Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Lijnen

Roderik van Zwaaij

Personage: Roderik van Zwaaij

Roderik lijnt

Proza door Jochem BroekhovenGastbijdrage – 6 jaren geleden

Roderik werd wakker tussen bezwete lakens, met een hamerende hoofdpijn. Hij kreunde, stond op en liep naar de badkamer. Eerst een koude douche. Hij gilde het uit, maar na een minuut begon het te wennen. Daarna twee ibuprofennetjes, zo uit het vuistje. Hij liet een groot bierglas vol water lopen en goot het achterover. En nog een. Ontbijten? Niet ontbijten. Werken.
Hij zette zijn laptop op de salontafel, en met alleen een handdoek om zijn middel ging hij op de bank zitten. Hij klapte de laptop open, startte op en opende een nieuw document. ‘Elke lijn zijn eigen eindpunt; Mondriaans studie voor de Victory Boogie Woogie’ typte hij. Hij wachtte even aan het begin van de volgende regel. Toen typte hij verder. Hij typte geconcentreerd en vasthoudend, met korte pauzes. Hij vorderde langzaam omdat hij alles wat hij eenmaal geschreven had herschreef naarmate hij beter begreep wat hij aan het doen was. Hij zweette vreselijk en snoof af en toe met wellust zijn eigen stank op. Hij zweette pure alcohol, dacht hij. De gedachte gaf hem kracht.
Na een uur of twee trok hij wat kleren aan en ging hij naar de supermarkt. Hij kocht drie kilo bananen, drie kilo mandarijnen en een flinke zak druiven. Op de terugweg at hij twee bananen. Thuis douchte hij, knoopte weer een handdoek om zijn middel, legde het fruit op schalen en borden om zich heen, en typte verder.
De ideeën hadden zich gevormd tijdens de nachtelijke verzopen uren dat hij naar het schilderij had zitten staren, zonder dat hij het wist. Pas gisteravond, toen hij jankend besloot om te stoppen met drinken, had hij er voor het eerst aan gedacht iets te schrijven. Hij moest terug, dat wist hij. Hij moest terug naar de reden dat hij ooit kunstgeschiedenis was gaan studeren, voordat hij in de stroom van het grote geld en de grote bekken was geraakt. Ooit had hij alles willen weten over kunst, had hij kunst willen begrijpen. Hij had zelfs een blauwe maandag kunst willen maken, maar dat was niets voor hem geweest. Hij was bij Christie’s aangenomen vanwege een briljante scriptie over Miro. En gisteravond had hij ineens weer geweten hoe geweldig het was geweest om daaraan te werken. Waarover hij nu moest schrijven was meteen duidelijk geweest.
’s Middags ging hij naar de copyshop en liet een paar van de foto’s die hij van het schilderij had gemaakt uitprinten op groot formaat. Thuisgekomen hing hij ze met punaises aan de wand tegenover de bank. Nu stond hij regelmatig op en liep naar de foto’s, bestudeerde details, vergeleek de foto’s, at nog een mandarijn en een paar ibuprofen, en typte verder.
Aan het eind van de middag kwamen de trillingen. Hij at nog een banaan, beet op zijn tanden en typte verder. Hij was weer vooraan in de tekst begonnen en schrapte grote delen, die hij nu kon samenvatten in een enkele zin. Langzamerhand groeide het gevoel dat het hem ging lukken, dat hij de tekst kon vormen tot iets zelfstandigs.
Hij ging al vroeg naar bed. Hij droomde dat Fei Fei bij hem in bed lag. Hij was de hele nacht naar haar onderweg maar raakte telkens weer tussen de lakens verstrikt. ’s Ochtends waren de lakens weer doorweekt. Roderik stond op, douchte uitgebreid en ontbijtte met druiven. Ibuprofen had hij niet meer nodig. Hij herschreef het grootste deel van zijn tekst.