Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Kunstenaarschap

Liefde & Inspiratie

Proza door Cornel Bierens – 6 jaren, 1 maand geleden

Eigenlijk had ik het vandaag willen hebben over de vraag of er nog artistieke autonomie mogelijk is in onze postfordistische en posttoyotistische tijden. Maar met het oog op de actualiteit ben ik geswitcht naar dansen en kaartspelen. Die autonomie kan wel even wachten.
Ik ga terug naar 14 februari van dit jaar, toen het Haags Gemeentemuseum, het was Valentijnsdag, een kwartetspel lanceerde over de vrouwen van Piet Mondriaan. Onder de titel Liefde & Inspiratie werd op speelse wijze een dossier ontsloten waarvan de bladzijden tot voor kort steevast werden weggestopt in de la ‘Irrelevant’. Het paste ook zo mooi bij Mondriaans werk, dat imago van een koele, afgemeten en vooral solitaire man. Je wist niet beter of het vrouwelijke was voor hem iets horizontaals, net als de lijn van de zee. Af en toe eens uit dansen ja, daarvoor waren vrouwen wel handig, maar de kleinste toespeling over trouwen en hij was er vandoor.
En dan nu dus die 52 speelkaarten met evenzoveel Mondriaanvrouwen erop, en in de bijsluiter de mededeling dat het er in werkelijkheid beslist nog meer waren. Wat een feest moet het leven van die kluizenaar zijn geweest! Ik ben zo verrukt van dit kaartspel dat ik het al twee maanden cadeau doe aan iedere jarige of geslaagde die mij op zijn of haar party vraagt. En dat houd ik vol, ook al blijkt bij navraag telkens dat het spel weliswaar wordt gewaardeerd, maar door niemand ook echt wordt gespeeld. ‘Wie gaat er nu nog zitten kwartetten?’ is de standaardverklaring.
‘Je hebt toch kinderen?’ antwoord ik dan, ‘je hebt toch gezellige bejaarde ouders?’ Maar de kinderen schijnen liever een digitale versie voor op hun iPad te hebben, en de bejaarde ouders steeds te struikelen over de Bordewijkse namen (Diderike Petronella Harrenstein, Gwendolyn Lux Von Bremen, Eva Bernardina de Beneditty, Augustina Hermina de Meester Obreen…). Allemaal uitvluchten natuurlijk, en ik geef dan ook niet op. ‘Hoezo een digitale versie?’ roep ik. ‘De clou is nu juist dat je al die vrouwen door je eigen fysieke handen laat glijden. En als je dat eenmaal aan het doen bent zul je merken dat het je helemaal niks meer kan schelen hoe ze heten.’
De laatste troef die ik uitspeel bij zo′n woordenwisseling is eerlijk toegeven dat ik zelf ook niet zo dol ben op kwartetten, maar dat ik wel al twee maanden elke avond minstens drie potjes patience speel met de vrouwen van Piet Mondriaan. En dan komt het: dat op wonderbaarlijke wijze dat geduldige spelletje mijn begrip van de schilder meer heeft vergroot dan welke verklarende tekst over zijn werk ook.
Zo zat ik bijna twee weken geleden, op een dinsdagavond, mijn vrouw was niet thuis, weer eens aan de keukentafel te spelen. Plotseling viel me op dat ik mijn kaarten niet in de gewone, in lengte toenemende rijtjes had gelegd, maar in een min of meer ruitvormig patroon. Terwijl ik mij nog steeds aan de regels van het spel hield, zat ik ondertussen een compositie bij elkaar te leggen met mijn kaarten, alsof het gekleurde stukjes tape waren. Een ietwat beangstigende ervaring. Ik stond op van mijn stoel en dacht aan de halfdode Mondriaan zoals die in januari 1944 steeds weer opstond van zijn bed om in pyjama verder te werken aan Victory Boogie Woogie. Steeds kortademiger, almaar harder trekkend aan weer een volgende sigaret.