Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Gevangen tussen de wind en de wal

Proza door Niels ’t Hooft – 5 jaren, 7 maanden geleden

—Oké Ottie, camera loopt… note to self, ik moet je straks nog onze opnames van de Eleftria laten zien… beroerde beelden en het moment was zo voorbij, maar wát je ziet, fascineert. Hoe dan ook, vertel… waarom ben je zo opgewonden?
—Het begon toen ik gisteravond met een oud-klasgenoot in de kroeg zat. Zonderlinge kerel… ooit een hoge pief met een belangrijke baan, maar inmiddels aan lager wal geraakt. Mooie uitdrukking is dat, aan lager wal… zeilterminologie voor als je met je schip gevangen raakt tussen de wind en de wal. Betekent niet alleen dat je in de penarie zit, maar juist ook dat je er niet zomaar uit komt.
—On topic…
—We hadden een uitstekend gesprek, Christiaan en ik… over het leven, de kunst, hoe die twee vervlechten en elkaar betekenis verlenen. Waarom is het toch zoveel aangenamer om te converseren met mensen met wie het slecht gaat?
—Misschien omdat ze tijd voor je hebben?
—Toen kreeg ik een berichtje van mijn nichtje op mijn telefoon. De oudste van mijn zusje Hanneke, Eva heet ze… heb je haar wel eens ontmoet?
—Volgens mij niet.
—Ik zou ook eigenlijk niet weten waar je haar had moeten tegenkomen.
—In ieder geval kreeg je een bericht van haar…
—Ja, ze meldde dat ze net moeder was geworden. Foto erbij van de pasgeborene. Mooi hè? Het wonder van nieuw leven.
—En dat is relevant want…
—Kom ik straks op terug!
—…
—Eerst nog even het gesprek met Christiaan. Naarmate de avond vorderde, werd dat alleen maar beter…
—Rode wijn?
—Vanzelfsprekend. Maar dat kan niet de enige verklaring zijn voor ons euforische gevoel. Steeds meer kregen we het idee dat alles waarover we spraken in grote mate samenhing… en dat het zo bedoeld was. Dat we niet voor niets in de put zaten, dat we dit moesten ondergaan, als het ware, en dat dit alles zou culmineren in een groots creatief hoogtepunt.
—Waar hadden jullie het dan over?
—Ten eerste Mondriaan. De primaire kleuren waarop hij uit was gekomen… de manier waarop hij de complexiteit van de wereld had teruggebracht tot de absolute essentie…
—Dus je bent nu weer pro-Piet?
—Ten tweede het kindje van Eva, dat óók de absolute essentie vertegenwoordigt, maar met een andere aanvliegroute… een pasgeborene is puur, niet door de reductie van complexiteit, maar doordat de complexiteit nog maar minimaal is toegenomen.
—En toen, wat gebeurde er toen?
—Om kort te gaan, Stefan, zijn we mijn nichtje gaan opzoeken.
—What the fuck… midden in de nacht?
—Het was inmiddels ochtend. En we waren eerst nog naar mijn atelier gegaan om wat blikken verf te halen als kraamcadeau. De eenvoud van het kind in combinatie met de eenvoud van die kleuren, dát leek ons de volgende stap.
—…
—Blauw, geel, rood, zwart. Prima kleuren.
—Wat zei Eva dan? Die was toch nog maar net bevallen?
—Ik moet toegeven dat ons bezoek geen succes was. Tegen die tijd waren we ook al aardig ver heen…
—Want je nichtje zat niet te wachten op een product van de chemische industrie als cadeau voor haar kwetsbare baby. Quelle surprise!
—Ze heeft ons niet gezien. De kraamhulp deed open en liet ons niet binnen, maar haalde Eva’s vriend… en die herkende Christiaan als Eva’s oude baas…
—O?
—Ja, ingewikkeld verhaal… ik vertelde toch dat Christiaan gevangen zat tussen de wind en de wal? De neergang begon toen hij aan zijn assistente had gezeten… aan haar kont. Misschien moet je hem eens interviewen, hij kan er goed over vertellen. Het is een hele geschiedenis.
—Dit verhaal is niet ingewikkeld Ottie, maar onsamenhangend… en als je het mij vraagt verzonnen…
—Nee… het is waar… en alles heeft met elkaar te maken. Kijk, die assistente is mijn nichtje. Chris dacht dat Eva avances maakte, terwijl ze moed stond te verzamelen om haar zwangerschap te onthullen. Achteraf heeft Chris mij via Facebook opgezocht vanwege dat voorval… een wanhopige poging om de angel uit zijn ongeluk te trekken. Zelf ontkent hij dat, maar anders zou het toch té toevallig zijn?
—Nogal ja… desalniettemin klinkt dit als een soap, als drama, niet als de artistieke doorbraak waarnaar je steeds hint…
—Dat komt nu.
—…
—Het volgende wat ik me herinner is dat ik met Christiaan op het balkon van zijn nieuwbouwflat sta… met die blikken verf in mijn rugtas. Die flat is voor Chris het symbool van zijn nederlaag… maar toen ik daar op de zeventiende verdieping de buitenlucht instapte, ontvouwde zich voor mijn ogen iets waanzinnigs. Rechts van ons het IJ, maar belangrijker, links van ons de stad, een blokkenpatroon, zoals Mondriaan dat moet hebben gezien in het New York van de jaren veertig… en ik werd getroffen door een diep gevoel van compleetheid… mogelijkheid… het ware leven…
—En wat heb je toen bedacht?
—Het eerste idee was om de verf van het balkon te smijten. Maar de blikken zaten dichtgekoekt… we kregen de deksels er niet af… en het leek ons gevaarlijk om ze ongeopend naar beneden te keilen…
—En het tweede idee?
—Het tweede idee was dat er helemaal geen kunst meer nodig is, omdat alles al bestaat, daar beneden. Snap je?
—…