Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Sponsor

Fei Fei

Personage: Fei Fei

De hele mannenbende

Proza door Robbert – 5 jaren, 6 maanden geleden

Deze kant van Chen was ik even vergeten: in sommige situaties kan hij zo paniekerig en drammerig zijn. Zoals hij mij negeerde, naar de stuurhut stormde en Wong maar liet foeteren; dan heeft hij iets voor ogen - en tegelijk lijkt hij blind. Alles moet wijken voor een plannetje waar hij niemand over informeert, dus niemand weet precies wat er aan de hand is. Op zo’n moment lijkt hij op een voortdenderende trein die op een muur af rijdt, terwijl Chen, als hij eens rustig om zich heen zou kijken, zou kunnen zien dat er een stukje verderop een opening is.

In ieder geval vond ik het niet zo realistisch om met die hele bende mannen èn de Victory Boogie Woogie de zee op te varen. Wat dacht Wong nou? Dat het allemaal zo makkelijk zou gaan? Ik wist zeker dat we het open water niet eens zouden bereiken. Voordat we de haven uit zouden zijn, zou de pleuris al uitbreken, op de boot zelf, bedoel ik. En dan zou er binnen de kortste keren weer iemand in het water liggen. Wie? Ik vreesde arme Botering. Die had zoiets onhandigs over zich, ik zag hem zo over de reling vallen. Of ik zou zelf in het water belanden, dat hield ik ook niet voor onmogelijk. Wong zou het natuurlijk niet zijn, die is niet van de grond te krijgen, waarmee hij liet zien hier de baas hier te zijn, al sprak uit zijn aanhoudende gefoeter eerder onmacht. Chen trok zich steeds verder terug in zichzelf. En Roderik, was hij nu echt alweer aangeschoten? Ik zag het allemaal voor mijn neus gebeuren. Wat een bende.

Daar kwam bij: ìk wilde niet met Chen en Roderik en Wong op een bootje op het water terechtkomen. Dat spreekt voor zich, toch? Drie mannen bij elkaar waarmee ik de afgelopen tijd het bed had gedeeld… het zou geheid ruzie worden. Want ik zag Roderik glazig naar mijn billen kijken toen ik achterom keek. En Chen legde in het voorbijgaan vluchtig zijn hand op mijn middel en hij liet daarna zijn vingers even over mijn bh bandje gaan. En Wong, in bed had hij zich rustig gehouden, maar daarbuiten was het een driftkikker. Dus nee, het kon gewoon niet. Het moest anders kunnen. Mijn god, hoe moest ik dit oplossen? In ieder geval door kordaat op te treden.

‘Zo dus niet,’ siste ik tegen Chen, de enige toon die hij op dat moment begreep. Hij zag me weer, dat merkte ik, ik doorbrak zijn blinde gejaag op die muur. ‘Dit moet anders,’ zei ik. ‘We zullen…’
‘Wat staan jullie daar te smiezen?’ onderbrak Wong me. ‘Stiekem met z’n tweeën plannetjes bedenken, hè? Ik heb het wel in de gaten. Jou vertrouw ik niet meer,’ zei hij terwijl hij met zijn dikke wijsvingertje bijna in mijn gezicht prikte. ‘Achter dat laagje schoonheid gaat alleen maar vuil schuil.’ Alsof hij ineens een moment van helderheid had, vroeg hij aan Chen: ‘Trouwens, waarom heb je me het tweede doek nog niet laten zien? Daar hoor ik je niet over. Die is ook hier op de boot, neem ik aan?’
Als een kind dat straf gaat krijgen van een dominante vader, begon Chen te stamelen. Waarop ik het woord nam: ‘Dat schilderij is niet op de boot. Het is zojuist in een taxi meegenomen - gestolen - door Magda Vlekveld en Godfried de Ridder. Waar de taxi is, geen idee.’
‘Zo zo,’ zei Wong akelig kalm. Met een vuil glimlachje bekeek hij Chen. ‘En wanneer was je van plan mij hierover in te lichten?’
‘Het gaat je toch om ons schilderij?’ vroeg Chen. ‘Ons schilderij is hier op de boot. Wij houden ons aan de afspraak. Alles kan gewoon doorgaan. Als we nu eens met z’n allen de stuurhut in gaan en de motor starten…’
‘Het gaat me om beide schilderijen! Dàt was de afspraak. En het ging me ook om haar.’ Opnieuw wees hij met zijn dikke vingertje naar mij, met een verbitterde uitdrukking op zijn gezicht, alsof ik hem persoonlijk pijn had gedaan door niet te zijn wat hij in me zag.
‘We kunnen ook…’ begon ik, maar Wong luisterde niet. Hij begaf zich alweer naar de loopplank. ‘Ik ga niet weg zonder het andere schilderij,’ zei hij. ‘Twee of niets. Ik wacht op de kade. Zorg er maar voor dat die taxi hier terugkeert.’