Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: De prijs van kunst

Chen

Personage: Chen

Wong's woede

Proza door Edzard – 5 jaren, 6 maanden geleden

Fei Fei’s gezicht straalde toen hij over de loopplank rende. Het viel met geen mogelijkheid te begrijpen: hij zag dat ze daar stil en eenvoudig stond, ineens weer helemaal open voor hem, alsof ze van voren af aan konden beginnen, hij had door dat hij in de schoot geworpen kreeg wat hij zich ten diepste gewenst had, hij besefte dat ze hem alleen al met die blik van haar precies datgene gaf waarom hij die krankzinnige onderneming met de schilderijen was begonnen, hij wist dat hij niets meer nodig had, geen geld, geen andere mensen, geen kunst - en toch groette hij haar alleen maar met een knikje en rende langs haar heen.
Misschien zei ze nog iets, hij kon het niet goed horen, een volgend vliegtuig diende zich aan en uit de garage van Godfried kwam een hels knarsen, alsof daar de aarde openspleet en een monster baarde. Maar hij wilde haar ook niet horen: alles wat van haar kwam en hem tot zichzelf zou brengen, leek hem te ondermijnen. Hij moest rennen, en nog eens rennen, opgejaagd als Woyzeck, en in alle tumult die er rondom de Elefteria was ontstaan Wong ervan overtuigen dat hij geen spelletje met hem speelde maar geheel en al aan zijn kant stond, en dus voor het Rijk van het Midden koos.
Abrupt bleef hij staan, de zwarte auto stopte vlak voor hem, hij hoefde slechts zijn arm te strekken om het portier open te doen en Wong te laten uitstappen.
Gezichten lezen, tekens opvangen, gebaren duiden, als voor elke Chinees was het voor Chen een tweede natuur, en hij bleef dan ook onbewogen, met iets gebogen schouders en op de een of andere wijze ieler dan normaal naast de topman van Hutchison Whampoa lopen terwijl de vloer met hem werd aangeveegd. ‘Wat doen al die mensen daar? Moet de hele wereld er soms bij aanwezig zijn? Als je soms denkt dat je daarmee de prijs om kan drijven, dan vergis je je enorm. In stilte waren we allang tot een deal gekomen, eentje die veel beter voor jou zou zijn geweest. Maar nu zal ik je op de knieën dwingen. Ik zal je helemaal klein krijgen, er blijft niets van je over. Ben je net zo’n botterik als al die mensen hier geworden? Je hebt me in grote verlegenheid gebracht, Chen, ik weet niet of je daar ook achter zit maar er blijkt zelfs een nationale actie opgang gekomen om de Victory Boogie Woogie hier in Nederland te houden. Ik heb die eerste minister hier, die Lll..Rrrutte, moeten bellen om het voor mij op te lossen. Onze ambassadeur is er ook al achter de schermen mee bezig. Zonder ons kunnen ze hier niets meer, ze weten donders goed hoe afhankelijk ze van ons zijn geworden. Weet je, Chen, ik zeg het je maar even voor het geval je het nog niet door hebt, maar als je er niet voor zorgt dat ik hier vandaag met dat schilderij vandaan komt, zorg ik ervoor dat jij wegens landverraad en corruptie naar een heropvoedingskamp gestuurd wordt.’
Chen liet de woorden langs zich afglijden en knikte af en toe, hij wist dat zolang Wong de moeite nam tegen hem uit te varen, er nog niets verloren was. Gezagsverhoudingen waren gezagsverhoudingen, daar hoefde je verder niets achter te zoeken, en je al helemaal niet persoonlijk door gekwetst te voelen.
Bij de loopplank nam de chauffeur als in een dans de hand van zakenman en leidde hem tot op het schip. Roderick, Botering en Fei Fei stonden al op het dek, met de kist die nog niet zolang geleden onder het bed in zijn hut gelegen had; hij voelde een brok in zijn keel, alsof hij ineens aan vroeger herinnerd werd. Negeren, dacht Chen, de hele boel negeren en doorstoten naar de kapiteinshut, anders werk ik me nog verder in de nesten. Terwijl Wong maar bleef razen, ongegeneerd en met overgave, zijn stem hard en scherp als het langs elkaar schuren van platen metaal, liepen ze op Papadiamantes af, die zich met lodderige blik en de armen over elkaar voor de deur had geposteerd, vaag glimlachend.
Vlak voordat Chen naar binnen zou gaan, als laatste, alsof hij er al niet meer toe deed, werd hij aan zijn mouw getrokken.
Ook haar gezicht liet zich moeiteloos lezen. Tegelijk had hij haar nooit eerder zo gezien. Ze was woedend, voor het eerst sinds ze elkaar hadden leren kennen.
‘Zo dus niet,’ siste ze.