Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Niet zonder Fei Fei!

Proza door Edzard – 5 jaren, 7 maanden geleden

Ze was twijgdun en adembenemend lang. Daarbij stond ze ook nog eens op naaldhakken. Aan één zijde gaf haar bikini iets van haar tepel prijs, een scherp roodachtig randje, als de bloedmaan die oprijst boven de heuvels van Sichuan, de provincie waar Chen geboren was. Zo dik was haar make-up aangebracht, dat ze ook niet zou hebben misstaan in een Chinese opera. Ze lachte naar hem en hij staarde terug. Even een rimpeling van ergernis, meteen had ze haar gezicht weer in de plooi. Ze zwierde haar haar over haar schouder en schonk haar glimlach even gul aan de man die naast hem stond.
‘Nooit met een westerse gedaan. Maar er wel duizenden geschilderd, al die naakten!’ zei Li glimmend. ‘Meestal wel dikker dan deze, met borsten en billen, zo groot dat ik er bang van werd. Maar Lubens is ín, het hele kader heeft de muren volhangen met die volle dames. Je vraagt je af waar dat naar toe gaat met de Partij.’
‘Lubens?’ Chen staarde nog steeds voor zich uit. Hij zag de hoer niet eens, hij dacht aan Fei Fei. Zoals ze bij dat televisieprogramma had gezeten, met dat schokkerige heen en weer schieten van haar hoofd, als een of ander nerveus vogeltje, was ze nog helemaal de vrouw die hij kende, zíjn Fei Fei. Maar hij had haar sindsdien niet meer gezien en ze had ook niets meer van zich laten horen. Vreemd, hij was er altijd vanuit gegaan dat ze bij hem hoorde, even vanzelfsprekend als een lichaamsdeel, maar waarom zou ze niet ineens kunnen losschieten en haar eigen weg kunnen gaan, zonder hem? Waar hij aanvankelijk zo trots op was geweest - dat ze hem te slim af probeerde te zijn - begon hem tegen te staan. Was ze maar een gewone vrouw geweest, een vrouw die hem volgde waar hij ook maar ging, en zich voor het overige bezighield met vrouwenzaken! Zijn moeder had hem nog zo gewaarschuwd! Die Fei Fei, had ze gezegd, die doet wat haar uitkomt, trouw toch een verpleegster of gewoon, een meisje uit de fabriek!
Hij kreeg een duw, een groep Engelsen die schreeuwend door de steeg trok en bleef hangen voor een hoer met uitpuilende borsten. Ze bonsden op het raam, maakten ronde gebaren voor hun borst, ‘are they real or are they fake?’
‘Waar maken ze zich hier toch druk om? Echt of niet echt, als je maar klaarkomt, ’ zei Li, en hij glipte door de kier die al voor hem openstond.

Afwezig dwaalde Chen over de Wallen. Drommen toeristen, vaak aangevoerd door een man of vrouw met een vlag, het kwam hem op de een of andere manier bekend voor, vertrouwde rituelen van de Partij, zijn hele jeugd had hij achter vlaggen moeten aanlopen. Soms ving hij ook Mandarijn en Cantonees op, zijn landgenoten liepen dicht aaneen, om elkaar niet kwijt te raken, gaf ze eens ongelijk.
Hij liet zijn blik over de ramen glijden, de vrouwen erachter zag hij nauwelijks meer. Hij zou opgetogen moeten zijn, zijn plan leek te slagen, de eerste stap was gezet, Professor Vlekveld had het schilderij als echt aangemerkt, in een lucht van braaksel en desinfectiemiddel, wat een associatie met het beroemde schilderij. Maar nu hij de vruchten zou kunnen plukken en spoedig met Fei Fei en een zak vol geld terug zou kunnen keren, moest hij er maar naar raden waar zij rondhing. Trouw of ontrouw kon hem weinig schelen, maar zonder haar was het einde van alles.
De Dam herkende hij aan de fallus die voor een oorlogsmonument moest doorgaan. Daar, op de treden rondom het monument, had hij hem Li afgesproken. Hij zocht zich een weg tussen de geparkeerde fietsen en liep het warenhuis binnen. Als hij een parfum voor haar kocht, Un Voix Noir, haar merk, dan kon hij haar tenminste weer dichterbij voelen. Het was als een offer, zoveel geld had hij niet meer, misschien veranderde er met die aanschaf iets in het krachtenveld dat hen uit elkaar leek te trekken en zou ze vanzelf weer naast hem opduiken.
Ook in het warenhuis wemelde het van de landgenoten, het was alsof hij weer in Beijing verkeerde, de vrouwen met hun tassen, de mannen die achter hen aan sjokten.
Daar was ze, dat kon niet waar zijn, die vrouw met halflang haar die aan sjawls stond te trekken, maar toen hij dichterbij kwam, zijn hart bonzend in zijn keel alsof hij een eerste afspraakje met haar had, bleek ze een ander, eerder Koreaans dan Chinees. Ze glimlachte en wendde zich verschrikt weer af – misschien zag hij er verwilderd uit.
Bij de parfumafdeling vroeg hij naar Un voix Noire, van Serge Lutens.
‘Is uitverkocht, maar we hebben wel Tubéreuse Criminelle . Heel exclusief, meneer, verder alleen in het Palais Royal te krijgen, dat is dus in Parijs,’ zei de dame achter de balie. ‘Als u even een momentje heeft, de tester is in gebruik.’
Naast hem twee forse vrouwen, Russinnen, hij herkende ze meteen aan hun grove manieren. Nog verder een slanke hand die de tester omhoog bracht, de bleke huid van haar pols. Hij keek omlaag, zag voorbij de stevige stronken waarmee de Russinnen zich overeind hielden, haar smalle enkels en elegante schoenen die uit niets dan bandjes bleken te bestaan.
Vergiste hij zich weer? Die schoenen herkende hij niet. Hij vergat te ademen en neeg voorzichtig naar voren.
Haar gezicht zacht en haar lippen die leken te bloeden. Ze hield haar pols onder haar neus, keek stralend op, naar de man die haar vergezelde.
Chen had hem eerder gezien, maar waar? Ah, hij wist het weer, Lodelik nog wat.. Lodelik Z… Zw… hij had iets onbegrijpelijks gezegd, in het Nederlands, hij had naast haar gezeten toen ze op de televisie was.