Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Vervalsing

Chen

Personage: Chen

Daar is ze, met het schilderij, bij DWDD.

Proza door Edzard – 5 jaren, 7 maanden geleden

Als een holenmens stormde hij uit zijn oude garage, met woeste armgebaren. Hij was groot en breed, en had een grove kop, nog onafgewerkt, niet eens geschuurd, laat staan gepolijst. Chen voelde zich meteen geïntimideerd. Het liet zich niet verklaren, het had iets dierlijks, hij wist meteen dat hij er niet onderuit kon zich naar hem te voegen.
‘Hé, pal, jij bent toch die Chinees van dat schilderij. Nou, ik weet niet of je het al weet, maar het is weer opgedoken hoor, die fucking bitch van je is ermee aan de haal. Ze was ermee op tv. Kom, ik laat het je zien, mán, wat een fucking toestand,’ zijn Engels was zo lomp dat Chen het nauwelijks kon verstaan, alsof hem een zak aardappelen in de armen werd gedrukt.
Een moment later zaten ze op bierkratten. De tv op het beton, snoeren kronkelden meters voordat ze de muur vonden. De man die zich als Godfried de Ridder had voorgesteld, hield de afstandsbediening zo ver mogelijk voor zich uit en drukte met zijn duim wild op de knopjes, terwijl hij tegelijkertijd op zijn onderlip beet, ‘fuck, fuck, fuck, ik haat dit kutding. Ik doe dit dus nooit, ik vind niets prettigers dan uitzendingen te missen, het liefst mis ik die verdomde troep allemaal.’
‘Yesss,’ een grote tafel met glazen water en wijn, waaraan een man met lange haren, die ademloos ratelde, een man die even verward leek als zijn haar, een man met een geglazuurd gezicht, en als enige vrouw Fei Fei, zijn Fei Fei, op de televisie nog mooier dan ze in het echt al was, als omgeven door een halo van het zachtste licht.
Als ze sprak, liet ze haar tanden zien, glinsterend en scherp. Chen hield van haar, wat ze hem ook flikte, hij kon er niets aan doen.
‘Jezus, wel een lekker fel wijf,’ zei Godfried. Hij zwaaide met zijn hand, alsof hij zijn vingers had verbrand.
Chen grijnsde, ja, zo was ze ook in bed, meteen zag hij haar weer voor zich, oprijzend vanuit zijn schoot, jasmijn blank. Dat Chinezen in dit deel van de wereld geel werden genoemd, sloeg nergens op.
‘Niet te stoppen, die draaft maar door. Ze denkt dat ik niets voor elkaar krijg, nou, dat heeft ze dus mis. Kan me niet schelen. Ik weet hoe ik het moet spelen. Die ellendige reis met dat Griekse schip, die kist, echt alles, omdat ik wel wist dat ze me zou belazeren. Iedereen dacht dat ik helemaal kapot was dat die kist verdwenen was. Je had ze eens moeten zien, hoe ze me aankeken.’
‘Cool mán. Wat kunnen we anders dan faken? We redden het niet zonder faken. We weten niet eens wat dat is, faken. Als je geen kind meer bent, is alles faken. Het is godverdomme allemaal één fucking pot nat. Dus die van haar is de fake versie. Zie je, dat bedoel ik dus, echt of fake, who cares. Ik zou wel eens een boom willen opzetten met die neef van jou. Dat weten jullie in China dus beter dan wij. Of het origineel is, maakt echt geen bal uit. Allemaal westerse bullshit, fucking fetisjisme. Het gaat om de geest die erin zit. Content. Spirit.’ Hij sloeg Chen op zijn schouder, nogal hard, schoot vervolgens naar voren, ‘watch out, nu komt het.’
Fei Fei stond op, ze droeg een strakke, adembenemende glitterjurk die Chen nooit eerder had gezien, en ze keken haar allemaal aan, de mannen aan tafel, de mensen in het publiek. Ze bukte zich en haalde het schilderij omhoog, verpakt in een laken. De man met de lange haren bleef praten, alsof alles ineen zou storten als hij een stilte zou laten vallen, niet alleen zijn programma maar ook het gebouw, de wereld als zodanig, al pratende hield hij in zijn eentje de gehele kosmos in stand, helaas in het Nederlands, Chen verstond geen woord.
Het laken ging eraf, maar een onthulling kon het nooit worden. Wat was er op het scherm ook van het schilderij te zien? Niets dan een schilderij dat op de eerste Victory Boogie Woogie leek, of de tweede, of welke Victory Boogie Woogie dan ook. Even zwenkte de camera erover heen, vluchtig als een zwaluw over het water, en meteen kwam de showmaster weer in beeld, die nooit zou versagen.
‘Wat een fucking goede joke, kijk nou hoe blij ze zijn, ze gaan helemaal uit hun dak,’ Godfried sloeg met vlakke handen op zijn knieën, ‘te gek, te gek, te gek, ze stinken er allemaal in, Matthijsje en die suffe fietsenboer en ook die eikel van een Roderik met zijn maniertjes. Weet je, nu luist Roderik the lunatic er eens niemand in maar wordt-ie er zelf ingeluisd. Dat heb je fucking goed gedaan, Chennie. Ik mag jou wel.’

Een uur later zaten ze in de auto van Godfried, een oude Mercedes. Hij reed langzaam, zelfs op de snelweg kwam hij niet boven de tachtig, zijn bovenlichaam bewoog hij heen en weer, alsof hij de auto probeerde aan te stuwen. Traag zakte een vliegtuig door het wolkendek, Schiphol moest vlakbij zijn.
‘Weet je zeker dat je neef dat ding langs de douane krijgt? Straks zitten we daar uren te lullen, nou, heb ik dus echt geen zin in, het moet wel leuk blijven.’
‘Denk niet dat er problemen zullen zijn. Hij neemt het gewoon als normale bagage mee. Als ze hem ertussenuit pikken, zegt hij dat hij het zelf gemaakt heeft. Dat is niet eens echt gelogen, hij had die andere gemaakt, even goed of zelfs beter, zoals hij zelf beweert. Of weten de douaniers hier veel van kunst? Bij ons kun je ze een Van Gogh voorhouden en zeggen dat het een schilderijtje van je dochter is.’
‘Cool, nooit gedacht dat die botte domheid nog eens een voordeel zou zijn, leve de PVV,’ en met beide handen ramde de kunstenaar op het stuur; de auto maakte een zwieper, claxons, boze gezichten.
Tussen families met ballonnen, bloemen en spandoeken staarden ze even later naar de stroom reizigers die door de schuifdeuren aan Nederland werden toevertrouwd. Sommigen waren pijnlijk bruin en droegen strooien hoeden en shirts met palmbomen, maar steeds meer mengden ze met Chinezen, die minder opzichtig en ook veel stiller hun entree maakten. Misschien waren er nog meer vliegtuigen uit China geland, want uiteindelijk waren er alleen nog maar Chinezen, er kwam geen einde aan.
‘Jezus, dit wordt niks. Die Li heeft je belazerd. Wat een linkmiechel, die gaat gewoon zelf iets uitvreten met die Victory Boogie Woogie…’
Chen haalde zijn schouders op. ‘Zonder Vlekveld komt hij niet ver. En hij weet niets van haar. Hij weet niet eens dat ze bestaat.’
‘Ach, Vlekveld, die kennen we wel, die droge…’
‘Li!’ riep Chen uit en wurmde zich door de feestelijke menigte, stormde op een Chinees af die zowat verdween achter zijn volgestouwde bagagekar.