Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: De geest van Piet

Joy Puik

Personage: Joy Puik

Bouncy, very abstract

Proza door Han van der Vegt – 5 jaren, 7 maanden geleden

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 30 april 2013 10.05
subject: O je benen!

O, Sam, ik loop op springveren. En dat komt goed uit, want na wat je met me gedaan hebt moeten mijn benen weer even aan hun dagelijkse functies wennen. Wat was ik blij, wat was ik stomverbijsterd dat je daar ineens in de lobby stond! Oké, ik had er een heel klein beetje op gehoopt dat je een dagje voor me uit zou kunnen trekken als ik je tot halverwege tegemoet zou komen. Maar ik gaf zelfs mezelf niet toe dat ik erop hoopte.
En sinds je geweest bent gaat het onderzoek ook een stuk beter. Vandaag heb ik de hele dag in ‘The Big Book’ zitten studeren, de agenda van één van die clubs waar Mondriaan uit dansen ging. Zo’n groot logboek met lange bladzijden, waarin de eigenaar alles bijhield was met de club te maken had, niet noodzakelijk in chronologische of zelfs maar logische volgorde.
De Cafe Society was de eerste volledig geïntegreerde nachtclub, waar zwart en blank zowel op het podium als in de zaal gelijk waren. Al die jazzlui traden daar op, Billy Holiday, dat soort mensen. Eigenaar Barney Josephson is natuurlijk al lang dood, maar zijn vierde vrouw leeft nog en beheert de erfenis. Een levendig wijfie, Terry Trilling-Josephson, ze woont in een appartementje op de Lower East Side. Een paar jaar geleden heeft ze een wat rafelig maar erg leuk boek bij elkaar geplakt met behulp van bandopnames waarop hij zijn levensverhaal vertelt. ‘Cafe Society: The Wrong Place for the Right People’.
Goed, zodra ik het boek uit had ben ik haar maar eens gaan opzoeken. Maar toen ik haar vroeg naar een Chinese pianist uit het begin van de jaren veertig haalde ze haar schouders op. Ze heeft zelf niets meegemaakt, ze kent het alleen uit verhalen. Als ik wilde mocht ik kijken of hij ergens in ‘The Big Book’ genoemd werd.
Daar zat ik dus, tussen het mahonie en de Perzische tapijten, te bladeren en te proberen Barneys handschrift te ontcijferen. Intussen liep Terry heen en weer met koffie en leuke jazzplaatjes die ik zeker moest horen. Ze had al snel door dat ik geen sax van een trompet kan onderscheiden maar ze vond het leuk me een spoedcursus te geven. Ze is docente geweest en dat kon je merken. Ze vond het geloof ik wel leuk om wat bezoek te krijgen.
Ik heb hem gevonden! Ergens bij 1943, precies valt het niet uit te maken, staat het adres van een Chinese pianist, Chen Jié. ‘Extremely rythmic, bouncy, very abstract’ staat er als kanttekening bij. Nou, jij mag het zeggen, zou Mondriaan dat leuk gevonden hebben? Morgen verder.