Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Mooie nagelriemen

Proza door Fleur van GreuningenGastbijdrage – 6 jaren, 6 maanden geleden

Hoi Hester! Lianne Verstraaten, we hebben elkaar al eens ontmoet bij een borrel op de Zuid-as. Die kunstmanifestatie.’
Hester kijkt alsof ze vis ruikt.
‘Ik ben de assistente van Carla Claetering.’
‘Ooo! De assistente! Aangenaam.’
‘Ik wil het even met u hebben over de Victory Boogie Woogies.’
‘Ja, in Den Haag is het een heksenketel, hoorde ik al. En hier, in Amsterdam, nog twee of drie, of hoeveel waren het er? Wat een gedoe, zeg.’
Ze pakt haar lederen tas erbij, haalt haar telefoon eruit. Een smartphone, in een hoesje van hetzelfde leer als de tas: de nageboorte van het gedrocht om haar schouder.
‘Nou, zo’n gedoe is het niet, hoor. Zullen we even gaan zitten?’
Lianne wil naar de tafel lopen, maar schrikt af van het blok graniet waarin Hester is veranderd.
‘Weet je, eh-‘
‘Lianne’
‘Lianne, ja. Lianne, ik heb eigenlijk nu een afspraak.’
‘Ehm, ik ben uw afspraak. Uw secretaresse heeft me net binnengelaten.’
‘Aha! Oke. Die mondriaantjes dus? En… wat wilde je me daar precies over vertellen?’
‘Het is meer een vraag. Ik weet dat u kunst voor een breed publiek toegankelijk wilt maken.’
‘Klopt! Ik vind dat ieder mens recht heeft-‘
‘Daarom wilde ik u vragen, namens mevrouw Claetering, of Akzo Nobel Art Foundation misschien geïnteresseerd is in het behouden van Hollands glorie, namelijk die, eh, mondriaantjes die nu circuleren?’
Hester neemt haar leesbril af, laat hem bungelen terwijl ze Lianne meewarig aankijkt.
‘Mondriaan? In ons fonds?! Maar kindje, je weet toch wel hoe duur die werken zijn? Die werken zijn miljoe- nee, miljárden waard! ‘
De bungelende bril verdwijnt in de tas.
‘De gemeente wil dolgraag dit kostbare erfgoed behouden, alleen heeft niet de middelen. Daarom kwamen we bij u uit,’ zegt Lianne, terwijl Hester haar nagelriemen bijwerkt. ‘We gaan dolgraag met u de samenwerking aan om deze kans met beide handen aan te grijpen! Gemeente Amsterdam zal u helpen waar ie maar kan. U weet hoe goed de connecties van mevrouw Claetering zijn met de milieudienst, niet waar?’
‘Lianne, ik weet niet waar je op doelt. Ik weet alleen dat wij van Akzo Nobel het erg goed zelf kunnen. De gemeente Amsterdam moet blij zijn dat we niet al naar Den Haag zijn vertrokken!’
Ze snuift. Haar lok waait heel even omhoog.
‘Mevrouw, begrijpt u: dit is dè kans om het Nederlandse volk te tonen waar u voor staat. En we hopen natuurlijk dat door deze aankoop mensen weer naar het museum worden getrokken en worden geïnspireerd door kunst, ópen gaan staan voor kunst, want dat is toch wat u wilt?’
‘Lianne, toch. Natuurlijk wil ik dat, maar we moeten wel reëel blijven.’
‘U zegt zelf op uw site, dat iedereen voor kunst vatbaar is, dat het geen kwestie van veel of weinig kennis is, maar van openstaan. En als er iets is wat mensen laat openstaan, is het de VBW! Dat is wel te merken aan alle mediaheisa rondom de werken. Het zou toch mooi zijn als dit virus zich verspreid onder de mensen en musea hip worden! Het zou zonde zijn om deze bevlieging van het volk niet te gebruiken om men weer in de ban te laten komen van kunst! Kunst! Kunst voor iedereen!’
Waar kwam dit opeens vandaan? Zat er nog XTC van afgelopen weekend in haar bloed of zo?! Misschien iets rustiger aan doen. Hester is natuurlijk wel een vrouw met macht. Vrouwen met macht, dat wist ze inmiddels al, moet je benaderen als een man met macht: van achteren.
‘Lianne, kindje. Ik vind het een erg mooi idee, ik snap dat je het al helemaal voor je ziet, maar we moeten ook denken aan ons budget. We zijn er vooral om jonge kunstenaars te begeleiden. Onze begroting is niet gebouwd op dit soort uitgaven. Misschien kan je er beter nog even met Carla over hebben, voordat je weer een afspraak maakt met iemand uit het veld.’
‘Maar als jonge kunstenaars zich in een fonds bevinden waar ook de VBW’s toe behoren, dan is dat werk toch een goed smeermiddel om publiek te lok- eh, aan te raken?’
Hester kijkt op haar horloge.
‘Maar als u het niet ziet zitten,’ Lianne knoopt haar jas dicht, ‘dan gaat het over.’
‘Sorry, liefje. Doe Carla de groeten van me. En de mensen van de milieudienst.’
‘Dat zal ik morgen doen. Ik moet nu eerst naar het bestuur van de Caldic Collectie. Ze denken erover een dependance in Amsterdam te starten.’
Ik draai me half om. ‘Tot ziens!’, loop in de richting van de automatische deur.
‘Lianne? Lianne! Wat dom van me! Ben ik helemaal vergeten je rond te leiden door onze collectie! Die vind je vast interessant, nu je toch zo met kunst bezig bent.’
Hebbes.
‘Of moet je echt nú weg?’
Lianne draait zich om, haar gezicht in de plooi.
‘Nee, ik heb nog wel een kwartiertje.’