Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Schaduwen

Fei Fei

Personage: Fei Fei

Schaduwen

Proza door Robbert – 4 jaren, 1 maand geleden

De laatste tijd komt Godfried vaker bij me langs. Dan gaan we samen bij het raam zitten en kijken uit over Hong Kong. Het leven beneden, zestien etages lager, lijkt ver weg: ik kom er niet meer. Hierboven is het rustig, tussen leeftijdsgenoten, al heb ik er moeite mee mezelf als bejaarde te zien. De jonge zusters zouden eens moeten weten hoe ik er vroeger uitzag. Mannen stonden voor me in de rij. Maar wie gelooft dat ik het ben, op de foto’s, dertig lentes jong in een strak jurkje. De zusters knikken alleen maar beleefd: ‘Dat jurkje is nu weer helemaal terug in de mode.’ Ik ben een oud besje met dikke kuiten, dat weet ik best, maar mijn zoon is prachtig. Hij is kunstenaar, hij kan echt iemand worden…

Die paar maanden in Nederland, veertig jaar geleden, daar vraagt Godfried de laatste tijd steeds vaker naar: de boot, de schilderijen, Wong, wie Godfried eigenlijk is waar hij naar is vernoemd. Vooral wil hij meer weten over zijn vader. Chen… ik mis hem wel. Nog steeds. Die alcohol ook. Geen gemakkelijke man om mee te leven. Vooral nadat Godfried het huis uit was en we met z’n tweeën overbleven. Chen rommelde van het ene baantje naar het andere, zoals hij altijd had gedaan, hij kon maar geen vastigheid vinden. Ik werkte in de nagelstudio, maar toen mijn ogen achteruit gingen, werden de inkomsten minder. Wat overbleef waren de stiltes tussen ons en de vervlogen hoop. Het feit dat we in Nederland zoveel geld waren misgelopen heeft Chen nooit kunnen verwerken. ‘We hadden het anders moeten aanpakken,’ riep hij dan vol spijt. ‘Die verdomde Roderik. Die verdomde Papadiamantes.’ Ik probeerde hem dan te kalmeren door te zeggen dat het jaren geleden was en we samen toch een mooie zoon hadden. Hoeveel Chen ook van Godfried hield - dat geloof ik met heel mijn hart - een prater was hij niet. Toen Chen ouder werd en de fles vond, werd hij nog zwijgzamer. Een mislukking, zo noemde hij zich. ‘Zelfs een baantje als suppoost kon ik niet aanhouden!’ Hij schaamde zich ten opzichte van zijn zoon. Godfried heeft nooit met zijn vader gepraat. Ik bedoel ècht praten. Toen hij de leeftijd bereikte om met zijn vader volwassen gesprekken te voeren, was het al te laat.

Zelf heb ik heus ook mijn twijfels gehad. Niet over de tijd toen Godfried nog kind was, maar erna, toen hij ons niet meer nodig had. Op een winteravond jaren gleden maakte ik de balans op en ik besefte dat het leven waar ik van droomde maar niet dichterbij was gekomen. Maar ik greep niet naar de fles. Ook ben ik niet vertrokken. Ik bleef. We hadden elkaar nodig, Chen en ik, we moesten elkaar steunen.

Voor mij is het leven nooit een kunstwerk geworden. Geen zeeaanzicht met witte villa’s, witte bootjes en vrije tijd. Rijkdom kregen we in de haven van Amsterdam, en we gaven hem daar ook weer weg. Aan Roderik en Papadiamantes. Zo verstild en abstract als de Victory Boogie Woogie is mijn leven ook nooit geworden. Ik bedoel, het was hard werken en improviseren. Ik was best tevreden hoor, maar makkelijk is het niet geweest. Ik kan die afbeelding trouwens niet meer zien of luchten. Als ik ergens een reproductie tegenkom, in een etalage of zo, dan kijk ik weg. Alleen omdat Godfried ernaar vraagt, denk ik er weer aan. Het komt allemaal weer terug. Roderik, Wong, de vijfsterrenhotels… Het was spannend, een roes, een avontuur uit een vorig leven. Misschien voelt Godfried aan dat mijn langste tijd erop zit. Met moeder praten voordat het te laat is. Vragen stellen die anders niet meer gesteld kunnen worden. Hij heeft me gevraagd herinneringen uit die fase op te schrijven, daar wil hij iets mee gaan doen. In een kunstwerk of publicatie. Het is nog een beetje vaag, misschien wordt het wel een soort literair spel, zei hij. Al ben ik veel vergeten, bepaalde momenten staan me nog helder voor de geest: de aankomst in de haven, een eenzame wandeling langs het water, de dagen in Roderiks appartement… Die herinneringen heb ik zo goed mogelijk op papier proberen te zetten. En aan Godfried gegeven. Ben benieuwd wat hij ermee gaat doen. Ik vraag me wel af of een zoon bepaalde details over zijn moeder wel wil weten. Maar hij is een volwassen man en zal niet snel schrikken. Tenslotte, hij vroeg er zelf om en het zijn verhalen uit een voorbije tijd. Ik begrijp het wel. Ik had hetzelfde moeten doen bij mijn eigen moeder, toen het nog kon, maar ik jaagde die droom na van status en rijkdom. Ook wat dat betreft ben ik trots op Godfried: hij maakt niet dezelfde fouten als zijn ouders. Er is dus toch sprake van ontwikkeling en vooruitgang: met elke generatie worden er binnen een stamboom toch stappen gezet richting een betere toekomst. Hij is kunstenaar geworden. Hij heeft een droom en kan die gaan waarmaken. Wellicht zal hij de Victory Boogie Woogie wèl begrijpen. Voor Chen en mij bleef het schilderij iets wat we wilden verkopen. Godfried zal de diepere betekenis ervan kunnen inzien. Als dat zo is, dat weet ik: het is allemaal niet voor niets geweest.