renminbibiljetten en haalde een opgevouwen krantenartikel tevoorschijn, uit de Beijing Times.
Eerst las de ene douanier het, daarna gaf hij het, met opgetrokken wenkbrauwen, aan de ander. ‘Nooit van gehoord. Is dit hetzelfde schilderij? Van dezelfde schilder?’
Chen schudde zijn hoofd, ‘derde versie, ik heb een afspraak met die professor, professor Vekvel,’ en hij wees naar de foto.
‘Dat gaat me een beetje snel, lijkt me toch eerder een zaak voor justitie,’ zei de kleinste van de twee, en hij viste zijn smartphone al uit zijn broek.

Edzard

4 jaren, 7 maanden geleden

Meesterwerk

Magda Vlekveld

1,8

Een derde Victory Boogie Woogie?

Magda Vlekveld
Een derde Victory Boogie Woogie?

Drie maanden geleden maakte ik het nieuws wereldkundig dat ik op een zolder in New Jersey een vroege versie had ontdekt van Piet Mondriaans Victory Boogie Woogie. Het betreft een ruitvormig doek waarop Mondriaan in krijt en scotch tape een opzet en eerste invulling heeft gemaakt van wat zich zou ontwikkelen tot zijn grote laatste meesterwerk, dat nu te zien is in het Gemeentemuseum in Den Haag. Dat deze versie bestond wisten we uit de dagboeken en een schets van de hand van Charmion von Wiegand (1896-1983), Mondriaans goede vriendin en vertrouwelinge uit de tijd dat hij juist in New York was aangekomen.
Het wonderlijke aan de reeds bekende schets was dat daarop het schilderij omgekeerd stond afgebeeld: de rode en gele banen in het midden waren van plaats verwisseld vergeleken met de beschrijving die Von Wiegand ervan gaf in haar dagboek. De veronderstelling was lange tijd dat haar schets (die ze na een bezoek aan Mondriaans atelier thuis uit het hoofd maakte) later per ongeluk op z'n kop was gezet en ondertekend. Dit nu blijkt niet het geval te zijn geweest.
In de door mij ontdekte versie in de opslag van een achternicht van Charmion von Wiegand staan de lijnen precies zoals zij ze weergaf. Ze moet, vermoedelijk op 13 juni 1941, het werk van Mondriaan hebben meegekregen, in ruil voor het betere linnen en spieraam waarop het thans bekende werk is vervaardigd. Het linnen van de eerste versie is vrij grauw en rafelig. Om redenen van kiesheid heeft ze hier altijd over gezwegen, ook in het bekende interview dat ze in 1971 aan Margit Rowell gaf bij de Centennial Exhibition in het Guggenheim Museum.
Mijn ontdekking baarde wereldwijd opzien, maar werd al snel algemeen geaccepteerd als een belangrijke voorstudie van de hand van onze grootste schilder van de 20ste eeuw. Alleen bij enkele collega's hier te lande bleef scepsis bestaan over de echtheid van het werk (al heb ik de provenance onweerlegbaar tot 1941 herleid). Nu evenwel bereikt ons het bericht dat er een derde versie van de Victory Boogie Woogie zou zijn opgedoken op een boot in de Amsterdamse haven.
Zolang wij het werk niet grondig bestudeerd hebben, kunnen we natuurlijk niets zeggen over de echtheid ervan. Toch is het, anders dan ik 'experts' nogal voorbarig hoorde verkondigen, zeker niet uitgesloten dat zo'n versie zou kunnen bestaan. Het is immers bekend dat Mondriaan tussen de eerste fase waarin hij aan het doek werkte in 1941-1942 en de tweede fase vanaf oktober 1943, het schilderij lange tijd op zijn atelier heeft gehad zonder dat iemand het meer heeft gezien. Dat hij er niet verder aan werkte valt deels te verklaren door andere verplichtingen, deels omdat hij niet tevreden was met het behaalde resultaat en naar middelen zocht om het nog uit egale kleurstroken samengestelde werk meer dynamiek te geven.
De versie uit de tweede, derde en vierde fase (na januari 1944) verschilden zo sterk dat bezoekers zich afvroegen of Mondriaan niet een geheel nieuw werk had gemaakt. De schilder zelf ontkende dat met zijn befaamde uitspraak dat hij niet geïnteresseerd was in schilderijen, maar ontdekkingen wilde doen. Het doek van eind 1943 had voltooid geleken toen Charmion von Wiegland het in Mondriaans atelier bekeek, maar dat van januari 1944 was compleet anders.
Ik beweer niet dat we hier volgens mij met een authentiek werk van Mondriaan te maken hebben. Ik zeg alleen dat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat het echt zou kunnen zijn. Ik schrijf dit artikel op persoonlijke titel, alleen om de discussie over dit nieuwe werk open te houden in plaats van meteen met modder te gaan gooien. De huidige, Chinese eigenaar ervan heeft naar verluidt al zoveel informatie verstrekt aan de autoriteiten dat we van een vrij betrouwbare provenance kunnen spreken.
Anderzijds is de mogelijkheid van bedrog nooit uit te sluiten. Maar er zijn vreemd genoeg opvallend weinig valse Mondriaans bekend, zeker als je het vergelijkt met het werk van bijvoorbeeld Modigliani, wiens huidige oeuvre voor minstens 50% uit vervalsingen bestaat. Daarom zeg ik: laten we open minded blijven en afwachten wat de toekomst nog zal brengen. We beleven spannende tijden, zoveel is zeker.

(Uit: Het Parool, Opiniepagina, 5 april 2013)

Magda Vlekveld is kunsthistorica die internationaal als de grote specialist van het werk van de late Mondriaan geldt.

Arjen

4 jaren, 7 maanden geleden