Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Vervalsing

Joy Puik

Personage: Joy Puik

Joy goes viral

Proza door Han van der Vegt – 5 jaren, 6 maanden geleden

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 30 mei 2013 20.24
subject: De lichte toets van Magda Vlekveld

Nou, je kunt trots op je vrouw! Ze is weer eens uitgebreid op tv geweest en heeft nu haar eigen viral video, gotnomdegloeiendeschaamstreekschurft. Waarin ze door die zweetlap van een Godfried de Ridder overboord wordt gejubeld, kopje onder in het bepaald onfrisse water van de Amsterdamse haven. Ik ben zeer benieuwd welke ziektekiemen mijn lichaam op dit moment probeert te bestrijden. Vannacht komt de koorts, en tegen zonsopgang zal ik waarschijnlijk al de geest geven, gillend tegen Magda Vlekveld en Frietvet de Ridder die mij in mijn laatste ijldromen zullen omringen. Ach, wat een droevig lot voor zo’n goedbedoelende ziel als ik. En al die tijd zit haar vrouw nietsvermoedend aan de Chileense telescoop, op zoek naar Wega in de Lier.
Goed, zo is het gekomen: de Chinezen – het spijt me dat ik moet generaliseren, maar zo is het nu eenmaal, ze lijken ineens heel eensgezind – hebben zich verzameld in de haven, bij die ouwe rotschuit waarmee ze gekomen zijn. Voor zover ik het begrijp hopen ze dat die meneer Chun Hin Wong, van Hutchison Whampoa Limited, alle schilderijen gaat kopen die ze intussen verzameld hebben, zodat ze naar China kunnen terugkeren. Waarom die man hen niet gelijk een vliegticket kan leveren, zodat ze een redelijke kans maken de reis te overleven, het is Joy een raadsel! Vanzelfsprekend zijn al hun Nederlandse assistenten en parasieten hen gevolgd in hoop een graantje mee te pikken of de schilderijen misschien voor Nederland te kunnen behouden.
Zo ook de heldin van ons verhaal, de jonge journaliste Joy Puik die het nieuws van tussen de tanden van de leeuw etc. en die natuurlijk evengoed een parasiet is. Denk maar niet dat ik daar een mooie reportage kon maken. Niemand wilde iets zeggen, niemand wilde voor de camera, en wat ze elkaar allemaal toeschreeuwden! Ik weet het, je komt een heel eind op televisie met incoherent geraaskal maar of het volk ermee gediend is om de eerbiedwaardige heer Botering te horen schreeuwen dat je ‘die spleetogen ook nergens mee kunt vertrouwen’, ach.
Maar terwijl ik daar over de kade liep, Herman de Cameraman trouwhartig aan mijn hielen, werd ik in alle discretie benaderd door de heer Reginald Cavendish die ik tot op dat moment niet had opgemerkt, waarschijnlijk vanwege die discretie. Ik was blij zijn uitgestreken, flegmatieke bakkes te zien. Natuurlijk wilde hij ook niet voor de camera, maar anders dan Godfried de Ridder kon hij me dat duidelijk maken zonder obscene gebaren.
Ik wist meteen hoe hij mijn dag kon redden. ‘Waar is het schilderij op dit moment? De grote Victory Boogie Woogie die uw cliënt wil kopen?’ Die was aan boord van de Elefteria. ‘Zou ik het misschien even mogen zien? U vroeg me toch om er iets over te schrijven? Dat gaat natuurlijk niet zonder dat ik het schilderij gezien heb.’ (Het leek me onkies om te verwijzen naar die envelop met tienduizend euro die ik zonder verdere plichtplegingen heb verstuurd naar Hutchison Whampoa Limited, ter attentie van Reginald Cavendish Esq.) Hij knikte begrijpend. Hij knikte instemmend. Hij ging mij voor naar de loopplank van de Elefteria.
In de stuurhut stond een grote vurenhouten kist. Reginald Cavendish pakte de kist eerbiedig op en legde hem op tafel. Hij maakte hem open en ging terzijde staan.
O, Sam, ik wist niet hoe ik kijken moest! Ongelofelijk! Een schitterend staaltje, zo veel is zeker. Glad, strak, zonder kleurverschillen binnen het geel, het rood of het blauw, zonder stukjes tape, zonder smet of blaam. En zonder geest. Het zal zeker met de juiste verfsoorten en op een voorbeeldig geprepareerd doek gemaakt zijn, dat vertrouw ik Li wel toe. Maar de verf was in een keer opgebracht, al die gestapelde lagen en doorschemerende vlakverschuivingen die bij Mondriaan horen waren volledig afwezig.
Om me een houding te geven liep ik even het dek op, als door emotie overmand. Ik had moeite niet in lachen uit te barsten. Vanaf de kade hoorde ik kabaal, nog meer dan eerst. Daar kwam die Godfried de Ridder over de loopplank aangestampt. Of het opzet was of dat hij zijn massa niet geheel onder controle had weet ik niet, maar hij gaf me zo’n zet dat ik over de reling kukelde.
Toen ik door de kapitein weer aan boord was gevist hoorde ik dat hij en Magda Vlekveld er met dat nepschilderij vandoor zijn, per taxi. De politie is naar hen op zoek.