Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Vervalsing

Joy Puik

Personage: Joy Puik

Koffie bij americain

Proza door Han van der Vegt – 5 jaren, 6 maanden geleden

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 21 mei 2013 15.01
subject: De lichte toets van het internationale bedrijfsleven

Toen ik Mingus vanochtend naar school had gebracht stond er bij het hek een man te wachten. Of liever, een heer, zo een wiens pak niet kreukt, wiens voorhoofd niet rimpelt, wiens zweet niet stinkt. Ik zag meteen dat hij er niet thuishoorde, maar tot hij me aansprak had ik geen idee dat hij daar voor mij stond.
‘Mrs Puik?’ (Natuurlijk was het een Engelse heer, Engelse heren zijn nog altijd het heerst. ) ‘I’d like a word with you.’
Hij stelde zich voor als Reginald Cavendish, advocaat voor Hutchison Whampoa Limited. Het ging over de Victory Boogie Woogie (het zal eens over iets anders gaan). Ik zei dat we wel even bij Willem op de hoek konden gaan zitten. Hij nam niet de moeite het voorstel af te slaan. Met de vlinderachtige aanraking van zijn vingertoppen tegen mijn elleboog geleidde hij me naar de auto met chauffeur die om de hoek stationair stond te draaien. Nee, ik weet niet welk merk, dat moet je aan Mingus vragen, en die was er niet bij.
Even dacht ik dat ik door een multinational werd ontvoerd. Maar we werden keurig naar het Americain gebracht. We namen plaats aan het raam. Hij stond erop dat ik taart nam. Volgens mij om te zorgen dat hij rustig uit kon praten.
Een van de directeuren van Hutchison Whampoa Limited wil de Victory Boogie Woogie kopen. (Dat wil zeggen, de versie van Chen, waarvan ik sterk het vermoeden heb dat hij zo nep is als de ziel van een verzekeringsagent.) Deze meneer, Chun Hin Wong, is al jaren bezig een kunstverzameling aan te leggen. En de Victory Boogie Woogie zou een van de mooiste aankopen worden die de heer Chun ooit heeft gedaan.
Ik wilde Reginald Cavendish al in de rede vallen maar hij hief zijn hand op. En ik zweeg. (Ik weet het, het is haast kwetsend dat ik jou zo’n succesje nooit heb gegund.) Hutchison Whampoa Limited wist dat ik me grondig met de zaak had beziggehouden en had alles bekeken wat ik erover naar buiten had gebracht. Het bedrijf had grote waardering voor mijn inzet en expertise. Daarom vond Hutchison Whampoa Limited het zo jammer dat ik alleen positief had geschreven over de versie van het schilderij die mevrouw Fei Fei in handen had. Zou ik niet willen overwegen de zaak wat objectiever te benaderen? De toestand wat minder zwart-wit voor te stellen? Natuurlijk wist Hutchison Whampoa Limited ook wel dat de prijs van het schilderij flink zou stijgen als ik er positief over zou schrijven (hier liet Reginald Cavendish een glimlach van oneindig verfijnde ironie om zijn lippen spelen), maar het zou veel erger zijn als het grote publiek de indruk kreeg dat Hutchison Whampoa Limited geen verstand van kunst had en zomaar wat kocht.
Probeert u mij te beïnvloeden? vroeg ik. Joy is in haar aanpak nu eenmaal wat minder subtiel.
Reginald Cavendish deinsde terug. Niets kon verder verwijderd zijn van zijn bedoelingen. Hutchison Whampoa Limited hechtte groot belang aan een onafhankelijke pers. Daar ging het hem nu juist om. Hoor en wederhoor. Beide kanten van het verhaal een kans geven. Waren dat niet de waarden die de pers groot hadden gemaakt?
Zodra ze toestemming van het Stedelijk hadden, mocht ik daar het schilderij komen bekijken en met de experts spreken die het onderzocht hadden. Vervolgens mocht ik helemaal zelf weten wat ik erover zou schrijven. Wat vond ik van dat voorstel?
Achteraf werd ik netjes door de duifgrijze bolide thuisgebracht. De chauffeur opende mijn portier weer. De heer Reginald Cavendish knikte mij nog een keer vriendelijk toe en liet de chauffeur optrekken.
Wat moet ik hier nu weer mee? Ik vind het bijzonder onprettig dat Hutchison Whampoa weet waar ze me ’s ochtends om half negen kunnen benaderen. Ik vind het onprettig dat ik thuis werd afgezet zonder dat ik ooit had hoeven zeggen waar thuis is. En ik vind het helemaal onprettig dat ik ’s middags een envelop met tienduizend euro in mijn jaszak aantrof.
Maar toen had ik zijn voorstel al aangenomen.