Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Meesterwerk

Godfried de Ridder

Personage: Godfried de Ridder

Een mooi shot van jou met het schip achter je

Proza door Niels ’t Hooft – 5 jaren, 7 maanden geleden

—Dag Stefan, goed dat je eindelijk… wie is dit?
—Weet je nog dat ik je vertelde over die scholiere, Godfried? Kom, trek je jas aan, we gaan de haven in.
—Het regent.
—Je opmerkingsvermogen is onverminderd scherp, hoor ik al. Maar ga mee, we willen op locatie filmen.
—Ik dacht dat je alleen foto’s ging maken.
—De plannen zijn gewijzigd. Lucia is van de YouTube-generatie, voor haar is dit vanzelfsprekend. Het liefst wil ze zo’n brilletje met een camera erin. Dan maak je nooit meer géén video.
—Hallo Lucia, aangenaam kennis te maken.
—Ze is niet zo spraakzaam. Ligt niet aan jou. Haar projectweek bij mij op de studio is al bijna achter de rug, maar ze heeft nog geen drie zinnen gezegd.
—Dit herinner ik me nog van mijn eigen dochter, toen ze ongeveer jouw leeftijd had. Razende hormonen, gevoelens waar je niks mee kan… de ooit zo vanzelfsprekende superioriteit van je ouders brokkelt af als een zandkasteel…
—Lucia’s vader en moeder zijn aan het scheiden, dat maakt de puberteit niet makkelijker voor haar.
—Misschien moeten we niet in de derde persoon over je praten?
—Strakke ouwemannenregenjas heb je trouwens. Doet het goed op video… roept vertedering op. Verregende schilder in donkergroen jarentachtigrainwear, persoonlijk zou ik het meteen liken! Ben je er klaar voor?

—Als ik het goed heb begrepen, ligt het schip vlakbij Van Pettens fietsenhandel aangemeerd… oftewel, hier ergens.
—Dáár is het.
—Ben je hier al eens geweest?
—Zo voelt het wel, maar ik heb het echt alleen bij het journaal gezien. Kan je er een beetje voor gaan staan? Dat we een mooi shot hebben van jou met het schip achter je?
—Zo?
—Ja, precies zo.
—Hé, maakt Van Petten nou een foto van me met zijn telefoon?
—Zodra de camera’s op je gericht zijn, ben je een beroemdheid hè? Dan wil iedereen een plakje van de taart.
—Stil even, ik hoor niet… volgens mij roept Van Petten iets… ah, hij loopt alweer naar binnen. En geef hem eens ongelijk, met dit hondenweer…
—Ken je hem?
—Die jongen zit hier al zo lang als ik mijn atelier heb…
—Jongen? Hij is bijna even oud als jij.
—Hij heeft jarenlang met zijn vriendjes op gitaren staan raggen in die loods van hem. Herrie joh… water draagt hè… als het windstil is. Volgens mij had Van Petten wat geld uit een erfenis… daardoor heeft hij een paar decennia lang letterlijk niets nuttigs hoeven doen. Pas een paar jaar geleden is hij zijn handel in fietswrakken begonnen. De een zijn schroot is de ander zijn brood, dat idee. Kennelijk was het geld op aan het gaan.
—Kan je iets zeggen over Mondriaan? Iets onzinnigs, zoals toen ik je laatst aan de lijn had? Dat soort uitspraken roepen reacties op. Hoe onbesuisder, hoe beter. Dat is wat de mensen willen horen. De maatschappij van nu is een bullshitocratie. Trouwens, Lucia, zet dat maar niet in je projectweekverslag.

—Wat je vorige week zei, heeft me aan het denken gezet, Stefan.
—Niet refereren aan mij… mij kent de kijker niet…
—Iemand zei vorige week iets, en dat is blijven hangen in mijn hoofd… dat het weer tijd werd voor vernieuwend werk… werk dat me weer in de aandacht van de kunstkritiek kan plaatsen… en van de media in het algemeen…
—Kun je iets over Mondriaan zeggen?
—Ik was op weg…
—To the point komen. De mensen hebben geen geduld voor anekdotische omwegen.
—Ik wil een nieuwe serie doeken gaan maken… installaties… geïnspireerd op Mondriaan. Geïnspireerd op de Victory Boogie Woogie. Bewerkingen ervan. Geen cynisch maatschappijkritisch commentaar of zo… dit wordt volledig postironisch. Mijn nieuwe werk gaat Mondriaan plaatsen in onze media…
—Dit is waardeloos, Ottie. Dit is niet wat ik je heb gevraagd.
—Klinkt het je niet revolutionair in de oren dan? Ik zit te denken aan de Yakitori Tinky Winky, een versie met gespieste Teletubbies. Daar heb ik al wat schetsjes van. Of de Kikvors Wooly Wooly… ik weet nog niet wat het wordt, maar het bekt alvast heel lekker.
—Hé, volgens mij zie ik iets bewegen op het schip…
—Stefan, ik begin het idee te krijgen dat het je helemaal niet om mij te doen is…
—Is het die Chinees? Kom mee Lucia, we moeten dichterbij zien te komen!