Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Een kunstvorm op zich

Proza door Jochem BroekhovenGastbijdrage – 5 jaren, 4 maanden geleden

Roderik van Zwaaij rolde het condoom af en gooide het in de pot. Jezus, wat moest hij pissen! Hij keek hoe het zielige oranje ringetje in de straal spartelde met zijn staart. Een plastic meisjesring noemden ze dat vroeger, onder elkaar. ‘Heb jij een plastic meisjesringetje voor me te leen? Ik krijg bezoek vanavond en…’ ‘Kom jij nog een beetje door je plastic meisjesringen heen, vent!’ Mooie tijd. Vrienden voor het leven. Dat zag je aan Bert, hoe lang had hij die lul niet gezien? Zeker vijf jaar. En ineens had hij aan de telefoon gehangen: ‘Ha Roderik, zeg, jij doet toch in kunst?’ Precies wat hij nodig had op dit moment. Bert nam het hem vast niet kwalijk dat hij Fei Fei had meegenomen. Als het schilderij eenmaal verkocht was dan zou Bert een mooie commissie krijgen, meer geld dan hij ooit bij elkaar had gezien waarschijnlijk. Hoe die vent in zo’n fietsenloods terecht was gekomen, was hem een raadsel, zeker met zulke ouders. Maar Bert was Bert en Bert bleef Bert. Vrienden voor het leven.
Hij liep terug naar het bed. Fei Fei lag uitgespreid over het laken. Ze snurkte zacht. Uitgeput? Voldaan? Hij legde het dekbed over haar heen. Zou ze gemerkt hebben dat hij niet was klaargekomen? Waarschijnlijk niet. Toen hij er genoeg van had, had hij een flinke kreun gegeven en was over haar heen gevallen. Dat moest toch genoeg zijn, vond hij. Liefde en inspiratie.
Hij trok zijn badjas aan, pakte zijn sigaretten en schoof zachtjes de balkondeur. Buiten begon het fris te worden. Hij stak op en inhaleerde diep.
Wat zouden ze bij Christie’s gevloekt hebben! Het schilderij van het jaar, in handen van de vent die zij een maand tevoren verontwaardigd hadden ontslagen. Godver! Natuurlijk was het stom geweest, dat Parool-interview. Hij had zijn bek weer eens voorbijgepraat. ‘Ik verkoop net zo lief een vervalsing’, met zo’n kop vraag je natuurlijk om moeilijkheden. Vandaag bij Van Nieuwkerk had het ook niet veel gescheeld. Dat niemand in de kunstwereld vies is van een vervalsing is één ding, maar dat moet je de buitenwacht natuurlijk niet aan de neus hangen.
Nu kon hij terugslaan. Nu kon hij bewijzen dat hij gelijk had. Hij zou iedereen laten zien hoe de moderne kunsthandel werkt en hij zou er nog goed mee verdienen ook. Hij zou laten zien dat de kunsthandel, als je het goed aanpakt, een kunstvorm op zich kan zijn. Het gaat er niet om wat het is, het gaat erom wat het lijkt, het gaat erom hoe je het noemt. Het gaat om verbeeldingskracht en lef. Liefde en inspiratie.
Waar had hij dat toch gelezen? Liefde en inspiratie. Hij ging naar binnen maar liet de balkondeur op een kier staan. Hij schoof Fei Feis arm opzij om plaats te maken. Ging naast haar liggen. Streelde haar over haar haar. Waarom? Hij had niet het idee dat hij veel om haar gaf. ‘Je geeft me liefde en inspiratie,’ fluisterde hij met een glimlach. Binnen een minuut sliep hij.