Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Improvisatie

Levensles

Proza door Mitch – 6 jaren, 4 maanden geleden

Het moet eind jaren zestig zijn geweest, in de binnenstadse jazzkit die gedurig stonk naar bier en sigaretten. Na zijn indrukwekkende optreden kwam de 82-jarige Chubby ‘the Fingers’ Mahoney naar de bar geschuifeld. Op het vlondertje links naast de toetsen voor de laagste tonen stond een asbak waarin een sigaarstompje lag te kwijnen. Vanuit mijn positie leek het daardoor alsof de pianotoesten nog narookten, hetgeen mij niet had verbaasd. De drummer wiens naam ik ben vergeten schroefde traag zijn bekkens van de standaards in het schrille werklicht dat zojuist was aangedaan. Zijn voorhoofd parelde nog van zweet, maar hij grijnsde tevreden. Bij de bar aangekomen kreeg Chubby zonder dat hij er om vroeg een dubbele whiskey aangereikt. Ik vond het geweldig om naast zo’n grootheid te staan, de man wiens platen ik grijs draaide vanaf het moment dat mijn schoolvriend Wim mij op zijn muziek had geattendeerd. Hij was anderhalve kop kleiner dan ik en hij meurde naar zweet. Ik durfde niets tegen hem te zeggen dus meer dan een gespannen knikje kreeg ik niet voor elkaar. Hij keek naar mij op en hief zijn glas een centimeter bij wijze van proost. Met de blik van een schildpad monsterde hij mijn gezicht en zei: ‘Weet je wat het is met improviseren, je moet je helemaal leeg spelen. Je moet je helemaal leeg spelen. Echt helemaal leegspelen, net zo lang tot je het niet meer weet. Dat al je ideeën en trucjes en dingetjes en haakjes en lickjes op zijn. En op dat moment sta je voor die zaal, één eindeloze seconde voor die zaal met al je fans in het publiek die jou willen horen pieken, en je voelt hoe de hitte van de lampen door je kraag omhoog kruipt naar je hoofd. Je flikkert in een afgrond, oh yeah je wordt bevangen door paniek. Dat is het moment waarop jouw improvisatie begint.’