Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Meesterwerk

Bert van Petten

Personage: Bert van Petten

Plastic meisjesringen

Proza door Dirk Vis – 6 jaren, 1 maand geleden
Plastic meisjesringen

Een man in een blauw uniform komt het magazijn binnengewandeld. De badge op zijn borst lijkt wel van zilver, zo glittert ie. “Waardetransport” staat erop. De waardetransportchauffeur loopt terug zijn transportbusje in. Bert volgt hem. Het busje en de roldeur van Berts magazijn staan tegen elkaar als twee geliefden die lepeltje-lepeltje liggen. In de transportbus zit aan de zijkant, waar normaal de schuifdeur zit een lange gang zonder ramen. Verbijsterd loopt Bert zo’n honderd meter door de gang achter de chauffeur aan, totdat ze bij het soort schuifdeur komen dat normaal meteen aan de zijkant van zo’n busje zit. Ze stappen naar buiten. Op straat, met de schuifdeur weer dicht is aan het waardetransportbusje niets bijzonders te zien.

Bert kijkt vanaf de straat door het raam van zijn loods en hij ziet de dozen met balpennen, fietsbellen en andere dingen die hij verzamelde met het idee ze nog eens te verhandelen. Alles staat precies op zijn plek, maar: stalen hekken beschermen zijn handelswaar, geüniformeerde bewakers lopen met Duitse herders wacht; het glas is voorzien van wapening en niets van dat alles heeft Bert ooit eerder gezien.
– ‘Wat komt je eigenlijk brengen?’

De twee mannen lopen door de gang terug het busje in. Als ze de gang door zijn is Berts loods gewoon weer zoals hij hem kent: zonder hekken of bewakers. De chauffeur haalt een handvol plastic meisjesringen uit een doos uit het busje.
‘Het allereenvoudigste plastic… Hier dromen alle vrouwen van.’
De chauffeur houdt een enkel ringetje omhoog.
‘Deze ene kan je niet los zien van al zijn kopiën. Hoe meer, hoe duurder. Aan de spuitgietnaad zie je dat er miljoenen van zijn… Onbetaalbaar. Deze zijn vast van een sjeik of een hedgefundmanager geweest.’

Berts vriendin – die hem soms helpt met de boekhouding, komt de loods binnen. Bert schuift haar een plastic ringetje om haar pink. Hij verwacht half dat ze in een aap verandert of onzichtbaar wordt, maar er gebeurt niets. Terwijl de chauffeur de dozen met ringen uitlaadt, neemt Bert zijn vriendin door de gang mee naar buiten. Op straat speelt een man in pak prachtig cello. Bij het grofvuil liggen allerlei blinkende staven, ze lijken wel van goud. Ertussen ontdekken ze een houtskooltekening, de letters PM klein onderaan, een voorstudie van een van Mondriaans rechthoeken, absoluut uniek, kapitalen waard bij de veiling in het New York aan hun kant van de gang. Ze nemen de tekening mee door de gang en het busje.

Terug in de loods zegt de chauffeur: ‘De ringen staan in je magazijn, het karton mag je houden.’
De chauffeur verdwijnt door de gang en stapt voorin zijn busje in. Bert en zijn vriendin zien hem wegrijden. Op de plek waar zojuist nog de cellist speelde, blaast nu een jongetje op een knalgroene blokfluit. Dan ontdekken ze dat de waardetransportchauffeur de dozen met balpennen, nietmachines en paperclips heeft meegenomen.