Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Ordening en chaos

Juf Elsje en de 21 bengels

Proza door Gregor Verwijmeren – 5 jaren, 10 maanden geleden

Zo, jongens en meisjes, jullie hebben vanmorgen gezien dat er een paar schilders bezig zijn bij de ingang van de school. Weten jullie wat ze aan het doen zijn?’
Hoewel ze net opgewonden de klas binnen waren gestoven, keken de kinderen van groep drie van de voorheen Mondriaanschool uit A(…) met grote ogen naar hun juf - juf Elsje, creabea, knutsel- en knuffeljuf, geliefd bij kinderen en ouders om haar kunstprojecten, die veel meer behelsden dan je doorsnee plakplaat of uitgeknipt profiel: een grote maquette van het dorpsplein inclusief kerk, een mini-musical met eigen muziek, een krijttekening die het hele schoolplein besloeg. Nu ook weer was ze ingesprongen op de grote gebeurtenis die die middag op het programma stond: de officiële naamsverandering van de net geen honderd zieltjes tellende school, in het bijzijn van burgemeester, oud-directeuren en lokale pers.
Een meisje stak haar vinger op en zei schuchter: ‘Aan het schilderen.’
‘Ja Benthe, ze waren aan het schilderen. Maar dat doen ze meestal hè, schilders.’ Een paar kinderen lachten. ‘Maar wát waren ze aan het schilderen?’
‘Letters…’
‘Inderdaad letters. Janny, weet je ook wat voor letters?’
Het meisje met het afgeplakte oog achterin de klas bleef het antwoord schuldig. Een jongetje, dat in tegenstelling tot de andere kinderen en om bepaalde reden alleen aan een tafeltje zat op twee armlengtes van de juf en al de hele tijd op zijn stoel had zitten wippen, kon zich niet langer bedwingen en floepte het eruit: ‘Een nieuwe naam voor de school!’
‘Heel goed, Yannick, een nieuwe naam voor de school. En wat is de nieuwe naam van onze school?’ De vraag was nadrukkelijk niet aan Yannick maar aan de hele klas gesteld.
‘De Victory Boogie Woogieschool!’ klonk het in koor.
‘Heel goed. Vanaf vandaag heet onze school de Victory Boogie Woogieschool. Knoop het in je oren van achter en van voren. Jullie zitten nu niet meer op de Mondriaanschool maar op de Victory Boogie Woogieschool. En jullie weten waarom. Jullie hebben allemaal op het jeugdjournaal gezien dat er een nieuw schilderij van de grote schilder Mondriaan is ontdekt: de Victory Boogie Woogie. Een heel belangrijk schilderij, een heel mooi schilderij ook. En het leek de directeur, na overleg met de MR - dat zijn een aantal van jullie ouders die van vergaderen houden - een goed idee om deze naam, juist nu onze school tachtig jaar bestaat, over te nemen. Als hommage, een soort eerbetoon. En natuurlijk ook gewoon omdat het zo’n mooie, leuke, coole naam is. De Victory Boogie Woogieschool… Wat betekent victory?’
‘Overwinning.’
‘Goed zo. Mondriaan was een heel belangrijke schilder, hè. Hij was de eerste die in zijn schilderijen alleen de primaire kleuren gebruikte. Daar hebben we het uitgebreid over gehad. Kunnen jullie dingen noemen die ook alleen uit primaire kleuren bestaan?’
‘De Nederlandse vlag,’ zei een jongetje.
‘Heel goed, Floris. Blauw en rood zijn twee primaire kleuren. Welke kleur ontbreekt er dan nog?’
‘Géééééééél,’ klonk het met 120 decibel.
‘Precies. Geel. We gaan vanmiddag een groot boek aan de burgemeester aanbieden met al die prachtige tekeningen die jullie in de primaire kleuren hebben gemaakt. En wat gaan we nog meer doen, Philomene?’
‘Een levende Victory Wookie Kookie maken.’
De klas barstte in lachen uit. Elsje moest zeker een minuut wachten tot de boel bedaard was, moest vooral Yannick tot rust manen die naast zijn tafel met zijn vuisten op zijn benen stond te timmeren.
‘Het is ook een moeilijke naam, hè, maar het zal wennen. Maar dat gaan we doen, met die mooie gekleurde vellen die jullie hebben,
een levende Victory Boogie Woogie maken. En dadelijk gaan we nog een keer voor het allerlaatst oefenen, met jullie nieuwe school-t-shirt aan. Dat t-shirt mag je vanmiddag na school aanhouden, want morgen is de jaarlijkse sportwedstrijd tegen de Rien Poortvlietschool uit B(…). Dan kunnen we gelijk onze nieuwe naam op de kaart zetten. Het zijn drukke tijden, jongens en meisjes. Rien Poortvliet schilderde niet in primaire kleuren, hè. Wat maakte hij wel?’
‘Kitsche kaboutertjes en kitsche hertjes,’ klonk het klasbreed.
‘Precies. En gaan we winnen morgen tegen de Rien Poortvlietschool, onder onze nieuwe naam, met ons nieuwe t-shirt?’
‘Jaaaaaaahhhh!’
‘Alleen winnen of nog ietsje meer.’
‘Vernietigen!!!’
‘Heel goed,’ zei juf Elsje, ‘annihilate ‘em, crush ‘em, destroy the súckers’ voegde ze er sissend aan toe, onderwijl onder de tafel wurgbewegingen makend à la John Cleese in Fawlty Towers. ‘Maar voor we straks de nieuwe shirts aandoen en voor ‘t laatst gaan oefenen, wilde ik het nog even over Mondriaan hebben. Mondriaan was een wijs man. Hij vond dat je als mens steeds moet proberen jezelf te verbeteren. En kunst, zo meende hij, is een van de middelen die je daarbij kan helpen. Dat probeer ik en proberen ook de andere juffen en de meester jullie bij te brengen. Maar aan het einde van zijn leven raakte Mondriaan in de war. Hij deed iets heel geks. Wat deed hij toen?’
Grote ogen, een paar schuifelende voeten.
‘Niemand?’ Juf Elsje trok aan haar oor, draaide haar hoofd richting klas. ‘Zal ik het zeggen? Hij… Hij sneed zijn oor eraf.’
Open monden en geschrokken blikken. Een zacht ‘Jaaaah’ klonk uit de monden van een paar kinderen die de klok hadden horen luiden maar van de klepel niet wisten. Yannick stond al naast zijn stoel.
‘Juf, dat was van Gogh!’
‘Yannick, voor de zoveelste keer, ga zitten en spreek me niet voortdurend tegen. Ik ben het nu een beetje zat. Nog één keer en ik stuur je naar meester Kees.’
‘Daar ben ik net geweest, juf, en echt, het was van Gogh!’
‘Yan-níck, ga zitten op je stoel.’
Maar Yannick bleef staan, onmachtige tranen welden op in zijn ogen. ‘Juf, echt, kijk maar op Wikipedia.’
Het ging nog even door zo, eindigde er mee dat Yannick de klas verliet, weer op weg ging naar meester Kees. De juf vroeg de kinderen hun genummerde en gelamineerde gekleurde vellen uit hun laatje te halen en begon de nieuwe t-shirts uit te delen, met daarop uiteraard het schilderij waarnaar de school was hernoemd, met daaroverheen dezelfde letters die de schilders buiten bezig waren aan te brengen, letters geënt op het handschrift van de grote schilder. Toen alle t-shirts waren aangetrokken, vroeg juf Elsje de kinderen in de goede volgorde op te stellen en naar het schoolplein te gaan voor de generale repetitie. Maar eerst zwaaide daar de deur van het lokaal open en kwam Yannick binnen stormen: ‘Juf, meester Kees zegt ook dat het van Gogh was!!’

