Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Vervalsing

Bekentenis van een vervalser 2

Proza door Kees 't Hart – 4 jaren, 7 maanden geleden

In mijn vorige bijdrage ben ik niet helemaal volledig geweest. We werken ook samen met een paar kleinkinderen van gerenommeerde galerie-eigenaren. Die galerieën bestaan niet meer, maar de nazaten beheren de nalatenschap van hun overleden ouders en beschikken over volkomen legaal werk uit de periode 1900-1980. Af en toe brengen ze een werk op de markt. Vooral van Cobra schilders, al zit daar de laatste jaren wel de klad in, je mag blij zijn wanneer een gemiddelde Lucebert 8.000 euro opbrengt (Appel loopt nog steeds redelijk). Ze bezitten verschillende Schoonhoven’s. Daarvan zijn de prijzen de laatste jaren gelukkig gigantisch gestegen. Het is eenvoudig dit werk te vervalsen, dat spreekt vanzelf, we hebben steeds sterker het idee dat vergelijkbare organisaties als de onze zich hier allang mee bezighouden. Je moet bij Schoonhoven uitkijken met de lijmsoorten, hij werkte met zeer goedkope lijm die nauwelijks meer te krijgen is, dat ligt dus gevoelig, maar de rest wijst zich vanzelf. In ieder geval is de echtheid van werk uit deze nalatenschappen boven iedere twijfel verheven. Dit biedt ongekende mogelijkheden, er kan altijd een werk opduiken dat eerst over het hoofd is gezien. Meer details kan ik u niet geven, zwijgzaamheid is voor onze organisatie van het grootste belang, we moeten elkaar blindelings kunnen vertrouwen. We zien elkaar zelden. Opbellen alleen in het uiterste geval, e-mail kan absoluut niet, contacten lopen via de post, dat is op dit moment het veiligst.
Van groot belang is dat we onze inkomsten niet aan de grote klok hangen. Geen luxe reizen, grote auto’s, of extravagant gedrag. Ik woon zelf in Den Haag in een nette maar niet dure wijk, ik rijd in een Fiat Dobro (handig bij schilderijen vervoer), ik oefen een keurig beroep uit dat op geen enkele manier opvalt. Mijn compagnons wonen in vergelijkbare huizen in vergelijkbare wijken. Eentje woont in een reusachtige villa in Wassenaar, hij heeft zijn geld verworven via de glasvezel industrie, van zijn rijkdom kijkt niemand op. We zijn geen avonturiers, het gaat ons ook niet om rancune over de verdorven praktijken die binnen de kunstwereld schering en inslag zijn. We zijn rustige denkers zonder kunstambities. Ik sluit overigens niet uit dat we op een dag een werk uit de Stijlperiode van Mondriaan via de galerie-nazaten op de markt kunnen brengen. Een van hen bezit een echte Mondriaan uit die periode. Een tweede kan zomaar opduiken, als u begrijpt wat ik bedoel. Maar we hebben nu nog geen overtuigend goed aanvullend verhaal dat eventuele twijfels over de authenticiteit kan wegnemen.
Want daar gaat het om, goede verhalen, wij noemen het ‘legenden’, wie een goeie legende bedenkt zit gebakken. Je kunt natuurlijk makkelijk een leuke Maris of Israëls maken. Lijsten van laat negentiende eeuws werk kun je op rommelmarkten opkopen, de oude doeken eruit snijden en een vervalsing erin monteren. Wel uitkijken! Tot nu toe was het gebruik van loodwit een lastig probleem. In Israëls (en Mondriaans) tijd bestond het tegenwoordige titaan of zinkwit nog niet, daar moet je dus iets op bedenken. Het wordt in zijn oude samenstelling niet meer geproduceerd, het is verboden en is lastig tot niet te krijgen. Alleen al als je ernaar vraagt, ben je tegenwoordig verdacht, niet doen dus. Er bestaat een apparaat waarmee de datering en samenstelling van wit op schilderijen eenvoudig kan worden vastgesteld. Bij de grote Beltracchi vervalsingszaak in Duitsland (ik kom er nog op terug in mijn volgende aflevering) deed dat de vervalsers helaas de das om. Maar gelukkig hebben we in onze organisatie een oplossing bedacht.
Onze scheikundige expert heeft een methode ontwikkeld om oud lood wit van oude (waardeloze) schilderijen (vooral sneeuwlandschappen zijn bruikbaar) af te schrapen, het op te lossen en te mengen met andere witten en tot een verf-emulsie om te vormen, zodat het daarna in een vervalsing verwerkt kan worden. Zonder nare ontdekkingen. En met zeer gunstig resultaat. Op een internationale veiling van een paar jaar geleden (ik kan helaas niet zeggen waar) werden twee schilderijen van Israëls (de Haagse School is booming!) voor respectievelijk 800.000 en 400.000 euro verkocht. Ze kwamen uit de nalatenschap van oude kennissen van Israëls, daar dan de achterkleinkinderen van. De namen van die kennissen kwamen in biografische geschriften over Israëls voor. Een van zijn brieven is aan hen gericht. Laat ik verder niet op details van deze zeer geslaagde zaak ingaan, het viel niet mee, maar misschien zeg ik nu te veel, om de legende van deze werken voldoende kracht te geven.
Tenslotte nog wat wij in vervalserskring met enige eerbied De Weduwe noemen. De weduwe biedt geweldig veel kansen. Oudere schilders hertrouwen vaak met jonge vrouwen, die dan later de nalatenschap beheren. Zie de erven Picasso, Appel, Corneille, er zijn honderden andere voorbeelden maar ik wil u niet wijzer maken dan u nu al bent. Vaak liggen de werken, vooral van de wat minder bekende meesters, in treurige loodsen bijeengeraapt te verkommeren. Zo’n weduwe is natuurlijk niet in staat de authenticiteit van vroeg werk van haar overleden man met zekerheid vast te stellen. Ze kende hem toen nog niet! Vaak slaat ze maar een slag naar de authenticiteit van ‘toevallig’ of ‘bij een veiling’ opgedoken schilderijen, maar met de juiste overredingskracht en met overtuigende argumenten kom je uiteraard een heel eind. Sommige van die weduwen zijn tegen betaling bereid een oogje dicht te knijpen en alles goed te keuren wat je ze voorlegt. Als het werk tenminste correct in de stijl is geschilderd die bij de juiste periode van de schilder hoort. Maar dat, voor de zekerheid herhaal ik het, is in onze branche het minste probleem. Het wordt allemaal uiteraard nog makkelijker als latere nazaten het voor het zeggen krijgen. Meestal weten zij niets over kunst, laat staan over de kunst van hun beroemde voorvader (of voormoeder), wel weten ze vaak verrassend veel over geld en de kunstmarkt. Geld is nu eenmaal de grote gladstrijker en witmaker, zoals bij alles.
Volgende keer meer over nalatenschappen, op de markt gebrachte verzamelingen en het tragische geval Beltracchi waarvan we veel geleerd hebben.