Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Improvisatie

Chen

Personage: Chen

Met Vlekveld aan zijn zijde…

Proza door Edzard – 5 jaren, 8 maanden geleden

Voor een Chinees was Chen niet klein, eerder gemiddeld. Maar tussen de kunsthistorica en de journaliste in bleef er weinig meer van hem over; het leek of de vrouwen met hun kind over het industrieterrein liepen. Die indruk werd ook gewekt door zijn wijze van lopen: zijn armen zwaaiend, zijn stappen los en ongericht, alsof er nog iets mankeerde aan zijn coördinatie. Geen steentje op zijn pad dat hij niet wegschopte.
De aankomst was verre van eenvoudig geweest. Douane, politie, officier van justitie, die opdringerige journaliste, die niet meer van zijn zijde week en zich ook als een teek in Magda Vlekveld had vastgebeten, nog wat vreemde types die als ratten uit de loodsen waren gekropen, en Fei Fei die aan zijn kop was gaan zeuren en zei dat hij er al weer een zootje van had gemaakt en dat zijn plan belachelijk was en nooit zou kunnen lukken, en dat ze dat altijd al geweten had en nooit mee had moeten gaan. Maar naast de rijzige, grijze Vlekveld voelde Chen zich volstromen met optimisme en zelfvertrouwen. Wat een vrouw was zij! Nee, niet meteen het type waar hij op viel, hij hield van zijn tengere Fei Fei met haar fijne handjes en priegelvingers, en ook zijn vriendinnetjes en zelfs de prostituees die hij af en toe bezocht, als hij toevallig geld had, leken altijd op haar. Maar Vlekveld was zo kordaat en stevig dat hij zich op een aangename wijze geïntimideerd voelde. Aan haar zou hij zich kunnen overgeven als aan een moeder.
‘Ik ben best opgewonden,’ zei ze met een koket lachje, meer een hik. ‘Het is niet alleen het schilderij. Het is alsof ik hem steeds dichter nader. Soms droom ik van hem, zo’n stijlvolle man.’
‘Dat zei mijn grootvader ook. Maar veel meer heeft hij me nooit willen vertellen. Alles is muziek, alles is jazz, zei hij, en dan zette hij een plaat op van vroeger.’
‘Ach, hoe romantisch. Straks ga ik ook nog dromen van uw grootvader,’ en ze begon weer hikkend te lachen.
Tot zijn verrassing had hij haar niet eens hoeven opzoeken. Ze had zichzelf gemeld, met een advocaat. Nog steeds kon hij het niet geloven: in China zou hij geen kans gemaakt hebben, maar binnen een dag hadden ze een kort geding geregeld en stonden ze voor de rechter. Nog geen uur had het proces geduurd; de rechter had ook niet lang hoeven nadenken en het beslag opgeheven en de politiebewaking van tafel geveegd als was het niet meer dan kattenkwaad. Hoe dat mogelijk was, viel niet te begrijpen en veel moeite om het hem uit te leggen hadden Vlekveld en haar advocaat ook niet gedaan. Ze waren helemaal door zichzelf in beslag genomen, alsof hij er niet toe deed. Maar daarover klagen was ongepast, hij was hen dankbaar, ze hadden hem uit de brand geholpen, het zou niet lang meer duren of het geld zou op zijn bankrekening staan en hij en Fei Fei zouden weer kunnen teruggaan naar China.

Godzijdank lag het schip er nog. Ergens in zijn achterhoofd was hij bang geweest dat de kapitein de trossen had losgegooid en was vetrokken. Een en al beminnelijkheid, die Griek, maar wat er onder die zachte deken van charmes verborgen lag… Als Chen iets had geleerd, was het wel dat je met charmante mensen moest oppassen, en die wijsheid koesterde hij, want dat was ook zo ongeveer het enige wat hij van het leven wist…
Een hels knarsen. Chen keek om en zag Fei Fei op hen afrennen, plassen ontwijkend, op blote voeten, haar pumps in haar handen. Achter haar sloeg een immense schuifdeur dicht; niet alleen de lucht, ook de grond trilde ervan, even leek alles ineens op losse schroeven te staan.
Waar zij had uitgehangen, vroeg hij. En zij, terwijl ze haar voeten vluchtig schoonveegde en in haar pumps wurmde, en achter hen aan over de loopplank trippelde, ‘kopje thee bij de buurman.’
Chen draaide zich om. Ook zij bleef staan. Ze schikte haar haar en keek terug, zo strak dat hij het er benauwd van kreeg.
‘ Dat kan toch geen kwaad?’ zei ze, en haar mondhoeken trokken omhoog zoals hout kromtrekt, onwillekeurig en haast onmerkbaar.
Over de ijzeren trap daalden ze in het schip af. Groot was het niet, maar de gang leek zonder einde en was ondanks het plafonnieres slecht verlicht en hun voetstappen galmden zo hard dat het pijn deed aan zijn oren. Het had alles van een geboorte, zíjn geboorte, zijn wedergeboorte; binnen een paar minuten zou dat spuuglelijke, haastig in elkaar geflanste schilderij veranderen in een meesterwerk dat zijn leven voorgoed zou veranderen.
Hij ging voor, de hut in. Vlekveld, Puik en kapitein Papadiamantes volgden zwijgend, reeds bevangen door eerbied voor het schilderij. Fei Fei bleef op de gang staan. Spookachtig van boven aangelicht leunde ze tegen de wand, rommelde wat in haar handtas, haalde een spiegeltje tevoorschijn en draaide haar gezicht van de ene naar de andere kant, trok met haar lippen, en begon ze secuur met lippenstift bij te werken.
Op zijn knieën tastte hij onder het bed, midden, links, rechts.
Zijn handen grijs van het stof, hij keek op, naar Vlekveld, zocht Fei Fei maar zag haar niet. Vervolgens liet hij zijn handen nog eens ronddwalen, alsof hij ze niet vertrouwde.

Kennelijk bestonden er vele soorten leegte - nooit was leegte hem zo volstrekt leeg voorgekomen. Alleen improvisatie zou hem nog kunnen redden.