Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Vriendschap

Roderik van Zwaaij

Personage: Roderik van Zwaaij

Roderik op drift

Proza door Jochem BroekhovenGastbijdrage – 5 jaren geleden

‘Roderik, kerel, kom binnen!’
Roderik van Zwaaij wilde overeind komen uit de diepe wachtkamerfauteuil maar zakte weer terug. Met zijn handen op de leuningen zorgde hij dat zijn tweede poging succesvol was. Hij boog zich om de donkerhouten kist op te pakken. Toen pas stak hij Herman een hand toe.
Zag hij een aarzeling? Herman Brink keek hem onderzoekend aan. Een hartelijke handdruk, dat wel. Had hij zich toch moeten scheren? Jezus, niet twijfelen! Als hij iets niet kon gebruiken op dit moment was het twijfel.
Ze liepen Hermans kantoor binnen. Roderik ging zitten in de stoel die Herman hem aanwees, voor grote, donkere bureau. Hij nam de kist op schoot.
Herman, in zijn zuchtende zwarte bureaustoel, zette de vingertoppen van zijn gespreide handen tegen elkaar. ‘Wat kan ik voor je doen?’
‘Het lijkt me tijd om de koop van de Victory Boogie Woogie af te ronden. Jullie hebben natuurlijk de optie, maar er zijn meerdere partijen geïnteresseerd. Het wordt steeds moeilijker ze van de deur te houden.’
‘Daar ben ik heel blij om, dat er meerdere partijen geïnteresseerd zijn. Want ik zou je niet graag met het schilderij laten zitten. Nee, wij willen het toch niet doen, kerel. Onze collectie is meer gericht op figuratief werk. En er is te veel gedoe om dit schilderij…’
‘Natuurlijk is er gedoe!’ Roderik kwam in zijn stoel naar voren. ‘Het gaat om Mondriaan! Het gaat om een topwerk! Hoe vaak komt zo’n kans voorbij, Herman? Eens in de twintig jaar, hoogstens. Als je dat gedoe wilt noemen…’
‘Dat bedoel ik niet. Kom, kerel, je weet wat ik bedoel. Er zijn geruchten. De gemeente bemoeit zich ermee. Die willen we liever niet in de weg lopen. En hoe zit dat met dat verhaal van die Chinezen die nu het andere doek willen kopen? Waarom? Jij zegt dat dit de beste investering is… En ik geloof je hoor, ik ken je. Maar hoe moet ik mijn collega’s overtuigen?’
Roderik begon de kist open te maken. ‘Maar, Herman, heb jou de optie gegeven terwijl er allerlei gegadigden aan de lijn hingen. Kunnen ze niet… Kun je ze niet even hier roepen, je collega’s. Als ze het zien, ik weet zeker…’
‘Zien?’ Herman hief zijn handen op. ‘Roderik! We zien de schilderijen bij de jaarlijkse borrel, met een drankje en een hapje erbij. Verder hangen ze daar om internationale gasten de ogen uit te steken. Kom op zeg! Het gaat om prestige, het gaat om status, het gaat om een solide investering. We doen zaken met jou omdat jij dat begrijpt. Als jij ook al begint over wat kunst aan je leven toe kan voegen, dan hebben we zo een ander!’
Roderik stond op. Hij klemde de kist tegen zijn borst. ‘Oké. Even goede vrienden. Ik zoek iets anders voor jullie, goed? Iets wat beter aansluit bij jullie collectie.’
‘Prima.’ Herman was ook gaan staan. ‘Zo ken ik je weer.’ Hij strekte zijn hand uit op het moment dat Roderik al bij de deur stond, zodat die weer terug moest lopen.
Herman keek nog eens goed naar hem. ‘Enne… Roderik.’ Herman beet op zijn tanden. ‘Trek een schoon pak aan, man. Wat is er met je aan de hand?’

‘Godverdomme.’ Op straat vloekte hij hardop. Wat was er met hem aan de hand? Dat kutschilderij ook! Wat deed het met hem? Hij moest er vanaf zien te komen, hoe sneller hoe beter. Gisteravond had hij alweer zitten zuipen. Hij had porno willen kijken, maar na een kwartier kon het hem al niet meer boeien. Hij had het schilderij weer uit de kist gehaald en uren zitten kijken met zijn dronken kop. Hij zou niet eens kunnen zeggen wat hij erin zag. Hij had het zitten aaien, godbetert! Er zaten wijnvlekken op.
Het was hem de eerste keer overkomen op de avond dat Fei Fei ervandoor was gegaan. Sindsdien…
Vanochtend was hij in zijn kleren wakker geworden op de bank. Het schilderij had licht verwijtend tegenover hem gestaan. Hij had geen tijd gehad om te douchen, hij had moeten rennen om zijn afspraak met Herman te halen.
Roderik kwam langs een kledingwinkel. Hij schoot naar binnen, wimpelde een verkoopster af en ging voor een spiegel staan. Jezus! Zijn haar stond alle kanten op en zijn drie-dagenbaard zag vaal. Er zaten wijnvlekken op zijn revers en zijn kraag. Geen wonder dat Herman zo had gekeken. Als Fei Fei hem zo zou zien. Ach, Goddomme, Fei Fei!
Voor hij vanmiddag bij Bastiaan langs moest, zou hij naar de kapper gaan en zich eens goed opknappen. Hij moest en hij zou van dat schilderij af.