Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: De kist

Fei Fei

Personage: Fei Fei

Terug bij af

Proza door Robbert – 5 jaren, 7 maanden geleden

Roderik vertelde vandaag aan het ontbijt dat hij heeft gehoord dat Magda Vlekveld een zelfmoordpoging heeft gedaan, in haar woning, met pillen, en dat Chen haar heeft gevonden, samen met Godfried de Ridder en Joy Puik en ene Li. Ze leeft nog, het scheelde niet veel. Ik schrok ervan dit te horen. Niet dat ik haar goed ken, maar toch, zelfmoord is zo grof en hard. Ik heb er ook weleens over nagedacht, maar het is nooit zover gekomen dat ik het echt wilde doen. Roderik zei dat het op een of andere manier te maken had met het schilderij. Hoe precies wist hij niet. Het gaf me allemaal een raar gevoel. Ook dat Chen haar gevonden heeft, ik bedoel, in wat voor vreemde situatie zijn hij en ik eigenlijk terecht gekomen?
Ik liet mijn geroosterde boterham met jam voor me op het bordje liggen en dronk alleen nog wat koffie. Roderik had zijn eetlust niet verloren en leek weer over te kunnen gaan tot de orde van de dag: hij dacht hardop na over zijn plannen met het schilderij. Hij denkt de hele dag hardop, valt me op, er komt geen einde aan zijn woordenstroom. In het Engels ook nog eens, een taal die hij niet goed beheerst en die voor mij moeizaam is om te verstaan. Bovendien, hij praat niet mèt me, maar tégen me. In zijn ogen ben ik een eenkoppig publiek dat op de juiste momenten moet applaudisseren. Ik nam af en toe een slokje koffie en luisterde niet. Dat moest ik Chen nageven: hij kon tenminste zijn mond houden en in stìlte op iets broeden. Als hij iets zei, dan praatte hij echt met me.
De monoloog van Roderik werd onderbroken omdat iemand hem belde. Met de telefoon tegen zijn oor liep hij weg, luisterend. Daarna hoorde ik hem tieren en schelden. Ik verstond niet wat hij zei, hij sprak Nederlands, maar het gesprek eindigde ermee dat hij zijn telefoon op de grond kapot gooide. Daar schrok ik zo van dat ik het koffiekopje bijna uit mijn hand liet vallen.
Het schijnt dat ons werk een kopie is. Chen heeft het echte werk. Laten invliegen door die Li.
Dit vertelde Roderik me nadat hij had opgehangen en in zijn ochtendjas heen en weer liep door de kamer, als een manisch dier in een kooi.
Het gekke is, ik was niet boos of pissig, zoals Roderik wel was. Er gebeurde in mij iets anders. Ik zag Chen voor me en dacht: goed gespeeld. Blijkbaar ging mijn mondhoek bewonderend wat omhoog, want Roderik vroeg wat ik in nou zat te lachen. Als dit bekend wordt, brieste hij in half Engels en half Nederlands, wat ik moeilijk kon volgen, dan wordt òns werk als waardeloos gezien, dus kunnen we wel fluiten naar kopers. Ik probeerde daar iets tegenin te brengen, maar hij noemde me onwetend en ik moest me er niet mee bemoeien. Wel moest ik hem mijn telefoon geven, die hij vervolgens zelf van het dressoir griste, en waarmee hij in de studeerkamer verdween. Ik bleef aan de ontbijttafel zitten, in mijn ochtendjas, die dunne ochtendjas, net nieuw, en voelde me naakt. Zonder telefoon, zonder waardevol schilderij, zonder andere toekomst in het verschiet was ik zomaar een vrouwtje in een huis van een ander, in een land van anderen.
Chen heeft een neef die Li heet, schoot het door me heen, en dat moest ik tegen Roderik zeggen, maar ik had geen zin om daarvoor op die dichte deur te kloppen. In plaats van naar de studeerkamer liep ik naar de badkamer. Op de wastafel lag een scheermes en op een plank een doosje slaappillen. Ach, ik zou dat toch nooit doen.
Ik weet niet hoe lang ik in bad heb gelegen, maar om de zoveel tijd trok ik de stop eruit, zodat het water een paar centimeter zakte, en dan vulde ik het bij met warm water. Volgens mij zat Roderik al die tijd in zijn studeerkamer mensen te bellen. Eén keer kwam hij eruit en riep hij mij, waar de oplader was.
Toen ik uit bad kwam, had Roderik een oplossing gevonden. Tenminste, hij had met ene Botering gesproken, of hij had iemand gesproken die Botering kende: ik was rozig en hij sprak vermoeid. Net als Vlekveld is Botering een autoriteit, een kunstkenner, maar dan eentje met een hele andere kijk op de dingen. Als hij zich bij ons kamp wil aansluiten (dat woord gebruikte Roderik, dat weet ik nog wel, ‘kamp’, er zijn nu dus twee kampen) dan is de zaak nog niet verloren.
Hij stapte onder de douche en schoor zich snel, waarna hij de deur uit ging en tegen me zei dat ik niet op hem hoefde te wachten met eten. In de keukenla kon ik een stapeltje afhaalmenu’s vinden, zei hij. Ook eentje van een Chinees.