Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Zin om naast je te komen liggen

Proza door Niels ’t Hooft – 5 jaren, 7 maanden geleden

—Zal ik heel eerlijk zijn?
—…
—Ik denk nog wel eens aan je, Magda.
—…
—Niet te vaak hoor. Maar soms, als ik meisjes over straat zie gaan… van die studentenmeisjes in kliekjes. Houtjetouwtjetypetjes. Dan denk ik aan jouw zwerm, en hoe die neerstreek bij mij in het atelier…
—…
—Het was een hele andere tijd… begin van de jaren tachtig… eenentachtig? Tweeëntachtig? De avond was al aan het vallen toen jullie arriveerden… stinkend kwamen jullie uit dat grauwe blauwe Simcaatje rollen… nu ik erbij stilsta komt het vrij scherp terug. Geen rooie cent natuurlijk. Ik ook niet, al kon ik dat moeilijk laten blijken. Het was niet alsof ik jullie naar een hotel kon doorverwijzen… maar door jullie te laten blijven, gaf ik waarschijnlijk het verkeerde signaal af.
—…
—Ik kan je zo nog voor de geest halen… in je nepbontjas… broekpak in roze latex… met je plastic ringen… enorme dingen om al je vingers, in primaire kleuren… zat daar toen al wat Mondriaan in? Wat verkitsching van de grote priegelaar uit Amersfoort? Voor mij was je een van de meisjes… en dan bedoel ik, nog buiten het groepje waarmee je langskwam. Terwijl ik wist dat ik voor jou meer was dan dat… anders had je niet die hele rit gemaakt… als een soort kunstenaarsgroupie…
—…
—Als ik jou toen anders had behandeld… na gebruik terzijde had gelegd… was mijn carrière heel anders verlopen. Dat weet ik zeker. Dan was ik nu een stroming op zich geweest. De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars, maar vooral ook door de geschiedkundigen… de wetenschappers… de valse ex-liefjes… had ik toen kunnen weten dat jij zo invloedrijk zou zijn? Dat kon toch niet? Ik had toch niet iedereen met respect kunnen behandelen in die tijd? Dat was toch onmogelijk geweest? Dan zou het heelal zijn geïmplodeerd…
—…
—Hoe dieper ik graaf, hoe troebeler het wordt… ik weet nog precies hoe je haar zat, maar waar het nou precies op stuk liep? Je maakte het jezelf ook niet makkelijk, geloof ik. Je studeerde… ja, kunstgeschiedenis natuurlijk… dat kan niet anders… hoorde daar een bitse houding bij? Het was zo moeilijk om te begrijpen wat er omging in jouw hoofd… je kwam uit bewondering, maar ging niet weg zonder vinnige kritiek op ieder element van mijn nietige leven. Alleen mijn doeken spaarde je niet… maar het smerige hok daar… mijn persoonlijke hygiëne… mijn omgang met je vriendinnen en jou… mijn voorstel om het een keer met z’n allen te doen, alsof dat niet geweldig goed in de geest van die tijd had gepast. Het leek wel alsof je walgde van het banale bestaan dat schuilgaat achter ieder kunstwerk… maar het een kan niet zonder het ander, Magda, begrijp je dat inmiddels? Dat is hoe kunst wordt gemáákt!
—…
—Vind je niet dat er geweldig veel kan veranderen in dertig jaar? Kijk mij nou eens… ik ben getrouwd geweest… heb een dochter… misschien word ik binnenkort opa, misschien ook wel niet, maar biologisch zou het kunnen en bij de wet zou het mogen. Ben jij eigenlijk ooit getrouwd geweest? Heb je lange relaties gehad? Heb je kinderen gebaard? Denk je soms nog aan ons in Berlijn? Denk jij er nog wel eens aan?
—…
—In de eerste plaats is het verschil tussen ons natuurlijk dat jij lelijker bent geworden en ik met de jaren knapper… zoals dat gaat met mannen… als we al knap en wijs worden, dan is het op den duur. Jullie, daarentegen, beginnen mooi… jullie hebben het voor het zeggen als jullie jong zijn… eeuwig zonde om je dan al voor de leeuw te werpen… wat moest je in godsnaam met zo’n in zichzelf gekeerde, bokkige viespeuk als de wereld aan je voeten lag? Je was de mooiste van het stel, dat wist je toch wel? Ik denk dat je dat heel goed wist… maar moet je nu eens zien hoe je erbij ligt… in een ziekenhuisbed verdomme… een verschrompelde hoopje ellende… een symbool van vergankelijkheid, en nog ongelukkig ook… zo ongelukkig dat je er onverstandige dingen van bent gaan doen…
—…
—Ik zou er bijna van terug naar Berlijn willen gaan… terug in de tijd… om alles anders te doen… je met open armen te ontvangen… je te verzorgen, te knuffelen, te koesteren… maar goed… wat zou daar de uitkomst van zijn geweest? Dan waren we misschien getrouwd… dat zou nooit lang goed zijn gegaan… twee betweters… twee vakidioten… misschien nog wel meer, als we kinderen hadden gekregen. Daar zou weinig goeds van zijn gekomen.
—…
—…
—…
—Zal ik nog eens wat zeggen?
—…
—Ik heb zin om naast je te komen liggen.