De fotograaf tevens verslaggever van ‘De Appelvanger’, het sufferdje van A(…), stopte zijn notitieboekje weg en haalde zijn Nikon D3100 tevoorschijn. Op dagen als deze kon hij zich wel door zijn kop schieten. Gouden en diamanten bruiloften, een zwangere koe in de sloot, een naamsverandering van de school… Niets te beleven hier in dit gat afgezien van ‘De Appelvanger’ ongeveer in zijn eentje volschrijven en foto’s maken die geen ziel ondanks hun artistieke waarde wist te waarderen. Dit gat, ‘t was te klein voor hem. Hij stond naast de burgemeester, een oude, heel oude oud-directeur van de school en de complete staf: Elsje, drie andere juffen en meester-directeur Kees. Achter hem stonden de andere groepen leerlingen en daarachter de ouders.
Groep drie kwam naar buiten. Yannick voorop met de vlag, niet te stuiten en veel te ver vooruit, daarachter de rest in het gelid. Midden op het schoolplein gingen ze in een ruitvorm staan en bogen zich voorover zodat alleen ruggetjes te zien waren. Juf Elsje stapte naar voren en telde af. En toen begon het. Vellen gekleurd papier kwamen omhoog en vormden een levende Victory Boogie Woogie. Een ‘Oooooooohhh’ steeg op uit de groep toeschouwers. Op het tellen van Elsje werden de vellen omgedraaid en een nieuwe Victory Boogie Woogie was zichtbaar, waarop nog een ‘Oooooh’ klonk. Kinderen bukten weer, vellen papier werden kennelijk verwisseld want een nieuwe variant van het schilderij verscheen, en zo ging het door, vier, zes, acht, tien zinsbegoochelende varianten van de Victory Boogie Woogie werden tevoorschijn getoverd, ritmisch perfect gecoördineerd, een levend mozaïek, een grote caleidoscoop.
Dat heeft ze mooi voor elkaar gekregen, die Elsje, dacht de burgemeester, een aanwinst voor onze gemeenschap. En een malse bilpartij heeft ze ook. Ik moet haar eens bij me uitnodigen, alleen hier in dit gat is niets voor zo’n jonge vrouw. Hij zag haar al voor zich, wandelend door zijn ambtswoning, naakt op zijn ambtsketen na.
In onze tijd hielden we ze klein, de kinderen, dacht de oud-directeur. Een liedje, bevend van de angst, zover kregen we ze nog net. Nu krijgen ze vleugels. Kijk ze eens vliegen, als er geen zwaartekracht was zouden ze hoog achter de horizon verdwijnen.
Beter dan het origineel, dat nog niet eens af is en met stukjes plakband aan elkaar schijnt te hangen, dacht de vader van Janny. En ze doet goed mee, heeft eindelijk eens geen kans de dingen omver te lopen. Achter hem verzuchtte de moeder van Yannick: ‘t Wordt weer een latertje vanavond. Stuiteren tot in het weekend.
De fotograaf-verslaggever bleef schieten, had zijn camera in de burstmodus. Hij beleefde iets dat dicht in de buurt van een epifanie kwam. Kunst van kunst, idee op idee… Schopenhauer had gelijk, alleen kunst verlost ons van onze misère. En overal, ook hier, kan zij bloeien. Toen daar ook nog opeens een Victory Boogie Woogie-canon uit het levende schilderij opsteeg, gingen de sopraanstemmetjes net als het jongenskoor uit de Matthäus Passion die hij jaarlijks bijwoonde rechtstreeks naar zijn hart. De eerst tranen rolden over zijn wangen. Voor even was hij helemaal met zijn bestaan verzoend.