Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Liefde en inspiratie

Fei Fei

Personage: Fei Fei

Telefoon op de Dam

Proza door Robbert – 5 jaren, 7 maanden geleden

De koffiehoek van de Bijenkorf was helemaal vol. Geen enkel plekje vrij. Chen en ik liepen naar buiten en gingen op een bankje zitten, met het warenhuis in onze rug en met uitzicht op die stenen fallus. Oorlogen worden gevoerd door mannen, zij maken blijkbaar ook de herdenkingssymbolen. Het was ongemakkelijk, een paar minuten daarvoor op de parfumafdeling, Chen, Roderik en ik. De twee mannen wisselden, om het zacht uit te drukken, geen vriendelijke blikken met elkaar. Ik besefte dat het vertrouwd voelde om Chen weer te zien. Zoals hij naar me kéék, zo kijkt geen man naar me. Ook Roderik niet. En die actie met het schilderij op Schiphol, ik weet het niet, ik ben Chen anders gaan zien. Dit liet ik niet merken aan Roderik, maar ik vroeg hem wel om ons een moment alleen te geven. Hij stribbelde tegen, maar liep toen weg. Om zich een houding te geven deed hij alsof hij met iemand belde.
Natuurlijk was Chen boos op me, op het bankje, en ik liet hem boos zijn. Maar hij was ook verheugd en verbaasd, want het was zo toevallig dat we elkaar hier troffen, alsof het voorbestemd was, zei hij. Chen zag er goed uit. Helemaal geen afgetobd gezicht, geen vertwijfelde lichaamstaal.
Natuurlijk spraken we over de schilderijen, ‘de mijne’ en ‘de zijne’, over de talkshow, over Roderik en Magda: over alles wat er de afgelopen tijd was gebeurd. En het gekke was: we waren gewoon aan het bijkletsen, bijna gezellig, als twee schoolkinderen die iets spannends hadden meegemaakt en nu tijdens het navertellen opnieuw adrenaline voelden opkomen. Er waren wel verwijten, maar er was ook toenadering. En toen Roderik ons na een paar minuten al had gevonden (het bleek een kwartier te zijn) en we afscheid namen, en ik weer moest overschakelen naar het moeizame Engels, toen besefte ik hoe prettig het was om met Chen in onze moedertaal te hebben gekletst. Al die nuances en woordjes die zoveel duidelijker uitdrukten wat ik wilde zeggen. Het uit elkaar was op een droge manier gegaan: we zeiden ‘dag’ alsof we elkaar morgen weer gingen zien, ik liep weg met Roderik, terwijl, toen ik even omkeek, Chen de andere kant op liep.
Ik had verwacht dat Roderik boos mijn pols zou vastgrijpen en er zo’n ruk aan zou geven, zo van: ‘vertel op’ of ‘wat flikte je me nou’, maar vreemd genoeg bleef dat achterwege. Hij leek Chen alweer vergeten en had werkelijk iemand aan de telefoon gehad, dat was geen pose geweest. Goed nieuws: iemand toonde interesse voor onze Victory. De assistente van een wethouder van Amsterdam. Het was nog een beetje vaag, zei Roderik, maar het kwam erop neer dat die vrouw, of eigenlijk het meisje, ze klonk nog jong en onervaren, met ons een afspraak wilde maken om eens te praten. En om het schilderij in het echt te zien. Kortom, om de mogelijkheden te bespreken. Ik luisterde wel naar Roderik, maar moest moeite doen om in mijn gedachten niet af te dwalen naar Chen. Toen ik de naam van die vrouw aan de telefoon hoorde, schrok ik wakker.
‘Roderik… Chen had het ook al over haar,’ zei ik.
‘Over Lianne Verstraaten?’
‘Ja, ik geloof het toch echt. Hij noemde die naam. Lianne Verstraaten.’
‘Hoe kan dat nou weer?’
‘Ik weet het niet.’
‘Wat zei hij over haar?’
‘Nou, dat hij door haar gebeld was en met hem over het schilderij wilde praten. Nu ik erover nadenk, hij vertelde precies hetzelfde als jij.’
‘Wat? Dus… de gemeente van Amsterdam…’
Hij viel stil en dacht na.
‘Wanneer is de afspraak eigenlijk?’ vroeg ik.
‘Over twee dagen.’
‘Bij jou thuis of op het gemeentehuis?’
‘Op het gemeentehuis. Zou Chen daar dan ook zijn?’ vroeg Roderik zich hardop af.
Fei Fei vroeg het zich ook af.