Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Striptease

Roderik van Zwaaij

Personage: Roderik van Zwaaij

Bezoek voor meneer Pijbes

Proza door Jochem BroekhovenGastbijdrage – 6 jaren, 6 maanden geleden

Het was 20 mei, tegen half vijf, toen Roderik van Zwaaij de lobby van het Rijksmuseum kwam binnenstommelen. Onder zijn arm hield hij een donkerhouten kist. Bovenaan de trappen van de hal onderdrukte hij een ferme boer en wankelde even van de lucht die uit zijn ingewanden omhoog kwam. Toen daalde hij de trappen af en liep naar de informatiebalie.
Een vriendelijke jongeman vroeg hem waarmee hij hem kon helpen.
‘Kan ik Wim even spreken?’
De jongeman week achteruit van de alcoholwalm.
‘Wim? Het spijt me, meneer, er werkt geen Wim aan de balie.’
‘Jongen! Jij werkt bij het Rijksmuseum maar je weet niet hoe de directeur heet? Jezus! Wim moet ik hebben. Wim Pijbes. Bel hem even joh, ik heb iets voor hem.’ Roderik legde zijn kist nu op de balie, bovenop de merchandise, om de reden van zijn komst te onderstrepen.
‘Wim Pijbes?’ zei de jongeman. ‘Ik weet niet… Hebt u een afspraak?’
‘Nee jongen! Nee! Ik heb geen afspraak. Ik wil Wim spreken. Zeg maar dat het Roderik is, Roderik van Zwaaij. Dat ik hem de Victory Boogie Woogie kom brengen.’
‘Het spijt me, meneer, als u geen afspraak hebt…’
Roderik werd kwaad. ‘Goddomme, kijk dan zelf, joch!’ Hij wrikte de kist open en zwaaide het schilderij eruit. ‘Kijk dan!’
Het werd stil in de hal. Het baliepersoneel keek naar het schilderij. Verschillende medewerkers liepen naar de jongeman op wie Roderik het gemunt had toe. Er werd gefluisterd. Iemand greep de telefoon.
‘Blijft u rustig staan, meneer,’ zei de jongeman tegen Roderik. ‘We kijken of meneer Pijbes nog in het gebouw is. O, ik hoor dat hij eraan komt. Hij is zo bij u.’
Roderik leek iets tot rust te komen. Hij legde het schilderij op de kist. Op dat moment viel het hem op dat hij zijn overhemd scheef had geknoopt. Hij begon gewetensvol knoopje voor knoopje het overhemd open te knopen, waarbij een witte, pluizig behaarde buikpartij zijn weg naar buiten zocht. Voordat hij kon beginnen aan het dichtknopen kwam Wim Pijbes met een beminnelijke glimlach de trap af. De baliemedewerkers wezen op Roderik en maakten verontschuldigende gebaren.
‘Meneer,’ begon Pijbes, ‘u had naar mij gevraagd?’
Roderik probeerde met zijn linkerhand zijn overhemd bijeen te houden terwijl hij zijn linkerhand naar Pijbes uitstak. ‘Ja, ja. Roderik van Zwaaij. We hebben elkaar vorig jaar nog gesproken.’
Wim Pijbes weifelde even. ‘Help me even, bij welke gelegenheid?’
‘De Somaskanda-groep! Ik heb je de Somaskanda-groep verkocht! Roderik van Zwaaij, van Christie’s. Eh, voorheen van Christies.’
‘Ah, ja,’ zei Pijbes, nog niet geheel overtuigd. ‘Er staat me zoiets bij. Mooi. En waarover wilde je me spreken?’
‘Ik kom je de Victory Boogie Woogie aanbieden.’ Roderik pakte het schilderij en hield het Pijbes voor, waarbij hij gelijk zijn buik kon bedekken.
‘Aanbieden? Maar voordat we zo’n aankoop doen…’
Roderik schudde driftig zijn hoofd. ‘Geen aankoop. Ik geef het je! Ze zeggen dat Roderik het allemaal alleen doet voor het geld, nou, hierbij doneer ik dit schilderij aan het Rijks. Omdat ik zo van het Rijks houd!’
‘Dat is… Geweldig. We moeten natuurlijk het schilderij eerst goed bestuderen, maar dan lijkt dit me een prachtige aanwinst. Hier kunnen we… Laat je gegevens achter bij de balie, dan nemen we contact met je op als we het aan de collectie toevoegen.’
Wim Pijbes schudde Roderik nogmaals hartelijk de hand en liep toen met het schilderij in de kist de trappen weer op.
Roderik knoopte zijn overhemd dicht. Hij dicteerde zijn naam, adres en telefoonnummer aan de baliemedewerker.
Met een ratelende boer van opluchting zwierde hij even later de draaideur door.