Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Kunstenaarschap

Penseelstreek en Handschrift

Essay door Kees 't Hart – 5 jaren, 11 maanden geleden
Penseelstreek en Handschrift

In de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bevinden zich brieven en aantekeningen van Mondriaan. Bovenstaand fragmentje komt uit een brief uit 1932, Mondriaan woonde toen in Parijs. Misschien is het in verband met het onderzoek naar de echtheid van het pas ontdekte schilderij van Mondriaan nuttig nader op dat handschrift in te gaan. Een grafoloog zou na kunnen gaan of er in de brieven die Mondriaan tijdens de periode toen hij aan de Boogie Woogie reeks werkte aanwijzingen zijn over zijn emotionele toestand in die tijd. Veranderde zijn handschrift toen hij eraan werkte? Of hanteerde hij een schrijfwijze die tijdens zijn leven constant bleef? Mij lijkt het nuttig hierbij de wetenschap van de grafologie te betrekken. Een standaardwerk op dit gebied schreef Robert Saudek met zijn studie Wetenschappelijke Grafologie (1931) dat Mondriaan ongetwijfeld kende. Hij interesseerde zich voor dergelijk onderzoek. Bekend is dat hij in een brief aan Van Doesburg uit 1906 (zie Brieven rondom De Stijl uit 1962) melding maakte van het handschrift van de door hem zeer bewonderde Engelse schilder Turner. Hij schreef daar: ‘(…) ik geloof dat je aan het handschrift van deeze schilder zijn diepe ernst kunt aflezen waarmede hij zijn theorie van het Archaïsche bij zijn werk inzette. Hij meende dat een handschrift van invloed was op zijn penseelvoering. Ken je zijn briefje aan zijn zoon ( die schilderambities had) waarin hij hem aanraadde met zijn penseel letters te schrijven?’

Veel aandacht is aan de relatie handschrift-penseelstreek niet besteed in het Mondriaan onderzoek. Zelf heb ik het idee dat hij onderzoek naar zijn penseelstreek liever uit de weg ging omdat hij een hekel had aan gepsychologiseer over zijn werk. Toch kun je bij nadere beschouwing van zijn werk, ook van dat uit zijn Stijlperiode, wijzigingen zien in zijn penseelvoering. In zijn vroege Stijlwerk hanteerde hij meestal een horizontale streek, waarbij hij kleine oneffenheden met een doek weghaalde, je kunt resten van die vegen nog zien. Later ging hij over tot een afwisseling tussen horizontale en verticale verfstreken. Ik wijs u er op dat naar de penseelvoering van Mondriaan in zijn Stijlperiode weinig tot geen onderzoek is gedaan. Alle aandacht ging tot nu toe altijd uit naar de constructie van de kleuren en het lijnenspel. Dat zijn penseelvoering daaraan ondergeschikt werd geacht vind ik wel begrijpelijk maar ook jammer. Wie van dichtbij een werk van Mondriaan bestudeert, ziet hoe gevoelig hij de kleuren aanbracht. Het was bepaald geen kwestie van vlakken vullen.

Het is niet makkelijk om hier in kunstkringen over te beginnen, onderzoek is moeilijk omdat je niets hebt aan kopieën van Mondriaans werk, daarop zijn de penseelstreken nu eenmaal moeilijk te zien. In het Gemeentemuseum in Den Haag krijg je geen kans de werken van Mondriaan van zeer dichtbij te bestuderen, ik heb daar tot mijn spijt ervaring mee opgedaan. De enige in Nederland die aandacht heeft besteed aan de relatie tussen het handschrift van Mondriaan en zijn penseelvoering is de schrijver Max Dendermonde (1919-2004) die een interessant en liefdevol biografisch boek over Mondriaan schreef: Mondriaan, de man die de charleston danste (1994). Dendermonde was geïnteresseerd in grafologie en gaf in dit boek zelfs een analyse van het handschrift op een briefkaart die Mondriaan in 1910 vanuit Domburg naar ene Janny Vreuger stuurde, het is onbekend wie dat was. Dendermonde concludeerde dat uit het handschrift een zekere aanleg voor religie was af te lezen en dat Mondriaan snel en helder kon nadenken, waarbij hij zijn gedachtensprongen niet altijd in zijn schrift bij kon houden.

Het is duidelijk dat Dendermonde het werk van Saudek niet kende. Hij beriep zich, als ik het goed zie, op het werk van de eerste en ook gelijk laatste hoogleraar grafologie in Nederland, Professor Frits Böttcher. Maar die verwierp de inzichten van Saudek en concentreerde zich meer op wat wij in deze richting van de psychologie, de Müncher school noemen. Meer aandacht voor de natuurwetenschappelijke kant van de grafologie (Böttcher was scheikundige) en minder voor de psychologische. Uit de school van Saudek stamt het baanbrekende werk op het gebied van de penseelvoering en de psychologische implicaties ervan van de Amerikaan James Farrell, die met zijn hoofdwerk Art and the Psychology of Paintbrush (2001) als pionier op dit gebied moet worden gezien. Hij betrekt de handschriften van kunstenaars bij hun penseelvoering en is erin geslaagd een zeer bruikbaar computermodel samen te stellen. Farell’s werk speelt tegenwoordig een belangrijke rol bij de vaststelling van falsificaties. Mijn voorstel is een deskundige op dit gebied (in Nederland ken ik overigens niemand) het nieuw ontdekte werk van Mondriaan te laten onderzoeken en daarbij het handschrift uit zijn Amerika periode te betrekken.

Tenslotte nog dit: Saudek analyseerde het handschrift van Mondriaan niet. Ook voor mij is dit niet goed mogelijk omdat ik alleen beschik over boven weergegeven kopie waarop halen met de pen en de diepte van de pendruk niet goed te zien zijn. Een eerste indruk wil ik wel geven. We zien hier een snel en natuurlijk schrift met een duidelijke slankheid van de vormen. Mondriaan gebruikte in deze periode eerder de guirlande dan de hoek. Dit duidt op lichaamsgericht schrijven. Ook kunnen we controleren dat het de schrijver er veel aan gelegen was te getuigen van zelfcontrole, wilskracht en loyaliteit. Maar nader onderzoek brengt ongetwijfeld meer uitgangspunten aan het licht. Ik wens u veel succes met uw onderzoek naar de echtheid van het opgedoken kunstwerk en hoop dat mijn opmerkingen daar een bijdrage aan kunnen leveren.