Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Liefde en inspiratie

Magda Vlekveld

Personage: Magda Vlekveld

Daar ruist langs de wolken een lieflijke stem

Proza door Arjen – 5 jaren, 6 maanden geleden

Ik hoorde een stem door een wolk van doodsangst en pijn. Ik herkende de stem, hij had mijn leven lang al in mij geklonken. Ik poogde me op te richten en bemerkte ontdaan te zijn van alle knellingen waar een vrouwenlichaam in opgesloten zit. Geen bh, geen onderbroekelastiek, geen spijkerbroek. Het was of ik dreef op een snelstromende rivier, maar wat ik hoorde was geen naderende waterval meer, maar de basso continuo die ik altijd onder mijn vrouwelijkheid aanwezig wist. Ik opende mijn ogen.
“Hé Magda, lekker meid van me, ben je d’r weer?”
“God, ben jij het?” zei ik aarzelend.
“Je eerste liefde in hoogsteigen persoon. Die vergeet je nooit, wat? Eén keer van bil, altijd de spil.”
“Waar zijn we?”
“In de hemel, schatje, waar anders.” Hij floot net als vroeger vrolijk tussen zijn voortanden door. “Laat maar rollen, jongens.”
Voor mijn ogen dwarrelden rode en gele vierkantjes omlaag, witte vlakken, grijze, zwarte lijnen, blauwe.
“Dit is ‘m nou, Vlekje. De enige echte. Je hoeft niet meer bang te wezen dat je belazerd bent. Hij bestaat heus en die leipe Fei Fei heb de valse.”
“Maar hoe kun jij…”
Ik herkende het doek van de verfomfaaide foto’s die Chen me gestuurd had. Ik hoorde aan de andere kant van het heelal een deur openzwaaien.
“Is de patiënte weer wakker?” klonk een hoge vrouwenstem.
“Ja, zuster dikkekont,” donderde Godfried met zijn Russische bariton. “Ze is weer helemaal op en top.”
Maar toen ik als in extase overeind wilde komen uit mijn ziekenhuisbed, ontdekte ik opeens dat de rechter helft van mijn schedel was weggeslagen, en dat de zure geur die zich aan me opdrong van het braaksel kwam dat nu uit mijn mond gulpte over de witte sprei op mijn benen.
“Krijg nou de kankertering,” schreeuwde Gotfried alsof hij nog steeds de ruige kunstenaar was van wie ik zolang idolaat was geweest. “We hebben er godsallejezus alweer een Victory Boogie Woogie bij! Moet je die patronen in d’r kots zien. Dat geel en dat rood! Totaal Mondriaan!”
In een zee van Chinees gesis en gesteun tuimelde ik achterover de tunnel van mijn eigen zweet in.
Zeg me dat dit nooit is gebeurd.