Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Kunst in China

Ledlight dislict, ledlight dislict!!

Proza door Gregor Verwijmeren – 6 jaren, 1 maand geleden

Al die heisa met dat doek, ik moet eens goed stoom afblazen, zei Li bij zichzelf en ontweek nog net een platgetrapte hamburger voor hem op de stoep. Koortsachtig was hij op weg, ongevoelig voor de geïrriteerde en vermoeide blikken van de Amsterdammers, die een wijzend, aan wegwerpend grenzend gebaar maakten en zo snel mogelijk doorliepen als hij hun zowat aanklampte en vroeg: ‘Ledlight dislict, ledlight dislict!!’
Toen hij er aankwam was hij eerst teleurgesteld. Afrikaanse, Oosteuropese, Thaise, die had je in Bejing bij karrevrachten, daarvoor was hij niet hier. Hij wilde een echte Hollandse vrouw, een vrouw als… een koe. Want zo had hij het zich ooit in een kroeg in de Bejingse haven laten vertellen: de vrouwen hier waren reusachtig als koeien, met koeiekonten en koeiedijen en borsten groot als in geen tijden gemolken uiers. Toen hij ze in de verte zag staan, even voor het vliegtuig de grond raakte, de zwart-wit gevlekte grazers, de eerste levende wezens die hij zag hij in dit gekke kleine landje, voelde hij het verlangen al in zich opwellen. Aan boterbergen dacht hij, overstromende melkkannen. Zijn ballen kropen puur uit voorpret al bij elkaar.
Hij dwaalde door de steegjes. Die ramen waren wel een uitvinding, je wist meteen wat voor vlees je in de kuip had. Ze moesten er zijn, het probleem was hetzelfde als in Bejing: teveel import. Toen hij een van de steegjes uit kwam en het Oudekerksplein op liep, bleef hij stokstijf staan en begon toen te lachen, zo onbedaarlijk hard begon hij te lachen, dat zijn I ♥ Amsterdam-petje van zijn hoofd viel en in een plas rolde. Een kerk midden tussen de hoeren? Hoe gek kon je het krijgen in dit landje? Het was het oudste beroep ter wereld, dus die kerk hadden ze er gewoon tussen gezet. Dit was nog gekker nog dan de hasj die je op iedere straathoek kon krijgen en die moeders na school hun kinderen gaven zodat ze rustig hun huiswerk gingen maken. Li’s geschater echode tegen de muren van de Oude Kerk. Voorbijgangers keken opzij of juist niet naar de Chinees, die proestend en gierend tegen een steunbeer hing. Was hij ziek, niet goed wijs?
Weer op adem gekomen raapte hij zijn pet op en ging verder met zijn queeste, Li, onderwijl denkend aan zijn geheime wapen: zijn 45° naar links wijkende penis. Verborgen, vergeten hoekjes wist hij ermee te bereiken, nieuwe g-plekken ontdekte hij en de vrouwen waren er dol op. Een godsgeschenk was het; uniek ook, als je tenminste Chen en opa Huan-Jiang niet meetelde, want ook zij waren begiftigd met zo’n gebogen lid. Een atavisme of een teken van adeldom? ‘t Is maar hoe je het bekijkt. Li dacht weer aan vroeger, aan de verjaardagen van opa Huan-Jiang, en werd even melancholisch. Als hij echt genoeg rijstwijn en baijiu op had na een urenlang feestmaal, en er waren geen tantes of nichtjes in de buurt en het thema jazz was uitgeput, dan wilde opa het er wel eens over hebben, over de avonturen die hij met zijn 45° had beleefd, vooral die in Manhattan in de jaren veertig. Hij deed het voorkomen alsof het een groot matras was in die tijd, met hem, of beter zijn scheve chinapik, in het stralende middelpunt. Hij begon altijd op samenzweerderige toon, liet zich dan meevoeren door zijn eigen avonturen, en, je kon erop wachten, eindigde met Billie Holiday, die hem ‘my little crooked knight’ noemde en geen genoeg van hem kreeg. De ooms grinnikten, stemden van alle kanten in, Huan-Jiangs lach schoot daar bovenuit, kraaiend de lucht in. Op een afstandje deden de tantetjes alsof hun neus bloedde. ‘爷爷再次谈到关于他的阴茎弯曲 …,’ verzuchtten ze, wat ongeveer vertaalt als: ‘Ach gunst, zijne scheefheid de 45° staat weer op het program. Komt er nooit een eind aan die ellende?’ Dichtung und Wahrheit. Wat was waar, wat niet? Je wist het nooit met Huan-Jiang, maar de overgave waarmee hij zichzelf liet meevoeren deed haast vermoeden dat er een kern van waarheid in zijn verhalen school. Hij was musicus, geen acteur. Toen ze een bepaalde leeftijd hadden bereikt had hij de neefjes bij zich bij geroepen, hun omslachtig gefeliciteerd met hun kromheid en zijn hand op hun schouder gelegd - alsof ze tot ridder werden geslagen en op een belangrijke missie werden gestuurd. Little crooked knights.
Li ging door een poortje, liep een hofje op en werd door bliksem getroffen. Daar zat ze, achter in het hoekje. Hij was meteen verliefd. De koeien konden wel inpakken. Monumentaal dekte de lading niet, monumentaal in het kwadraat kwam hooguit in de buurt. Eerst liep hij nog door, maakte een gluiperig rondje, zijn mond plotsklaps droog als perkament, want hij had haar gezien, maar zij hem ook. Geïntimideerd als hij was, nu moest hij wel.
 De vrouw had de deur al op een kier geopend. ‘You again!’ zei ze. Een landgenoot was hem kennelijk voor geweest; westerlingen vonden chinezen altijd op elkaar lijken, en deze was niet anders.
Ze liet hem binnen en sloot het gordijn. Massief stond ze voor hem, glimlachend, een schip van een vrouw. Het duizelde Li: zóveel vrouwenvlees, zó dichtbij, zó romig wit, zo hélemaal voor hem… Aangespoord door haar glimlach had hij zijn hand al op haar kolossale rechterborst gelegd, voelde het gewicht en de warmte door de stof van haar negligé heen, de tepel zo groot als een lychee. Die negligé was ook iets, waar ze die had laten maken?…
‘Niet zo snel, schatje, first we pay,’ zei de vrouw en trok zachtjes zijn hand van haar borst. ‘Dan jij can do anything you want. Only: no hurt.’
Het ‘anything’ maakte Li’s knieën week. Met trillende vingers frommelde hij in zijn portemonnee en overhandigde het schip het geld. Haar hand voelde klam aan. Ook hing er een lichte zweetgeur om haar heen - geen wonder als je zoveel te versjouwen had - maar dat maakte haar alleen maar aantrekkelijker. Hoe anders was ze dan de vrouwtjes thuis, de falangmei, de kapsalonmeisjes die hij in Bejing bezocht. Minstens vijf daarvan pasten in deze. Hij voelde zich als een kind in een snoepwinkel. Verandering van spijs, etc. Al zijn zinnen stonden op scherp. En het werkte, hij was het gedoe rond het doek al bijna vergeten, dacht er eerder aan hoe het zou zijn om haar te schilderen.
Deinend liep de vrouw naar het kastje naast het bed, waarop behalve een doos tissues en een paarse vibrator een grote Hello Kitty-pop stond. Li zag haar achterwerk, zag dat het klopte van de koeien, zette in gedachten al de contouren op een groot doek. Ze opende een laadje, stopte het geld erin en schommelde weer terug, nog steeds een glimlach op haar lippen. Ze mocht hem, concludeerde Li. Straks zou ze hem nog meer mogen.
‘My friend’, zei ze en streek hem over zijn elleboog terwijl ze met haar andere hand behendig zijn riem begon los te maken. ‘My special friend’. Li’s broek zakte tot op zijn enkels, daar stond hij in zijn I ♥ Amsterdam-boxershorts. De vrouw stak haar wijsvinger schuin in de lucht en bewoog hem in kleine cirkeltjes heen en weer. ‘My little crooked knight.’
Tweede blikseminslag, witte waas. Dan besef dat zich als een druppel inkt in water over zijn gezicht verspreidde. Iemand was hem voor geweest, een heel specifiek iemand. Li stootte een korte lach uit. De stíekeme gluiperd. Nog een lach volgde, luider. En nog een, nóg luider. De vrouw keek hem geschrokken aan, vroeg of er iets aan de hand was. Was hij niet lekker? Wilde hij wat water? Maar Li kon nu niet meer stoppen, zelfs als hij wilde; een voor dat kleine peeskamertje veel te hard gelach klonk daar, was minstens tot de andere kant van het hofje te horen. Tot het moment dat… - hij greep met beide handen de borst die hij nog niet had gevoeld, de linker, bracht zijn mond er naar toe en begon er dwars door de stof van de negligé heen in te bijten.
Ze zouden samen wel de wereld veroveren.